Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Gods verborgen omgang vinden…

Er ligt een opgang in alle woord uit het boek der boeken, de bijbel.

Wat ik ontdek is dat de verborgenheid met het zichtbare oog en verstand niet te ontdekken is. Het is een geheimenis die alleen via de geest te “zien”wanneer wij Licht aangereikt krijgen.

Toen ik zojuist mijmerde over wat ik had geschreven, realiseerde ik mij dat Yeshua, ook wel bekend bij velen met de naam Jezus, Zich verborgen opstelt in de woorden van de gehele Schrift. Alle troost, raad, vreugde, mee-lijden doet mij denken aan de Yosef die niet herkend werd door zijn broers. Zó bescheiden is Hij, dat we alleen het boek in woorden zien en lezen en bij dieper afdalen, waar Hij lijden toelaat,zodat wij dieper gaan, zal Hij een opgang aanreiken, die aan het fysiek oog ontgaat. Daarom wordt bij dieper afdalen de tred geremd zodat wij de details opmerken.

Nadenkend over de titel kwamen de berijmde woorden uit psalm 25 in gedachten: “Gods verborgen omgang vinden, zielen waar Zijn vrees in woont, t’Heilgeheim wordt aan Zijn vrinden naar Zijn vreeverbond getoond… Bijzonder dat de Geest waarvan Johannes 14:26 spreekt zo duidelijk aangeeft dat die verborgen omgang nodig is om het heilgeheim aan Zijn vrienden te tonen. En dat is precies wat ik zojuist aan het ontdekken ben en met u wil delen.

Voor mij is het een diepere openbaring…Hij de Verborgene zal Zich openbaren.

Wat vooraf ging:

Vanmorgen kwam mij een berijmde psalm in gedachten, zoals gisteren de woorden “Hoe lieflijk hoe vol heilgenot” uit de berijming van psalm 84…En dáárvoor Habakuk 3…

Laatste éérst

Psalm 17:3

Ik zet mijn treden in Uw spoor,
Opdat mijn voet niet uit zou glijden;
Wil mij voor struikelen bevrijden,
En ga mij met Uw heillicht voor.
Ik roep U aan, ‘k blijf op U wachten,
Omdat G’, o God, mij altoos redt,
Ai, luister dan naar mijn gebed,
En neig Uw oren tot mijn klachten.  

Ik zet mijn treden…dat is een daad van de wilShema

Treden als van een opgaande trap…omhoog

Opdat mijn voet niet uit zou glijden

Woorden van Hem houden kracht voor alle tijden

En ga mij met Uw heillicht voor

Bede die verhoort gaat worden omdat aan de voorwaarden wordt voldaan

Ik roep U aan, ik blijf op U wachten

Er is geen andere die hulp kan bieden en wachten kan troostend zijn vol hoop

Omdat Gij O YHVH mij altijd redt…De Enige Die dat doet

Ai luister dan naar mijn gebed en neig Uw oren tot mijn klachten

De mens die hulp van Hem verwacht

De woorden “Hoe lieflijk hoe vol heilgenot” kwamen na Habakuk 3.

Hoe kan men overweldigd worden door allerlei beslommeringen in het leven die realiteit zijn, maar bij teveel invloed de innerlijke vrede beroven.

Habakuk’s bevinding is op vele diepe belevingen van toepassing. De beschrijving in hoofdstuk 3 zouden door andere onderwerpen ingevuld kunnen worden, maar de woorden “alhoewel”en “nochtans” boeten niet aan kracht in. Als een rots in de branding blijft de ondergrond van het geschonken geloof staan. Dat geloof geeft kracht om over de bergen van ellende heen te kijken.

Het is ook niet zo dat vrede met Abba Vader het zichtbare geluk is…de vrede die alle verstand te boven gaat, die is het die de voeten als die der hinden maakt.

Aan ons de vraag of we de juiste houding nemen om die vrede toe te laten.

Psalm 84:1

Hoe lief’lijk, hoe vol heilgenot,
O HEER, der legerscharen God,
Zijn mij Uw huis en tempelzangen!
Hoe branden mijn genegenheên,
Om ’s HEEREN voorhof in te treên!
Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen;
Mijn hart roept uit tot God, Die leeft,
En aan mijn ziel het leven geeft.

Verlangen met een innerlijke overtuiging..dat spreekt hier uit de woorden…hoewel wat oudere taal ook hier weer de diepte. Immers is de grootheid van God/Elohim niet te verwoorden in een enkele zin. We blijven beschrijven.

Mijn hart/geest, levend gemaakt door de tweede Adam, roept uit tot Hem Die leeft/is en aan mijn ziel, welke niet de geest is, het leven geeft. Een volkomen shalom in het gehele wezen van de mens.

Zijn gedachten zijn hoger dan onze gedachten staat er in het boek van Jesaja geschreven..Wij waren uit de aarde via de eerste Adam en wanneer wij Yeshua’s aanbod hebben aanvaard en omhelst zijn wij van de eerste Adam geestelijk opgewekt in de tweede Adam. Dat is een geheimenis, waar we de woorden van Habakuk in herkennen gaan wanneer we met geestelijke ogen kijken.

https://www.youtube.com/watch?v=BZk94sni-NY

https://www.youtube.com/watch?v=fpANqL3rexM

https://www.youtube.com/watch?v=ow_1CpCbLb4

Hab 3:17  Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal; 
Hab 3:18  Zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils. 
Hab 3:19  De Heere HEERE is mijn Sterkte; en Hij zal mijn voeten maken als der hinden, en Hij zal mij doen treden op mijn hoogten. Voor den opperzangmeester op mijn Neginoth. 

 

 


Een reactie plaatsen

Om Jona

Vanmorgen was ik een uiteenzetting aan het beluisteren van de familie in Mesa en er werd gedeeld dat de huidige situatie te maken heeft met hen die naar Vaders voornemen geroepen zijn en niet wandelen in Zijn wegen. Dat sluit aan bij onze gedachte om buitenom te laten voor wat het is en ons meer te richten op Abba YHVH die alles in handen heeft. Hij opent en sluit deuren. We zouden mogelijk nog tegen Abba Vader in kunnen gaan als we verzet zouden tonen. We zullen het echt alleen van Abba Vader moeten horen wat onze houding, ons getuigenis in deze dagen is. En we mogen aan de ander vragen wat Abba Vader hen opdraagt te doen. Is het niet zo dat een woord staat onder twee of drie getuigen?

Toen ik zo aan het luisteren was, kwam mij de geschiedenis van Jona voor de geest. Jona die instructies kreeg en die niet opvolgde. Laten we lezen wat er staat :

1 En het woord des YHVH’s/ HEEREN geschiedde tot Jona, den zoon van Amitthai, zeggende:
2 Maak u op, ga naar de grote stad Nineve, en predik tegen haar; want hunlieder boosheid is opgeklommen voor Mijn aangezicht.

Maar Jona doet iets heel anders, hij maakt zich op om te vluchten ván het aangezicht van YHVH.
3 Maar Jona maakte zich op om te vluchten naar Tarsis, van het aangezicht des HEEREN;

en hij kwam af te Jafo, en vond een schip, gaande naar Tarsis,

Bedenkt Jona zich hier om toch maar niet te gaan? De stem van de Vader is luid en duidelijk genoeg…

Nee, hij geeft zijn bagage om met hen naar Tarsis te gaan. Je zou zeggen dat dit de derde stap is. Eerst de gedachte om niet te doen wat YHVH hem gebiedt, ten tweede hij vlucht en ten derde stapt hij in de boot om mee naar Tarsis te gaan

en hij gaf de vracht daarvan, en ging neder in hetzelve, om met henlieden te gaan naar Tarsis, van het aangezicht des HEEREN.

