Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


2 reacties

Ogendienst..Oog versus hart

Mij kwam onlangs het woord “ogendienst” in gedachten en het bleef te gast, dus ik begreep dat ik er iets mee moest gaan doen. Ik verbind er de uiterlijke vorm mee, welke er op uit is om mensen te behagen in plaats van Hem Die ons gemaakt heeft, maar is dat wel de juiste gedachte?

We vinden het in Efeze 6:5 Gij diensknechten, zijt gehoorzaam uw heren naar het vlees, met vreze en beven, in eenvoudigheid uws harten, gelijk als aan Christus; 
Eph 6:6  Niet naar ogendienst, als mensenbehagers, maar als dienstknechten van Christus, doende den wil van God van harte; 
Eph 6:7  Dienende met goedwilligheid den Heere, en niet de mensen; 

Eph 6:6  Not with eyeservice, as menpleasers; but as the servants of Christ, doing the will of God from the heart; 

Wat mij opvalt is dat er direct aan  het woord ogendienst mensenbehagen/ menpleasers wordt verbonden.

Dus ogendienst heeft te maken met een vorm die uit een bepaalde hartsgesteldheid komt en waarvan de schrijver weet, want zo legt hij het uit, dat het tegengesteld is aan “dienende met goedwilligheid de Meester”

Nog twee teksten die ook te maken hebben met zien alleen:

1Samuël 16:7 “Doch de HEERE/YHVH zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE/YHVH ziet het hart aan.”

In bovenstaand vers wordt Samuël onderwezen door niet naar het uiterlijk te kijken, omdat YHVH dat niet doet. Die kijkt naar het hart en hartsgesteldheid “de mens ziet aan wat voor ogen is, maar YHVH ziet het hart aan”

Een vergelijk met verschillende vertalingen. Het is boeiend om begrippen te ontrafelen, zeker wanneer ze “zomaar” in de gedachten komen.

1 Samuel 16:7
(Dutch SV)  Doch de HEERE zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.

(Hebrew OT+)  ויאמרH559 יהוהH3068 אלH413 שׁמואלH8050 אלH408 תבטH5027 אלH413 מראהוH4758 ואלH413 גבהH1364 קומתוH6967 כיH3588 מאסתיהוH3988 כיH3588 לאH3808 אשׁרH834 יראהH7200 האדםH120 כיH3588 האדםH120 יראהH7200 לעיניםH5869 ויהוהH3068 יראהH7200 ללבב׃H3824

(KJV)  But the LORD said unto Samuel, Look not on his countenance, or on the height of his stature; because I have refused him: for the LORD seeth not as man seeth; for man looketh on the outward appearance, but the LORD looketh on the heart.

(KJV+)  But the LORDH3068 saidH559 untoH413 Samuel,H8050 LookH5027 notH408 onH413 his countenance,H4758 or onH413 the heightH1364 of his stature;H6967 becauseH3588 I have refusedH3988 him: forH3588 the LORD seeth notH3808 asH834 manH120 seeth;H7200 forH3588 manH120 lookethH7200 on the outward appearance,H5869 but the LORDH3068 lookethH7200 on the heart.H3824

Andere verzen komt in mijn gedachten:

Jes 55:8  Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE/YHVH. 
Isa 55:9  Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten. 
Isa 55:10  Want gelijk de regen en de sneeuw van den hemel nederdaalt, en derwaarts niet wederkeert; maar doorvochtigt de aarde, en maakt, dat zij voortbrenge en uitspruite, en zaad geve den zaaier, en brood den eter; 
Isa 55:11  Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende. 

Dat brengt mij bij de gedachte dat wat YHVH met kijken naar het hart bedoelt, zoveel dieper is, dan wat wij op t eerste gezicht menen te zien. En dat betekent voor mij, juist omdat de Vader ons meeneemt naar Zijn manier van kijken, dat we iets anders nodig hebben om te beproeven of iets ogendienst is of eenvoudig gezegd “hartendienst”.

Dan komen we bij geestelijk onderscheid, een eigenschap/ gave waarmee een mensenkind kan verstaan wat uit YHVH is en wat niet.

1Co 2:9  Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 
1Co 2:10  Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. 
1Co 2:11  Want wie van de mensen weet, hetgeen des mensen is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand, hetgeen Gods is, dan de Geest Gods. 
1Co 2:12  Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn; 
1Co 2:13  Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende. 
1Co 2:14  Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. 
1Co 2:15  Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hij zelf wordt van niemand onderscheiden. 

Nu hebben wij in het leven te maken met ons verstand, wil en emoties naast die van onze geest. Wanneer wij weten Hem toe te behoren, ontmoeten wij strijd in onszelf. Die strijd vindt hoofdzakelijk plaats tussen onze ziel, waar het verstand, wil en emoties huizen én onze geest, waar Zijn Geest in woont.

Shaul/Paulus beschrijft dat in Romeinen 7:15  Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik. 
Rom 7:16  En indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is. 
Rom 7:17  Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 
Rom 7:18  Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet. 
Rom 7:19  Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. 
Rom 7:20  Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 
Rom 7:21  Zo vind ik dan deze wet in mij; als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt. 
Rom 7:22  Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens; 
Rom 7:23  Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is. 
Rom 7:24  Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? 
Rom 7:25  Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere. 
Rom 7:26  Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde. 

En Mattheüs zegt het zó:

Mat_26:41  Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

En ook David weet ervan wanneer hij in de psalmen zijn ziel het zwijgen oplegt met zijn geest:

Psa_42:6  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en zijt onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen Zijns aangezichts.
Psa_42:12  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.
Psa_43:5  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.
Psa_62:6  Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting.

Dús…aan de hand van deze versaanhalingen begrijpen wij dat wij een menselijke natuur hebben die via onze ogen,oren, emotie en verstand gevoed wordt en een geest, waarin Zijn Geest woont wanneer wij Hem toebehoren en dat ons leven de tijd geeft om ons te vormen. Beproevingen zijn een onderdeel om ons te helpen om te zien in hoeverre wij zien met onze ogen of met ons hart.

