Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Principes

Onlangs waren we op een camperplaats ergens net in Limburg, waar we per dag contant konden betalen. Omdat we op de shabbat van avond tot avond niet betalen willen, hadden we afgesproken met elkaar dat als we niet op zondag betalen konden, wij op shabbat in de omgeving zouden recreëren en na de shabbat op een vrije camperplaats overnachten. Het kon inderdaad niet, maar er kwam een gedachte. We konden de vriendelijke beheerders uitleggen waarom wij dat verzoek hadden en zo gebeurde het dat op shabbatmorgen een van hen langs kwam en er een uiterst vriendelijk gesprek ontstond, waarbij ik hem uitlegde dat we shabbat hielden. Verbaasd zei hij dat hij daar nog nooit van gehoord had en dat we zeker wel op zondag betalen konden. Op de shabbat richting zondag kwamen ze weer langs om bij de mensen de contanten op te halen, maar bij ons was er een vriendelijk gebaar dat ze er alles van wisten.Die zondag kwam hij langs en hij vertelde dat zij er die shabbat met veel mensen over gesproken hadden, maar geen wist er van, tot een vrouw ging googlen en het vond. Ze hadden het gevonden en het was echt waar, die shabbat. We konden altijd gebruik maken van die uitzonderingsregel als we weer eens langs kwamen. Ook hebben we het gehad over geloven in de praktijk en dat Yeshua onder de mensen was. Hij zou bij wijze van spreke evengoed als Hij in deze tijd op aarde was zo’n golfkarretje hebben kunnen gebruiken als de beheerder had… Mens met de mensen met dien verstande dat Hij in Zijn spreken en handelen opviel. de oudere beheerder dacht met me mee en zag dat geloof niet met een gebouw te maken had, maar met je hart. We gingen met een vriendelijke vrede uit elkaar.

Wat ik met deze inleiding zeggen wil is het principe handhaven waar je ook bent en dan mag je pleiten. En anders voorzichtig en bescheiden je weg vervolgen, ook al kost dat een prijs of moeite.

Dat brengt mij bij het volgende.

Er zijn veel mensen begaan met Israel daar. Velen laten zich gaan in overmatige emotie zonder zich af te vragen wat Abba Vader werkelijk bedoelt te zeggen.

Het lastige is dat veel van deze mensen niet te bereiken zijn. Ik herinner mij eens een vrouw die zo emotioneel was over het joodse volk, maar iets vergat. Had zij alles over voor hen, als zij zo begaan was? Zij werd ineens wat nuchter. Bidden was voor haar voldoende. Ze verstond niet dat verbondenheid veel meer inhoudt dan een bede.

Dat brengt mij bij de Droom 1995 die ik eens kreeg over de liefde tot Israel. Ook een schrijven van een verwant uit de stam Levi en gered door Yeshua, bracht een herinnering naar boven. De link vind u hieronder (1).

Vanavond een hartelijke samenspraak met iemand die mij gebedsgroepen onder de aandacht bracht, waarbij ik een gereserveerd gevoel kreeg. Dat zette mij stil. En maakte tevens dat ik openheid van zaken gaf over t waarschuwingslampje wat een verrassend antwoord teweeg bracht. Abba laat zien wanneer men Zijn Waarheid zoekt en daarin wil standhouden. Dat is principe in uitvoering.

We kunnen bidden vanuit zielse emotie of werkelijk geleid door de Geest. Daar zit verschil tussen. Watchman Nee schreef daar eens over, maar zeker het Woord geeft duidelijk aan dat bepaalde gebeden niet verhoord worden.

Jac 4:2  Gij begeert, en hebt niet; gij benijdt en ijvert naar dingen, en kunt ze niet verkrijgen; gij vecht en voert krijg, doch gij hebt niet, omdat gij niet bidt.
Jac 4:3  Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zoudt. (…) as 4:5  Of meent gij, dat de Schrift tevergeefs zegt: De Geest, Die in ons woont, heeft Die lust tot nijdigheid?
Jas 4:6  Ja, Hij geeft meerdere genade. Daarom zegt de Schrift: God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.
Jas 4:7  Zo onderwerpt u dan aan YHVH; wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden. 

Denk daarbij ook aan de condities rond zegen en vloek in het boek Deuteronomium en de wetmatigheid ervan; met name hoofdstuk 28. Zie:           

Deu 28:1  En het zal geschieden, indien gij der stem des YHVHs, uws Gods, vlijtiglijk zult gehoorzamen, waarnemende te doen al Zijn geboden, die ik u heden gebiede, zo zal YHVH, uw Elohim, u hoog zetten boven alle volken der aarde. 
Deu 28:2  En al deze zegeningen zullen over u komen, en u aantreffen, wanneer gij der stem des HEEREN uws Gods, zult gehoorzaam zijn. 

  1. Bijbelstudie over Israël

Het is belangrijk alle tekstaanhalingen in bovengenoemde link op te zoeken om het verband te gaan ontdekken.

Met dank aan David S voor genoemde studie over Israel.

Mogen velen nader inzicht gaan ontvangen!

Joh 14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb. 


Een reactie plaatsen

Hinken op twee gedachten

Beloften ontvangen en toch nutteloos blijken wanneer omkeer uitblijft. Gaat het dan over op de volgende generatie?

Dat is heel schrijnend. Hartverscheurend ook. De verlokkingen van dwalingen die wij met name in Nederland zien gebeuren bij mensen wiens hart niet volkomen op de Verbondsmaker zijn omdat zij, ondanks waarschuwingen, toch kiezen voor mix en missen daarmee hun doel om discipelen te maken voor de Verbondsvader YHVH.

Juist deze shabbat hebben we met verbondsfamilie Mattheüs 7 met aandacht gelezen waaronder:

Mat 7:15  Maar wacht u van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven
Mat 7:16  Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distelen? 
Mat 7:17  Alzo een ieder goede boom brengt voort goede vruchten, en een kwade boom brengt voort kwade vruchten. 
Mat 7:18  Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen. 
Mat 7:19  Een ieder boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. 
Mat 7:20  Zo zult gij dan dezelve aan hun vruchten kennen.

De boodschap van de Verbondsmaker is serieus en gaat niet buiten Zijn duidelijk voorwaarden om.

Mat 7:21  Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is. 
Mat 7:22  Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan? 
Mat 7:23  En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt! 

Eigenlijk kunnen we hoofdstuk 8 van 1 Samuël als waarschuwend voorbeeld gebruiken.

1Sa 8:1  Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel. 
1Sa 8:2  De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba. 
1Sa 8:3  Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht. 
1Sa 8:4  Toen vergaderden zich alle oudsten van Israel, en zij kwamen tot Samuel te Rama; 
1Sa 8:5  En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben. 
1Sa 8:6  Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad YHVH aan. 

De oudsten in dit verhaal lieten zich leiden door wat zij zágen en daar ging het al mis! Ze hadden op YHVH moeten wachten door Samuël te vragen samen met hen te bidden voor een oplossing die de volle zegen van YHVH zou hebben.

1Sa 8:7  Doch YHVH zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn. 
1Sa 8:8  Naar de werken, die zij gedaan hebben, van dien dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op dezen dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; alzo doen zij u ook. 

Zo nauw let het dus, dat wanneer wij doen wat wij in ons eigen hart voelen opkomen in cruciale zaken, wij YHVH verwerpen ook al is onze mond gevuld met bijbelteksten, die niet de zegen van YHVH zullen uitwerken, maar verderf. Wat dan zo mooi leek te beginnen eindigt in chaos, verdeeldheid, vijandschap vanwege menselijke machtsverhoudeningen. Een toren van Babylon in een ander jasje.

We moeten het gewoon bekennen dat wanneer wij niet ons uiterste best doen om de zuiverheid van de Verbondsmaker te zoeken en vast te houden, wij net als de jongste zoon uit de gelijkenis richting de varkens gaan. Vaders genade erdoor jassen in plaats van investeren in Zijn koninkrijk en Zijn vruchten vermenigvuldigen:

Hos_2:7  Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en den most, en de olie gegeven heb, en haar het zilver en goud vermenigvuldigd heb, dat zij tot den Baal gebruikt hebben.

Hos 4:6  Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is; dewijl gij de kennis verworpen hebt, heb Ik u ook verworpen, dat gij Mij het priesterambt niet zult bedienen; dewijl gij de wet uws Gods vergeten hebt, zal Ik ook uw kinderen vergeten. 

Hos 8:12  Ik schrijf hem de voortreffelijkheden Mijner wet voor; maar die zijn geacht als wat vreemds. 

