Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Volmaakt vernieuwd huwelijksverbond

Steeds groter wordt mijn ontzag voor Abba Vader, Die ons zo liefhad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft.

En Deze geeft aan dat na Hem de Ruach haKodesh (Geest van Heiligheid) komen zal om ons indachtig te maken alles wat Yeshua ons geleerd heeft- Joh 14:26

Wat is dat “indachtig maken”?

Dat is mijns inziens het geschreven Woord levend maken, openbaren. Openbaren is een dieper niveau van begrijpen, wat als voorwaarde heeft dat wij geloven dat Hij, Yeshua, voor de verloren schapen kwam om voor hen Zijn Geest te geven, zodat zij door Hem eeuwig leven zouden verkrijgen.

Daar hebben wij geen leer voor nodig, ook niet iemand die het beter zou weten of zich opwerpt het beter te weten. Of mensen die ons zeggen dat anderen het beter weten. Neen, een ieder die iets wil zeggen om het te verduidelijken moet door de Allerhoogste aangesteld zijn en wat hij of zij zegt moet in overeenstemming zijn met het Woord wat Yeshua YHVH heeft gezegd en door de Ruach haKodesh geopenbaard.

Voorbeeld, berg en eerste huwelijksverbond

In de Corinthebrief 10 staat dat onze vaders ons tot voorbeeld dienden. Zij die uit het slavenhuis verlost werden en op arendsvleugelen uitgeleid, kwamen bij de berg aan alwaar zij het huwelijksverbond aangereikt kregen. Dat waren de tien geboden waaraan de gehele wet en profeten hangt. Hun Maker en Man wilde Zelf met hen spreken maar zij waren bevreesd en wilden dat Mozes hun bemiddelaar was.

We weten uit de geschiedenis dat het volk dat verbond met hun Maker en Man brak. Zo erg zelfs dat zij in twee koninkrijken uiteen vielen, waarbij het noordelijke koninkrijk een scheidsbrief kreeg en weggezonden werd de volkeren in. Daarin opging en verdween.

Alhoewel het zuidelijke koninkrijk bekend bleef, ook na hun wegvoering naar Babylon, omdat uit hen dé Messias voort zou komen, die voor de verloren schapen van het huis van Israel Zijn leven zou geven, waren zij niet beter, getuige Ezechiël 33 en dat brengt ons eerlijk gezegd terug bij de basis. Het geschreven Woord.

Grootser in omvang dan het eerste

Omdat wij en onze vaders weggezonden waren, kwam  YHVH, Die redt  in de manifestatie van Yeshua. Hij is Elohim in mensengestalte, zo geloof ik met een zeker weten. Voor het verstand niet te bevatten, maar in geschonken geloof omarmd. Yeshua is waarachtig de Deur, die tot dan gesloten bleef, omdat Abba Vader een uniek plan heeft en dat alleen op Zijn voorwaarden Zijn zegen zal geven.

Hij begint met degene die Hij het eerste weggezonden heeft en opgegaan is in de volkeren. Weggezonden vanwege rebellie en teruggelokt nadat de Deur geopend is met de opzet dat velen met hen zullen terugkeren, net als destijds, toen veel vermengd volk met de voormalige Israel-slaven meetrok. En dat veel vreemd volk werd net zo goed Israel, precies zoals het geschreven Woord erkent en bevestigd- Exo 12:38;  Zo wordt het Woord vervuld wat aan Abraham, Izaäk, Jacob, Efraïm werd voorzegd en door Yeshua uiteindelijk na het in gebreke blijven van zowel het noordelijke én zuidelijke huis (Eze 33,Eze 37) opnieuw mogelijk gemaakt.

Wie zijn zij, die merendeel vanwege een openbaring in hun hart op eenzame plaatsen begonnen, naar voren komen en niet anders kunnen zeggen, dan dat een onbegrijpelijke liefde hen naar de shabbat, bijbelse feesten en persoonlijke bijbelse geboden trok? Dat zijn mijns inziens de eerstelingen en nazaten van dat weggezonden Lo Ammi. Neem in acht dat zij zich niet beroemen op geslachtsregisters,  maar op Yeshua, Die Zijn bloed voor hen vergoot en door dat bloed, niet menselijke afkomst, worden zij, erfgenamen naar de belofte en genoemd met de Naam van hun Maker en Man, Israel. Efraim overeenkomstig de belofte, zoon van Yosef, ook overeenkomstig de belofte.

Het volk wat YHVH gaat verzamelen zal volgens Zijn voorwaarden zijn en niet volgens menselijke verwachtingen en menselijke wijsheid.

Getuige Ezechiël 33, Zacharia 11:14 én de geopende Deur, kan ik niet anders concluderen dat Abba Vader opnieuw rechtstreeks met ons spreken wil en wat willen wij?

Opnieuw een Mozes? Of iemand die er op lijkt?

We zien in onze tijd dat we net zo goed als in de dagen van onze vaders uitgenodigd worden wijze mensen te volgen in hun uitleggingen, die putten uit “leringen die des mensen zijn- Matth 15:9;  1Tit 4:1; Tit. 1:14.

Hoe kunnen we dat onderscheiden, dat verschil?

Eigenlijk heel eenvoudig door de instructie van Yeshua op te volgen in Joh.14:26. wat mijns inziens refereert naar Psalm 25 en vragen om wijsheid Jac 1:15

“Laat alle dingen geschieden tot stichting…” 1 Cor 14:26

Yeshua nam als zondeloze én Elohim zijnde de scepter over, want Hij was en is het ultieme voorbeeld, waardoor wij allen die onder de ongehoorzaamheid (oa Eze 33) besloten – Romeinen 11: 32, zijn, opdat hij hun allen zouden barmhartig zijn.

Wij allen zijn in gebreke gebleven en toch bleef onze Maker en Man bij Zijn keuze om ons als Bruid te willen huwen.

Nu kan er eigenlijk niet iets meer mis gaan met YHVH’s plan, omdat Yeshua voor hen die naar Zijn Naam genoemd zijn in de plaats ging staan.

Nieuwe start

We zijn er zeker van op grond van Yeshua’s werk dat de Bruiloft zal gaan komen. Opnieuw is het huwelijksverbond aangereikt aan hen die de voorwaarden aanvaarden.

Dat kon alleen maar doordat de overspelige vrouw vrij was door de dood van Yeshua, anders had dat plan van Abba YHVH niet door kunnen gaan. Zie Deuteronomium 24:1-4. Rom.7:3.

Zo deed Yeshua het enige wat mogelijk was, in de bres gaan staan en door Zijn opstanding uit de dood de ongerechtigheid op Zich nemende, de scepter overnam, de weg vrij maakte en het huwelijksverbond vernieuwde.

Voorafgaand daaraan maakte Hij dat bekend toen Hij met Zijn dicipelen het Pascha at – Mattheüs 26; 1 Cor 11.

