Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


2 reacties

Voor wie de Galatenbrief geschreven is….

Uitgaande van het feit, dat het Abba YHWH alleen om de kinderen Israels en hun metgezellen gaat, kunnen we de volgende verzen in een ander perspectief gaan verstaan, dan dat wij eertijds uitgelegd hebben gekregen.
Ik wil beginnen met de brief, die bij ons bekend staat als Galaten, maar in werkelijkheid was die naam “galutyah”, wat “bannelingen van YHWH” betekent.
Dat refereert weer aan de roeping van de apostelen die door Yahshua/Yeshua aan hen was gegeven, omdat zij “veeleer tot de verloren schapen van het huis Israels” moesten gaan. Aangezien Yahuda/Juda altijd bekend bleef, waren die verloren schapen van het huis Israels niemand anders dan de afstammelingen én hun metgezellen,van de tien, die verbannen en verstrooid werden.
Galutyah/Galaten 1:

1 Shaul, een apostel , niet van mensen, noch door een mens, maar door Yahshua/Yeshua ha Moshiach, en Abba YHWH, die hem uit de dood opgewekt heeft;
2 En alle Yisraelitische broers, die met mij zijn, tot de Yisraelitische gemeenten/Kehilah van Galutyah:

Voetnoot:

1 Letterlijke betekenis “”de bannelingen van Yah” (Yah is de verkorte vorm van YHWH) De hebreeuwse wortel voor Diaspora is galut ,vandaar de term GALUT-YAH .Sprekend met Cepha/Petrus, zijn dezen het verkoren volk van verspreide verstrooiden in het hedendaagse Turkeye en de voormalige omgeving van Aramenië.
2 De engelse term “gentile” komt mogelijk van het woord “galut (verbanning) door de L en de T om te keren en de N aan het eind toe te voegen “ als het woord “gentile,” welke zelfs etymologicalische banden heeft met de bannelingen van Yisrael : Ezra 4:1, Eerste Kronieken 5:6, Ezechiel 25:3 allen gebruiken “galut ” of een vorm van dat woord door het woord “exiles” te beschrijven vna de beide huizen van Yisraelof . De omgeving van Galatië had belangrijke minderheden van beide huizen in de eerste eeuw.
3 Sinds de gemeenten/Kehilah van israel op de Torah waren gebaseerd, schrijft hij aan de bannelingen van de tien stammen, die een volledige gehoorzaamheid verlangen aan een Torah leefstijl.

Wordt vervolgd.

Shalom, Hadassah


1 reactie

Yeshua/Yahushua is YHWH gemanifesteerd in mens en Echad

Yahushua is YHVH gemanifesteerd in mens en Echad
Echad betekent één en dezelfde, hoewel in verschillende verschijningen

De 32:39 Ziet nu, dat Ik, Ik DIE ben, en geen Elohim met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt!
De 4:35 U is het getoond, opdat gij wetet, dat YHVH Die Elohim is; er is niemand meer dan Hij alleen!
1Sa 2:2 Er is niemand heilig, gelijk YHVH; want er is niemand dan Gij, en er is geen rotssteen, gelijk onze Elohim!
1Sa 11:3 Toen zeiden tot hem de oudsten Jabes: Laat zeven dagen van ons af, dat wij boden zenden in al de landpalen van Israel; is er dan niemand, die ons verlost, zo zullen wij tot u uitgaan.
2Sa 7:22 Daarom zijt Gij groot, YHVH Elohim! Want er is niemand gelijk Gij, en er is geen Elohim dan alleen Gij, naar alles, wat wij met onze oren gehoord hebben.

1e getuige van bovenstaande woorden:
Jes 43:13 Ook eer de dag was, ben Ik, en er is niemand, die uit Mijn hand redden kan; Ik zal werken, en wie zal het keren?
Jes 45:5 Ik ben YHVH, en niemand meer, buiten Mij is er geen Elohim; Ik zal u gorden, hoewel gij Mij niet kent.
Jes 45:6 Opdat men wete, van den opgang der zon en van den ondergang, dat er buiten Mij niets is, Ik ben YHVH, en niemand meer.
Jes 45:18 Want alzo zegt YHVH, Die de hemelen geschapen heeft, Die Elohim, Die de aarde geformeerd, en Die ze gemaakt heeft; Hij heeft ze bevestigd, Hij heeft ze niet geschapen, dat zij ledig zijn zou, maar heeft ze geformeerd, opdat men daarin wonen zou: Ik ben YHVH, en niemand meer.
Jes 45:22 Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben Elohim, en niemand meer.

Jes 45:21 Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, YHVH? en er is geen Elohim meer behalve Mij, een rechtvaardig Elohim, en een Heiland, niemand is er dan Ik.
Jes 47:8 Nu dan, hoor dit, gij weelderige! die zo zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en niemand meer dan ik: ik zal geen weduwe zitten, noch de beroving van kinderen kennen.
Jes 47:10 Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik.

Tweede getuige

Joe 2:27 En gij zult weten, dat Ik in het midden van Israel ben, en dat Ik YHVH uw Elohim, ben, en niemand meer; en Mijn volk zal niet beschaamd worden in eeuwigheid.

Sluitend volgt dan:

Mt 11:27 Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader; en niemand kent den Zoon dan de Vader, noch iemand kent den Vader dan de Zoon, en dien het de Zoon wil openbaren.
Eén Echad:
Mt 19:17 En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, Elohim. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden.
De grote bevestiging van bovenstaande stelling:

Joh 9:4 Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan.
Joh 10:18 Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht hetzelve af te leggen, en heb macht hetzelve wederom te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.

Joh 14:6 Yahushua zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.
7 Indien gijlieden Mij gekend hadt, zo zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu kent gij Hem, en hebt Hem gezien.
8 Filippus zeide tot Hem: Meester, toon ons den Vader, en het is ons genoeg.
9 Yahushua zeide tot hem: Ben Ik zo langen tijd met ulieden, en hebt gij Mij niet gekend, Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien; en hoe zegt gij: Toon ons den Vader?
10 Gelooft gij niet, dat Ik in den Vader ben, en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelven niet, maar de Vader, Die in Mij blijft, Dezelve doet de werken.
11 Gelooft Mij, dat Ik in den Vader ben en de Vader in Mij is; en indien niet, zo gelooft Mij om de werken zelve.

