Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


1 reactie

Ogendienst..Oog versus hart

Mij kwam onlangs het woord “ogendienst” in gedachten en het bleef te gast, dus ik begreep dat ik er iets mee moest gaan doen. Ik verbind er de uiterlijke vorm mee, welke er op uit is om mensen te behagen in plaats van Hem Die ons gemaakt heeft, maar is dat wel de juiste gedachte?

We vinden het in Efeze 6:5 Gij diensknechten, zijt gehoorzaam uw heren naar het vlees, met vreze en beven, in eenvoudigheid uws harten, gelijk als aan Christus; 
Eph 6:6  Niet naar ogendienst, als mensenbehagers, maar als dienstknechten van Christus, doende den wil van God van harte; 
Eph 6:7  Dienende met goedwilligheid den Heere, en niet de mensen; 

Eph 6:6  Not with eyeservice, as menpleasers; but as the servants of Christ, doing the will of God from the heart; 

Wat mij opvalt is dat er direct aan  het woord ogendienst mensenbehagen/ menpleasers wordt verbonden.

Dus ogendienst heeft te maken met een vorm die uit een bepaalde hartsgesteldheid komt en waarvan de schrijver weet, want zo legt hij het uit, dat het tegengesteld is aan “dienende met goedwilligheid de Meester”

Nog twee teksten die ook te maken hebben met zien alleen:

1Samuël 16:7 “Doch de HEERE/YHVH zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE/YHVH ziet het hart aan.”

In bovenstaand vers wordt Samuël onderwezen door niet naar het uiterlijk te kijken, omdat YHVH dat niet doet. Die kijkt naar het hart en hartsgesteldheid “de mens ziet aan wat voor ogen is, maar YHVH ziet het hart aan”

Een vergelijk met verschillende vertalingen. Het is boeiend om begrippen te ontrafelen, zeker wanneer ze “zomaar” in de gedachten komen.

1 Samuel 16:7
(Dutch SV)  Doch de HEERE zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.

(Hebrew OT+)  ויאמרH559 יהוהH3068 אלH413 שׁמואלH8050 אלH408 תבטH5027 אלH413 מראהוH4758 ואלH413 גבהH1364 קומתוH6967 כיH3588 מאסתיהוH3988 כיH3588 לאH3808 אשׁרH834 יראהH7200 האדםH120 כיH3588 האדםH120 יראהH7200 לעיניםH5869 ויהוהH3068 יראהH7200 ללבב׃H3824

(KJV)  But the LORD said unto Samuel, Look not on his countenance, or on the height of his stature; because I have refused him: for the LORD seeth not as man seeth; for man looketh on the outward appearance, but the LORD looketh on the heart.

(KJV+)  But the LORDH3068 saidH559 untoH413 Samuel,H8050 LookH5027 notH408 onH413 his countenance,H4758 or onH413 the heightH1364 of his stature;H6967 becauseH3588 I have refusedH3988 him: forH3588 the LORD seeth notH3808 asH834 manH120 seeth;H7200 forH3588 manH120 lookethH7200 on the outward appearance,H5869 but the LORDH3068 lookethH7200 on the heart.H3824

Andere verzen komt in mijn gedachten:

Jes 55:8  Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE/YHVH. 
Isa 55:9  Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten. 
Isa 55:10  Want gelijk de regen en de sneeuw van den hemel nederdaalt, en derwaarts niet wederkeert; maar doorvochtigt de aarde, en maakt, dat zij voortbrenge en uitspruite, en zaad geve den zaaier, en brood den eter; 
Isa 55:11  Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende. 

Dat brengt mij bij de gedachte dat wat YHVH met kijken naar het hart bedoelt, zoveel dieper is, dan wat wij op t eerste gezicht menen te zien. En dat betekent voor mij, juist omdat de Vader ons meeneemt naar Zijn manier van kijken, dat we iets anders nodig hebben om te beproeven of iets ogendienst is of eenvoudig gezegd “hartendienst”.

Dan komen we bij geestelijk onderscheid, een eigenschap/ gave waarmee een mensenkind kan verstaan wat uit YHVH is en wat niet.

1Co 2:9  Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 
1Co 2:10  Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. 
1Co 2:11  Want wie van de mensen weet, hetgeen des mensen is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand, hetgeen Gods is, dan de Geest Gods. 
1Co 2:12  Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn; 
1Co 2:13  Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende. 
1Co 2:14  Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. 
1Co 2:15  Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hij zelf wordt van niemand onderscheiden. 

Nu hebben wij in het leven te maken met ons verstand, wil en emoties naast die van onze geest. Wanneer wij weten Hem toe te behoren, ontmoeten wij strijd in onszelf. Die strijd vindt hoofdzakelijk plaats tussen onze ziel, waar het verstand, wil en emoties huizen én onze geest, waar Zijn Geest in woont.

Shaul/Paulus beschrijft dat in Romeinen 7:15  Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik. 
Rom 7:16  En indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is. 
Rom 7:17  Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 
Rom 7:18  Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet. 
Rom 7:19  Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. 
Rom 7:20  Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 
Rom 7:21  Zo vind ik dan deze wet in mij; als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt. 
Rom 7:22  Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens; 
Rom 7:23  Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is. 
Rom 7:24  Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? 
Rom 7:25  Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere. 
Rom 7:26  Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde. 

