Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Door die Ene, één worden

In gedachten zie ik een man, verbonden met zijn familie en vrienden én cultuur… Hij leefde stamsgewijs. dat blijkt uit de volgende woorden: Gen 11:31  En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon, en Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hen uit Ur der Chaldeen, om te gaan naar het land Kanaan; en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar.

Zijn hart is blijkbaar voorbereid als hij op een dag een Stem verneemt.

Gen 12:1 YHVH nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal. 
En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen! 
En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. 
En Abram toog heen, gelijk YHVH/de HEERE tot hem gesproken had; en Lot toog met hem; en Abram was vijf en zeventig jaren oud, toen hij uit Haran ging. 
En Abram nam Sarai, zijn huisvrouw, en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de zielen, die zij verkregen hadden in Haran; en zij togen uit, om te gaan naar het land Kanaan, en zij kwamen in het land Kanaan. 

Door Abraham die een Hebreeër genoemd wordt, weten we dat alhoewel zijn vader een bedorven Syrier genoemd wordt, door de belofte aan Abraham, zijn zoon een vader van vele volkeren zou worden en zoals ik het versta, zijn wij die gered zijn door Yeshua, die wij ook wel anders noem(d)en, allen ingesloten in die belofte waarvan Galaten 3 getuigt. Deu 26:5  Dan zult gij voor het aangezicht des HEEREN -YHVH, uws Gods, betuigen en zeggen: Mijn vader was een bedorven Syrier, en hij toog af naar Egypte, en verkeerde aldaar als vreemdeling met weinig volks; maar hij werd aldaar tot een groot, machtig en menigvuldig volk. 

Gal 3:16  Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een: En uw zade ( De Ene); hetwelk is Yeshua. 

Lees aandachtig de verzen door tot vers 26
Gal 3:26  Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus/Yeshua haMashiach. 
Gal 3:27  Want zovelen als gij in Yeshua gedoopt zijt, hebt gij Yeshua aangedaan. 

Gal 3:28  Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Yeshua haMashiach. 
Gal 3:29  En indien gij van Yeshua zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen

Bovenstaande verzen worden met andere woorden in Efeze herhaalt en als ik even verder denk zie ik allerlei woorden uit het geschreven Woord elkaar aanraken omdat zij hetzelfde in andere woorden herhalen.

Een beeld komt in mn gedachten. Een kleurig palet van dominosteentjes die op een sein in gang gezet worden om met elkaar eensduidend het spel te maken. Dat landt bij mij als zijnde dat ene geschreven Levende Woord, wat ons het ongelooflijk liefdevolle plan van de Vader voor het ultieme bruiloftsfeeest, wat straks komen gaat!

Eph 2:11  Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt; 
Eph 2:12  Dat gij in dien tijd waart zonder Yeshua, vervreemd van het burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld. 
Eph 2:13  Maar nu in Yeshua, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Yeshua
Eph 2:14  Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende, 
Eph 2:15  Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen (Zie het boek Hebreeén) bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende; 
Eph 2:16  En opdat Hij die beiden met God in een lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende. 
Eph 2:17  En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en dien, die nabij waren. 
Eph 2:18  Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een Geest tot den Vader. 
Eph 2:19  Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods; 
Eph 2:20  Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; (Psalm 118)
Eph 2:21  Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere; 
Eph 2:22  Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest. 

Door die Ene, één worden.

Die Ene brengt alle onderscheid onder Zijn beslag. Volk, stam, bloedlijn, man, vrouw, jood, griek, weggezondene, die verre waart en die nabij zijn. Onder Zijn banier en Zijn voorwaarden mogen gezuiverde onderlinge verschillen opbloeien. En allen zullen verwijzen naar die Ene, Die dit alles mogelijk maakte!

Op. 21:3  En ik hoorde een grote stem uit den hemel, zeggende: Ziet, de tabernakel Gods/Elohim is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God/Elohim Zelf zal bij hen en hun Elohim zijn. 

Eén volk,gekozen boven alle volken Ex 19:5; verscheurd in twee 1Kon 11:31,35 : weggezonden Deut 4:28;   , scheidsbrief Jes 50:1; in kort bestek Ezech 37;

Woorden ter overdenking: Genesis 2:24; 3:15; Maleachi 2:14,15; Ef 5:32; Op 21:2, 9

Rom_11:36  Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

Onderstaande linken heeft prachtige woorden:

https://www.youtube.com/watch?v=BwadkrFFR0I

https://www.youtube.com/watch?v=zS6VxuyN448

https://www.youtube.com/watch?v=E_3Mcrlxhs8

 

 

 


1 reactie

Vraagt naar de oude paden – Jer 6:16

 

In mijn tienertijd schreef ik een gedichtje naar aanleiding van een gedachte:

“Krijgen wij geen Licht, wij zullen immer dwalen…”

Met het Licht doelde ik toen op het geschreven Woord en Zijn Geest. Veel later zou ik deze website opzetten en opnieuw nam ik het geschreven Woord als uitgangspunt, vragende om de indachtigmaking van Zijn geest van Heiligheid – Joh 14:26

Recentelijk realiseerde ik mij dat ik, alhoewel ik regelmatig naar mn aardse vader verwijs, van m’n hemelse Vader, de inspiratie gekregen heb om zaken tegen Zijn Licht te houden met dien verstande dat het beproefd mag worden. Zo schoot mij daarstraks Hebr 4:12 te binnen:

Heb 4:12  Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten. 

Gen 3:15  En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad;

Al heel vroeg in mn wandel in het sabbatse van Yeshua werd ik gewaar dat ik moest blijven beproeven aan de hand van Zijn geschreven Woord en vragen om Zijn ontdekkend Licht.

