Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Eer zij roepen…

Bewust werd ik van een apart gevoel van leegte, waarschijnlijk vanwege de zorg betreffende het gehele huis van Israel ,wat maakte dat ik alert werd om te zoeken waarom en eruit om een reden te vinden.

Het is verdrietig en ontmoedigend te constateren, dat men de roeping niet ijverig uitvoeren wil, maar veelal blijft zitten in tenten, waar niet opgeroepen wordt op uit te gaan om de goede boodschap te brengen. In de tenten waar ik op doel, wil men de tent vol krijgen in plaats van dicipelen op te leiden om hen uit te zenden.

De constatering komt niet voort uit het zoeken van spijkers op laag water…Integendeel, ik zoek bouwers die mee willen bouwen met de mogelijkheden die Abba YHVH aan hen gegeven heeft. Zodat er een familie komt en uit deze andere families en dezen samen een natie van familie gaat vormen met maar één doel,namelijk alles willen inzetten om dat Licht niet te laten doven.

Maar zoals een dierbare broer uit het Judeese terecht constateerde, zijn er heel weinigen die de fakkel oppakken willen en uitstappen.

Er zijn zoveel excuses en bronnen om te raadplegen in plaats van transparant durven te worden en in de afzondering Zijn Stem boven alle andere stemmen te willen gaan verstaan. Het doet me denken aan de mensen die uitgingen om de genodigden te roepen voor de bruiloft, maar er was steeds een excuus:   Mat 22:3  En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen. 
Mat 22:4  Wederom zond hij andere dienstknechten uit, zeggende: Zegt den genoden: Ziet, ik heb mijn middagmaal bereid; mijn ossen, en de gemeste beesten zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed; komt tot de bruiloft. 
Mat 22:5  Maar zij, zulks niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap. 

Hos_7:8  Efraim, die verwart zich met de volken; Efraim is een koek, die niet is omgekeerd.

In die zwaarte die mij beving, kreeg ik onderstaande woorden in gedachten en zocht ze op:

Isa 50:10  Wie is er onder ulieden, die den HEERE vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam des HEEREN, en steune op zijn God. 

Als hij in duisternissen wandelt…niet weet welke kant op….dat hij betrouwe op de Naam van YHVH en steune op Zijn Elohim.Betrouwen kan het beste vanuit eerdere ervaringen en steunen ook. De herinneringen omhoog halen toen Hij er was en uitkomst bood. Dat kan de ziel rust geven, als de duisternissen niet direct opklaren. Abba Vader kan dat toelaten om ons te oefenen of om een nadere openbaring te geven.

Met dat ik de woorden uit Jesaja 50 ontving, kreeg ik een link onder ogen met de titel “The mystery of the Menorah,waarin de uitleg kwam over de zeven lichten van de menorah die de zeven functies van YHVH’s Geest beschreven.En deze functies rusten op Yeshua. Dát wordt beschreven in Jesaja 11:               Isa 11:1  Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isai, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen. 
Isa 11:2  En op Hem zal de Geest des HEEREN rusten, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des HEEREN. 

Zeven!

De Geest van YHVH, de Geest der wijsheid, de Geest des verstands, de Geest des raads, de Geest der sterkte, de Geest der kennis en de Geest der vreze van YHVH.

Het licht van deze informatie schoof de zwaarte van de plaats en begon m’n hart te vervullen met kracht, voordat ik überhaupt de gehele uitleg had gehoord. Het weten dat het geschreven Woord van YHVH alleen al op dit onderwerp van de menorah en de zeven geesten te vinden is, was al genoeg om de zwaarte te verdrijven. Zeer waarschijnlijk gaat de de Ruach haKodesh iets openbaren wat van groot belang is voor Vaders huidige dicipelen, die trouw willen blijven aan Zijn Woord en Zijn Geest (Ps 25).

Wat ik vermoedde,blijkt dus ook. Het is van belang dat we ontwaken, opstaan en er naar gaan handelen.

Door Yeshua hebben wij die Geest in ons en Efeze 4:30 geeft aan dat wij die Geest niet moeten bedroeven met welke wij verzegeld zijn. Steven legt uit dat als wij Hem bedroeven, maar lang genoeg weerstaan, wij het risico lopen die Geest in ons uit te doven. 

 1Th 5:19  Blust den Geest niet uit. 

Zoals Aäron en zijn zonen ervoor moesten zorgen dat de menorah bleef branden, zo dienen wij, als “vernieuwdverbondpriesters” naar het licht van de Geest te neigen. Nog veel meer legt Steven uit en mijn belangstelling is gewekt.

Bouwen kunnen we alleen als we bereid zijn onze geschonken functies in gang te zetten, zeker nu het nog dag is.

Eer zij roepen:                                                                                                                                                                        Isa 65:24  En het zal geschieden, eer zij roepen, zo zal Ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen.                                                                                                                                                                                       Die woorden zijn vandaag opnieuw van kracht geweest, ik ga mij laven om toegerust weer uit te mogen gaan waar Hij mij wijst.

Om deze video met een Nederlandse ondertiteling te krijgen, dient u naar het icoontje te gaan om de ondertiteling te activeren. dan gaat de Engelse ondertiteling van start. Het ernaast gelegen sterretje geeft bij een klik erop aan,dat de Engelse aanstaat. Dan klikt u op het woord Ondertiteling, waarna u een keuze krijgt uit diverse talen. U klikt de taal van uw keuze aan die direct daarop af gaat spelen. De hele uitleg is goed in het Nederlands te volgen.


Een reactie plaatsen

Geef des keizers…..

Afgelopen week had ik een gesprek en hoorde mezelf de woorden zeggen dat toen Yeshua de volgende woorden sprak, Hij 1 Samuel 8 zeker wel wist : “Geef des keizers wat des keizers is en Gode dan wat Gods is”- Markus 12:17

1Sa 8:1  Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel. 
1Sa 8:2  De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba. 
1Sa 8:3  Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht. 
1Sa 8:4  Toen vergaderden zich alle oudsten van Israel, en zij kwamen tot Samuel te Rama; 
1Sa 8:5  En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben. 
1Sa 8:6  Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad den HEERE aan. 

1Sa 8:7  Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn. 
1Sa 8:8  Naar de werken, die zij gedaan hebben, van dien dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op dezen dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; alzo doen zij u ook. 
1Sa 8:9  Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal. 


1Sa 8:10  Samuel nu zeide al de woorden des HEEREN het volk aan, hetwelk een koning van hem begeerde. 
1Sa 8:11  En zeide: Dit zal des konings wijze zijn, die over u regeren zal: hij zal uw zonen nemen, dat hij hen zich stelle tot zijn wagen, en tot zijn ruiteren, dat zij voor zijn wagen henen lopen; 
1Sa 8:12  En dat hij hen zich stelle tot oversten der duizenden, en tot oversten der vijftigen; en dat zij zijn akker ploegen, en dat zij zijn oogst oogsten, en dat zij zijn krijgswapenen maken, mitsgaders zijn wapentuig. 
1Sa 8:13  En uw dochteren zal hij nemen tot apothekeressen, en tot keukenmaagden, en tot baksters. 
1Sa 8:14  En uw akkers, en uw wijngaarden, en uw olijfgaarden, die de beste zijn, zal hij nemen, en zal ze aan zijn knechten geven. 
1Sa 8:15  En uw zaad, en uw wijngaarden zal hij vertienen, en hij zal ze aan zijn hovelingen, en aan zijn knechten geven. 
1Sa 8:16  En hij zal uw knechten, en uw dienstmaagden, en uw beste jongelingen, en uw ezelen nemen, en hij zal zijn werk daarmede doen. 
1Sa 8:17  Hij zal uw kudden vertienen; en gij zult hem tot knechten zijn. 


1Sa 8:18  Gij zult wel te dien dage roepen, vanwege uw koning, dien gij u zult verkoren hebben, maar YHVH/de HEERE zal u te dien dage niet verhoren. 