Van Hem krijgen wij instructies, die geschreven staan in Zijn Woord, omdat Hij ons aanmoedigt overwinnen te behalen.

Ogendienst – we weten nu dat het te maken heeft met anderen te behagen in plaats van YHVH

Ogendienst kan onbewust, bewust gedaan worden. Onderzoek geeft stof tot nadenken, maar ook ontdekking, omdat geestelijke onderscheiding aanreikt dat wat verborgen is.

Ogendienst is er in alle gelederen….Het is van alle tijden en het floreert welig., maar het einde geeft geen vrucht dat YHVH welbehagelijk is. Zie bij voorbeeld de verleiding in de hof van Eden.

We zien aan de volgende teksten dat er in alle eeuwen goede raadgeving en advies geweest is, maar dat het aan onszelf ligt welke keuze wij maken en de bijbehorende conditie blijft niet uit:

Jer 6:16  Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen. 
Jer 6:17  Ik heb ook wachters over ulieden gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin; maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren. 
Jer 6:18  Daarom hoort, gij heidenen! en verneem, o gij vergadering! wat onder hen is. 
Jer 6:19  Hoor toe, gij aarde! Zie, Ik zal een kwaad brengen over dit volk, de vrucht hunner gedachten; want zij merken niet op Mijn woorden, en Mijn wet verwerpen zij. 

Ook Yeshua legt het verschil aan de hand van de volgende woorden nauwkeurig uit:

Luk 18:9  En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis: 
Luk 18:10  Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een Farizeer, en de ander een tollenaar. 
Luk 18:11  De Farizeer, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar. 
Luk 18:12  Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit. 
Luk 18:13  En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig! 
Luk 18:14  Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden. 
Luk 18:15  En zij brachten ook de kinderkens tot Hem, opdat Hij die zou aanraken; en de discipelen, dat ziende, bestraften dezelve. 
Luk 18:16  Maar Jezus riep dezelve kinderkens tot Zich, en zeide: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods. 
Luk 18:17  Voorwaar, zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet zal ontvangen als een kindeken, die zal geenszins in hetzelve komen. 
Luk 18:18  En een zeker overste vraagde Hem, zeggende: Goede Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven? 
Luk 18:19  En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God. 
Luk 18:20  Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en uw moeder. 
Luk 18:21  En hij zeide: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid aan. 
Luk 18:22  Doch Jezus, dit horende, zeide tot hem: Nog een ding ontbreekt u; verkoop alles, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij. 
Luk 18:23  Maar als hij dit hoorde, werd hij geheel droevig; want hij was zeer rijk. 
Luk 18:24  Jezus nu, ziende, dat hij geheel droevig geworden was, zeide: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan! 
Luk 18:25  Want het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga. 
(..)
Luk 18:27  En Hij zeide: De dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God. 
Luk 18:28  En Petrus zeide: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd. 
Luk 18:29  En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg ulieden, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het Koninkrijk Gods; 
Luk 18:30  Die niet zal veelvoudig weder ontvangen in dezen tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven. 

De kinderen Israels zijn ons tot voorbeeld gesteld, omdat het onze vaders waren, wat beslist niet figuurlijk bedoeld is.

1Co 10:1  En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; 
1Co 10:2  En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; 
1Co 10:3  En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; 
1Co 10:4  En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus. 
1Co 10:5  Maar in het meerder deel van hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen. 
1Co 10:6  En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben. 
1Co 10:7  En wordt geen afgodendienaars, gelijkerwijs als sommigen van hen, gelijk geschreven staat: Het volk zat neder om te eten, en om te drinken, en zij stonden op om te spelen. 
1Co 10:8  En laat ons niet hoereren, gelijk sommigen van hen gehoereerd hebben, en er vielen op een dag drie en twintig duizend. 
1Co 10:9  En laat ons Christus niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen verzocht hebben, en werden van de slagen vernield. 
1Co 10:10  En murmureert niet, gelijk ook sommigen van hen gemurmureerd hebben, en werden vernield van den verderver. 
1Co 10:11  En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der eeuwen gekomen zijn. 
1Co 10:12  Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.

De keus is aan ons wat wij heden ten dage kiezen. Eenvoudig aan Hem vragen of Hij ons leiden wil en geven ons Zijn kennis, Zijn wijsheid en Zijn inzicht. Dan zullen wij gaan onderscheiden om de juiste weg te gaan,maar wij zullen ook niet schromen anderen te helpen de uitnemendste weg te kiezen. Maar vóór we dat laatste doen, vragen wij ook weer om Zijn leiding, omdat Zijn zaak ermee gediend wordt.

Hineni

Jozua 24:15  Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen! 

 Beproef mijn woorden, shalom, Hadassah

NB Het woord HEERE etc is mijns inziens YHVH Yod Heh Vav Heh; Christus/ Masshiach Yeshua

 

 

 

 


1 reactie

Inzicht in versterken

In twee overwegend roomse landen waar wij onlangs waren kregen we van lokale bewoners, die Yeshua belijden en Zijn instructies doen, te horen, dat vanwege de roomse inslag het zicht op YHVH’s kalender tot nu toe niet doorbrak.

De Reformatie daarentegen heeft blijkbaar ruimte gebracht voor de volgende stap naar het zicht op YHVH’s instructies .

Dat gaf me te denken. De mensen, die er wonen, zijn er erg vriendelijk, dat viel gewoon op. Vooraf aan onze reis was ik op onderzoek gegaan wie we zouden kunnen opzoeken en dat lukte wonderwel, maar wanneer we in het ene land van een vriend en broeder vernemen dat hij in het gehele land geen Torah houdende gelovigen die Yeshua belijden kent en in het andere land een zuster precies hetzelfde zegt,dan valt dat toch op.

