Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Reflecteren wij vrouwe Israel?

Bladerend door concepten en denkend over een interview met jonge dertigers, die als antwoord op de steeds lossere levensstijl van mannen en vrouwen in de maatschappij een weg terug zoeken naar wat Dabar/ het Woord bedoelt met getuigen/ laten zien wie he bent en waar je voor staat, kom ik bovenstaande titel tegen en denk dat het goed is een en ander te accentueren.

Door de eeuwen heen hebben we vaak golven gezien van maatschappelijke invloed op mensenlevens en n soort tegengestelde reactie daarop.

En dat is wennen!

Ook nu.

Ik vermoed de fronsende wenkbrauwen en weerlegging dat t ook weer niet zó nauw en kortzichtig moet, maar laten we eens eerlijk evalueren.

Durven we dat? Durven we uit onze comfortzone te komen en beseffen dat de tendens om waarden aan te scherpen niet anders is dan n reactie op de feministische beweging die in alle gelederen haar tentakels heeft?

Ja ook in onze gelederen!

Zowel de overheersing van de man alswel de “vrijbrief” voor de vrouw die het feministisch antwoord was op mannelijke dominantie, zijn beiden menselijke uitvindingen en hebben zowel mannen als vrouwen doen laten denken dat het gerechtvaardigd is.

En wat zegt het Woord ervan?

“Reflectie is weergave.

Geven wij vrouwen weer wat YHVH bedoeld had zowel voor de vrouw persoonlijk alswel het volk wat naar Zijn Naam genoemd is, waaronder de kinderen uit de volkeren?”

Quote hierboven was t concept dat ik vanmorgen in m’n archief las…

Kent u de schriftuurlijke identiteit van mannen en vrouwen vanuit hebreeuws perspectief?
Hebreeuws betekent niet automatisch vanuit religieus joods gedachtengoed. Eigenlijk helemaal niet.

Hebreeuws perspectief is het Woord, Dabar, bestuderen. Woordstudie doen. Het Woord op betekenis, schtergrond bestuderen; verschillende vertalingen doorzoeken en het plan van YHVH voor de mens ontdekken.

Kan dat zomáár? Zonder wijzen uit het oosten (1), zonder mannen en vrouwen die een universitaire opleiding genoten hebben om het ons voor te schotelen?

JA!

Nodigt Yeshua ons niet uitdrukkelijk uit om te luisteren wat de Geest tot de kehila zegt?

Joh 14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb. 

Vernieuwt Yeshua hier de uitnodiging die YHVH bij de berg deed?

Waar doelde YHVH op bij de berg?

Om van Aangezicht tot aangezicht te spreken met het volk waarmee Hij een verbond sloot!

Getuige het antwoord van het volk:

Exo 20:18  En al het volk zag de donderen, en de bliksemen, en het geluid der bazuin, en den rokenden berg; toen het volk zulks zag, weken zij af, en stonden van verre; 
Exo 20:19  En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, en wij zullen horen; en dat God met ons niet spreke, opdat wij niet sterven! 
Exo 20:20  En Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, want Elohim is gekomen, opdat Hij u verzocht, en opdat Zijn vreze voor uw aangezicht zou zijn, dat gij niet zondigdet. 
Exo 20:21  En het volk stond van verre; maar Mozes naderde tot de donkerheid, alwaar God was. 

Deze specifieke situatie herhaalt zich opnieuw en duurt voort op de huidige dag dat het merendeel der mensen die zich rond de bijbel scharen wil, het laat afhangen van gestudeerden in plaats van de eenvoudige en nadrukkelijke uitnodiging aan alle mensen van Yeshua om zich te verlaten op de Geest van Heiligheid, Die rechtstreeks en zonder tussenkomst in gedachten brengt ál wat Yeshua onderwezen heeft uit het Woord.

O ja, wij mogen zeker wel mensen horen spreken, uitleggen of doorgeven wat de Vader hen gegeven heeft. Ook ik geef door en u mag mij zeker wel beproeven van wat ik deel,maar ik roep op om eerstens Yeshua’s uitnodiging serieus te nemen. Wij mensen kunnen hooguit bevestiging geven van wat de Geest tot de kehila spreekt.

Wat heb ik ondervonden door mij te verdiepen in het hebreeuws perspectief voor man en vrouw?
Wat was mijn achterland? De tendens daar was over het algemeen dat de man de baas was en de vrouw afhankelijk van de man. Dat was de tijd van mannelijke dominantie vanuit een onschriftuurlijk gedachtengoed, getuige vele versaanhalingen.