1Sa 8:19  Doch het volk weigerde Samuels stem te horen; en zij zeiden: Neen, maar er zal een koning over ons zijn. 
1Sa 8:20  En wij zullen ook zijn gelijk al de volken; en onze koning zal ons richten, en hij zal voor onze aangezichten uitgaan, en hij zal onze krijgen voeren. 
1Sa 8:21  Als Samuel al de woorden des volks gehoord had, zo sprak hij dezelve voor de oren des HEEREN. 
1Sa 8:22  De HEERE nu zeide tot Samuel: Hoor naar hun stem, en stel hun een koning. Toen zeide Samuel tot de mannen van Israel: Gaat heen, een iegelijk naar zijn stad. 

Bovengenoemd hoofdstuk heeft mij bewust gemaakt van die keuze destijds. Kunnen wij hier iets uit leren? Wat is Vaders wil? Zijn wij bereid het te verstaan?

Ingesloten vind u een ingezonden stuk over dit onderwerp. Belangrijk is om zelf na te lezen en na te denken om tot een eigen inzicht te komen.

Romeinen 13 Gezagdragers-2-1

Alle eer aan Hem Die ons leiden wil in alle waarheid.


Een reactie plaatsen

Ware honger

Isa_55:2  Waarom weegt gijlieden geld uit voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan? Hoort aandachtiglijk naar Mij, en eet het goede, en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen.

Bovenstaande woorden kwamen in mijn gedachten toen ik dacht aan velen die om wat voor reden dan ook blijven op plaatsen en onder gehoren waar zij niet groeien, omdat menselijke redenen d zuiverheid vervangen hebben door iets wat er op lijkt maar niet is. Ik vind het verdrietig voor degenen die niet groeien en vind het een hard gelag geduld op te brengen voor degenen die de mix opdienen. Natuurlijk zie ik dat vanuit mijn ervaringen en mijn gezichtsveld, maar toch is het algemeen zo dat mensen die ergens onder schuilen mij veelal wel vaak hetzelfde vertellen, dat ze zo hopen dat er n frisse wind gaat waaien.

Omdat wij mensen allen verantwoordelijk zijn voor ons eigen straatje, denk ik dat Abba YHVH van ons persoonlijk vraagt om ook iets te doen wanneer er geen schot in zit.

Hoopvolle woorden lees ik in Amos 8:11…

Een zegen,dat YHVH Zelf een honger zal gaan zenden om de woorden van YHVH te horen. Openbaring door Zijn Geest.

Amo 8:11  Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere HEERE, dat Ik een honger in het land zal zenden; niet een honger naar brood, noch dorst naar water, maar om te horen de woorden des HEEREN/YHVH.

Bedenk wel dat de honger gepaard gaat ongemak om hen te ontwaken die tot dan toe met voedsel genoegen namen die niet voedde.

Joh 6:48  Ik ben het Brood des levens. 
Joh 6:49  Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven. 
Joh 6:50  Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve. 
Joh 6:51  Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld. 

Waar dit Brood niet zuiver wordt opgediend, zal geen groei, geen ontwikkeling en geen vrucht aanwezig zijn. velen die Vaders Stem vernamen, gingen uit het midden van hen om te vernemen wat Hij te zeggen had, omdat zij de overtuiging ervoeren om het alleen van Hem te ontvangen. Om een Stem zuiver te verstaan is stilte nodig. De leringen van anderen zuiver en grondig durven te toetsen en zonodig ver weg doen.Afzonderen om zuiver van oor te worden.

Joh 14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb. 
Joh 14:27  Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd. 
Joh 14:28  Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb: Ik ga heen, en kom weder tot u. Indien gij Mij liefhadt, zo zoudt gij u verblijden, omdat Ik gezegd heb: Ik ga heen tot den Vader; want Mijn Vader is meerder dan Ik. 
Joh 14:29  En nu heb Ik het u gezegd, eer het geschied is; opdat, wanneer het geschied zal zijn, gij geloven moogt. 
Joh 14:30  Ik zal niet meer veel met u spreken; want de overste dezer wereld komt, en heeft aan Mij niets. 
Joh 14:31  Maar opdat de wereld wete, dat Ik den Vader liefheb, en alzo doe, gelijkerwijs Mij de Vader geboden heeft. Staat op, laat ons van hier gaan. 

Staat op, laat ons van hier gaan.


Een reactie plaatsen

Herstel van binnenuit

Nadenkend over de gedachten die ik geregeld heb en gesprekken, brachten verbinding aan het licht en het onderwerp is kort samen te vatten: familie worden onder bijbelse voorwaarden om de wereld te tonen dat Yeshua leeft en herstel brengt.

Heb 4:12  Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten. 
Heb 4:13  En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben. 
Heb 4:14  Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden. 
Heb 4:15  Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde. 
Heb 4:16  Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd. 

Het Levende Woord gaat door tot de verdeling der ziel, des geestes, der samenvoegselen en des mergs en er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; alle dingen zijn transparant en geopend voor Desgenen met wie wij te doen hebben…

Toen ik enkele jaren geleden door een ingrijpende ervaring ging zoeken naar de schriftuurljke betekenis van man en vrouw in het huwelijk en daarbuiten, werd mij een schat aan kostbare informatie getoond die ik tot dan toe niet ontdekt had. Het bracht mij bij het fundament van waaruit Abba Vader familie is gaan scheppen als een vreugde voor Zijn Aangezicht en een zegen voor het nageslacht.

Wetende dat het Levende Woord, Yeshua is immers dat Levende Woord en het Levende Woord is Yeshua, ook wel bekend met de naam Jezus, alles heeft tesamen met de Geest der Heiligheid om ons tot volkomen herstel te brengen, maakt dat ik blijf graven in het Woord dat Leven heeft en geeft.

Wanneer wij kinderen van de Allerhoogste genoemd worden, is Hij Vader geworden..Dat is niet een theoretische functie. Neen, met dat woord Vader/ Abba en de functie opent zich een scala aan vernieuwingen, die wij met beide handen mogen aangrijpen. Het betekent ook dat wij transparant moeten durven zijn om Zijn Levenskracht door onze ziel, geest, samenvoegselen en merg te laten schijnen en het zo durven te benoemen hoe Hij het verwoord en niet hoe wij denken dat het is. In het verschil tussen het toelaten dat Hij het mag verwoorden en hoe wijzelf denken dat het is, ligt overgave aan Hem tegenovergesteld aan het vasthouden van onze eigen niet door Hem gezuiverde verstand. Openbaring contra verstandelijke kennis.

Pakken we deze beschrijving en passen we deze toe bij het begin van de familie, het huwelijk tussen een man en vrouw, dan ligt daar een werkgebied klaar om af te vinken.

Wat verstaan wij onder de bijbelse rollen van man en vrouw? Wat had de Vader van oorsprong bedoeld voor beiden? En wat heeft Yeshua aan vernieuwing gebracht inzake het huwelijk?

Met het volledige herstel van het huwelijk tussen man en vrouw, waarin leringen doctrines, aannames, culturele tradities tot dan toe hebben meegelift en aan de kant gezet gaan worden door Zijn openbarende wijsheid die van boven is, heeft Abba Vader op het oog dat het individualisme overgaat in het vormen van een volk volgens Zijn voorwaarden.

Deze herstelde huwelijken zullen hand in eigen boezem durven steken en de kinderen die zij hebben of nog ontvangen zullen, van rijke levenslessen voorzien, zodat dat vormende niet ophoudt bij de ouders.

Het herstel kan niet zonder de openbaring van Vaders Geest (Heilige Geest) over de verborgenheden inzake het huwelijk en familieleven, die wij overvloedig vinden in het geschreven Woord.

Abba YHVH laat moeilijkheden toe die lijden ten gevolg hebben, soms is dit van zonde en soms is dit om Zijns Naams wil.Maar alle lijden heeft een doel. Ziende op onze Leidsman Yeshua,  Heb 12:2  Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Yeshua, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God. 
Heb 12:3  Want aanmerkt Dezen, Die zodanig een tegenspreken van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet verflauwt en bezwijkt in uw zielen. 