 


Een reactie plaatsen

Bijzondere vrouw voor de zoon der belofte

Bijzondere vrouw voor de zoon der belofte.

Aandachtig lezende de geschiedenis hoe de knecht van Abraham uitgezonden werd om een vrouw voor Izaäk te vinden, zie ik een onderwijzing die van levensbelang is voor onze houding ten aanzien van onze kinderen.

Was het niet zo dat YHVH instructies gaf om voor de kinderen der Israelieten geen vreemde vrouwen of mannen te nemen buiten de kinderen Israels?

Hebben we niet gezien in de geschiedenis van oa Salomo dat vreemde vrouwen hem in ongehoorzaamheid brachten door voor hen hoogten etc te bouwen?
Hebben we niet gelezen in het boek Ezra over de vreemde vrouwen en hun kinderen, die weggezonden moesten worden?

Heeft YHVH niet Zelf de vrouw een scheidsbrief gegeven omdat zij Zijn instructies hardnekkig in de wind sloeg en andere goden achterna ging?

Dat moet ons toch heel alert maken.

Laten we hoofdstuk 24 van Genesis nader bekijken.
Daar is een knecht die over alles wat Abraham heeft gesteld is.
Eliëzer kwam uit Damascus en zou alles geërfd hebben, zoals we kunnen opmaken uit

Genesis 15:2 Toen zeide Abram: Meester, YHWH! wat zult Gij mij geven, daar ik zonder kinderen heenga en de bezorger van mijn huis is deze Damaskener Eliezer?

Het woord “bezorger” staat voor lid van een familie.

En deze Eliëzer moet zweren dat hij geen vrouw mee terug zal nemen, die niet uit Abrahams maagschap en land afkomstig is. Het moest geen heiden zijn maar een Israliet.

2 Zo sprak Abraham tot zijn knecht, den oudste van zijn huis, regerende over alles, wat hij had: Leg toch uw hand onder mijn heup,
3 Opdat ik u doe zweren bij YHVH, den Elohim des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon;
4 Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn maagschap trekken, en voor mijn zoon Izak een vrouw nemen zult.

Het nakomelingschap moest onder alle beding zuiver blijven en een vreemde vrouw zou de kinderen nadelig kunnen beïnvloeden inzake alles wat YHVH Abraham geboden had…
YHVH, de Elohim des hemels, Die mij uit mijns vaders huis en uit het land mijner maagschap genomen heeft, en Die tot mij gesproken heeft, en Die mij gezworen heeft, zeggende: Aan uw zaad zal Ik dit land geven! Die Zelf zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt.
8 Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.

Toen zweerde Abrahams knecht en legde zijn hand onder de heup van Abraham, zoals Abraham hem gevraagd had, zie Gen.24:9

Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak.

Wanneer u dan deze geschiedenis verder aandachtig leest, komen we een kenmerk tegen dat Abba YHVH inderdaad Zijn zegen geeft aan dit gebeuren, daar Rebekka een afstammeling is van haar voorvader en grootvader Terah; deze is tevens de vader van Abraham.

Eliëzer vraagt haar in vers 47:

47 Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft.

Genesis 11:26 En Terah leefde zeventig jaren, en gewon Abram, Nahor en Haran.
27 En deze zijn de geboorten van Terah: Terah gewon Abram, Nahor en Haran; en Haran gewon Lot.
28 En Haran stierf voor het aangezicht zijns vaders Terah, in het land zijner geboorte, in Ur der Chaldeen.
29 En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams huisvrouw was Sarai, en de naam van Nahors huisvrouw was Milka, een dochter van Haran, vader van Milka, en vader van Jiska.

Genesis 22:

20 En het geschiedde na deze dingen, dat men Abraham boodschapte, zeggende: Zie, Milka heeft ook Nahor, uw broeder, zonen gebaard:
21 Uz, zijn eerstgeborene, en Buz, zijn broeder, en Kemuel, den vader van Aram,
22 En Chesed, en Hazo, en Pildas, en Jidlaf, en Bethuel;
23 (En Bethuel gewon Rebekka) deze acht baarde Milka aan Nahor, den broeder van Abraham.

Rebekka blijkt dus een achternicht te zijn van Izaäk .

In de opgetekende geschiedenis lezen we dat Laban als broer van Rebekka naar voren komt om de zaken te doen. Hij is waarschijnlijk de oudste zoon en deze heeft specifieke verantwoordelijkheden, wat wij in het westen vergeten zijn:

Genesis 24:29 En Rebekka had een broeder, wiens naam was Laban; en Laban liep tot dien man naar buiten tot de fontein.
30 En het geschiedde, als hij dat voorhoofdsiersel gezien had, en de armringen aan de handen zijner zuster; en als hij gehoord had de woorden zijner zuster Rebekka, zeggende: Alzo heeft die man tot mij gesproken, zo kwam hij tot dien man, en ziet, hij stond bij de kemelen, bij de fontein.
31 En hij zeide: Kom in, gij, gezegende des YHVH’s! waarom zoudt gij buiten staan? want ik heb het huis bereid, en de plaats voor de kemelen.

Belangrijk om te vermelden dat Laban de Naam wist, omdat hij zegt : Kom in gij gezegende des YHVH’s!

Een gezegende des YHVHs is iemand op wie de Naam van YHVH rust.
Niet een titel, maar de Eigennaam van de Allerhoogste!
Zie Numeri 6:27
Alzo zullen zij Mijn Naam op de kinderen Israels leggen; en Ik zal hen zegenen.

Later komt ook vader Bethuël en is eensgezind met zijn zoon als zij zeggen in vers 50:

50 Toen antwoordde Laban, en Bethuel, en zeiden: Van YHVH is deze zaak voortgekomen; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken.
51 Zie, Rebekka is voor uw aangezicht; neem haar en trek henen; zij zij de vrouw van den zoon uws heren, YHVH gesproken heeft!