En Wie leert ons dit volmaakt vernieuwd huwelijksverbond? Zie psalm 25, Joh 14:26

Rom_8:16  Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.
Heb_7:17  Want Hij getuigt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek. (Hebr 8 tm 11)
Heb_10:15  En de Heilige Geest getuigt het ons ook;
1Jn_5:6  Deze is het, Die gekomen is door water en bloed, namelijk Yeshua de Messiach; niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest is het, Die getuigt, dat de Geest de waarheid is.

Stenen tafelen als bij Sinaï?

Rom_5:5  En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons is gegeven.
2Co_1:22  Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven.
2Co_3:2  Gijlieden zijt onze brief, geschreven in onze harten, bekend en gelezen van alle mensen;
2Co_4:6  Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Yeshua haMasshiach.                                           Heb_10:22  Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water.

Alleen voor hen uit de volkeren?

Jas 1:1  Jakobus, een dienstknecht van Elohim en van Yeshua haMasshiach; aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn: Wees gezegend. 

Heb 8:7  Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest
Heb 8:8  Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israels, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; 
Heb 8:9  Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt YHVH. 
Heb 8:10  Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israels maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. 
Heb 8:11  En zij zullen niet leren, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, zeggende: Ken YHVH; want zij zullen Mij allen kennen van den kleine onder hen tot den grote onder hen. 
Heb 8:12  Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn, en hun zonden en hun overtredingen zal Ik geenszins meer gedenken. 
Heb 8:13  Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt; dat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning. 

Mat_12:6  En Ik zeg u, dat Een, meerder dan de tempel, hier is.

Maker en Man een verborgenheid én openbaring

In de volgende verzen ligt het eerste én vernieuwde huwelijksverbond besloten. Lees de woorden aandachtig. We hadden niet een bedroefde en verlaten vrouw hoeven te zijn, als wij en onze vaderen hadden gehoorzaamd, maar door Yeshua, die de scheiding vernietigde, roept Hij ons opnieuw met het oog op volkomen herstel van de twee uiteengevallen koninkrijken, die samen onder Vaders voorwaarden met veel vermengd volk Zijn onberispelijke Bruid worden, zodat het huwelijk zal voltrokken kunnen worden.Dan zal Hij herders aanstellen zie Jer 23: 3-8

Isa 54:5  Want uw Maker is uw Man, YHVH Tzevaot is Zijn Naam; en de Heilige Israels is uw Verlosser; Hij zal de God des gansen aardbodems genaamd worden. Isa 54:6  Want YHVH heeft u geroepen, als een verlaten vrouw en bedroefde van geest; nochtans zijt gij de huisvrouw der jeugd, hoewel gij versmaad zijt geweest, zegt uw Elohim.

Uit Hem door Hem en tot Hem zijn alle dingen – Romeinen 11:36!

Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

Beproef mijn gedachte, shalom Hadassah

 

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Voor wie kwam Yeshua en waaróm?

Ik ontving een gedachte en zocht er woorden bij. Al geruime tijd word ik bepaald bij een van de laatste opdrachten die overigens al bij Yeshua’s komst ingezet zijn en na Zijn hemelvaart autoriteit en prioriteit hebben gekregen. Weliswaar in fases, zoals we via het profetisch geschreven en geopenbaarde Woord opgetekend zien staan.

Voor alles blijkt een tijd,ook het boek Prediker getuigt daarvan.

Wanneer het erop aankomt, blijkt uit de werkelijkheid dat wij die naar Zijn Naam geroepen werden voor het merendeel net zo stijfkoppig zijn als onze vaders (1Cor10) waar Ezechiël 3 voor geroepen werd.

In de Corinthe-brief wordt daar over vermeld dat die stijfkoppigheid ten gevolg had, dat YHVH in het merendeel geen welgevallen gehad heeft. Wanneer we dat meenemen in onze tijd, nu Abba YHVH door openbaring aan het zaad der belofte hun identiteit bekend maakt om hen te roepen, zodat zij toegerust worden om de overigen tot naijver te wekken, dan lijkt het of we met onze rug tegen de muur willen staan en geen voet verzetten.

Barensweeën zijn pijnlijk en zeker als het een van de laatste en moeilijkste,maar ook grootste geboorte gaat worden, namelijk het herstel van het gehele huis Israels.

Abba YHVH gaat dat niet zonder de nazaten uit de menigte der volkeren doen die door belofte Israel zijn, ook wel genoemd met de naam Efraïm en Yosef én…

Heel Vaders Woord getuigt van dat grootse werk wat Hij wil gaan volvoeren.

We hebben een aansporing nodig en misschien meer dan dat, als we zien dat we soms door jagers op onze plaats gezet moeten worden. Het hoeft, wanneer wij gewillig zijn, niet zover te komen,máár met het voorbeeld van ons volk voor ogen, blijf ik realistisch:

1Co 10:1  En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; 
1Co 10:2  En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; 
1Co 10:3  En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; 
1Co 10:4  En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus. 
1Co 10:5  Maar in het meerder deel van hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen. 
1Co 10:6  En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben. 

Beproef mijn woorden!

@Hadassah

https://bneyyosefholland.com/2019/12/10/voor-wie-kwam-yeshua-en-waarom/


1 reactie

Vraagt naar de oude paden – Jer 6:16

 

In mijn tienertijd schreef ik een gedichtje naar aanleiding van een gedachte:

“Krijgen wij geen Licht, wij zullen immer dwalen…”

Met het Licht doelde ik toen op het geschreven Woord en Zijn Geest. Veel later zou ik deze website opzetten en opnieuw nam ik het geschreven Woord als uitgangspunt, vragende om de indachtigmaking van Zijn geest van Heiligheid – Joh 14:26

Recentelijk realiseerde ik mij dat ik, alhoewel ik regelmatig naar mn aardse vader verwijs, van m’n hemelse Vader, de inspiratie gekregen heb om zaken tegen Zijn Licht te houden met dien verstande dat het beproefd mag worden. Zo schoot mij daarstraks Hebr 4:12 te binnen:

Heb 4:12  Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten. 

Gen 3:15  En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad;

Al heel vroeg in mn wandel in het sabbatse van Yeshua werd ik gewaar dat ik moest blijven beproeven aan de hand van Zijn geschreven Woord en vragen om Zijn ontdekkend Licht.

Zo wendde Hij mijn schreden om in plaats van de messiaans joodse kant de messiaanse Israel kant op te wandelen. Een zus stuurde ons oa het boek “Wie is Israel” van Batya Wootten en wat zij schreef aan de hand van haar bevinding met de Vader landde in mijn hart.

Ik kon me gewoon bij Zijn geschreven Woord houden en Zijn raad om te gaan begrijpen wat Hij in dat Levende, met de nadruk op Levende Woord, te zeggen had en heeft.