Niet iedereen hoeft hetzelfde lijden door te maken, maar het is een uitgemaakte zaak dat er zonder volledig herstel geen volk gevormd kan worden, waarin Hij daadwerkelijk kan wonen. Destijds was er veel nodig om de kinderen israels ervan te overtuigen dat zij geen losse individuen waren, maar een samenvolk.

Zo ook wij heden ten dage..wij zijn niet van die en die gemeente…lees maar wat er staat:

1Co 3:4  Want als de een zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van Apollos; zijt gij niet vleselijk? 
1Co 3:5  Wie is dan Paulus, en wie is Apollos, anders dan dienaars, door welke gij geloofd hebt, en dat, gelijk de Heere aan een iegelijk gegeven heeft? 
1Co 3:6  Ik heb geplant, Apollos heeft nat gemaakt; maar Elohim heeft den wasdom gegeven. 
1Co 3:7  Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die den wasdom geeft. 
1Co 3:8  En die plant, en die nat maakt, zijn een; maar een iegelijk zal zijn loon ontvangen naar zijn arbeid. 
1Co 3:9  Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij. 

De afgelopen tijd heb ik geregeld vernomen dat de huidige vorm van gemeente zijn, niet de gemeente is die Abba YHVH voor ogen staat, maar een huisgezelschap en dat raakte mij omdat wij dat huisgezelschap als een familiegebeuren ervaren, waarin daadwerkelijk tot uiting komt, wat er staat in

Gal 3:28  Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Yeshua de Messias. 

Dan komen we bij rol tussen man en vrouw in hun relatie en dan wil ik nadrukkelijk stellen, dat we moeten lezen wat er staat en niet wat we denken, aangenomen hebben van anderen, compromissen gemaakt met de gangbare tradities in de omgeving waar we verblijven, maar lezen met een hart dat geleid wordt door de wijsheid die van boven is en alleen maar tot uiting kan komen via de Geest der Heiligheid:

Eph 5:22  Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan den Heere; 
Eph 5:23  Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams. 
Eph 5:24  Daarom, gelijk de Gemeente aan Christus onderdanig is, alzo ook de vrouwen aan haar eigen mannen in alles. 
Eph 5:25  Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven; 

Het gebeurt veelvuldig dat men bij het woord onderdanig denkt aan een scala van menselijke uitleggingen, die bij nader inzien het onderspit moeten delven, omdat het Woord iets anders bedoelt.

We gaan hele maal terug naar de hof van Eden waar YHVH zowel Adam als Chava beiden een afzonderlijke taak geeft en aan beiden de autoriteit geeft.In Genesis 2:18 beschrijft YHVH dat Adam een hulp krijgt. Dat louter alle menselijke uitleg hier veelal de mist ingaat, valt met de grondbetekenis van het woord “Hulp” H5828 
עֵזֶר
‛êzer
ay’-zer
From H5826; aid: – help.

Datzelfde woord wordt eveneens genoemd in Psalm 121 waar we de bekende woorden lezen en bezingen dat YHVH diezelfde hulp geeft en dat verbindt zich mijns inziens weer met dat de Heilige Geest de vrouw terzijde staat in haar functie,zoals dezelfde Heilige Geest de hulp biedt inde beschrijving van psalm 121. Wat we ook mee moeten nemen in de gedachtengang is dat het in concept al met de vrouw meegegeven is, dus ze verwerft of verdient het niet. Het komt tot volledig doel wanneer zij belijdt dat Yeshua/Jezus haar Redder is en ermee aan de slag gaat. Dan wordt het ezer in actie. Shema. Horen en doen.

Maar we zijn nog niet klaar… Ze wordt een hulpe als tegenover Adam (vers 18) en wat betekent dát?
נֶגֶד
neged
neh’-ghed
From H5046; a front, that is, part opposite; specifically a counterpart, or mate 

Als tegenover beschrijft een gelijke, niet mindere en dat bevestigt opnieuw dat zij beiden Adam en Chava de autoriteit hadden,getuige de volgende woorden:

Gen 1:26  En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. 
Gen 1:27  En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze. 

Elohim zeide: Ons beeld, dat zij heerschappij hebben (meervoud, geen enkelvoud) over de dieren en de aarde. Naar het beeld van Elohim werden zij beiden geschapen….

Maar hoe moeten we dat vaak verkeerd uitgelegde woord “onderdanig” zien?

Eph 5:22  Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan den Heere; 

Oorsprong was dat een zondeloze Adam het voorbeeld droeg van wat de Vader aan Hem opgedragen had en Chava stemde daar volkomen mee in, omdat zij een hulpe was overeenkomstig Vaders hulp (ps 121). Zij hadden beiden heerschappij in verschillende rollen. Hij om YHVH’s voorbeeld te zijn en zij om daarmee in te stemmen (eenswillens). Adam als hoofd is hetzelfde als Yeshua voor Zijn Bruid en mag Zijn Bruid haar talenten niet uitwerken. maar in een slaafse houding stilzijn?

Door aannames, tradities, verkeerd verstaan en zonde is ons zicht troebel geraakt en dat terwijl Yeshua zolang geleden al is opgestaan zodat het evangelie van het komende koninkrijk de weg kon banen.

Yeshua is gekomen zodat wij in voortschrijdend inzicht openbaringskennis ontvangen en de louter menselijke aanname slechten zullen.

Het woord hoofd betekent bescherming. Onder de bescherming mogen opbloeien en vrucht dragen. Yeshua is beschermend, opofferend en geeft alle ruimte binnen de voorwaarden om veel vrucht te dragen. Zo zal de rechtvaardige man ( Gen 1:27 Zakar) in dezelfde houding voor zijn vrouw zijn en zij zal zijn bescherming beamen. hem helpen waar nodig, niet in slaafse maar bewust gedrag, wetende van haar kwaliteiten die zij van de Vader ontving.

Genesis 1:27

man <02145>

02145 rkz zakar, zn, bn

van 02142 TWOT-551e

zich herinneren, in herinnering brengen, oproepen
1a) (Qal) zich herinneren, herinneren
1b) (Niphal) in herinnering gebracht worden, herinnerd worden
1c) (Hiphil)
1c1) doen herinneren, herinneren
1c2) in herinnering bewaren, blijven herinneren
1c3) ter sprake brengen
1c4) vermelden
1c5) een gedenkteken oprichten, in de herinnering oproepen

Zij zal zelfs tegenstaan als haar man van het pad dreigt af te gaan en zich wenden tot haar Maker en man en van Hem de hulp verwachten. Zij is immers de hulpe tegenover haar man?

Dat er in Gen 3 iets staat over de heerschappij van haar man over haar is een gevolg van de zonde, getuige Gal 3:28. Het was met name Adam die zijn rol als beschermer niet goed uitvoerde en de schuld op Chava afschoof, getuige YHVH’s vraag waar Adam was: Gen 3:9  En YHVH/de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij? 
Gen 3:10  En hij zeide: Ik hoorde Uw stem in den hof, en ik vreesde; want ik ben naakt; daarom verborg ik mij. 

Omdat dit onderwerp meer woorden vergt, hoop ik er in een ander artikel verder over te schrijven,maar u kunt alvast op deze website zoeken onder de woorden Zakar, Ezer kenegdo, Eshet Chayil, huwelijk etc, die al verschillende artikelen opleverden.

Zo Abba YHVH niet bouwt, tevergeefs zwoegen deszelfs arbeidslieden

 

 


Een reactie plaatsen

Gods verborgen omgang vinden…

Er ligt een opgang in alle woord uit het boek der boeken, de bijbel.

Wat ik ontdek is dat de verborgenheid met het zichtbare oog en verstand niet te ontdekken is. Het is een geheimenis die alleen via de geest te “zien”wanneer wij Licht aangereikt krijgen.

Toen ik zojuist mijmerde over wat ik had geschreven, realiseerde ik mij dat Yeshua, ook wel bekend bij velen met de naam Jezus, Zich verborgen opstelt in de woorden van de gehele Schrift. Alle troost, raad, vreugde, mee-lijden doet mij denken aan de Yosef die niet herkend werd door zijn broers. Zó bescheiden is Hij, dat we alleen het boek in woorden zien en lezen en bij dieper afdalen, waar Hij lijden toelaat,zodat wij dieper gaan, zal Hij een opgang aanreiken, die aan het fysiek oog ontgaat. Daarom wordt bij dieper afdalen de tred geremd zodat wij de details opmerken.