En Eliëzer geeft dan YHVH alle eer:

52 En het geschiedde, als Abrahams knecht hun woorden hoorde, zo boog hij zich ter aarde voor YHVH.
En dan zien we de gewilligheid van de toekomstige bruid in vers 54-58 naar voren komen:
54 Toen aten en dronken zij, hij en de mannen, die bij hem waren; en zij vernachtten, en zij stonden des morgens op, en hij zeide: Laat mij trekken tot mijn heer!
55 Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan.
56 Maar hij zeide tot hen: Houdt mij niet op, dewijl YHVH mijn weg voorspoedig gemaakt heeft! laat mij trekken, dat ik tot mijn heer ga.
57 Toen zeiden zij: Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen.
58 En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met dezen man trekken? En zij antwoordde: Ik zal trekken.

Er werden geschenken overhandigd en zij zegenen Rebekka, vers 60:
59 Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen.
60 En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!

Houdt goed vast dat deze mensen de Naam van YHVH kenden en uitspraken.
Houdt goed vast dat zij geloofden en praktiseerden wat YHVH geboden had om dat te doen.
Houdt goed vast dat Yeshua hierin geëerd en wordt daar Yeshua gisteren en heden dezelfde is en in der eeuwigheid.
Laten we het niet zelf in vullen ,maar gewoon aannemen wat YHVH’s Schrift ons voorhoudt.

Toen Eliëzer en Rebekka teruggingen naar Izaäk,die in het veld gegaan was om te bidden
63 En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen!

zien we opnieuw iets zuivers en bevalligs in Rebekka…

64 Rebekka hief ook haar ogen op, en zij zag Izak; en zij viel van den kemel af.
65 En zij zeide tot den knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zeide: Dat is mijn heer! Toen nam zij den sluier, en bedekte zich.

Ze wil zich voor hem bewaren en dat op het moment dat zij hem werkelijk persoonlijk zal ontmoeten,de sluier verwijderd wordt…Zou het zo zijn?

Daarna vertelt de knecht alle wederwaardighden

66 En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had.

Het is zo mooi en sluitend hoe een zaak van Abba YHVH alle kenmerken heeft van Zijn zegen….

67 En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood.

Deze geschiedenis is een troost en versterking voor oprechte ouders, die hun kinderen in de lijn van Abraham willen laten opgroeien.
Wat denkt u?
Zou het in deze tijd niet meer hoeven?

@Hadassah met dank aan Abba YHVH.


Een reactie plaatsen

Sin, Righteousness, and Judgment

The work of the Holy Spirit in the life of the follower of Mashiach Yeshua is very important. Equally important is the work of the Holy Spirit through that person’s life in the lives of others. We examine this aspect of the work of the Spirit in this study.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Sin, Righteousness, and Judgment

The work of the Ruach Qodesh

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Yochanan (John) 16:8

“And He, when He is come, will convict the world in respect of sin, and of righteousness, and of judgment.”

In explaining the work of the Ruach Qodesh (Holy Spirit) when He would come into this world, Yeshua taught His followers that His work would involve three aspects: sin, righteousness, and judgment. Yeshua gives a brief explanation in the next three verses, which we shall look at briefly. However, it is not solely the work of the Ruach Qodesh in which we are interested in this study. More specifically, we are interested in the work of the Ruach Qodesh in the life of those who follow Mashiach Yeshua, and how the Ruach Qodesh manifests each one of these three aspects in and through us.

Yochanan (John) 16:9

“of sin, because they do not trust on Me;”

The Ruach Qodesh convicts people of sin. Part of the sin which He convicts people of is not trusting in Yeshua as Mashiach. This is especially true of those walking in the ways of the world. However, if a follower of Mashiach Yeshua has a way in his life which is according to the world and not according to the Living Torah, then the Ruach Qodesh shall certainly convict him of this sin as well.

Yochanan (John) 16:10

“of righteousness, because I go to the Father, and you behold Me no more;”

When Mashiach Yeshua ascended back to His heavenly Father, this was an act of righteousness. He was able to do this because He had no sin in His life. The sin for which He died was our sin, which was laid upon Him. He who knew no sin, became a curse on our behalf. However, this too, was an act of righteousness.

Yochanan (John) 16:11

“of judgment, because the prince of this world has been judged.”

Each person knows through the work of the Ruach Qodesh that the prince of this world, Satan, has already lost. He has been judged. Those who follow him and his ways shall be judged as well in the same manner as he has been judged and receive that which is according to their deeds.

Almost every follower of Mashiach Yeshua knows these three basic truths. However, there are a couple of pieces of this which the follower of Mashiach Yeshua may not yet have put together until now. The Ruach Qodesh is not simply in this world as some mystical Entity going about doing His work. Rather, the Ruach Qodesh lives in the followers of Mashiach Yeshua, and He functions through them in this world.

Continue reading the complete essay in http://r20.rs6.net/tn.jsp?e=001PnQpuhz0CIxj1kqqLFRJGE4iYqAitQWJyzcfkcTyugtaBy09AiTL0NJUPABlbT3TdI42tbzsNdvbAzMAku9hrqMZvHpJaVB78P25UfUHx9HOCU-6iiWYyLK46z_e_0wco3O-kXyDGfd-HdsqhSCG4JhjKaNoomlu4rkNzPCvcrdjnCum83JUtQ==
or
http://r20.rs6.net/tn.jsp?e=001PnQpuhz0CIzGNCbaniwX4b6Y6YWXqwyIjE4m4FkwKMejWPtWjod604gAxu1zuA-2kjIstgBac_kHgQquBnIfLz0G99YjVs6L1v9IlcTg05B2r7eFYxCjyORaDuirTKMFMHR-9HDUCaDugNxrXxqhATZlEm4MVBXoiPWYh2NPQqcJDZ_qjYiaug==
http://www.onetorahforall.com