Want wat betekent “hulpe” vanuit hebreeuws perspectief?

Ezer Kenegdo..in principe tegenhangen..in balans brengen…Helpen om Dabar voor te leven, door te geven op de manier zoals YHVH het bedoeld heeft. Zij helpen om de bescherming in stand te houden, de geboden blijvend te praktiseren…Deze hulpe is er een van een krachtige eigenschap door de Vader aan de vrouw gegeven. Dezelfde hulp die de Vader ter beschikking stelt aan Zijn kinderen, getuige psalm 121 in de grondtekst.

Wanneer de man, Zakar, drager van de rechtvaardige wet, zijn taak serieus neemt vanuit hebreeuws perspectief beschermt hij zijn vrouw en al wie binnen zijn poorten is. Hij gaat te rade bij YHVH en werkt zijn roeping uit.

Ik besef dat mijn uitleg summier is, maar tevens een aansporing deze kostbaarheden zelf te gaan ontdekken. Ze staan ons allen ter beschikking.

Een andere uitleg die ik naast het Woord legde is die van Kesha Callagher met:

https://graceintorah.net/2013/05/15/the-biblical-role-of-women/

Overigens van harte aanbevolen!

Reflecteren wij vrouwe Israel?

Ga het bij uzelf na!

Is het raadzaam om ingeslopen maatschappelijke invloed die tegen het hebreeuws perspectief indruist te herontdekken en te slechten?

Zou het nuttig zijn om prikkelende getuigenissen te vernemen van hen die niet langer in het spoor van de meerderheid willen meegaan en een weg aan het ontdekken zijn die voor hen het bijbelse perspectief benadert? Zouden wij ons aan hun boodschappen kunnen schaven om nuttig te evalueren zonder af te geven op hen die misschien wat strenger afgesteld zijn,maar ons wel helpen niet mee te gaan, voort te gaan in de vaart der volkeren?

Ik laat mij regelmatig informeren, want stilstaan of mij laten meevoeren is geen optie.
Beproef mijn woorden!

Het bijbelse portret van de vrouw (def versie) (1)

https://www.youtube.com/watch?v=Npl-loHb5pk

 

 


Een reactie plaatsen

Actuele droom voor nu

Op 3 juli 1995 kreeg ik een droom, waarvan ik notie maakte door het direct op te schrijven:

“Ik werd wakker met de volgende vraag:

“Zoeken wij het Israel in Israel of juichen wij het Israel als geheel toe?”

Wakker geworden,dacht ik vervolgens: “En als wij het Israel in Israel zoeken,wat is onze houding naar het deel van Israel dat in God (YHVH) geen Israel is?”

Laten wij ons door sentiment leiden of zoeken wij oprecht Gods weg om de verloren schapen de weg van Yeshua te vertellen. Niet op christelijke, maar op bijbelse wijze?

Wat doen we met de geschonken liefde aan Israel?

Vragen we God deze liefde Zelf te gaan gebruiken opdat wij niet in de verzoeking van gevoelens (emotie) komen en die geschonken liefde onbruikbaar maken door het tot ons persoonlijk eigendom te maken?

Of vragen wij het ons niet eens meer af, waarom die bewogenheid in ons hart kwam en ledigen wij ons verdriet door te pas en te onpas mensen bewegen te kopen, te reizen, sympathie te betuigen etc?

Indien we YHVH willen dienen, laten we tot Hem gaan en Hem vragen die geschonken liefde te reinigen, zodat Hij ons bewust kan maken wat we met die liefde mogen doen.

Het verdriet blijkt dan niet te zijn de onachtzaamheid van de “christenen”, maar de ongehoorzaamheid van allemaal!

Rom 3:12  Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe. “

Psa 14:3  Zij zijn allen afgeweken, te zamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand, die goed doet, ook niet een. 

Klaagl.3: 22 Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN (YHVH), dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; 

Lam 3:23  Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot. 

Bijbels geloof, waar vinden we dat? In Israel? Bij de christenen?

Het is genade als wij het zoeken mogen. Want noch Israel, noch wij hebben van nature schriftuurlijke ijver Hem te zoeken, zodat Zijn eer openbaar komt. De eer van die verborgen werking komt YHVH toe.

Rom 11:36  Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. 

Joh 14:6  Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij. 

Joh 6:44  Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. 

Php 2:13  Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen. 