Nadenkend over de titel kwamen de berijmde woorden uit psalm 25 in gedachten: “Gods verborgen omgang vinden, zielen waar Zijn vrees in woont, t’Heilgeheim wordt aan Zijn vrinden naar Zijn vreeverbond getoond… Bijzonder dat de Geest waarvan Johannes 14:26 spreekt zo duidelijk aangeeft dat die verborgen omgang nodig is om het heilgeheim aan Zijn vrienden te tonen. En dat is precies wat ik zojuist aan het ontdekken ben en met u wil delen.

Voor mij is het een diepere openbaring…Hij de Verborgene zal Zich openbaren.

Wat vooraf ging:

Vanmorgen kwam mij een berijmde psalm in gedachten, zoals gisteren de woorden “Hoe lieflijk hoe vol heilgenot” uit de berijming van psalm 84…En dáárvoor Habakuk 3…

Laatste éérst

Psalm 17:3

Ik zet mijn treden in Uw spoor,
Opdat mijn voet niet uit zou glijden;
Wil mij voor struikelen bevrijden,
En ga mij met Uw heillicht voor.
Ik roep U aan, ‘k blijf op U wachten,
Omdat G’, o God, mij altoos redt,
Ai, luister dan naar mijn gebed,
En neig Uw oren tot mijn klachten.  

Ik zet mijn treden…dat is een daad van de wilShema

Treden als van een opgaande trap…omhoog

Opdat mijn voet niet uit zou glijden

Woorden van Hem houden kracht voor alle tijden

En ga mij met Uw heillicht voor

Bede die verhoort gaat worden omdat aan de voorwaarden wordt voldaan

Ik roep U aan, ik blijf op U wachten

Er is geen andere die hulp kan bieden en wachten kan troostend zijn vol hoop

Omdat Gij O YHVH mij altijd redt…De Enige Die dat doet

Ai luister dan naar mijn gebed en neig Uw oren tot mijn klachten

De mens die hulp van Hem verwacht

De woorden “Hoe lieflijk hoe vol heilgenot” kwamen na Habakuk 3.

Hoe kan men overweldigd worden door allerlei beslommeringen in het leven die realiteit zijn, maar bij teveel invloed de innerlijke vrede beroven.

Habakuk’s bevinding is op vele diepe belevingen van toepassing. De beschrijving in hoofdstuk 3 zouden door andere onderwerpen ingevuld kunnen worden, maar de woorden “alhoewel”en “nochtans” boeten niet aan kracht in. Als een rots in de branding blijft de ondergrond van het geschonken geloof staan. Dat geloof geeft kracht om over de bergen van ellende heen te kijken.

Het is ook niet zo dat vrede met Abba Vader het zichtbare geluk is…de vrede die alle verstand te boven gaat, die is het die de voeten als die der hinden maakt.

Aan ons de vraag of we de juiste houding nemen om die vrede toe te laten.

Psalm 84:1

Hoe lief’lijk, hoe vol heilgenot,
O HEER, der legerscharen God,
Zijn mij Uw huis en tempelzangen!
Hoe branden mijn genegenheên,
Om ’s HEEREN voorhof in te treên!
Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen;
Mijn hart roept uit tot God, Die leeft,
En aan mijn ziel het leven geeft.

Verlangen met een innerlijke overtuiging..dat spreekt hier uit de woorden…hoewel wat oudere taal ook hier weer de diepte. Immers is de grootheid van God/Elohim niet te verwoorden in een enkele zin. We blijven beschrijven.

Mijn hart/geest, levend gemaakt door de tweede Adam, roept uit tot Hem Die leeft/is en aan mijn ziel, welke niet de geest is, het leven geeft. Een volkomen shalom in het gehele wezen van de mens.

Zijn gedachten zijn hoger dan onze gedachten staat er in het boek van Jesaja geschreven..Wij waren uit de aarde via de eerste Adam en wanneer wij Yeshua’s aanbod hebben aanvaard en omhelst zijn wij van de eerste Adam geestelijk opgewekt in de tweede Adam. Dat is een geheimenis, waar we de woorden van Habakuk in herkennen gaan wanneer we met geestelijke ogen kijken.

https://www.youtube.com/watch?v=BZk94sni-NY

https://www.youtube.com/watch?v=fpANqL3rexM

https://www.youtube.com/watch?v=ow_1CpCbLb4

Hab 3:17  Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal; 
Hab 3:18  Zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils. 
Hab 3:19  De Heere HEERE is mijn Sterkte; en Hij zal mijn voeten maken als der hinden, en Hij zal mij doen treden op mijn hoogten. Voor den opperzangmeester op mijn Neginoth. 

 

 


Een reactie plaatsen

Prioriteit van de Vader

Mijmerend over een hoofdzakelijke gedachte die woorden nodig heeft om te kunnen delen, ging ik es buurten bij anderen waarvan ik meestentijds iets opsteek in mijn eigen levenswandel met de intentie, dat we elkaar niet leren zoals een leraar aan een student, maar dat we delen wat de Ruach haKodesh (Heilige Geest) ons persoonlijk heeft geopenbaard. Meer en meer wordt duidelijk dat wanneer wij ons uitstrekken naar wat Yeshua ons in Joh 14:26 aanreikt, wij zullen gaan ervaren dat wij onze Schepper de hoogste eer moeten geven. Ervaringen door de tijd heen in het religieuze bestel hebben ons vaak afgeleid aan mensen meer eer te geven (via onze intentie) dan aan Abba Vader.

Het overgrote deel van hen die ik mijn geestelijke familie noem, zijn door omstandigheden teruggegaan naar allerlei uitleg van mensen die zij hoog achten en borduren voort op welk scenario op handen is. Het is prioriteit geworden.

Weinigen, zeer weinigen hebben gemeend dat te laten voor wat het is en hoofdzakelijk bij Abba YHVH te rade te gaan in de zin van de bescherming bij Hem te zoeken in plaats van wat de bijen doen als zij rook waarnemen. Die vullen hun magen dan vol met honing zodat zij weg kunnen.

Omkeren en  naar Abba Vader gaan, Hem te vragen hoe wij in Zijn ogen het beste kunnen zijn, het met Hem in orde maken, is niet vanzelfsprekend. Het is een bewuste keuze die uitmondt in levenshouding.

Sinds ik van Abba Vader de toestemming kreeg om te gaan delen van wat ik van Hem ontvangen heb, ben ik dat meestal schrijvenderwijs gaan doen. Ik weet dat ik in dienst van Hem wil zijn, dus weer ik menselijke eer af. Ik verwoord slechts van wat ik persoonlijk heb ontvangen en dat is ten diepste niet van mijzelf. Ik ben een kanaal.

Ezechiël 37 is de boodschap die ik delen wil in alle facetten zoals het mij is geopenbaard.

Het is een moeilijke boodschap die niet veel ingang heeft en al zeker niet wanneer ik het van de Vader wil ontvangen omdat wij via de zoon van Yosef, Efraïm, eerstgeborenen naar de belofte zijn. Wij kunnen onder geen andere banier dan Yeshua.

We zijn geen jodengenoten, geen gelovigen uit de heidenen en wat nog meer..We zijn Israel. Van Jacob Israel geworden door Yeshua. Hosea 7:8 ” Efraim, die verwart zich met de volken; Efraim is een koek, die niet is omgekeerd; 9 Vreemden verteren zijn kracht, en hij merkt het niet; ook is de grauwigheid op hem verspreid, en hij merkt het niet.

Ook ik heb nadere inzichten over de jaren ontvangen, maar minstens één boodschap vanaf het begin staat er nog: de roeping van Israeliet aanvaarden en familie worden, zoals Abba YHVH familie ziet.

En deze boodschap heeft de meeste weerstand!