4 reacties

Ephrayim: The Firstborn of YHWH


Ephrayim: The Firstborn of YHWH
Discovering why YHWH calls Ephrayim His firstborn son
Yirmeyah (Jeremiah) 31:9
“They shall come with weeping; and with supplications will I lead them; I will cause them to walk by rivers of waters, in a straight way wherein they shall not stumble; for I am a Father to Israel, and Ephrayim is My first-born.”
The first thing of which to take note in this passage is that YHWH is speaking of a future time. When He spoke these words they had not come to pass yet. This brings several questions to mind. Among these questions are: “What is it that shall cause Ephrayim to become the firstborn of YHWH?” and “Why does YHWH call Ephrayim His first-born when it is through the tribe of Yehudah which Mashiach shall come?” Discovering the answer to these questions, and others like them, is crucial to understanding the place of Ephrayim in prophecy as well as the future of all of Israel.
First, let us examine a few of the verses in this context to gain some understanding of what will be happening at the time when YHWH shall call Ephrayim His firstborn son.
Yirmeyah (Jeremiah) 31:1-2
1 “At that time,” says YHWH, “will I be the Elohim of all the families of Israel, and they shall be My people.”
2 Thus says YHWH, “The people that were left of the sword found favor in the wilderness; even Israel, when I went to cause him to rest.”
Please notice it is those left (the sword has devoured many of them) who YHWH calls “His people.” Please take note of the following passage from the Brit Chadasha (New Testament).
1st Thessalonians 4:17
then we that are alive, those who are left, shall together with them be caught up in the clouds, to meet the Master in the air; and so shall we ever be with the Master.
The phrase “those who are left” suggests from the original languages those who survive a war, that is, those who survive the sword. Is this speaking of the same time as the prophet Yirmeyah? While we cannot say for certain, it is speaking of the same type of incident, those who survive being killed. It is these who shall become the people of YHWH.
Yirmeyah (Jeremiah) 31:8
“Behold, I will bring them from the north country, and gather them from the uttermost parts of the earth, and with them the blind and the lame, the woman with child and her that travails with child together; a great company shall they return here.”
Please note where it is from which YHWH shall bring these survivors. It is from the north country as well as from the furthest regions of the world. It will be all those who are blind, lame, pregnant women, as well as those women who already have children. It will be a great many people according to the prophet Yirmeyah. These are those whom YHWH states shall become His people.
Yirmeyah (Jeremiah) 31:10-11
10 “Hear the word of YHWH, you nations, and declare it in the isles afar off; and say, ‘He that scattered Israel will gather him, and keep him, as a shepherd does his flock.
11 For YHWH has ransomed Ya’aqov, and redeemed him from the hand of him that was stronger than he.’”
Notice YHWH states it is those He scattered in the first place who He shall gather once again. Whom did He scatter? Was it not the northern kingdom of Israel, the ten tribes of the north? To be sure! Is it any wonder then that when speaking prophetically of this return, YHWH often begins by saying He shall bring them from the “north” or “northern” country? Is YHWH actually giving us another clue as to the identity of these people being from northern Israel? To be sure! These people are also known as Ephrayim.
Please notice what the prophet to the northern kingdom prophesies over the house of Israel.
Hoshea 1:8-10
8 Now when she had weaned Lo-ruhamah, she conceived, and bore a son.
9 And YHWH said, “Call his name Lo-ammi; for you are not My people, and I will not be your Elohim.”
10 “Yet the number of the children of Israel shall be as the sand of the sea, which cannot be measured nor numbered; and it shall come to pass that, in the place where it was said unto them, ‘You are not My people,’ it shall be said unto them, ‘You are the sons of El Chay.’”
YHWH would no longer call the ten tribes of the north “His people.” However, at a later time YHWH would once again call them “His people.” This prophecy is referenced by Shaul directly and by Kepha indirectly.
Romans 9:25-26
25 As He says also in Hoshea,
“I will call those My people, which were not My people;
And her beloved, that was not beloved.”
26 And it shall be, that in the place where it was said unto them,
“You are not My people,
There shall they be called sons of El Chay.”
From the time of Yeshua to present, this is taking place; people who were once scattered are now being gathered back into the fold of His family and they are called the sons of El Chay. Those who were not His people, that is, Ephrayim, are becoming His sons.
Kepha Aleph (1st Peter) 2:9-10
9 But you are an elect race, a royal priesthood, a holy nation, a people for Elohim’s own possession, that you may show forth the excellencies of Him who called you out of darkness into His marvelous light:
10 who in time past were not a people, but now are the people of Elohim; who had not obtained mercy, but now have obtained mercy.
Ephrayim had ceased to be the people of Elohim. However, through Mashiach Yeshua they have now received mercy. Because of receiving this mercy, they are now adopted into the family of Ephrayim.
Romans 8:14-15
14 For as many as are led by the Spirit of Elohim, these are sons of Elohim.
15 For you received not the spirit of bondage again unto fear; but you received the spirit of adoption, whereby we cry, Abba, Father.
All those who once were far off have now been brought near by the Spirit of grace and mercy and these are adopted into the family of YHWH and He calls them His sons.
Ephesians 2:13
But now in Mashiach Yeshua you that once were far off are brought near through the Blood of Mashiach.
Now please notice what Mashiach Yeshua says of the tribe of Yehudah (Judah).
Matithyah (Matthew) 23:37-39
37 “Jerusalem, Jerusalem, that kills the prophets, and stones them that are sent unto her! How often would I have gathered your children together, even as a hen gathers her chicks under her wings, and you would not!
38 Behold, your house is left unto you desolate.
39 For I say unto you, you shall not see Me henceforth, till you shall say, ‘Blessed is He that comes in the name of YHWH.’”
Mashiach Yeshua came through the tribe of Yehudah. Nothing will ever change this truth. However, for the most part, the southern house has rejected Yeshua as Mashiach because of the leadership of that house. Now, please take prayerful note of one of the major purposes of why Mashiach Yeshua came as a man.
Matithyah (Matthew) 15:24
But He answered and said, “I was not sent to any except to the lost sheep of the house of Israel.”
For whatever reason YHWH has, it was actually part of His plan that the majority of the house of Yehudah does not accept Yeshua as Mashiach until such time as all those who were scattered had been regathered back into the family of YHWH. Those who are adopted back into the tree of Israel are once again called the sons of El Chay. It is because of this adoption, it is because of their faith and trust in Yeshua as Mashiach, that these formerly cast off ones are now part of the firstborn of YHWH. Ephrayim is called the firstborn of YHWH because he accepts Yeshua as Mashiach before Yehudah does. This is why YHWH calls Ephrayim His firstborn son.
Shabbat Shalom
Zerubbabel ben Emunah
http://www.onetorahforall.com

• footnote: Throughout this website, whenever you see words in red, hover the mouse pointer over the word to read an explanatory note.
• © All material is copyrighted and no part may be changed, added to, shortened or edited; however, the entirety of the article may be reproduced as long as the author?s name remains attached to the article. It is encouraged and a blessing for others to forward these teachings to others, and permission is hereby granted for this as long as the teaching is kept wholly intact, which includes the author?s name and contact information, the ?One Torah For All? header, and this copyright paragraph. The act of forwarding or sharing this teaching in any way constitutes agreement by the party forwarding it that he agrees to the terms and conditions of this paragraph


2 reacties

De verloren schapen van het huis Israels

Yeshua sprak deze belangrijke woorden in Mattheüs 15 vers 24:
“Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels”.