En dan?
4  Maar de HEERE wierp een groten wind op de zee; en er werd een grote storm in de zee, zodat het schip dacht te breken.

Hoe zouden wij zonder achtergrond informatie deze grote wind en deze grote storm verstaan?

Een grote wind en een grote storm,zodat het schip dacht te breken

…..Een natuurverschijnsel die toevalligerwijs ontstond net nu Jona naar Tarsis wilde gaan?

Het zijn de vreemdelingen die tot hun eigen god baden en de slapende Jona wakker maken:

5 Toen vreesden de zeelieden, en riepen een iegelijk tot zijn god, en wierpen de vaten, die in het schip waren, in de zee, om het van dezelve te verlichten; maar Jona was nedergegaan aan de zijden van het schip, en lag neder, en was met een diepen slaap bevangen.

Eigenlijk was Jona heel egoïstisch, omdat hij door zijn ongehoorzaamheid de zeelieden, die niet de Schepper des hemels en aarde kenden, in grote nood bracht. En door zijn ongehoorzaamheid hun goederen overboord gooiden. Jona werd niet wakker en zo kwam de kapitein naar hem toe om hem op zijn verantwoordelijkheid te wijzen dat ook hij moest gaan bidden en smeken om niet te verdrinken:

6 En de opperschipper naderde tot hem, en zeide tot hem: Wat is u, gij hardslapende? Sta op, roep tot uw God, misschien zal die God aan ons gedenken, dat wij niet vergaan.

De matrozen hadden al tot hun goden geroepen en kregen een gedachte om te gaan loten waarmee ze dachten te ontdekken door wiens wil hen dit overkwam:
7 Voorts zeiden zij, een ieder tot zijn metgezel: Komt, en laat ons loten werpen, opdat wij mogen weten, om wiens wil ons dit kwaad overkomt. Alzo wierpen zij loten, en het lot viel op Jona.

Het lot viel op Jona en zij vroegen hem om uitleg:
8 Toen zeiden zij tot hem: Verklaar ons nu, om wiens wil ons dit kwaad overkomt. Wat is uw werk en van waar komt gij? Welk is uw land en van welk volk zijt gij?

Eerst toen maakte Jona zich bekend. Let er op dat hij het niet uit zichzelf deed. Er moest iets door Iemand anders gebeuren:                                                                                                                                                                        

9 En hij zeide tot hen: Ik ben een Hebreer; en ik vreze YHVH/ den HEERE, den God des hemels, Die de zee en het droge gemaakt heeft.

We lezen dat de mannen steeds bevreesder werden en zich hardop afvroegen wat te doen:
10 Toen vreesden die mannen met grote vreze, en zeiden tot hem: Wat hebt gij dit gedaan? Want de mannen wisten, dat hij van des HEEREN aangezicht vlood; want hij had het hun te kennen gegeven.
11 Voorts zeiden zij tot hem: Wat zullen wij u doen, opdat de zee stil worde van ons? Want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger.

Eerst dan geeft Jona zich over aan YHVH omdat hij inziet waarom dit alles gebeurt. Hij zegt dat zij hem overboord moeten gooien. Maar de mannen doen dat niet direct. Ze proberen het schip aan land te brengen, maar de zee werd almaar onstuimiger:
12 En hij zeide tot hen: Neemt mij op, en werpt mij in de zee, zo zal de zee stil worden van ulieden; want ik weet, dat deze grote storm ulieden om mijnentwil over komt.
13 Maar de mannen roeiden, om het schip weder te brengen aan het droge, doch zij konden niet; want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger tegen hen.

En dan gebeurt er ook iets met de zeelieden. Ze roepen YHVH aan en in hun gebed lezen we dat zij Jona niet willen laten verdrinken. Hun nood is te groot en zo komt het gebed op de juiste plaats terecht:
14 Toen riepen zij tot den HEERE, en zeiden: Och HEERE! laat ons toch niet vergaan om dezes mans ziel, en leg geen onschuldig bloed op ons; want Gij, HEERE! hebt gedaan, gelijk als het U heeft behaagd.
15 En zij namen Jona op, en wierpen hem in de zee.\

En toen?

Toen stond de zee stil van haar verbolgenheid.

Gevolg: De mannen vrezen YHVH en slachten om n offer te brengen, belovende geloften
16 Dies vreesden de mannen den HEERE met grote vreze; en zij slachtten den HEERE slachtoffer, en beloofden geloften.

Jona, waarom kreeg ik Jona in mijn gedachten? Zou het kunnen omdat hij de opdracht van YHVH wederstond en op eigen houtje ging handelen naar zijn eigen voornemen? Zou het kunnen dat de Ruach haKodesh/Heilige Geest in wil geven, dat er vele Jona’s zijn? Dat eigenhandig handelen gebeurt veel om me heen. Mensen hebben het over verzetten, omdat ze onrecht ervaren en al druk doende verschuift de aandacht meer en meer naar bijzaken in plaats van wachten op de Meester wanneer het Hem belieft dat wij doen zullen.

Zegt de psalmist niet dat hij liever aan de dorpel verblijft dan bij duizend elders? Psalm 94:10 Want een dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders; ik koos liever aan den dorpel in het huis mijns Gods te wezen, dan lang te wonen in de tenten der goddeloosheid.

Hebben wij gedaan wat in ons vermogen lag om terug te keren naar de Oude paden?

In de uiteenzetting van LMM kwam naar voren dat er veel mensen in Amerika teruggegleden  waren en het niet zo ernstig meer namen. Iemand deelde dat er vele mensen struikelen over tegenslagen en zodoende het smalle pad loslaten omdat het in hun ogen geen resultaat geeft. Het is de tijd van volharding – Hebreeën 12.

Hoe is dat in andere landen en locaties?

De jaren gleden voorbij, maar er kwam geen resolute terugkeer. Zou dit door YHVH beschikt zijn. om de Jona’s tot inkeer te brengen?  Voor het te laat is en zij de tekenen der tijden niet meer opmerken en zich laten verleiden de verleider te volgen?

Dan is dit schudden genade!

Het is immers Abba Vader die alle touwtjes in handen heeft?  Bedenk dat Hij ons als volk ziet omdat wij naar de belofte erfgenamen zijn. De melo hagoyim die uit de eerstgeboortebelofte van Efraïm voortkwam en dát door Yeshua. Staat niet zegen en vloek in Deuteronomium? Er ontgaat niets aan Zijn oog. Micha 6:2 geeft weer dat YHVH een last heeft tegen Zijn volk. 

6 Ja, Hij geeft meerdere genade. Daarom zegt de Schrift: God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.
7 Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden.

Jakobus 4:10 Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen.
1 Petrus 5:6 Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd.

Het is nu meer dan ooit de tijd om onze ogen naar boven te richten, zodat zaken om ons heen bijzaken worden die we aan Abba Vader overlaten kunnen, zodat Hij weer ons daadwerkelijke Middelpunt gaat worden.

Laten wij daarom YHVH nederig vragen wat Hij verkiest, dat wij doen zullen.

Er is nog veel meer te zeggen. Waar het hart vol van is… Daarom tot slot de video getiteld Light in the Darkess

Dank voor uw aandacht en toets mijn woorden!


