Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


2 reacties

Een historisch perspectief op Hanukkah

Het is deze tijd Hanukkah, een gedenktijd voor Judah om de strijd, volharding en overwinning te gedenken, waarin een handjevol moedige mensen een grote overmacht met de zegen van de Allerhoogste de geschiedenis inging.Het feest wordt op allerlei wijze gevierd. Door de jaren gaand en niet opgegroeid in de joodse cultuur,maakte mij onderzoekend, om te zien wat voor betekenis het voor ons persoonlijk heeft.
Vanwege m’n instelling om de achtergrond van zaken te onderzoeken en niet mee te willen gaan met alleen maar uiterlijkheden, maakt dat ik  Hanukkah nuchter wil bekijken om niet aan de diepte van vernieuwing van beide huizen voorbij te gaan. Daarom was het schrijven van Ephraim & Rimona Frank voor mij een welkome verfrissing!
Recentelijk in de Hebreeënbrief enige waarheden gevonden die Ephraim in zijn schrijven eveneens aanstipt, wanneer hij de Corinthe2 aanhaalt.

 

                                             spring2017 picture download 060 Menorah, teken van Messias

                                                  Geweven door Chana

“De profeet Daniël (in de 6e eeuw voor Christus) voorzag de opkomst van het Griekse rijk, de uiteindelijke opsplitsing in vier delen en vooral gewezen op het regime van Antiochus IV Epiphanes, de Seleucidische koning die aan de macht kwam in 175 voor Christus. (Zie Daniël 11: 1-4; 21-25).
Het was tegen deze koning en zijn wrede edicten dat de Maccabische familie een opstand leidde in de jaren 167-160 voor Christus, met een goede reden.
De religieuze verboden tegen de Joodse bevolking in Israël in die tijd waren zeer streng, resulterend in afschuwelijke straffen voor iedereen die deze edicten durfde tegen te gaan.
De proces van de militante rebellie was kort, wat niet alleen resulteerde in religieuze vrijheid, maar ook in het bereiken van autonomie voor de Joden van de Griekse / Seleucidische controle.

Vanaf dat moment namen de Makkabeeën, die een priesterlijk gezin waren, de leiding van Judea op zich en handelden in verschillende hoedanigheden, maar onthilden zich van de rechterlijke macht en koninklijke plichten (terwijl ze een pact met Rome sloten, dat de weg vrijmaakte voor de laatste om de beginnende staat beginnen te beïnvloeden). In het jaar 104 B.C. John Aristobulus I en vervolgens zijn broer Alexander Jannaeus verklaarden zich zowel koningen als hogepriesters. Vanaf dat punt begonnen de dingen  af te nemen, resulterend in een morele, spirituele en nationale achteruitgang van het ‘koninkrijk’, zoals we een eeuw later zien ten tijde van Yeshua. Het is duidelijk dat de familie die zo op wonderbaarlijke wijze tegen alle verwachtingen in een oorlog met een supermacht won, niet de beginselen die ze hadden nagestreefd, hoog hield en het volk van Israël-Judea verried.

Hoewel deze kronieken van de opstand geen deel uitmaken van de Schrift, maar zoals we hierboven zagen, was er een duidelijke verwijzing naar wat er een paar eeuwen tevoren in Judea zou gebeuren.

Aangezien de herdenking en reiniging van de tempel (in het jaar 138 v.Chr.) Hanukkah is (of zou moeten zijn), laten we ons dan wenden tot een bijbelse tekst (rond 520 voor Christus) die uitsluitend gericht is op de Tempel van Elohim en zijn plaats in het leven van het volk van Israël:
Dat is het boek van de profeet Haggaï.
Dit korte boek heeft nogal wat dingen te zeggen over het Huis van Elohim en zijn heiligheid. Bovendien, aangezien de historische datum van de Hanukkahviering de 25e van de 9e maand (Kislev) is, verwijst Haggai driemaal naar de 24e van de 9e maand (die allemaal op hetzelfde jaar zijn, “het tweede jaar van Darius”) , hoofdstuk 2:10, 18, 20) bijna 400 jaar vóór de Hanukkah-gebeurtenis..

In feite zegt hij in 2:18: “Bedenk nu vanaf deze dag, vanaf de vierentwintigste dag van de negende maand, vanaf de dag dat de grondlegging van de tempel van YHVH werd gelegd – houd rekening met:” (cursivering toegevoegd). Haggai leefde in de tijd van de terugkeer naar Sion, na de 70-jarige ballingschap in Babylon, toen de tweede Tempel werd gebouwd. Die profeet maakte zich grote zorgen over het nieuwe huis van Elohim, de goede fundamenten en de juiste zorg en houding van degenen die erbij zouden zijn.

In het boek dat volgt op Haggaï, Zacharias, wordt hetzelfde jaar (Darius ‘2e) opnieuw genoemd, met profetieën die betrekking hebben op Jeruzalem, op Sion EN, nogmaals, op het huis van YHVH. Maar hier is het YHVH Zelf die Zijn ijver voor die plaatsen verklaart, en Zijn woord van belofte betreffende hen: “Verkondig, zeggende,” aldus zegt YHVH Tzevaot: “Alzo zegt YHVH der heirscharen: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver. 

Zec 1:15  En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen. 
Zec 1:16  Daarom zegt YHVH alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt YHVH der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden. 
Zec 1:17  Roep nog, zeggende: Alzo zegt YHVH der heirscharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want YHVH zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.  ” (Zach.1: 14b-17).