Aan de Reformatie gingen barensweeën vooraf en daaruit kwam het protestantisme, dat op zich niet zo heel veel verschilt van ’t “Roomisme”, zeker als we naar de feestkalender kijken. Maar tóch…

Toch blijkt het in de praktijk een makkelijker stap richting Hebreeuwse wortels, dan vanuit het roomse. In de protestantse landen kun je spreken van een groeiend ontwaken in vermeerderende vorm. Alhoewel het ene land verder is dan het andere.

Wat mij eveneens bezighield of eerlijk gezegd bevestigde is, dat wij hen dienen te versterken, bemoedigen, die op eenzame posten staan en de banier dragen. Het zegent hen, maar ook zij, die hen bezoeken.

Willen wij in onze dagen meehelpen om te zaaien en te delen van wat wij van YHVH ontvangen hebben aan kennis, wijsheid en inzicht omtrent Zijn plan om geheel Israel te gaan herstellen, dan dienen wij onze talenten te benutten en niet te talmen. Vraag Hem wat u kunt doen.

Mij kwamen opnieuw de woorden in gedachten uit Jozua 1: 3 “Alle plaats waarop ulieder voetzool treden zal, “Deut 11:24 geeft dat ook aan “Alle plaats waar uw voetzool op treedt, zal uwe zijn;” Mijn bede was dat het zo nodige Licht door gaat breken, omdat dát Licht verlossing geven gaat, wanneer een mens dat aangrijpt. Heel bijzonder vond ik het dat een van de mensen die wij bezochten dit vers specifiek aanhaalde waar ik een bevestiging in zag!

 

 

 

 

 

 

 

Wij zijn behouden teruggekomen van een reis die 7500 kilometer meer op de teller zette en zien terug op een gezegende reis, die ons gezin versterkte, ons ontspanning bracht vanwege de mooie natuur en de zon, maar zeker ook en niet in het laatst onze behoefte onze familie in Yeshua te bezoeken in de volkeren. De woorden “Versterk het overige” oa te vinden in Openbaring 3 kwam diverse malen voorbij. In Aveiro aan zee beleefde ik een diep moment betreffende het opbouwen van Yosef in de natiën… Bijzonder dat ik de tien ontdekte bij datzelfde strand…

img_20181226_104507_resized_20190119_121413501

We mochten een verbinding leggen, die naar meer kanten uitwerkte. Alle eer aan onze Vader, Die dit ons mogelijk maakte.

@Hadassah – januari 2019

 

English translation below:

In two predominantly Roman countries where we were recently, we were told by local residents, who profess Yeshua and His instructions, that because of the Roman slant, the view of YHVH’s calendar had not yet broken through.

The Reformation, on the other hand, has apparently made room for the next step towards the sight of YHVH’s instructions.

That made me think. The people who live there are very friendly, that just stood out. Prior to our journey I had investigated who we could look for and that worked perfectly, but when we learn in one country from a friend and brother that he does not know any Torah-loving believers who profess Yeshua in the whole country and in the other country a sister says exactly the same, then that is noticeable. Both also said that it had to do with the strong Roman influence.

At the Reformation, labor pains preceded and from that came Protestantism, which in itself is not so different from the “Roomism”, especially when we look at the festive calendar. Yet…

Yet, in practice, it turns out to be an easier step towards Hebrew roots than from Roman. In Protestant countries you can speak of a growing awakening in multiplying form. Although one country is further than the other.

What also occupied me or, to be honestly confirmed, is that we should strengthen, encourage, stand on solitary posts and carry the banner. It blesses them, but also those who visit them.

If we want to help in our days to sow and share what we have received from YHVH in knowledge, wisdom and insight concerning His plan to restore all of Israel, then we must use our talents and not delay them. Ask Him what you can do.

Again the words in remembrance came from Joshua 1: 3 “All the place on which your foot sole shall tread,” Deut 11:24 gives that also “All the place where the soles of your feet will come on will be yours;” Our prayer was that it was so the necessary Light will break through, because that Light will give salvation, when a human being engages. It was very special to me that one of the people we visited mentioned this verse specifically where I saw confirmation!

We have come back safely from a journey that put 7500 kilometers more on the odometer and see back on a blessed journey, which strengthened our family, brought us relaxation because of the beautiful nature and the sun, but certainly also and last but not least our need family in Yeshua to visit in the peoples. The words “Strengthen the rest” to be found in Revelation 3 happened several times. In Aveiro at the sea I experienced a deep moment concerning the building of Yosef in the nations … Particular that I discovered the ten at the same beach …

We were allowed to make a connection that worked out in more ways. All honor to our Father, Who made this possible for us.

@Hadassah – January 2019

 


Een reactie plaatsen

Europe-Hebrew with Hannah by skype

We met Hannah Nylund at the Congress of BYNC, held at Ariel / Israel. In the personal contact we received, she said she had plans to set up a Skype course in Hebrew for people interested in Europe with English as the language of instruction.

Recently I received an introduction by mail and that is how the idea came to introduce her.
I asked her if she wanted to introduce herself so that you get an impression of who she is and what she offers.

Klein formaat

Who are you you, where do you live and when started your interest in Israel and the Hebrew language?

I am Hanna Nylund and I am born in Finland and I live in Finland. My interest in Israel started when I was a teenager. When I was 22 years old I studied my first course in Hebrew, in an Ulpan in Jerusalem, Israel. Since that I have studied on and off in different places: in a kibbutz in Israel, at the Hebrew University in Jerusalem, at the univsersities of Goethenburg and Uppsala in Sweden, private lessons in Israel, Ulpans in Israel. I spend a lot of time in Israel.

Are you already active in giving lessons to other people?

I have been working fulltime as a Hebrew teacher since the fall of 2016. At the moment I have 48 students in the week, one private student in English and the rest are divided into small groups, 2 groups for Finnish speakers, 5 groups for Swedish speakers.

What result do people have after the first session of 8 weeks?

The study book works progressively and after 16 weeks we have gone through the whole alphabet and along the way learned both words, verbs, simple conversation and grammar.

How long will it take to speak a simple conversation?

8-16 lessons.

Why study on Skype?

