Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Wie is Israel?

Exo 12:38  En veel vermengd volk trok ook met hen op, en schapen, en runderen, gans veel vee. .

Exo 12:49  Enerlei wet zij voor den ingeborene, en den vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert.

Exo 13:3  Verder zeide Mozes tot het volk (is dat inclusief het vermengde volk of zonder hen?)

Exo 13:18  Maar God/Elohim leidde het volk om

Het volk…is dat inclusief het vele vermengde volk of zonder hén?

Exo 14:1  Toen sprak de HEERE/YHVH tot Mozes, zeggende: 
Exo 14:2  Spreek tot de kinderen Israels, dat zij wederkeren, en zich legeren voor Pi-hachiroth, tussen Migdol en tussen de zee, voor Baal-zefon; daar tegenover zult gij u legeren aan de zee. 
Exo 14:3  Farao dan zal zeggen van de kinderen Israels: Zij zijn verward in het land; die woestijn heeft hen besloten. 

Spreek tot de kinderen Israels… is dat inclusief het vele vermengde volk of zonder hen?

Of worden zij apart genoemd?

Of doelt YHVH hier dat zij gezien de wet die zij gehoorzamen gelijk als de ingeboren Israelieten zijn en dus niet apart genoemd worden?

Exo 14:10  Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israels hun ogen op..

hieven de kinderen Israels hun ogen op…waarom wordt het veel vermengde volk niet apart vermeld?

Exo 14:22  En de kinderen Israels ( inclusief en niet apart vermeld het veel vermengde volk) zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand. 

Wanneer u verder leest, blijft het veel vermengde volk in één adem genoemd te worden als kinderen Israel… zie!

Exo 19:1  In de derde maand, na het uittrekken der kinderen Israels uit Egypteland, ten zelfden dage kwamen zij in de woestijn Sinai. 
Exo 19:2  Want zij togen uit Rafidim, en kwamen in de woestijn Sinai, en zij legerden zich in de woestijn; Israel nu legerde zich aldaar tegenover dien berg. 
Exo 19:3  En Mozes klom op tot God. En de HEERE/YHVH riep tot hem van den berg, zeggende: Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israels verkondigen: Exo 19:4  Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen, en u tot Mij gebracht heb. 
Exo 19:5  Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; 
Exo 19:6  En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult. 

Exo 19:8  Toen antwoordde al het volk gelijkelijk, en zeide: Al wat de HEERE/YHVH gesproken heeft, zullen wij doen! En Mozes bracht de woorden des volks weder tot den HEERE/YHVH. 
Exo 19:9  En de HEERE/YHVH zeide tot Mozes: Zie, Ik zal tot u komen in een dikke wolk, opdat het volk hore, als Ik met u spreek, en dat zij ook eeuwiglijk aan u geloven. Want Mozes had den HEERE/YHVH de woorden des volks verkondigd. 

Wat wij uit deze woorden kunnen opmaken is dat de vreemdeling, die oorspronkelijk niet uit de een van de stammen afkomstig was, eveneens Israel werd door de voorschriften van YHVH te gehoorzamen.

Lev_24:22  Enerlei recht zult gij hebben; zo zal de vreemdeling zijn, als de inboorling; want Ik ben YHVH, uw God/Elohim!
Num_9:14  En wanneer een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, en hij het pascha YHVH ook houden zal, naar de inzetting van het pascha, en naar zijn wijze, alzo zal hij het houden; het zal enerlei inzetting voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling en den inboorling des lands.
Num_15:15  Gij, gemeente, het zij ulieden en den vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, enerlei inzetting: ter eeuwige inzetting bij uw geslachten, gelijk gijlieden, alzo zal de vreemdeling voorYHVH’s aangezicht zijn.
Num_15:16  Enerlei wet en enerlei recht zal ulieden zijn, en den vreemdeling, die bij ulieden als vreemdeling verkeert.

We kunnen hieruit vaststellen dat de vreemdeling geen vreemdeling blijft, maar opgenomen wordt in het huisgezin van YHVH.

Hoe komt het dat wij onderscheid blijven maken, terwijl het geschreven Woord van YHVH het vele vermengde volk als de Israelieten rekent?

Hoe komt het dat er zo’n weerstand is, dat wij door Yeshua Abrahams zaad zijn en naar de beloftenis erfgenamen?

Dat wij naar de belofte nazaten van Yosef, Israel zijn, zo moeilijk te bevatten?