Daarom denk ik dat de huidige omstandigheden ons moeten wakker schudden om wél die Israelitische identiteit te aanvaarden, om wél die familie te worden die Abba Vader voor ogen heeft. Daarom laat Hij onze zekerheden schudden op hun grondvesten, omdat we anders zouden blijven zitten waar we zitten.

Staat er niet in Hosea iets over dat Efraïm dat Zijn rijkdommen gebruikt om hun eigen liefhebberijen vast te houden?

Hosea 8 (2-7) Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en den most, en de olie gegeven heb, en haar het zilver en goud vermenigvuldigd heb, dat zij tot den Baal gebruikt hebben.
9 (2-8) Daarom zal Ik wederkomen, en Mijn koren wegnemen op zijn tijd, en Mijn most op zijn gezetten tijd; en Ik zal wegrukken Mijn wol en Mijn vlas, dienende om haar naaktheid te bedekken.

Heel het boek van Hosea is een spiegel voor ons. We noemen familie te zijn, maar het zijn slechts zeer weinigen die zich én Israel weten én daarnaar handelen én voortgaande doende zijn, vaak met een zwaar gemoed, maar Abba YHVH is Zelf opgestaan om te schudden, zodat er toch een overblijfsel komt, wat Hem van harte zal gaan dienen en overeenkomstig hun ontvangen bediening daadwerkelijk familie kunnen worden.

Dat is genade,toch?

We hoeven alleen maar te wachten op de honger die komen gaat voor hen, die niet alles op alles gezet hebben om onder Zijn bescherming te komen en alles van Hem te verwachten…

Wat zij doen zullen en wat zij laten zullen

En zij die de bescherming gevonden hebben onder Zijn vleugels zijn dankbaar dat Hij Zijn deel doet. Niemand anders dan hun Man en Maker komt de eer toe.

Want:

Ezechiël 37:15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
16 Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israels, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraim, en van het ganse huis Israels, zijn metgezellen.
17 Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot een worden in uw hand.
18 En wanneer de kinderen uws volks tot u zullen spreken, zeggende: Zult gij ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn?
19 Zo spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraims hand geweest is, en van de stammen Israels, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen een worden in Mijn hand.
20 De houten nu, op dewelke gij zult geschreven hebben, zullen in uw hand zijn voor hunlieder ogen.
21 Spreek dan tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israels halen uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun land;
22 En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israels; en zij zullen allen te zamen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn.
23 En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun drekgoden, en met hun verfoeiselen, en met al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, in dewelke zij gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
24 En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen.
25 En zij zullen wonen in het land, dat Ik Mijn knecht Jakob gegeven heb, waarin uw vaders gewoond hebben; ja, daarin zullen zij wonen, zij en hun kinderen, en hun kindskinderen tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal hunlieder Vorst zijn tot in eeuwigheid.
26 En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid.
27 En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
28 En de heidenen zullen”.

Mij rest te vertellen dat ik nog niet het hele plaatje weet, maar ik heb de oplossing daar voor. Ik verwijs u naar de Vader en Die zal u de leraar wijzen Die u indachtig maakt, alles wat Yeshua ons geleerd heeft.

Jesaja 41:10 Vrees niet, want Ik ben met u; zijt niet verbaasd, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand Mijner gerechtigheid.
Jesaja 41:13 Want Ik, de HEERE, uw God, grijp uw rechterhand aan, Die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.
Jesaja 41:14 Vrees niet, gij wormpje Jakobs, gij volkje Israels! Ik help u, spreekt de HEERE, en uw Verlosser is de Heilige Israels!
Jesaja 43:1 Maar nu, alzo zegt de HEERE, uw Schepper, o Jakob! en uw Formeerder, o Israel! vrees niet, want Ik heb u verlost; Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn.
Jesaja 43:5 Vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad van den opgang brengen, en Ik zal u verzamelen van den ondergang.
Jesaja 44:2 Zo zegt de HEERE, uw Maker, en uw Formeerder van den buik af, Die u helpt: Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en gij, Jeschurun, dien Ik uitverkoren heb!
Jesaja 54:4 Vrees niet, want gij zult niet beschaamd worden, en word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; maar gij zult de schaamte uwer jonkheid vergeten, en den smaad uws weduwschaps zult gij niet meer gedenken.
Jeremia 1:8 Vrees niet voor hun aangezicht, want Ik ben met u, om u te redden, spreekt de HEERE.

Van Jacob Israel worden…

Jeremia 30:10 Gij dan, vrees niet, o Mijn knecht Jakob! spreekt de HEERE, ontzet u niet, Israel! want zie, Ik zal u uit verre landen verlossen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en er zal niemand zijn, die hem verschrikke.

Jeremia 46:27 Maar gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israel! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem verschrikken.
Jeremia 46:28 Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.

…maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden….

Kastijden

Deuteronomium 8:5 Bekent dan in uw hart, dat de HEERE, uw God, u kastijdt, gelijk als een man zijn zoon kastijdt.
Spreuken 3:12 Want de HEERE kastijdt dengene, dien Hij liefheeft, ja, gelijk een vader den zoon, in denwelken hij een welbehagen heeft.
Hebreeën 12:6 Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon, die Hij aanneemt.
Hebreeën 12:7 Indien gij de kastijding verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als zonen; (want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?)

Zaad sterft eerst wil het vrucht dragen: Joh 12:24 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt, en sterft, zo blijft hetzelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort.

Van zaad via sterven zoon worden:

Romeinen 8:14 Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.
15 Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!
16 Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.
17 ¶ En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
18 Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.
19 Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods.

Yeshua is gisteren en heden Dezelfde en der eeuwigheid.

Bewezen patronen, zie 1 Corinthe 10….

Alle eer aan Abba Vader.

 


Een reactie plaatsen

Louteren toestaan

Een schrijven van iemand die ik zijdelings en voornamelijk vanuit gedachten delen ken, maakte dat ik geïnspireerd werd om de huidige situatie in zijn algemeenheid wat anders te bekijken en dit schrijvend naar woorden zoekend proberen te delen met hen die bereid zijn om geijkte gedachten los te durven laten…

Ons ultieme Voorbeeld is Yeshua.

Laten we naar Zijn leven kijken met name toen Hij wist dat de ure kwam dat Hij verraden zou gaan worden.

Markus 14:18 En als zij aanzaten en aten, zeide Yeshua/Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.
19 En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na den ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?
20 Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in den schotel indoopt.
21 De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.

Yeshua wist wat er ging gebeuren, in een ander boek staat dat hij bedroefd werd, innerlijk in beweging kwam.Yeshua liet Zich niet leiden door de omstandigheden, maar bleef bij de maaltijd, die zo’n belangrijke wending kreeg. Het was immers het Pesachmaal, wat velen voorafgaand aan dit tijdstip als heenwijzing hadden beleefd en nu, voor velen ongezien en niet geloofd, door Yeshua’s aanstaande lijden, sterven en opstanding een vervulling zou ingaan om door de verlosten die na Zijn heengaan deze Pesach in vervulling te gaan herdenken.

Wat zouden wij doen als wij in onze ogen onrechtvaardig behandeld zouden gaan worden?

22 En als zij aten, nam Yeshua/Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
23 En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.
24 En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.
25 Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.                                                                                                              26 En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.

Welk gemoed had Yeshua toen Hij samen met de dicipelen de lofzang zong?

Onderwijl vertelde Yeshua, wat er zou gaan gebeuren in dezelfde nacht en na Zijn opstanding…

27 En Yeshua zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geërgerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.
28 Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.

Petrus zei in zijn spontaniteit, op dat moment onwetende wat hij in een beproeving doen zou, het volgende. Wat zouden wij gezegd hebben?
29 En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geërgerd wierden, zo zal ik toch niet geërgerd worden.

Yeshua kende Petrus beter en toch wilde Petrus hem overtuigen dat hij trouw bleef:

30 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.
31 Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! En insgelijks zeiden zij ook allen.

Laten we nog eens kijken hoe Yeshua’s gedrag was..Kwam Hij in verzet? Zette Hij Zich af tegen degenen die Hem gevangen zouden gaan nemen? Bedacht hij een vluchtplan om aan de handen van de bedienden van de toenmalige overheid te ontkomen? Nam Hij de dicipelen mee in deze gedachten,zodat zij in ieder geval geïnformeerd zouden zijn? Of was Hij in de overgave, omdat Hij wist wat het doel ervan was?