Dus die liefde in ons hart voor, gemakshalve gezegd, Israel, is de liefde die YHVH heeft en heeft gegeven. Die bewogenheid is YHVH’s bewogenheid voor dat kind. Het verdriet is YHVH’s verdriet,omdat het kind ongehoorzaam is geworden, afgeweken van Zijn Vader.

En dat geschonken verdriet mogen wij aanwenden om onze Vader te bidden die bedekking weg te nemen,op de bres te gaan staan voor dat deel in Israel, waarop YHVH Zijn hand heeft gelegd.

Dit werk is binnenkamerwerk.

Soms alleen, soms met door Hem geleidde andere gelijkgestemden. Onze Vader zoekt kwaliteit, geen kwantiteit.

Jas 5:16  Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt; een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel. 

Laten wij daarom en oprecht zoeken in het vragen wat onze houding t.a.v. dit alles moet zijn, teneinde zoveel als mogelijk is tot Zijn eer te mogen functioneren.

Ook als dat in de stilte zou zijn zonder visionele, emotionele of welke menselijke behoefte dan ook.

Wij zijn geen kinderen van YHVH om onszelf of anderen te behagen.

Al onze eigenschappen behoren Hem toe en als zodanig hebben wij onze rechten en ook onze eigen behoeftes ingeleverd.

Wij zijn in de eerste plaats kinderen van Hem om vervolgens gebruikt te kunnen en mogen worden voor Zijn plan. Dat is krachtens het verzoeningswerk van Yeshua onze status.

Voor Zijn eer!

Appelscha 3 juli 1995

@Hadassah

English translation:

On July 3, 1995, I had a dream, which I made note of by writing it down immediately.

I woke up with the following question:

“Do we look for Israel in Israel or do we applaud Israel as a whole?”

When I woke up, I then thought: “And if we look for Israel in Israel, what is our attitude towards the part of Israel that is not Israel in God (YHVH)?”

Are we guided by sentiment or are we sincerely seeking God’s way to tell the lost sheep the way of Yeshua. Not in a Christian way, but in a Biblical way?

What do we do with the love given to Israel?

Do we ask God to use this love Himself so that we do not fall into the temptation of feelings (emotion) and make that given love useless by making it our personal property?
Or do we no longer even wonder why that emotion came into our hearts and do we empty our sorrow by encouraging people to buy, travel, express sympathy, etc. at the appropriate time?

If we want to serve YHVH, let us go to Him and ask Him to cleanse that given love, so that He can make us aware of what we can do with that love.
The sorrow then turns out not to be the negligence of the “Christians”, but the disobedience of all!

Rom 3:12 They have all turned aside, and have become worthless together. There is no one who does good, neither is there one.“
Psa 14:3  They have all turned aside, and they have become stinking together; there is no one who does good, not even one.
Lamentation 3:22 Cheth. These are the mercies of the LORD (YHVH), that we are not destroyed, that his mercies have no end;
Lam 3:23  Cheth. They are all new tomorrow, Your faithfulness is great.

Biblical faith, where do we find that? In Israel? With the Christians?

It is grace if we may seek it. For neither Israel nor we have by nature Scriptural zeal to seek Him, that His glory may be made manifest. The honor of that hidden working belongs to YHVH.
Rom 11:36  For from Him, and through Him, and to Him are all things. To Him be the glory forever. Amen.
John 14:6  Jesus said unto him, I am the way, and the truth, and the life. No one comes to the Father except through Me.
John 6:44  No man can come to me, except the Father who sent me draw him; and I will raise him up at the last day.
Php 2:13  For it is God who works in you both to will and to do for His good pleasure.

So that love in our hearts for, conveniently speaking, Israel, is the love that YHVH has and has given. That compassion is YHVH’s compassion for that child. The sorrow is YHVH’s sorrow, because the child has become disobedient, deviated from His Father.
And we may use that sorrow to pray to our Father to remove that covering, to stand in the gap for that part of Israel on which YHVH has laid His hand.
This work is inside work.
Sometimes alone, sometimes with other like-minded people led by Him. Our Father seeks quality, not quantity.
Jas 5:16 Confess your trespasses to one another, and pray for one another, that you may be healed. a powerful prayer of the righteous avails much.

Let us therefore sincerely ask what our attitude towards all this should be, in order to function as much as possible for His glory.
Even if that would be in silence without visionary, emotional or any human need.
We are not children of YHVH to please ourselves or others.
All our qualities belong to Him and as such we have surrendered our rights and also our own needs.
We are first and foremost His children so that we can and may be used for His plan. That is our status by virtue of Yeshua’s atoning work.
For His glory!

Appelscha July 3, 1995