Mijner wet is zijn Zijn voorschriften die de Verbondsmaker geeft om van heiden hebreeër te worden als voorbereiding op de hereniging met de Bruidegom. Niet er af en niet er toe doen. Uitsluitend indachtig gemaakt door de Geest van Heiligheid: Joh 14:26.

Van heiden naar hebreeër: van Lo ammi naar Ammi.

Veel mensen gaan er niet van uit dat het Woord van YHVH uitsluitend voor het gehele huis van Israel is geschreven die zoals oa het boek Hosea, Jeremia en vele andere verwijzingen, in onmin leeft met de Verbondsmaker.

Men pikt er verzen uit om hun eigen uitlegging te staven, maar gaat voorbij aan het feit dat deze verzen uiteindelijk leeg blijven overeenkomstig het motief van de uitlegger, precies zoals YHVH dat aan Samuël doorgaf.

Waar het ten diepste aan ontbreekt is gebrek aan inzicht omtrent identiteit. Daardoor diep ontzag voor de Verbondsmaker, YHVH, Die verbond met ons wil. Omdat de kennis omtrent de identiteit in het verbond nagenoeg ontbreekt en dat resulteert in gebrek aan volledige toewijding!

Alleen inzicht omtrent identiteit, verbond, toewijding aan de Ene zal YHVH de eer geven die Hem toekomt!

Daarom komen oprukkende oordelen over ons land, want wat men zaait zal men gaan oogsten.

 Velen onder de gelovigen roepen van alles, halen wakkere mensen aan die wel of niet een vleugje van geloof presenteren,maar men wendt zich niet volledig naar YHVH, Die dit alles overziet én het antwoord heeft.

De jagers zullen meer en meer herkenbaar worden en het is genade van Abba YHVH om mensen nog wakker te schudden en de waarschuwingen serieus te nemen en zich om te keren naar Hem, om van Hem uitsluitend Zijn wegen te leren.

Denk eens in, dat wij het leven kregen door Hem, het eeuwig leven aangeboden door Hem en wij verkiezen anders. Bedenk ook dat Hij een mix van aanbidding haat. Hij duldt geen andere afgoden voor Zijn Aangezicht!

We zullen nooit kunnen zeggen dat we het niet geweten hebben, want Zijn knechten zullen doorgeven wat Hij vanuit Zijn Hart zegt en het Woord wat gepaard gaat met de Uitlegger zal gevonden worden door hen die naarstig zoeken.

Zeer recent had ik contact met iemand in Israel, die zolang ik hen ken, op de bres staan om mensen de bijbels profetische identiteit uit te leggen aan oprecht zoekende mensen. Ik gaf aan dat ik dat met name in Nederland zie, omdat ik hier woon. Zij vertelden dat het gebrek aan de zo broodnodige kennis de ruimte aanbiedt om de diepe menselijke jaloersheid handen en voeten te geven joodse mensen al dan niet gelovig te pleasen(vleien) in plaats van gelijkwaardig met hen om te gaan, wanneer de Vader hen op hun pad brengt. En dat blijkt. Jaren geleden vertelde ons een sabra dat hij het kon zeggen omdat het zijn broeders waren. Gedurft gaf hij aan dat er mensen uit de volkeren zijn die ipv de eer aan hun Redder geven, zij joodse billetjes kussen. Deze zomer spraken we elkaar weer eens en opnieuw haalde hij dit ondermeer aan. Misschien wel niet dezelfde mensen, maar het kussen/pleasen duikt elke keer weer op.

YHVH zegt duidelijk dat Hij Zijn eer aan géén ander geeft. Dat zou ons alert moeten maken. Isa_48:11  Om Mijnentwil, om Mijnentwil zal Ik het doen, want hoe zou Hij ontheiligd worden? en Ik zal Mijn eer aan geen ander geven.

Het gebrek aan kennis over onze identiteit geeft tevens schrijnend aan dat de meesten die tot geloof niet beseffen dat zij een veerbond aangaan en dat daar veilige leefregels bij horen die alleen zuiver torah zijn. Zuiver volgens YHVH’s geschreven Woord en niet een of andere uitleg uit buitenbijbelse boeken of joodse mystiek.

Eén feit is zeker. Abba YHVH gaat Zijn huis vol maken, maar Hij ziet bij het betreden daarvan niets door de vingers. Wij moeten, als het ons ernst is, volkomen bereid zijn Hem te willen dienen in en vanuit die verbondsrelatie die Hij ons aanbiedt.

Isa 58:14  Dan zult gij u verlustigen in YHVH, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des YHVHs heeft het gesproken. 

1Ki 18:21  Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de YHVH El is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord. 

Jos 24:14  En nu, vreest YHVH, en dient Hem in oprechtheid en in waarheid; en doet weg de goden, die uw vaders gediend hebben, aan gene zijde der rivier, en in Egypte; en dient YHVH. 
Jos 24:15  Doch zo het kwaad is in uw ogen YHVH te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen YHVH dienen! 

Vraag Hem naar Zijn wegen. Hij zal u leiden.

 


2 reacties

Veilig gesteld

Middenin de nacht wakker worden met een conversatie over Israel. Dat gesprek vond vorige week plaats in mijn slaap. Er waren vragen en ik kreeg inzichten die ik uitsprak…

Wonderlijk, zo wonderlijk dat ik het wilde opschrijven en uit bed ging.

Terwijl ik de trap afging en de woorden overdacht, kwamen er flarden zinnen en begrippen naar boven als ..

Hij geeft het Zijn beminden in de slaap…

Ouden zullen dromen dromen en jongelingen gezichten zien…Joël 2:28; Hand. 2:17

De woorden/zinnen waarmee ik wakker werd waren ondermeer, dat Abba Zich al een bijbels Israel veilig had gesteld in de natiën (nee, zeker niet alleen in het westen en oosten) én door de geschiedenis heen…

Dat we onze focus niet uitsluitend op de toekomst moeten leggen alsof het bijbels Israel nog moet gaan plaatsvinden, maar dat het gisteren en vandaag al als een getuigenis veilig gesteld is door Abba YHVH richting de toekomst.

En zeker wel zal het ultieme, de voleinding van dat plan zijn voltooid worden op grootse wijze, maar zoals de gedachte in m’n slaap verhaalt is het bijbels Israel in elke tijd en periode al een fysiek en levend getuigenis geweest op aarde.

1.Hoe dan een levend getuigenis op aarde?

2.En wat verstaan we onder bijbels Israel of het Israel naar het Woord?

1.De eerste vraag heeft maar één antwoord. Een ander antwoord is er niet.

Yeshua!

Zijn Naam voert terug naar de belofte in Genesis 3:15 en lift als het ware mee via de eenzijdige belofte aan Abraham en de weg wordt vervolgd via Izaäk en Jacob, die Israel werd genoemd. De nakomeling der belofte kwam voort uit een dorre baarmoeder van een oude vrouw en ook Izaäk werd vader van een zoon der belofte, die verwekt kon worden op gebed.

Mirjam de moeder van Yeshua werd overschaduwd, dewijl zij nog maagd was:

Luk 1:34  En Mirjam zeide tot den engel: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne? 

Luk 1:35  En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden. 

2.Het verbond dat de Heilige Israels sloot, gaat alleen via Zijn eigen verbond en Zijn voorwaarden.

Isa 47:4  Onzes Verlossers Naam is YHVH der heirscharen, de Heilige Israels.

Gen_21:12  Maar Elohim zeide tot Abraham: Laat het niet kwaad zijn in uw ogen, over den jongen, en over uw dienstmaagd; al wat Sara tot u zal zeggen, hoor naar haar stem; want in Izak zal uw zaad genoemd worden.

.Rom_9:7  Noch omdat zij Abrahams zaad zijn, zijn zij allen kinderen; maar: In Izaak zal u het zaad genoemd worden.

Heb_11:18  (Tot denwelken gezegd was: In Izak zal u het zaad genoemd worden) overleggende, dat God machtig was, hem ook uit de doden te verwekken;

Yeshua

Gal 3:16  Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een: En uw zade; hetwelk is Messias.

 In bovenstaand vers wordt de voorwaarde en kenmerk van het bijbels Israel genoemd.

De beloftenissen tot Abraham én zijn zaad. Niet zijn zaden als van velen maar als van één: En uw zade, hetwelk is de Messias Yeshua!

In de tijd dat Yeshua op aarde leefde heeft Hij meermalen duidelijk gemaakt en herhaald, dat niet allen Israel zijn, omdat degenen die Hem tegenstonden zich beroemden op hun bloedlijn in plaats van op de verbondsvoorwaarden van de Heilige Israels.