Met dit vers wordt duidelijk dat er naast het huis van Juda geen ander huis bestaat dan die van Israel, ook wel Efraïm genoemd.
Zo blijft er geen ruimte over voor een derde huis.
We komen in de bijbel/Schrift menigmaal de twee huizen tegen.
Huis van Juda is afkomstig van het zuidelijk koninkrijk en Efraïm van het noordelijk koninkrijk.
Oorspronkelijk was het één volk, de kinderen Israels onderverdeeld in twaalf stammen, die de namen dragen van de twaalf zonen van Jacob.
Huis van Juda omdat deze de grootste stam was onder dat zuidelijk koninkrijk en huis van Efraïm omdat deze de grootste was onder dat noordelijk koninkrijk.
Huis van Juda bestaat dus niet uit één stam, net als huis van Efraïm dat niet is.
Beiden hebben meerdere stammen in hun huis. Tesamen twaalf en hun metgezellen. Metgezellen worden door de hele Schrift benoemd. Wanneer deze dezelfde wetten navolgen worden zij als waren zij in dat koninkrijk geboren en erven zij hetzelfde en krijgen zij dezelfde bestemming.
Dat is beschreven in de Tenach en in de boeken van de apostelen.
Er zijn dus twee huizen en vreemdelingen die zich bij een van deze twee huizen vestigen. En deze twee huizen waren oorspronkelijk één volk.
Momenteel zijn die twee huizen nog niet één geworden hoewel velen dat wel willen beweren.
Er is een belangrijk kenmerk om te weten dat deze huizen niet één volk zijn geworden.
En dat is hun daadwerkelijke berouw als volk op de bergen Israels volgens de instructies van YHWH,Ezechiël 36: 22-34 (..)” Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen, die niet goed waren; en gij zult een walging van u zelf hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen”.
Let op het woordje “dan”.
Pas “dan”, wanneer zij beiden teruggehaald zijn uit de natiën. Beiden.
Een vers wat naar voren springt is bijvoorbeeld Jer.3:18 “ In die dagen zal het huis van Juda gaan tot het huis van Israel; en zij zullen te zamen komen uit het land van het noorden, in het land, dat Ik uw vaderen ten erve gegeven heb”.
Dit vers komt overeen met zowel woorden uit de Tenach als uit de boeken van de apostelen. Denk aan Jesaja, Amos en zeker Deuteronomium.En wat dacht u van Yeshua’s uitspraak waar ik mee begon? En de Romeinenbrief?
Het huis van Israel/Efraïm had een langere ballingschap dan het huis van Juda,ook dit kunt u in YHWH’s Torah welke het gehele Woord is terugvinden.
Er zijn wel pogingen om Juda terug te brengen naar het land,maar dat is niet overeenkomstig de Schriftwoorden,waarvan ik er enkele aanhaalde.

Ezechiël 37:22 “En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israels; en zij zullen allen te zamen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn”.
Zowel in Juda als Efraïm huisvesten vele leringen en gebruiken die niet in YHWHs Woord voor komen of voorgeschreven worden. Deze gewoonten of gebruiken komen uit Babylon. U zou schrikken als u de achtergrond van deze gebruiken cq gewoonten wist, terwijl ze zo vloeiend passen in het grote geheel.
Daarnaast kunnen de huizen in de natiën waar zij grotendeels verkeren YHWH’s instructies niet volledig gehoorzamen omdat zij niet in YHWHs land zijn.
En nu komt mn vraag na vers 1 uit Deuteromomium 30…

”Voorts zal het geschieden, wanneer al deze dingen over u zullen gekomen zijn, deze zegen of deze vloek, die ik u voorgesteld heb; zo zult gij het weder ter harte nemen, onder alle volken, waarheen u YHWH,uw Elohim gedreven heeft”.

Zijn zij, die van zichzelf weten dat zij geen Juda zijn en die terugkeren naar de Torah van YHWH de verloren schapen van huis Israels?


Een reactie plaatsen

Waar komen de verstrooiden oorspronkelijk vandaan die momenteel de weg terugzoeken?

Onder de vele aanwijzingen, kan zeker Deuteronomium 4 niet onvermeld blijven, laten we beginnen bij vers 25:
25 Wanneer gij nu kinderen en kindskinderen gewonnen zult hebben, en in het land oud geworden zult zijn, en u zult verderven, dat gij gesneden beelden maakt, de gelijkenis van enig ding, en doet, wat kwaad is in de ogen des YHWH’s Uws Elohims, om Hem tot toorn te verwekken;
26 Zo roep ik heden den hemel en de aarde tot getuige tegen ulieden, dat gij voorzeker haast zult omkomen van dat land, waar gij over de Jordaan naar toe trekt, om dat te erven; gij zult uw dagen daarin niet verlengen, maar ganselijk verdelgd worden.
27 En YHWH zal u verstrooien onder de volken; en gij zult een klein volksken in getal overblijven onder de heidenen, waar YHWH u henen leiden zal.
28 En aldaar zult gij Elohimen dienen, die des mensen handenwerk zijn, hout en steen, die niet zien, noch horen, noch eten, noch rieken.
29 Dan zult gij van daar YHWH, uw Elohim, zoeken, en vinden; als gij Hem zoeken zult met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
30 Wanneer gij in angst zult zijn, en u al deze dingen zullen treffen; in het laatste der dagen, dan zult gij wederkeren tot YHWH,uw Elohim, en Zijn stem gehoorzaam zijn.
31 Want YHWH,uw Elohim, is een barmhartig Elohim; Hij zal u niet verlaten, noch u verderven; en Hij zal het verbond uwer vaderen, dat Hij hun gezworen heeft, niet vergeten.