1 reactie

De beste Leraar

Gedurende deze afgelopen week kwamen mij wat woorden in gedachten…Zij kwamen zachtjes tot ik besefte dat het woorden van een berijmde psalm waren…

“Hij die op Yah’s bescherming wacht, wordt door de hoogste Koning…”

De woorden zingend maakte dat ik het lied vervolgen kon zonder echt na te hoeven denken welke woorden het waren..het nadenkende begrip kwam door de woorden te herhalen. Wat is het goed wanneer men al jong liederen leert, besefte ik.

“Beveiligd in de duistere nacht, beschaduwd in Yah’s woning…                    
Dies noem ik God, zo goed als groot
Voor hen, die op Hem bouwen,
Mijn burg, mijn toevlucht in den nood,
Den God van mijn betrouwen.”

Het begon me duidelijk te worden terwijl ik me verwonderde dat ik elke dag dezelfde woorden kreeg, dat Hij mij iets wilde zeggen.

Hij, de mens, die op Vaders bescherming wacht, niet vlucht maar vertrouwend wacht..wacht op Zijn bescherming in plaats van op andere vorm van bescherming

…wordt door de hoogste Koning…Yeshua, Hij is het die de hoogste Koning is…beveiligd in de duistere nacht….verzegeld in een omgeving of tijd die omschreven wordt als duisternis…duisternis kan ook betekenen dat de mens in zijn algemeenheid het niet meer weet…verwarring…zonder zicht..dan is er alleen bij Hem rust, waarheid en vrede…beveiligd…

beschaduwd in Yah’s woning..schaduw is een bescherming zodat men je niet ziet..zoals YHVH het aan een gebied vraagt om Zijn verdrevenen schaduw te bieden, bescherming…Jesaja 16 vers 3 maakt uw schaduw op het midden van de middag..verbergt de verdrevenen en in vers 4 mijn verdrevenen…

Dies noem ik God, de God YHVH mijn burcht, mijn toevlucht in de nood.. De Naam van YHVH is als een sterke toren, de rechtvaardige zal daarhenen lopen en in een hoog vertrek gesteld worden- Spreuken 18:10 ;Psalm 61:3..

Vandaag kreeg ik de woorden van een andere berijmde psalm “Zo gij in het recht wil treden, O Heer/Yah en gadeslaan
Onz’ ongerechtigheden;
Ach, wie zou dan bestaan?
Maar neen, daar is vergeving
Altijd bij U geweest;
Dies wordt Gij, Heer’, met beving,
Recht kinderlijk gevreesd.”

Terwijl ik beide psalmen overdacht, realiseerde ik mij, dat deze beiden verwezen naar de enige juiste richting..Ik had ze zelf niet bedacht ze nu te herinneren. Ik wérd eraan herinnerd. Ik werd onderwezen, dat de Enige bescherming door de hoogste Koning beveiligd wordt.

Psalm 130 vers 2 zegt ons iets over rechtvaardigheid én genade.

Zo gij in het recht wil treden, O Heer/Yah en gadeslaan
Onz’ ongerechtigheden;
Ach, wie zou dan bestaan?

Maar néén, daar is vergeving altijd bij U geweest!

Dies, daarom  wordt Gij, Yah, YHVH, met beving,
Recht kinderlijk gevreesd…Vreze des ‘Heeren’/YHVH is beginsel der wijsheid…Geloofd zij Yah met diep ontzag…

Deze psalmen zeiden me nog iets. Ze kwamen in de tijd tussen Yom Teruah en Yom haKippurim…Opgang naar…

Afgelopen week heb ik vaak naar de berijmde psalm geluisterd en ook meegezongen. Wat geven woorden die naar YHVH verwijzen, naar Yeshua toch diepe rust en vertrouwen temidden van nu.

Wacht dan, ja wacht, verlaat u op Yahweh – psalm 27

Psalm 91, psalm 130.


Een reactie plaatsen

Middelijkerwijs

fit

Gedurende het leven ontdekken we dat Abba Vader ons leren wil ons niet op zekerheden te focussen en dat doet Hij, zoals ik in mijn eigen leven ervaar, door niet altijd op dezelfde wijze iets aan mij duidelijk te maken, maar achteraf is altijd Zijn hart en hand erin geweest.

Mensen die op de een of andere manier liever geven willen dan ontvangen en zich niet bewust zijn van hun eigen echte behoeftes, laat Hij op bepaalde momenten zien dat de tijd van ontvangen is aangebroken.

Vaak laat Hij dan de leegte van het leeggeworden hart naar boven komen en dat voelt ongemakkelijk en vreemd. Het gaat met allerlei gedachten gepaard, want gevende mensen willen blijven geven en nu wordt het hen als het ware ontnomen.

Geven is in het leven van gevende mensen belangrijker dan ontvangen, maar we kunnen alleen geven wanneer we zelf gevuld zijn en dat weet onze Schepper in Wiens dienst gevende mensen willen zijn.

Men kan in geven doorgaan zonder stil te staan bij zichzelf. Misschien omdat men het niet geleerd heeft of omdat de opvoeding vrij calvinistisch was.

Vanmorgen las ik dat de redeneringen die in het hart opkomen uit het verstand komen en niet bruikbaar zijn om te vernemen wat het hart fluistert. Vaders Geest zetelt niet in ons verstand,maar in onze geest, ons hart.

De weg uit de confrontatie gaat mijns inziens alleen wanneer men zich tot Hem wendt Die alle leven geeft. Want Hij antwoordt eer wij roepen.

Dat ervaren we waarschijnlijk niet direct, omdat ons verstand met opgeslagen ervaringen en ons eigen daarop gebaseerde patroon vaak in de weg zit, maar wanneer we stil worden en alles even laten liggen komt daar die zachte stille Stem, Die gedachten geeft én Leven. Wanneer we daarnaar luisteren, ervaren wij dat het ongemakkelijke afbrekende gevoel wegtrekt. En dat blijkt een vredegevende ervarng. Onder Uw vleugels is het rust bij U.

Rust bij U… Die woorden gaven mij een lied in gedachten die hier specifiek op van toepassing is, waarvan ik sommige woorden even heb veranderd:

Yah, ik kom tot U
Neem mijn hart verander mij
Als ik U ontmoet, vind ik rust bij U
Want Yah, ik heb ontdekt, dat als ik aan uw voeten ben, trots en twijfel wijken, voor de kracht van Uw liefde
Houd mij vast, laat Uw liefde stromen
Houd mij vast, heel dicht bij Uw hart
Ik voel Uw kracht, en stijg op als een arend
Dan zweef ik op de wind, gedragen door Uw Geest, En de kracht van Uw liefde.
Yah U nadert bij, dan kan ik Uw schoonheid zien
En Uw liefde voelen diep in mij en Yah, leer mij Uw wil, zodat ik U steeds dienen kan. En elke dag mag leven
Door de kracht van Uw liefde
Houd mij vast, laat Uw liefde stromen
Houd mij vast, heel dicht bij Uw hart
Ik voel Uw kracht, en stijg op als een arend
Dan zweef ik op de wind, gedragen…

 

 


1 reactie

Beproefd en bevestigd Levend geloof

Ik kreeg voor n poosje terug een gedachte die in vragen uitmondde, waarover ik ging mijmeren en ik denk dat ik ze kreeg en niet zelf bedacht…
Een paar van die vragen waren waarom
– ik in sommige christelijke stromingen zo sterk het Vaderhart bespeur
– ik in diezelfde kringen zo sterk het geloof in Yeshua/Jezus terugvindt
– de mensen uit die kringen zo kunnen getuigen over wat de Vader, die zij eerbiedig HEERE noemen,door de Heilige Geest, werkzaam is in hun hart en leven

De vragen gingen vooraf aan een gedachte dat kennis uit verstand zo leeg is in tegenstelling tot kennis vanuit ondervinding in relatie tot geloof en belijdenis van Yeshua.