Zeer terecht zegt Yeshua in Joh 8:39  op hun beroepen dat Abraham hun vader is: “…. Yeshua zeide tot hen: Indien gij Abrahams kinderen waart, zo zoudt gij de werken van Abraham doen.” 

Gal 3:7  Zo verstaat gij dan, dat degenen, die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn. 

Gal 3:8  En de Schrift, te voren ziende, dat God de heidenen uit het geloof zou rechtvaardigen, heeft te voren aan Abraham het Evangelie verkondigd, zeggende: In u zullen al de volken gezegend worden. 

Gal 3:9  Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham. 

Rom 9:6  Doch ik zeg dit niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen Israel, die uit Israel zijn. 

Rom 9:7  Noch omdat zij Abrahams zaad zijn, zijn zij allen kinderen; maar: In Izaak zal u het zaad genoemd worden. 

Rom 9:8  Dat is, niet de kinderen des vleses, die zijn kinderen Gods; maar de kinderen der beloftenis worden voor het zaad gerekend. 

Wanneer wij de de belofte van de Heilige Israels in het Woord gaan ontdekken zullen wij gaan zien dat Abba YHVH Zijn Israel veilig gesteld heeft. Veilig gesteld in Zijn verbond; in Zijn belofte en door Yeshua.

Rom 11:36  Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. 

Hoe wil dat bijbels Israel groter worden in onze tijd?

Door gehoorzaam en toegewijd de opdracht te gaan doen:

Mat 28:18  En Yeshua, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. 

Mat 28:19  Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam van Yeshua (1); lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. 

Mat_24:14  En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen.

Mat_26:13  Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van hetgeen zij gedaan heeft.

Mar_14:9  Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.

Mar_16:15  En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen.

Rom_1:8  Eerstelijk dank ik mijn God door Jezus Christus over u allen, dat uw geloof verkondigd wordt in de gehele wereld.

Col_1:6  Hetwelk tot u gekomen is, gelijk ook in de gehele wereld, en het brengt vruchten voort, gelijk ook onder u, van dien dag af dat gij gehoord hebt, en de genade Gods in waarheid bekend hebt.

1.Act_2:38  En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Yeshua Messias, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

Verbondskinderen, niet door kinderbesprenkeling, maar door het geloof en de werken die Yeshua ons leerde om die te doen, indachtig gemaakt door de Geest van Heiligheid overeenkomstig de raad in Joh 14:26:

Joh 14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb. 

Veilig gesteld en toegerust met de kracht van Yeshua, niet met uiterlijk vertoon, maar geestelijke autoriteit.

Bedenk dat het woord heidenen ook akrobustia (figuurlijk onbesneden) betekenen kan. Ook wil het zeggen dat zowel het huis van Israel en het huis van Juda én de volkeren door niet te doen wat zij wel wisten, zeker Yeshua nodig hebben om opnieuw in het verbond te komen; er is geen ander Offer en geen ander Middel. Denk aan de toren van Babel, de zonde van Jerobeam en de afgoderij van Juda….

Eph 2:11  Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt; 

Eph 2:12  Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. 

Eph 2:13  Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus. 

Eph 2:14  Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende, 

Eph 2:15  Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende; 

Eph 2:16  En opdat Hij die beiden met God in een lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende. 

Eph 2:17  En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en dien, die nabij waren. 

Eph 2:18  Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een Geest tot den Vader. 

Eph 2:19  Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods; 

Eph 2:20  Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; 

Eph 2:21  Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere; 

Eph 2:22  Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest. 

Veilig gesteld.

Mic_2:12  Voorzeker zal Ik u, o Jakob! gans verzamelen; voorzeker zal Ik Israels overblijfsel vergaderen; Ik zal het te samen zetten als schapen van Bosra; als een kudde in het midden van haar kooi zullen zij van mensen deunen.

Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid!

@Hadassah


Een reactie plaatsen

Lerende leringen van mensen

Wat is de link, de sleutel, dat mensen zeggen de geboden van YHVH te (willen) doen en vasthouden aan leringen van mensen, door onbewust Dezelfde Schepper van Zijn eer te beroven, terwijl zij ervan uit gaan goed te doen?

Is het de al achterhaalde dwaling, de zonde van Jerobeam, de hartsgesteldheid van de mens zelf of is het resultaat van de betovering, dat niet zo eenvoudig is weg te poetsen?

Of is het de bijwerking van de eeuwenlange onthouding door de mensen de bijbel te verbieden en hen leraars te geven die hen uitleggen vrij van de wet te zijn?

Eén ding is zeker.

De bekende term Babylon is hier en rond ons en vaak nog in ons.

Babylon wil onze Schepper van Zijn eer beroven.

Laten we de tien geboden, die iedere gelovige en ver daarbuiten wel bekend is, eens nader bekijken:

Genesis 2: Toen God op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.

En God zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken.

Exodus 20: Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt.

Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen,

maar de zevende dag is de sabbat van YHVH de HEERE, uw Elohim God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw slaaf, noch uw slavin, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is.

Want in zes dagen heeft YHVH de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende YHVH de sabbatdag, en heiligde die.

Exodus 31: 12 – 17 Verder zei YHVH de HEERE tegen Mozes:

U dan, spreek tot de Israëlieten en zeg: U moet zeker Mijn sabbatten in acht nemen, want dat is een teken tussen Mij en u, al uw generaties door, zodat men weet dat Ik YHVH de HEERE ben, Die u heiligt.

Ja, u moet de sabbat in acht nemen, want die is voor u heilig. Wie hem ontheiligt, moet zeker gedood worden, ja, ieder die op die dag werk verricht, die persoon moet uitgeroeid worden uit het midden van zijn volksgenoten.

Zes dagen zal er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, heilig voor de HEERE. Ieder die op de sabbatdag werk verricht, moet zeker gedood worden.

Laat de Israëlieten dan de sabbat in acht nemen, door de sabbat te houden, al hun generaties door, als een eeuwig verbond.

Hij zal tussen Mij en de Israëlieten voor eeuwig een teken zijn, want de HEERE heeft in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en Zich verkwikt.

Lerende leringen die van mensen zijn…

Mat_15:9  Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.
Mar_7:7  Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden zijn der mensen;

een veel gehoorde zin is die dat men vrij van de wet is en in het nieuwe verbond leeft…

ook geeft men aan dat Jezus op de zondag is opgestaan en men die dag viert…. drie dagen en drie nachten vanaf woensdag om 15 uur (ten negende ure)?

Ook wel horen we dat men de shabbat een joodse dag vind en dat de shabbat bij Juda hoort.

Wat men ook zegt, men kan het niet rechtstreeks vanuit het Woord vertellen dat YHVH, de Allerhoogste Zijn shabbatsgebod heeft teruggetrokken, dan wel veranderd.

Wie is erbij gebaat dat mensen vasthouden aan de zondagsviering en de zevende dag niet gaan gedenken?

Ik kan maar tot één conclusie komen en dat is dat de tegenstander, de vader der leugens er alles aan doet om YHVH van Zijn eer te beroven en de mensen voorhoudt die dag niet te gedenken om welke reden dan ook.

Abba YHVH had één volk op het oog inclusief vreemdelingen die onder dezelfde wet en hetzelfde erfrecht vallen.

Dat was toen en dat is nu.

Straks gaat Hij Zijn volk verzamelen die Zijn Woord hoger achten dan welke menselijke uitlegger dan ook.

Het zal zo het Woord vertelt, een overblijfsel zijn, dat vast blijft houden aan de belijdenis van Yeshua en de geboden van YHVH.

We zien in de verte de jagers komen, die de definitieve scheiding gaan veroorzaken.

Abba YHVH staat op. Het is zo te zien aan de naderende omstandigheden tijd om Zijn eer veilig te stellen.

En nee, het vierde gebod is niet vervangen door de eerste dag der week, die oorspronkelijk een vierdag van de zonnegod was/is. Het tegenovergestelde is wáár. Door de zonde van Jerobeam om de gebodsdagen te veranderen, moest Yeshua komen om voor de mensen te sterven in plaats van dat zij nooit meer tot de Vader zouden kunnen gaan omdat zij door geestelijk overspel ( hun eigen gebodsdagen vieren) die weg zelf teniet gedaan hadden. Nu Yeshua gekomen was, kon opnieuw de weg naar de Vader geopend worden en weer is de hardnekkige zonde van geestelijk overspel bezig zoveel mogelijk mensen misleid te krijgen die de eer aan mensen geven in plaats van aan YHVH. Geestelijk overspel betekent dat een mens de eer die alleen YHVH toekomt, aan zijn eigen overtuiging geeft en daarmee YHVH passeert. De appel van Eva wordt nog steeds gegeten…bedenk dat wel!