Door zo te gaan werd het mij tot gewoonte om alles wat ik vernam of te lezen krijg tegen het Licht van het geschreven Woord te houden en daarbij werd mij duidelijk dat Vader er iets bij gaf wat zeer noodzakelijk en nuttig bleek en blijkt. De geest van onderscheidingsvermogen vanuit Hem.

Vandaag de dag is er veel te doen over naderen en nadering. Maar is dat ook wat Vader op het oog heeft?

In 1991 of 1993 kreeg ik een droom over de liefde tot Juda. Daarin kreeg ik ook een uitleg mee. De liefde krijgen we van de Vader, maar deze liefde moet beproefd worden anders gaan we er met onze emotie mee aan de haal. En voor we het weten zijn we, dan, als we het vanuit emotie of eigenbelang doen, terug bij af.

Er zijn er die de eerste stap hebben overgeslagen en oprecht denken dat wat zij doen en beogen vanuit Vaders hart komt.

We zien wrange vruchten komen. In de behoefte om gezien te worden of om in emotie compromissen te sluiten die geen godsvrucht dragen, zakken mensen af zonder het te beseffen.

Er zijn velen in beide gelederen die zó’n honger hebben naar het échte en pure, maar niet opgemerkt worden in het gedrang van hen die gekend willen worden zonder op Vaders tijd te wachten.

Het feit dat betovering direct condities geeft, maakte het er niet makkelijker op. Een zware bewogen tijd brak voor wachters aan die dit fenomeen wel zien, maar niet altijd kunnen verwoorden om het aan mensen duidelijk te maken die deze onderscheidingsvermogen niet of nauwelijks geoefend hebben, of wel hebben, maar eveneens de woorden van uitleg ontbreekt. Alhoewel een schreeuw al voldoende zou moeten zijn. Denk aan het eenvoudige voorbeeld als een kind gevaarlijk dicht bij een hete kachel komt en moeder er te ver van afstaat. Dan is een waarschuwend geluid voor n kind al voldoende dat het gevaarlijk is.

Maar wat gebed al niet vermág!

Onlangs kreeg ik info en bedacht dat ik daar wat meer mee wilde. Een boek geschreven door een vrouw die diep in de met name judaistische mystiek heeft gezeten en aan de hand van het Woord haar relaas doet.

Ik heb haar boek besteld om haar info te onderzoeken. Vandaag kon ik overigens al luisteren naar een Engelse  opname, waarin men hoofdstuk voor hoofdstuk de gevaren van de mystiek blootlegt en daarbij van gedachten wisselt. Het schokt dat bekende namen en bekende termen in een vervangende mystieke vorm ons van Yeshua afhalen naar een rijk waar geen verlossing is.

Dáarom kwam Yeshua, om ons te verlossen van alle schadelijkheden en Zijn Verlossing was en is er niet een van tijdelijke aard.

Recentelijk is er een lezing gehouden, waarin met bewogenheid uitgelegd werd aan de hand geschreven informatie binnen en buiten het boek der boeken, dat de engel des lichts nog immer actief is. Beproef dat! Bewogen omdat de Vader niet één bepaalde groep mensen voor ogen had, waarvoor Yeshua kwam.

                                                                                                                                                          Psa_126:6  Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en wenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, dragende zijn schoven.

Gal 5:1  Staat dan in de vrijheid, met welke ons Yeshua haMassiach vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen. 

Joh 14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb. 
Joh 14:27  Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd. 

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Priester naar de orde van Melchizedek

In de aanloop naar Yom Teruah en Yom Kippur, werd ik meermalen, zo niet dagelijks bepaald bij de Priester naar de orde van Melchizedek in het bijzonder beschreven in het boek Hebreeën.

Ik herinnerde mij dat Abraham alreeds een ontmoeting met de koning van Salem had, welke een Priester is naar de orde van Melchizedek.

Gen 14:18  En Melchizedek, koning van Salem, bracht voort brood en wijn; en hij was een priester des allerhoogsten Gods.
Gen 14:19  En hij zegende hem, en zeide: Gezegend zij Abram Gode, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit!
Gen 14:20  En gezegend zij de allerhoogste God, Die uw vijanden in uw hand geleverd heeft! En hij gaf hem de tiende van alles.

Psa 110:4  De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.

Heb 6:20  Daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Yeshua/Jezus, naar de ordening van Melchizedek, een Hogepriester geworden zijnde in der eeuwigheid. 

Heb 7:1  Want deze Melchizedek was koning van Salem, een priester des Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende;
Heb 7:2  Aan welken ook Abraham van alles de tienden deelde; die vooreerst overgezet wordt, koning der gerechtigheid, en daarna ook was een koning van Salem, hetwelk is een koning des vredes;
Heb 7:3  Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende; maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid.

Wij zijn gered door Yeshua’s verlossingswerk en bij Hem leren wij. Wij zijn de generatie uit die ene Zade waarvan gesproken is in Gal_3:16 “Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een: En uw zade; hetwelk is Yeshua.” Abba Vader begon met Adam om Zijn plan te trekken. Adam faalde, maar in Gen 3:15 wordt een belofte neergezet. Met het beloofde zaad Izak, voorzegd in Genesis 18 werd opnieuw een weg geopend en via alle unieke en door Vader gekozen beloofden die voortkwamen na Izak, trok Abba Vader een pad naar Yeshua, het beloofde Ene Zaad. Het Israel wat Abba Vader voor ogen heeft is door dat Ene Zaad Yeshua. Zie bijvoorbeeld de eerstgeboortezegenzegen die Efraïm kreeg- Jer_31:9 “Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechte weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israel tot een Vader, en Efraim is Mijn eerstgeborene”. In Yeshua is al de volheid, daarbuiten is een uiterlijk pogen, maar niet Vaders weg. Hagar en Sarah voorbeeld van eigen handelen(Ishmael) en belofte (Izak). Yeshua’s Priesterschap naar de orde van Melchizedek maakt het naadloos duidelijk, dat alleen Hij de weg ten leven is en Hij alleen ons naar de volheid leiden kan én zal om de roeping te gaan uitwerken overeenkomstig Zijn belofte en dán zal heel Israel behouden worden..

Abba Vader liet Jacob de rechterhand op Efraim, de zoon van Yosef leggen voor de geestelijke eerstgeboortezegen, zodat via belofte het werk van Abba Vader door Yeshua/Jezus volbracht zou gaan worden. Dat werden geestelijke eerstelingen. Yeshua, weliswaar geboren uit de stam Juda, werd de allereerste Eersteling Hogepriester naar de orde van Melchizedek, waardoor de offerdienst van Aäron berispelijk bleek (Hebr 9:12 en 25) en wij zijn door Hem de beloofde eerstelingen, die zoals voorzegd in de Romeinenbrief gebruikt worden om de nazaten uit Juda te trekken naar de allereerste Eersteling- Rom 10; Jer 3:18; Jes 65:1). Het gaat op geen andere manier gebeuren, omdat het geschreven Woord via de profetiën en beloftes te werk gaat.