Een paar eeuwen later demonstreerde Yeshua Zijn ijver voor het toen bestaande Huis van Elohim. Mattheüs 21: 12-13: “Toen ging Yeshua naar de tempel van Elohim en verdreef allen die in de tempel kochten en verkochten, en veranderde de tafels van de geldwisselaars en de zetels van degenen die duiven verkochten, en Hij zei tegen “Er staat geschreven:” Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd “, maar u hebt het tot een ‘hol van dieven’ gemaakt. ‘Hij zei ook tegen de kooplieden:’ Maak van mijn vaders huis geen huis van koopwaar “(Johannes 2:16).” En Hij wilde niet dat iemand goederen door de tempel droeg “(Marcus 11:16).Het was precies dezelfde scène en locatie die Yeshua ook toevoegde: “Vernietig deze tempel en binnen drie dagen zal ik hem oprichten.” Toen zeiden de Joden: ‘Het heeft zesenveertig jaar geduurd om deze tempel te bouwen en zal Steekt u het in drie dagen op? “Maar Hij sprak over de tempel van zijn lichaam (Johannes 2: 19-21). “De tempel van zijn lichaam” !? Ja, het lichaam van Yeshua dat voor ons is gegeven (zie Lucas 22:19). Als we deze gedachtegang een stap verder volgen, vertelt de Bijbel ons ook dat wij ook de ‘tempel’ zijn.

Daarom spoort Paulus aan: “Vorm geen ongelijk span met ongelovigen. Want wat voor gemeenschap heeft gerechtigheid met wetteloosheid? En welke gemeenschap heeft licht met duisternis? En welk akkoord heeft de Messias met Belial? Of welk deel heeft een gelovige met een ongelovige? En welke overeenstemming heeft de tempel van Elohim met afgoden? Want u bent de tempel van de levende Elohim, zoals Elohim heeft gezegd: ‘Ik zal in hen wonen en onder hen wandelen. Ik zal hun Elohim zijn, en zij zullen Mijn volk zijn. “Daarom” Kom uit uit hun midden en scheidt u af “, zegt YHVH. Raakt niet wat onrein is en ik zal u ontvangen. Ik zal een Vader voor u zijn, en jullie zullen Mijn zonen en dochters zijn, ‘zegt YHVH Almachtig’ (2 Korinthiërs 6: 14-18 nadruk toegevoegd).

We hebben een lange reis gemaakt door YHVH’s huis of tempel, maar is dit niet de essentie van de viering van deze tijd van het jaar? Moge deze Chanoeka inderdaad voor ons een feest van licht zijn als we Degene die “het Licht van de wereld” is, vieren en die ons vertelde dat “Hij die Mij volgt, niet in duisternis zal wandelen, maar het licht des levens heeft” ( Johannes 8:12), en dat wij, net als Hij, “het licht van de wereld” zullen zijn (Mattheüs 5:14). Met gereinigde tempels zal zeker Zijn licht door ons “zo schijnen voor de mensen, dat zij moge uw / onze goede werken zien en uw / onze Vader in de hemel verheerlijken “(Mattheüs 5:16).”

Eze 36:37  Alzo zegt YHVH: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe
Restore us again:


Een reactie plaatsen

Elohim’s Womb, the Tabernacle, the Bride, and the Feasts

Zoeken naar verbanden is boeiend en soms heb je indringende gebeurtenissen nodig om er oog voor te krijgen. Recentelijk opnieuw in de Hebreeënbrief begonnen heeft mij voortschrijdend inzicht gebracht en dat brengt behoefte naar dieper liggende zaken die zo op het oog niet te vinden zijn.

Blij ben ik dat het volkje Israel naar de belofte niet verlaten is, maar gevoed wordt in de wildernis, net als toen.

1Cor 10: 1 En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; 
1Co 10:2  En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; 
1Co 10:3  En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; 
1Co 10:4  En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Yeshua. 
1Co 10:5  Maar in het meerder deel van hen heeft YHVH geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen. 
1Co 10:6  En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben. 

 

Na het lezen van een artikel met de intrigerende titel Sukkot verborgen in de schaduw van YHVH, https://graceintorah.net/2018/10/03/sukkot-hidden-in-the-shade-of-god/

kwam ik een video tegen met de wederom intrigerende titel

“God’s Womb, the Tabernacle, the Bride, and the Feasts” van John Diffenderfer, waarbij ik notities maakte gedurende het beluisteren ervan.

-3000 mensen stierven na de zonde met het gouden kalf

-Na het gouden kalf kwam de uiterlijke tabernakel, de offers, de uiterlijke priestertaak en al deze extra lagen omdat de mens gevallen was. De priestertaak, de tabernakel en al deze zaken waren er niet direct vanaf de uittocht en duizenden jaren later toen in de upperroom de Ruach haKodesh naar beneden kwam en machtigt de Bruid net als Mirjam, die overschaduwt werd door Ruach, omdat Hij Zijn Bruid kende zoals in het eerste huwelijk Adam zijn Chava als zijn enige vrouw kende en Ruach haKodesh Mirjam kende zodat zij de moeder gemachtigd werd de moder van yeshua te worden,

zo werden

-3000 terug geplaatst in het Lichaam/Bruid door behoudenis, nadat Yeshua opgevaren was naar shamayim en de bruid gemachtigd werd.