De Vader bouwt een huis voor Zich onder Zijn leiding, onder Zijn condities en wanneer al het volk, inclusief het vele vermengde volk eenparig zegt “wij zullen doen” zeggen zij ja op het huwelijksverbond.

Bedenk dat de Vader Zijn geschreven Woord openbaart door Zijn Geest, niet door het begrijpen van het verstand of aanzien wat voor ogen is…

Er is veel verwarring ontstaan door leringen die het geopenbaarde tegenstaan.

Voor alle openbaringen in het verleden tot nu toe ging verwarring en verdeeldheid aan vooraf,

maar de Vader gaat het doen. Hij zal beide “houten”  Zelf en op Zijn tijd en wijze één maken in Zijn Hand. Mijns inziens gaat dat alleen gebeuren door de werking van Zijn Geest, omdat Hij het eenzijdige verbond sloot met Abraham.

Gen 15:7  Voorts zeide Hij tot hem: Ik ben de HEERE, Die u uitgeleid heb uit Ur der Chaldeen, om u dit land te geven, om dat erfelijk te bezitten. 
Gen 15:8  En hij zeide: Heere, HEERE! waarbij zal ik weten, dat ik het erfelijk bezitten zal? 
Gen 15:9  En Hij zeide tot hem: Neem Mij een driejarige vaars, en een driejarige geit, en een driejarigen ram, en een tortelduif, en een jonge duif. 
Gen 15:10  En hij bracht Hem deze alle, en hij deelde ze middendoor, en hij leide elks deel tegen het andere over; maar het gevogelte deelde hij niet. 
Gen 15:11  En het wild gevogelte kwam neder op het aas; maar Abram joeg het weg. 
Gen 15:12  En het geschiedde, als de zon was aan het ondergaan, zo viel een diepe slaap op Abram; en ziet, een schrik, en grote duisternis viel op hem. 
Gen 15:13  Toen zeide Hij tot Abram: Weet voorzeker, dat uw zaad vreemd zal zijn in een land, dat het hunne niet is, en zij zullen hen dienen, en zij zullen hen verdrukken vierhonderd jaren. 
Gen 15:14  Doch Ik zal het volk ook rechten, hetwelk zij zullen dienen; en daarna zullen zij uittrekken met grote have. 
Gen 15:15  En gij zult tot uw vaderen gaan met vrede; gij zult in goeden ouderdom begraven worden. 
Gen 15:16  En het vierde geslacht zal herwaarts wederkeren; want de ongerechtigheid der Amorieten is tot nog toe niet volkomen. 
Gen 15:17  En het geschiedde, dat de zon onderging en het duister werd, en ziet, daar was een rokende oven en vurige fakkel, die tussen die stukken doorging. 
Gen 15:18  Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath: 

Gen 17:1  Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht! 
Gen 17:2  En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans zeer vermenigvuldigen. 
Gen 17:3  Toen viel Abram op zijn aangezicht, en God sprak met hem, zeggende: 
Gen 17:4  Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u; en gij zult tot een vader van menigte der volken worden! 
Gen 17:5  En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken. 
Gen 17:6  En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. 
Gen 17:7  En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. 
Gen 17:8  En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaan, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn. 

Eze 37:15  Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: 
Eze 37:16  Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israels, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraim, en van het ganse huis Israels, zijn metgezellen. 
Eze 37:17  Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot een worden in uw hand. 
Eze 37:18  En wanneer de kinderen uws volks tot u zullen spreken, zeggende: Zult gij ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn? 
Eze 37:19  Zo spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE/YHVH: Ziet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraims hand geweest is, en van de stammen Israels, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen een worden in Mijn hand. 

Wat ik er zelf uit op maken kan, is dat YHVH een volk naar Zijn belofte koos onder Zijn voorwaarden. Daar begon Hij mee in Gan Eden. Daar kunnen mensen bij zijn die qua geboorte ingeborenen zijn, maar ook zij, die eertijds vreemdelingen waren. Voorbeelden te over. Met Abraham sloot Hij een eenzijdig verbond. Straks op Zijn tijd gaat Hij dat volk naar de belofte fysiek verzamelen, die nu al geestelijk één zijn met elkaar door Zijn inwonende Geest.

Beproef mijn woorden!