The course takes place one hour in a week on Skype. The advantage with studying on Skype is that you don´t need to travel to the course place. It seems also that students are more focused on Skype, which make the teaching and learning effective. The students are divided into study pairs. With the study pair you practice during the week (for example on Skype) what we have learned in the lessons.

Other things about myself

My mother tongue is Swedish, my second language is Finnish. English is my third language, Hebrew my fourth.

Nederlandse versie:

Hebrew with Hanna 2019_EN.Winter-2


2 reacties

Een historisch perspectief op Hanukkah

Het is deze tijd Hanukkah, een gedenktijd voor Judah om de strijd, volharding en overwinning te gedenken, waarin een handjevol moedige mensen een grote overmacht met de zegen van de Allerhoogste de geschiedenis inging.Het feest wordt op allerlei wijze gevierd. Door de jaren gaand en niet opgegroeid in de joodse cultuur,maakte mij onderzoekend, om te zien wat voor betekenis het voor ons persoonlijk heeft.
Vanwege m’n instelling om de achtergrond van zaken te onderzoeken en niet mee te willen gaan met alleen maar uiterlijkheden, maakt dat ik  Hanukkah nuchter wil bekijken om niet aan de diepte van vernieuwing van beide huizen voorbij te gaan. Daarom was het schrijven van Ephraim & Rimona Frank voor mij een welkome verfrissing!
Recentelijk in de Hebreeënbrief enige waarheden gevonden die Ephraim in zijn schrijven eveneens aanstipt, wanneer hij de Corinthe2 aanhaalt.

 

                                             spring2017 picture download 060 Menorah, teken van Messias

                                                  Geweven door Chana

“De profeet Daniël (in de 6e eeuw voor Christus) voorzag de opkomst van het Griekse rijk, de uiteindelijke opsplitsing in vier delen en vooral gewezen op het regime van Antiochus IV Epiphanes, de Seleucidische koning die aan de macht kwam in 175 voor Christus. (Zie Daniël 11: 1-4; 21-25).
Het was tegen deze koning en zijn wrede edicten dat de Maccabische familie een opstand leidde in de jaren 167-160 voor Christus, met een goede reden.
De religieuze verboden tegen de Joodse bevolking in Israël in die tijd waren zeer streng, resulterend in afschuwelijke straffen voor iedereen die deze edicten durfde tegen te gaan.
De proces van de militante rebellie was kort, wat niet alleen resulteerde in religieuze vrijheid, maar ook in het bereiken van autonomie voor de Joden van de Griekse / Seleucidische controle.

Vanaf dat moment namen de Makkabeeën, die een priesterlijk gezin waren, de leiding van Judea op zich en handelden in verschillende hoedanigheden, maar onthilden zich van de rechterlijke macht en koninklijke plichten (terwijl ze een pact met Rome sloten, dat de weg vrijmaakte voor de laatste om de beginnende staat beginnen te beïnvloeden). In het jaar 104 B.C. John Aristobulus I en vervolgens zijn broer Alexander Jannaeus verklaarden zich zowel koningen als hogepriesters. Vanaf dat punt begonnen de dingen  af te nemen, resulterend in een morele, spirituele en nationale achteruitgang van het ‘koninkrijk’, zoals we een eeuw later zien ten tijde van Yeshua. Het is duidelijk dat de familie die zo op wonderbaarlijke wijze tegen alle verwachtingen in een oorlog met een supermacht won, niet de beginselen die ze hadden nagestreefd, hoog hield en het volk van Israël-Judea verried.

Hoewel deze kronieken van de opstand geen deel uitmaken van de Schrift, maar zoals we hierboven zagen, was er een duidelijke verwijzing naar wat er een paar eeuwen tevoren in Judea zou gebeuren.

Aangezien de herdenking en reiniging van de tempel (in het jaar 138 v.Chr.) Hanukkah is (of zou moeten zijn), laten we ons dan wenden tot een bijbelse tekst (rond 520 voor Christus) die uitsluitend gericht is op de Tempel van Elohim en zijn plaats in het leven van het volk van Israël:
Dat is het boek van de profeet Haggaï.
Dit korte boek heeft nogal wat dingen te zeggen over het Huis van Elohim en zijn heiligheid. Bovendien, aangezien de historische datum van de Hanukkahviering de 25e van de 9e maand (Kislev) is, verwijst Haggai driemaal naar de 24e van de 9e maand (die allemaal op hetzelfde jaar zijn, “het tweede jaar van Darius”) , hoofdstuk 2:10, 18, 20) bijna 400 jaar vóór de Hanukkah-gebeurtenis..

In feite zegt hij in 2:18: “Bedenk nu vanaf deze dag, vanaf de vierentwintigste dag van de negende maand, vanaf de dag dat de grondlegging van de tempel van YHVH werd gelegd – houd rekening met:” (cursivering toegevoegd). Haggai leefde in de tijd van de terugkeer naar Sion, na de 70-jarige ballingschap in Babylon, toen de tweede Tempel werd gebouwd. Die profeet maakte zich grote zorgen over het nieuwe huis van Elohim, de goede fundamenten en de juiste zorg en houding van degenen die erbij zouden zijn.

In het boek dat volgt op Haggaï, Zacharias, wordt hetzelfde jaar (Darius ‘2e) opnieuw genoemd, met profetieën die betrekking hebben op Jeruzalem, op Sion EN, nogmaals, op het huis van YHVH. Maar hier is het YHVH Zelf die Zijn ijver voor die plaatsen verklaart, en Zijn woord van belofte betreffende hen: “Verkondig, zeggende,” aldus zegt YHVH Tzevaot: “Alzo zegt YHVH der heirscharen: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver. 

Zec 1:15  En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen. 
Zec 1:16  Daarom zegt YHVH alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt YHVH der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden. 
Zec 1:17  Roep nog, zeggende: Alzo zegt YHVH der heirscharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want YHVH zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.  ” (Zach.1: 14b-17).