En Mattheüs zegt het zó:

Mat_26:41  Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

En ook David weet ervan wanneer hij in de psalmen zijn ziel het zwijgen oplegt met zijn geest:

Psa_42:6  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en zijt onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen Zijns aangezichts.
Psa_42:12  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.
Psa_43:5  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.
Psa_62:6  Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting.

Dús…aan de hand van deze versaanhalingen begrijpen wij dat wij een menselijke natuur hebben die via onze ogen,oren, emotie en verstand gevoed wordt en een geest, waarin Zijn Geest woont wanneer wij Hem toebehoren en dat ons leven de tijd geeft om ons te vormen. Beproevingen zijn een onderdeel om ons te helpen om te zien in hoeverre wij zien met onze ogen of met ons hart.

Van Hem krijgen wij instructies, die geschreven staan in Zijn Woord, omdat Hij ons aanmoedigt overwinnen te behalen.

Ogendienst – we weten nu dat het te maken heeft met anderen te behagen in plaats van YHVH

Ogendienst kan onbewust, bewust gedaan worden. Onderzoek geeft stof tot nadenken, maar ook ontdekking, omdat geestelijke onderscheiding aanreikt dat wat verborgen is.

Ogendienst is er in alle gelederen….Het is van alle tijden en het floreert welig., maar het einde geeft geen vrucht dat YHVH welbehagelijk is. Zie bij voorbeeld de verleiding in de hof van Eden.

We zien aan de volgende teksten dat er in alle eeuwen goede raadgeving en advies geweest is, maar dat het aan onszelf ligt welke keuze wij maken en de bijbehorende conditie blijft niet uit:

Jer 6:16  Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen. 
Jer 6:17  Ik heb ook wachters over ulieden gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin; maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren. 
Jer 6:18  Daarom hoort, gij heidenen! en verneem, o gij vergadering! wat onder hen is. 
Jer 6:19  Hoor toe, gij aarde! Zie, Ik zal een kwaad brengen over dit volk, de vrucht hunner gedachten; want zij merken niet op Mijn woorden, en Mijn wet verwerpen zij. 

Ook Yeshua legt het verschil aan de hand van de volgende woorden nauwkeurig uit:

Luk 18:9  En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis: 
Luk 18:10  Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een Farizeer, en de ander een tollenaar. 
Luk 18:11  De Farizeer, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar. 
Luk 18:12  Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit. 
Luk 18:13  En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig! 
Luk 18:14  Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden. 
Luk 18:15  En zij brachten ook de kinderkens tot Hem, opdat Hij die zou aanraken; en de discipelen, dat ziende, bestraften dezelve. 
Luk 18:16  Maar Jezus riep dezelve kinderkens tot Zich, en zeide: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods. 
Luk 18:17  Voorwaar, zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet zal ontvangen als een kindeken, die zal geenszins in hetzelve komen. 
Luk 18:18  En een zeker overste vraagde Hem, zeggende: Goede Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven? 
Luk 18:19  En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God. 
Luk 18:20  Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en uw moeder. 
Luk 18:21  En hij zeide: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid aan. 
Luk 18:22  Doch Jezus, dit horende, zeide tot hem: Nog een ding ontbreekt u; verkoop alles, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij. 
Luk 18:23  Maar als hij dit hoorde, werd hij geheel droevig; want hij was zeer rijk. 
Luk 18:24  Jezus nu, ziende, dat hij geheel droevig geworden was, zeide: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan! 
Luk 18:25  Want het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga. 
(..)
Luk 18:27  En Hij zeide: De dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God. 
Luk 18:28  En Petrus zeide: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd. 
Luk 18:29  En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg ulieden, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het Koninkrijk Gods; 
Luk 18:30  Die niet zal veelvoudig weder ontvangen in dezen tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven. 

De kinderen Israels zijn ons tot voorbeeld gesteld, omdat het onze vaders waren, wat beslist niet figuurlijk bedoeld is.

1Co 10:1  En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; 
1Co 10:2  En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; 
1Co 10:3  En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; 
1Co 10:4  En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus. 
1Co 10:5  Maar in het meerder deel van hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen. 
1Co 10:6  En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben. 
1Co 10:7  En wordt geen afgodendienaars, gelijkerwijs als sommigen van hen, gelijk geschreven staat: Het volk zat neder om te eten, en om te drinken, en zij stonden op om te spelen. 
1Co 10:8  En laat ons niet hoereren, gelijk sommigen van hen gehoereerd hebben, en er vielen op een dag drie en twintig duizend. 
1Co 10:9  En laat ons Christus niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen verzocht hebben, en werden van de slagen vernield. 
1Co 10:10  En murmureert niet, gelijk ook sommigen van hen gemurmureerd hebben, en werden vernield van den verderver. 
1Co 10:11  En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der eeuwen gekomen zijn. 
1Co 10:12  Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.