-Zonder deze waarheid/herstel door Ruach haKodesh is een feest en bijeenkomst leeg…Het verbond begint daar waar de Ruach haKodesh in het spel komt en bijzonder werkzaam is.

-Chava werd van de zijde genomen en dat woord wordt 40 keer gebruikt bij oa de tabernakel, de tempel en het symboliseert de baarmoeder waardoor zaad vermenigvuldigd wordt tot wezens.

-Tabernakel is een beeld van de baarmoeder. het dak van de tabernakel heeft vier lagen, de huidlagen voordat men  in de baarmoeder is, ook vier.

-Waarom denk je dat oorlogen van Satan gaat om de lichamen van de vrouw? Over abortus, degradaties, noem maar op, waarom is het zo belangrijk voor Satan…omdat daar het leven begint! Het is t dichtste bij van wat schriftuurlijk gebeurt. Hebreeuwse woord voor genade is Rahama en is het zelfde woord voor baarmoeder

-Zonder intimiteit krijg je geen relatie en vruchtbaarheid. Zonder bruid te willen worden geen van de zegeningen, omdat Hij geen vrienden zoekt,maar een Bruid.

NB Men kan er nederlandse ondertiteling bij krijgen door naar de instellingen te gaan en daar de betreffende taal te kiezen.

 


4 reacties

Het grote manco

Gelovigen uit de volkeren, die alreeds terugkeerden naar Yeshua’s werkelijke instructies, die letterlijk geschreven staan in het Woord (bijbel,Schriften van YHVH) en door openbaring door de Heilige Geest ( Ruach haKodesh) meer en meer inzichten krijgen, staan voor een grote uitdaging.

Gaan zij de weg op of zijn zij alreeds op weg de wijsheid van religieuzen hoger te achten dan de Leraar waarvan Yeshua zei dat Die na Hem komen zou?

Weten zij, deze gelovigen uit de volkeren, waarvan een klein deel zich Efraim/Yosef weet, dat zij verkoren zijn om de eerstgeborenen te zijn en daarbij een priesterlijke taak hebben?

Wat maakt dat velen zo graag bij hun broer willen studeren en haast kritiekloos de leringen en vormen daarvan adopteert? Wat is hun drijfveer? En is dat YHVH’s drijfveer ook?

Om te kunnen weten wie het huis van Efraim en het huis van Judah is, zullen we de geschiedenis in moeten duiken en vandaar uit naar de toekomst. We zullen moeten gaan onderscheiden waarom YHVH van eerstgeborene spreekt als Hij Efraim/Yosef bedoelt. We zullen ook moeten gaan onderzoeken wat voor eigenschappen er bij deze eerstgeborenen horen. Waarom?

Een tipje van de sluier is dat de eerstgeborene de eigenschappen bezit om de familie te redden, zie Yeshua.

En wat als de eerstgeborene nalaat in die functie van eerstgeborene te gaan staan en vleselijk ( op zijn eigen manier) de familie probeert te bewegen een richting op te komen waarvan hij/zij denkt dat de familie daar belangstelling voor heeft? Dan wordt de eerstgeborene niet op de juist manier toegerust en is nutteloos voor die functie.

Het zijn straffe woorden, maar zoals ik het Woord lees, kan er maar één manier de juiste zijn en dat is volgens YHVH’s richtlijnen. Andere manieren hebben Zijn welbehagen niet. Alles is terug te voeren op hartsgesteldheid, maar ook volksaard. De volksaard van Efraim/Yosef.

Al een heel poosje zie ik uit de stroom van mensen die men onder de groep gelovigen uit de volkeren noemt, minstens twee stromingen ontstaan, die elkaar niet van nut zijn. De ene stroming zoekt het voornamelijk bij de oudste broer en de andere stroming bij de Vader en Zijn Woord met daarin het zoeken naar Zijn Stem, Zijn Ruach Die in alle waarheid leidt. De ene stroming zoekt het beneden, de andere verwacht het van Boven. Wat ik ook zie dat door deze ontwikkeling het proces  om een volwaardige en volwassen natie te worden van Yosef/Efraím onnodig vertraagt wordt en dat is erg ontmoedigend. Maar zoals de geschiedenis leert, is het een herkenbare herhaling van de geschiedenis, die overigens niet hoefde en voorkomen had kunnen worden!

Ook rijst de vraag wie de mensen aanzet de ene of de andere stroming te aanvaarden. Waar zijn de goede stabiele mannen en vrouwen die anderen de juiste weg aanreiken?

Door zelf op onderzoek uit te zijn gegaan, weten we dat er inderdaad enkele plaatsen in ons land zijn, waar men de weg van Boven zoekt…waar we Yeshua weerspiegeld zien en het herstel van de familie Efraïm/Yosef hebben mogen proeven. Waar man en vrouw zij aan zij werkzaam zijn, zoals we dat in de brieven der apostelen lezen. Waar men niet terugstapt omwille van religieuze mensen, maar solide voorwaarts gaat. En daarbij tevens een diepe verbondenheid met Israel en Judah ervaart.

Overal geeft Abba een tijd voor, maar op zeker moment zoekt Hij resultaat in wat Hij gegeven heeft en dat is niet voor niets. Hij zoekt een eerstgeborene die de familie gaat redden. Een eerstgeborene waarvan schriftuurlijk geschreven is, dat deze zijn eigenbelangen en liefhebberijen opzij zet omdat de familie op het spel staat.