Een paar eeuwen later demonstreerde Yeshua Zijn ijver voor het toen bestaande Huis van Elohim. Mattheüs 21: 12-13: “Toen ging Yeshua naar de tempel van Elohim en verdreef allen die in de tempel kochten en verkochten, en veranderde de tafels van de geldwisselaars en de zetels van degenen die duiven verkochten, en Hij zei tegen “Er staat geschreven:” Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd “, maar u hebt het tot een ‘hol van dieven’ gemaakt. ‘Hij zei ook tegen de kooplieden:’ Maak van mijn vaders huis geen huis van koopwaar “(Johannes 2:16).” En Hij wilde niet dat iemand goederen door de tempel droeg “(Marcus 11:16).Het was precies dezelfde scène en locatie die Yeshua ook toevoegde: “Vernietig deze tempel en binnen drie dagen zal ik hem oprichten.” Toen zeiden de Joden: ‘Het heeft zesenveertig jaar geduurd om deze tempel te bouwen en zal Steekt u het in drie dagen op? “Maar Hij sprak over de tempel van zijn lichaam (Johannes 2: 19-21). “De tempel van zijn lichaam” !? Ja, het lichaam van Yeshua dat voor ons is gegeven (zie Lucas 22:19). Als we deze gedachtegang een stap verder volgen, vertelt de Bijbel ons ook dat wij ook de ‘tempel’ zijn.

Daarom spoort Paulus aan: “Vorm geen ongelijk span met ongelovigen. Want wat voor gemeenschap heeft gerechtigheid met wetteloosheid? En welke gemeenschap heeft licht met duisternis? En welk akkoord heeft de Messias met Belial? Of welk deel heeft een gelovige met een ongelovige? En welke overeenstemming heeft de tempel van Elohim met afgoden? Want u bent de tempel van de levende Elohim, zoals Elohim heeft gezegd: ‘Ik zal in hen wonen en onder hen wandelen. Ik zal hun Elohim zijn, en zij zullen Mijn volk zijn. “Daarom” Kom uit uit hun midden en scheidt u af “, zegt YHVH. Raakt niet wat onrein is en ik zal u ontvangen. Ik zal een Vader voor u zijn, en jullie zullen Mijn zonen en dochters zijn, ‘zegt YHVH Almachtig’ (2 Korinthiërs 6: 14-18 nadruk toegevoegd).

We hebben een lange reis gemaakt door YHVH’s huis of tempel, maar is dit niet de essentie van de viering van deze tijd van het jaar? Moge deze Chanoeka inderdaad voor ons een feest van licht zijn als we Degene die “het Licht van de wereld” is, vieren en die ons vertelde dat “Hij die Mij volgt, niet in duisternis zal wandelen, maar het licht des levens heeft” ( Johannes 8:12), en dat wij, net als Hij, “het licht van de wereld” zullen zijn (Mattheüs 5:14). Met gereinigde tempels zal zeker Zijn licht door ons “zo schijnen voor de mensen, dat zij moge uw / onze goede werken zien en uw / onze Vader in de hemel verheerlijken “(Mattheüs 5:16).”

Eze 36:37  Alzo zegt YHVH: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe
Restore us again:


1 reactie

Verborgen aanwezig

Afgelopen week was ik in Israel en ik kreeg gedachten over een patroon en parallel.

Namen kwamen in mij op…

Yosef…Yeshua…Efraïm… ook nu!

Yosef werd niet herkend door zijn broers. Hij was een regent aan het hof in Egypte. De vraag is natuurlijk ook of de broers überhaupt verwachtten dat Yosef daar zou zijn, maar uitgaande van de gang van zaken,zal hij er egyptisch uit hebben gezien..

Gen 42:7  Als Jozef zijn broederen zag, zo kende hij hen; maar hij hield zich vreemd jegens hen, en sprak hard met hen, en zeide tot hen: Van waar komt gij? En zij zeiden: Uit het land Kanaan; om spijze te kopen. 
Gen 42:8  Jozef dan kende zijn broederen; maar zij kenden hem niet. 

Yeshua werd niet herkend door de zijnen wie Hij was. Opmerkelijk genoeg ging Hij niet openlijk naar het loofhuttenfeest in Jeruzalem, gezien de woorden uit Joh/Yoch 7…

Joh 7:10  Maar als Zijn broeders opgegaan waren, toen ging Hij ook Zelf op tot het feest, niet openlijk, maar als in het verborgen. 

Efraïm…Ik heb Efraïm, het Israel naar de belofte in Jeruzalem gezien en gesproken. En ik heb iets opgemerkt waardoor ik tot de gedachte kwam dat Efraïm, het huis van Israel , wat Lo Ammi was, hetzelfde traject ondergaat als Yosef en Yeshua. Zij worden niet herkend en zijn zó bewogen voor hun andere broers, maar kunnen dat ten volle niet delen. Efraim was verborgen in de volkeren voor lange tijd en dáár trok de Ruach haKodesh hen, getuige Deu 30:1 

Voorts zal het geschieden, wanneer al deze dingen over u zullen gekomen zijn, deze zegen of deze vloek, die ik u voorgesteld heb; zo zult gij het weder ( in tegenstelling tot het huis van Juda die oa de shabbat altijd bleef doen)ter harte nemen, onder alle volken, waarheen u de HEERE, uw God, gedreven heeft; 
Deu 30:2  En gij zult u bekeren tot den HEERE, uw God, en Zijner stem gehoorzaam zijn, naar alles, wat ik u heden gebiede, gij en uw kinderen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel. 
Deu 30:3  En de HEERE, uw God, zal uw gevangenis wenden, en Zich uwer ontfermen; en Hij zal u weder vergaderen uit al de volken, waarheen u de HEERE, uw God, verstrooid had. 
Deu 30:4  Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, van daar zal u de HEERE, uw God, vergaderen, en van daar zal Hij u nemen. 
Deu 30:5  En de HEERE, uw God, zal u brengen in het land, dat uw vaderen erfelijk bezeten hebben, en gij zult dat erfelijk bezitten; en Hij zal u weldoen, en zal u vermenigvuldigen boven uw vaderen. 