De keus is aan ons wat wij heden ten dage kiezen. Eenvoudig aan Hem vragen of Hij ons leiden wil en geven ons Zijn kennis, Zijn wijsheid en Zijn inzicht. Dan zullen wij gaan onderscheiden om de juiste weg te gaan,maar wij zullen ook niet schromen anderen te helpen de uitnemendste weg te kiezen. Maar vóór we dat laatste doen, vragen wij ook weer om Zijn leiding, omdat Zijn zaak ermee gediend wordt.

Hineni

Jozua 24:15  Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen! 

 Beproef mijn woorden, shalom, Hadassah

NB Het woord HEERE etc is mijns inziens YHVH Yod Heh Vav Heh; Christus/ Masshiach Yeshua

 

 

 

 


1 reactie

Dat rode dáár….

Onlangs publiceerde ik het schrijven van Ephraim en Rimona over de Egyptische afgoderij…

Een van de zaken, die vandaag de dag  de aandacht heeft, is de sterke drang om bij andere broers uit het twaalftal de nodige knowhow te verzamelen al dan niet omdat verreweg de overgrote meerderheid dat ook doet.

Twaalftal

Jacob, ook wel genoemd met de naam Israel, kreeg twaalf zonen, die ook ieder een zegen meekreeg en een roeping. Uit hen kwam een volk voort, ook wel genoemd met de naam kinderen Israels. Dezen werden met veel vreemd volk onder aan de berg Sinai in Arabië samen tot één Bruid die de ketuba voorgeschoteld kreeg om zich voor te bereiden.

Kreeg een van de broers deze ketuba van de anderen of andersom?

Nee, de ketuba was afkomstig van de toekomstige Bruidegom.

Vanwege rebellie werd het koninkrijk later gesplitst in twee, het noordelijk en het zuidelijke, ook wel genoemd met de naam Yudah en Efraïm/Israel. Dat betekent niet dat het slechts twee broers waren. Neen, beiden waren de grootsten onder de anderen, dus het noordelijk koninkrijk waren er tien onder de naam van de grootste in aantal, aangeduid met de naam Efraïm en de zuidelijke met twee plus een stukje Levi en hun grootste  in aantal aangeduid met de naam Yudah.

We kunnen lezen hoe de loop van beide koninkrijken ging en gaat en zal gaan tot op nu en straks.

Yeshua kwam voor de verloren schapen van het huis Israels wat veelal wordt uitgelegd als zijnde dat het lo Ammi wat duidt op Efraïm/noordelijk koninkrijk door Hem haar roeping terug zou krijgen om als volwaardige en gelijk zijnde aan dat zuidelijke koninkrijk te mogen naderen tot elkaar op voorwaarde van YHVH.

Enkel vragen:

Wie is de eerstgeborene en wat is daarvan de roeping?

Aan wie is het geopenbaard de eerstgeborene te zijn en door wie/Wie is het geopenbaard?

Kan een eerstgeborene zijn/haar roeping leren van een van de anderen die dat niet zijn?

Wie heeft het koninklijke deel en wie het priesterlijke deel?

Hoe moeten wij Romeinen 9 t/m 1 zien?

Zolang de kinderen Israels op de kaart staan is er altijd al een strijd geweest om de Schepper niet de hoogste prioriteit te geven die Hij waardig is.

Vele beredeneringen en leringen werken al dan niet goedbedoeld in tegen wat het geschreven Woord in de context bedoelt.

De Geest van YHVH zweefde over de wateren vóordat de aarde, de dieren en de mens geschapen werd.

De Ruach was er bij de berg Sinai in Arabië, de Ruach overschaduwde Miryam, de Ruach kwam nadat Yeshua ten hemel voer.

Yeshua heeft de mensen ten tijde van Zijn leven op aarde letterlijk gezegd dat na Hem Ruach haKodesh zou komen om hen, die in Hem geloven en Hem belijden, te onderwijzen alles wat Yeshua gezegd heeft en in voorgegaan was. Yeshua deed niets anders dan wat YHVH deed voordat Yeshua kwam, Die een manifestatie van YHVH is.

Zou dan dat Lo Ammi in de tenten van Sem moeten gaan leren? Sem die tot nu toe niet of nauwelijks kennis heeft van de openbaring die Yeshua aan Lo Ammi gaf en waarvan de profeten woordelijk optekenden in het geschreven Woord?

Het vraagt kennis, wijsheid en inzicht om Vaders wegen te zoeken en die te houden.

Want het is zo makkelijk om ‘dat rode daar’ te nemen voor de kortste weg zonder mogelijk gezichtsverlies…we hebben de gevolgen gezien en die laten zich onder die omstandigheden ook makkelijk herhalen.

Dan lijkt het in het begin op de rechte weg, maar wanneer YHVH zegt dat er twee naties zijn die door Hem alleen tot elkaar zullen naderen om één in Zijn hand te worden, is er maar één richting mogelijk.

Of bij de andere broer/natie  in de leer en hem toevallen, in dit geval Yudah

of

bij YHVH in de leer en Zijn geschreven Woord laten onderwijzen door Zijn Ruach hakodesh Die in ons woont en die ene unieke natie worden, onderscheiden van die andere unieke natie.

Het zal in deze tijd meer en meer duidelijk worden, welke de verschillen zijn en hoe deze beider uitwerking zijn.