 

 

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

In et verleden ligt het heden, in het nu…

Sinds een jaar ben ik bezig een indruk te krijgen van wat er zich heeft afgespeeld toen het joodse jongetje Sam, zo zal ik hem maar noemen tijdelijk in het huis van familie onderdak vond om in leven te kunnen blijven gedurende de Tweede Wereldoorlog. Helaas heeft hij samen met zijn ouders de oorlog niet overleefd.  Zijn naam kwam destijds in mij op en liet niet los, waardoor ik op zoek ging. Naar getuigen, getuigenverhalen, documentatie etc.

Dat bracht mij  op plaatsen en in contact met mensen, die er allemaal iets mee hadden gehad en zo bleek dat we iets gemeenschappelijks ontdekten. Het Shema-geloof  bracht liefde voort wat omgezet werd in daden, met dien verstande dat men wist dat het gevaarlijk was, zelfs levensbedreigend.

Alhoewel ik nu globaal een rasterwerk heb, gaat het verhaal voort. Ik kom documentatie tegen van de woonplaats waar ik gedeeltelijk mn jeugd doorbracht en vanwege zwijgzaamheid van bepaalde betrokkenen, stuit ik nu pas op boeken en verhalen die misschien de tweede ring vormen, maar het jongetje Sam is wel de aanleiding.

En wat dreef mij om jongetje Sam een naam te geven?

Een diepe verbondenheid die niet met tijdelijke emotie te maken heeft. Een verbondenheid die voortkomt uit de belofte én het eenzijdige verbond dat YHVH met Abraham sloot en Hem de belofte gaf dat alle volken zouden gezegend worden in hem

Abraham

Gen 12:3  En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. Gen 17:7  En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. 

Izak

Gen 26:3  Woon als vreemdeling in dat land, en Ik zal met u zijn, en zal u zegenen; want aan u en uw zaad zal Ik al deze landen geven, en Ik zal den eed bevestigen, dien Ik Abraham uw vader gezworen heb. 
Gen 26:4  En Ik zal uw zaad vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en zal aan uw zaad al deze landen geven; en in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde, 
Gen 26:5  Daarom dat Abraham Mijn stem gehoorzaam geweest is, en heeft onderhouden Mijn bevel, Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten. 

Jacob

Gen 35:10  En God zeide tot hem: Uw naam is Jakob, uw naam zal voortaan niet Jakob genoemd worden, maar Israel zal uw naam zijn; en Hij noemde zijn naam Israel. 
Gen 35:11  Voorts zeide God tot hem: Ik ben God de Almachtige! wees vruchtbaar, en vermenigvuldig! Een volk, ja, een hoop der volken zal uit u worden, en koningen zullen uit uw lenden voortkomen. 

Gal 3:29  En indien gij van Yeshua zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen. 

Ezechiël 37 en ook Romeinen schrijven van een volk naar de belofte. Wanneer YHVH belooft is het een belofte, wat niet uitsluitend door natuurlijke menselijke daden tot stand kan komen, uitgezonderd wanneer Hij de inspanningen zegent en het in Zijn plan ligt.

Ik verwonder mij dat Abba YHVH ons ogen geeft en inzicht van wat er aan netwerk, verbindingen ligt en hoezeer mensen uit de volkeren samenwerken, ondersteunen, hun leven op het spel zetten vanuit die verbondenheid en zij soms ook helemaal het zicht niet hebben op de Schepper erachter…

Ik herinner me een vrouw, die eerder anarchistisch was en voor enige jaren mijn pad kruiste. Zij kreeg een plek in het land Israel naar aanleiding van haar broer, die doodgemarteld werd omdat hij geen krimp gaf betreffende joodse onderduikers. Zij had niets met geloof en toch had haar broer die er ook niets mee had, zijn leven op het spel gezet om enigen uit Juda te laten leven. Haar broer was een nazaat uit de volkeren.

Jongetje Sam, ik hoop u er later meer over te delen, wanneer het relaas in de archieven kan.

Samenwerking vanuit dezelfde motieven zag ik ook plaatsvinden bij het Jerusalem Prayer Breakfast 2019  in Den Haag…

Het is het Woord wat spreekt en Zijn Geest wat ons tot daden aanzet, het vervolg daarvan is niet altijd binnen de paden. Daarom is waakzaamheid geboden én gebed om de juiste richting naar Zijn wil.

Dit onderwerp brengt mij naar Hem, Die mij leven gaf en zovelen met mij kunnen dat getuigen.