32 ¶ En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.
33 En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;
34 En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.

We lezen dat Hij, zeer bewogen, bedroefd en beangst, in de overgave bleef! Alleen de vraag zo het mogelijk ware, dat die ure voorbijging, gevolgd door de cruciale gedachte “Niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt”

35 En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijginge.
36 En Hij zeide: Abba, Vader! alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.

In die overgave aanvaardt Hij:

37 En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon! slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?
38 Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
39 En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.
40 En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.
41 En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.

Als een Herder leidt Hij hen. Is Hij niet ons ultieme Voorbeeld?

42 Staat op, laat ons gaan; ziet, die Mij verraadt, is nabij.
43 ¶ En terstond, als Hij nog sprak, kwam Judas aan, die een was van de twaalven, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen.
44 En die Hem verried, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, Die is het, grijpt Hem, en leidt Hem zekerlijk henen.
45 En als hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem, en zeide: Rabbi, en kuste Hem.
46 En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.

Yeshua verdedigde Zich niet. Hij zegt daarentegen dat het nu de tijd is, opdat de Schriften vervuld zouden worden:
47 En een dergenen, die daarbij stonden, het zwaard trekkende, sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn oor af.
48 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zijt gij uitgegaan, met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?
49 Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen; maar dit geschiedt, opdat de Schriften vervuld zouden worden.

50 En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden.

-Zijn wij bereid onze eigen gedachten over hoe wij behandeld zouden moeten worden, los te laten?

-Hadden wij het ons voorgesteld dat Abba YHVH het plan om een natie te vormen van het noordelijk huis van Israel zo serieus zou nemen, dat Hij ons allen wil gaan louteren om ons tot zelfonderzoek te brengen?

-Hadden wij in gedachten dat Hij daarbij middelen ter hand zou nemen die ons niet zo welgevallig zijn en dat hij ons inderdaad in de vier winden bereiken wil en dat wij dat vandaag de dag nog mogen weten en ervaren?

-Het is een pijnlijke zaak om geremd te worden in onze eigen mening ten aanzien van persoonlijke vrijheid. Voor de een meer dan voor de ander. Het is ook pijnlijk waarneembaar als dat in onze eigen ogen onrechtvaardig lijkt, maar Wie staat boven alles en laat dit toe zonder ons dat direct duidelijk te maken?

Ezechiël 20:35 Daartoe zal Ik u brengen in de woestijn der volken, en Ik zal met u aldaar rechten, aangezicht aan aangezicht;

36 Gelijk als Ik gerecht heb met uw vaderen in de woestijn van Egypteland, alzo zal Ik met u rechten, spreekt YHVH/de Heere HEERE.

37 En Ik zal ulieden onder de roede doen doorgaan, en Ik zal u brengen onder den band des verbonds.

-Zou het niet zo zijn, dat Hij, Die alles overziet, bezig is, de rebellen uit te zuiveren van Zijn uiteindelijke volkje Israel en daarom loutering toestaat, opdat de oprechten openbaar zullen komen – Ezech 20:38;1 Cor. 11:19;  1 Joh 2:19; ?

-Laten we ons bezinnen, voordat wij misschien tegen Abba YHVH ingaan en denken volkomen volgens Zijn wil en voornemen te leven!

-Zal de maatschappelijke toestand ons helpen om onze waarom-vragen om te zetten in waartoe-vragen?

Laten we hopen en bidden dat wij niet om onze daden maar om Zijns Naams wil gedacht zullen worden in het boek des Levens.

Jesaja 55: 6 Zoekt YHVH/den HEERE, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.
7 De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot YHVH/den HEERE, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.
8 Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt YHVH/de HEERE.
9 Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten.
10 Want gelijk de regen en de sneeuw van den hemel nederdaalt, en derwaarts niet wederkeert; maar doorvochtigt de aarde, en maakt, dat zij voortbrenge en uitspruite, en zaad geve den zaaier, en brood den eter;
11 Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende.

Joh 14:26 26 Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.

Beproef mijn woorden!


Een reactie plaatsen

Sleutelles 1Samuel 8

Aan de hand van 1Samuel 8 gaan wij bepaalde keuzes nader bekijken. Een ieder zij in zijn of haar eigen gemoed vrij om de gebeurtenis te overdenken en er lering uit te trekken. Meegenomen vraag is voor mijzelf van belang of keuzes overeenkomstig de wil van onze Schepper is.

Hoe een en ander aanleiding werd…

1 ¶ Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel.
2 De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba.
3 Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht.

Zonen van Samuel waren gezien hun praktische leven in de ogen van de oudsten niet geschikt als opvolger. Zo kwamen de oudsten ertoe, blijkbaar zonder YHVH te raadplegen, tot de gedachte te doen als de volken rondom hen:
4 ¶ Toen vergaderden zich alle oudsten van Israel, en zij kwamen tot Samuel te Rama;
5 En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben.

6 Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad YHVH/ den HEERE aan.

Toen ik voor de eerste keer het antwoord van YHVH zag, trof mij dat diep! En heeft mij sindsdien niet meer losgelaten…

7 Doch YHVH/de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.
8 Naar de werken, die zij gedaan hebben, van dien dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op dezen dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; alzo doen zij u ook.

Maar zij hebben Mij verworpen

Maar zij hebben Mij verworpen….

Zij hadden niet genoeg aan Hem, zij wilden net als de volkeren rondom hen een eigen menselijke koning hebben.

Waarmee vervolgt YHVH Zijn gesprek?

9 Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal.

Samuel moest hen zeggen dat het volk dan ook de regels van de eigen gekozen koning op moest volgen. Ligt hier ook een les voor ons?

10 Samuel nu zeide al de woorden des HEEREN het volk aan, hetwelk een koning van hem begeerde.
11 En zeide: Dit zal des konings wijze zijn, die over u regeren zal: hij zal uw zonen nemen, dat hij hen zich stelle tot zijn wagen, en tot zijn ruiteren, dat zij voor zijn wagen henen lopen;
12 En dat hij hen zich stelle tot oversten der duizenden, en tot oversten der vijftigen; en dat zij zijn akker ploegen, en dat zij zijn oogst oogsten, en dat zij zijn krijgswapenen maken, mitsgaders zijn wagentuig.
13 En uw dochteren zal hij nemen tot apothekeressen, en tot keukenmaagden, en tot baksters.
14 En uw akkers, en uw wijngaarden, en uw olijfgaarden, die de beste zijn, zal hij nemen, en zal ze aan zijn knechten geven.
15 En uw zaad, en uw wijngaarden zal hij vertienen, en hij zal ze aan zijn hovelingen, en aan zijn knechten geven.
16 En hij zal uw knechten, en uw dienstmaagden, en uw beste jongelingen, en uw ezelen nemen, en hij zal zijn werk daarmede doen.
17 Hij zal uw kudden vertienen; en gij zult hem tot knechten zijn.

…tot knechten zijn..onder hun zelf gekozen koning…

Van kinderen knechten worden…

Het volgende moest het volk ook te horen krijgen, dat wanneer de koning over hen al deze dingen zou gaan doen, YHVH hen te dien dage niet zou verhoren. Ligt hier ook een les voor ons?

18 Gij zult wel te dien dage roepen, vanwege uw koning, dien gij u zult verkoren hebben, maar de HEERE zal u te dien dage niet verhoren.

Doch het volk weigerde te horen, terwijl ze nog terug konden! In hun gedachte hadden ze YHVH al verworpen en toch weigerden zij zich te bekeren om YHVH als Enige over hen te stellen.

19 Doch het volk weigerde Samuels stem te horen; en zij zeiden: Neen, maar er zal een koning over ons zijn.
20 En wij zullen ook zijn gelijk al de volken; en onze koning zal ons richten, en hij zal voor onze aangezichten uitgaan, en hij zal onze krijgen voeren.

