Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Gods verborgen omgang vinden…

Er ligt een opgang in alle woord uit het boek der boeken, de bijbel.

Wat ik ontdek is dat de verborgenheid met het zichtbare oog en verstand niet te ontdekken is. Het is een geheimenis die alleen via de geest te “zien”wanneer wij Licht aangereikt krijgen.

Toen ik zojuist mijmerde over wat ik had geschreven, realiseerde ik mij dat Yeshua, ook wel bekend bij velen met de naam Jezus, Zich verborgen opstelt in de woorden van de gehele Schrift. Alle troost, raad, vreugde, mee-lijden doet mij denken aan de Yosef die niet herkend werd door zijn broers. Zó bescheiden is Hij, dat we alleen het boek in woorden zien en lezen en bij dieper afdalen, waar Hij lijden toelaat,zodat wij dieper gaan, zal Hij een opgang aanreiken, die aan het fysiek oog ontgaat. Daarom wordt bij dieper afdalen de tred geremd zodat wij de details opmerken.

Nadenkend over de titel kwamen de berijmde woorden uit psalm 25 in gedachten: “Gods verborgen omgang vinden, zielen waar Zijn vrees in woont, t’Heilgeheim wordt aan Zijn vrinden naar Zijn vreeverbond getoond… Bijzonder dat de Geest waarvan Johannes 14:26 spreekt zo duidelijk aangeeft dat die verborgen omgang nodig is om het heilgeheim aan Zijn vrienden te tonen. En dat is precies wat ik zojuist aan het ontdekken ben en met u wil delen.

Voor mij is het een diepere openbaring…Hij de Verborgene zal Zich openbaren.

Wat vooraf ging:

Vanmorgen kwam mij een berijmde psalm in gedachten, zoals gisteren de woorden “Hoe lieflijk hoe vol heilgenot” uit de berijming van psalm 84…En dáárvoor Habakuk 3…

Laatste éérst

Psalm 17:3

Ik zet mijn treden in Uw spoor,
Opdat mijn voet niet uit zou glijden;
Wil mij voor struikelen bevrijden,
En ga mij met Uw heillicht voor.
Ik roep U aan, ‘k blijf op U wachten,
Omdat G’, o God, mij altoos redt,
Ai, luister dan naar mijn gebed,
En neig Uw oren tot mijn klachten.  

Ik zet mijn treden…dat is een daad van de wilShema

Treden als van een opgaande trap…omhoog

Opdat mijn voet niet uit zou glijden

Woorden van Hem houden kracht voor alle tijden

En ga mij met Uw heillicht voor

Bede die verhoort gaat worden omdat aan de voorwaarden wordt voldaan

Ik roep U aan, ik blijf op U wachten

Er is geen andere die hulp kan bieden en wachten kan troostend zijn vol hoop

Omdat Gij O YHVH mij altijd redt…De Enige Die dat doet

Ai luister dan naar mijn gebed en neig Uw oren tot mijn klachten

De mens die hulp van Hem verwacht

De woorden “Hoe lieflijk hoe vol heilgenot” kwamen na Habakuk 3.

Hoe kan men overweldigd worden door allerlei beslommeringen in het leven die realiteit zijn, maar bij teveel invloed de innerlijke vrede beroven.

Habakuk’s bevinding is op vele diepe belevingen van toepassing. De beschrijving in hoofdstuk 3 zouden door andere onderwerpen ingevuld kunnen worden, maar de woorden “alhoewel”en “nochtans” boeten niet aan kracht in. Als een rots in de branding blijft de ondergrond van het geschonken geloof staan. Dat geloof geeft kracht om over de bergen van ellende heen te kijken.

Het is ook niet zo dat vrede met Abba Vader het zichtbare geluk is…de vrede die alle verstand te boven gaat, die is het die de voeten als die der hinden maakt.

Aan ons de vraag of we de juiste houding nemen om die vrede toe te laten.

Psalm 84:1

Hoe lief’lijk, hoe vol heilgenot,
O HEER, der legerscharen God,
Zijn mij Uw huis en tempelzangen!
Hoe branden mijn genegenheên,
Om ’s HEEREN voorhof in te treên!
Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen;
Mijn hart roept uit tot God, Die leeft,
En aan mijn ziel het leven geeft.

Verlangen met een innerlijke overtuiging..dat spreekt hier uit de woorden…hoewel wat oudere taal ook hier weer de diepte. Immers is de grootheid van God/Elohim niet te verwoorden in een enkele zin. We blijven beschrijven.

Mijn hart/geest, levend gemaakt door de tweede Adam, roept uit tot Hem Die leeft/is en aan mijn ziel, welke niet de geest is, het leven geeft. Een volkomen shalom in het gehele wezen van de mens.

Zijn gedachten zijn hoger dan onze gedachten staat er in het boek van Jesaja geschreven..Wij waren uit de aarde via de eerste Adam en wanneer wij Yeshua’s aanbod hebben aanvaard en omhelst zijn wij van de eerste Adam geestelijk opgewekt in de tweede Adam. Dat is een geheimenis, waar we de woorden van Habakuk in herkennen gaan wanneer we met geestelijke ogen kijken.

https://www.youtube.com/watch?v=BZk94sni-NY

https://www.youtube.com/watch?v=fpANqL3rexM

https://www.youtube.com/watch?v=ow_1CpCbLb4

Hab 3:17  Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal; 
Hab 3:18  Zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils. 
Hab 3:19  De Heere HEERE is mijn Sterkte; en Hij zal mijn voeten maken als der hinden, en Hij zal mij doen treden op mijn hoogten. Voor den opperzangmeester op mijn Neginoth. 

 

 


Een reactie plaatsen

Sleutelles 1Samuel 8

Aan de hand van 1Samuel 8 gaan wij bepaalde keuzes nader bekijken. Een ieder zij in zijn of haar eigen gemoed vrij om de gebeurtenis te overdenken en er lering uit te trekken. Meegenomen vraag is voor mijzelf van belang of keuzes overeenkomstig de wil van onze Schepper is.

Hoe een en ander aanleiding werd…

1 ¶ Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel.
2 De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba.
3 Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht.

Zonen van Samuel waren gezien hun praktische leven in de ogen van de oudsten niet geschikt als opvolger. Zo kwamen de oudsten ertoe, blijkbaar zonder YHVH te raadplegen, tot de gedachte te doen als de volken rondom hen:
4 ¶ Toen vergaderden zich alle oudsten van Israel, en zij kwamen tot Samuel te Rama;
5 En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben.

6 Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad YHVH/ den HEERE aan.