Zijn Geest die is, geeft dat door aan hen die zich afhankelijk weten van Hem die is, was en komen zal.

Rom 8:15  Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader! 
Rom 8:16  Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods/ Abba Vader zijn. 
Rom 8:17  En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van Elohim, en medeerfgenamen van Yeshua Messias; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden. 

Eigenlijk zó verweven…

Dank u Abba voor het leven, dat U geeft om door te geven… baruch ata YHVH

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Tót…

 

Er is iets bijzonders met het woordje “tót”..

Totdat Silo komt… Tot op  Johannes/Yochanan…tot op Yeshua…

Dit duidt iets aan dat er iets anders bijkomt of dat er iets stopt óf…?

In Galaten 3: 16 zagen we dat de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad is gesproken en dan zien we iets bijzonders, dat het uit dat Ene Zaad komt. Herinnert dat niet aan:  Isa_11:1  Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isai, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen.
Isa_53:2  Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.

Eén! Vaders scheppingsplan op de aarde spiegelt zich aan het hemelse.

Mal 2:14  Gij nu zegt: Waarom? Daarom dat de HEERE/YHVH een Getuige geweest is, tussen u en tussen de huisvrouw uwer jeugd, met dewelke gij trouwelooslijk handelt; daar zij toch uw gezellin, en de huisvrouw uws verbonds is. 
Mal 2:15  Heeft Hij niet maar een gemaakt, hoewel Hij des geestes overig had? En waarom maar dien enen? Hij zocht een zaad Gods. Daarom, wacht u met uw geest, en dat niemand trouwelooslijk handele tegen de huisvrouw zijner jeugd. 

De wet was tot op Johannes: Luk_16:16  De wet en de profeten zijn tot op Johannes; van dien tijd af wordt het Koninkrijk Gods verkondigd, en een iegelijk doet geweld op hetzelve. Hiermee worden niet de tien woorden bedoeld, die als Ketuba op de berg Sinaï werden gegeven, maar het offerbestel wat na het gouden kalf ingesteld werd. Dat kunnen we opmaken uit diverse teksten in het geschreven Woord, met name in de Hebreeënbrief Heb 8:1  De hoofdsom nu der dingen, waarvan wij spreken, is, dat wij hebben zodanigen Hogepriester, Die gezeten is aan de rechter hand van den troon der Majesteit in de hemelen: 
Heb 8:2  Een Bedienaar des heiligdoms, en des waren tabernakels, welken de Heere heeft opgericht, en geen mens. 
Heb 8:3  Want een iegelijk hogepriester wordt gesteld, om gaven en slachtofferen te offeren; waarom het noodzakelijk was, dat ook Deze wat had, dat Hij zou offeren. 
Heb 8:4  Want indien Hij op aarde ware, zo zou Hij zelfs geen Priester zijn, dewijl er priesters zijn, die naar de wet gaven offeren; 
Heb 8:5  Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen, gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij den tabernakel volmaken zou: Want zie, zegt Hij, dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op den berg getoond is. 
Heb 8:6  En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is. 
Heb 8:7  Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest. 
Heb 8:8  Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israels, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; 
Heb 8:9  Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de YHVH. En verder..