Ik wordt herinnerd aan een schrijven van Batya Wootten, die het naar de Vader uitriep en om haar identiteit vroeg. Zijn antwoord was expliciet dat zij zich niet tot leringen en doctrines moest wenden, maar haar identiteit zou gaan ontdekken in het geschreven Woord van YHVH, geleid door Ruach haKodesh.

Die uitleg destijds landde bij ons en van daaruit heeft Abba YHVH ons geleerd het allereerst bij Hem te zoeken. Zo leerden wij wie wij waren… Een unieke natie, ook wel genoemd met de naam Efraïm, Israel en Yosef, maar wél de ingeboren nazaten of toegevallen voormalige vreemdelingen van dat noordelijke koninkrijk, wat niet geheel en al en zomaar Yudah zou toevallen, omdat die noordelijke tak de priesterlijke taak heeft en dat kan alleen maar bij de Vader geleerd worden op Zijn voorwaarden.

Alleen op die manier kunnen wij onze verbondenheid met Yudah gestalte gaan geven op een wijze die YHVH werkelijk welgevallig is.

Onderzoek mijn woorden  en behoudt het goede.

Alle eer aan Hij is is, was en komen zal!

Bron: Het geschreven Woord

 

 


Een reactie plaatsen

Totdat Silo komt…

Gen 49:10  De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn. 

Silo is een benaming (epithet), zo lees ik, voor de Messias

Gen 49:10  The sceptreH7626 shall notH3808 departH5493 from Judah,H4480 H3063 nor a lawgiverH2710 from betweenH4480 H996 his feet,H7272 untilH5704 H3588 ShilohH7886 come;H935 and unto him shall the gatheringH3349 of the peopleH5971 be. 

ShilohH7886
שִׁילֹה
shı̂ylôh
shee-lo’
From H7951; tranquil; Shiloh, an epithet of the Messiah: – Shiloh.
Total KJV occurrences: 1

Juda, zoon van Jacob kreeg deze zegen:

Gen 49:8  Juda! gij zijt het, u zullen uw broeders loven; uw hand zal zijn op den nek uwer vijanden; voor u zullen zich uws vaders zonen nederbuigen. 
Gen 49:9  Juda is een leeuwenwelp! gij zijt van den roof opgeklommen, mijn zoon! Hij kromt zich, hij legt zich neder als een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan? 
Gen 49:10  De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn. 
Gen 49:11  Hij bindt zijn jongen ezel aan den wijnstok, en het veulen zijner ezelin aan den edelsten wijnstok; hij wast zijn kleed in den wijn, en zijn mantel in wijndruivenbloed. 
Gen 49:12  Hij is roodachtig van ogen door den wijn, en wit van tanden door de melk. 

Vanmorgen werd ik stilgezet bij het horen van iemands gedachte, die ik u wil voorleggen…

Wij de verloren schapen uit het huis van Israel, waarvoor Yeshua kwam, zo juist verwoord in Mat_15:24  Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.

Wat overigens al eerder beschreven wordt in Jer_50:6  Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.

De scepter zal van Juda niet wijken…en de wetgever niet van tussen zijn voeten..totdát…

=Waar denkt u dan aan?

Juist! We kijken voornamelijk vooruit, dat als Yeshua terugkomt

Terugkomt..

=Staat er het woord “terugkomen”?

Neen, er staat “totdat Silo komt”..

Voor ons is Hij gekomen en voor Juda komt Silo

Aan ons is het geopenbaard, wij, het Efraïm uit de volkeren, ook wel Yosef genoemd.

=Kunnen we uit bovengenoemd vers concluderen dat totdát Yeshua kwam, Juda de koninklijke staf handhaafde zodat Yeshua uit hen “geboren” (manifestatie van YHVH) kon worden?

We kunnen sowieso concluderen dat Juda de wet handhaafde,totdat Yeshua kwam, terwijl het andere deel (huis van Israel) YHVH’s wet allang had vervangen, waardoor deze weggestuurd was richting de volkeren.

=Kunnen we constateren dat Juda totdat Yeshua kwam het stokje overdroeg aan Yeshua, terwijl zij het later pas zullen gaan zien dat zij Hem door het Woord wel praktiseerden, toen Yosef nog lo-ammi was?

=Kunnen we aannemen dat Juda nog steeds het koninklijke deel heeft en Yosef uit de volkeren, nadat zij zich gered weten het priesterlijke deel?

Koninklijk deel en priesterlijk deel

Dat betekent mijns inziens, dat wanneer Hij het naderen toelaat we van elkaar gaan weten hoe we nu in het leven staan.

Het woord “leren’ wordt vaak gebruikt, ik zou liever het woord “delen” willen gebruiken. Dat past meer bij het begrip “nieuwe schepping” en Jeremia 31:

Jer 31:31  Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE/YHVH, dat Ik met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; 
Jer 31:32  Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE; 
Jer 31:33  Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE/YHVH : Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. 
Jer 31:34  En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE/YHVH! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken. 