Toen ik voor de eerste keer het antwoord van YHVH zag, trof mij dat diep! En heeft mij sindsdien niet meer losgelaten…

7 Doch YHVH/de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.
8 Naar de werken, die zij gedaan hebben, van dien dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op dezen dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; alzo doen zij u ook.

Maar zij hebben Mij verworpen

Maar zij hebben Mij verworpen….

Zij hadden niet genoeg aan Hem, zij wilden net als de volkeren rondom hen een eigen menselijke koning hebben.

Waarmee vervolgt YHVH Zijn gesprek?

9 Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal.

Samuel moest hen zeggen dat het volk dan ook de regels van de eigen gekozen koning op moest volgen. Ligt hier ook een les voor ons?

10 Samuel nu zeide al de woorden des HEEREN het volk aan, hetwelk een koning van hem begeerde.
11 En zeide: Dit zal des konings wijze zijn, die over u regeren zal: hij zal uw zonen nemen, dat hij hen zich stelle tot zijn wagen, en tot zijn ruiteren, dat zij voor zijn wagen henen lopen;
12 En dat hij hen zich stelle tot oversten der duizenden, en tot oversten der vijftigen; en dat zij zijn akker ploegen, en dat zij zijn oogst oogsten, en dat zij zijn krijgswapenen maken, mitsgaders zijn wagentuig.
13 En uw dochteren zal hij nemen tot apothekeressen, en tot keukenmaagden, en tot baksters.
14 En uw akkers, en uw wijngaarden, en uw olijfgaarden, die de beste zijn, zal hij nemen, en zal ze aan zijn knechten geven.
15 En uw zaad, en uw wijngaarden zal hij vertienen, en hij zal ze aan zijn hovelingen, en aan zijn knechten geven.
16 En hij zal uw knechten, en uw dienstmaagden, en uw beste jongelingen, en uw ezelen nemen, en hij zal zijn werk daarmede doen.
17 Hij zal uw kudden vertienen; en gij zult hem tot knechten zijn.

…tot knechten zijn..onder hun zelf gekozen koning…

Van kinderen knechten worden…

Het volgende moest het volk ook te horen krijgen, dat wanneer de koning over hen al deze dingen zou gaan doen, YHVH hen te dien dage niet zou verhoren. Ligt hier ook een les voor ons?

18 Gij zult wel te dien dage roepen, vanwege uw koning, dien gij u zult verkoren hebben, maar de HEERE zal u te dien dage niet verhoren.

Doch het volk weigerde te horen, terwijl ze nog terug konden! In hun gedachte hadden ze YHVH al verworpen en toch weigerden zij zich te bekeren om YHVH als Enige over hen te stellen.

19 Doch het volk weigerde Samuels stem te horen; en zij zeiden: Neen, maar er zal een koning over ons zijn.
20 En wij zullen ook zijn gelijk al de volken; en onze koning zal ons richten, en hij zal voor onze aangezichten uitgaan, en hij zal onze krijgen voeren.

Kunnen wij zeggen dat YHVH het was die dit gebod instelde? Dat lezen wij er niet uit. Wel dat YHVH het toelaat, omdat Hij weet wat er gaat gebeuren. Zo heeft Hij regelmatig zaken toegelaten om Zijn kinderen hun eigen keuzes te laten ervaren en vaak was het dan de volgende generatie die terugkeerde. Het had zo niet gehoeven, als wij(1) en onze vaderen tevens, Zijn raad opgevolgd hadden.

21 Als Samuel al de woorden des volks gehoord had, zo sprak hij dezelve voor de oren des YHVH’s.
22 YHVH/De HEERE nu zeide tot Samuel: Hoor naar hun stem, en stel hun een koning.

Als we verder lezen, zullen we gaan weten wat het ons heeft gebracht, maar hier op deze plek in de geschiedenis, kwam het volk ertoe om een andere koning te verkiezen boven YHVH.

Wat leert ons deze geschiedenis?

Met die vraag wil ik eindigen. Joh 14:26 geeft ons inzicht wie onze Leraar is. Er is geen andere.

  1. Zoals ik het geschreven Woord van YHVH lees, is er voor Hem geen onderscheid tussen de kinderen Israels bij de berg, in het land Kanaan en wij nu. In Yeshua, door Wiens bloed wij geadopteerd zijn in het huisgezin van YHVH, zijn wij net als de vreemdelingen bij de berg (veel vreemd volks) de “wij Israel”, naar de belofte. Er is maar één volk wat Hem toebehoort en door Yeshua zijn de gevonden verloren schapen van het huis Israels door Zijn zoenbloed, niet meer verloren maar Israeliet geworden. Als Hij het zegt, is niets anders doorslaggevend.


Een reactie plaatsen

Om Jona

Vanmorgen was ik een uiteenzetting aan het beluisteren van de familie in Mesa en er werd gedeeld dat de huidige situatie te maken heeft met hen die naar Vaders voornemen geroepen zijn en niet wandelen in Zijn wegen. Dat sluit aan bij onze gedachte om buitenom te laten voor wat het is en ons meer te richten op Abba YHVH die alles in handen heeft. Hij opent en sluit deuren. We zouden mogelijk nog tegen Abba Vader in kunnen gaan als we verzet zouden tonen. We zullen het echt alleen van Abba Vader moeten horen wat onze houding, ons getuigenis in deze dagen is. En we mogen aan de ander vragen wat Abba Vader hen opdraagt te doen. Is het niet zo dat een woord staat onder twee of drie getuigen?

Toen ik zo aan het luisteren was, kwam mij de geschiedenis van Jona voor de geest. Jona die instructies kreeg en die niet opvolgde. Laten we lezen wat er staat :

1 En het woord des YHVH’s/ HEEREN geschiedde tot Jona, den zoon van Amitthai, zeggende:
2 Maak u op, ga naar de grote stad Nineve, en predik tegen haar; want hunlieder boosheid is opgeklommen voor Mijn aangezicht.

Maar Jona doet iets heel anders, hij maakt zich op om te vluchten ván het aangezicht van YHVH.
3 Maar Jona maakte zich op om te vluchten naar Tarsis, van het aangezicht des HEEREN;

en hij kwam af te Jafo, en vond een schip, gaande naar Tarsis,

Bedenkt Jona zich hier om toch maar niet te gaan? De stem van de Vader is luid en duidelijk genoeg…

Nee, hij geeft zijn bagage om met hen naar Tarsis te gaan. Je zou zeggen dat dit de derde stap is. Eerst de gedachte om niet te doen wat YHVH hem gebiedt, ten tweede hij vlucht en ten derde stapt hij in de boot om mee naar Tarsis te gaan

en hij gaf de vracht daarvan, en ging neder in hetzelve, om met henlieden te gaan naar Tarsis, van het aangezicht des HEEREN.