Heb 9:7  Maar in den tweeden tabernakel ging alleen de hogepriester, eenmaal des jaars, niet zonder bloed, hetwelk hij offerde voor zichzelven en voor des volks misdaden. 
Heb 9:8  Waarmede de Heilige Geest dit beduidde, dat de weg des heiligdoms nog niet openbaar gemaakt was, zolang de eerste tabernakel nog stand had; 
Heb 9:9  Welke was een afbeelding voor dien tegenwoordigen tijd, in welken gaven en slachtofferen geofferd werden, die dengene, die den dienst pleegde, niet konden heiligen naar het geweten; 
Heb 9:10  Bestaande alleen in spijzen, en dranken, en verscheidene wassingen en rechtvaardigmakingen des vleses, tot op den tijd der verbetering opgelegd. 
Heb 9:11  Maar Christus, de Hogepriester der toekomende goederen, gekomen zijnde, is door den meerderen en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel, 
Heb 9:12  Noch door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende. 
Heb 9:13  Want indien het bloed der stieren en bokken, en de as der jonge koe, besprengende de onreinen, hen heiligt tot de reinigheid des vleses; 
Heb 9:14  Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen? 
Heb 9:15  En daarom is Hij de Middelaar des nieuwen testaments, opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening der overtredingen, die onder het eerste testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der eeuwige erve ontvangen zouden. 
Heb 9:16  Want waar een testament is, daar is het noodzaak, dat de dood des testamentmakers tussen kome; 
Heb 9:17  Want een testament is vast in de doden, dewijl het nog geen kracht heeft, wanneer de testamentmaker leeft. 
Heb 9:18  Waarom ook het eerste niet zonder bloed is ingewijd. 
Heb 9:19  Want als al de geboden, naar de wet van Mozes, tot al het volk uitgesproken waren, nam hij het bloed der kalveren en bokken, met water, en purperen wol, en hysop, besprengde beide het boek zelf, en al het volk, 
Heb 9:20  Zeggende: Dit is het bloed des testaments, hetwelk God aan ulieden heeft geboden. 
Heb 9:21  En hij besprengde desgelijks ook den tabernakel, en al de vaten van den dienst met het bloed. 
Heb 9:22  En alle dingen worden bijna door bloed gereinigd naar de wet, en zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving. 
Heb 9:23  Zo was het dan noodzaak, dat wel de voorbeeldingen der dingen, die in de hemelen zijn, door deze dingen gereinigd werden, maar de hemelse dingen zelve door betere offeranden dan deze. 
Heb 9:24  Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons; 
Heb 9:25  Noch ook, opdat Hij Zichzelven dikwijls zou opofferen, gelijk de hogepriester alle jaar in het heiligdom ingaat met vreemd bloed; 
Heb 9:26  (Anders had Hij dikwijls moeten lijden van de grondlegging der wereld af) maar nu is Hij eenmaal in de voleinding der eeuwen geopenbaard, om de zonde te niet te doen, door Zijnszelfs offerande. 
Heb 9:27  En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel; 
Heb 9:28  Alzo ook Christus, eenmaal geofferd zijnde, om veler zonden weg te nemen, zal ten anderen male zonder zonde gezien worden van degenen, die Hem verwachten tot zaligheid. 

Tot op Johannes. Dat begrip wordt in de Galatenbrief hoofdstuk 4 goed uitgelegd. Wij waren tot op Johannes een kind, omdat de wet nog niet volmaakt was. Yeshua moest eerst komen om die om te zetten, naar een andere functie.

Gal 4:1  Doch ik zeg, zo langen tijd als de erfgenaam een kind is, zo verschilt hij niets van een dienstknecht, hoewel hij een heer is van alles; 
Gal 4:2  Maar hij is onder voogden en verzorgers, tot den tijd van den vader te voren gesteld. 
Gal 4:3  Alzo wij ook, toen wij kinderen waren, zo waren wij dienstbaar gemaakt onder de eerste beginselen der wereld. 

Gal 4:4  Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft Elohim Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet; 

Gal 4:5  Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden. 

Zoonschap in plaats van dienstknecht

Gal 4:6  En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader
Gal 4:7  Zo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus. 
Gal 4:8  Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden zijn; 
Gal 4:9  En nu, als gij God kent, ja, veelmeer van God gekend zijt, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen? (Galaten 3:1)
Gal 4:10  Gij onderhoudt dagen, en maanden, en tijden, en jaren. 
Gal 4:11  Ik vrees voor u, dat ik niet enigszins tevergeefs aan u gearbeid heb. 
Gal 4:12  Weest gij als ik, want ook ik ben als gij; broeders, ik bid u; gij hebt mij geen ongelijk gedaan. 
Gal 4:13  En gij weet, dat ik u door zwakheid des vleses het Evangelie de eerste maal verkondigd heb; 
Gal 4:14  En mijn verzoeking, die in mijn vlees geschiedde, hebt gij niet veracht noch verfoeid; maar gij naamt mij aan als een engel Gods, ja, als Yeshua haMasshiach. 
Gal 4:15  Welke was dan uw gelukachting? Want ik geef u getuigenis, dat gij, zo het mogelijk ware, uw ogen zoudt uitgegraven, en mij gegeven hebben. 
Gal 4:16  Ben ik dan uw vijand geworden, u de waarheid zeggende? 
Gal 4:17  Zij ijveren niet recht over u; maar zij willen ons uitsluiten, opdat gij over hen zoudt ijveren. 
Gal 4:18  Doch in het goede te allen tijd te ijveren is goed, en niet alleenlijk, als ik bij u tegenwoordig ben; 
Gal 4:19  Mijn kinderkens, die ik wederom arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in u krijge. 
Gal 4:20  Doch ik wilde, dat ik nu tegenwoordig bij u ware, en mijn stem mocht veranderen; want ik ben in twijfel over u. 
Gal 4:21  Zegt mij, gij, die onder de wet wilt zijn, hoort gij de wet niet? 