Zo wendde Hij mijn schreden om in plaats van de messiaans joodse kant de messiaanse Israel kant op te wandelen. Een zus stuurde ons oa het boek “Wie is Israel” van Batya Wootten en wat zij schreef aan de hand van haar bevinding met de Vader landde in mijn hart.

Ik kon me gewoon bij Zijn geschreven Woord houden en Zijn raad om te gaan begrijpen wat Hij in dat Levende, met de nadruk op Levende Woord, te zeggen had en heeft.

Door zo te gaan werd het mij tot gewoonte om alles wat ik vernam of te lezen krijg tegen het Licht van het geschreven Woord te houden en daarbij werd mij duidelijk dat Vader er iets bij gaf wat zeer noodzakelijk en nuttig bleek en blijkt. De geest van onderscheidingsvermogen vanuit Hem.

Vandaag de dag is er veel te doen over naderen en nadering. Maar is dat ook wat Vader op het oog heeft?

In 1991 of 1993 kreeg ik een droom over de liefde tot Juda. Daarin kreeg ik ook een uitleg mee. De liefde krijgen we van de Vader, maar deze liefde moet beproefd worden anders gaan we er met onze emotie mee aan de haal. En voor we het weten zijn we, dan, als we het vanuit emotie of eigenbelang doen, terug bij af.

Er zijn er die de eerste stap hebben overgeslagen en oprecht denken dat wat zij doen en beogen vanuit Vaders hart komt.

We zien wrange vruchten komen. In de behoefte om gezien te worden of om in emotie compromissen te sluiten die geen godsvrucht dragen, zakken mensen af zonder het te beseffen.

Er zijn velen in beide gelederen die zó’n honger hebben naar het échte en pure, maar niet opgemerkt worden in het gedrang van hen die gekend willen worden zonder op Vaders tijd te wachten.

Het feit dat betovering direct condities geeft, maakte het er niet makkelijker op. Een zware bewogen tijd brak voor wachters aan die dit fenomeen wel zien, maar niet altijd kunnen verwoorden om het aan mensen duidelijk te maken die deze onderscheidingsvermogen niet of nauwelijks geoefend hebben, of wel hebben, maar eveneens de woorden van uitleg ontbreekt. Alhoewel een schreeuw al voldoende zou moeten zijn. Denk aan het eenvoudige voorbeeld als een kind gevaarlijk dicht bij een hete kachel komt en moeder er te ver van afstaat. Dan is een waarschuwend geluid voor n kind al voldoende dat het gevaarlijk is.

Maar wat gebed al niet vermág!

Onlangs kreeg ik info en bedacht dat ik daar wat meer mee wilde. Een boek geschreven door een vrouw die diep in de met name judaistische mystiek heeft gezeten en aan de hand van het Woord haar relaas doet.

Ik heb haar boek besteld om haar info te onderzoeken. Vandaag kon ik overigens al luisteren naar een Engelse  opname, waarin men hoofdstuk voor hoofdstuk de gevaren van de mystiek blootlegt en daarbij van gedachten wisselt. Het schokt dat bekende namen en bekende termen in een vervangende mystieke vorm ons van Yeshua afhalen naar een rijk waar geen verlossing is.

Dáarom kwam Yeshua, om ons te verlossen van alle schadelijkheden en Zijn Verlossing was en is er niet een van tijdelijke aard.

Recentelijk is er een lezing gehouden, waarin met bewogenheid uitgelegd werd aan de hand geschreven informatie binnen en buiten het boek der boeken, dat de engel des lichts nog immer actief is. Beproef dat! Bewogen omdat de Vader niet één bepaalde groep mensen voor ogen had, waarvoor Yeshua kwam.

                                                                                                                                                          Psa_126:6  Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en wenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, dragende zijn schoven.

Gal 5:1  Staat dan in de vrijheid, met welke ons Yeshua haMassiach vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen. 

Joh 14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb. 
Joh 14:27  Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd. 

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Min de stilte in uw wezen…

Een oud poëzieversje blijft me om de woorden en inhoud bij:

Min de stilte in uw wezen, min de stilte die bezielt, zij die alle stilte vrezen, hebben nooit hun hart gelezen, hebben nooit geknield.

Maar zeker de verzen uit het Woord, waarin Elia zich vertwijfeld afvroeg waarom hij helemaal alleen overgelaten werd.

1Ko 19:10  En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor YHVH, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen. 
En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des YHVH’s. En ziet YHVH ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor YHVH henen; doch YHVH was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; YHVH was ook in de aardbeving niet; 

En na de aardbeving een vuur;YHVH was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.                                                                                                                           

En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk. En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia? 

Er zijn momenten van stilte die aangeven dat Hij nadert…

Dat zijn kostbare momenten.

Van de zomer waren wij in de Dolomieten en  ik mocht daar een specifiek moment van stilte ervaren. Gewoonlijk is het daar natuurlijk stil, maar dat andere kwam nader…een stilte in de stilte.

Een geestelijke ervaring, waarin Hij gedachten deelt, anders kan ik het niet omschrijven. Maar ook een eenzijn, die via alléén emotie  niet tot die hoogte, diepte en breedte mogelijk is. Een volkomen harmonie, in shalom en overgave. En een luisterend oor, die afgestemd is op dat Wezen, Dat ons leidt in alle waarheid. Hij kondigt Zich tevoren aan…

En zo op een onverwachts moment was daar kwam daar dat naderen in de stilte rond Masada opnieuw mijn bewustzijn binnen.

Net of eeuwigheid de tijd overneemt.

Opgetild worden en losgemaakt. Woorden komen die met geest verstaan worden.

Een ervaring die je soms ook nog aan een enkele ander kan omschrijven.

Hij leeft, Die mij Leven gaf.