Laat de Israëlieten dan de sabbat in acht nemen, door de sabbat te houden, al hun generaties door, als een eeuwig verbond.

Hij zal tussen Mij en de Israëlieten voor eeuwig een teken zijn, want YHVH de HEERE heeft in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en Zich verkwikt.

Yeshua is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid – Hebr 13:8

We hoeven geen argumenten meer aan te dragen om mensen te laten zien dat Abba YHVH Zijn shabbatsgebod ernstig bedoelt. Men kan het zelf lezen en Hem bidden om ontdekkend licht.

Jesaja 1:14 Uw nieuwemaansdagen, uw feestdagen haat Ik met heel Mijn ziel; ze zijn Mij tot last; Ik ben het moe om ze te dragen.

Amos 5:21 Ik haat, Ik versmaad uw feesten. Uw bijzondere samenkomsten kan Ik niet luchten,

Nehemia 2:13 Ik haat, Ik versmaad uw feesten. Uw bijzondere samenkomsten kan Ik niet luchten,


Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen, men loov’ Hem vroeg en laat, de wereld hoort en volg mijn zangen met Amen Amen na – psalm 72

YHVH zal opstaan tot de strijd, Hij zal Zijn haters wijd en zijd verjaagd verstrooid doen zuchtenpsalm 68

Zoek op het woord naijver van onze Schepper, YHVH is Zijn Naam.

@Hadassah


Een reactie plaatsen

Hoe brengen wij Vaders gezette tijden door?

Hoe brengen wij de shabbat door die door YHVH is geboden als een apart gezette dag en Hijzelf daar een zegen aan heeft verbonden.
Ik moest denken dat we als Vernieuwd Verbondsgelovigen een zwaarwichtige verantwoordelijkheid hebben meegekregen en dat is Hem, de Schepper van hemel en aarde getuigen op aarde.
Wat geven wij de mensen mee? Waaraan kunnen zij Abba YHVH herkennen?
Het is erg belangrijk stil te staan, evalueren en bijstellen, want Zijn ingestelde rustdag kan langzaam verworden tot een vriendenreünie, of een familiedag met mensen die niets met shabbat hebben. Ja ook een dag dat we onze favoriete sport en spelwedstrijd niet willen missen, maar dan niet op het veld,dat gaat te ver, maar vanaf een schermpje valt niet zo op.
Ik denk dat we wakker moeten worden.
Er is een groep mensen dat zich wakkere christenen noemen…
Wij moeten wakker worden om nauwkeurig onze invulling op shabbat na te gaan vanuit welk motief wij deze speciale dag doorbrengen.
Een paar woorden uit Amos 5 kwamen in mijn gedachten en dat mogen we erbij halen, daar Jesaja 58 ons de overwinnende vreugde voorzegt onder eerder genoemde voorwaarden. Maar eerst Amos 5:
Amos 5 :21
Ik haat, Ik versmaad uw feesten. Uw bijzondere samenkomsten kan Ik niet luchten,
22
want al brengt u Mij brandoffers, en uw graanoffers, Ik schep er geen behagen in, en het dankoffer van uw gemest vee wil Ik niet aanzien.
23
Doe het lawaai van uw liederen van Mij weg, en het getokkel van uw luiten kan Ik niet aanhoren!
 
 
Heeft Abba het hier over eigen gekozen dagen of over onze eigen invulling op Zijn ingestelde dagen?
 
We pakken er Jesaja 58 in de Statenvertaling bij:
 
Isa 58:13  Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt; 
Isa 58:14  Dan zult gij u verlustigen in den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des HEEREN heeft het gesproken. 
 
En in de Herziene Statenvertaling:
 
13
Indien u uw voet van de sabbat terughoudt, ermee ophoudt om op Mijn heilige dag te doen wat u zelf wilt; indien u de sabbat een verlustiging noemt, opdat de HEERE geheiligd wordt – die geëerd moet worden – indien u die eert door niet uw eigen wegen te volgen, niet uw eigen wensen zoekt of daarover een woord spreekt,
14
dan zult u vreugde scheppen in de HEERE, Ik zal u doen rijden op de hoogten van de aarde en Ik zal u voeden met het erfelijk bezit van uw vader Jakob, want de mond van de HEERE heeft gesproken.
 
…ermee ophoudt om op Mijn heilige dag te doen wat u zelf wilt…indien u die eert door níét uw eigen wegen te volgen , niet uw eigen wensen zoekt of daarover een woord spreekt…

Amo 5:21  Ik haat, Ik versmaad uw feesten, en Ik mag uw verbods dagen niet rieken. 
Amo 5:22  Want ofschoon gij Mij brandofferen offert, mitsgaders uw spijsofferen, Ik heb er toch geen welgevallen aan; en het dankoffer van uw vette beesten mag Ik niet aanzien. 
Amo 5:23  Doe het getier uwer liederen van Mij weg; ook mag Ik uwer luiten spel niet horen. 

haat

H8130
שָׂנֵא
śânê’
saw-nay’
A primitive root; to hate (personally): – enemy, foe, (be) hate (-ful, -r), odious, X utterly.

Het is Zijn dag, lees wat Hij geven zal als wij Zijn dag doorbrengen willen op de manier die Hem voor ogen staat:

DÁN

.. zult u vreugde scheppen in YHVH,
 
Ik zal u doen rijden op de hoogten van de aarde en Ik zal u voeden met het erfelijk bezit van uw vader Jakob, want de mond van YHVH heeft gesproken.
 
Ik begrijp hieruit dat wij Zijn dag door kunnen brengen als een vrije dag met minimale geboden als niet kopen en verkopen…
 
of wij laten alles wat met de dagelijkse beslommeringen achter op de vrijdag voor de zonsondergang ingaat en richten ons op datgene wat YHVH behaagt en wat behaagt Hem?
 
Dat lees ik in Zacharia 8.
 
Zijn verlangen om terug te keren naar Sion.
Zou dat ons ook niet verlangend moeten maken?
Zojuist kreeg ik n berichtje dat iemand vandaag helemaal geen plannen had…wat een verheugend bericht! Want dan kan men leeg worden voor Hem zodat Hij kan vullen met Zijn Aanwezigheid.
We zouden veel meer tijden moeten vrijmaken om Hem te laten merken dat wij er voor Hem zijn in plaats van heen en weer te hollen.
 
Zijn verlangen:
1
Het woord van YHVH van de legermachten kwam tot mij:
2
Zo zegt YHVH van de legermachten: Ik heb Mij met grote na-ijver voor Sion ingezet, ja, met grote grimmigheid heb Ik Mij voor haar ingezet.
3
Zo zegt YHVH: Ik ben naar Sion teruggekeerd en Ik zal midden in Jeruzalem wonen. Jeruzalem zal ?stad van de waarheid? genoemd worden, de berg van YHVH van de legermachten ?de heilige berg?
 
Psa 15:1  Een psalm van David. YHVH, wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op den berg Uwer heiligheid? 
 
De Vader gaat onze woorden beproeven of zij het zwaard van het Woord kunnen doorstaan. Want Hij heeft oprechte boodschappers nodig die Hem vertegenwoordigen, zodat anderen tot de volle waarheid komen.
Van ‘ik’ naar ‘wij’.
 
Samen met Hem.
 
Opdat Zijn huis vol worde.
 
Proces van graan op het veld tot brood:
 
 
 
 
 


Een reactie plaatsen

Leren danken door vertrouwen

Isa 50:10  Wie is er onder ulieden, die YHVH/den HEERE vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam YHVHs/des HEEREN, en steune op zijn God. 

Hab 3:17  Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal;
Hab 3:18  Zo zal ik nochtans in YHVH,den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils.
Hab 3:19  YHVH is mijn Sterkte; en Hij zal mijn voeten maken als der hinden, en Hij zal mij doen treden op mijn hoogten. Voor den opperzangmeester op mijn Neginoth.

Mij staat een soort gelijkenis, het was een droom die iemand had en dat ging over danken. Danken wanneer je geen hand voor ogen ziet. De persoon in kwestie zag een ladder en daar klommen veel mensen op omdat ze op de begane grond zicht hadden wat er bovenaan de ladder afspeelde. Het trok hen aan en daarom begonnen ze de ladder te beklimmen. In het begin heel enthousiast, mede door hun voornemen. Wat ze zich niet realiseerden, was dat het zicht naar boven gaandeweg verdween door een dikke mist en velen verloren gaandeweg de dikker wordende mist ook hun motivatie. En zo draaiden velen om.