En dan?
4  Maar de HEERE wierp een groten wind op de zee; en er werd een grote storm in de zee, zodat het schip dacht te breken.

Hoe zouden wij zonder achtergrond informatie deze grote wind en deze grote storm verstaan?

Een grote wind en een grote storm,zodat het schip dacht te breken

…..Een natuurverschijnsel die toevalligerwijs ontstond net nu Jona naar Tarsis wilde gaan?

Het zijn de vreemdelingen die tot hun eigen god baden en de slapende Jona wakker maken:

5 Toen vreesden de zeelieden, en riepen een iegelijk tot zijn god, en wierpen de vaten, die in het schip waren, in de zee, om het van dezelve te verlichten; maar Jona was nedergegaan aan de zijden van het schip, en lag neder, en was met een diepen slaap bevangen.

Eigenlijk was Jona heel egoïstisch, omdat hij door zijn ongehoorzaamheid de zeelieden, die niet de Schepper des hemels en aarde kenden, in grote nood bracht. En door zijn ongehoorzaamheid hun goederen overboord gooiden. Jona werd niet wakker en zo kwam de kapitein naar hem toe om hem op zijn verantwoordelijkheid te wijzen dat ook hij moest gaan bidden en smeken om niet te verdrinken:

6 En de opperschipper naderde tot hem, en zeide tot hem: Wat is u, gij hardslapende? Sta op, roep tot uw God, misschien zal die God aan ons gedenken, dat wij niet vergaan.

De matrozen hadden al tot hun goden geroepen en kregen een gedachte om te gaan loten waarmee ze dachten te ontdekken door wiens wil hen dit overkwam:
7 Voorts zeiden zij, een ieder tot zijn metgezel: Komt, en laat ons loten werpen, opdat wij mogen weten, om wiens wil ons dit kwaad overkomt. Alzo wierpen zij loten, en het lot viel op Jona.

Het lot viel op Jona en zij vroegen hem om uitleg:
8 Toen zeiden zij tot hem: Verklaar ons nu, om wiens wil ons dit kwaad overkomt. Wat is uw werk en van waar komt gij? Welk is uw land en van welk volk zijt gij?

Eerst toen maakte Jona zich bekend. Let er op dat hij het niet uit zichzelf deed. Er moest iets door Iemand anders gebeuren:                                                                                                                                                                        

9 En hij zeide tot hen: Ik ben een Hebreer; en ik vreze YHVH/ den HEERE, den God des hemels, Die de zee en het droge gemaakt heeft.

We lezen dat de mannen steeds bevreesder werden en zich hardop afvroegen wat te doen:
10 Toen vreesden die mannen met grote vreze, en zeiden tot hem: Wat hebt gij dit gedaan? Want de mannen wisten, dat hij van des HEEREN aangezicht vlood; want hij had het hun te kennen gegeven.
11 Voorts zeiden zij tot hem: Wat zullen wij u doen, opdat de zee stil worde van ons? Want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger.

Eerst dan geeft Jona zich over aan YHVH omdat hij inziet waarom dit alles gebeurt. Hij zegt dat zij hem overboord moeten gooien. Maar de mannen doen dat niet direct. Ze proberen het schip aan land te brengen, maar de zee werd almaar onstuimiger:
12 En hij zeide tot hen: Neemt mij op, en werpt mij in de zee, zo zal de zee stil worden van ulieden; want ik weet, dat deze grote storm ulieden om mijnentwil over komt.
13 Maar de mannen roeiden, om het schip weder te brengen aan het droge, doch zij konden niet; want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger tegen hen.

En dan gebeurt er ook iets met de zeelieden. Ze roepen YHVH aan en in hun gebed lezen we dat zij Jona niet willen laten verdrinken. Hun nood is te groot en zo komt het gebed op de juiste plaats terecht:
14 Toen riepen zij tot den HEERE, en zeiden: Och HEERE! laat ons toch niet vergaan om dezes mans ziel, en leg geen onschuldig bloed op ons; want Gij, HEERE! hebt gedaan, gelijk als het U heeft behaagd.
15 En zij namen Jona op, en wierpen hem in de zee.\

En toen?

Toen stond de zee stil van haar verbolgenheid.

Gevolg: De mannen vrezen YHVH en slachten om n offer te brengen, belovende geloften
16 Dies vreesden de mannen den HEERE met grote vreze; en zij slachtten den HEERE slachtoffer, en beloofden geloften.

Jona, waarom kreeg ik Jona in mijn gedachten? Zou het kunnen omdat hij de opdracht van YHVH wederstond en op eigen houtje ging handelen naar zijn eigen voornemen? Zou het kunnen dat de Ruach haKodesh/Heilige Geest in wil geven, dat er vele Jona’s zijn? Dat eigenhandig handelen gebeurt veel om me heen. Mensen hebben het over verzetten, omdat ze onrecht ervaren en al druk doende verschuift de aandacht meer en meer naar bijzaken in plaats van wachten op de Meester wanneer het Hem belieft dat wij doen zullen.

Zegt de psalmist niet dat hij liever aan de dorpel verblijft dan bij duizend elders? Psalm 94:10 Want een dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders; ik koos liever aan den dorpel in het huis mijns Gods te wezen, dan lang te wonen in de tenten der goddeloosheid.

Hebben wij gedaan wat in ons vermogen lag om terug te keren naar de Oude paden?

In de uiteenzetting van LMM kwam naar voren dat er veel mensen in Amerika teruggegleden  waren en het niet zo ernstig meer namen. Iemand deelde dat er vele mensen struikelen over tegenslagen en zodoende het smalle pad loslaten omdat het in hun ogen geen resultaat geeft. Het is de tijd van volharding – Hebreeën 12.

Hoe is dat in andere landen en locaties?

De jaren gleden voorbij, maar er kwam geen resolute terugkeer. Zou dit door YHVH beschikt zijn. om de Jona’s tot inkeer te brengen?  Voor het te laat is en zij de tekenen der tijden niet meer opmerken en zich laten verleiden de verleider te volgen?

Dan is dit schudden genade!

Het is immers Abba Vader die alle touwtjes in handen heeft?  Bedenk dat Hij ons als volk ziet omdat wij naar de belofte erfgenamen zijn. De melo hagoyim die uit de eerstgeboortebelofte van Efraïm voortkwam en dát door Yeshua. Staat niet zegen en vloek in Deuteronomium? Er ontgaat niets aan Zijn oog. Micha 6:2 geeft weer dat YHVH een last heeft tegen Zijn volk. 

6 Ja, Hij geeft meerdere genade. Daarom zegt de Schrift: God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.
7 Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden.

Jakobus 4:10 Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen.
1 Petrus 5:6 Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd.