Globaal heb ik ervaren dat er meer kennisoverdracht is dan geloofsondervindelijke openbaring. Het zijn twee tegenovergestelden, die niet in elkaar opgaan.

Men vindt het zowel in het christendom, jodendom en messianisme.

Er is geestelijk onderscheid voor nodig, zelfonderzoek en zelfstudie om te kunnen gaan verstaan waar de verschilpunten zitten.

De vorming om tot zelfonderzoek, zelfstudie te komen is er een van los willen en durven komen van wat vanuit het achterland vertrouwd is. Het geestelijk onderscheid kan niet verworven worden, wel geoefend, wanneer men het ontvangen heeft.

Geestelijk onderscheid kan zonder geloof, welke een gevolg is van de belijdenis van Yeshua, niet verkregen worden door eigen werk.

Joh 14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.                                                                                                                                                    1Co 2:12  Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van Elohim/ God geschonken zijn;
1Co 2:13  Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.
1Co 2:14  Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.
1Co 2:15  Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hij zelf wordt van niemand onderscheiden.                                                                                                                     Heb_11:3  Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden.

Dat dit ware geloof er al was voordat Yeshua naar de aarde kwam, getuigt onder anderen de Hebreeënbrief, maar daar gaan we nu niet op in.

Toen ik als kind in het behoudend christendom – buitenkerkelijk- onder de ernst van de noodzaak liep om wederom geboren te worden, heb ik eveneens als kind bijzondere ervaringen gehad in het leven van mijzelf en in het leven van anderen. Ik weet de dag in 1985, dat ik bewust werd van mijn wedergeboorte en dat was een aantal jaren voordat mij de openbaring omtrent de shabbat ten deel viel.

De latere openbaring van de shabbat was erg belangrijk, maar niet de belangrijkste voorwaarde om wederomgeboren te worden. Daarvan getuigt het geschreven Woord.

Joh_3:3  Yeshua antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.

Nu ik dan wandelend liep te peinzen over het ware proefondervindelijk geloof, een term die wij in het messiaanse niet of nauwelijks horen zeggen, bespeurde ik bij mijzelf door de herhaalde kennis een leegte, die ik op mijn beurt bij weinigen bespeurde of vernam en ik vroeg mij af hoe dat kwam of dat ik misschien niet opmerkte waar ik naar op zoek was.

Vele ingebrachte leringen van mensen, die weliswaar wijs in de ogen van menig mens en misschien vanuit (soms onwetend) aangepraat schuldgevoel makkelijker toegankelijk geworden zijn, wakkerden mijn vraag naar persoonlijk relatiegeloof in anderen aan.

Yeshua en Dien gekruisigd

Mijn blik, die meer naar mensen zocht die vanuit hun persoonlijke ondervinding van Yeshua’s leven in hen konden getuigen in plaats van allerlei kenniszaken, werd sterker ontwikkeld.

En ik werd in de afgelopen tijd gevormd om uit te gaan van dat Enige Nodige. Dát als uitganspunt te nemen. Kenmerken daaraan vooraf is zondebesef, waaraan wij kunnen zien dat de Geest van Heiligheid werkzaam is.

Rev_2:4  Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten.

Is in die eerste liefde niet álles gelegen? Getuigen van Hem Die ons redde?

Ik kreeg oor om op te merken waar het Vaderhart levend bleek…waar het geloof in Yeshua/Jezus zo sterk bleek en dat er mensen zijn die zó vrijmoedig vanuit hun persoonlijke ervaring getuigen van de werkzame Vader in hun leven, die zij heel eerbiedig den HEERE noemen.

Abba YHVH liet mij eerst voorzichtig de “buitenomme” lopen in de vorm van getuigenissen lezen…Dat was een naderen…Want een vriendschapshouding overvalt niet en soms moet je het onbekende leren te verstaan. Soms is dat onbekende onbekend geworden vanwege lang geleden…

Een buitenlandse vriendin vertelde ons onlangs, dat haar dochter naar een zondagskerk ging omdat zij daar zo liefdevol omgingen met de arme,weduwe en mensen in nood, terwijl deze dochter dat niet bij de messianen ondervond. Deze zondagskerk had ruimte ingebouwd om voor shabbatvierenden een aparte studie te doen.

Recentelijk was ik op bezoek bij een vriendin en zij vroeg mij spontaan mee te gaan naar n familie, alwaar ik onverwachts maar op Zijn tijd, uit de mond van een vriendelijk man, die de gewoonte heeft naar een behoudende christelijke kerk te gaan, zijn relaas vernam hoe Abba YHVH hem door de Heilige Geest gezichten gaf, waardoor hij ondervond gered te zijn en als gevolg daarvan los kwam van alles wat ons hier bindt. Ook merkte hij hierdoor op dat alle denominaties en doctrines op zich niet de ware kerk is, waarmee YHVH Zich verbonden heeft, omdat het de mensen zijn waarmee YHVH een persoonlijke verbinding legt! Hij vertelde ook en zijn vrouw bevestigde dat, dat er door zijn relaas anderen tot Levend geloof zijn gekomen. Anderen, in het bijzonder een jonge vrouw uit een zeer behoudend christelijk milieu, ontving wedergeboorte. Wat een groot en ontzaggelijk nieuws!

We zijn diezelfde week teruggeweest omdat ik mijn echtgenoot kennis wilde laten maken met deze vriendelijke man, die uit zichzelf vertelde dat hij ervaarde dat wij geestelijk verstonden wat hij deelde. En dát bevestigt dat Vaders Geest getuigt wat geschreven staat in Rom_8:16  Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.

Eerste liefde, is dat niet het getuigenis dat Yeshua ons redde, waardoor wij kinderen van de Vader werden?

De gezichten/visioenen die wij mochten horen, hoop ik met toestemming in een ander bericht te kunnen delen.

Mij heeft het zó overtuigd en bevestigd dat Abba YHVH doorgaat met Zijn volk te verzamelen onder alle tong, natie en geloofsgemeenschappen.

Zijn verzamelde kinderen zijn Zijn tabernakel waarin Hij wonen wil én woont.

De Hebreeënbrief met name hoofdstuk 7 tm 11 getuigt ondermeer over de eerste en tweede tabernakel, het eerste en tweede priesterschap, het eerste en tweede verbond (eens beteren verbond)

Heb 8:4  Want indien Hij op aarde ware, zo zou Hij zelfs geen Priester zijn, dewijl er priesters zijn, die naar de wet gaven offeren; 
Heb 8:5  Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen, gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij den tabernakel volmaken zou: Want zie, zegt Hij, dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op den berg getoond is. 
Heb 8:6  En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is. 
Heb 8:7  Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest. 
Heb 8:8  Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israels, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; 

Ik mocht het vissersnet ook naar de andere kant gooien om goede vis te vangen, daar ik en anderen honger kregen naar meer van de werking van Zijn Geest in Zijn gekozenen.

Beproef mijn woorden!