En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder…léren

wánt

zij zullen Mij allen kennen, van de kleinste af tot hun grootste toe…

 

…En Dezelven zullen de volken gehoorzaam zijn… And unto Him shall the gathering of the people be… …… yik-ke-hat  am-Mim

yik-ke-hat H3349
יִקָּהָה
yiqqâhâh
hik-kaw-haw’
From the same as H3348; obedience: – gathering, to obey.

am-Mim H5971
עַם
‛am
am
From H6004; a people (as a congregated unit); specifically a tribe (as those of Israel); hence (collectively) troops or attendants; figuratively a flock: – folk, men, nation, people.

Met het levenswerk van Yeshua is een onzichtbare start gemaakt in de geestelijke wereld, waarin al gewag werd gemaakt in Gan Eden, zie het woordje “datzelve”: Gen 3:15  En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen. 

YHVH heeft een tijdspanne voor ogen om Zijn plan te verwezenlijken en wij krijgen daarvan een openbarende glimp te zien in Zijn gezette tijden, Shabbat en de Mannaweek.

In mijn generatie was het land Israel al een feit, we kregen de openbaring dat Yeshua weliswaar de wet op de zonde en dood had vervuld en daarnaast de voorjaarsfeesten, maar dat de najaarsfeesten nog wachten op een herenigde Bruid van beide huizen om zich te tonen aan de Man,

Die Zich openbaart

Isa 44:6  Zo zegt de HEERE/YHVH, de Koning van Israel, en zijn Verlosser, de HEERE/YHVH der heirscharen: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God/Elohim

God  H430
אֱלֹהִים
‘ĕlôhı̂ym
el-o-heem’

Isa 44:2  Zo zegt de HEERE/YHVH, uw Maker, en uw Formeerder van den buik af, Die u helpt: Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en gij, Jeschurun, dien Ik uitverkoren heb! 
Isa 44:3  Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen. 
Isa 44:4  En zij zullen uitspruiten tussen in het gras, als de wilgen aan de waterbeken. 
Isa 44:5  Deze zal zeggen: Ik ben des HEEREN/YHVH’s; en die zal zich noemen met den naam van Jakob; en gene zal met zijn hand schrijven: Ik ben des HEEREN/YHVH, en zich toenoemen met den naam van Israel. 

Zo maar wat gedachten die ik delen wilde en waarvan ik de rijkwijdte niet weet, maar ook kan het zijn, dat zijn, dat ik het bij nader inzien anders moet bekijken en daar hou ik rekening mee. Ik ben lerende aan de hand van de Vader met wie ik wandelend t leven doorga.

Een schrijven van een broeder was mij tevens tot zegen: https://hoshanarabbah.org/blog/2018/11/26/messiah-prophesied-in-the-life-of-joseph/

Een mijns inziens prachtig lied dat dit wandelen beschrijft:

Moving with the lamb

Lyrics -Rita Springer
For I’m moving with the Lamb
Moving with the Lamb, I’m surrounded
Moving with the Lamb
Moving with the Lamb, I’m surroundedI’m strolling with the Lamb
I’m strolling with the King of Kings
Stepping with the Lamb
Stepping over my sinsFor I’m dressed in a holy robe of God, I’m surrounded
By the Host from Heaven’s court and the King of kings
And I drink from the holy cup of God, I’m surrounded

I’m moving with the Lamb
I’m strolling with the Lamb
I’m stepping with the Lamb

 

 


1 reactie

Verscheidenheid….of …verdeeldheid?

Recentelijk las ik een discussie en een reactie daarop inspireerde mij om et es nader te bekijken..of het ook al in de dagen van Yeshua was, dat er verscheidenheid of verdeeldheid was en wat de oorzaken ervan zijn…

Yeshua kwam om zowel zondeloos Zijn geest te geven, maar ook om orde op zaken te stellen, want er was intussen al veel toegevoegd door wetgeleerden.

Voor zover ik kan overzien sprak Yeshua de Woorden die geschreven waren in de Tenach en weerlegde Hij de toegevoegde uitleggingen van de wetgeleerden, waarvan vele toevoegingen tot wet waren verheven en juist de geschreven Wet onherkenbaar maakten, terwijl de geschreven Wet zo licht en makkelijk was. Vaak probeerden deze wijze mensen in hun eigen ogen een discussie uit te lokken en Yeshua weerlegde hun beweringen altijd met het geschreven Woord.

Door dit bij te wonen konden de scharen gaan begrijpen waar het om draaide, maar zoals altijd is het erg moeilijk individueel te durven denken als de meerderheid beslist. Zo ontstond er wel verscheidenheid én verdeeldheid. We kunnen er alles over lezen in de brieven van de apostelen.

Even naar nu…

Is het nu anders dan toen?
We hebben de geschreven Wet van YHVH, de verslagen van de apostelen gedurende die tijd en wat leren wij ervan?
Wat hebben wij er van opgestoken?

Ook nu zijn er mensen, wetgeleerden, die ons, zonder dat zij zicht hebben op Yeshua, ons leren willen dat wij over behoren te gaan naar de toegevoegde wetten.
-Dat wij denken een mens te volgen die ons verlossen wil
-Dat wij niet eerder Israeliet zijn, dán ..vul maar in.
waaraan zullen wij gehoor geven?