Het is nu meer dan ooit de tijd om onze ogen naar boven te richten, zodat zaken om ons heen bijzaken worden die we aan Abba Vader overlaten kunnen, zodat Hij weer ons daadwerkelijke Middelpunt gaat worden.

Laten wij daarom YHVH nederig vragen wat Hij verkiest, dat wij doen zullen.

Er is nog veel meer te zeggen. Waar het hart vol van is… Daarom tot slot de video getiteld Light in the Darkess

Dank voor uw aandacht en toets mijn woorden!


1 reactie

Zwaarwegende verantwoordelijkheid

Regelmatig vernemen we dat mensen die huisgroepen cq gemeenten beginnen vanuit hun huis, heel vaak niet goed voorbereid zijn om opzieners te zijn en daarnaar te handelen.

Wat is een opziener?

1 Timotheüs 3: 1 1Ti 3:1  Dit is een getrouw woord: zo iemand tot eens opzieners ambt lust heeft, die begeert een treffelijk werk. 
1Ti 3:2  Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouwe man, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren; 
1Ti 3:3  Niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker; maar bescheiden, geen vechter, niet geldgierig. 
1Ti 3:4  Die zijn eigen huis wel regeert, zijn kinderen in onderdanigheid houdende, met alle stemmigheid; 
1Ti 3:5  (Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?) 
1Ti 3:6  Geen nieuweling, opdat hij niet opgeblazen worde, en in het oordeel des duivels valle. 
1Ti 3:7  En hij moet ook een goede getuigenis hebben van degenen, die buiten zijn, opdat hij niet valle in smaadheid, en in den strik des duivels. 

Tit_1:7  Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet genegen tot toornigheid, niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker;

Opziener G1985
ἐπίσκοπος
episkopos
 overseer.

Iemand die kundig is, de zaken overziet en oog heeft voor hen die in zijn en/of haar huis komen. Die met calamiteiten het heft in handen neemt om met wijsheid en verstandig beleid de rust weet te handhaven.

Spr 11:14  Als er geen wijze raadslagen zijn, vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden. 

De koning in de gelijkenis trad op als opziener, getuige de volgende woorden: Mat 22:11  En als de koning ingegaan was, om de aanzittende gasten te overzien, zag hij aldaar een mens, niet gekleed zijnde met een bruiloftskleed; 
Mat 22:12  En zeide tot hem: Vriend! hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aan hebbende? En hij verstomde. 

We weten wat er daarna gebeurde. De daad werd bij het woord gevoegd.

Mat 22:2  Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had….

Yeshua is ons Voorbeeld hoe als opziener te zijn:

1Pe_2:25  Want gij waart als dwalende schapen; maar gij zijt nu bekeerd tot den Herder en Opziener uwer zielen.

Aangesteld:

Jer_29:26  YHVH/De HEERE heeft u tot priester gesteld, in plaats van den priester Jojada, dat gij opzieners zoudt zijn in YHVH’s/des HEEREN huis over allen man, die onzinnig is, en zich voor een profeet uitgeeft, dat gij dien stelt in de gevangenis en in den stok.

Strijdbaar

Eze_9:1  Daarna riep Hij voor mijn oren met luider stem, zeggende: Doet de opzieners der stad naderen, en elkeen met zijn verdervend wapen in zijn hand.

Herder

Act_20:28  Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.

Laten wij die taak niet lichtzinnig nemen!

Naar de mate wij de taak opvatten zo zal ook de vrucht zijn.

Nawoord:

Twee teksten hierboven geven mijns inziens aan, dat het begrip nieuweling hier aangeeft dat de persoon het weliswaar niet aan enthousiasme ontbreekt, maar nog niet voldoende door lastige situaties is gegaan en dermate beproefd is geworden, dat de eigenschappen die nodig zijn om een huisgezin van de Vader te begeleiden in dienende zin, niet voldoende aanwezig zijn, zodat bij aanvechtingen en moeilijke kwesties eigen kracht makkelijk kan worden aangewend in plaats van wenden tot de Vader voor openbaring om Vaders huisgezin, te kunnen blijven weiden. 1Ti 3:6 Geen nieuweling, opdat hij niet opgeblazen worde, en in het oordeel des duivels valle.

Het tweede vers is ook van groot belang, omdat dat getuigenissen van anderen over de daden van betreffende persoon een zoete geur van de Messias verspreiden, zodat kinderen uit Vaders huisgezin zich veilig weten. Zelfonderzoek én wijze raad van andere in het leven doorkneedde mensen, moeten kunnen vaststellen of men betrouwbaar en kundig genoeg is.

1Ti 3:7 En hij moet ook een goede getuigenis hebben van degenen, die buiten zijn, opdat hij niet valle in smaadheid, en in den strik des duivels.

Het is vaak zo dat men afgaat op een woord of een emotie of te snel willen helpen of andere motieven. Ik wil een voorbeeld geven die ik eens las in een boekje. Een echtpaar had een profetie gehad om in Peru te gaan dienen. Dat lag al op hun hart en dus gingen ze aan de slag. Ze verkochten alles, zodat ze klaar waren om te vertrekken. Maar wat ze ook probeerden, ze kwamen niet in Peru. Teleurstelling, frustratie en ontgoocheling zullen wel een rol hebben gespeeld, alswel twijfel over die profetie die ze hadden gekregen. Na ongeveer zeven jaar was Abba’s tijd aangebroken en konden ze moeiteloos gaan,omdat de deuren geopend waren. de les die ze eruit leerden was, dat ze vergeten waren Abba YHVH te bidden om te vragen hoe Hij het wilde hebben dat het zou gaan. Al hun eerste pogingen waren in eigen kracht gebeurd.

Wanneer Abba YHVH iets wil dat wij doen zullen zal Hij de weg banen en door de geloofsrelatie van de betreffende persoon die Vaders Stem door de Heilige Geest is gaan verstaan ( wat overigens door oefening tot stand komt en dan nog altijd bij de les blijven) komt de uitwerking van de roeping tot stand op n manier die wij meestal niet voor ogen hadden. Dán gaat de eer alleen naar Hem. Het is Zijn Koninkrijk wat geopenbaard wordt, niet de onze.

Test mijn woorden, shalom Hadassah.


1 reactie

De beste Leraar

Gedurende deze afgelopen week kwamen mij wat woorden in gedachten…Zij kwamen zachtjes tot ik besefte dat het woorden van een berijmde psalm waren…

“Hij die op Yah’s bescherming wacht, wordt door de hoogste Koning…”

De woorden zingend maakte dat ik het lied vervolgen kon zonder echt na te hoeven denken welke woorden het waren..het nadenkende begrip kwam door de woorden te herhalen. Wat is het goed wanneer men al jong liederen leert, besefte ik.