Een reactie plaatsen

Belofte door een vrouw

De parasha van deze week behandelt onder andere Numeri 30

Num 30:1  En Mozes sprak tot de hoofden der stammen van de kinderen Israels, zeggende: Dit is de zaak, die YHVH/ de HEERE geboden heeft: 
Num 30:2  Wanneer een man den HEERE een gelofte zal beloofd, of een eed zal gezworen hebben, zijn ziel met een verbintenis verbindende, zijn woord zal hij niet ontheiligen; naar alles, wat uit zijn mond gegaan is, zal hij doen. 

We zien dat wanneer een man een gelofte doet, het bindend blijft.De volgende verzen maken ons duidelijk dat voor de vrouw andere regels gelden en dat duidt mijns inziens op de bescherming, welke door YHVH ingesteld is, die zij geniet van haar haar vader zolang zij onder zijn dak leeft én later dat van haar man. Die bescherming gaat van vader naar man. Welis waar is dat vaak met voeten getreden, maar een rechtvaardige vader en rechtvaardige man zal verstaan, wat YHVH hem gegeven heeft. Een prachtige uiteenzetting daarvan vinden we in de serie Biblical role of women van graceintorah.net.
Num 30:3  Maar als een vrouw den HEERE een gelofte zal beloofd hebben, en zich met een verbintenis in het huis haars vaders in haar jonkheid zal verbonden hebben; 
Num 30:4  En haar vader haar gelofte, en haar verbintenis, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal horen, en haar vader tegen haar zal stilzwijgen, zo zullen al haar geloften bestaan, en alle verbintenis, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal bestaan. 
Num 30:5  Maar indien haar vader dat zal breken, ten dage als hij het hoort, al haar geloften, en haar verbintenissen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zullen niet bestaan; maar de HEERE zal het haar vergeven; want haar vader heeft ze haar doen breken. 

Bovenstaande verzen geven weer wat er gebeurt als zij het haar vader te kennen geeft en hoe hij zal reageren, dan wel wanneer zij zwijgt en de belofte bewaard.
Num 30:6  Doch indien zij immers een man heeft, en haar geloften op haar zijn, of de uitspraak harer lippen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft; 
Num 30:7  En haar man dat zal horen, en ten dage als hij het hoort, tegen haar zal stilzwijgen, zo zullen haar geloften bestaan, en haar verbintenissen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zullen bestaan. 
Num 30:8  Maar indien haar man ten dage, als hij het hoorde, dat zal breken, en haar gelofte, die op haar was, zal te niet maken, mitsgaders de uitspraak harer lippen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zo zal het de HEERE haar vergeven. 

En zoals het aan haar vader is zo hij het hoort of niet hoort en zijn reactie erop in de zin van stilzwijgen of haar belofte breken, zo ook haar man. Bij stilzwijgen blijft de belofte staan en bij breken gaat zij vrijuit.
Num 30:9  Aangaande de gelofte ener weduwe, of ener verstotene: alles, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal over haar bestaan. 
Num 30:10  Maar indien zij ten huize haars mans gelofte gedaan heeft, of met een eed door verbintenis haar ziel verbonden heeft; 
Num 30:11  En haar man dat gehoord, en tegen haar stil zal gezwegen hebben, dat niet brekende; zo zullen al haar geloften bestaan, mitsgaders alle verbintenis, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal bestaan. 
Num 30:12  Maar indien haar man die dingen ganselijk te niet maakt, ten dage als hij het hoort, niets van al wat uit haar lippen gegaan is, van haar gelofte, en van de verbintenis harer ziel, zal bestaan; haar man heeft ze te niet gemaakt, en de HEERE zal het haar vergeven. 

Betreffende de weduwe geldt na zijn overlijden dezelfde regels.Wanneer hij tegen haar gezwegen zal hebben of het geheel teniet maakt, zo zullen de overeenkomstige regels gelden.
Num 30:13  Alle gelofte, en allen eed der verbintenis, om de ziel te verootmoedigen, die zal haar man bevestigen, of die zal haar man te niet maken. 
Num 30:14  Maar zo haar man tegen haar van dag tot dag ganselijk stilzwijgt, zo bevestigt hij al haar geloften, of al haar verbintenissen, dewelke op haar zijn; hij heeft ze bevestigd, omdat hij tegen haar stilgezwegen heeft, ten dage als hij het hoorde. 
Num 30:15  Doch zo hij ze ganselijk te niet maken zal, nadat hij het gehoord zal hebben, zo zal hij haar ongerechtigheid dragen. 
Num 30:16  Dat zijn de inzettingen, die de HEERE Mozes geboden heeft, tussen een man en zijn huisvrouw, tussen een vader en zijn dochter, zijnde in haar jonkheid, ten huize haars vaders. 

Vers 16 onderstreept nog es de serieuze inzettingen die YHVH geboden heeft inzake de belofte van een vrouw.

Zelf heb ik dit letterlijk meegemaakt en achteraf gezien dat wanneer een vrouw een belofte doet aan Abba YHVH in haar jeugd en zwijgt over deze belofte, YHVH deze belofte laat staan, totdat de vrouw de belofte kan uitvoeren.

Zelf heb ik YHVH’s hulp ingeroepen en Hij heeft machtig gehandeld, waardoor ik uit ondervinding weet dat Hij hoort, leeft en naar ons mensen omziet.

Heden ten dage mag ik de belofte, die ik in mijn tienertijd bewust deed, uitwerken met Zijn hulp onder de bescherming, medeweten en toestemming van mijn geliefde echtgenoot. Het zou kunnen zijn, dat de Vader Zelf de gedachte ingaf om mij tot deze specifieke belofte te laten komen.

Achteraf mocht ik ontdekken dat YHVH de belofte van een vrouw serieus neemt en het specifiek in Zijn geschreven Woord benoemt. Dat bleek een bijzondere ontdekking.

Alle eer aan Hem Die mij Leven gaf.

 

 


1 reactie

Schriftuurlijke wet inzake de scheidbrief

Meer en meer word me duidelijk dat het heel belangrijk is dat we fundamentele feiten niet kunnen negeren. Wanneer we ze gaan ontdekken, beseffen we welke wetten er werkzaam zijn en hoe dezen zich gaan ontvouwen.

Eén feit wat mij bezighoud, is de scheidbrief die aan het noordelijk huis Israël gegeven werd. Noordelijk huis is ’n onderdeel van het gehele huis, net zoals het zuidelijk huis een deel is van het gehele huis, wat bij de berg Sinai in Arabië (1) stond en wat straks de herstelde vrouw zal zijn van de Maker Die eveneens haar Man is.

Deuteronomy 24 vers 1 tm 4 geeft duidelijk weer dat het noordelijk huis nimmer duurzaam kan naderen tot het zuidelijke, wanneer er geen Losser is. Omdat het verbond eenzijdig verbroken was, kan het noordelijk en zuidelijk niet tesamen optrekken onder de oude voorwaarden. De scheidsbrief én de wet opgetekend in Deuteronomium 24 vers 1tm4 staat er tussen.