Degeen die de droom kreeg, realiseerde zich, dat wanneer hij zou gaan klimmen, hij ook de mist zou gaan ontmoeten. Het eerste stuk ging prima en hij schoot op. Naarmate hij de mist naderde, merkte hij dat ook zijn motivatie afnam. Maar hij ploeterde door. Het was adembenemend haast om af te haken,maar iets in hem gaf aan door te zetten. Boven de mist werd hij als het ware verwelkomd door een prachtige omgeving, waar het goed toeven was. Daarna werd hij wakker en de uitleg die hij kreeg was als volgt:

“In het begin is het voor gelovigen makkelijk om voor alles te danken, maar wanneer er moeilijkheden op hun pad komen, dreigen deze de overhand te krijgen. Men worstelt al vragend en begrijpt niet waarom dat lastige op hun pad kwam. De mist kan alles betekenen, maar men kan daar alleen maar doorheen komen, wanneer men zich niet laat afleiden maar blijft danken, ongeacht de situatie”

1Th_5:18  Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Yeshua de Messias/Christus Jezus over u.

Th 5:18  InG1722 every thingG3956 give thanks:G2168 forG1063 thisG5124 is the willG2307 of GodG2316 inG1722 ChristG5547 JesusG2424 concerningG1519 you.G5209 

In G1722
ἐν
en
en
A primary preposition denoting (fixed) position (in place, time or state), and (by implication) instrumentality (medially or constructively), that is, a relation of rest (intermediate between G1519 and G1537); “in”, at, (up-) on, by, etc.: – about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-) by (+ all means), for (. . . sake of), + give self wholly to, (here-) in (-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-) on, [open-] ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, [speedi-] ly, X that, X there (-in, -on), through (-out), (un-) to(-ward), under, when, where (-with), while, with (-in). Often used in compounds, with substantially the same import; rarely with verbs of motion, and then not to indicate direction, except (elliptically) by a separate (and different) prep.

every thingG3956
πᾶς
pas
pas
Including all the forms of declension; apparently a primary word; all, any, every, the whole: – all (manner of, means) alway (-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no (-thing), X throughly, whatsoever, whole, whosoever.

Zou het zo kunnen zijn, dat te sneller wij het danken onder alle omstandigheden leren, wij te gauwer door de mist heen zijn?

De droom gaf aan dat de mist geen blijvende zaak was, maar een keer ophield. Net of het zicht zolang onthouden werd totdat de noodzakelijke “oefening” geleerd werd. Een inprenting waarop altijd terug kon worden gekeken als een directory die bruikbaar bleef.

Zou et te maken hebben met de groei naar een zekere volwassenheid in het geloof? Zodat de discipel voor andere diensten ingezet kan worden in de levensschool van de Vader?

Terwijl wij leren, mogen wij al delen van wat wij aan ervaringen samen met Hem hebben vergaard. Om zo anderen van dienst te kunnen zijn, die op hun beurt voor uitdagingen staan.

Gezien de woorden uit de Schrift (en er zijn er nog veel meer te noemen) en de genoemde droom, denk ik dat het zo werkt.

Laten wij daarom vertrouwen op de Naam van YHVH als wij in duisternissen wandelen, ongeacht of het beproevingen zijn, trauma’s of gedane zonden die ons beletten zicht te hebben. Hij gaat het licht geven wanneer wij Zijn raad opvolgen, zodat wij ermee aan de slag kunnen gaan.

Opspringen van vreugde in de God mijns heils is opspringen van vreugde in de God van redding= Yeshua, als er niets meer overgebleven is.

Ook voor mij een reminder, telkens weer.

Isa 57:18  Ik zie hun wegen, en Ik zal hen genezen; en Ik zal hen geleiden, en hun vertroostingen wedergeven, namelijk aan hun treurigen.
Isa 57:19  Ik schep de vrucht der lippen, vrede, vrede dengenen, die verre zijn, en dengenen, die nabij zijn, zegt de HEERE, en Ik zal hen genezen. 

Die verre zijn en die nabij zijn… een diepe belofte!

Hij zegt het!


Een reactie plaatsen

Actuele droom voor nu

Op 3 juli 1995 kreeg ik een droom, waarvan ik notie maakte door het direct op te schrijven:

“Ik werd wakker met de volgende vraag:

“Zoeken wij het Israel in Israel of juichen wij het Israel als geheel toe?”

Wakker geworden,dacht ik vervolgens: “En als wij het Israel in Israel zoeken,wat is onze houding naar het deel van Israel dat in God (YHVH) geen Israel is?”

Laten wij ons door sentiment leiden of zoeken wij oprecht Gods weg om de verloren schapen de weg van Yeshua te vertellen. Niet op christelijke, maar op bijbelse wijze?

Wat doen we met de geschonken liefde aan Israel?

Vragen we God deze liefde Zelf te gaan gebruiken opdat wij niet in de verzoeking van gevoelens (emotie) komen en die geschonken liefde onbruikbaar maken door het tot ons persoonlijk eigendom te maken?

Of vragen wij het ons niet eens meer af, waarom die bewogenheid in ons hart kwam en ledigen wij ons verdriet door te pas en te onpas mensen bewegen te kopen, te reizen, sympathie te betuigen etc?

Indien we YHVH willen dienen, laten we tot Hem gaan en Hem vragen die geschonken liefde te reinigen, zodat Hij ons bewust kan maken wat we met die liefde mogen doen.

Het verdriet blijkt dan niet te zijn de onachtzaamheid van de “christenen”, maar de ongehoorzaamheid van allemaal!

Rom 3:12  Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe. “

Psa 14:3  Zij zijn allen afgeweken, te zamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand, die goed doet, ook niet een. 

Klaagl.3: 22 Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN (YHVH), dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; 

Lam 3:23  Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot. 

Bijbels geloof, waar vinden we dat? In Israel? Bij de christenen?

Het is genade als wij het zoeken mogen. Want noch Israel, noch wij hebben van nature schriftuurlijke ijver Hem te zoeken, zodat Zijn eer openbaar komt. De eer van die verborgen werking komt YHVH toe.

Rom 11:36  Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. 

Joh 14:6  Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij. 

Joh 6:44  Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. 

Php 2:13  Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen. 

Dus die liefde in ons hart voor, gemakshalve gezegd, Israel, is de liefde die YHVH heeft en heeft gegeven. Die bewogenheid is YHVH’s bewogenheid voor dat kind. Het verdriet is YHVH’s verdriet,omdat het kind ongehoorzaam is geworden, afgeweken van Zijn Vader.

En dat geschonken verdriet mogen wij aanwenden om onze Vader te bidden die bedekking weg te nemen,op de bres te gaan staan voor dat deel in Israel, waarop YHVH Zijn hand heeft gelegd.

Dit werk is binnenkamerwerk.

Soms alleen, soms met door Hem geleidde andere gelijkgestemden. Onze Vader zoekt kwaliteit, geen kwantiteit.

Jas 5:16  Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt; een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel. 

Laten wij daarom en oprecht zoeken in het vragen wat onze houding t.a.v. dit alles moet zijn, teneinde zoveel als mogelijk is tot Zijn eer te mogen functioneren.

Ook als dat in de stilte zou zijn zonder visionele, emotionele of welke menselijke behoefte dan ook.

Wij zijn geen kinderen van YHVH om onszelf of anderen te behagen.

Al onze eigenschappen behoren Hem toe en als zodanig hebben wij onze rechten en ook onze eigen behoeftes ingeleverd.

Wij zijn in de eerste plaats kinderen van Hem om vervolgens gebruikt te kunnen en mogen worden voor Zijn plan. Dat is krachtens het verzoeningswerk van Yeshua onze status.

Voor Zijn eer!

Appelscha 3 juli 1995

@Hadassah

English translation:

On July 3, 1995, I had a dream, which I made note of by writing it down immediately.

I woke up with the following question:

“Do we look for Israel in Israel or do we applaud Israel as a whole?”

When I woke up, I then thought: “And if we look for Israel in Israel, what is our attitude towards the part of Israel that is not Israel in God (YHVH)?”

Are we guided by sentiment or are we sincerely seeking God’s way to tell the lost sheep the way of Yeshua. Not in a Christian way, but in a Biblical way?

What do we do with the love given to Israel?