“Beveiligd in de duistere nacht, beschaduwd in Yah’s woning…                    
Dies noem ik God, zo goed als groot
Voor hen, die op Hem bouwen,
Mijn burg, mijn toevlucht in den nood,
Den God van mijn betrouwen.”

Het begon me duidelijk te worden terwijl ik me verwonderde dat ik elke dag dezelfde woorden kreeg, dat Hij mij iets wilde zeggen.

Hij, de mens, die op Vaders bescherming wacht, niet vlucht maar vertrouwend wacht..wacht op Zijn bescherming in plaats van op andere vorm van bescherming

…wordt door de hoogste Koning…Yeshua, Hij is het die de hoogste Koning is…beveiligd in de duistere nacht….verzegeld in een omgeving of tijd die omschreven wordt als duisternis…duisternis kan ook betekenen dat de mens in zijn algemeenheid het niet meer weet…verwarring…zonder zicht..dan is er alleen bij Hem rust, waarheid en vrede…beveiligd…

beschaduwd in Yah’s woning..schaduw is een bescherming zodat men je niet ziet..zoals YHVH het aan een gebied vraagt om Zijn verdrevenen schaduw te bieden, bescherming…Jesaja 16 vers 3 maakt uw schaduw op het midden van de middag..verbergt de verdrevenen en in vers 4 mijn verdrevenen…

Dies noem ik God, de God YHVH mijn burcht, mijn toevlucht in de nood.. De Naam van YHVH is als een sterke toren, de rechtvaardige zal daarhenen lopen en in een hoog vertrek gesteld worden- Spreuken 18:10 ;Psalm 61:3..

Vandaag kreeg ik de woorden van een andere berijmde psalm “Zo gij in het recht wil treden, O Heer/Yah en gadeslaan
Onz’ ongerechtigheden;
Ach, wie zou dan bestaan?
Maar neen, daar is vergeving
Altijd bij U geweest;
Dies wordt Gij, Heer’, met beving,
Recht kinderlijk gevreesd.”

Terwijl ik beide psalmen overdacht, realiseerde ik mij, dat deze beiden verwezen naar de enige juiste richting..Ik had ze zelf niet bedacht ze nu te herinneren. Ik wérd eraan herinnerd. Ik werd onderwezen, dat de Enige bescherming door de hoogste Koning beveiligd wordt.

Psalm 130 vers 2 zegt ons iets over rechtvaardigheid én genade.

Zo gij in het recht wil treden, O Heer/Yah en gadeslaan
Onz’ ongerechtigheden;
Ach, wie zou dan bestaan?

Maar néén, daar is vergeving altijd bij U geweest!

Dies, daarom  wordt Gij, Yah, YHVH, met beving,
Recht kinderlijk gevreesd…Vreze des ‘Heeren’/YHVH is beginsel der wijsheid…Geloofd zij Yah met diep ontzag…

Deze psalmen zeiden me nog iets. Ze kwamen in de tijd tussen Yom Teruah en Yom haKippurim…Opgang naar…

Afgelopen week heb ik vaak naar de berijmde psalm geluisterd en ook meegezongen. Wat geven woorden die naar YHVH verwijzen, naar Yeshua toch diepe rust en vertrouwen temidden van nu.

Wacht dan, ja wacht, verlaat u op Yahweh – psalm 27

Psalm 91, psalm 130.


2 reacties

Wat Zijn hand begon, draagt Zijn zegen, getuige Openbaring 22

Alhoewel de wereld om ons heen er anders uit lijkt te zien dan een paar jaar geleden, gaat Abba YHVH door met Zijn plan om de weg te banen naar het herstel van die éne Bruid, Zijn ondertrouwde vrouw.

Er is veel verwarring wie Israel is, wie Efraïm zou zijn en waarom dat weggezonden huis van Israel zoveel aanduidingen heeft.

Er zijn een paar belangrijke handvaten:

– In de tuin van Eden, Gan Eden waren twee bomen. De boom des levens en de boom der kennis des goeds en des kwaads. De mens had de vrije wil om wel of niet naar de slang te luisteren.

-Zij verkozen de boom der kennis des goeds en des kwaads boven de boom des levens en zo werden zij verdreven uit de tuin.

– Abba YHVH heeft door Zijn knechten, die Hij koos en zij beaamden, schriftelijk laten optekenen, hoe Zijn plan is en welke condities eraan ten grondslag liggen, om daaraan te voldoen.

– De zegen van Abraham doorgegeven aan Efraïm die door belofte en niet door afkomst eerstgeborene werd van een menigte van volkeren.

– De kinderen Israels zijn ons tot voorbeeld -1 Corinthe 10.

Het volk, de scheuring van één natie in twee koninkrijken/huizen.

-De scheidbrief aan het noordelijk huis.

-De wetmatigheid en gevolg van het verbod een overspelige vrouw te trouwen die men wegzond, waardoor Yeshua én de ongerechtigheid op Zich nam én stierf, zodat er een nieuwe mogelijkheid ontstond om toch in de toekomst die éne Bruid te huwen.Yeshua is de Deur tot de Vader, dus de Bruid dient door deze Deur te gaan om Israel naar de belofte te worden.

-De verandering van priesterdienst getuige de Hebreeënbrief, waaruit we lezen dat Yeshua Hogepriester is naar de orde van Melchizedek. De volgorde van naderen Jer 3:18, Romeinen 9-11

Wanneer wij deze handvaten toepassen, zullen vele verwarrende uitleggingen terzijde geschoven kunnen worden. Leringen van mensen, die veelal ontstaan door het niet vasthouden van Vaders bestel dat het Hem gaat om wat Hij eerst gescheiden had, overeenkomstig Zijn belofte en voorwaarden opnieuw samen te voegen.

Yeshua komt niet eerder nadat Zijn herstelde Bruid Hem kan verwelkomen en momenteel kunnen wij niet van een krachtig Efraïmkamp spreken, u wel? Kan er van naderen als natie tot een natie sprake zijn?

Dan moeten de stemmen vanuit het andere kamp onderzocht worden, die een enkele Efraimiet roepen (omgekeerde volgorde), of zij voldoen aan de voorwaarden van YHVH’s plan.

Alleen dat van Abba Vader zal stand houden. Het is daarom meer dan ooit nodig Zijn Stem te verstaan en dat vraagt oefening. Raadt Yeshua ons niet aan in Joh 14:26 dat na Yeshua’s hemelvaart de Ruach haKodesh/ Heilige Geest zou komen om ons alles indachtig te maken wat Yeshua ons geleerd heeft?

Wij weten op grond van Yeshua’s leven,sterven en opstaan dat de voorjaarsfeesten vervuld zijn. Weet Juda dat ook?