Wij kunnen vragen om inzicht en de Geest van Heiligheid zal het ons indachtig maken.

We hebben wanneer wij gaan zien, Wie er voor ons pleit, een enorme zegen om in de bres te gaan staan.

Zoals Abraham pleitte in Genesis 18 vanaf vers 23  voor het behoud van Sodom, terwijl bij YHVH de maat vol was. In Genesis 17 had YHVH een verbond met Abraham gemaakt, ndat Abraham in Genesis 14 een ontmoeting met de koning van Salem gehad had die een Priester is naar de orde van Melchizedek. Heeft Abba dat ook met ons? Door Yeshua?

Het deed me denken aan een vers in het geschreven Woord dat Abba omzag en er was niemand om in de bres te staan,

Isa_63:5  En Ik zag toe, en er was niemand die hielp; en Ik ontzette Mij, en er was niemand, die ondersteunde; daarom heeft Mijn arm Mij heil beschikt, en Mijn grimmigheid heeft Mij ondersteund,

Laten we naar het pleiten van Abraham kijken. Mogen wij ook zo pleiten?

Gen 18:23 -33 En Abraham trad toe, en zeide: Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddeloze ombrengen? 
 om de vijftig rechtvaardigen, die binnen haar zijn? 
 Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den rechtvaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen? 
Toen zeide de HEERE/YHVH: Zo Ik te Sodom binnen de stad vijftig rechtvaardigen zal vinden, zo zal Ik de ganse plaats sparen om hunnentwil. 
 En Abraham antwoordde en zeide: Zie toch; ik heb mij onderwonden te spreken tot den Heere, hoewel ik stof en as ben! 
 Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken; zult Gij dan om vijf de ganse stad verderven? En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven, zo Ik er vijf en veertig zal vinden. 
 En hij voer voort nog tot Hem te spreken, en zeide: Misschien zullen aldaar veertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen om der veertigen wil. 
Voorts zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen, zo Ik aldaar dertig zal vinden. 
 En hij zeide: Zie toch, ik heb mij onderwonden te spreken tot de Heere; misschien zullen er twintig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der twintigen wil. 
 Nog zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik alleenlijk ditmaal spreke: misschien zullen er tien gevonden worden. En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der tienen wil. 
Toen ging YHVH weg, als Hij geeindigd had tot Abraham te spreken; en Abraham keerde weder naar zijn plaats. 

Mogen wij Abba YHVH nederig herinneren aan Zijn beloften?

Joh 17:1  Dit heeft Yeshua gesproken, en Hij hief Zijn ogen op naar den hemel, en zeide: Vader, de ure is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijke. 
  Gelijkerwijs Gij Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat al wat Gij Hem gegeven hebt, Hij hun het eeuwige leven geve. 
 En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt. 
  Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen; 
  En nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelven, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was. 
  Ik heb Uw Naam geopenbaard den mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en Gij hebt Mij dezelve gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard. 
  Nu hebben zij bekend, dat alles, wat Gij Mij gegeven hebt, van U is. 
  Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt. 
 Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uw. 
 En al het Mijne is Uw, en het Uwe is Mijn; en Ik ben in hen verheerlijkt. 
(.. ..)
Joh 17:14-26  Ik heb hun Uw woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk als Ik van de wereld niet ben. 
 Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van den boze. 
Zij zijn niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben. 
Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. 
Gelijkerwijs Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden. 
En Ik heilige Mijzelven voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid. 
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen. 
Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. 
En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; 
Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt. 
Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld. 
 Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend; maar Ik heb U gekend, en dezen hebben bekend, dat Gij Mij gezonden hebt. 
 En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt, en zal Hem bekend maken; opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen. 

Zie het gebed van Salomo, waarin Hij YHVH herinnert aan wat Hij gezegd heeft:

1Ko 8:22  En Salomo stond voor het altaar des HEEREN/YHVHs, tegenover de ganse gemeente van Israel, en breidde zijn handen uit naar den hemel; 
1Ko 8:23  En hij zeide: HEERE, God van Israel, er is geen God, gelijk Gij, boven in den hemel, noch beneden op de aarde, houdende het verbond en de weldadigheid aan Uw knechten, die voor Uw aangezicht met hun ganse hart wandelen; 
1Ko 8:24  Die Uw knecht, mijn vader David, gehouden hebt, wat Gij tot hem gesproken hadt; want met Uw mond hebt Gij gesproken, en met Uw hand vervuld, gelijk het te dezen dage is. 
1Ko 8:25  En nu HEERE, God van Israel, houd Uw knecht, mijn vader David, wat Gij tot hem gesproken hebt, zeggende: Geen man zal u van voor Mijn aangezicht afgesneden worden, die op den troon van Israel zitte; alleenlijk zo uw zonen hun weg bewaren, om te wandelen voor Mijn aangezicht, gelijk als gij gewandeld hebt voor Mijn aangezicht. 
1Ko 8:26  Nu dan, o God van Israel, laat toch Uw woord waar worden, hetwelk Gij gesproken hebt tot Uw knecht, mijn vader David. 
1Ko 8:27  Maar waarlijk, zou God op de aarde wonen? Zie, de hemelen, ja, de hemel der hemelen zouden U niet begrijpen, hoeveel te min dit huis, dat ik gebouwd heb! 
1Ko 8:28  Wend U dan nog tot het gebed van Uw knecht, en tot zijn smeking, o HEERE, mijn God, om te horen naar het geroep en naar het gebed, dat Uw knecht heden voor Uw aangezicht bidt. 
1Ko 8:29  Dat Uw ogen open zijn, nacht en dag, over dit huis, over deze plaats, van dewelke Gij gezegd hebt: Mijn Naam zal daar zijn; om te horen naar het gebed, hetwelk Uw knecht bidden zal in deze plaats. 
1Ko 8:30  Hoor dan naar de smeking van Uw knecht, en van Uw volk Israel, die in deze plaats zullen bidden; en Gij, hoor in de plaats Uwer woning, in den hemel, ja, hoor, en vergeef. 
1Ko 8:31  Wanneer iemand tegen zijn naaste zal gezondigd hebben, en hij hem een eed des vloeks opgelegd zal hebben, om zichzelven te vervloeken; en de eed des vloeks voor Uw altaar in dit huis komen zal; 
1Ko 8:32  Hoor Gij dan in den hemel, en doe, en richt Uw knechten, veroordelende den ongerechtige, gevende zijn weg op zijn hoofd, en rechtvaardigende den gerechtige, gevende hem naar zijn gerechtigheid. 
1Ko 8:33-61  Wanneer Uw volk Israel zal geslagen worden voor het aangezicht des vijands, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en zich tot U bekeren, en Uw Naam belijden, en tot U in dit huis bidden en smeken zullen; 
Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw volk Israel, en breng hen weder in het land, dat Gij hun vaderen gegeven hebt. 
 Als de hemel zal gesloten zijn, dat er geen regen is, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben; en zij in deze plaats bidden, en Uw Naam belijden, en van hun zonden zich bekeren zullen, als Gij hen geplaagd zult hebben; 
 Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw knechten en van Uw volk Israel, als Gij hun zult geleerd hebben den goeden weg in denwelken zij wandelen zullen; en geef regen op Uw land, dat Gij Uw volk tot een erfenis gegeven hebt. 
Als er honger in het land wezen zal, als er pest wezen zal, als er brandkoren, honigdauw, sprinkhanen, kevers wezen zullen, als zijn vijand in het land zijner poorten hem belegeren zal, of enige plage, of enige krankheid wezen zal; 
Alle gebed, alle smeking, die van enig mens, van al Uw volk Israel, geschieden zal; als zij erkennen, een ieder de plage zijns harten, en een ieder zijn handen in dit huis uitbreiden zal; 
 Hoor Gij dan in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en vergeef, en doe, en geef een iegelijk naar al zijn wegen, gelijk Gij zijn hart kent; want Gij alleen kent het hart van alle kinderen der mensen; 
 Opdat zij U vrezen al de dagen, die zij leven zullen in het land, dat Gij onzen vaderen gegeven hebt. 
 Zelfs ook aangaande den vreemde, die van Uw volk Israel niet zal zijn, maar uit verren lande om Uws Naams wil komen zal; 
 (Want zij zullen horen van Uw groten Naam, en van Uw sterke hand, en van Uw uitgestrekten arm) als hij komen en bidden zal in dit huis; 
Hoor Gij in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en doe naar alles, waarom die vreemde tot U roepen zal; opdat alle volken der aarde Uw Naam kennen, om U te vrezen, gelijk Uw volk Israel, en om te weten, dat Uw Naam genoemd wordt over dit huis, hetwelk ik gebouwd heb. 
Wanneer Uw volk in den krijg tegen zijn vijand uittrekken zal door den weg, dien Gij hen henen zenden zult, en zullen tot den HEERE bidden naar den weg dezer stad, die Gij verkoren hebt, en naar dit huis, hetwelk ik Uw Naam gebouwd heb; 
Hoor dan in den hemel hun gebed en hun smeking, en voer hun recht uit. 
Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U (want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, en hen leveren zult voor het aangezicht des vijands, dat degenen, die hen gevangen hebben, hen gevankelijk wegvoeren in des vijands land, dat verre of nabij is. 
En zij in het land, waar zij gevankelijk weggevoerd zijn, weder aan hun hart brengen zullen, dat zij zich bekeren, en tot U smeken in het land dergenen, die ze gevankelijk weggevoerd hebben, zeggende: Wij hebben gezondigd, en verkeerdelijk gedaan, wij hebben goddelooslijk gehandeld; 
 En zij zich tot U bekeren, met hun ganse hart, en met hun ganse ziel, in het land hunner vijanden, die hen gevankelijk weggevoerd zullen hebben; en tot U bidden zullen naar den weg van hun land (hetwelk Gij hun vaderen gegeven hebt), naar deze stad, die Gij verkoren hebt, en naar dit huis, dat ik Uw Naam gebouwd heb; 
1Ko 8:49  Hoor dan in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, hun gebed en hun smeking en voer hun recht uit; 
1Ko 8:50  En vergeef aan Uw volk, dat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en al hun overtredingen, waarmede zij tegen U zullen overtreden hebben; en geef hun barmhartigheid voor het aangezicht dergenen, die ze gevangen houden, opdat zij zich hunner ontfermen; 
Want zij zijn Uw volk en Uw erfdeel, die Gij uitgevoerd hebt uit Egypteland, uit het midden des ijzeren ovens; 
Opdat Uw ogen open zijn tot de smeking van Uw knecht, en tot de smeking van Uw volk Israel, om naar hen te horen, in al hun roepen tot U. 
Want Gij hebt hen U tot een erfdeel afgezonderd, uit alle volken der aarde; gelijk als Gij gesproken hebt door den dienst van Mozes, Uw knecht, als Gij onze vaderen uit Egypte uitvoerdet, Heere HEERE! 
Het geschiedde nu, als Salomo voleind had dit ganse gebed, en deze smeking tot den HEERE te bidden, dat hij van voor het altaar des HEEREN opstond, van het knielen op zijn knieen, met zijn handen uitgebreid naar den hemel; 
 Zo stond hij, en zegende de ganse gemeente van Israel, zeggende met luider stem: 
 Geloofd zij de HEERE, Die aan Zijn volk Israel rust gegeven heeft, naar alles, wat Hij gesproken heeft! Niet een enig woord is er gevallen van al Zijn goede woorden, die Hij gesproken heeft door den dienst van Mozes, Zijn knecht. 
  De HEERE, onze God, zij met ons, gelijk als Hij geweest is met onze vaderen; Hij verlate ons niet, en begeve ons niet; 
Neigende tot Zich ons hart, om in al Zijn wegen te wandelen, en om te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, dewelke Hij onzen vaderen geboden heeft. 
En dat deze mijn woorden, waarmede ik voor den HEERE gesmeekt heb, mogen nabij zijn voor den HEERE, onzen God, dag en nacht; opdat Hij het recht van Zijn knecht uitvoere, en het recht van Zijn volk Israel, elkeen dagelijks op zijn dag. 
En ulieder hart volkomen zij met den HEERE, onzen God, om te wandelen in Zijn inzettingen, en Zijn geboden te houden, gelijk te dezen dage. 

Aan te raden om Hebreeën 6 tm 12 te lezen.

OPROEP

Gezegend bent U Vader

https://www.youtube.com/watch?v=x0-GIUqs7Zg


Een reactie plaatsen

Maar Ik heb tegen u…

Vanmorgen opgestaan met de woorden uit Openbaring 2:4  Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten.
5  Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert. 
Verlaten hebt…
Gedachten over de ver- en misleidingen, de reuzen, die er zijn voorbij de berg, alwaar wij zo volmondig eens waren met Yeshua’s instructies en voorwaarden,  maakte dat ik besefte dat die woorden mij niet voor niets toevertrouwd werden.
Hoe is het met onze hartsgesteldheid?
Doen wij wat ons geopenbaard is door Zijn Geest of zijn wij leringen en inzichten van anderen gaan adopteren omdat het ons zelf zo mooi en wijs leek?
Lezende in een blog waar ik een ander artikel over zal schrijven, merk ik een woord op wat mij aan het zoeken brengt. Bazuin in psalm 89…bazuin? Yom Teruah? Maar es gaan kijken in de hebreeuwse tekst:
אשׁריH835 העםH5971 יודעיH3045 תרועהH8643 יהוהH3068 באורH216 פניךH6440 יהלכון׃H1980 
en ja in psalm 89: 16 onberijmd staat het hebreeuwse woord teruah
H8643
terû‛âh
ter-oo-aw
 