Deu 24:1  Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis. 
Deu 24:2  Zo zij dan, uit zijn huis uitgegaan zijnde, zal henengaan en een anderen man ter vrouwe worden, 
Deu 24:3  En deze laatste man haar gehaat, en haar een scheidbrief geschreven, en in haar hand gegeven, en haar uit zijn huis zal hebben laten gaan; of als deze laatste man, die ze voor zich tot een vrouw genomen heeft, zal gestorven zijn; 
Deu 24:4  Zo zal haar eerste man, die haar heeft laten gaan, haar niet mogen wedernemen, dat zij hem ter vrouwe zij, nadat zij is verontreinigd geworden; want dat is een gruwel voor het aangezicht des YHVH’s/HEEREN; alzo zult gij het land niet doen zondigen, dat u YHVH/ HEERE, uw Elohim/ God, ten erve geeft. 
De vele pogingen van mensen om de eenheid op een andere manier te bewerkstelligen zonder acht te slaan op deze wetmatigheid én deze ontdekking zeggen mij, dat het noordelijk koninkrijk/huis zich onder de christenen bevindt omdat zij de Losser erkennen.. In het voortschrijdende inzicht, gaan zij ontdekken dat de Losser gekomen is om het verbond, hetzelfde, te vernieuwen.
De vernieuwing, omdat de scheidbrief een voldongen feit was, zit ‘m in de Losser, Die tevens Priester in de orde van Melchizedek én Koning is. Deze Losser gaf de Geest en dat is de enige mogelijkheid geworden om als mens opnieuw te naderen. Deze Losser móést zowel Elohim als mens zijn, omdat het YHVH Zelf was geweest Die de scheidbrief gegeven heeft. Een ‘lagere” autoriteit dan YHVH kan die Losser niet zijn. Yeshua is YHVH in het vlees (Geen Heiland dan ik- Hosea 13:4).
Het is niet verwonderlijk dat zij die de voorwaarden van dat vernieuwde verbond gaan ontdekken uitkomen bij het feit dat de Losser wel móést komen, wilde er sprake zijn van het vernieuwde verbond in de vervulling.
What first is comes first.
De eerstgeborenen naar de belofte worden verbonden of zijn het gevolg van de belofte aan Efraïm door Yeshua de Eerstgeborene.. Zoals Shaul terecht opmerkte in zijn brief aan de Romeinen, zal die volgorde een teken zijn van het naderen volgens het schriftuurlijke plan. Zij die het weten, getuigen van de Losser en zullen getuigen aan hun broeders/overigen die naderen zullen, dat het geen andere Losser kón zijn, dan Hij waarvan Diens komst in het gehele geschreven Levende Woord getuigt.
Uit Hem, door Hem en tót Hem zijn alle dingen. Wij kwamen uit Hem, wij gingen door Hem en wij zullen tot Hem gaan. Langs deze weg zullen de condities zegen zijn en vermenigvuldiging daarvan voor wie horen én doen.
Dan begrijpen we ook dat de berg Sinai in Galaten 4 als metafoor dient om aan te geven dat het oude voorbij gegaan is, omdat dat dienstbaar was. Daar zit een verborgenheid, die zo YHVH en wij leven ontvouwd gaat worden. In Galaten hoofdstuk vier wordt met andere worden het levensreddende plan van YHVH herhaald.
Zegt de profeet Daniël niet dat in Dan 12:4 
En gij, Daniel! sluit deze woorden toe, en verzegel dit boek, tot den tijd van het einde; velen zullen het naspeuren, en de wetenschap zal vermenigvuldigd worden. 
Dan begrijpen wij ook de Hebreeënbrief, waarin geschreven is dat Yeshua, Priester is naar de orde van Melchizedek. Het oude is voorbij gegaan, zie het nieuwe is gekomen!- 2 Cor. 5:17
Overeenkomstig de verlossing nu door de Losser is onze roeping. Hij is Eersteling en Priester naar de orde van Melchizedek en wij zijn de eersten in het herstelde huisgezin wat vol gaat worden. Want daar is het geschreven Woord vol van. Wij zijn niet de eersten omdat wij het beter deden dan de anderen. Nee, Abba Vader heeft er een bijzondere bedoeling mee en eigenlijk kunnen we dat al opmaken uit de geschiedenis. Ga maar na via wie Hij het zaad der belofte doorgaf, wat oa in Galaten 4 bijna aan het oog zou ontsnappen. Lees over het kind, de dienstbare en de vrije….Zoek op Zade, belofte, onderzoek de lijnen vanaf Gan Eden. Vergelijk schriftwoord met schriftwoord, maar niet zonder eerst Hem te vragen om openbaring door Zijn Geest van Heiligheid.
In Johannes 14:26 lezen we dat Hij het ons indachtig zal maken.
Alle eer aan Abba YHVH, Die ons zó liefhad.
Beproef mijn woorden!
(1) Zowel de kinderen Israels én veel later Paulus/Shaul, zie Galaten 1:17
Nawoord:
Op onze laatste reis naar Israel, spraken wij een sabra, die én Yeshua belijdt én bewust is van de voorwaarden en noodzaak om tot de voorbereidde Bruid te komen.

Hij zei het ongeveer zo in deze strekking: “Wanneer de gelovigen uit de volkeren niet tot erkenning komen dat zij Efraïm naar de belofte zijn en daarin gaan functioneren, zal er van naderen met Juda geen sprake zijn!”

Met andere woorden, dan vertragen wij uit de volkeren het heilsplan voor de bruid, die zich zal moeten tooien voor haar Bruidegom. Hij komt voor een getooide Bruid.
Een ernstig woord ter overdenking!


Een reactie plaatsen

Voor wie kwam Yeshua en waaróm?

Ik ontving een gedachte en zocht er woorden bij. Al geruime tijd word ik bepaald bij een van de laatste opdrachten die overigens al bij Yeshua’s komst ingezet zijn en na Zijn hemelvaart autoriteit en prioriteit hebben gekregen. Weliswaar in fases, zoals we via het profetisch geschreven en geopenbaarde Woord opgetekend zien staan.

Voor alles blijkt een tijd,ook het boek Prediker getuigt daarvan.

Wanneer het erop aankomt, blijkt uit de werkelijkheid dat wij die naar Zijn Naam geroepen werden voor het merendeel net zo stijfkoppig zijn als onze vaders (1Cor10) waar Ezechiël 3 voor geroepen werd.

In de Corinthe-brief wordt daar over vermeld dat die stijfkoppigheid ten gevolg had, dat YHVH in het merendeel geen welgevallen gehad heeft. Wanneer we dat meenemen in onze tijd, nu Abba YHVH door openbaring aan het zaad der belofte hun identiteit bekend maakt om hen te roepen, zodat zij toegerust worden om de overigen tot naijver te wekken, dan lijkt het of we met onze rug tegen de muur willen staan en geen voet verzetten.

Barensweeën zijn pijnlijk en zeker als het een van de laatste en moeilijkste,maar ook grootste geboorte gaat worden, namelijk het herstel van het gehele huis Israels.

Abba YHVH gaat dat niet zonder de nazaten uit de menigte der volkeren doen die door belofte Israel zijn, ook wel genoemd met de naam Efraïm en Yosef én…

Heel Vaders Woord getuigt van dat grootse werk wat Hij wil gaan volvoeren.

We hebben een aansporing nodig en misschien meer dan dat, als we zien dat we soms door jagers op onze plaats gezet moeten worden. Het hoeft, wanneer wij gewillig zijn, niet zover te komen,máár met het voorbeeld van ons volk voor ogen, blijf ik realistisch:

1Co 10:1  En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; 
1Co 10:2  En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; 
1Co 10:3  En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; 
1Co 10:4  En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus. 
1Co 10:5  Maar in het meerder deel van hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen. 
1Co 10:6  En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben. 

Beproef mijn woorden!