Kunnen wij zeggen dat YHVH het was die dit gebod instelde? Dat lezen wij er niet uit. Wel dat YHVH het toelaat, omdat Hij weet wat er gaat gebeuren. Zo heeft Hij regelmatig zaken toegelaten om Zijn kinderen hun eigen keuzes te laten ervaren en vaak was het dan de volgende generatie die terugkeerde. Het had zo niet gehoeven, als wij(1) en onze vaderen tevens, Zijn raad opgevolgd hadden.

21 Als Samuel al de woorden des volks gehoord had, zo sprak hij dezelve voor de oren des YHVH’s.
22 YHVH/De HEERE nu zeide tot Samuel: Hoor naar hun stem, en stel hun een koning.

Als we verder lezen, zullen we gaan weten wat het ons heeft gebracht, maar hier op deze plek in de geschiedenis, kwam het volk ertoe om een andere koning te verkiezen boven YHVH.

Wat leert ons deze geschiedenis?

Met die vraag wil ik eindigen. Joh 14:26 geeft ons inzicht wie onze Leraar is. Er is geen andere.

  1. Zoals ik het geschreven Woord van YHVH lees, is er voor Hem geen onderscheid tussen de kinderen Israels bij de berg, in het land Kanaan en wij nu. In Yeshua, door Wiens bloed wij geadopteerd zijn in het huisgezin van YHVH, zijn wij net als de vreemdelingen bij de berg (veel vreemd volks) de “wij Israel”, naar de belofte. Er is maar één volk wat Hem toebehoort en door Yeshua zijn de gevonden verloren schapen van het huis Israels door Zijn zoenbloed, niet meer verloren maar Israeliet geworden. Als Hij het zegt, is niets anders doorslaggevend.


Een reactie plaatsen

Om Jona

Vanmorgen was ik een uiteenzetting aan het beluisteren van de familie in Mesa en er werd gedeeld dat de huidige situatie te maken heeft met hen die naar Vaders voornemen geroepen zijn en niet wandelen in Zijn wegen. Dat sluit aan bij onze gedachte om buitenom te laten voor wat het is en ons meer te richten op Abba YHVH die alles in handen heeft. Hij opent en sluit deuren. We zouden mogelijk nog tegen Abba Vader in kunnen gaan als we verzet zouden tonen. We zullen het echt alleen van Abba Vader moeten horen wat onze houding, ons getuigenis in deze dagen is. En we mogen aan de ander vragen wat Abba Vader hen opdraagt te doen. Is het niet zo dat een woord staat onder twee of drie getuigen?

Toen ik zo aan het luisteren was, kwam mij de geschiedenis van Jona voor de geest. Jona die instructies kreeg en die niet opvolgde. Laten we lezen wat er staat :

1 En het woord des YHVH’s/ HEEREN geschiedde tot Jona, den zoon van Amitthai, zeggende:
2 Maak u op, ga naar de grote stad Nineve, en predik tegen haar; want hunlieder boosheid is opgeklommen voor Mijn aangezicht.

Maar Jona doet iets heel anders, hij maakt zich op om te vluchten ván het aangezicht van YHVH.
3 Maar Jona maakte zich op om te vluchten naar Tarsis, van het aangezicht des HEEREN;

en hij kwam af te Jafo, en vond een schip, gaande naar Tarsis,

Bedenkt Jona zich hier om toch maar niet te gaan? De stem van de Vader is luid en duidelijk genoeg…

Nee, hij geeft zijn bagage om met hen naar Tarsis te gaan. Je zou zeggen dat dit de derde stap is. Eerst de gedachte om niet te doen wat YHVH hem gebiedt, ten tweede hij vlucht en ten derde stapt hij in de boot om mee naar Tarsis te gaan

en hij gaf de vracht daarvan, en ging neder in hetzelve, om met henlieden te gaan naar Tarsis, van het aangezicht des HEEREN.

En dan?
4  Maar de HEERE wierp een groten wind op de zee; en er werd een grote storm in de zee, zodat het schip dacht te breken.

Hoe zouden wij zonder achtergrond informatie deze grote wind en deze grote storm verstaan?

Een grote wind en een grote storm,zodat het schip dacht te breken

…..Een natuurverschijnsel die toevalligerwijs ontstond net nu Jona naar Tarsis wilde gaan?

Het zijn de vreemdelingen die tot hun eigen god baden en de slapende Jona wakker maken:

5 Toen vreesden de zeelieden, en riepen een iegelijk tot zijn god, en wierpen de vaten, die in het schip waren, in de zee, om het van dezelve te verlichten; maar Jona was nedergegaan aan de zijden van het schip, en lag neder, en was met een diepen slaap bevangen.

Eigenlijk was Jona heel egoïstisch, omdat hij door zijn ongehoorzaamheid de zeelieden, die niet de Schepper des hemels en aarde kenden, in grote nood bracht. En door zijn ongehoorzaamheid hun goederen overboord gooiden. Jona werd niet wakker en zo kwam de kapitein naar hem toe om hem op zijn verantwoordelijkheid te wijzen dat ook hij moest gaan bidden en smeken om niet te verdrinken:

6 En de opperschipper naderde tot hem, en zeide tot hem: Wat is u, gij hardslapende? Sta op, roep tot uw God, misschien zal die God aan ons gedenken, dat wij niet vergaan.

De matrozen hadden al tot hun goden geroepen en kregen een gedachte om te gaan loten waarmee ze dachten te ontdekken door wiens wil hen dit overkwam:
7 Voorts zeiden zij, een ieder tot zijn metgezel: Komt, en laat ons loten werpen, opdat wij mogen weten, om wiens wil ons dit kwaad overkomt. Alzo wierpen zij loten, en het lot viel op Jona.

Het lot viel op Jona en zij vroegen hem om uitleg:
8 Toen zeiden zij tot hem: Verklaar ons nu, om wiens wil ons dit kwaad overkomt. Wat is uw werk en van waar komt gij? Welk is uw land en van welk volk zijt gij?

Eerst toen maakte Jona zich bekend. Let er op dat hij het niet uit zichzelf deed. Er moest iets door Iemand anders gebeuren:                                                                                                                                                                        

9 En hij zeide tot hen: Ik ben een Hebreer; en ik vreze YHVH/ den HEERE, den God des hemels, Die de zee en het droge gemaakt heeft.

We lezen dat de mannen steeds bevreesder werden en zich hardop afvroegen wat te doen:
10 Toen vreesden die mannen met grote vreze, en zeiden tot hem: Wat hebt gij dit gedaan? Want de mannen wisten, dat hij van des HEEREN aangezicht vlood; want hij had het hun te kennen gegeven.
11 Voorts zeiden zij tot hem: Wat zullen wij u doen, opdat de zee stil worde van ons? Want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger.

Eerst dan geeft Jona zich over aan YHVH omdat hij inziet waarom dit alles gebeurt. Hij zegt dat zij hem overboord moeten gooien. Maar de mannen doen dat niet direct. Ze proberen het schip aan land te brengen, maar de zee werd almaar onstuimiger:
12 En hij zeide tot hen: Neemt mij op, en werpt mij in de zee, zo zal de zee stil worden van ulieden; want ik weet, dat deze grote storm ulieden om mijnentwil over komt.
13 Maar de mannen roeiden, om het schip weder te brengen aan het droge, doch zij konden niet; want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger tegen hen.

En dan gebeurt er ook iets met de zeelieden. Ze roepen YHVH aan en in hun gebed lezen we dat zij Jona niet willen laten verdrinken. Hun nood is te groot en zo komt het gebed op de juiste plaats terecht:
14 Toen riepen zij tot den HEERE, en zeiden: Och HEERE! laat ons toch niet vergaan om dezes mans ziel, en leg geen onschuldig bloed op ons; want Gij, HEERE! hebt gedaan, gelijk als het U heeft behaagd.
15 En zij namen Jona op, en wierpen hem in de zee.\

En toen?

Toen stond de zee stil van haar verbolgenheid.

Gevolg: De mannen vrezen YHVH en slachten om n offer te brengen, belovende geloften
16 Dies vreesden de mannen den HEERE met grote vreze; en zij slachtten den HEERE slachtoffer, en beloofden geloften.