Gal 4:22  Want er is geschreven, dat Abraham twee zonen had, een uit de dienstmaagd, en een uit de vrije. 
Gal 4:23  Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis; 
Gal 4:24  Hetwelk dingen zijn, die andere beduiding hebben; want deze zijn de twee verbonden; het ene van den berg Sina, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Agar; 
Gal 4:25  Want dit, namelijk Agar, is Sina, een berg in Arabie, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen. 
Gal 4:26  Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. 

Gal 4:27  Want er is geschreven: Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij, die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame zijn veel meer, dan dergene, die den man heeft. (Jes 54; Ps 68: 7) 
Gal 4:28  Maar wij, broeders, zijn kinderen der belofte, als Izak was. 

Gal 4:29  Doch gelijkerwijs toen, die naar het vlees geboren was, vervolgde dengene, die naar den Geest geboren was, alzo ook nu. (Strijd tussen religie en relatie)

Gal 4:30  Maar wat zegt de Schrift? Werp de dienstmaagd uit en haar zoon; want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven met den zoon der vrije. 

Gal 4:31  Zo dan, broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar der vrije. 

Ik maak uit deze teksten uit het geschreven Woord op dat we niet eerstens bij mensen te rade moeten gaan, maar doen wat Yeshua ons aanraadde, namelijk in onze binnekamer gaan en het van de Leermeester verwachten Die het ons krachtens de belofte zal gaan openbaren: Joh_14:16  En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid;
Joh_14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.
Joh_15:26  Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Dien Ik u zenden zal van den Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van den Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.
Joh_16:7  Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden.

Een van de mensen die hier ook over spreekt is Eddie Chumney:

 

 

Beproef mijn woorden!

Shalom, Hadassah


Een reactie plaatsen

Vader’s belofte voor hen uit de volkeren

Opgevoed door ouders die naar hun beste weten mij het behoudende christelijke erfgoed gaven, maakten mij vooral bekend met de cultuur van het christelijke Westen en niet van het Oosten, alhoewel ook daar sporen naartoe of vandaan komen. Uitgeleid uit het diensthuis en op weg naar wat mij door openbaring aangewezen wordt door Zijn geschreven Woord en Zijn Geest, maakten mij tevens bewust om die ervaringen te delen, door Hemzelf aangespoord, aan dat deel waar ik uit kom, namelijk aan hen uit de volkeren. In de gelijkenis van de weggelopen jongste zoon zien we dat patroon terug. De jongste zoon heeft het verkwanseld en komt niet naar de oudste zoon, neemt er niets van over, maar is zich zeer bewust van zijn staat, nadat hij tot zichzelf en de condities van zijn gedane keuze is gekomen. Zijn oog is gericht op zijn Vader om Hem te vertellen dat hij de straf inziet en hem om vergeving wil gaan vragen. Dat is de juiste volgorde.  De Vader zal zowel met de jongste zoon alswel de oudste op Zijn eigen manier de eenheid tot stand laten komen. We hebben nodig dat we naarstig de Vader vragen wat Hij van ons verlangt zodat wij Hem niet voor de voeten lopen en voorbarig in eigen kunnen het proces ophouden. We weten de kostbare details van het hele relaas.We kunnen o.m. opmaken uit de Romeinenbrief dat de Vader een verborgen werk doet in hen die geen volk waren (Rom. 10:19; 1 Petr 2:10) Nu zou het erop kunnen lijken dat we degenen waarmee wij ons zo verbonden voelen, laten voor wie zij zijn, maar dat is gedeeltelijk waar. Ik wil de lijn van de Vader volgen Die Zelf met de andere zoon gaat praten omdat ook deze iets goed te maken heeft richting de Vader, zie oa Jer 3:8. Abba weet wat Hij zal doen om ons met de andere broer één te laten worden in Vaders huis! En onze verbondenheid met hen is een kenmerk dat wij één waren in Hem en dat ook weer gaan worden! Joh 10:16  Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder. 