Jer_31:18  Ik heb wel gehoord, dat zich Efraim beklaagt, zeggende: Gij hebt mij getuchtigd, en ik ben getuchtigd geworden als een ongewend kalf. Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want Gij zijt de HEERE, mijn God!
Jer_31:20  Is niet Efraim Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een troetelkind? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstelijk aan hem; daarom rommelt Mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt de HEERE.

Jer_31:9  Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechte weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israel tot een Vader, en Efraim is Mijn eerstgeborene.

Eze_37:16  Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israels, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraim, en van het ganse huis Israels, zijn metgezellen.

Ik heb de straten vol gezien met hen die Yeshua erkennen en Hem belijden en het effect van Zijn Licht in ons door ons heen zien stromen. Stilzwijgend en aanwezig.

Het is nodig dat we toegeven aan het verlangen om in Jeruzalem te zijn. Het is Vaders gekozen lokatie boven alle steden in de wereld.Het is een deel van Zijn totale lokatie die Hij koos. Dat ervaar je wanneer je er bent. Het voelt als  een welkom briesje op een warme dag.

Ik ken geen andere lokatie ter wereld waar je bij wijze van spreke een ieder aan kan spreken om te vragen naar zijn of haar motivatie daar te zijn. Ik heb zoveel meer mensen gezien die weten dat zij Israel zijn, maar nog niet herkend worden. Die gewaarwording, besef ik, is net als bij Yosef en Yeshua voor latere tijd. Op individuele basis zijn er die kostbare ontmoetingen met de twee huizen in kort bestek, want het begin is gemaakt door Hem.Nationale hereniging ligt wat verder in het verschiet.

Romeinen 9-11

Enkele dáár geschreven gedachten

 

Nadenken over dat speciale gevoel dat ik hier ervaar…
Het zijn niet de joodse mensen die mij dat gevoel geven alhoewel de gezongen hebreeuwse liederen mij naar t verlangen brengen van YHVH’S hand om ons te doen naderen. Ook Juda mist iets fundamenteels. Dat ervaar ik nu ik opnieuw hier ben. Daarom ben ik gaan nadenken waar t vandaan kwam, dat gevoel van hier even willen zijn.

Het is denk ik tóch Zijn gekozen land, die mij terug wil doen keren en dat Hij via dat gevoel, zo noem ik t maar even, mij gebruikt of iets wil delen om te delen.

Wij als Yosef in de volkeren hebben de volheid in Yeshua. Niet Juda heeft ons doen beseffen om terug te keren naar YHVH’S geboden! Hij was het Zelf; door Zijn Ruach maakte Hij Zijn verborgen wegen bekend. Het zou weleens aan ons enthousiasme kunnen liggen, dat we denken dat het sprankelende verlangen bij Juda vandaan kont, maar het is Hij Die dat in ons bewerken doet. De Ish- Bruidegom- Man, Die voor ons, de verloren schapen van het huis Israel, stierf om zo de weggezonden vrouw opnieuw te kunnen huwen.. Juda op zeker tijdstip te doen gaan beseffen, dat Yosef/Israel naar de belofte teruggekeerd is naar de ketuba van haar Man en Maker.

In gedachten houdende dat Juda, een onderdeel van het gehele volk, sinds een deel (Yosef/Efraim/Israel) van datzelfde gehele volk weggezonden werd, onvolledig is.. Kan het ook niet anders dat de volheid bij YHVH te verwachten is en niet bij Juda. Uit het feit dat de ultieme hereniging nog niet is, mogen we opmaken dat we sowieso mogen gaan onderscheiden:
— waar t sprankelende verlangen vandaan komt.
— hoe wij Juda mogen en kunnen benaderen zodat Yeshua Zijn plaats behoudt en er behagen in schept.
— wat mij mogen betekenen in Zijn gekozen land en Jeruzalem
— aan wie wij daadwerkelijk de eer brengen
— welke taak wij hebben in de volkeren

 


1 reactie

Women in ministry- is that biblical?

Intriguing title … Also in the messianic circuit, but it’s good to have a closer look, because Yeshua has come to restore everything. The sources I quote next to the Word confirm my thoughts. However, the Word is decisive. You may proof my thoughts. Shalom!

Kisha Gallacher says something confronting in the video below this article and that helps to put our feet in YHVH’s track instead of continuing to embrace outdated patterns, unless they have been able to stand the Hebrew “viewing test” of the Word. Hence the incentive to refer to the Word.

What does the Scripture say about it?

Women in the scriptures who taught, prophesied, served, and became leaders.

The Torah contains instructions and promised blessings that are available for men, women and children. Women are encouraged to hear for themselves, to learn, to study and to teach the scriptures as men do.

“Gather the people, men, women, and children, and your stranger that is in your gates, that they may hear, and that they learn, and fear YHVH, your Elohim, and observe every word of this law.” Deuteronomy 31:12

“And he read there in front of the street that was before the water gate, from early morning till noon, for the men and the women, and those who could understand it, and the ears of all the people were attentive to the book. of the law.” Nehemiah 8: 3

Miriam, the prophetess, the sister of Aaron, took a tambourine in her hand and all the women followed her with tambourines and dancing.” Exodus 15:20

“For I have brought you up out of the land of Egypt, and delivered you from the house of bondage, I have sent Moses, Aaron, and Miriam before you.” Micah 6: 4

“Now Deborah, a prophetess, the wife of Lappidoth, she founded Israel at that time.” Judges 4: 4

“So Hilkiah the priest, and Ahikam, and Achbor, and Shaphan, and Asaiah, went to Chulda the prophetess, the wife of Shallum the son of Tikva the son of Haras, guardian of the wardrobe (now she dwelt in Jerusalem). in the second quarter), and they talked [consulted] her and she said to them: ‘Thus says Yahweh, the Elohim of Israel’ … “2 Kings 22:14

The wife of the prophet Isaiah was also a prophetess. “I went to the prophetess, and she received and bore a son, then YHVH said to me:” Call his name “Maher Shalal Hash Baz.” “Isaiah 8: 3

Even the believers in the Scriptures in the New Testament can clearly see women in ministry: “There was an Anna, a prophetess, the daughter of Phanuel, of the tribe of Asher (she was of an advanced age, lived with a man seven years later her virginity “Luke 2:36

Women even worked together with the apostle Paul:
“Yes, I beg you also, true partner, to help these women, for they cooperated with me in the good news [the gospel], with Clement also, and the rest of my colleagues, whose names are in the book of life. . “Philippians 4: 3

“And I commend you to Phebe our sister, being a servant of the assembly who is in Cenchrea” Romans 16: 1

“Now this man had four virgin daughters who prophesied.” Acts 21: 9

We now know that many righteous women in the Renewed Testament served as disciples, but because the translators set the names differently and the established order in church and state was determined by men, the general assumption has been extended to the present date that it was only for male brothers. intended to take all these positions.