Wij beschrijven vaak dat Hij onze Bruidegom is en dat is Hij ook.

Hij is met ons een verbond aangegaan en wij, die dat beaamden, hebben er bevestigend op geantwoord.

Alles wat eruit voortkomt is vanuit dat verbond en soms komt Hij dat op een specifieke manier bevestigen.

Psa_23:2  Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren.
Isa_32:18  En mijn volk zal in een woonplaats des vredes wonen, en in welverzekerde woningen, en in stille geruste plaatsen.

Joh 17:21  Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. 
Joh 17:22  En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; 
Joh 17:23  Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt. 
Joh 17:24  Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld. 

Eph 5:30  Want wij zijn leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen. 
Eph 5:31  Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen. 
Eph 5:32  Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Yeshua en op de Gemeente. 

Verbondsbelofte in Genesis 15 welke matcht met Galaten 3

Rev 22:16  Ik, Yeshua, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het geslacht Davids, de blinkende Morgenster. 
Rev 22:17  En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet. 

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Hoogtepunt van de schepping

Prachtige uitleg over een onderwerp wat mij na aan het hart ligt!

Naar aanleiding van de laatste parasha, uitgelegd door Ephraim en Rimona:

Wat betreft het hoogtepunt van de schepping, man en vrouw, ze werden geschapen “naar het beeld en de gelijkenis” van hun Schepper (1:26). “Afbeelding” is “tzelem” – van de root “tzel” die een “schaduw” is. In het beste geval kan een mens de Almachtige op dezelfde manier reflecteren als een tweedimensionale schaduw een driedimensionaal object ‘vertegenwoordigt’ (als een schaduw). “Gelijkenis” is “d’moot”, dat het woord “dam” – “bloed” bevat (waarvan afgeleide woorden zoals “adama” voor “aarde”, “adom” voor “rood” en “adam” – ” Mens”). Hier zien we een duidelijke verbinding met de Messias, die incarneerde in een lichaam van vlees en bloed als de “laatste Adam”. Man en vrouw werden verschillend en op verschillende tijden geschapen, maar “naar het beeld (tzelem) van Elohim schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen” (v. 27). Opnieuw zien we samen differentiatie en eenheid. Hij – man – werd zowel mannelijk als vrouwelijk geschapen, en evenzo weerspiegelen het mannelijke en het vrouwelijke samen de “tzelem” van de ene Elohim. In 2:24 lezen we dat ze ‘één vlees’ moesten worden, en toch kon dat alleen plaatsvinden nadat de vrouw uit het eigen lichaam van de man was gehaald (gescheiden) (ref. 2:21). De formatie van de vrouw was totaal anders dan die van de man. Ze werd niet alleen gevormd uit de rib (deel) die uit Adams zijde was genomen, maar die handeling van vorming wordt ‘bouwen’ – va’yiven – letterlijk ‘genoemd’ en hij [Elohim] bouwde de rib die hij van de man nam, tot een vrouw … ‘(2:22).

Nog een punt met betrekking tot deze unie: in 2: 18, 20 wordt de vrouw, de “hulp geschikt” (zoals vertaald in de meeste versies) voor de man, letterlijk beschreven als een hulp “tegengesteld of tegengesteld” aan hem – “ezer ke’negdo “(” Neged “zijnde” voor “of” tegengesteld aan “). Oorspronkelijk moest Chava * (Eva) de tegenhanger van Adam zijn, compatibel met hem. De twee moesten elkaar aanvullen zoals twee tegengestelde krachten dat doen, tegelijkertijd aantrekken en polariseren….. “

https://weeklyparashahebrewinsights.blogspot.com/2019/10/hebrew-insights-into-parashat-bresheet.html


1 reactie

Dat róde daar…

We kennen allemaal de geschiedenis van Jacob en Ezau, waarbij Ezau in een zwak moment zijn eerstgeboorte verkocht.

Nu zouden we kunnen zeggen, dat deze geschiedenis lang geleden is en dat het een moraal heeft, maar wanneer we het belang van de eerstgeboorte volgens het geschreven Woord nader gaan bekijken en de betekenis ervan gaan zien, dan is deze geschiedenis een waarschuwing oftewel een voorbeeld om die weg niet te gaan.

Wat eraan vooraf ging:

Gen 25:21  En Izak bad den HEERE zeer in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw; want zij was onvruchtbaar; en de HEERE liet zich van hem verbidden, zodat Rebekka, zijn huisvrouw, zwanger werd. 
Gen 25:22  En de kinderen stieten zich samen in haar lichaam. Toen zeide zij: Is het zo? waarom ben ik dus? en zij ging om den HEERE te vragen. 
Gen 25:23  En de HEERE zeide tot haar: Twee volken zijn in uw buik, en twee natien zullen zich uit uw ingewand van een scheiden; en het ene volk zal sterker zijn dan het andere volk; en de meerdere zal den mindere dienen. 

Rebekka was onvruchtbaar en Izak bad YHVH zéér in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw. In die tijd was het een zegen en noodzaak als men kinderen kreeg en Rebekka was onvruchtbaar. In dat verhoorde gebed ben ik de lijn gaan zien van de belofte, waaruit Yeshua kwam en na Hem, wij. Hoewel erg bijzonder, toch even terug naar Rebekka. Zij werd zwanger en de kinderen in haar buik waren beweeglijk, waardoor zij de vraag kreeg en YHVH begon te bidden. Hieruit blijkt mijns inziens dat het voor haar ook bijzonder was. Ze kreeg van YHVH een bijzonder antwoord. “Twee volken zijn in uw buik ….het ene volk zal sterker zijn en de meerdere zal de mindere dienen”
Gen 25:24  Als nu haar dagen vervuld waren om te baren, ziet, zo waren tweelingen in haar buik. 
Gen 25:25  En de eerste kwam uit, ros; hij was geheel als een haren kleed; daarom noemden zij zijn naam Ezau. 
Gen 25:26  En daarna kwam zijn broeder uit, wiens hand Ezau’s verzenen hield; daarom noemde men zijn naam Jakob. En Izak was zestig jaren oud, als hij hen gewon. 
Gen 25:27  Als nu deze jongeren groot werden, werd Ezau een man, verstandig op de jacht, een veldman; maar Jakob werd een oprecht man, wonende in tenten. 
Gen 25:28  En Izak had Ezau lief; want het wildbraad was naar zijn mond; maar Rebekka had Jakob lief. 