Een pionier in het het Yosefkamp antwoordde eens een rabbijn, dat het kamp van Yosef/ Efraim nog niet op orde was en dat tot dan van over en weer geen sprake kon zijn.

Velen zijn nog onwetend dat het huis schoongeveegd moet worden en alleen de banier van Yeshua gevoerd mag worden, wil er de zegen van Abba YHVH op rusten.

Met dat voor ogen kunnen we om ons heen kijken en verstaan dat er voorbarig uit eigen beweging initiatieven gedaan worden die de zegen van YHVH niet zullen ontvangen. Het niet onderscheiden van Zijn stille Stem contra zielse emotie is zorgwekkend.

Maar Abba YHVH heeft een begin gemaakt, die niemand stoppen kan! Volgens Zijn plan, voorwaarden en onder de banier van Yeshua.

Gestadig het hoofd biedend in volhardende houding gaan zij voort. Vasthoudend aan wat zij aan openbaring verkregen. Deze kleine volhardende groep mensen zijn in de vier hoeken der aarde te vinden. Zo kunnen we constateren dat het Yosef dat wel aan Abba YHVH’s voorwaarden voldoet, leeft en niet meegaat in allerlei wind van leer, maar hun ogen gericht hebben op de komende Koning, Die is, was en komen zal.

Die Dezelfde is, gisteren heden en in alle eeuwigheid.

Die is wat van Hem in de Schrift geschreven is.

Elohim/God en mens.

Met het verstand niet te vatten, alleen in geloof omhelst.

@Hadassah


1 reactie

Beproefd en bevestigd Levend geloof

Ik kreeg voor n poosje terug een gedachte die in vragen uitmondde, waarover ik ging mijmeren en ik denk dat ik ze kreeg en niet zelf bedacht…
Een paar van die vragen waren waarom
– ik in sommige christelijke stromingen zo sterk het Vaderhart bespeur
– ik in diezelfde kringen zo sterk het geloof in Yeshua/Jezus terugvindt
– de mensen uit die kringen zo kunnen getuigen over wat de Vader, die zij eerbiedig HEERE noemen,door de Heilige Geest, werkzaam is in hun hart en leven

De vragen gingen vooraf aan een gedachte dat kennis uit verstand zo leeg is in tegenstelling tot kennis vanuit ondervinding in relatie tot geloof en belijdenis van Yeshua.

Globaal heb ik ervaren dat er meer kennisoverdracht is dan geloofsondervindelijke openbaring. Het zijn twee tegenovergestelden, die niet in elkaar opgaan.

Men vindt het zowel in het christendom, jodendom en messianisme.

Er is geestelijk onderscheid voor nodig, zelfonderzoek en zelfstudie om te kunnen gaan verstaan waar de verschilpunten zitten.

De vorming om tot zelfonderzoek, zelfstudie te komen is er een van los willen en durven komen van wat vanuit het achterland vertrouwd is. Het geestelijk onderscheid kan niet verworven worden, wel geoefend, wanneer men het ontvangen heeft.

Geestelijk onderscheid kan zonder geloof, welke een gevolg is van de belijdenis van Yeshua, niet verkregen worden door eigen werk.

Joh 14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.                                                                                                                                                    1Co 2:12  Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van Elohim/ God geschonken zijn;
1Co 2:13  Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.
1Co 2:14  Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.
1Co 2:15  Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hij zelf wordt van niemand onderscheiden.                                                                                                                     Heb_11:3  Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden.

Dat dit ware geloof er al was voordat Yeshua naar de aarde kwam, getuigt onder anderen de Hebreeënbrief, maar daar gaan we nu niet op in.

Toen ik als kind in het behoudend christendom – buitenkerkelijk- onder de ernst van de noodzaak liep om wederom geboren te worden, heb ik eveneens als kind bijzondere ervaringen gehad in het leven van mijzelf en in het leven van anderen. Ik weet de dag in 1985, dat ik bewust werd van mijn wedergeboorte en dat was een aantal jaren voordat mij de openbaring omtrent de shabbat ten deel viel.

De latere openbaring van de shabbat was erg belangrijk, maar niet de belangrijkste voorwaarde om wederomgeboren te worden. Daarvan getuigt het geschreven Woord.

Joh_3:3  Yeshua antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.

Nu ik dan wandelend liep te peinzen over het ware proefondervindelijk geloof, een term die wij in het messiaanse niet of nauwelijks horen zeggen, bespeurde ik bij mijzelf door de herhaalde kennis een leegte, die ik op mijn beurt bij weinigen bespeurde of vernam en ik vroeg mij af hoe dat kwam of dat ik misschien niet opmerkte waar ik naar op zoek was.

Vele ingebrachte leringen van mensen, die weliswaar wijs in de ogen van menig mens en misschien vanuit (soms onwetend) aangepraat schuldgevoel makkelijker toegankelijk geworden zijn, wakkerden mijn vraag naar persoonlijk relatiegeloof in anderen aan.

Yeshua en Dien gekruisigd

Mijn blik, die meer naar mensen zocht die vanuit hun persoonlijke ondervinding van Yeshua’s leven in hen konden getuigen in plaats van allerlei kenniszaken, werd sterker ontwikkeld.

En ik werd in de afgelopen tijd gevormd om uit te gaan van dat Enige Nodige. Dát als uitganspunt te nemen. Kenmerken daaraan vooraf is zondebesef, waaraan wij kunnen zien dat de Geest van Heiligheid werkzaam is.

Rev_2:4  Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten.

Is in die eerste liefde niet álles gelegen? Getuigen van Hem Die ons redde?

Ik kreeg oor om op te merken waar het Vaderhart levend bleek…waar het geloof in Yeshua/Jezus zo sterk bleek en dat er mensen zijn die zó vrijmoedig vanuit hun persoonlijke ervaring getuigen van de werkzame Vader in hun leven, die zij heel eerbiedig den HEERE noemen.

Abba YHVH liet mij eerst voorzichtig de “buitenomme” lopen in de vorm van getuigenissen lezen…Dat was een naderen…Want een vriendschapshouding overvalt niet en soms moet je het onbekende leren te verstaan. Soms is dat onbekende onbekend geworden vanwege lang geleden…

Een buitenlandse vriendin vertelde ons onlangs, dat haar dochter naar een zondagskerk ging omdat zij daar zo liefdevol omgingen met de arme,weduwe en mensen in nood, terwijl deze dochter dat niet bij de messianen ondervond. Deze zondagskerk had ruimte ingebouwd om voor shabbatvierenden een aparte studie te doen.