Unusual in those days  women were equal to children and slaves: Luk 8 : 1-3 And it came to pass after this, that he journeyed from one city to the other, preaching and preaching the gospel of the kingdom of God; and the twelve were with him;
Luke 8: 2 And certain women, who were healed of evil spirits and infirmities, even Mary called Magdalen, of whom seven devils went out;
Luk 8: 3 And Joanna, the wife of Chusas, the steward of Herod, and Susanna, and many others that ministered unto him of her property.

Mar 15:40 And there were also women, beholding this from afar, among whom was Mary Magdalene, and Mary the mother of James, the little one, and Joses, and Salome;
Mar 15:41 Which also, when he was in Galilee, followed him, and served him; and many other women who had come up with him to Jerusalem.

Is not a prophet or prophetess someone who share the Scriptures?

Nine of the eighteen names in the last chapter Romans are women:

Rom 16: 1 I command you Febe our sister, who is a servant of the church in Kenchrene;
Romans 16: 2 That ye may receive her in Elohim, as befits the saints, and assist her in whatever matter she may have to do to thee; for she has been a supporter of many, also of myself.
Romans 16: 3 Salute Priscilla and Aquila, my associates in Yeshua haMasshiach;
Romans 16: 4 Who have made their necks for my life; who not only thank me, but also all the churches of the Gentiles.

Romans 16: 5 Also greet the church in their house. Greet Epenetus, my beloved, who is the firstfruits of Achaia in Yeshua.
Rom 16: 6 Salute Mary, who has labored a lot for us.Rom 16: 7 Salute Andronikus and Junias, my stomachs, and my fellow prisoners, who are famous among the apostles, who were also in Christ for me.
Rom 16: 8 Regards Amplias, my beloved in the Lord.
Rom 16: 9 Greet Urbanus, our fellow worker in Yeshua, and Stachys, my beloved.
Rom 16:10 Regards Apelles, who has been tried in Yeshua. Greet them that are of the family of Aristobulus.
Rom 16:11 Greet Herodion, who is my kinsman. Greet them that are of the household of Narcissus, who are in the Lord.
Rom 16:12 Salute Tryphena and Tryphosa, women who work in the Lord. Greet Persis, the beloved sister, who labored much in the Lord. Rom 16:13 Greet Rufus, the chosen in the Lord, and his mother, and mine.
Rom 16:14 Greet Asynkritus, Flegon, Hermas, Patrobas, Hermes, and the brethren that are with them. Rom 16:15 Salute Philologus and Julia, Nereus and his sister, and Olympas, and all the saints who are with them.
Rom 16:16 Salute one another with a holy kiss. The churches of Yeshua salute you.-
Rom 16:17 And I beseech you, brethren, take heed to those who cause divisions and vexations against the doctrine which ye have taught of us; and depart from them.
Rom 16:18 For such do not serve our Yeshua haMasshiach, but their belly; and seduce by preaching and praising the hearts of the simple.
Rom 16:19 For your obedience has come to the knowledge of all. I then rejoice over you; and I want you to be wise in good, but silly in evil.
Rom 16:20 And the Elohim of peace will soon crush Satan under your feet. The mercy of our Yeshua be with you. Amen.
Rom 16:21 Greetings to you, Timothy, my fellow worker, and Lucius, and Jason, and Socipater, my kinsmen.
Rom 16:22 I, Tertius, who wrote the letter, greet you in Elohim.
Rom 16:23 U greeting Gaius, the house of mine and of the whole Church. You greet Erastus, the steward of the city, and the brother Quartus.
Rom 16:24 The grace of our Yeshua haMasshaiach be with you all. Amen.
Rom 16:25 Now to Him who is able to confirm you, according to my gospel and the preaching of Yeshua haMasshiach, according to the revelation of the mystery which has been hidden from the times of ages,
Romans 16:26 But now it is revealed and by the prophetic Scriptures, according to the commandment of the eternal God, to obedience of faith, was made known among all the Gentiles,
Romans 16:27 Let only the selves know Elohim by Yeshua haMasshiach glory forever. Amen.
Video
A Dutch article to study:
 
From archive in Dutch and English:


4 reacties

Bewustworden is naderen

Onlangs viel mijn oog op het laatste gedeelte in Romeinen 7. Verfrist na een weekend in België bij vrienden, alwaar we samen spraken over ditzelfde begrip, bleef het bij mij, zodat ik eruit meen te begrijpen dat het goed is het te verwoorden.

Rom 7:4  Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Yeshua, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden. 

De zonde te toe te laten, worden wij gewaar van de wet en de gevolgen van de zonde inclusief de conditie ervan. Door Yeshua’s verlossingswerk werd de wet der zonde en dood teniet gedaan. Daardoor ontstond de gelegenheid om bij Hem te gaan behoren, mits we Zijn voorwaarden aanvaarden.

Rom 7:5  Want toen wij in het vlees waren, wrochten de bewegingen der zonden, die door de wet zijn, in onze leden, om den dood vruchten te dragen. 

Bovenstaand vers beschrijft exact onze staat zonder Yeshua’s inwoning in onze geest.

Rom 7:6  Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter. 