Het zijn niet onze bazuinen want direct aansluitend lees ik de Naam YHVH
H3068
yehôvâh
yeh-ho-vaw’
 
Daarna ga ik naar een psalm zoals ik dat als kind geleerd heb en inderdaad, het woord “klanken”wordt vermeld, maar mij is het niet uitgelegd dat dit Teruah was, alhoewel ik als kind een ernstig besef had van YHVH en Yeshua, die ik vroeger God en Jezus noemde, omdat het mij zo geleerd was. De eerbied heeft niet ontbroken, die is hetzelfde gebleven, Ik denk dat ik daarom de gedragen psalmen veel dieper en vreugdevoller vind gaan dan nieuwere zangbundels.
Even terugkomend op mijn levensernst in mijn jeugd en niet weten van shabbat en bijbelse feesten, noch de volle naam van onze Redder, zie ik, voor zover mij dat duidelijk is, dat geloof, los staat van kennis en dat brengt mij naar een andere gedachte waarmee ik vanmorgen opstond….”Ik heb tegen u dat gij uw eerste liefde verlaten hebt”
 
Alle kennis van wijze mensen maken ons opgeblazen en de hang ernaar zegt iets over onze hartsgesteldheid. Lees goed, dat ik schrijf “hang naar”, dat is nl wat anders dan vanuit de volle verzekerdheid rustende in onze identiteit in Yeshua gelijkgestemden horen of van hen lezen.
 
Heb 5:12  Want gij, daar gij leraars behoordet te zijn vanwege den tijd, hebt wederom van node, dat men u lere, welke de eerste beginselen zijn der woorden Gods; en gij zijt geworden, als die melk van node hebben, en niet vaste spijze. 
Heb 5:13  Want een iegelijk, die der melk deelachtig is, die is onervaren in het woord der gerechtigheid; want hij is een kind. 
Heb 5:14  Maar der volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads. 
 
Mensen met godsvreze gaan met grote achting en respect niet buiten hun Man en Maker om, die hen te lief en dierbaar is.
Zij zijn het die bereid zijn de zaken om te draaien. Zij houden de Bron van het leven nauwlettend in de gaten, Niet voor eigen gewin, maar uit eerbied, dankbaarheid en bewogenheid voor verloren én verdwaalde lammeren.
Er zijn er zeker nog in ons achterland te vinden.
Wanneer ontmoeting plaatsvindt, is er blijdschap, omdat wij door geloof gered zijn en niet door werken,
Zie ondermeer Hebr 11 “Door het geloof is Abraham, geroepen zijnde, gehoorzaam geweest, om uit te gaan naar de plaats, die hij tot een erfdeel ontvangen zou; en hij is uitgegaan, niet wetende, waar hij komen zou. 
Heb 11:9  Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land der belofte, als in een vreemd land, en heeft in tabernakelen gewoond met Izak en Jakob, die medeerfgenamen waren derzelfde belofte. 
Heb 11:10  Want hij verwachtte de stad, die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is.”
Wat is geloof?
Hos 2:19  En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult den HEERE kennen.
Rom_3:25  Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;
1Co_2:5  Opdat uw geloof niet zou zijn in wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods.
Rom_1:17  Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.
Gal_3:8  En de Schrift, te voren ziende, dat God de heidenen uit het geloof zou rechtvaardigen, heeft te voren aan Abraham het Evangelie verkondigd, zeggende: In u zullen al de volken gezegend worden.
Gal_3:9  Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham.
Gal_2:16  Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, (welke hartsgesteldheid?)maar door het geloof van Jezus /Yeshua, zo hebben wij ook in Yeshua geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden.
 
Wat zegt YHVH dat liefde tot Hem is?
Deu 30:16  Want ik gebiede u heden, den HEERE/ YHVH uw Elohim  lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen, en te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, opdat gij levet en vermenigvuldiget, en de HEERE/ YHVH uw Elohim, u zegene in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven. 
Deu 11:1  Daarom zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, en gij zult te allen dage onderhouden Zijn bevel, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, en Zijn geboden. 
Shalom zij, die Zijn geboden doen Op 22:14
Zijn geboden door Hem, door Zijn Heilige Geest aan ons geopenbaard.
Dan worden zij hartsgesteldheid en niet een verworvenheid.
Teruggaan naar onze eerste liefde is nauwkeurig ons hart onderzoeken of we niet afgedwaald zijn en onze ogen naar de boom der kennis hebben gewend in plaats van onze ogen houden op onze Man en Maker, maar ook Meester en Koning:
Psa 123:1  Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit. 
Psa 123:2  Zie, gelijk de ogen der knechten zijn op de hand hunner heren; gelijk de ogen der dienstmaagd zijn op de hand harer vrouw; alzo zijn onze ogen op den HEERE YHVH, onze God, totdat Hij ons genadig zij. 

Want we kunnen namelijk verliezen wat we ontvingen. We zitten nog in de ondertrouw en onze Verloofde kijkt naar ons of wij Zijn Vrouw waardig worden en niet onze ogen afwenden naar andere liefdes en eigen voorkeuren.

1Ko 9:6  Maar zo gijlieden u te enen male afkeren zult, gij en uw kinderen, van Mij na te volgen, en niet houden zult Mijn geboden en Mijn inzettingen, die Ik voor uw aangezicht gegeven heb; maar heengaan, en andere goden dienen, en u voor dezelve nederbuigen zult; 
1Ko 9:7  Zo zal Ik Israel uitroeien van het land, dat Ik hun gegeven heb, en dit huis, hetwelk Ik Mijn Naam geheiligd heb, zal Ik van Mijn aangezicht wegwerpen; en Israel zal tot een spreekwoord en spotrede zijn onder alle volken. 
Rom_11:20  Het is wel; zij zijn door ongeloof afgebroken, en gij staat door het geloof. Zijt niet hooggevoelende, maar vrees.
Rom 11:22  Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God; de strengheid wel over degenen, die gevallen zijn, maar de goedertierenheid over u, indien gij in de goedertierenheid blijft; anderszins zult ook gij afgehouwen worden. 
Zo dan, laten wij naarstig acht slaan op Yeshua’s raad, opgetekend in Joh_14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.
Bedenk dat Yeshua kwam voor de verloren schapen (nadat onze vaderen én wij ons van Hem hadden afgewend door ongerechtigheid en rebellie) en ons opnieuw de toon voorstelde die YHVH vanaf het begin gezet heeft, namelijk het herstel aller dingen volgens Zijn voorwaarde en condities. Langs een andere weg gaat dat niet tot stand komen!
Hoe zalig is het volk dat naar Uw = alleen die van Hem
klanken=bazuinen=Teruah, hoort =Shema
Zij wand’len YHVH, in het licht van Zijn aanschijn voort…

Psalm 89 : 7

Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort!
Zij wand’len, HEER, in ’t licht van ’t Godd’lijk aanschijn voort;
Zij zullen in Uw naam zich al den dag verblijden;
Uw goedheid straalt hun toe; Uw macht schraagt hen in ’t lijden;
Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen,
Maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.