In ons eigen kamp in de volkeren is veel aan de gang, omdat diverse invloeden niet langs ons gaan ,maar ons denk ik juist scherpen om volwassen te worden. Volwassenheid brengt een taak en verantwoording met zich mee.

Hopenlijk krijgen we allen in de babylonische spraakverwarring genoeg genade om aan te geven dat we Yeshua volgen willen en hoe Hij de geschreven Wet van YHVH tentoonstelde.
We maken onze Verlosser niet kleiner door terug te keren naar het luisteren van Zijn Stem, geopenbaard door de Heilige Geest/Ruach haKodesh en wijze uitleggingen van mensen maar even te laten voor wat het is. We wijzen niemand af wanneer we de volheid van Zijn Geest zoeken in plaats van manieren om anderen te laten weten dat we hen gunstig gezind zijn ,al dan niet onbewust.

Laten we niet vergeten dat we (de meesten van ons) van jongsaf gewend geweest zijn naar iemand voor ons te luisteren op de rustdag en vaak niet hebben geleerd zelf na te gaan denken. De Heilige Geest/Ruach haKodesh werd destijds niet uitgestort op enkele wijze mannen, dat zou ons tot nadenken moeten stemmen…

Ook nu, heden ten dage is er een wedstrijd der altaren en het is een zegen daar inzicht in te krijgen. Door geen compromissen aan het geopenbaarde te maken, maar vriendelijk ruimte gevend aan hen die wel de wijsheid van mensen hoger achten, moet het lukken verder te gaan, al zullen sommigen afhaken.

Het gevaar van leringen der mensen is dat we de relatie tot elkaar en tot de Vader uit het oog gaan verliezen. Dan gaat de kennis en logica het overnemen van het hart. Velen zijn zich bij die eerste stappen dat nog niet bewust.En er zijn al diverse mensen die of afhaken of overwegen het te gaan doen en daar moeten we een bewogen hart voor hebben.
Ik heb van meerderen vernomen dat diverse jongeren op deze manier de weg kwijt dreigen te raken. Laten we dat proberen te voorkomen, als het nog niet te laat is.”

Toch breek ik een lans voor datgene wat ons in eerste instantie in het Woord wordt voorgesteld, vertrouwende en wetende dat we Hem zullen kunnen verwelkomen als we stevig onze hand in Zijn Hand houden en Hem vragen ons vast te houden in deze beproevende weg. Laten we de Vader vragen of Hij de verdeeldheid aanwenden wil zodat er reiniging in het huis komt. Yeshua gaf aan dat Hij verdeeldheid zou brengen opdat er de eenheid naar Zijn wil uit voort zou vloeien. We hebben namelijk te maken met de strijd tussen vlees/natuur en geest. Eigen voorkeur contra Zijn condities.

Luk 12:51  Meent gij, dat Ik gekomen ben, om vrede te geven op de aarde? Neen, zeg Ik u, maar veeleer verdeeldheid. 

Act 15:7  En als daarover grote twisting geschiedde, stond Petrus op en zeide tot hen: Mannen broeders, gij weet, dat Elohim van over langen tijd onder ons mij verkoren heeft, dat de heidenen door mijn mond het woord des Evangelies zouden horen, en geloven.
Act 15:8  En YHVH, de Kenner der harten, heeft hun getuigenis gegeven, hun gevende den Heiligen Geest, gelijk als ook ons;
Act 15:9  En heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, gereinigd hebbende hun harten door het geloof.
Act 15:10  Nu dan, wat verzoekt gij God, om een juk op den hals der discipelen te leggen, hetwelk noch onze vaders, noch wij hebben kunnen dragen?
Act 15:11  Maar wij geloven, door de genade van den Heere Jezus Christus, zalig te worden, op zulke wijze als ook zij.
Act 15:12  En al de menigte zweeg stil, en zij hoorden Barnabas en Paulus verhalen, wat grote tekenen en wonderen God door hen onder de heidenen gedaan had.
Act 15:13  En nadat deze zwegen, antwoordde Jakobus, zeggende: Mannen broeders, hoort mij.
Act 15:14  Simeon heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen door Zijn Naam.
Act 15:15  En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven is:
Act 15:16  Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen de tabernakel van David, die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik zal denzelven weder oprichten.
Act 15:17  Opdat de overblijvende mensen den Heere zoeken, en al de heidenen, over welken Mijn Naam aangeroepen is, spreekt de Heere, Die dit alles doet.
Act 15:18  Gode zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend.
Act 15:19  Daarom oordeel ik, dat men degenen, die uit de heidenen zich tot God bekeren, niet beroere;
Act 15:20  Maar hun zal aanschrijven, dat zij zich onthouden van de dingen, die door de afgoden besmet zijn, en van hoererij, en van het verstikte, en van bloed.
Act 15:21  Want Mozes heeft er van oude tijden in elke stad, die hem prediken, en hij wordt op elken sabbat in de synagogen gelezen. 

Mat_23:2  Zeggende: De Schriftgeleerden en de Farizeen zijn gezeten op den stoel van Mozes;

Mar_7:5  Daarna vraagden Hem de Farizeen en de Schriftgeleerden: Waarom wandelen Uw discipelen niet naar de inzetting der ouden, maar eten het brood met ongewassen handen?