I Cor 10 van af vers 1 tm 6 houdt ons een serieuze les voor ogen. Hoe vaak hebben wij het gelezen en ons niet beseft dat het woord “onze” te maken heeft met de belofte? 1Co 10:1  En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn;  Abba YHVH ziet ons als een deel van de gehele natie, niet naar afkomst alleen,maar zeker door belofte en dat wil ik met u gaan doorlopen. “En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden…”(vers 6)

Meer en meer word mij duidelijk dat de Vader een plan heeft die ons verstand te boven gaat en tevens eenvoudig begrijpelijk door in geloof aan te nemen dat Hij het langs een uitzonderlijke weg tot stand zal gaan laten komen.

Het houdt mij lieflijk bezig. Het boeit me omdat het Woord en Geest verklarend en openbarend samenwerken.

De mens werd geschapen en koos eigen weg te gaan met alle gevolgen vandien, maar ondanks dát, had de Vader een ultiem plan.

En dat brengt me in verwondering over zulk een opofferende liefde van onze Maker en Man Isa_54:5  Want uw Maker is uw Man, HEERE/YHVH der heirscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israels is uw Verlosser; Hij zal de God/Elohim des gansen aardbodems genaamd worden.

In Gan Eden voorzegd dat de Messias zou komen Gen 3:15  En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen. 

De lijn volgen van de belofte van Genesis t/m Openbaring is een boeiende bewustwording. Een paar begrippen die herhaald worden zijn: zaad, groot volk, in u gezegend, geloof, verbond, menigte der volkeren, naar de beloftenis erfgenamen, dienstbare en vrije, verlossing…

Tussen Abraham en Yeshua ligt ondermeer de zegen van Jacob/Yaacov aan de zonen van Yosef.. We zullen gaan kijken wat Abba YHVH Abraham voorzegt:

Gen 12:3  En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. (.. ..)
Gen 13:15  Want al dit land, dat gij ziet, zal Ik u geven, en aan uw zaad, tot in eeuwigheid.
Gen 13:16 En Ik zal uw zaad stellen als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zal kunnen tellen, zal ook uw zaad geteld worden.
Gen 13:17  Maak u op, wandel door dit land, in zijn lengte en in zijn breedte; want Ik zal het u geven. (.. )Gen 15:3  Voorts zeide Abram: Zie, mij hebt Gij geen zaad gegeven, en zie, de zoon van mijn huis zal mijn erfgenaam zijn! 

Gen 15:4  En ziet, het woord des HEEREN/YHVH was tot hem, zeggende: Deze zal uw erfgenaam niet zijn; maar die uit uw lijf voortkomen zal, die zal uw erfgenaam zijn. {Belofte}

Gen 15:5  Toen leidde Hij hem uit naar buiten, en zeide: Zie nu op naar den hemel, en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot hem: Zo zal uw zaad zijn!
Gen 15:6  En hij geloofde in den HEERE/YHVH; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid. {Y
HVH maakt een eenzijdig verbond met Abraham, waarin wij kunnen zien dat het van Vaders kant een weloverwogen keuze is}

In hoofdstuk 16 slaat het ongeloof toe en Abraham gaat in op de wens van Sarah om bij Hagar een zoon te verwekken, maar dat was niet de zoon der belofte uit welke dat grote beloofde (naar Vaders  keuze)volk zou komen. Abraham moet later deze zoon wegzenden en beide vrouwen worden later als voorbeeld gebruikt in

Gal 4:23  Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis; 

In hoofdstuk 17 herinnert YHVH Abraham aan het verbond wat Hij eenzijdig met hem gesloten heeft en weer herinnert Hij hem eraan dat hij een groot volk zal worden. Hier ligt de belofte  en een geheimenis…Gen 17:1  Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht! 
Gen 17:2  En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans zeer vermenigvuldigen. 
Gen 17:3  Toen viel Abram op zijn aangezicht, en God sprak met hem, zeggende: 
Gen 17:4  Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u; en gij zult tot een vader van menigte der volken worden! 
Gen 17:5  En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken. 
Gen 17:6  En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. 
Gen 17:7  En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. 
Gen 17:8  En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaan, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn. 
Gen 17:9  Voorts zeide God tot Abraham: Gij nu zult Mijn verbond houden, gij, en uw zaad na u, in hun geslachten. 
Gen 17:10  Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij, en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde. 

Gen 17:16  Want Ik zal haar zegenen, en u ook uit haar een zoon geven; ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal: koningen der volken zullen uit haar worden! 