1 reactie

Op mogen staan en pleiten

Wanneer wij voorbij de berg de gedachten van mensen omgezet zien worden in een reeks van eigenwillige daden, kan hen, die het beter zijn gaan weten, een gevoel van opkomende hopeloosheid bekruipen, dat ook deze generatie de hereniging niet zal meemaken die voorzegd is in Ezechiël 37.

Want is er niet gezegd dat de kinderen Israels ons tot voorbeeld dienen en dat in het merendeel YHVH geen welbehagen had en hen in de woestijn neergeslagen heeft? 1Cor 10.

Ik ben dat relaas opnieuw gaan lezen en met het verdrietige gevoel door het zien van opkomende eigen-wijze-uitleg van diverse onderwerpen, welke mijns inziens valkuilen zijn voor de nog jonge Israel-kudde naar de belofte, bezwaart het m’n geestelijke moederhart. Want als Abba YHVH dezelfde meetlat hanteert als destijds?

Ik ga begrijpen dat Mozes de hoop aan het opgeven ging, bij de woorden:

Num 11:11  En Mozes zeide tot de HEERE/YHVH: Waarom hebt Gij aan Uw knecht kwalijk gedaan, en waarom heb ik geen genade in Uw ogen gevonden, dat Gij den last van dit ganse volk op mij legt? 
Num 11:12  Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt, tot dat land, hetwelk Gij hun vaderen gezworen hebt? 
Num 11:13  Van waar zou ik het vlees hebben, om al dit volk te geven? Want zij wenen tegen mij, zeggende: Geef ons vlees, dat wij eten! 
Num 11:14  Ik alleen kan al dit volk niet dragen; want het is mij te zwaar! 
Num 11:15  En indien Gij alzo aan mij doet, dood mij toch slechts, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb; en laat mij mijn ongeluk niet aanzien! 

Ephraim Frank stuurde onlangs een schrijven waarin de woorden mij triggerden dat het slechts een ademtocht van hun aller instemming had, toen de geschillen begonnen.

Abba YHVH ziet ons als een natie uit de natiën, al zien velen dat zo nog niet, Hij wél! “Wij en onze vaderen tevens…Onze vader Abraham…Onze vaders..Num_20:15  Jos_24:17 Neh_9:32  Jer_3:25 ; Joh 8:53 ; Hand 15:10

En nu zijn wij die natie, door Yeshua opnieuw in de functie gezet met een opdracht.

Groter wordt Yeshua’s werk in mijn besef. Het betekent veel meer dan een wedergeboren worden, alhoewel dat de eerste vereiste is. Zie een kind. In de moederschoot weet het niet wat er buiten is, weet misschien nauwelijks wie het is..Na geboorte is er de koestering en bescherming tegen het gevaar..Met het groter worden komen er meer verantwoordelijkheden, meer gevaren in het aanbod voor de ogen. Bij een goede basis en een duidelijk besef gepaard met vaste keuze, zal de mens met hulp van de Vader door Yeshua goede vruchten voort gaan brengen. Dat gaat niet vanzelf en ook niet perfect, maar we lezen uit het geschreven Woord van YHVH, dat onze hartsgesteldheid bepalend is. Belijdenis, vergeving vragen, afleggen, opstaan en verdergaan.

Op Mozes’ hopeloosheid spreekt YHVH en zegt Mozes oudsten te verzamelen uit het volk, die naar de tent der samenkomst zullen moeten komen, alwaar YHVH Zijn Geest op hen leggen zal zodat Mozes de last niet meer alleen hoeft te dragen.                                                                                                                                             Num 11:16  En YHVH zeide tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten van Israel, dewelke gij weet, dat zij de oudsten des volks en deszelfs ambtlieden zijn; en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen. 
Num 11:17  Zo zal Ik afkomen en met u aldaar spreken; en van den Geest, die op u is, zal Ik afzonderen, en op hen leggen; en zij zullen met u den last van dit volk dragen, opdat gij dien alleen niet draagt.(…)Num 11:25  Toen kwamYHVH af in de wolk, en sprak tot hem, en afzonderende van den Geest, die op hem was, legde Hem op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer.  

De Israelieten klaagden over vlees, dat zij met een verkeerde intentie begeerden en kregen dat totdat zij er een walging van kregen en stierven Num 11:33  Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN/YHVH tegen het volk, en de HEERE/YHVH sloeg het volk met een zeer grote plaag. 
Num 11:34  Daarom heet men den naam derzelver plaats Kibroth Thaava; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest. 

Wat ik eruit opmaak is dat Mozes door YHVH aangesteld was en de geadviseerde oudsten evenzo. Deze oudsten kwamen na de zucht van Mozes dat het hem te zwaar bleek dit volk te leiden. Mozes had een gedegen proefondervindelijke vooropleiding gehad en niet zonder kleerscheuren. Toch verkoos Abba YHVH hem om dit volk inclusief veel vreemd volk wat met hen optrok Vaders instructies te leren.

In het boek Numeri lezen we  dat YHVH hen voorschriften geeft om twee zilveren trompetten te maken,die een sein zullen zijn zodat zij van hun vijanden verlost zullen gaan worden.Num 10:9  En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken klank maken; zo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en gij zult van uw vijanden verlost worden. Verspieders worden uitgezonden en twee van hen blijken te doen wat behoort. Het was de bedoeling dat het volk het land zou reinigen,maar door hun zwakheid in twijfel en angst, verloren zij de belofte. Hadden zij al niet bij de berg gekozen voor een tussenpersoon door angst? Angst is een slechte raadgever als YHVH het tegenovergstelde aanreikt.

Ik geloof dat wanneer mensen weten dat Abba YHVH hen heeft geroepen en ondersteund met bewijs, berekend zijn op hun taak en niet door mensen uitgerangeerd kunnen raken, omdat Hij geeft en neemt. Met Mozes kunnen ook zij de moed gaan opgeven, maar hun diepste zucht is voor Hem Die zendt.

Yeshua, ons voorbeeld en Zijn woorden, heeft zulk groot werk gedaan, dat wij niet in de valkuil van onze vaderen hoeven te vallen en voor het binnengaan in het beloofde land sterven. Wij hebben opnieuw een kans. Laten wij zonder vrees met een open hart Hem vragen wat Hij wil dat wij doen zullen. Laten wij Hem vertellen dat er vijanden zijn die ons willen doen laten vallen zodat ook wij de belofte niet beërven. Laten wij Zijn Stem nauwkeurig verstaan, zodat wij de anderen kunnen uitleggen welke valkuilen er zijn en aansporen het pad te gaan die Yeshua ons voorging.