@Hadassah

https://bneyyosefholland.com/2019/12/10/voor-wie-kwam-yeshua-en-waarom/


Een reactie plaatsen

Vernieuwend inzicht

Mijmerend over Yeshua’s verlossingswerk, kwam mij Zijn eenmalige offer voor de geest en gaf mij naast het onlangs vernieuwd inzicht meer verdieping die ik graag delen wil. Nu we tijdens de Pesach onder meer de Hebreeënbrief met aandacht doorlazen, kwamen er als het ware updates of waren het verborgen openbaringen die tot nu toe veilig bewaard waren gebleven voor een tijd als deze?

Er was tot het gouden kalf geen offerdienst met een priestersstaf en ongeveer zeventig jaar na Yeshua’s hemelvaart geen tempel en offerdiensten meer.

Was dat YHVH’s opzettelijke bedoeling of was ook dat voor een zekere tijd? Het huis van Israel kreeg gezien de geschiedschrijving een andere levensloop dan het huis van Yudah, zij werden ten eerste gescheiden van het zuidelijk koninkrijk, kregen de scheidsbrief, werden Lo Ammi, maar tevens ook een taak in het vooruitzicht, wat ondermeer verhaald wordt in Hosea en Romeinen. De weggezondene wordt door YHVH verhoogd en vooruitgeschoven omdat zij Yeshua, de manifestatie van YHVH, nodig hebben om tot de Vader te naderen. Zij gaan vooróp, precies zoals onder meer de Romeinenbrief verhaald. Een geheimenis, want aan het eind daarvan zijn zij weer samen, zoals het geschreven Woord aangeeft onder meer in Zach 4:14 שׁניH8147 בניH1121 היצהרH3323 (Hebr) en twoH8147 anointed ones,H1121 H3323 beiden met zelfde betekenis: Twee gezalfde zonen. De vraag was: Zec 4:12  En andermaal antwoordende, zo zeide ik tot Hem: Wat zijn die twee takjes der olijfbomen, welke in de twee gouden kruiken zijn, die goud van zich gieten? Zijn die twee geen referentie naar Ezech 37: 17?

Bovenstaand vers refereert onder andere aan Psalm 32:1 Een bedekking totdát

Psa 32:1  Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is. 

Heb 10:5  Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid; 
Heb 10:6  Brandofferen en offer voor de zonde hebben U niet behaagd. Heb 10:7  Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God! 

Bovenstaande verzen refereren ondermeer Psalm 40 :7  aan:“Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; Gij hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt Gij niet geeist. 
Psa 40:8  Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven. 
Psa 40:9  Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands. 
Heb 10:8  Als Hij te voren (Jer 31:31-34) gezegd had: Slachtoffer, en offerande, en brandoffers, en offer voor de zonde hebt Gij niet gewild, noch hebben U behaagd (dewelke naar de wet geofferd worden); 

Heb 10:9  Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God! Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen. 
Heb 10:10  In welken wil wij geheiligd zijn, door de offerande des lichaams van Yeshua haMassiach eenmaal geschied. 

In de Hebreeënbrief wordt Jeremia 31 aangehaald in het perspectief dat het eenmalige offer van Yeshua het begin is van de orde naar Melchizedek, zie oa Psalm 110 naast dat van Hebreeën 10

Jer 31:31  Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE/YHVH, dat Ik met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; Jer 31:32  Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE/YHVH;

Duidt Hij bij de verzen 31 en 32 van jer 31 op het tweede en eerste verbond uit Hebr 10:9?

Jer 31:33  Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE/YHVH: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God/Elohim zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. 
Jer 31:34  En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE/YHVH! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE/YHVH; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken. 

Wanneer we de Hebreeënbrief nauwgezet lezen, zonder andere leringen en interpretaties van mensen te gebruiken, worden wij mijns inziens naar de functie van die Ene geleid, Die een eenmalig offer bracht, Die Priester is naar de orde van Melchizedek en Die onder ons wil wonen…Melchizedek was er al, zie het bezoek bij Abraham..

Psa 110:4  De HEERE/YHVH heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.

Gen_14:18  En Melchizedek, koning van Salem, bracht voort brood en wijn; en hij was een priester des allerhoogsten Gods. Heb_5:6  Gelijk Hij ook in een andere plaats zegt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.
Heb_5:10  En is van God genaamd een Hogepriester, naar de ordening van Melchizedek.
Heb_6:20  Daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Yeshua, naar de ordening van Melchizedek, een Hogepriester geworden zijnde in der eeuwigheid.

Heb 10:11  En een iegelijk priester stond wel alle dagen dienende, en dezelfde slachtofferen dikmaals offerende, die de zonden nimmermeer kunnen wegnemen; 

Vers 10 Refererend aan Eph 2:15  Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende; 
Heb 10:12  Maar Deze, een slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechter hand Gods; 
Heb 10:13  Voorts verwachtende, totdat Zijn vijanden gesteld worden tot een voetbank Zijner voeten. 

Heb 10:14  Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden. 

Vers 14 zegt hier in de grondtekst bij één G3391 afgeleid van G1520( one):

: mee-ah = only one= slechts één

Heb 10:15  En de Heilige Geest getuigt het ons ook; 
Heb 10:16  Want nadat Hij te voren gezegd had: Dit is het verbond, dat Ik met hen maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten geven in hun harten, en Ik zal die inschrijven in hun verstanden; 
Heb 10:17  En hun zonden en hun ongerechtigheden zal Ik geenszins meer gedenken. 
Heb 10:18  Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde. 

Hebr 10:18 Waar nu vergeving is, daar is geen offerande meer voor de zonde, zie vers 17 “zal Ik geenzins meer gedenken”.
Heb 10:19  Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Yeshua, 
Heb 10:20  Op een versen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees; 
Heb 10:21  En dewijl wij hebben een groten Priester over het huis Gods; 

Wederoprichting aller dingen van Hem.

1Co 5:8  Zo dan laat ons feest houden, niet in den ouden zuurdesem, noch in den zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid. 

Mat_9:17  Noch doet men nieuwen wijn in oude leder zakken; anders zo bersten de leder zakken, en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven, maar men doet nieuwen wijn in nieuwe leder zakken, en beide te zamen worden behouden.Met een referentie naar Mark 2:22;Luk 5:37,38

Alhoewel ik diverse verzen en teksten heb genomen om de gedachte uit te werken, geniet het de voorkeur om de hoofdstukken in het geheel door te nemen

Wordt vervolgd

 


Een reactie plaatsen

Mijn schapen dolen…

Gedurende een paar weken word ik specifiek bepaald bij de staat van de kudde Israels. De toepassing van het geschreven Woord wordt door velerlei menselijke argumenten verzwakt,zodat de schapen niet weten dat zij schapen zijn en in welke schaapskooi hun thuis is.

Hoopvol is Abba YHVH’s plan, Hij overziet, maar Hij maakt het ook Zijn dienaars bekend, wat er op de grond en in de wijngaard gebeurt.

Wanneer het tegen Zijn plan ingaat, krijgt men nog de tijd om terug te keren naar de Oude Paden, maar na zekere tijd, verdwijnt Zijn inspiratie uit plaatsen, waar men Zijn geschreven Woord niet als hoogste goed stelt en Zijn Geest, Die ons in alle waarheid leiden kan, niet de prioriteits-plaats geeft. Mits de schapen honger hebben naar grazige weiden, zullen zij blijven bij zulke dor wordende kralen.

Eze_34:6  Mijn schapen dolen op alle bergen en op allen hogen heuvel, ja, Mijn schapen zijn verstrooid op den gansen aardbodem; en er is niemand, die er naar vraagt, en niemand, die ze zoekt.