Deu 30:11  Want ditzelve gebod, hetwelk ik u heden gebiede, dat is van u niet verborgen, en dat is niet verre.
Deu 30:12  Het is niet in den hemel, om te zeggen: Wie zal voor ons ten hemel varen, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen?
Deu 30:13  Het is ook niet op gene zijde der zee, om te zeggen: Wie zal voor ons overvaren aan gene zijde der zee, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen?
Deu 30:14  Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond, en in uw hart, om dat te doe
n. 

Laat ons terugkeren naar de Vader en vragen zoals beschreven in Ezechiël 36: Lees verder


Een reactie plaatsen

Vrouwen in de bediening-is dat schriftuurlijk juist?

Intrigerende titel…Ook in het messiaanse circuit, maar het is goed et eens nader te bekijken, omdat Yeshua gekomen is om alles te herstellen. De bronnen die ik aanhaal naast het Woord, bevestigen mijn gedachten. Het Woord is echter doorslaggevend. U mag mijn gedachten beproeven. Shalom!

Kisha Gallacher zegt in de video onderaan dit artikel iets confronterends en dat helpt om onze voeten in YHVH’s spoor te zetten in plaats van verouderde patronen te blijven omarmen, mits zij hebben de hebreeuwse “kijktoets” van het Woord kunnen doorstaan. Vandaar de aansporing om het Woord erop na te slaan.

Wat zegt de Schrift erover?

Vrouwen in de Schriften die leerden, profeteerden, bedienden en leidinggevend werden.

De Torah bevat instructies en beloofde zegeningen die beschikbaar zijn voor mannen, vrouwen en kinderen. Vrouwen worden aangemoedigd om voor zichzelf te horen, te leren, te studeren en de Schriften te onderwijzen zoals mannen doen.

“Verzamel het volk, mannen, vrouwen en kinderen, en uw vreemdeling, die in uw poorten is, zodat zij mogen horen, en dat zij leren en YHVH, uw Elohim, vrezen, en waarnemen om alle woorden van deze wet.” Deuteronomium 31:12

En hij las daarin voor de straat die vóór de waterpoort was, van ’s morgens vroeg tot’ s middags, voor de mannen en de vrouwen, en degenen die het konden begrijpen, en de oren van al het volk waren aandachtig voor het boek van de wet.Nehemia 8: 3

Mirjam, de profetes, de zuster van Aäron, nam een ​​tamboerijn in haar hand en alle vrouwen trokken haar achterna met tamboerijnen en met dansen.” Exodus 15:20

Want Ik heb u uit Egypteland opgevoerd, en u verlost uit het diensthuis, Ik heb Mozes, Aäron en Miriam voor u uitgezonden.” Micah 6: 4

Nu Deborah, een profetes, de vrouw van Lappidoth, richtte zij op dat moment Israël.” Rechters 4: 4

Zo gingen de priester Hilkia, en Ahikam, en Achbor, en Safan, en Asaja, naar Chulda, de profetes, de vrouw van Sallum, de zoon van Tikva, de zoon van Haras, bewaker van de kledingkast (nu woonde ze in Jeruzalem in de tweede kwartaal), en zij praatten [raadpleegden] haar en zij zei tegen hen: ‘Aldus zegt Yahweh, de Elohim van Israël’ …… “2 Koningen 22:14

De vrouw van de profeet Jesaja was ook een profetes. Ik ging naar de profetes, en zij ontving en baarde een zoon. Toen zei YHVH tegen mij:” Noem zijn naam “Maher Shalal Hash Baz.” “Jesaja 8: 3

Zelfs de gelovigen in de Schriften in het Nieuwe Testament kunnen duidelijk zien dat vrouwen in de bediening zijn: “Er was een Anna, een profetes, de dochter van Phanuel, van de stam van Asher (ze was van een hoge leeftijd, woonde met een man zeven jaar later haar maagdelijkheid “Lucas 2:36

Vrouwen werkten zelfs samen met de apostel Paulus:
Ja, ik smeek u ook, ware partner, deze vrouwen te helpen, want zij werkten met mij mee in het goede nieuws [het evangelie], met Clemens ook, en de rest van mijn collega’s, wier namen in het boek des levens zijn. Filippenzen 4: 3

En ik beveel u aan Phebe, onze zuster, zijnde een dienaar van de vergadering die in Cenchrea is” Romeinen 16: 1

Nu had deze man vier maagdelijke dochters die profeteerden.” Handelingen 21: 9

We weten inmiddels dat vele rechtvaardige vrouwen in het Vernieuwde Testament als dicipelen dienden, maar omdat de vertalers de namen anders neerzetten en de gevestigde orde in kerk en staat door mannen werd bepaald, is de algemene aanname doorgetrokken tot op heden dat het alleen aan mannenbroeders was voor bestemd om al deze posities in te nemen.