Beschrijft het Woord Abba YHVH’s hartsverlangen niet hoezeer Hij verlangt dat in navolging van Yeshua een natie op zijn voeten gaat staan, zodat het hele volk gered gaat worden en op mag staan in beider functies? Zodát… de Messias zal kunnen komen!

Wanneer wij vanuit de geschiedenis, de bijbelse wel te verstaan, de volksaard van de gelovigen uit de volkeren gaan zien en erkennen én ons bekeren, zullen wij niet deel hebben aan dat grote manco, maar geroepen kunnen worden om deel te hebben in dat grote heilsplan om de hele familie te redden!

Het voert te ver om de uitstekende studies van Eddie Chumney woord voor woord na te vertellen, maar in deze twee delen wordt in kort bestek en met veel schriftuurlijke onderbouwing onze roeping, ons karakter en Vaders vraag naar voren gebracht.

Ik beveel deze twee delen van harte aan, want ook de eer van YHVH is ermee gemoeid wanneer wij ons bekeren van menselijke overwegingen mensen hoger te achten en meer tijd en inzet van onze eer te geven aan Hem Die Zijn leven overhad om zondeloos te sterven zodat wij tot onze roeping zouden kúnnen komen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ezechiël 37:14 “En Ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en gij zult weten, dat Ik, YHVH, dit gesproken en gedaan heb, spreekt YHVH.

Jer. 6:16 “Zo zegt YHVH: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen.”

 

 


Een reactie plaatsen

Beleidsvorm en resultaat

In Jerusalem werd ik opnieuw bepaald bij vormen waaraan wij als individu, of als huisgroep en gemeente een doel voor ogen hebben om mensen aan te geven waar wij voor staan. Dat kwam ondermeer door mensen die mij in de oude stad aanspraken en die mij kenden van een bezoek ergens in het (Neder)land op shabbat. Er ontstond een gesprekje, waarin ik weer eens besefte dat we met z’n allen beseffen mogen wie wij op het oog hebben met ons uitgangspunt of zo men wil beleidsvorm.

Deze mensen en zij zijn niet de enigen, knapten af op de tendens van de groep waar zij kwamen. Het was voor hen teveel uiterlijk en inhoudelijk joods orthodox getint, terwijl er minimaal van Juda of misschien wel geen van hen aanwezig waren.

Daarom is het bijzonder van belang wie wij op het oog hebben bij de uitleving die wij presenteren.

Hebben wij als gelovigen uit de volkeren een roeping ontvangen om Juda tegemoet te komen en hun cultuur (ouderwets gezegd “daad, praat en gewaad”) aan te wenden of gaat onze bewogenheid uit naar de verloren schapen van het huis Israels om ons heen, waarbij Juda ook zeker welkom is op de manier die zij appreciëren.

Heel belangrijk is het dat er nuchterheid plaats gaat maken voor idealisme, omdat anders de groei en doorstroom gaat stagneren. Werden wij door Yeshua niet aangespoord om uit te gaan en dicipelen te maken met het onderwijs die Yeshua vanuit Hebreeuws zicht uitlegde en doorgaf?

Het is niet afvallig wanneer wij met Abba’s Ruach in ons zonder opsmuk gewoon Yosef worden en niet Juda. De laatsten, indien oprecht en niet farizeeïsch, zullen altijd broederlijk reageren op de oprechte Yosefieten. Hoe ik dat weet? Uit eigen ervaring van tientallen jaren sinds we én shabbat/feesten onderhouden én omgang met Juda in binnen en buitenland hebben.

Het gaat mij om velen uit de volkeren, die de eerste stapjes willen zetten en niet de judaistische kant op willen, omdat dat hen niet “eigen” aanvoelt. De synagogale vorm stoot hen af van wat zij voor ogen hebben. Hebben wij, die al wat verder op t pad zijn, oog voor hen, die geen Juda zijn en afgezien van de geboden in het geschreven Woord, de joodse uitingsvorm willen laten voor wat het is?

Het is belangrijk om te evalueren en nuchter naar de begonnen beleidsvorm te kijken. Zonodig bijstellen zou ruimte kunnen gaan geven voor de vele zoekenden, die graag een plekje vinden waar zij groeien kunnen in een veilige omgeving, zonder dat er ook maar iets afbreuk gedaan wordt aan Yeshua en YHVHs leefregels en onze roeping in Hem. Balans is noodzakelijk wil er solide aanwas komen.

Toets mijn woorden, ook ik ben lerende en bewogen over hen die dicipelen willen worden in Zijn dienst.

1Sa_16:7  Doch YHVH zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar YHVH ziet het hart aan.

2Co_10:7  Ziet gij aan wat voor ogen is? Indien iemand bij zichzelven betrouwt, dat hij van Yeshua is, die denke dit wederom uit zichzelven, dat gelijkerwijs hij van Yeshua is, alzo ook wij van Yeshua zijn.

Heb_4:12  Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

Mar_7:5  Daarna vraagden Hem de Farizeen en de Schriftgeleerden: Waarom wandelen Uw discipelen niet naar de inzetting der ouden, maar eten het brood met ongewassen handen? Mar_12:35  EnYeshua antwoordde en zeide, lerende in den tempel: Hoe zeggen de Schriftgeleerden, dat de Messias een Zoon van David is?
Mar_12:38  En Hij zeide tot hen in Zijn leer: Wacht u voor de Schriftgeleerden, die daar gaarne willen wandelen in lange klederen, en gegroet zijn op de markten;

1Jn_3:24  En die Zijn geboden bewaart, blijft in Hem, en Hij in denzelven. En hieraan kennen wij, dat Hij in ons blijft, namelijk uit den Geest, Dien Hij ons gegeven heeft.
1Jn_4:13  Hieraan kennen wij, dat wij in Hem blijven, en Hij in ons, omdat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.