Recentelijk was ik op bezoek bij een vriendin en zij vroeg mij spontaan mee te gaan naar n familie, alwaar ik onverwachts maar op Zijn tijd, uit de mond van een vriendelijk man, die de gewoonte heeft naar een behoudende christelijke kerk te gaan, zijn relaas vernam hoe Abba YHVH hem door de Heilige Geest gezichten gaf, waardoor hij ondervond gered te zijn en als gevolg daarvan los kwam van alles wat ons hier bindt. Ook merkte hij hierdoor op dat alle denominaties en doctrines op zich niet de ware kerk is, waarmee YHVH Zich verbonden heeft, omdat het de mensen zijn waarmee YHVH een persoonlijke verbinding legt! Hij vertelde ook en zijn vrouw bevestigde dat, dat er door zijn relaas anderen tot Levend geloof zijn gekomen. Anderen, in het bijzonder een jonge vrouw uit een zeer behoudend christelijk milieu, ontving wedergeboorte. Wat een groot en ontzaggelijk nieuws!

We zijn diezelfde week teruggeweest omdat ik mijn echtgenoot kennis wilde laten maken met deze vriendelijke man, die uit zichzelf vertelde dat hij ervaarde dat wij geestelijk verstonden wat hij deelde. En dát bevestigt dat Vaders Geest getuigt wat geschreven staat in Rom_8:16  Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.

Eerste liefde, is dat niet het getuigenis dat Yeshua ons redde, waardoor wij kinderen van de Vader werden?

De gezichten/visioenen die wij mochten horen, hoop ik met toestemming in een ander bericht te kunnen delen.

Mij heeft het zó overtuigd en bevestigd dat Abba YHVH doorgaat met Zijn volk te verzamelen onder alle tong, natie en geloofsgemeenschappen.

Zijn verzamelde kinderen zijn Zijn tabernakel waarin Hij wonen wil én woont.

De Hebreeënbrief met name hoofdstuk 7 tm 11 getuigt ondermeer over de eerste en tweede tabernakel, het eerste en tweede priesterschap, het eerste en tweede verbond (eens beteren verbond)

Heb 8:4  Want indien Hij op aarde ware, zo zou Hij zelfs geen Priester zijn, dewijl er priesters zijn, die naar de wet gaven offeren; 
Heb 8:5  Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen, gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij den tabernakel volmaken zou: Want zie, zegt Hij, dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op den berg getoond is. 
Heb 8:6  En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is. 
Heb 8:7  Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest. 
Heb 8:8  Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israels, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; 

Ik mocht het vissersnet ook naar de andere kant gooien om goede vis te vangen, daar ik en anderen honger kregen naar meer van de werking van Zijn Geest in Zijn gekozenen.

Beproef mijn woorden!


Een reactie plaatsen

Waakt en gedenkt.

In de opgang naar Shavuot viel mijn oog op het volgende vers in Handelingen 20:16 

“Want Paulus had voorgenomen Efeze voorbij te varen, opdat hij niet den tijd in Azie zou verslijten; want hij spoedde zich, om (zo het hem mogelijk ware) op den pinksterdag te Jeruzalem te zijn”. 

Verder lezen bracht het volgende in zicht:

Act 20:17  Maar hij zond van Milete naar Efeze, en hij ontbood de ouderlingen der Gemeente. 
Act 20:18  En als zij tot hem gekomen waren, zeide hij tot hen: Gijlieden weet, van den eersten dag af, dat ik in Azie ben aangekomen, hoe ik bij u den gansen tijd geweest ben; 
Act 20:19  Dienende den Meester/Heere met alle ootmoedigheid, en vele tranen, en verzoekingen, die mij overkomen zijn door de lagen der Joden; 
Act 20:20  Hoe ik niets achtergehouden heb van hetgeen nuttig was, dat ik u niet zou verkondigd en u geleerd hebben, in het openbaar en bij de huizen; 
Act 20:21  Betuigende, beiden Joden en Grieken, de bekering tot God en het geloof in onzen Meester Yeshua Messias. 
Act 20:22  En nu ziet, ik, gebonden zijnde door den Geest, reis naar Jeruzalem, niet wetende, wat mij daar ontmoeten zal; 

Paulus voelde,zoals we lezen in vers 22 dat hij gebonden door de Geest (Die immers uitgestort was na Yeshua’s hemelvaart) naar Jeruzalem zal reizen, niet wetende wat hem daar staat te wachten.

Act 20:23  Dan dat de Heilige Geest van stad tot stad betuigt, zeggende, dat mij banden en verdrukkingen aanstaande zijn. 
Act 20:24  Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik, van Messias Yeshua ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Elohims.

Paulus weet op voorhand, door de Geest dat allen die hij nu spreekt, niet meer ontmoeten zal:

Act 20:25  En nu ziet, ik weet, dat gij allen, waar ik doorgegaan ben, predikende het Koninkrijk Gods, mijn aangezicht niet meer zien zult. 

En hij legt verantwoording af omdat het afscheid voorgoed is:

Act 20:26  Daarom betuig ik ulieden op dezen huidigen dag, dat ik rein ben van het bloed van u allen. 
Act 20:27  Want ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al den raad Gods. 

Hij wijst de ouderlingen/oudsten op hun verantwoordelijkheid, hun roeping en het lijden van Yeshua waardoor de kudde kon bestaan:

Act 20:28  Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed. 

Het vooruitziend inzicht van YHVH ontvangend, vertelt hij wat er gebeuren gaat, zodat de ouderlingen voorbereid zullen zijn:

Act 20:29  Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen. 
Act 20:30  En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich. 

Hoe triest dat uit hun midden mannen opstonden en verkeerde dingen sprekende met de bedoeling de mensen uit de kudde weg te trekken achter zich.

Terwijl ik dit zo overpeinsde, besefte ik dat deze waarschuwing van Paulus/Shaul, niet bij die ene keer zou blijven…

Zou deze boodschap, deze waarschuwing, ook niet op ons van toepassing zijn?

We herhalen nog eens een van de vorige verzen:

Act 20:28  Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.

Wachters, wachters bij de poort, zijn waakzaam, door het leven getraind in het observeren van beweegredenen. Toegerust door de Vader om het moeilijke werk te doen door de Enige Herder boven mensen te stellen en hun motivatie te toetsen.

Het wachter zijn wordt bevestigd in het volgende vers:

Act 20:31  Daarom waakt, en gedenkt, dat ik drie jaren lang nacht en dag, niet opgehouden heb een iegelijk met tranen te vermanen. 

De ouderlingen kregen een driejarige opleiding met begeleiding van Paulus en nu moesten ze zelfstandig verder.

Drie jaar…Yeshua…dicipelen…ouderlingen…

Paulus geeft hem aan YHVH over,gezien vers 32:

Act 20:32  En nu, broeders, ik bevele u Gode, en den woorde Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen, en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden. 