Jona, waarom kreeg ik Jona in mijn gedachten? Zou het kunnen omdat hij de opdracht van YHVH wederstond en op eigen houtje ging handelen naar zijn eigen voornemen? Zou het kunnen dat de Ruach haKodesh/Heilige Geest in wil geven, dat er vele Jona’s zijn? Dat eigenhandig handelen gebeurt veel om me heen. Mensen hebben het over verzetten, omdat ze onrecht ervaren en al druk doende verschuift de aandacht meer en meer naar bijzaken in plaats van wachten op de Meester wanneer het Hem belieft dat wij doen zullen.

Zegt de psalmist niet dat hij liever aan de dorpel verblijft dan bij duizend elders? Psalm 94:10 Want een dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders; ik koos liever aan den dorpel in het huis mijns Gods te wezen, dan lang te wonen in de tenten der goddeloosheid.

Hebben wij gedaan wat in ons vermogen lag om terug te keren naar de Oude paden?

In de uiteenzetting van LMM kwam naar voren dat er veel mensen in Amerika teruggegleden  waren en het niet zo ernstig meer namen. Iemand deelde dat er vele mensen struikelen over tegenslagen en zodoende het smalle pad loslaten omdat het in hun ogen geen resultaat geeft. Het is de tijd van volharding – Hebreeën 12.

Hoe is dat in andere landen en locaties?

De jaren gleden voorbij, maar er kwam geen resolute terugkeer. Zou dit door YHVH beschikt zijn. om de Jona’s tot inkeer te brengen?  Voor het te laat is en zij de tekenen der tijden niet meer opmerken en zich laten verleiden de verleider te volgen?

Dan is dit schudden genade!

Het is immers Abba Vader die alle touwtjes in handen heeft?  Bedenk dat Hij ons als volk ziet omdat wij naar de belofte erfgenamen zijn. De melo hagoyim die uit de eerstgeboortebelofte van Efraïm voortkwam en dát door Yeshua. Staat niet zegen en vloek in Deuteronomium? Er ontgaat niets aan Zijn oog. Micha 6:2 geeft weer dat YHVH een last heeft tegen Zijn volk. 

6 Ja, Hij geeft meerdere genade. Daarom zegt de Schrift: God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.
7 Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden.

Jakobus 4:10 Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen.
1 Petrus 5:6 Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd.

Het is nu meer dan ooit de tijd om onze ogen naar boven te richten, zodat zaken om ons heen bijzaken worden die we aan Abba Vader overlaten kunnen, zodat Hij weer ons daadwerkelijke Middelpunt gaat worden.

Laten wij daarom YHVH nederig vragen wat Hij verkiest, dat wij doen zullen.

Er is nog veel meer te zeggen. Waar het hart vol van is… Daarom tot slot de video getiteld Light in the Darkess

Dank voor uw aandacht en toets mijn woorden!


1 reactie

Hoe groot zijt Gij…

Wanneer we ervoor kiezen om onze relatie met de Vader te willen versterken in plaats van allerlei dingen willen doen, die op het oog goed lijken, maar waar we ons vaak niet afvragen of Abba Vader ons ertoe aanzette, dan zullen we tijd en aandacht apart moeten zetten.

Het begint met bewust worden en wanneer we stilstaan, zullen we gaan beseffen dat wat ons in beweging brengt en wat niet.

Stilstaan is een actieve daad, omdat we gewend zijn om gedachten in daden om te zetten. Stilstaan temidden van allerlei opkomende invulling over diverse mogelijke en onwaarschijnlijke zaken, vraagt een stevig paar voeten op een stevige ondergrond.

Aan ons de keuze om te wachten..of niet.

Wachten vanuit drukte brengt een stukje ontwenning met zich mee. Wachten in de afzondering gaat makkelijker dan wachten tussen anderen, die andere keuzes deden.

Uitleggen dat wachten en stil worden prioriteit wordt, is moeilijk uitleggen.

Er komt mij een geschiedenis voor de geest van Mirjam en Martha:

Luk 10:38  En het geschiedde, als zij reisden, dat Hij kwam in een vlek; en een zekere vrouw, met name Martha, ontving Hem in haar huis. 
Luk 10:39  En deze had een zuster, genaamd Mirjam, welke ook, zittende aan de voeten van Yeshua/Jezus, Zijn woord hoorde. 
Luk 10:40  Doch Martha was zeer bezig met veel dienens, en daarbij komende, zeide zij: Meester, trekt Gij U dat niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg dan haar, dat zij mij helpe. 
Luk 10:41  En Yeshua, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen; 
Luk 10:42  Maar een ding is nodig; doch Mirjam heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden. 

Luk 10:41  En Yeshua, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen; 

Mirjam koos het goede deel.

Dat brengt mij bij de woorden van Mozes/Moshe ergens in Genesis:

Exo 14:13  Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast, en ziet het heil des HEEREN (Yeshua,Yah Die redt), dat Hij heden aan ulieden doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in eeuwigheid. 
Exo 14:14 YHVH/ De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn. 

En die woorden uit Exodus brengen mij naar Jeremia:

Jer_30:10  Gij dan, vrees niet, o Mijn knecht Jakob! spreekt YHVH (de HEERE), ontzet u niet, Israel! want zie, Ik zal u uit verre landen verlossen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en er zal niemand zijn, die hem verschrikke.
Jer_46:27  Maar gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israel! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem verschrikken.

Laat tot ons doordringen dat onze Maker en Man tot ons spreekt:

Isa_41:10  Vrees niet, want Ik ben met u; zijt niet verbaasd, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand Mijner gerechtigheid.
Isa_41:14  Vrees niet, gij wormpje Jakobs, gij volkje Israels! Ik help u, spreekt YHVH/ de HEERE, en uw Verlosser is de Heilige Israels!

Het was deze week dat de woorden van een ouder lied in mijn gedachten kwamen “Hoe groot zijt Gij” . Ik begon het te neuriën. De woorden brachten de ervaring dat Hij alles overziet en Zijn kinderen, Zijn Bruid zal leiden. Maar meer nog kwam ik stil te staan bij Zijn grootheid. En ik besefte dat veel van de oudere liederen Zijn grootheid bezongen, Zijn betrokkenheid bij ons, Zijn plan en Yeshua, waardoor de redding mogelijk bleek voor verder dan het landje Israel destijds. De woorden vanuit het Vaderhart zijn niet alleen maar letters. Zij voedden het gewillige hart. Het effect daarvan is niet over te brengen aan hen die daar niet voor open staan. Zouden de bedrijvige Martha’s, die zich ontrusten en over vele dingen bekommeren dat verstaan?                                                                                                                                   De sleutel tot het Vaderhart is mijns inziens vragen wat Hij wil dat wij doen zullen en dan stilletjes wachten om van Hem te vernemen, hoe te doen…Dan zal Hij met ons gaan.  Joh 14:26. Dat te weten is belangrijk, omdat er ook andere voorbeelden zijn, getuige Deuteronomium 1 waarin YHVH in vers 42 het volgende zegt:

Deu 1:42  Zo zeide  YHVH/ de HEERE tot mij: Zeg hun: Trekt niet op, en strijdt niet, want Ik ben niet in het midden van u; opdat gij niet voor het aangezicht uwer vijanden geslagen wordet.

Om te weten waarom YHVH niet met hen optrekt, lezen we vooraf aan vers 42.

Psa 62:6  Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting. 
Psa 62:7  Hij is immers mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek; ik zal niet wankelen. 
Psa 62:8  In God is mijn Heil en mijn Eer; de Rotssteen mijner sterkte, mijn Toevlucht is in God. 
Psa 62:9  Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela. 

1Ko 19:11  En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet; 
1Ko 19:12  En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.

…..het suizen van een zachte stilte….

Psalm 84, Hebreeën 12, Jacobus 3, 1Petrus 2,

Hoe groot zijt Gij!

https://lyricstranslate.com/nl/how-great-thou-art-hoe-groot-zijt-gij.html