Ongebruikelijk en ongewoon in die tijd waar vrouwen gelijk stonden aan kinderen en slaven: Luk 8::1-3  En het geschiedde daarna, dat Hij reisde van de ene stad en vlek tot de andere, predikende en verkondigende het Evangelie van het Koninkrijk Gods; en de twaalven waren met Hem; 
Luk 8:2  En sommige vrouwen, die van boze geesten en krankheden genezen waren, namelijk Maria, genaamd Magdalena, van welke zeven duivelen uitgegaan waren; 
Luk 8:3  En Johanna, de huisvrouw van Chusas, den rentmeester van Herodes, en Susanna, en vele anderen, die Hem dienden van haar goederen. 

Mar 15:40  En er waren ook vrouwen, van verre dit aanschouwende, onder welke ook was Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, den kleine, en van Joses, en Salome; 
Mar 15:41  Welke ook, toen Hij in Galilea was, Hem waren gevolgd, en Hem gediend hadden; en vele andere vrouwen, die met Hem naar Jeruzalem opgekomen waren. 

Negen van de achttien namen in het laatste hoofdstuk Romeinen zijn vrouwen:

Rom 16:1 En ik beveel u Febe, onze zuster, die een dienares is der Gemeente, die te Kenchreen is;
Rom 16:2 Opdat gij haar ontvangt in Elohim, gelijk het den heiligen betaamt, en haar bijstaat, in wat zaak zij u zou mogen van doen hebben; want zij is een voorstandster geweest van velen, ook van mijzelven.
Rom 16:3 Groet Priscilla en Aquila, mijn medewerkers in Yeshua haMasshiach;
Rom 16:4 Die voor mijn leven hun hals gesteld hebben; denwelken niet alleen ik danke, maar ook al de Gemeenten der heidenen.
Rom 16:5 Groet ook de Gemeente in hun huis. Groet Epenetus, mijn beminde, die de eersteling is van Achaje in Yeshua.
Rom 16:6 Groet Maria, die veel voor ons gearbeid heeft.
Rom 16:7 Groet Andronikus en Junias, mijn magen, en mijn medegevangenen, welke vermaard zijn onder de apostelen, die ook voor mij in Christus geweest zijn.
Rom 16:8 Groet Amplias, mijn beminde in den Heere.
Rom 16:9 Groet Urbanus, onzen medearbeider in Yeshua, en Stachys, mijn beminde.
Rom 16:10 Groet Apelles, die beproefd is in Yeshua. Groet hen, die van het huisgezin van Aristobulus zijn.
Rom 16:11 Groet Herodion, die van mijn maagschap is. Groet hen, die van het huisgezin van Narcissus zijn, degenen namelijk, die in den Heere zijn.
Rom 16:12 Groet Tryfena en Tryfosa, vrouwen die in den Heere arbeiden. Groet Persis, de beminde zuster, die veel gearbeid heeft in den Heere.
Rom 16:13 Groet Rufus, den uitverkorene in den Heere, en zijn moeder en de mijne.
Rom 16:14 Groet Asynkritus, Flegon, Hermas, Patrobas, Hermes, en de broeders, die met hen zijn.
Rom 16:15 Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas, en al de heiligen, die met henlieden zijn.
Rom 16:16 Groet elkander met een heiligen kus. De Gemeenten van Yeshua groeten ulieden.
Rom 16:17 En ik bid u, broeders, neemt acht op degenen, die tweedracht en ergernissen aanrichten tegen de leer, die gij van ons geleerd hebt; en wijkt af van dezelve.
Rom 16:18 Want dezulken dienen onzen Yeshua haMasshiach niet, maar hun buik; en verleiden door schoonspreken en prijzen de harten der eenvoudigen.
Rom 16:19 Want uw gehoorzaamheid is tot kennis van allen gekomen. Ik verblijde mij dan uwenthalve; en ik wil, dat gij wijs zijt in het goede, doch onnozel in het kwade.
Rom 16:20 En de Elohim des vredes zal den satan haast onder uw voeten verpletteren. De genade van onzen Yeshua zij met ulieden. Amen.
Rom 16:21 U groeten, Timotheus, mijn medearbeider, en Lucius, en Jason, en Socipater, mijn bloedverwanten.
Rom 16:22 Ik, Tertius, die den brief geschreven heb, groet u in Elohim.
Rom 16:23 U groet Gajus, de huiswaard van mij en van de gehele Gemeente. U groet Erastus, de rentmeester der stad, en de broeder Quartus.
Rom 16:24 De genade van onzen Yeshua haMasshaiach zij met u allen. Amen.
Rom 16:25 Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Yeshua haMasshiach, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest;
Rom 16:26 Maar nu geopenbaard is, en door de profetische Schriften, naar het bevel des eeuwigen Gods, tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend is gemaakt;
Rom 16:27 Den zelven alleen wijzen Elohim zij door Yeshua haMasshiach de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

https://graceintorah.net/biblical-role-of-women/

Een nederlands artikel om te bestuderen:

http://www.mayaan.nl/11-vragen/42-de-vrouw

http://www.torahforwomen.com/women-in-ministry.html

Uit eigen tuin en in het Nederlands:

https://tegentlicht.com/2018/06/11/vrouwe-israel-spreuken-31/

https://tegentlicht.com/2017/03/18/ezer-kenegdo/