Do we ask God to use this love Himself so that we do not fall into the temptation of feelings (emotion) and make that given love useless by making it our personal property?
Or do we no longer even wonder why that emotion came into our hearts and do we empty our sorrow by encouraging people to buy, travel, express sympathy, etc. at the appropriate time?

If we want to serve YHVH, let us go to Him and ask Him to cleanse that given love, so that He can make us aware of what we can do with that love.
The sorrow then turns out not to be the negligence of the “Christians”, but the disobedience of all!

Rom 3:12 They have all turned aside, and have become worthless together. There is no one who does good, neither is there one.“
Psa 14:3  They have all turned aside, and they have become stinking together; there is no one who does good, not even one.
Lamentation 3:22 Cheth. These are the mercies of the LORD (YHVH), that we are not destroyed, that his mercies have no end;
Lam 3:23  Cheth. They are all new tomorrow, Your faithfulness is great.

Biblical faith, where do we find that? In Israel? With the Christians?

It is grace if we may seek it. For neither Israel nor we have by nature Scriptural zeal to seek Him, that His glory may be made manifest. The honor of that hidden working belongs to YHVH.
Rom 11:36  For from Him, and through Him, and to Him are all things. To Him be the glory forever. Amen.
John 14:6  Jesus said unto him, I am the way, and the truth, and the life. No one comes to the Father except through Me.
John 6:44  No man can come to me, except the Father who sent me draw him; and I will raise him up at the last day.
Php 2:13  For it is God who works in you both to will and to do for His good pleasure.

So that love in our hearts for, conveniently speaking, Israel, is the love that YHVH has and has given. That compassion is YHVH’s compassion for that child. The sorrow is YHVH’s sorrow, because the child has become disobedient, deviated from His Father.
And we may use that sorrow to pray to our Father to remove that covering, to stand in the gap for that part of Israel on which YHVH has laid His hand.
This work is inside work.
Sometimes alone, sometimes with other like-minded people led by Him. Our Father seeks quality, not quantity.
Jas 5:16 Confess your trespasses to one another, and pray for one another, that you may be healed. a powerful prayer of the righteous avails much.

Let us therefore sincerely ask what our attitude towards all this should be, in order to function as much as possible for His glory.
Even if that would be in silence without visionary, emotional or any human need.
We are not children of YHVH to please ourselves or others.
All our qualities belong to Him and as such we have surrendered our rights and also our own needs.
We are first and foremost His children so that we can and may be used for His plan. That is our status by virtue of Yeshua’s atoning work.
For His glory!

Appelscha July 3, 1995


Een reactie plaatsen

Abraham’s verantwoordelijkheid

Vandaag kwam de gedachte in mij op over de geschiedenis van Abraham, hoe hij voor zijn zoon Izak een vrouw zocht uit zijn eigen volk. Dat kan men lezen in Genesis 24: 3 en 4.

Abraham wil beslist geen vrouw voor zijn zoon die niet de normen en waarden kent en doet, die hij zijn zoon geleerd heeft. Wat een voorbeeld voor ons vandaag de dag!

Gen 24:3  Opdat ik u doe zweren bij YHVH,, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon; 
Gen 24:4  Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn maagschap trekken, en voor mijn zoon Izak een vrouw nemen zult. 

Gen 24:5  En die knecht zeide tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten wederbrengen in het land, waar gij uitgetogen zijt? 

Abraham heeft een groot geloof en hij zegt:

Gen 24:6  En Abraham zeide tot hem: Wacht u, dat gij mijn zoon niet weder daarheen brengt! 
Gen 24:7  YHVH, de God des hemels, Die mij uit mijns vaders huis en uit het land mijner maagschap genomen heeft, en Die tot mij gesproken heeft, en Die mij gezworen heeft, zeggende: Aan uw zaad zal Ik dit land geven! Die Zelf zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt. 

Zo rechtvaardig en schriftuurlijk getrouw zegt Abraham de volgende woorden:

Gen 24:8  Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.
Gen 24:9  Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak. (zie vers 1 en 2).

Abraham vertrouwde vast op YHVH uitgaande van de belofte die Hij aan Abraham gedaan had en in die lijn handelde zijn knecht ook:

Gen 24:10  En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamie, naar de stad van Nahor.
Gen 24:11  En hij deed de kemelen nederknielen buiten de stad, bij een waterput, des avondtijds, ten tijde, als de putsters uitkwamen.
Gen 24:12  En hij zeide: YHVH! God van mijn heer Abraham! doe haar mij toch heden ontmoeten, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer.
Gen 24:13  Zie, ik sta bij de waterfontein, en de dochteren der mannen dezer stad zijn uitgaande om water te putten; 

En hij vraagt Abba YHVH om een teken:

Gen 24:14  Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken; diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt, en dat ik daaraan bekenne, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt. 

Staat er niet geschreven dat eer wij roepen, Hij antwoorden zal, Laten wij de geschiedenis met aandacht lezen:

Gen 24:15  En het geschiedde, eer hij geeindigd had te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, welke aan Bethuel geboren was, de zoon van Milka, de huisvrouw van Nahor, de broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder.
Gen 24:16  En die jonge dochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik, en ging op.
Gen 24:17  Toen liep die knecht haar tegemoet, en hij zeide: Laat mij toch een weinig waters uit uw kruik drinken.
Gen 24:18  En zij zeide: Drink, mijn heer! en zij haastte zich en liet haar kruik neder op haar hand, en gaf hem te drinken.
Gen 24:19  Als zij nu voleindigd had van hem drinken te geven, zeide zij: Ik zal ook voor uw kemelen putten, totdat zij voleindigd hebben te drinken.
Gen 24:20  En zij haastte zich, en goot haar kruik uit in de drinkbak, en liep weder naar den put om te putten, en zij putte voor al zijn kemelen. 

Wanneer wij Abba YHVH om een zaak of situatie vragen, krijgen wij oog voor details:
Gen 24:21  En de man ontzette zich over haar, stilzwijgende, om te merken, of YHVH zijn weg voorspoedig gemaakt had, of niet. 

Voorts heeft hij haar gevraagd, zie vers 23:

Gen 24:22  En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds.
Gen 24:23  Want hij had gezegd: Wiens dochter zijt gij? geef het mij toch te kennen; is er ook ten huize uws vaders plaats voor ons, om te vernachten?
Gen 24:24  En zij had tot hem gezegd: Ik ben de dochter van Bethuel, den zoon van Milka, die zij Nahor gebaard heeft.
Gen 24:25  Voorts had zij tot hem gezegd: Ook is er stro en veel voeders bij ons, ook plaats om te vernachten. 

De knecht heeft meer dan voldoende tekenen ontvangen. Hij kan en wil niet anders dan Abba YHVH loven en prijzen:

Gen 24:26  Toen neigde die man zijn hoofd, en aanbad den HEERE;
Gen 24:27  En hij zeide: Geloofd zij YHVH, de God van mijn heer Abraham, Die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer; aangaande mij, YHVH heeft mij op dezen weg geleid, ten huize van mijns heren broederen. 

De geschiedenis gaat verder en is zó vol van waardevolle details:

Gen 24:28  En die jonge dochter liep, en gaf ten huize harer moeder te kennen, gelijk deze zaken waren. 
Gen 24:29  En Rebekka had een broeder, wiens naam was Laban; en Laban liep tot dien man naar buiten tot de fontein. 
Gen 24:30  En het geschiedde, als hij dat voorhoofdsiersel gezien had, en de armringen aan de handen zijner zuster; en als hij gehoord had de woorden zijner zuster Rebekka, zeggende: Alzo heeft die man tot mij gesproken, zo kwam hij tot dien man, en ziet, hij stond bij de kemelen, bij de fontein. 
Gen 24:31  En hij zeide: Kom in, gij, gezegende des YHVH’s! waarom zoudt gij buiten staan? want ik heb het huis bereid, en de plaats voor de kemelen. 
Gen 24:32  Toen kwam die man naar het huis toe, en men ontgordde de kemelen, en men gaf den kemelen stro en voeder; en water om zijn voeten te wassen, en de voeten der mannen, die bij hem waren. 

Gen 24:33  Daarna werd hem te eten voorgezet; maar hij zeide: Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij zeide: Spreek! 