En hij vertelt dat het hem alleen om de boodschap te doen was, niet om materie:
Act 20:33  Ik heb niemands zilver, of goud, of kleding begeerd. 
Act 20:34  En gijzelve weet, dat deze handen tot mijn nooddruft, en dergenen, die met mij waren, gediend hebben. 
Act 20:35  Ik heb u in alles getoond, dat men, alzo arbeidende, de zwakken moet opnemen, en gedenken aan de woorden van Messias Yeshua , dat Hij gezegd heeft: Het is zaliger te geven, dan te ontvangen. 

Wanner mensen dicht met elkaar optrekken in geloof ontstaat er een hechte band en we kunnen uit de volgende woorden opmaken, dat het afscheid hen allen zwaar valt:

Act 20:36  En als hij dit gezegd had, heeft hij nederknielende met hen allen gebeden. 
Act 20:37  En er werd een groot geween van hen allen; en zij, vallende om den hals van Paulus, kusten hem; 
Act 20:38  Zeer bedroefd zijnde, allermeest over het woord, dat hij gezegd had, dat zij zijn aangezicht niet meer zien zouden; en zij geleidden hem naar het schip. 

Wat een impact heeft deze gebeurtenis op hen allen en wat kunnen wij eruit leren?

Mij viel het radicaal dienen van YHVH op, de oprechtheid en de toewijding aan zowel YHVH door Yeshua. Ook Paulus indringende woorden dat hij de ouderlingen op het hart drukte hun roeping trouw te blijven en uit te voeren omdat er na hem mannen uit hun midden op zouden gaan staan. Die kwamen niet van buiten, maar uit hun midden.

Mijns inziens vraagt dat van ons ook wachtersschap en dat kan niet theoretisch opgelost worden. Daar gaat een levensopleiding aan vooraf.

Herder worden om herder te zijn…er zijn zoveel dolende schapen en wat te zeggen van de lammetjes?

Luk_10:2  Hij zeide dan tot hen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; daarom, bidt den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote. En verder…

Waakt en gedenkt!

 

 

 


1 reactie

Schriftuurlijke volgorde

2Th 2:1  En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Messias Yeshua, en onze toevergadering tot Hem, 
2Th 2:2  Dat gij niet haastelijk bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief, als van ons geschreven, alsof de dag van Messias Yeshua aanstaande ware. 
2Th 2:3  Dat u niemand verleide op enigerlei wijze;

want die komt niet,

tenzij dat eerst de afval gekomen zij,

en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs; 
2Th 2:4  Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat  genaamd, of als God geeerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is. 
2Th 2:5  Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u zijnde, u deze dingen gezegd heb? 
2Th 2:6  En nu, wat hem wederhoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde te zijner eigen tijd. 
2Th 2:7  Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, Die hem nu wederhoudt, Die zal hem wederhouden,

totdat hij uit het midden zal weggedaan worden. 

2Th 2:8  En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, denwelken YHVH verdoen zal door den Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst; 

2Th 2:9  Hem, zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen; 
2Th 2:10  En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden. 
2Th 2:11  En daarom zal Elohim hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven; 
2Th 2:12  Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid. 

2Th 2:13  Maar wij zijn schuldig altijd Elohim te danken over u, broeders, die van Hem bemind zijt, dat u Elohim van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des Geestes, en geloof der waarheid; 
2Th 2:14  Waartoe Hij u geroepen heeft door ons Evangelie, tot verkrijging der heerlijkheid van onzen Messias Yeshua. 

2Th 2:15  Zo dan, broeders, staat vast en houdt de inzettingen, die u geleerd zijn, hetzij door ons woord, hetzij door onzen zendbrief. 

2Th 2:16  En onze Messias Yeshua Zelf, en onze Elohim en Vader, Die ons heeft liefgehad, en gegeven heeft een eeuwige vertroosting en goede hoop in genade, 
2Th 2:17  Vertrooste uw harten, en versterke u in alle goed woord en werk. 


Een reactie plaatsen

Min de stilte in uw wezen…

Een oud poëzieversje blijft me om de woorden en inhoud bij:

Min de stilte in uw wezen, min de stilte die bezielt, zij die alle stilte vrezen, hebben nooit hun hart gelezen, hebben nooit geknield.

Maar zeker de verzen uit het Woord, waarin Elia zich vertwijfeld afvroeg waarom hij helemaal alleen overgelaten werd.

1Ko 19:10  En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor YHVH, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen. 
En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des YHVH’s. En ziet YHVH ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor YHVH henen; doch YHVH was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; YHVH was ook in de aardbeving niet; 

En na de aardbeving een vuur;YHVH was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.                                                                                                                           

En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk. En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia? 

Er zijn momenten van stilte die aangeven dat Hij nadert…

Dat zijn kostbare momenten.

Van de zomer waren wij in de Dolomieten en  ik mocht daar een specifiek moment van stilte ervaren. Gewoonlijk is het daar natuurlijk stil, maar dat andere kwam nader…een stilte in de stilte.

Een geestelijke ervaring, waarin Hij gedachten deelt, anders kan ik het niet omschrijven. Maar ook een eenzijn, die via alléén emotie  niet tot die hoogte, diepte en breedte mogelijk is. Een volkomen harmonie, in shalom en overgave. En een luisterend oor, die afgestemd is op dat Wezen, Dat ons leidt in alle waarheid. Hij kondigt Zich tevoren aan…

En zo op een onverwachts moment was daar kwam daar dat naderen in de stilte rond Masada opnieuw mijn bewustzijn binnen.

Net of eeuwigheid de tijd overneemt.

Opgetild worden en losgemaakt. Woorden komen die met geest verstaan worden.

Een ervaring die je soms ook nog aan een enkele ander kan omschrijven.

Hij leeft, Die mij Leven gaf.

Wij beschrijven vaak dat Hij onze Bruidegom is en dat is Hij ook.

Hij is met ons een verbond aangegaan en wij, die dat beaamden, hebben er bevestigend op geantwoord.

Alles wat eruit voortkomt is vanuit dat verbond en soms komt Hij dat op een specifieke manier bevestigen.

Psa_23:2  Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren.
Isa_32:18  En mijn volk zal in een woonplaats des vredes wonen, en in welverzekerde woningen, en in stille geruste plaatsen.

Joh 17:21  Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. 
Joh 17:22  En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; 
Joh 17:23  Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt. 
Joh 17:24  Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld. 

Eph 5:30  Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen. 
Eph 5:31  Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen. 
Eph 5:32  Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Yeshua en op de Gemeente. 

Verbondsbelofte in Genesis 15 welke matcht met Galaten 3

Rev 22:16  Ik, Yeshua, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster. 
Rev 22:17  En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.