Vrijgemaakt zijn van de wet der zonde en dood, kan alleen, wanneer Zijn Geest in ons woont. Vooraf aan deze inwoning, stierven wij aan onze zondige staat. Eigenlijk te groots voor woorden dat wij vóór Zijn inwoning leefden vanuit onszelf en erna “in nieuwigheid des geestes” daarbij en ernaast onze natuur met ons.

Rom 7:7  Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat zij verre. Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren. 

Erg mooi dat Paulus uitlegt dat de wet op zich, die ons bewust maakt dat zonde zonde is, niet verkeerd is, maar juist perfect. Voor de bewustwording van de wet, kende Paulus de zonde niet als zonde. Hij beschrijft zijn inzicht over het begrip “begeren” voor en na de kennis van de wet.

Rom 7:8  Maar de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeerlijkheid gewrocht; want zonder de wet is de zonde dood. 

“zonder de wet is de zonde dood…” Zonder de wet, die door de inwoning van YHVH’s Geest levend wordt ten gunste, leidt de zonde tot de dood, daar we zonder Zijn Geest niets hebben om op terug te vallen. Zou dat waar zijn? Als ik naar het volgende vers kijk…

Rom 7:9  En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven. 

Met andere woorden hetzelfde herhalen. Zónder de bewustwording ten gevolge van Zijn inwoning zouden we absoluut richting de dood gaan. Dus het gebod wordt niet levend tenzij Hij ons eerstens redt en levend maakt in onsze geest. Dat geeft weer dat de staat van onze geest waarin we eertijds waren, slapend was. En we worden niet eerder levend in onze geest dan wanneer we eerstens aan onze vorige staat gestorven zijn. Gestorven wil hier zeggen dat het oude voorbij ging en het nieuwe kwam. Een overstappen. Doet dat niet denken aan onze vader Abraham die een hebreeër was en overstapte? 

Rom 7:10  En het gebod, dat ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden. 
Rom 7:11  Want de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft mij verleid, en door hetzelve gedood. 

In deze verzen beschrijft Paulus dat door zonde, die hij deed, hij ervaart dat het gebod ten leven hem voorgehouden wordt en hem doet inzien dat wanneer hij zich niet bekeert, datzelfde gebod aangeeft dat er geen doorgang mogelijk is, klopt dat?

Rom 7:12  Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed. 

Absoluut waar. Daarnaast is de wet niet ver boven ons en niet achter ons, zoals Mozes beschrijft in Deuteronomium 30:11  Want ditzelve gebod, hetwelk ik u heden gebiede, dat is van u niet verborgen, en dat is niet verre. 
Deu 30:12  Het is niet in den hemel, om te zeggen: Wie zal voor ons ten hemel varen, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen? 
Deu 30:13  Het is ook niet op gene zijde der zee, om te zeggen: Wie zal voor ons overvaren aan gene zijde der zee, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen? 
Deu 30:14  Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond, en in uw hart, om dat te doen. 

Rom 7:13  Is dan het goede mij de dood geworden? Dat zij verre. Maar de zonde is mij de dood geworden; opdat zij zou openbaar worden zonde te zijn; werkende mij door het goede den dood; opdat de zonde boven mate wierd zondigende door het gebod. 

Door deze verzen met aandacht te lezen, ontdekken we dat Paulus een manier van uitleggen heeft, die we in onze over het algemeen westers griekse mindset wellicht wat overvloedig vinden. Er is echter een beter effect van inprenting bij het herhalen van een onderwerp, zeker een onderwerp als deze! Paulus vervolgt en herhaalt dat de zonde dood geworden is, krachteloos gemaakt, door zijn wedergeboren staat. Zodat de wet ten leven de zonde openbaar maakt dwz Paulus zich ervan bewust geworden is en ermee kan afrekenen. en dit is mogelijk door de nieuwe staat van Paulus. Dat legt hij aan ons uit.Onderstaande verzen beschrijven een strijd tussen zijn zondeloze geest en zijn natuur. Ervaren wij dat ook zo?

Rom 7:14  Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. 
Rom 7:15  Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik. 
Rom 7:16  En indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is. 
Rom 7:17  Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 
Rom 7:18  Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet. 
Rom 7:19  Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. 

Nu we weten dat onze geest die met Hem is, de zonde niet doet, maar de natuur van ons, zwak is, precies zoals Paulus verhaalt van zichzelf. Zoals onderstaand vers exact verhaalt:

Rom 7:20  Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 

Erg versterkend vind ik onderstaande verzen, daar zij precies beschrijven, waar ik mij eveneens en vele anderen met mij, bewust van geworden zijn.

Rom 7:21  Zo vind ik dan deze wet in mij; als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt. 
Rom 7:22  Want ik heb een vermaak in de wet YHVH’s, naar den inwendigen mens; 

Naar de inwendig mens, dat is onze geest. De uitwendige mens, dat is onze natuur.

Rom 7:23  Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is. Rom 7:24  Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? 

Met de strijd in onze leden, komt ook de oplossing dichterbij, want Hij nadert tot ons als wij tot Hem naderen en gehoor geven om ons om te draaien, weg te draaien van datgene wat ons verwijdert van de Vader.

Rom 7:25  Ik dank Elohim, door Yeshua haMasshiach , onzen Meester. 
Rom 7:26  Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde. 

Belijden van hetgeen ons in de weg staat, zal vergeving brengen en onze geest in vrijheid stellen. alhoewel onze geest niet zondigt, wordt zij door de zonde wel afgeremd om over het vlees koning te zijn. We worden door zaken als hierboven beschreven, gevormd om zelf de strijd aan te gaan, te overwinnen en Hem de eer te geven. Onderwijl kunnen we anderen bemoedigen hetzelfde te doen.

Deze maand is de maand Elul. In de najaarsfeesten zullen we Hem weer ontmoeten. Hij is dáár! Samen naderen totdat de hereniging in veelvoud een feit is.

Alle eer aan Hem.

Shema Yisrael YHVH Eloheinu YHVH Echad