2Ti 1:9  Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Mashiach Yeshua voor de tijden der eeuwen; 2Ti 1:11  Waartoe ik gesteld ben een prediker, en een apostel, en een leraar der heidenen; 
2Ti 1:12  Om welke oorzaak ik ook deze dingen lijde, maar word niet beschaamd; want ik weet, Wien ik geloofd heb, en ik ben verzekerd, dat Hij machtig is, mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot dien dag. 
2Ti 1:13  Houd het voorbeeld der gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Yeshua haMasshiach is. 
2Ti 1:14  Bewaar het goede pand, dat u toebetrouwd is, door den Heiligen Geest, Die in ons woont. 

Eze 37:19  Zo spreek tot hen: Alzo zegt YHVH: Ziet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraims hand geweest is, en van de stammen Israels, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen een worden in Mijn hand. ( Op Zijn tijd en Zijn wijze)

Rom_11:36  Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.
Col_1:16  Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;

BYNC 2016 https://www.youtube.com/watch?v=3cdbc0xFRXE

BYNC 2018 https://www.youtube.com/watch?v=7KFllRRQWG0

 


Een reactie plaatsen

Women in ministry- is that biblical?

Intriguing title … Also in the messianic circuit, but it’s good to have a closer look, because Yeshua has come to restore everything. The sources I quote next to the Word confirm my thoughts. However, the Word is decisive. You may proof my thoughts. Shalom!

Kisha Gallacher says something confronting in the video below this article and that helps to put our feet in YHVH’s track instead of continuing to embrace outdated patterns, unless they have been able to stand the Hebrew “viewing test” of the Word. Hence the incentive to refer to the Word.

What does the Scripture say about it?

Women in the scriptures who taught, prophesied, served, and became leaders.

The Torah contains instructions and promised blessings that are available for men, women and children. Women are encouraged to hear for themselves, to learn, to study and to teach the scriptures as men do.

“Gather the people, men, women, and children, and your stranger that is in your gates, that they may hear, and that they learn, and fear YHVH, your Elohim, and observe every word of this law.” Deuteronomy 31:12

“And he read there in front of the street that was before the water gate, from early morning till noon, for the men and the women, and those who could understand it, and the ears of all the people were attentive to the book. of the law.” Nehemiah 8: 3

Miriam, the prophetess, the sister of Aaron, took a tambourine in her hand and all the women followed her with tambourines and dancing.” Exodus 15:20

“For I have brought you up out of the land of Egypt, and delivered you from the house of bondage, I have sent Moses, Aaron, and Miriam before you.” Micah 6: 4

“Now Deborah, a prophetess, the wife of Lappidoth, she founded Israel at that time.” Judges 4: 4

“So Hilkiah the priest, and Ahikam, and Achbor, and Shaphan, and Asaiah, went to Chulda the prophetess, the wife of Shallum the son of Tikva the son of Haras, guardian of the wardrobe (now she dwelt in Jerusalem). in the second quarter), and they talked [consulted] her and she said to them: ‘Thus says Yahweh, the Elohim of Israel’ … “2 Kings 22:14

The wife of the prophet Isaiah was also a prophetess. “I went to the prophetess, and she received and bore a son, then YHVH said to me:” Call his name “Maher Shalal Hash Baz.” “Isaiah 8: 3

Even the believers in the Scriptures in the New Testament can clearly see women in ministry: “There was an Anna, a prophetess, the daughter of Phanuel, of the tribe of Asher (she was of an advanced age, lived with a man seven years later her virginity “Luke 2:36

Women even worked together with the apostle Paul:
“Yes, I beg you also, true partner, to help these women, for they cooperated with me in the good news [the gospel], with Clement also, and the rest of my colleagues, whose names are in the book of life. . “Philippians 4: 3

“And I commend you to Phebe our sister, being a servant of the assembly who is in Cenchrea” Romans 16: 1

“Now this man had four virgin daughters who prophesied.” Acts 21: 9

We now know that many righteous women in the Renewed Testament served as disciples, but because the translators set the names differently and the established order in church and state was determined by men, the general assumption has been extended to the present date that it was only for male brothers. intended to take all these positions.

Unusual in those days  women were equal to children and slaves: Luk 8 : 1-3 And it came to pass after this, that he journeyed from one city to the other, preaching and preaching the gospel of the kingdom of God; and the twelve were with him;
Luke 8: 2 And certain women, who were healed of evil spirits and infirmities, even Mary called Magdalen, of whom seven devils went out;
Luk 8: 3 And Joanna, the wife of Chusas, the steward of Herod, and Susanna, and many others that ministered unto him of her property.

Mar 15:40 And there were also women, beholding this from afar, among whom was Mary Magdalene, and Mary the mother of James, the little one, and Joses, and Salome;
Mar 15:41 Which also, when he was in Galilee, followed him, and served him; and many other women who had come up with him to Jerusalem.

Is not a prophet or prophetess someone who share the Scriptures?