Het moet ons op et minst verdrietig stemmen dat bovengenoemde tekst aangeeft dat de schapen dolen en verstrooid zijn. In principe vertaalt deze tekst het huis Israels in kort bestek. Zij die in Yeshua zijn, Yeshua erkennen en belijden, hebben veelal niet de juiste herders die hen de rechtstreekse weg wijzen naar die ene Herder. Zij zijn Abrams zaad en naar de beloftenis erfgenamen! Hoe onthutsend, dat het overgrote deel van de onderwijzers in zulke plaatsen hen niet voorhouden dát zij Abrams zaad zijn, omdat zij in Yeshua zijn en naar de belofte erfgenamen. De plaatsen waar zij verkeren zijn stagnerend voor de groei naar volwassenheid, zodat ook zij belet worden op hun beurt te mogen gaan dicipelen. Kinderen beletten in hun groei en klein houden is geen goede zaak!

2Kr_18:16  En hij zeide: Ik zag het ganse Israel verstrooid op de bergen, gelijk schapen, die geen herder hebben; en YHVH  zeide: Dezen hebben geen heer; een iegelijk kere weder naar zijn huis in vrede.

Verstrooid op de bergen en geen herder hebben. Kronieken zegt dat deze schapen die dolen geen herder hebben. Dus de herder die verzaakt, om de schapen het geschreven Woord aan te reiken en de uitnemendste weg  te wijzen door hen te wijzen op YHVH’s geschenk van hun vader (Abraham) en de overeenkomstige erfenis naar de belofte, is in Vaders ogen geen herder. Dat moet toch aanleiding geven tot ernstig zelfonderzoek.

1Ko_22:17  En hij zeide: Ik zag het ganse Israel verstrooid op de bergen, gelijk schapen, die geen herder hebben; en YHVH zeide: Dezen hebben geen heer; een iegelijk kere weder naar zijn huis in vrede.

Verleiding!

Het boek Koningen herhaalt deze woorden. Verstrooid en nog es herhaald in Jeremia 50: vers 6  Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.

Verloren schapen door verleiding!

Hun herders hadden hen verleid, hen van Yeshua weggeleid, door hun eigen interpretaties die niet het geschreven Woord van YHVH ondersteunden. Deze woorden werden destijds geschreven, maar zijn zéker ook vandaag de dag helaas toepassend.

In een telefoongesprek vertelde een familielid in Yeshua, dat een krachtig geluid omtrent de identiteit van de “ingelijfden” in veelal messiaanse gelederen niet of nauwelijks wordt verkondigd. Er zijn herders, die voor onderwijzingen gaan die de mensen prettig vinden in plaats van een krachtig geluid zodat de schapen wakker worden en gaan lopen naar die ene kooi waarvan Yeshua de Herder is. Degenen die naar de beloftenis erfgenamen zijn en in Yeshua Abrahams zaad, moeten zeker niet richting de andere kooi, omdat er dan geen sprake is van een nadering tussen het overblijfsel uit het huis van Juda én het huis van Israel. Wanneer alle schapen richting de Judese kooi gaan lopen, compromissen gaan sluiten om hen in de  kooi van Juda (1) terwille te zijn, heeft men niets begrepen van de kostbare roeping die wij hebben in Yeshua.

Ontwaakt gij die slaapt en staat op uit de dood!

Eph 5:6  Dat u niemand verleide met ijdele woorden; want om deze dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid. 
Eph 5:7  Zo zijt dan hun medegenoten niet. 
Eph 5:8  Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts. 
Eph 5:9  (Want de vrucht des Geestes is in alle goedigheid, en rechtvaardigheid, en waarheid), 
Eph 5:10  Beproevende wat Elohim welbehagelijk zij. 
Eph 5:11  En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook veeleer. 
Eph 5:12  Want hetgeen heimelijk van hen geschiedt, is schandelijk ook te zeggen. 
Eph 5:13  Maar al deze dingen, van het licht bestraft zijnde, worden openbaar; want al wat openbaar maakt, is licht. 
Eph 5:14  Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij, die slaapt, en staat op uit de doden; en Messias Yeshua zal over u lichten. 

Slapen, een woord wat me te binnenschiet en refereert met de conditie uit Openbaring_2:5  Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert.

Samengevat: wanneer wij de mensen NIET vertellen van het profetische geschreven Woord waarin hun ware identiteit vermeld staat, hun roeping om eveneens dicipel te worden en uit te gaan, net zoals Yeshua de mensen onderwees om hen tot wasdom te brengen zodat zij zelfstandig uit konden gaan om op hun beurt mensen tot wasdom te brengen, zullen wij geoordeeld worden als zijnde GEEN herder/dienaar van Hem, Die ons Voorbeeld is.

Mat_10:6  Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels.

“Maar gaat veel meer heen TOT…uit Mat 10:6 ” is de uitnodiging voor de ware dicipel,

-die weet dat hij/zij door Yeshua Abrahams zaad is en naar de beloftenis een erfgenaam.

-Die weet ook dat hij/zij geen vreemdeling en bijwoner meer is en net als dat vreemde volk wat optrok met de kinderen Israels en Amen beleed op het ontvangen van de huwelijkse voorwaarden onder aan de berg in Saudi Arabië,ingelijfd en ook tot de verzameld werd onder de naam Israel als Israel;

-die weet, ook gevormd, door de vele beproevingen dat YHVH een ijverig Elohim is en niet gediend is dat mensen andere bronnen gaan raadplegen dan Zijn Ruach Die in alle waarheid leidt en deze bronnen gelijk en hoger gaan stellen dan het geschreven Woord van YHVH.

Een simpel voorbeeld. De ijver van de gelukkig getrouwde man wordt opgewekt wanneer zijn gelukkige vrouw andere mannen gaat raadplegen over onderwerpen die alleen haar wettige man behoort te doen. Wát te zeggen van onze Bruidegom, die ons koos en apart zette? Zo zal het niet zonder gevolgen zijn wanneer wij die Abrahams zaad zijn en naar de beloftenis erfgenamen, bronnen gaan raadplegen die niet naadloos passen op YHVH’s richtlijnen en Zijn geschreven Woord.

Mat_15:24  Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.

Yeshua is gezonden tot de verlopen schapen én ons Voorbeeld. Frappant is dat Hij geen kerkje/gemeente stichtte, geen onderkomen huurde en geen tienden aannam.

Hij wandelde en de mensen kwamen naar Hém.

Gaan tót..houdt een beweging in. Wie durft?

Ik sprak iemand afkomstig uit behoudende christelijke kringen,die al vijftig jaar shabbat onderhould, ook weleens gevraagd werd om te spreken, en niet aangesloten is bij enige gemeente, omdat dezen niet weerspiegelden van wat deze persoon van de Vader had ontvangen. Deze persoon bevestigde het gaan tót in plaats van op de plaats rust.

1Cor 10 vanaf vers 1…Zijt niet onwetende dát onze vaders en onze vaders moesten er door hun keuzes veertig jaar over doen en érger, zij zouden het beloofde land niet binnengaan, hun kinderen wél.Laten we dát voorbeeld ter harte nemen!

Wakker worden, betekent opstaan en beproeven. Beproef mijn woorden en zoek de uitnemendste weg.

1.Judese schaapskooi is een verzamelnaam en doet niets af van mijn verbondenheid met Juda,het is het andere huis (Ez 37) met een andere uitwerking van hun gegeven zegen/bestemming tov de schaapskooi Israel naar de belofte.Zie oa de uitwerking in Eze 37 en Rom 9 tm 11