In bovenstaande vijf verzen wordt in kort bestek de geschiedenis geschreven tot het moment, dat Ezau het zwakke moment kreeg.

Gen 25:29  En Jakob had een kooksel gekookt; en Ezau kwam uit het veld, en was moede. 
Gen 25:30  En Ezau zeide tot Jakob: Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede; daarom heeft men zijn naam genoemd Edom. 
Gen 25:31  Toen zeide Jakob: Verkoop mij op dezen dag uw eerstgeboorte. 
Gen 25:32  En Ezau zeide: Zie, ik ga sterven; en waartoe mij dan de eerstgeboorte? 
Gen 25:33  Toen zeide Jakob: Zweer mij op dezen dag! en hij zwoer hem; en hij verkocht aan Jakob zijn eerstgeboorte. 
Gen 25:34  En Jakob gaf aan Ezau brood, en het linzenkooksel; en hij at en dronk, en hij stond op en ging heen; alzo verachtte Ezau de eerstgeboorte. 

Ezau was moe en misschien ook wat onverschillig, toen hij uit het veld kwam en de heerlijke etensgeuren hem bereikten. Ezau vroeg aan Jacob of hij daar wat van mocht proeven…

“Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar….”

Jacob maakte gebruik van de situatie om Ezau voor te stellen om aan hem zijn geboorterecht te verkopen en Ezau, heel moe, zei “Zie ik ga sterven, waartoe mij dan de eerstgeboorte? “

Hier ligt een diepe les, maar daarover later méér.

En wat zegt Jacob? “Zweer mij op deze dag”en Ezau zwoer en verkocht aan hem zijn eerstgeboorte.

Daarna kreeg Ezau wat hij begeerde en op deze manier verachtte Ezau zijn eerstgeboorte.

Onlangs werd ik bepaald dat deze geschiedenis heel erg lijkt op een beweging die zich vandaag de dag voordoet. Het kan best zijn dat het van alle eeuwen is, maar wat wij (zij die het bespeuren) momenteel voor onze ogen zien gebeuren is hoogst verontrustend.

We gaan even terug in de tijd…

Abraham kreeg de belofte dat hij een vader van vele volkeren zou worden. Ook zí’jn vrouw kreeg door een wonder het beloofde kind Izak.. Daarna kreeg Rebekka door een gebedswonder haar tweeling.

Jacob mocht zijn rechterhand op één van de zonen van Yosef leggen, welke de jongste was en zo kreeg Efraïm de belofte dat uit hem een menigte van volkeren zou komen.

Een beetje geschiedenis lezen in het geschreven Woord laat een lijn zien.

Nadat het volk na Salomo in twee delen uiteen viel, werd het noordelijke deel over de aarde verstrooid, precies zoals voorzegd was. Zij gingen andere goden dienen, zoals voorzegd. Zij hadden een scheidsbrief gekregen, maar al in Genesis was voorzegd dat er verlossing zou komen.

Een jonge maagd, ondertrouwd, kreeg tijdens een bezoek te horen dat de schaduw des Allerhoogsten over haar zou komen en zij mocht Yeshua dragen, die voor de verloren schapen van het huis van Israel kwam.

Mirjams zwangerschap bracht veel meer teweeg dan een kind. Het werd het grootste wonder, omdat met Yeshua, alle beloften tot stand zouden gaan komen met het volk wat in twee delen uiteen gevallen was en zij die door diezelfde belofte Israel zou gaan worden.

Zoals Efraïm de eerstgeboortezegen kreeg, zo ging de Vader een plan uitwerken en daar gebruikte Hij de beloftelijn voor, zoals ik ben gaan zien.

In onze tijd, maar zeker zo’n dertig jaar geleden kwam een beweging geleid door de Geest van Heiligheid op gang die uitzonderlijk is.

Uit allerlei volkeren komen mensen naar buiten die een paar in het oog springende overeenkomsten hebben. Vaak kwamen zij in afzondering op de gedachte om te vragen wat de Vader van hen wilde. Die gedachte had Hij er Zelf in gelegd. Zij ontdekten dat de geboden meer waren dan wat zij voornamelijk in de kerk leerden en zij kregen zicht op de shabbat en de feesten. Die ontdekking was mogelijk gemaakt door de werking van de Geest der Heiligheid (Heilige Geest), die bij de nazaten van Efraïm, de eerstgeborene naar de belofte begon.

En zoals in elke stap in het heilsplan liggen er kapers op de kust om dit werk van de Ruach haKodesh te dwarsbomen.

De Vader laat dat toe om ons allen te beproeven en te zien of wij Hem écht in het centrum van ons leven houden. Denk aan de gelijkenis van het zaad en de zaaier.

Er zijn er, die deze kostbare zielen, waarvoor Yeshua gekomen is om hen te lossen, al dan niet verblind of onkundig ,trachten te verleiden hun eerstgeboorterecht te verkopen.

De nog jonge messiaanse beweging van mensen, zijn misschien niet moe, maar vaak wel onkundig, dat velen van hen op het punt staan hun eerstgeboorterecht in te leveren voor dat rode dáár.