Nine of the eighteen names in the last chapter Romans are women:

Rom 16: 1 I command you Febe our sister, who is a servant of the church in Kenchrene;
Romans 16: 2 That ye may receive her in Elohim, as befits the saints, and assist her in whatever matter she may have to do to thee; for she has been a supporter of many, also of myself.
Romans 16: 3 Salute Priscilla and Aquila, my associates in Yeshua haMasshiach;
Romans 16: 4 Who have made their necks for my life; who not only thank me, but also all the churches of the Gentiles.

Romans 16: 5 Also greet the church in their house. Greet Epenetus, my beloved, who is the firstfruits of Achaia in Yeshua.
Rom 16: 6 Salute Mary, who has labored a lot for us.Rom 16: 7 Salute Andronikus and Junias, my stomachs, and my fellow prisoners, who are famous among the apostles, who were also in Christ for me.
Rom 16: 8 Regards Amplias, my beloved in the Lord.
Rom 16: 9 Greet Urbanus, our fellow worker in Yeshua, and Stachys, my beloved.
Rom 16:10 Regards Apelles, who has been tried in Yeshua. Greet them that are of the family of Aristobulus.
Rom 16:11 Greet Herodion, who is my kinsman. Greet them that are of the household of Narcissus, who are in the Lord.
Rom 16:12 Salute Tryphena and Tryphosa, women who work in the Lord. Greet Persis, the beloved sister, who labored much in the Lord. Rom 16:13 Greet Rufus, the chosen in the Lord, and his mother, and mine.
Rom 16:14 Greet Asynkritus, Flegon, Hermas, Patrobas, Hermes, and the brethren that are with them. Rom 16:15 Salute Philologus and Julia, Nereus and his sister, and Olympas, and all the saints who are with them.
Rom 16:16 Salute one another with a holy kiss. The churches of Yeshua salute you.-
Rom 16:17 And I beseech you, brethren, take heed to those who cause divisions and vexations against the doctrine which ye have taught of us; and depart from them.
Rom 16:18 For such do not serve our Yeshua haMasshiach, but their belly; and seduce by preaching and praising the hearts of the simple.
Rom 16:19 For your obedience has come to the knowledge of all. I then rejoice over you; and I want you to be wise in good, but silly in evil.
Rom 16:20 And the Elohim of peace will soon crush Satan under your feet. The mercy of our Yeshua be with you. Amen.
Rom 16:21 Greetings to you, Timothy, my fellow worker, and Lucius, and Jason, and Socipater, my kinsmen.
Rom 16:22 I, Tertius, who wrote the letter, greet you in Elohim.
Rom 16:23 U greeting Gaius, the house of mine and of the whole Church. You greet Erastus, the steward of the city, and the brother Quartus.
Rom 16:24 The grace of our Yeshua haMasshaiach be with you all. Amen.
Rom 16:25 Now to Him who is able to confirm you, according to my gospel and the preaching of Yeshua haMasshiach, according to the revelation of the mystery which has been hidden from the times of ages,
Romans 16:26 But now it is revealed and by the prophetic Scriptures, according to the commandment of the eternal God, to obedience of faith, was made known among all the Gentiles,
Romans 16:27 Let only the selves know Elohim by Yeshua haMasshiach glory forever. Amen.
Video
A Dutch article to study:
 
From archive in Dutch and English:


2 reacties

Onderdeel van Yosefs lijden

In het ontwaken van wie wij zijn, wij die veelal afkomstig zijn uit christelijke kringen met al hun kleurige denominaties, kost het enkele ervaringen en tijd om te gaan beseffen dat we het gedrag moeten gaan krijgen van liefde kracht en bezonnenheid. Het is de tijd nog niet van wat wij op de berg van de eerste liefde in de verte zagen.

In de praktijk duurt het meestal een flinke tijd vóór wij van “gelovigen uit de heidenen” beseffen dat wij behoren tot die menigte van volkeren, waarvan de profeten spraken. Nee, waarvan de Vader sprak! De nazaten van Israel, die vermengd werd met de omliggende volkeren en op zekere tijd zouden terugkeren van Lo-Ammi naar Ammi (Juda heeft nimmer zijn naam en identiteit verloren).

Het is een feit dat wanneer wij ons nog “gelovigen uit de heidenen” voelen, wij dat specifieke zicht missen, wat verbonden is met het uitstappen in de roeping van Yosef/Efraïm. Het daarom vaak dat de ene “groep” de andere niet verstaat. maar als we weten dat aan elke staat op onze wandeling een toerustingspakket verbonden is, wordt het duidelijker te begrijpen waarom er regelmatig frictie is.

En wát dan, als men gaat uitstappen en handelen naar de roeping die men omhelst, wat komt er dán? Reiniging van overhaaste conclusies en emoties. Boven op de berg ten tijde van de eerste liefde leek de eindbestemming binnen handbereik, maar in het dal aangekomen, lijkt het zicht verloren. De Ammireiziger  gaat op pad met de belofte in het hart. De vreugde van de vondst blijft de wandelaar bij tijden opvrolijken, maar het meeste wat zich verdiept is het geloof en het ervaren van de Maker in tijden van diepe eenzaamheid.

Want er komen teleurstellingen en dan moet er bijgesteld worden. Dat klinkt logisch, maar diepe emoties zijn niet zo simpel weg te leggen. Wat doe je met het ervaren dat je Yosef bent en in de profetiën leest dat de Vader ons zal laten naderen tot Juda? En dat zij te samen zullen gaan wonen in het land van hun voorvaderen? Dat zagen we op de berg in de eerste liefde, maar is het nu al mógelijk?