Hier wordt gesproken over lokatie, instructie én conditie tot het gehele volk, de Israelieten, die later mede door ongehoorzaamheid in twee huizen verder gingen, te weten huis van Israel en huis van Juda.Dus geen twee stammen,maar twee huizen waarin alle stammen vertegenwoordigd waren …
In hoofdstuk 31 van hetzelfde boek lezen we weer over de lokatie na de verstrooiing, instructie en conditie…
Vanaf vers 1:
1 Voorts zal het geschieden, wanneer al deze dingen over u zullen gekomen zijn, deze zegen of deze vloek, die ik u voorgesteld heb; zo zult gij het weder ter harte nemen, onder alle volken, waarheen u de YHWH, uw Elohim, gedreven heeft;
2 En gij zult u bekeren tot den YHWH, uw Elohim, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
3 En de YHWH, uw Elohim, zal uw gevangenis wenden, en Zich uwer ontfermen; en Hij zal u weder vergaderen uit al de volken, waarheen u de YHWH, uw Elohim, verstrooid had.
4 Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, van daar zal u de YHWH, uw Elohim, vergaderen, en van daar zal Hij u nemen.
5 En de YHWH, uw Elohim, zal u brengen in het land, dat uw vaderen erfelijk bezeten hebben, en gij zult dat erfelijk bezitten; en Hij zal u weldoen, en zal u vermenigvuldigen boven uw vaderen.
6 En de YHWH, uw Elohim, zal uw hart besnijden, en het hart van uw zaad, om den YHWH, uw Elohim, lief te hebben met uw ganse hart en met uw ganse ziel, opdat gij levet.
7 En de YHWH, uw Elohim, zal al die vloeken leggen op uw vijanden en op uw haters, die u vervolgd hebben.
8 Gij dan zult u bekeren, en der stemme des YHWHN gehoorzaam zijn, en gij zult doen al Zijn geboden, die ik u heden gebiede.
9 En de YHWH, uw Elohim, zal u doen overvloeien in al het werk uwer hand, in de vrucht uws buiks, en in de vrucht uwer beesten, en in de vrucht uws lands, ten goede; want de YHWH zal wederkeren, om Zich over u te verblijden ten goede, gelijk als Hij Zich over uw vaderen verblijd heeft;

10 Wanneer gij der stemme des YHWHN, uws Elohims, zult gehoorzaam zijn, houdende Zijn geboden en Zijn inzettingen, die in dit wetboek geschreven zijn; wanneer gij u zult bekeren tot den YHWH, uw Elohim, met uw ganse hart en met uw ganse ziel.
11 Want ditzelve gebod, hetwelk ik u heden gebiede, dat is van u niet verborgen, en dat is niet verre.
12 Het is niet in den hemel, om te zeggen: Wie zal voor ons ten hemel varen, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen?
13 Het is ook niet op gene zijde der zee, om te zeggen: Wie zal voor ons overvaren aan gene zijde der zee, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen?
14 Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond, en in uw hart, om dat te doen.
15 Ziet, ik heb u heden voorgesteld het leven, en het goede, en den dood, en het kwade.
16 Want ik gebiede u heden, den YHWH, uw Elohim, lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen, en te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, opdat gij levet en vermenigvuldiget, en de YHWH, uw Elohim, u zegene in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
17 Maar indien uw hart zich zal afwenden, en gij niet horen zult, en gij gedreven zult worden, dat gij u voor andere goden buigt, en dezelve dient;
18 Zo verkondig ik ulieden heden, dat gij voorzeker zult omkomen; gij zult de dagen niet verlengen op het land, naar hetwelk gij over de Jordaan zijt heengaande, om daarin te komen, dat gij het erfelijk bezit.
19 Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen den hemel en de aarde; het leven en den dood heb ik u voorgesteld, den zegen en den vloek! Kiest dan het leven, opdat gij levet, gij en uw zaad;
20 Liefhebbende den YHWH, uw Elohim, Zijner stem gehoorzaam zijnde, en Hem aanhangende; want Hij is uw leven en de lengte uwer dagen; opdat gij blijft in het land, dat de YHWH uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft hun te zullen geven.

Ik kan me de vraag voorstellen dat men vraagt, maar hoe weet je het dan zo zeker dat zij die terugkeren naar die Torahinstructies, voormalige Israelieten zijn?

Ook dat staat beschreven in YHWH’s Woord…
Ten eerste is het zo dat YHWH één volk heeft, dat had Hij toen en door de eeuwen heen, ook nu.
Dat wij zijn gaan denken dat er meerdere denominaties zijn, zegt niet dat YHWH dat zo gekozen heeft.
Bij de berg Sinaï, welke in Saoedi-Arabië ligt, heeft Hij de wet/instructies aan Zijn volk gegeven en die gelden nog steeds.
Zoals we lezen door de verzen heen, zijn we er vervreemd van geraakt,maar als Lo-Ammi Ammi wordt en haar identiteit gaat ontdekken /daarover later meer/dan vraagt dat om uitleg.
In de boeken van de apostelen worden zij uitgezonden naar de verloren schapen van het huis Israels…Hm? Geen christenen,zoals de meesten denken, of heidenen om ze tot christenen te maken?
Is dat een vertalingsfout? Had Yeshua het dan niet over heidenen die christenen moeten worden?

Kijk en daar ligt em nu net de knoop!
Van het huis Israels wordt aangegeven dat zij voor een bepaalde tijd door hun ongehoorzaamheid en rebellie, alles afgenomen werd. Hun identiteit, hun lokatie en hun bestemming.Precies zoals het in YHWH’s Woord beschreven staat.
Dit was niet wat YHWH in gang gezet heeft!
Dit was tengevolge van de rebellie van het huis Israels, dat zij opgingen in de natiën en niet beter wisten als hoorden zij daar en kwamen zij oorspronkelijk uit die streek.
Verder dachten en denken zij, dat zij als zij christen zijn of een ander geloof, dat dat juist is en de bestemming die bij deze leer past ook hun eindbestemming is.
Ook dit wordt in YHWHs Woord beschreven!

Maar hoe komt het nu dat er stemmen opgaan dat het zo anders is als wat altijd is verteld?
Ook dat staat in YHWHs Woord beschreven!