En dat komt omdat men zijn roeping niet kent en er niet in gaat staan door het voor en uit te leven. Maar men heeft ook niet aan de Vader gevráágd  wie en wat men in Zijn ogen is en wat men mag doen!!

Velen zijn de shabbat begonnen en de feesten en het is veelal de emotie( en niet de leiding van de Geest der Heiligheid wat parten speelt, dat men mensen achterna gaat in plaats van de Vader ernstig te vragen wat Hij met dat gevoel voor hun oudere broer wil. Wanneer men ernstig zou vragen, gaat Hij antwoorden. En er zijn er die Hem dat werkelijk vragen. Zij worden toegerust met onderscheidingsvermogen om het verschil te zien.

Er zijn ernstige condities!

Wanneer men uit de volkeren voor dat rode dáár zijn of haar eerstgeboorterecht gaat verkopen, valt men de broer in het andere huis toe, overeenkomstig diens gekregen condities en is er van de eerstgeboorte door belofte geen sprake meer. Dan moet men achteraan sluiten.

Nu kunt u, denk ik, wel begrijpen waaróm er zo’n beroering is.

We staan voor een belangrijke nieuwe periode en net als de kinderen Israels kunnen wij een gouden kalf gaan maken…of niet!!

Wij kunnen door dat rode dáár, weleens een generatie moeten wachten, omdat we niet aan Vaders voorwaarden willen gehoorzamen….of niet!!

Want Hij is onze Maker en Man. En Hij moet het middelpunt zijn van ons bestaan en dat zal Hij ons duidelijk maken door Zijn Geest van Heiligheid, Die met Shavuot na Yeshua’s gaan, uitgestort is.

Het is niet onschuldig wat wij kiezen. We zullen er de gevolgen van gaan bemerken en net zoals het eerder geschetste waargebeurde relaas van Jacob en Ezau is het heden opnieuw zeer actueel.

Jer_6:16  Zo zegt de HEERE/ YHVH: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen.

Voor hen die de raad van Yeshua ernstig nemen, is er deze raad:

Joh 14:23   Deze dingen heb Ik tot u gesproken, bij u blijvende. 
Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb. 
Joh 14:27  Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd. 

Voor wie meer wil weten over het eerstgeboorterecht en zegen naar de belofte is er ook dit boek:

eerstgeborenen

 

 

 

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Melchizedek,erfenis en roeping

We lezen in Hebreeën 7 een terugblik en een omschrijving.

Terugblik dat Melchizedek Abraham een bezoek bracht en een omschrijving.

Heb 7:1  Want deze Melchizedek was koning van Salem, een priester des Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende; 
Heb 7:2  Aan welken ook Abraham van alles de tienden deelde; die vooreerst overgezet wordt, koning der gerechtigheid, en daarna ook was een koning van Salem, hetwelk is een koning des vredes; 

Koning der gerechtigheid

Is enig mens een koning der gerechtigheid geweest? Wat zegt het geschreven Woord ons daarover?

Luk 18:19  En Yeshua zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God. 

Pre_7:20  Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt.

Rom_3:12  Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.

Koning des Vredes

Isa_9:5  Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;

Zonder vader zonder moeder

Heb 7:3  Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende; maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid. 

Priester naar de orde van Melchizedek

Heb 7:17  Want Hij getuigt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek. 

Kan enig mens zulk een priester zijn geweest?

Ezr 2:61  En van de kinderen der priesteren, de kinderen van Habaja, de kinderen van Koz, de kinderen van Barzillai, die van de dochteren van Barzillai, den Gileadiet, een vrouw genomen had, en naar hun naam genoemd was. 
Ezr 2:62  Dezen zochten hun register, onder degenen, die in het geslachtsregister gesteld waren, maar zij werden niet gevonden; daarom werden zij als onreinen van het priesterdom geweerd. 

Niet de Vader

Heb 7:3  Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende; maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid. 

Joh_1:18  Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard. (maar Abraham zag Hem wel)

Niet de Zoon

In de dagen was Hij nog niet geboren uit Mirjam, maar Hij manifesteerde Zich als zijnde aan de Zoon van YHVH gelijk geworden – Hebr 7:3. Een gegeven wat ik in een brochure vond en wat direct een dieper inzicht gaf.

Hij is was, is en zal zijn

Heb_13:8 Yeshua haMasshiach is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid.

Hebr 7:3 ……maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid. 

Gekomen voor de verlorenen

Door Deze hebben wij deel aan de erfenis en mogen wij ons erfgenamen naar de belofte noemen.

Mat_15:24  Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.

Gal_3:29  En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.

Navolgers

Deu_13:4  Den HEERE, uw God, zult gij navolgen, en Hem vrezen, en Zijn geboden zult gij houden, en Zijn stem gehoorzaam zijn, en Hem dienen, en Hem aanhangen.

1Pe_2:21  Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Yeshua haMasshiach voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen;

Mat_10:6  Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels.

In de bres staan

Isa_41:28  Want Ik zag toe, maar er was niemand, zelfs onder dezen, maar er was geen raadgever, dat Ik hen zou vragen, en zij Mij antwoord geven zouden.

Isa_63:5  En Ik zag toe, en er was niemand die hielp; en Ik ontzette Mij, en er was niemand, die ondersteunde; daarom heeft Mijn arm Mij heil (Yeshua) beschikt, en Mijn grimmigheid heeft Mij ondersteund,

Eph 6:10-20  Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte Zijner macht. 
Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels. 
Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. 
Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven. 
Staat dan, uw lenden omgord hebbende met de waarheid, en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid; 
En de voeten geschoeid hebbende met bereidheid van het Evangelie des vredes; 
Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen. 
En neemt den helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord. 
Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in den Geest,

en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen; 

En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken; 
Waarover ik een gezant ben in een keten, opdat ik in hetzelve vrijmoediglijk moge spreken, gelijk mij betaamt te spreken. 
Rom_8:26  En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.