Onlangs las ik een relaas van iemand die precies ervoer wat ik hier beschrijf, maar net als Yosef in vroeger tijd, wel de dromen/beloften had ervaren, maar pas door lijden tot op het bot, op een geheel andere wijze mocht gaan worden, waarvoor hij was bestemd.

De persoon, laat ik hem John noemen, besefte wie hij was en verhuisde met zijn gezin naar Israel in dienende houding, maar van het naderen zoals hij dat in de belofte zag, was in de werkelijkheid nauwelijks sprake. John herkende zijn broers wel, maar zijn broers hem niet. Vanuit de geschiedenis weten we dat Yosef niet herkend werd, terwijl hij hen wel kende  zie  Gen 42:8  “Yozef dan kende zijn broederen; maar zij kenden hem niet.” John heeft vele gesprekken gehad, maar nader kwam hij niet. Wel heeft hij ervaren dat hij in die tijd besefte dat hij, wilde hij tot hen behoren. Yeshua los moest gaan laten  en hij had júist door Yeshua zijn identiteit verkregen. John keerde terug met de ervaring dat het lijden van Yosef oa te maken heeft met  de scheiding. Die ervaring was erg pijnlijk omdat hij met alle nederigheid, vriendelijkheid en dienende houding niet bereikte wat hij oprecht voor ogen had. Zijn Redder werd een steeds groter struikelblok tussen hem en zijn broers en daarom keerde hij terug in ballingschap. Het Woord zegt dat veel wijsheid met veel verdriet gepaard gaat.

Prediker 1:18: ’Want in veel wijsheid ligt veel verdriet en als iemand kennis vermeerdert, vermeerdert hij smart.

John is terug in de natiën, maar zijn liefde tot Juda is niet gebroken, integendeel, het heeft zich verdiept. Ook heeft Yeshua de rechtmatige plaats in zijn leven behouden. John ziet als een van de weinigen uit eigen ervaring dat de Vader het naderen zal doen op Zijn tijd en wijze.Mogen wij hieruit lering trekken!

Onze opdracht bestaat hierin, dat wij eerstens als Yosef/Efraïm Zijn aangezicht zoeken en Hem vragen welk part wij mogen uitdragen en op welke wijze.

Zijn Woord zal niet ledig weerkeren Jesaja 55:11. Zie hoe Yeshua’s lijden omgezet werd in zulk een groot reddingsplan. Zo ook onze teleurstellingen, pijn en moeiten, wanneer wij het mogen zien als toelating in het grote heilsplan, waarvan de Vader de uitkomst weet.

Wij zijn nog geen natie, daarom herkennen onze broers ons nog niet,uitgezonderd een paar enkelingen. Wij kunnen het hen niet kwalijk nemen, eerder hen ervoor danken. Het is gewoon een teken dat de natie van Yosef nog geen fysiek feit is. Het waren houten( symbool voor levende bomen) wat Ezechiël naar elkaar moest brengen. Dus dat zijn geen losse individuën, maar twee stuks van het hele volk. Tot dan leert Hij ons in ons eigen kamp.

Laten wij daarom trachten onze liefde tot onze broers uit te dragen, die onze Vader welbehagelijk is. Dat vraagt met hulp van Hem bijzondere beheersing. Maar Hij zal het leiden, als wij erom vragen. En als wij dat specifieke verlangen,waarvoor wij zulk een diep gevoelen hebben, voor het herstel van Davids Sukka aan Hem kenbaar maken, zal Hij horen.

Is daar Yom Kippur, Yom Kippurim, niet een uitstekende dag voor?

Genesis 42-45; Ezechiel 36,37; Jeremia 31; Amos 9; Hosea; Ezra9:7; Rom 9-11; Efeze 2; Op 1:6

Baruch ata YHVH!


4 reacties

Bewustworden is naderen

Onlangs viel mijn oog op het laatste gedeelte in Romeinen 7. Verfrist na een weekend in België bij vrienden, alwaar we samen spraken over ditzelfde begrip, bleef het bij mij, zodat ik eruit meen te begrijpen dat het goed is het te verwoorden.

Rom 7:4  Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Yeshua, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden. 

De zonde te toe te laten, worden wij gewaar van de wet en de gevolgen van de zonde inclusief de conditie ervan. Door Yeshua’s verlossingswerk werd de wet der zonde en dood teniet gedaan. Daardoor ontstond de gelegenheid om bij Hem te gaan behoren, mits we Zijn voorwaarden aanvaarden.

Rom 7:5  Want toen wij in het vlees waren, wrochten de bewegingen der zonden, die door de wet zijn, in onze leden, om den dood vruchten te dragen. 

Bovenstaand vers beschrijft exact onze staat zonder Yeshua’s inwoning in onze geest.

Rom 7:6  Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter. 

Vrijgemaakt zijn van de wet der zonde en dood, kan alleen, wanneer Zijn Geest in ons woont. Vooraf aan deze inwoning, stierven wij aan onze zondige staat. Eigenlijk te groots voor woorden dat wij vóór Zijn inwoning leefden vanuit onszelf en erna “in nieuwigheid des geestes” daarbij en ernaast onze natuur met ons.

Rom 7:7  Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat zij verre. Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren. 