Wij kunnen met de kracht van de Ruach haKodesh/Heilige Geest door Yeshua verkregen, de vijanden teneerslaan en het kamp reinigen, zodat onze Maker en Man Zich Zijn Bruid herkent en Zich behagen kan. Het is immers Zijn kracht Die het doet door ons heen, daarom is alle lof en eer aan Hem!!

Mogen degenen die voorop gaan een  zuivere blik houden en pleiten bij Abba YHVH dat Hij nog geduld heeft, zodat we allen met één stem “Zo doen wij”zullen zeggen en het met onze daden bevestigen.

Het gebed van een rechtvaardige vermag veel!

Laten we vragen of Hij ons waardig genoeg acht, dat ons pleiten vrucht zal gaan dragen.

Psa 80:1  Voor den opperzangmeester, op Schoschannim; een getuigenis, een psalm van Asaf. O Herder Israels! neem ter ore, Die Jozef als schapen leiddet; Die tussen de cherubim zit, Wek Uw macht op voor het aangezicht van Efraim, en Benjamin, en Manasse, en kom tot onze verlossing. O God! breng ons weder, en laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden. (…..)

Uw hand zij over den man Uwer rechterhand, over des mensen zoon, dien Gij U gesterkt hebt. Zo zullen wij van U niet terugkeren; behoud ons in het leven, zo zullen wij Uw Naam aanroepen. 
O HEERE, God der heirscharen! breng ons weder; laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden. 

Ter ondersteuning in de lijn van terugkeer met behoud van leven: https://etzbneyosef.blogspot.com/2019/08/beyond-mountain-part-x.html

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Ben ik mijn broeders hoeder?

Gaan wij vrijuit als wij anderen niet waarschuwen, wanneer wij zien dat men zijn of haar doel gaat missen? Kunnen wij ermee wegkomen, dat wij van die persoon houden en dat wij er geen mening over mogen hebben?

Wiens vriend of vriendin zijn wij dan?

Wat deed Yeshua ons voor?

Bij het nadenken over de tolerantie en marge tegen Vaders principe in, kwamen de woorden van Kaïn in gedachten.

Gen 4:9  En YHVHzeide tot Kain: Waar is Habel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder? 

brother’sH251 keeper H8104

brother/broer H251
אָח
‘âch
awkh
A primitive word; a brother (used in the widest sense of literal relationship and metaphorical affinity or resemblance (like H1)): – another, brother (-ly), kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with “Ah-” or “Ahi-”.

keeper H8104
שָׁמַר
shâmar
shaw-mar’
A primitive root; properly to hedge about (as with thorns), that is, guard; generally to protect, attend to, etc.: – beware, be circumspect, take heed (to self), keep (-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch (-man).

Shamar, dat is een dienende houding …vanuit de hartsgesteldheid, die relatie met de Schepper kent…richting de broeder of zuster om die te behoeden voor erger.

Dat niemand verachtere…

Heb 12:14  Jaagt den vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal; 
Heb 12:15  Toeziende, dat niet iemand verachtere van de genade Gods; dat niet enige wortel der bitterheid, opwaarts spruitende, beroerte make en door dezelve velen ontreinigd worden. 
Heb 12:16  Dat niet iemand zij een hoereerder, of een onheilige, gelijk Ezau, die om een spijze het recht van zijn eerstgeboorte weggaf. 

Broeders hoeder zijn is opofferende liefde. En opofferende liefde zegt iets van Yeshua.

Yeshua Die Zijn leven gaf voor ons gaf het ultieme voorbeeld van hoeder zijn voor ons, die Hij Zijn familie noemt in een verbondsrelatie.

2Ti_4:2  Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.                                                                                                                     2Ti 4:3  Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden; 
2Ti 4:4  En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen. 
2Ti 4:5  Maar gij, wees wakker in alles, lijd verdrukkingen; doe het werk van een evangelist, maak, dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij. 

Uit het geschreven Woord blijkt dat broeder/zusters hoeder zijn, de houding is, die de wil van de Vader weerspiegelt.

Rechtvaardige mensen gingen ons voor, denk aan

-Mozes Heb 11:25  Verkiezende liever met het volk van God kwalijk gehandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben; 

– Abraham  Heb 11:17  Door het geloof heeft Abraham, als hij verzocht werd, Izak geofferd, en hij, die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd, 

– Koningin Esther Est_4:16  Ga, vergader al de Joden, die te Susan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen, nacht noch dag; ik en mijn jonge dochters zullen ook alzo vasten, en alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om.

Johannes de Doper…Paulus…zovele anderen, zie Hebr.11

Yeshua, zie Joh 17:1  Dit heeft Yeshua gesproken, en Hij hief Zijn ogen op naar den hemel, en zeide: Vader, de ure is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijke. 
Joh 17:2  Gelijkerwijs Gij Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat al wat Gij Hem gegeven hebt, Hij hun het eeuwige leven geve. 
Joh 17:3  En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt. 
Joh 17:4  Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen; 
Joh 17:5  En nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelven, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was. 
Joh 17:6  Ik heb Uw Naam geopenbaard den mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en Gij hebt Mij dezelve gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard. 
Joh 17:7  Nu hebben zij bekend, dat alles, wat Gij Mij gegeven hebt, van U is. 
Joh 17:8  Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt. 
Joh 17:9  Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uw. 
Joh 17:10  En al het Mijne is Uw, en het Uwe is Mijn; en Ik ben in hen verheerlijkt. 
Joh 17:11  En Ik ben niet meer in de wereld, maar deze zijn in de wereld, en Ik kome tot U, Heilige Vader, bewaar ze in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij een zijn, gelijk als Wij. 
Joh 17:12  Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik ze in Uw Naam. Die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard, en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon der verderfenis, opdat de Schrift vervuld worde. 
Joh 17:13  Maar nu kom Ik tot U, en spreek dit in de wereld, opdat zij Mijn blijdschap vervuld mogen hebben in zichzelven. 
Joh 17:14  Ik heb hun Uw woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk als Ik van de wereld niet ben. 
Joh 17:15  Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van den boze. 
Joh 17:16  Zij zijn niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben. 
Joh 17:17  Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. 
Joh 17:18  Gelijkerwijs Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden. 
Joh 17:19  En Ik heilige Mijzelven voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid. 
Joh 17:20  En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen. 
Joh 17:21  Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. 
Joh 17:22  En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; 
Joh 17:23  Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt. 
Joh 17:24  Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld. 
Joh 17:25  Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend; maar Ik heb U gekend, en dezen hebben bekend, dat Gij Mij gezonden hebt. 
Joh 17:26  En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt, en zal Hem bekend maken; opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen. 

Dank U voor Uw levendmakende Woord,wat richting en rust geeft door de openbaring van Uw Geest.

U komt alle eer toe.