1Th_5:25  Broeders, bidt voor ons.
2Th_3:1  Voorts, broeders, bidt voor ons, opdat het Woord des Heeren zijn loop hebbe, en verheerlijkt worde, gelijk ook bij u;

Gen_25:21  En Izak bad den HEERE zeer in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw; want zij was onvruchtbaar; en de HEERE liet zich van hem verbidden, zodat Rebekka, zijn huisvrouw, zwanger werd.

Het gebed van Yeshua in Joh 17:20  En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen. 
Joh 17:21  Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. 
Joh 17:22  En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; 

Hoe groot zijt Gij!

 


Een reactie plaatsen

Priester naar de orde van Melchizedek

In de aanloop naar Yom Teruah en Yom Kippur, werd ik meermalen, zo niet dagelijks bepaald bij de Priester naar de orde van Melchizedek in het bijzonder beschreven in het boek Hebreeën.

Ik herinnerde mij dat Abraham alreeds een ontmoeting met de koning van Salem had, welke een Priester is naar de orde van Melchizedek.

Gen 14:18  En Melchizedek, koning van Salem, bracht voort brood en wijn; en hij was een priester des allerhoogsten Gods.
Gen 14:19  En hij zegende hem, en zeide: Gezegend zij Abram Gode, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit!
Gen 14:20  En gezegend zij de allerhoogste God, Die uw vijanden in uw hand geleverd heeft! En hij gaf hem de tiende van alles.

Psa 110:4  De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.

Heb 6:20  Daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Yeshua/Jezus, naar de ordening van Melchizedek, een Hogepriester geworden zijnde in der eeuwigheid. 

Heb 7:1  Want deze Melchizedek was koning van Salem, een priester des Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende;
Heb 7:2  Aan welken ook Abraham van alles de tienden deelde; die vooreerst overgezet wordt, koning der gerechtigheid, en daarna ook was een koning van Salem, hetwelk is een koning des vredes;
Heb 7:3  Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende; maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid.

Wij zijn gered door Yeshua’s verlossingswerk en bij Hem leren wij. Wij zijn de generatie uit die ene Zade waarvan gesproken is in Gal_3:16 “Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een: En uw zade; hetwelk is Yeshua.” Abba Vader begon met Adam om Zijn plan te trekken. Adam faalde, maar in Gen 3:15 wordt een belofte neergezet. Met het beloofde zaad Izak, voorzegd in Genesis 18 werd opnieuw een weg geopend en via alle unieke en door Vader gekozen beloofden die voortkwamen na Izak, trok Abba Vader een pad naar Yeshua, het beloofde Ene Zaad. Het Israel wat Abba Vader voor ogen heeft is door dat Ene Zaad Yeshua. Zie bijvoorbeeld de eerstgeboortezegenzegen die Efraïm kreeg- Jer_31:9 “Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechte weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israel tot een Vader, en Efraim is Mijn eerstgeborene”. In Yeshua is al de volheid, daarbuiten is een uiterlijk pogen, maar niet Vaders weg. Hagar en Sarah voorbeeld van eigen handelen(Ishmael) en belofte (Izak). Yeshua’s Priesterschap naar de orde van Melchizedek maakt het naadloos duidelijk, dat alleen Hij de weg ten leven is en Hij alleen ons naar de volheid leiden kan én zal om de roeping te gaan uitwerken overeenkomstig Zijn belofte en dán zal heel Israel behouden worden..

Abba Vader liet Jacob de rechterhand op Efraim, de zoon van Yosef leggen voor de geestelijke eerstgeboortezegen, zodat via belofte het werk van Abba Vader door Yeshua/Jezus volbracht zou gaan worden. Dat werden geestelijke eerstelingen. Yeshua, weliswaar geboren uit de stam Juda, werd de allereerste Eersteling Hogepriester naar de orde van Melchizedek, waardoor de offerdienst van Aäron berispelijk bleek (Hebr 9:12 en 25) en wij zijn door Hem de beloofde eerstelingen, die zoals voorzegd in de Romeinenbrief gebruikt worden om de nazaten uit Juda te trekken naar de allereerste Eersteling- Rom 10; Jer 3:18; Jes 65:1). Het gaat op geen andere manier gebeuren, omdat het geschreven Woord via de profetiën en beloftes te werk gaat.

Wij kunnen vragen om inzicht en de Geest van Heiligheid zal het ons indachtig maken.

We hebben wanneer wij gaan zien, Wie er voor ons pleit, een enorme zegen om in de bres te gaan staan.

Zoals Abraham pleitte in Genesis 18 vanaf vers 23  voor het behoud van Sodom, terwijl bij YHVH de maat vol was. In Genesis 17 had YHVH een verbond met Abraham gemaakt, ndat Abraham in Genesis 14 een ontmoeting met de koning van Salem gehad had die een Priester is naar de orde van Melchizedek. Heeft Abba dat ook met ons? Door Yeshua?

Het deed me denken aan een vers in het geschreven Woord dat Abba omzag en er was niemand om in de bres te staan,

Isa_63:5  En Ik zag toe, en er was niemand die hielp; en Ik ontzette Mij, en er was niemand, die ondersteunde; daarom heeft Mijn arm Mij heil beschikt, en Mijn grimmigheid heeft Mij ondersteund,

Laten we naar het pleiten van Abraham kijken. Mogen wij ook zo pleiten?