Abrahams dienaar vertelt gedetaileerd de gehele geschiedenis, wat eraan vooraf ging en hoe het hem gegaan is:
Gen 24:34  Toen zeide hij: Ik ben een knecht van Abraham;
Gen 24:35  En YHVH heeft mijn heer zeer gezegend, zodat hij groot geworden is; en Hij heeft hem gegeven schapen, en runderen, en zilver, en goud, en knechten, en maagden, en kemelen, en ezelen.
Gen 24:36  En Sara, de huisvrouw van mijn heer, heeft mijn heer een zoon gebaard, nadat zij oud geworden was; en hij heeft hem gegeven alles, wat hij heeft. 


Gen 24:37  En mijn heer heeft mij doen zweren, zeggende: Gij zult voor mijn zoon geen vrouw nemen van de dochteren der Kanaanieten, in welker land ik wone;
Gen 24:38  Maar gij zult trekken naar het huis mijns vaders, en naar mijn geslacht, en zult voor mijn zoon een vrouw nemen!

Abrahams dienaar vertelt dat hij Abraham vraagt als het eens anders zou kunnen lopen:


Gen 24:39  Toen zeide ik tot mijn heer: Misschien zal mij de vrouw niet volgen.
Gen 24:40  En hij zeide tot mij: YHVH, voor Wiens aangezicht ik gewandeld heb, zal Zijn Engel met u zenden, en Hij zal uw weg voorspoedig maken, dat gij voor mijn zoon een vrouw neemt, uit mijn geslacht en uit mijns vaders huis.
Gen 24:41  Dan zult gij van mijn eed rein zijn, wanneer gij tot mijn geslacht zult gegaan zijn; en indien zij haar u niet geven, zo zult gij rein zijn van mijn eed. 

Bij de fontein:
Gen 24:42  En ik kwam heden aan de fontein; en ik zeide: O, HEERE! God van mijn heer Abraham! zo Gij nu mijn weg voorspoedig maken zult, op welke ik ga;
Gen 24:43  Zie, ik sta bij de waterfontein; zo geschiede, dat de maagd, die uitkomen zal om te putten, en tot welke ik zeggen zal: Geef mij toch een weinig waters te drinken uit uw kruik;
Gen 24:44  En zij tot mij zal zeggen: Drink gij ook, en ik zal ook uw kemelen putten; dat deze die vrouw zij, die de HEERE aan den zoon van mijn heer heeft toegewezen.
Gen 24:45  Eer ik geeindigd had te spreken in mijn hart, ziet, zo kwam Rebekka uit, en had haar kruik op haar schouder, en zij kwam af tot de fontein en putte; en ik zeide tot haar: Geef mij toch te drinken!
Gen 24:46  Zo haastte zij zich en liet haar kruik van zich neder, en zeide: Drink gij, en ik zal ook uw kemelen drenken; en ik dronk, en zij drenkte ook de kemelen.
Gen 24:47  Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo leide ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen; 

Hij vervolgt hoe hij niet anders kon dan YHVH aanbidden:
Gen 24:48  En ik neigde mijn hoofd, en aanbad YHVH; en ik loofde YHVH, den God van mijn heer Abraham, Die mij op den rechten weg geleid had, om de dochter des broeders van mijn heer voor zijn zoon te nemen.
Gen 24:49  Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, geeft het mij te kennen; en zo niet, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechter hand of ter linkerhand wende.
Gen 24:50  Toen antwoordde Laban, en Bethuel, en zeiden: Van den HEERE is deze zaak voortgekomen; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken.
Gen 24:51  Zie, Rebekka is voor uw aangezicht; neem haar en trek henen; zij zij de vrouw van den zoon uws heren, gelijk de HEERE gesproken heeft!
Gen 24:52  En het geschiedde, als Abrahams knecht hun woorden hoorde, zo boog hij zich ter aarde voor den HEERE.
Gen 24:53  En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en klederen, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar moeder kostelijkheden.
Gen 24:54  Toen aten en dronken zij, hij en de mannen, die bij hem waren; en zij vernachtten, en zij stonden des morgens op, en hij zeide: Laat mij trekken tot mijn heer! 

Haar broer en haar moeder hebben er vrede over maar willen haar nog enige dagen bij zich houden,maar de dienaar wil graag weer terug,waarop er een belangrijk volgend detail naar voren komt. Die van Rebekka zelf!


Gen 24:55  Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan.
Gen 24:56  Maar hij zeide tot hen: Houdt mij niet op, dewijl de HEERE mijn weg voorspoedig gemaakt heeft! laat mij trekken, dat ik tot mijn heer ga.
Gen 24:57  Toen zeiden zij: Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen. 

Rebekka antwoordt het volgende:
Gen 24:58  En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met dezen man trekken?

En zij antwoordde: Ik zal trekken.

Ze laten Rebekka gaan op grond van haar antwoord en zegenen haar:

Gen 24:59  Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen.
Gen 24:60  En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!
Gen 24:61  En Rebekka maakte zich op met haar jonge dochteren, en zij reden op kemelen, en volgden den man; en die knecht nam Rebekka, en toog heen. 

Terwijl Izak uitgegaan was in het veld om te bidden, zag hij de kamelen komen:
Gen 24:62  Izak nu kwam, van daar men komt tot den put Lachai-roi; en hij woonde in het zuiderland.
Gen 24:63  En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen! 

Zij zagen elkaar voor het eerst:
Gen 24:64  Rebekka hief ook haar ogen op, en zij zag Izak; en zij viel van den kemel af.
Gen 24:65  En zij zeide tot den knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zeide: Dat is mijn heer! Toen nam zij den sluier, en bedekte zich. 

De knecht verhaalde hoe het allemaal gegaan was:

Gen 24:66  En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had. 

Daarna:
Gen 24:67  En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood.

Toen mij deze geschiedenis duidelijk werd dat Abba YHVH hierin de leiding kreeg en de uitkomst zo groots was en zo duidelijk gedetailleerd voor eenvoudige mensen, heeft het mij een leidraad gegeven.

Dat we voor onze kinderen in de eerste plaats bidden dat zij een toekomstige wederhelft ontmoeten die de zegen van YHVH heeft. Maar hen ook aansporen zelf te bidden en vragen voor iemand uit hun eigen “volk”, hoewel schriftuurlijk gezien de vader daarin een bijzondere verantwoording heeft. Daar ligt mijn inziens een verborgenheid die zo makkelijk over het hoofd gezien wordt. Zou dat te maken hebben met een van de eigenschappen die Abba YHVH aan de rechtvaardige man gegeven heeft, namelijk die van beschermer?

Uit Babylon trekken heeft ook te maken met het loslaten van babylonische gewoonten als de termen “zij zijn oud en wijs genoeg om het zelf uit te zoeken, daar hebben ze ons niet voor nodig”. En zo shoppen opgroeiende kinderen vaak van de een naar de ander…

Onze kinderen zijn kostbaar, een erfdeel van YHVH en zij zijn ons nageslacht. De volgende generatie!

Wanneer wij terug willen gaan naar hoe de Vader het heeft bedoeld, zal Hij het ons geven. Ook hoe wij onze kinderen kunnen bewaren voor die ene. En dan denk ik ook aan gezinnen waarin één ouder het gezin het hoofd moet bieden. En ja, er zijn voorbeelden te over dat ook uit onze gelederen jongvolwassen kinderen niet die raad meekregen of er niet naar hebben willen handelen. Ook dat moeten we onder ogen zien. Daarin heb ik wel gezien dat Abba YHVH een Vader is van herstel en heling, om via een bocht, toch een recht pad wil geven.

Er valt nog veel meer over te zeggen, maar ik volsta met de raad om uw gedachten erover te willen laten gaan en vooral de Vader om inzicht te vragen. Hij wil gebeden worden en is het Hijzelf niet die Mozes aanspoorde met de volgende woorden:

Exo 14:15  Toen zeide YHVH tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken. (Exo 14: 13-16).

Rom 11:36  Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. 


Een reactie plaatsen

Beproeft de geesten of zij uit YHVH zijn.

1Jn 4:1  Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit Yahweh zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld. 
1Jn 4:2  Hieraan kent gij den Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit Elohim; 
1Jn 4:3  En alle geest, die niet belijdt, dat Yeshua de Messias/Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld.
 

Gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten of zij uit Yahweh zijn.

Het is hoogst noodzakelijk dat wij de raad van de Vader door Zijn rechtschapen dienaren uiterst serieus gaan nemen en opnieuw nauwkeurig gaan evalueren, opruimen wat gistend is. Opdat het oprechte openbaar komt.

Hieraan ken gij de Geest van YHVH:

alle geest die belijdt dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit Elohim YHVH.

en alle geest, die NIET belijdt dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit YHVH NIET.