Erg mooi dat Paulus uitlegt dat de wet op zich, die ons bewust maakt dat zonde zonde is, niet verkeerd is, maar juist perfect. Voor de bewustwording van de wet, kende Paulus de zonde niet als zonde. Hij beschrijft zijn inzicht over het begrip “begeren” voor en na de kennis van de wet.

Rom 7:8  Maar de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeerlijkheid gewrocht; want zonder de wet is de zonde dood. 

“zonder de wet is de zonde dood…” Zonder de wet, die door de inwoning van YHVH’s Geest levend wordt ten gunste, leidt de zonde tot de dood, daar we zonder Zijn Geest niets hebben om op terug te vallen. Zou dat waar zijn? Als ik naar het volgende vers kijk…

Rom 7:9  En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven. 

Met andere woorden hetzelfde herhalen. Zónder de bewustwording ten gevolge van Zijn inwoning zouden we absoluut richting de dood gaan. Dus het gebod wordt niet levend tenzij Hij ons eerstens redt en levend maakt in onsze geest. Dat geeft weer dat de staat van onze geest waarin we eertijds waren, slapend was. En we worden niet eerder levend in onze geest dan wanneer we eerstens aan onze vorige staat gestorven zijn. Gestorven wil hier zeggen dat het oude voorbij ging en het nieuwe kwam. Een overstappen. Doet dat niet denken aan onze vader Abraham die een hebreeër was en overstapte? 

Rom 7:10  En het gebod, dat ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden. 
Rom 7:11  Want de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft mij verleid, en door hetzelve gedood. 

In deze verzen beschrijft Paulus dat door zonde, die hij deed, hij ervaart dat het gebod ten leven hem voorgehouden wordt en hem doet inzien dat wanneer hij zich niet bekeert, datzelfde gebod aangeeft dat er geen doorgang mogelijk is, klopt dat?

Rom 7:12  Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed. 

Absoluut waar. Daarnaast is de wet niet ver boven ons en niet achter ons, zoals Mozes beschrijft in Deuteronomium 30:11  Want ditzelve gebod, hetwelk ik u heden gebiede, dat is van u niet verborgen, en dat is niet verre. 
Deu 30:12  Het is niet in den hemel, om te zeggen: Wie zal voor ons ten hemel varen, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen? 
Deu 30:13  Het is ook niet op gene zijde der zee, om te zeggen: Wie zal voor ons overvaren aan gene zijde der zee, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen? 
Deu 30:14  Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond, en in uw hart, om dat te doen. 

Rom 7:13  Is dan het goede mij de dood geworden? Dat zij verre. Maar de zonde is mij de dood geworden; opdat zij zou openbaar worden zonde te zijn; werkende mij door het goede den dood; opdat de zonde boven mate wierd zondigende door het gebod. 

Door deze verzen met aandacht te lezen, ontdekken we dat Paulus een manier van uitleggen heeft, die we in onze over het algemeen westers griekse mindset wellicht wat overvloedig vinden. Er is echter een beter effect van inprenting bij het herhalen van een onderwerp, zeker een onderwerp als deze! Paulus vervolgt en herhaalt dat de zonde dood geworden is, krachteloos gemaakt, door zijn wedergeboren staat. Zodat de wet ten leven de zonde openbaar maakt dwz Paulus zich ervan bewust geworden is en ermee kan afrekenen. en dit is mogelijk door de nieuwe staat van Paulus. Dat legt hij aan ons uit.Onderstaande verzen beschrijven een strijd tussen zijn zondeloze geest en zijn natuur. Ervaren wij dat ook zo?

Rom 7:14  Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. 
Rom 7:15  Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik. 
Rom 7:16  En indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is. 
Rom 7:17  Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 
Rom 7:18  Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet. 
Rom 7:19  Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. 

Nu we weten dat onze geest die met Hem is, de zonde niet doet, maar de natuur van ons, zwak is, precies zoals Paulus verhaalt van zichzelf. Zoals onderstaand vers exact verhaalt:

Rom 7:20  Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 

Erg versterkend vind ik onderstaande verzen, daar zij precies beschrijven, waar ik mij eveneens en vele anderen met mij, bewust van geworden zijn.

Rom 7:21  Zo vind ik dan deze wet in mij; als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt. 
Rom 7:22  Want ik heb een vermaak in de wet YHVH’s, naar den inwendigen mens; 

Naar de inwendig mens, dat is onze geest. De uitwendige mens, dat is onze natuur.

Rom 7:23  Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is. Rom 7:24  Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? 

Met de strijd in onze leden, komt ook de oplossing dichterbij, want Hij nadert tot ons als wij tot Hem naderen en gehoor geven om ons om te draaien, weg te draaien van datgene wat ons verwijdert van de Vader.

Rom 7:25  Ik dank Elohim, door Yeshua haMasshiach , onzen Meester. 
Rom 7:26  Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde. 

Belijden van hetgeen ons in de weg staat, zal vergeving brengen en onze geest in vrijheid stellen. alhoewel onze geest niet zondigt, wordt zij door de zonde wel afgeremd om over het vlees koning te zijn. We worden door zaken als hierboven beschreven, gevormd om zelf de strijd aan te gaan, te overwinnen en Hem de eer te geven. Onderwijl kunnen we anderen bemoedigen hetzelfde te doen.

Deze maand is de maand Elul. In de najaarsfeesten zullen we Hem weer ontmoeten. Hij is dáár! Samen naderen totdat de hereniging in veelvoud een feit is.

Alle eer aan Hem.

Shema Yisrael YHVH Eloheinu YHVH Echad