Gen 18:23 -33 En Abraham trad toe, en zeide: Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddeloze ombrengen? 
 om de vijftig rechtvaardigen, die binnen haar zijn? 
 Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den rechtvaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen? 
Toen zeide de HEERE/YHVH: Zo Ik te Sodom binnen de stad vijftig rechtvaardigen zal vinden, zo zal Ik de ganse plaats sparen om hunnentwil. 
 En Abraham antwoordde en zeide: Zie toch; ik heb mij onderwonden te spreken tot den Heere, hoewel ik stof en as ben! 
 Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken; zult Gij dan om vijf de ganse stad verderven? En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven, zo Ik er vijf en veertig zal vinden. 
 En hij voer voort nog tot Hem te spreken, en zeide: Misschien zullen aldaar veertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen om der veertigen wil. 
Voorts zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen, zo Ik aldaar dertig zal vinden. 
 En hij zeide: Zie toch, ik heb mij onderwonden te spreken tot de Heere; misschien zullen er twintig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der twintigen wil. 
 Nog zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik alleenlijk ditmaal spreke: misschien zullen er tien gevonden worden. En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der tienen wil. 
Toen ging YHVH weg, als Hij geeindigd had tot Abraham te spreken; en Abraham keerde weder naar zijn plaats. 

Mogen wij Abba YHVH nederig herinneren aan Zijn beloften?

Joh 17:1  Dit heeft Yeshua gesproken, en Hij hief Zijn ogen op naar den hemel, en zeide: Vader, de ure is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijke. 
  Gelijkerwijs Gij Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat al wat Gij Hem gegeven hebt, Hij hun het eeuwige leven geve. 
 En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt. 
  Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen; 
  En nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelven, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was. 
  Ik heb Uw Naam geopenbaard den mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en Gij hebt Mij dezelve gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard. 
  Nu hebben zij bekend, dat alles, wat Gij Mij gegeven hebt, van U is. 
  Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt. 
 Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uw. 
 En al het Mijne is Uw, en het Uwe is Mijn; en Ik ben in hen verheerlijkt. 
(.. ..)
Joh 17:14-26  Ik heb hun Uw woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk als Ik van de wereld niet ben. 
 Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van den boze. 
Zij zijn niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben. 
Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. 
Gelijkerwijs Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden. 
En Ik heilige Mijzelven voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid. 
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen. 
Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. 
En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; 
Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt. 
Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld. 
 Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend; maar Ik heb U gekend, en dezen hebben bekend, dat Gij Mij gezonden hebt. 
 En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt, en zal Hem bekend maken; opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen. 

Zie het gebed van Salomo, waarin Hij YHVH herinnert aan wat Hij gezegd heeft:

1Ko 8:22  En Salomo stond voor het altaar des HEEREN/YHVHs, tegenover de ganse gemeente van Israel, en breidde zijn handen uit naar den hemel; 
1Ko 8:23  En hij zeide: HEERE, God van Israel, er is geen God, gelijk Gij, boven in den hemel, noch beneden op de aarde, houdende het verbond en de weldadigheid aan Uw knechten, die voor Uw aangezicht met hun ganse hart wandelen; 
1Ko 8:24  Die Uw knecht, mijn vader David, gehouden hebt, wat Gij tot hem gesproken hadt; want met Uw mond hebt Gij gesproken, en met Uw hand vervuld, gelijk het te dezen dage is. 
1Ko 8:25  En nu HEERE, God van Israel, houd Uw knecht, mijn vader David, wat Gij tot hem gesproken hebt, zeggende: Geen man zal u van voor Mijn aangezicht afgesneden worden, die op den troon van Israel zitte; alleenlijk zo uw zonen hun weg bewaren, om te wandelen voor Mijn aangezicht, gelijk als gij gewandeld hebt voor Mijn aangezicht. 
1Ko 8:26  Nu dan, o God van Israel, laat toch Uw woord waar worden, hetwelk Gij gesproken hebt tot Uw knecht, mijn vader David. 
1Ko 8:27  Maar waarlijk, zou God op de aarde wonen? Zie, de hemelen, ja, de hemel der hemelen zouden U niet begrijpen, hoeveel te min dit huis, dat ik gebouwd heb! 
1Ko 8:28  Wend U dan nog tot het gebed van Uw knecht, en tot zijn smeking, o HEERE, mijn God, om te horen naar het geroep en naar het gebed, dat Uw knecht heden voor Uw aangezicht bidt. 
1Ko 8:29  Dat Uw ogen open zijn, nacht en dag, over dit huis, over deze plaats, van dewelke Gij gezegd hebt: Mijn Naam zal daar zijn; om te horen naar het gebed, hetwelk Uw knecht bidden zal in deze plaats. 
1Ko 8:30  Hoor dan naar de smeking van Uw knecht, en van Uw volk Israel, die in deze plaats zullen bidden; en Gij, hoor in de plaats Uwer woning, in den hemel, ja, hoor, en vergeef. 
1Ko 8:31  Wanneer iemand tegen zijn naaste zal gezondigd hebben, en hij hem een eed des vloeks opgelegd zal hebben, om zichzelven te vervloeken; en de eed des vloeks voor Uw altaar in dit huis komen zal; 
1Ko 8:32  Hoor Gij dan in den hemel, en doe, en richt Uw knechten, veroordelende den ongerechtige, gevende zijn weg op zijn hoofd, en rechtvaardigende den gerechtige, gevende hem naar zijn gerechtigheid. 
1Ko 8:33-61  Wanneer Uw volk Israel zal geslagen worden voor het aangezicht des vijands, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en zich tot U bekeren, en Uw Naam belijden, en tot U in dit huis bidden en smeken zullen; 
Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw volk Israel, en breng hen weder in het land, dat Gij hun vaderen gegeven hebt. 
 Als de hemel zal gesloten zijn, dat er geen regen is, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben; en zij in deze plaats bidden, en Uw Naam belijden, en van hun zonden zich bekeren zullen, als Gij hen geplaagd zult hebben; 
 Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw knechten en van Uw volk Israel, als Gij hun zult geleerd hebben den goeden weg in denwelken zij wandelen zullen; en geef regen op Uw land, dat Gij Uw volk tot een erfenis gegeven hebt. 
Als er honger in het land wezen zal, als er pest wezen zal, als er brandkoren, honigdauw, sprinkhanen, kevers wezen zullen, als zijn vijand in het land zijner poorten hem belegeren zal, of enige plage, of enige krankheid wezen zal; 
Alle gebed, alle smeking, die van enig mens, van al Uw volk Israel, geschieden zal; als zij erkennen, een ieder de plage zijns harten, en een ieder zijn handen in dit huis uitbreiden zal; 
 Hoor Gij dan in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en vergeef, en doe, en geef een iegelijk naar al zijn wegen, gelijk Gij zijn hart kent; want Gij alleen kent het hart van alle kinderen der mensen; 
 Opdat zij U vrezen al de dagen, die zij leven zullen in het land, dat Gij onzen vaderen gegeven hebt. 
 Zelfs ook aangaande den vreemde, die van Uw volk Israel niet zal zijn, maar uit verren lande om Uws Naams wil komen zal; 
 (Want zij zullen horen van Uw groten Naam, en van Uw sterke hand, en van Uw uitgestrekten arm) als hij komen en bidden zal in dit huis; 
Hoor Gij in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en doe naar alles, waarom die vreemde tot U roepen zal; opdat alle volken der aarde Uw Naam kennen, om U te vrezen, gelijk Uw volk Israel, en om te weten, dat Uw Naam genoemd wordt over dit huis, hetwelk ik gebouwd heb. 
Wanneer Uw volk in den krijg tegen zijn vijand uittrekken zal door den weg, dien Gij hen henen zenden zult, en zullen tot den HEERE bidden naar den weg dezer stad, die Gij verkoren hebt, en naar dit huis, hetwelk ik Uw Naam gebouwd heb; 
Hoor dan in den hemel hun gebed en hun smeking, en voer hun recht uit. 
Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U (want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, en hen leveren zult voor het aangezicht des vijands, dat degenen, die hen gevangen hebben, hen gevankelijk wegvoeren in des vijands land, dat verre of nabij is. 
En zij in het land, waar zij gevankelijk weggevoerd zijn, weder aan hun hart brengen zullen, dat zij zich bekeren, en tot U smeken in het land dergenen, die ze gevankelijk weggevoerd hebben, zeggende: Wij hebben gezondigd, en verkeerdelijk gedaan, wij hebben goddelooslijk gehandeld; 
 En zij zich tot U bekeren, met hun ganse hart, en met hun ganse ziel, in het land hunner vijanden, die hen gevankelijk weggevoerd zullen hebben; en tot U bidden zullen naar den weg van hun land (hetwelk Gij hun vaderen gegeven hebt), naar deze stad, die Gij verkoren hebt, en naar dit huis, dat ik Uw Naam gebouwd heb; 
1Ko 8:49  Hoor dan in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, hun gebed en hun smeking en voer hun recht uit; 
1Ko 8:50  En vergeef aan Uw volk, dat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en al hun overtredingen, waarmede zij tegen U zullen overtreden hebben; en geef hun barmhartigheid voor het aangezicht dergenen, die ze gevangen houden, opdat zij zich hunner ontfermen; 
Want zij zijn Uw volk en Uw erfdeel, die Gij uitgevoerd hebt uit Egypteland, uit het midden des ijzeren ovens; 
Opdat Uw ogen open zijn tot de smeking van Uw knecht, en tot de smeking van Uw volk Israel, om naar hen te horen, in al hun roepen tot U. 
Want Gij hebt hen U tot een erfdeel afgezonderd, uit alle volken der aarde; gelijk als Gij gesproken hebt door den dienst van Mozes, Uw knecht, als Gij onze vaderen uit Egypte uitvoerdet, Heere HEERE! 
Het geschiedde nu, als Salomo voleind had dit ganse gebed, en deze smeking tot den HEERE te bidden, dat hij van voor het altaar des HEEREN opstond, van het knielen op zijn knieen, met zijn handen uitgebreid naar den hemel; 
 Zo stond hij, en zegende de ganse gemeente van Israel, zeggende met luider stem: 
 Geloofd zij de HEERE, Die aan Zijn volk Israel rust gegeven heeft, naar alles, wat Hij gesproken heeft! Niet een enig woord is er gevallen van al Zijn goede woorden, die Hij gesproken heeft door den dienst van Mozes, Zijn knecht. 
  De HEERE, onze God, zij met ons, gelijk als Hij geweest is met onze vaderen; Hij verlate ons niet, en begeve ons niet; 
Neigende tot Zich ons hart, om in al Zijn wegen te wandelen, en om te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, dewelke Hij onzen vaderen geboden heeft. 
En dat deze mijn woorden, waarmede ik voor den HEERE gesmeekt heb, mogen nabij zijn voor den HEERE, onzen God, dag en nacht; opdat Hij het recht van Zijn knecht uitvoere, en het recht van Zijn volk Israel, elkeen dagelijks op zijn dag. 
En ulieder hart volkomen zij met den HEERE, onzen God, om te wandelen in Zijn inzettingen, en Zijn geboden te houden, gelijk te dezen dage. 

Aan te raden om Hebreeën 6 tm 12 te lezen.

OPROEP

Gezegend bent U Vader

https://www.youtube.com/watch?v=x0-GIUqs7Zg