Dat heeft met Zijn tijd en Zijn kalender te maken.
Een tipje van de sluier…
Zeven dagen en volgens YHWHs Woord is de zevende een rustdag.
In YHWHs Woord staat dat voor Hem een dag is als duizend jaar…
Wanneer men de geschiedenis in duikt zal men gaan herkennen dat YHWH in zeven vakken van duizend jaar Zijn plannen heeft opgesteld.
De zevende dag van duizend jaar is nog niet aangebroken,omdat voorzegd is dat er een tijd van duizend jaar vrede komt en HaSatan gebonden wordt voor die duizend jaar en dat is nog niet gebeurd.
En dan hebben we het nog niet gehad over de gezette tijden van YHWH die oa de wekelijkse shabbat en feesten zijn.
En dan te weten de dagindeling!
Die begint zoals Genesis 1 beschrijft met de avond….
Maar goed, even terug naar het onderwerp, hoewel al deze zaken er ook mee te maken hebben.
De verstrooiden die vandaag de dag al zoekende en tastende de weg terugzoeken naar de instructies van YHWH, die ze zo vaak helemaal niet noemen, zijn gewoon nazaten van het huis Israels en ze worden daar weer in teruggezet als zij YHWH’s instructies weder ter harte nemen, precies zoals YHWH’s Woord dat zegt.
Waarom sinds een korte tijd en niet al voor honderd jaar terug?
Dat heeft met de lengte van de straf te maken en ook dat is in YHWH’s Woord beschreven!
Wordt vervolgd,


4 reacties

Wie is het huis Israels naast het huis van Juda?

Om bij het begin te beginnen…
Er zijn de laatste tientallen jaren over de gehele wereld geluiden dat er grote getale mensen, voornamelijk uit christelijke hoek, terugkeren naar shabbat en meestentijds in de leringen terecht komen van de veelal zogenoemde messiaanse kringen.
De leringen hebben een messiaans-joods karakter en de teruggekeerden genieten van herkenning en vreugde van de pas ontdekte nieuwe weg.
Zo ook wij destijds.
De vraag is of deze veelal messiaans-joodse weg ook de weg is die Yeshua ons leerde?
Die vraag wordt zelden of nooit gehoord, gelezen of gevraagd.
Want er is wel degelijk verschil tussen wat Yeshua leerde en de leringen van het messiaans-joodse erfgoed.
Maar daarover later meer.
Eerst maar es even de lijn opzoeken in YHWH’s Torah over het huis van Israel naast dat van het huis Juda:

Scheuring van het rijk, oordeel, de ballingschap,duur,naam,scheiding,hereniging van huis Israels.

Scheuring.

Enkele gegevens:

2 Kronieken 10:19
Alzo vielen de Israëlieten van het huis van David af, tot op dezen dag.

Ondergang
In 2 Koningen 18:10-12 wordt het koninkrijk Israel ( niet te verwarren met Yahudah) weggevoerd naar Assyrië, omdat zij de stem van YHWH niet gehoorzaamd waren geweest,maar Zijn verbond overtreden hadden en al wat Moshe, YHWH’s knecht,geboden had, dat hadden zij niet gehoord noch gedaan.
In 2 Koningen 17 staat daarvan ook een nadere beschrijving.
In 2 Koningen 18: 23 wordt vermeld dat “YHWH Israel van voor Zijn aangezicht wegdeed, gelijk als Hij gesproken had door den dienst van al Zijn knechten, de profeten; alzo werd Israel weggevoerd uit zijn land tot op dezen dag”.
(Onder Zedekia wegvoering van Yahudah naar Babal ((70 jaren) In het eerste jaar van koning Kores van Perzië laat hij hen gaan. 2 Kronieken 36:22,23 en Ezra 1:1-3)
Zelfs Yahudah hield YHWH’s geboden niet (…).Zo verwierp YHWH het ganse zaad (2 Koningen 17:19,20)
In Jeremia 3 worden Israel en Yhaudah als twee zusters voorgesteld
Omdat Israel Lo-Ammi is geworden en Yahudah tot op de huidige dag bekend is, lijkt mij Jeremia 16 bedoeld voor het huis Israels en Jeremia 17 voor het huis van Yahudah.

Het oordeel.

Enkele gegevens:

1 Koningen 12
1 Koningen 12:31
2 Kronieken 10

De duur.

Enkele gegevens:

Daniël 9: 24
Ezechiël 4:5,6
Leviticus 26:18
Mattheüs 24:15,16,20,21,32,33,34.
Numeri 13,14:34

Naam.

Enkele gegevens:

Hosea, het gehele boek met name hoofdstuk 1:6.

Scheiding (tweëerlei)

Zacharia 11:10
En Ik nam Mijn stok LIEFLIJKHEID, en Ik verbrak denzelven, tenietdoende Mijn verbond, hetwelk Ik met al deze volken gemaakt had.

Zacharia 11:14
Toen verbrak Ik Mijn tweeden stok, Samenbinders, tenietdoende de broederschap tussen Yahudah en Israel.

Zowel in Deuteronomium 4:23-29 en Jeremia 16 lees ik dat Israel een dubbele vergelding krijgt vanwege ongerechtigheid in verband met ongehoorzaamheid inzake het dienen van de goeden van de volkeren.

Even enkele notities :

Bij ongehoorzaamheid: straf Leviticus 26:14-18
Bij waarschuwing niet horen: zevenvoudige straf vers 18

Jerobeam stelde 2 plaatsen van aanbidding aan,zie 1 Kon. 12:29,30; 1 Kon. 12: 31.

Yahudah altijd bekend gebleven.( Lev.49:10)
Israël werd Lo-Ammi (Lev.26:33, Psalmen 83; Jer. 30:11, Jer.31:10; Hosea 1:9;
Naar Assyrië 721 voor BC

Lengte van straf: zevenvoudig, zie Lev. 26:18
Maal 390 dagen voor Israël en 40 voor Yahudah, die 1 voor elk jaar betekenden, zie Numeri 14:34; Ezechiël 4:6
= 390 x 7 = 2730 jaar
Israel in 720 BC naar Assyrië
Van -720 BC tot 2730 jaar later is 2010!

Terugkeer: Ezechiël 39 : 38
Jesaja 14:1-3
27:6
61:4
Israel in het westen wacht een oordeel ivm zonde door het nalaten van Torah, zie Ezechiël 18: 23,30,32.