Laten we die sleutel gebruiken op alle info die wij voorbij zien komen op sociale media, internet, papier of gesprekken.

Het volgende is van groot belang: de tien geboden:

Ik ben YHVH,Die u uit Egypteland, uit het diensthuis hebt uitgeleid.

Gij zult GEEN andere goden voor Mijn Aangezicht hebben.

Geen menselijke wijsheid voortgesproten uit louter religie, mystiek etc.

Eigenlijk hoeft er geen uitleg over andere goden, omdat een zuiver geweten onder de Banier van Yeshua al een seintje krijgt bij het naderen van onzuiverheid.

Wanneer wij de wapenrusting van Yeshua aangorden, gaan wij beseffen dat er geen adere goden voor ZIjn Aangezicht zullen mogen komen,omdat dan onze blik vertroebeld wordt.

Hij, de Almachtige, is onze Man en Maker en net als in een zuiver huwelijk past daar geen andere geliefde in. Omdat een andere geliefde dan degeen met wie het unieke verbond is aangegaan, geen andere duldt. Dat is het geheimenis waar Paulus op wijst in Eph 5:31,32, 

Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen. 
Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente. 

1Jn 4:3  En alle geest, die niet belijdt, dat Yeshua de Messias/Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld. 

Alle geest die niet belijdt…De Ruach haKodesh komt onze geest te hulp en maakt ons indachtig alles wat Yeshua onderwezen heeft – Joh 14:26.

Wij hebben het Levende Woord, het huwelijkscontract waarmee Yeshua, Die in het vlees gekomen is en opgestaan, het unieke verbond heeft mogelijk gemaakt, waar geen ander voor Zijn Aangezicht geduld wordt.

De Vader heeft genade,maar dat is voor een tijd.

Behold He is coming!

Wanneer wij er echt ernst mee maken, gaan veel studies, leringen en in onze ogen hooggewaardeerde leraren ons geestelijk huis uit.

Waarom?

Is Abba YHVH niet bij machte het door Zijn Geest Zelf te leren? Achten wij zijn raad minder dan onze eigen-wijze manier van interpreteren?

Wanneer wij dat laatste aanhouden,doen wij hetzelfde als de meerderheid door alle eeuwen heen.

Hij wil de Eerste in ons leven zijn. Yeshua is heentgegaan opdat de Geest van Heiligheid uitgestort kon worden op de Shavuot. Abba YHVH maakte het mogelijk om opnieuw met ons van Aangezicht oto aangezicht te spreken,maar wij hebben, net als de kinderen Israels, voor onszelf Mozessen uitgezocht die het ons via via gingen uitleggen. Het gevolg was dat we heden ten dage opnieuw tussenpersonen hoger achten dan de Geest van Heiligheid Die het ons rechtstreeks wil aanreiken!

Het vernieuwde verbond, waarin een ieder volwaardig iets inbrengt van wat YHVH heeft gedaan aan diens hart en in diens leven, komt amper voor. Het is uit de comfortzone van mensen om het zelf te gaan onderzoeken en te delen aan gelijkgestemden. We zijn met zn allen min of meer doorgegaan met tussenpersonen en het is een solide uitgesleten oud karrespoor.

Dat karrespoor is voorspelbaar. Het is een religieuze vorm in een ander jasje.

Hoe anders is de raad van Yeshua aan Zijn discipelen, die niet een of andere bestuurscursus hadden gevolgd, maar van YHVH praktische geleerd en toegerust waren:

Matth 28: ‘’En Yeshua trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen…

Levensheiliging, voorbereiding geeft aan dat we wakker moeten worden, zodat we in staat zijn om ons ja “ja”te laten zijn.

We zullen op tegenstand stuiten. Nieuwe wijn gaat niet in oude zakken, bedenk dat.

Maar we hebben de Geest van Heiligheid met ons. Die zal ions indachtig maken al wat Yeshua onderwezen heeft.

Tot Zijn eer!

Beproeft mijn woorden!

 


1 reactie

Achor in Mattheüs 13?

Tussen alle vormen van invulling over hoe een en ander zou kunnen gaan, spreekt mij het over en over lezen van feiten in het Woord meer aan waar Abba YHVH spreekt over het bewaren van Zijn overblijfsel op de aarde en hoe Hij dat gaat doen, is aan Hem. Hij geeft ons kleine puzzelstukjes, en het is aan ons om Hem te vragen hoe Hij dat bedoelt.

Waar doelt Abba YHVH op als Hij in Hosea 2 spreekt over het lokken van Zijn Geliefde naar Achor?

Moeten we alles alleen maar geestelijk invullen terwijl het volk Israel na de wonderlijke verlossing uit het land Goshen bij Pi haGiroth door de zee kon wandelen en het leger van de Farao omkwam in de golven?

Was het relaas over Noach dan geestelijk toen hij de opdracht kreeg om een ark te bouwen en daar met zijn gezin in ging en de goddelozen omkwamen in de golven?

Is de raad in Mattheüs 24:15 geestelijk bedoeld? Wat dan als het toch waar is dat de verwoester overal zal komen omdat alle genoemde plaatsen in Daniël 11 toch letterlijk bedoeld zijn? Is het al eens gebeurd en gaat het opnieuw gebeuren, nu ook in het land verontreiniging heeft plaatsgevonden?

En wat te zeggen van Openbaring 12 is het slechts geestelijk dat de vrouw (volwassen in geloof) gevoed wordt op een beschermde plaats en zij die haar gehoord hebben maar niet of nauwelijks ernaar gehandeld de volle laag krijgen in de regio’s waar de draak recht heeft om te komen?

Terwijl veel leringen gaan over wegnemen van gelovigen voordat of nadat er iets staat te gebeuren, spreekt het Woord over het eerst weghalen van onkruid in de gelijkenis in Mattheüs 13.

Voor mij zijn de gebeurtenissen in zowel het Oude als Vernieuwde Verbond/Testament bevestigend en sluitend, dat de Vader Zijn overblijfsel beschermd op aarde temidden van alle tumult.

Enige puzzelstukjes geeft Hij ons en zij die dat opmerken gaan ermee aan de slag. Dat mag, ook al lopen we er misschien in enthousiasme wat meer mee weg dan de Vader bedoelt. Wanneer wij oprecht in dienst willen staan van Hem, Die alles schiep, dan komen wij voorzichtig terug en vragen naar Zijn wegen.

Eén zaak staat vast en wankelt niet. Dat is Zijn plan om een Bruid te werven, die op Hem lijkt door Zijn instructies nauwkeurig op te volgen.

Het is zaak om Zijn plan feitelijk te doorzoeken. Met feitelijk bedoel ik dat wij Zijn geschreven Woord hoger dienen te achten dan ingesleten leringen en geboden van mensen.

Zijn Woord is levend en krachtig.

Enkele hoofdstukken ter overdenking en onderzoek naar de achtergronden:

Exodus 14

Genesis 7

Hosea 2

Isa 16:3  Brengt een raad aan, houdt gericht, maakt uw schaduw op het midden van den middag, gelijk van den nacht; verbergt de verdrevenen, en meldt den omzwervende niet. 
Isa 16:4  Laat mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab! wees gij hun een schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders; want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is te niet geworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan. 
Isa 16:5  Want er zal een troon bevestigd worden in goedertierenheid, en op denzelven zal bestendig een zitten in de tent van David, een, die oordeelt en het recht zoekt, en vaardig is ter gerechtigheid. 

Daniël 11, met name vers 41:  En hij zal komen in het land des sieraads, en vele landen zullen ter nedergeworpen worden; doch deze zullen zijn hand ontkomen, Edom en Moab, en de eerstelingen der kinderen Ammons. 

Mattheüs 13

Mattheüs 24

Openbaring 12 met name 6, 14 tm 17

Een vraag voor de lezers: Welke regio wordt er met het “land des sieraads” bedoeld in vers 41?

Lees dit onderwerp met Heb_4:12  Want het Woord YHVHs/Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

NB Het begrip Achor geeft mij hoop, omdat Hij het gezegd heeft. Hij gaat geheel Israel verzamelen en let wel, niet wat wij van mensen hebben gehoord die zich eigen vaten hebben uitgehouwen, vaten die geen water (Levend Water) houden. Het Israel wat Hij gaat verzamelen, zal Zijn voorwaarden gehoorzamen en opvolgen. Lees in YHVH’s geschreven Woord wat Hij onder het woord “Israel”verstaat. Dat zullen wij alleen door Zijn Geest gaan verstaan en omarmen. Joh 14:26.

Hem zij alle eer!


.