Voorwaarde voor ontkoming is het praktiseren van gehele Torah.

Één jubeljaar is 50
Genesis 6:4 Bij Noach zei YHWH dat dagen van een mens 120 jaren zullen zijn, maar Noach werd ouder dan 120 jaar.
Één jubeljaar x 120 jaar (uit vers 4) maakt 6000 jaar

Van Adam tot nu maakt 6000 jaar
Voor YHWH is 1000 jaar als één dag, zie Ps. 90:4 ; 2 Petr. 3:8
Zes dagen plus één rustdag ( Milennium)
Voor zover bekend waren de laatste drie jubeljaren 1867, 1917, 1967 + 50 maakt 2017
Jesaja 46:9,10

Yahshua sprak over het uitbotten van de vijgeboom én een generatie dat niet voorbij zal gaan. Uitgaande van de stichting van de staat Israël in 1948 ( Jesaja 66:8) en een generatie van 70 jaar komen we op 2017!
(Matth. 24: 15,16,20,21,32,33,34.

——

Anno 2019…

18-6-2019

Het hierboven geschrevene ging uit van het inzicht toen en in grote lijnen betreffende het geschreven Woord kunnen we de geschiedenis van het gedeelde ene volk zien.Het Woord geeft aan dat er ook hereniging komt, maar niet langs natuurlijke wijze. Het is langs de lijn van belofte…

Zie het beloofde zaad in Genesis, de belofte aan Abraham, Yeshua, Sarah en Hagar (de vrije en dienstbare) Zo wie in Yeshua is is Abrahams zaad en naar de beloftenis (dat ene Zaad Yeshua) erfgenamen

Gal 3:16  Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een: En uw zade; hetwelk is Christus. 
Gal 3:17  En dit zeg ik: Het verbond, dat te voren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen. 
Gal 3:18  Want indien de erfenis uit de wet is, zo is zij niet meer uit de beloftenis; maar God heeft ze Abraham door de beloftenis genadiglijk gegeven. 
Gal 3:19  Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, dien het beloofd was; en zij is door de engelen besteld in de hand des Middelaars. 
Gal 3:20  En de Middelaar is niet Middelaar van een, maar God is een. 
Gal 3:21  Is dan de wet tegen de beloftenissen Gods? Dat zij verre; want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn. 
Gal 3:22  Maar de Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Yeshua de gezalfde aan de gelovigen zou gegeven worden. 
Gal 3:23  Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden. 
Gal 3:24  Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Yeshua, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden. 
Gal 3:25  Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester. 
Gal 3:26  Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Yeshua de Gezalfde. 
Gal 3:27  Want zovelen als gij in Yeshua gedoopt zijt, hebt gij Yeshuas aangedaan. 
Gal 3:28  Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Yeshua haMasshaiach. 
Gal 3:29  En indien gij van Yeshua zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen. 

Hierin wordt in principe onze redding, roeping, bestemming in kort bestek verwoord.

Beproef mijn woorden

@Hadassah


Een reactie plaatsen

Reisverslag

Om een reis te kunnen maken zijn er herkenningspunten nodig.
Men zegt dan bijvoorbeeld dat je van daar naar daar kunt gaan of dat je op dat kruispunt af moet slaan….
Zo heb ik, achteraf gezien om eveneens vooruit te kijken ook herkenningspunten ontdekt.
Ezechiël 37 is er één van.
Wellicht hebben velen dit hoofdstuk gelezen, bekeken.
Voor mij heeft het vooral richting aangegeven,zodat ik bepaalde herkenningspunten ook ging begrijpen.
Het is jaren geleden begonnen…of begon het al bij mn geboorte?
En de reis gaat voort…elke dag een dag verder.
Nu zou je met deze enkele woorden alle kanten uitkunnen…
Filosofisch, maar ook allerlei soorten geloofovertuigingen…
Daarom zal ik even duidelijk worden waar ik op doel, of liever gezegd, welk pad ik heb ontdekt….

Vanuit een behoudend christelijke hoek-en ik ben mn ouders dankbaar dat ze me leerden het Woord letterlijk en vooral grondig serieus te nemen- kwam ik op zeker moment tot de ontdekking dat de instructies of ook wel genoemd wet, die in de bijbel wordt genoemd, niet weggedaan was en ook niet vervangen, maar vooral bedoeld was om na te leven.
Onderzoek gaf aan dat het niet een gril was,maar dat het te maken had met identiteit.
Identiteit, afkomst, doorreis en bestemming.
Maar ook de indentiteit van de Koning der koningen, Zijn land en Zijn doel.
Daar wil ik een en ander over gaan schrijven in de komende tijd…
Maar ik begin met Ezechiël 37:16

“Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israels, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraim, en van het ganse huis Israels, zijn metgezellen.
17 Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot een worden in uw hand.
18 En wanneer de kinderen uws volks tot u zullen spreken, zeggende: Zult gij ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn?
19 Zo spreek tot hen: Alzo zegt Elohim YHWH: Ziet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraims hand geweest is, en van de stammen Israels, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen een worden in Mijn hand.
20 De houten nu, op dewelke gij zult geschreven hebben, zullen in uw hand zijn voor hunlieder ogen.
21 Spreek dan tot hen: Zo zegt Elohim YHWH: Ziet, Ik zal de kinderen Israels halen uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun land;
22 En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israels; en zij zullen allen te zamen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn.

Jeremia 6: 16 Zo zegt YHWH: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel;

Dit laatste vers gaat verder met de woorden dat zij niet luisteren zullen en we zullen gaan weten wat voor consequenties dat gaat geven. In Zijn ontferming heeft YHWH ook nog wachters aangesteld, om hen te gaan roepen dat af wilden en willen keren. De geschiedenis zal ons vaak en overvloedig laten zien, Wie YHWH is en wie Israel is.
Voor nu de aanwijzing die naar het leven leidt…..
Opgetekend door het hele Woord, dat men zowel bijbel noemt als de Schriften.
Ik ben het YHWH’s Torah gaan noemen omdat alle woorden onderwijzingen zijn met uitleg en voorbeelden.
Voor mij en voor een ieder die de weg naar het leven zoekt.
Leven.