Er ligt een hele les in besloten wanneer wij de geschiedenis van de Hebreeër Abraham bestuderen..Daarin kunnen we kostbare schatten vinden wanneer we de lijn der belofte zoeken.

Terug naar Genesis 48 alwaar iets bijzonders gebeurt en waarom de term “zonen van Yosef” niet vreemd is voor hen die naar de beloftenis erfgenamen zijn.

Inleiding..Gen 48:8  En Israel zag de zonen van Jozef, en zeide: Wiens zijn deze? 
Gen 48:9  En Jozef zeide tot zijn vader: Zij zijn mijn zonen, die mij God hier gegeven heeft. En hij zeide: Breng hen toch tot mij, dat ik hen zegene! 
Gen 48:10  Doch de ogen van Israel waren zwaar van ouderdom; hij kon niet zien; en hij deed hen naderen tot zich; toen kuste hij hen, en omhelsde hen. 
Gen 48:11  En Israel zeide tot Jozef: Ik had niet gemeend uw aangezicht te zien; maar zie, God heeft mij ook uw zaad doen zien! 
Gen 48:12  Toen deed hen Jozef uitgaan van zijn knieen; en hij boog zich voor zijn aangezicht neder ter aarde. 

Gen 48:13  En Jozef nam die beiden, Efraim met zijn rechterhand, tegenover Israels linkerhand, en Manasse met zijn linkerhand, tegenover Israels rechterhand, en hij deed hen naderen tot hem. 
Gen 48:14  Maar Israel strekte zijn rechterhand uit, en leide die op het hoofd van Efraim, hoewel hij de minste was, en zijn linkerhand op het hoofd van Manasse; hij bestierde zijn handen verstandelijk; want Manasse was de eerstgeborene. 

Gen 48:15  En hij zegende Jozef, en zeide: De God, voor Wiens aangezicht mijn vaders, Abraham en Izak, gewandeld hebben, die God, Die mij gevoed heeft, van dat ik was, tot op dezen dag; 
Gen 48:16  Die Engel, Die mij verlost heeft van alle kwaad, zegene deze jongeren, en dat in hen mijn naam genoemd worde, en de naam mijner vaderen, Abraham en Izak, en dat zij vermenigvuldigen als vissen in menigte, in het midden des lands! 
Gen 48:17  Toen Jozef zag, dat zijn vader zijn rechterhand op het hoofd van Efraim leide, zo was het kwaad in zijn ogen, en hij ondervatte zijns vaders hand, om die van het hoofd van Efraim op het hoofd van Manasse af te brengen. 
Gen 48:18  En Jozef zeide tot zijn vader: Niet alzo, mijn vader! want deze is de eerstgeborene; leg uw rechterhand op zijn hoofd. 
Gen 48:19  Maar zijn vader weigerde het, en zeide: Ik weet het, mijn zoon! ik weet het; hij zal ook tot een volk worden, en hij zal ook groot worden; maar nochtans zal zijn kleinste broeder groter worden dan hij, en zijn zaad zal een volle menigte van volkeren worden
Gen 48:20  Alzo zegende hij ze te dien dage, zeggende: In u zal Israel zegenen, zeggende: God zette u als Efraim en als Manasse! En hij zette Efraim voor Manasse.(Jer 31:9)

Zo zien we Abraham, de vader van een menigte der volkeren, gevolgd door Efraim, die niet de vleselijke eerstgeborene was en toch van Jacob, door YHVH’s besluit als beloofde eerstgeborene werd gezegend met een eerstgeboortebelofte…zie het vorige vers. Over eerstgeborene en het karakter valt ook veel te zeggen. Een bijzonder boekje hierover is http://docplayer.nl/30227732-Het-eerstgeboorterecht-door-ephraim-and-rimona-frank.html

Wanneer we dan een hele tijd later kijken naar de belofte dat Messias Yeshua, de Eerstgeborene ( van af 1 Koll. 1:13 ev; Op 1:5) zou komen om de gesloten Deur te openen naar de Vader. een daad van een Eerstgeborene, dan kunnen we gaan beseffen dat afkomst op zich geen belofte tot stand zal laten komen.

De belofte lijn is een unieke beslissing van de Allerhoogste om Zijn plan volvoerd te krijgen, niet naar de mens, maar naar Zijn welbehagen en ook weer zó, dat een ieder die op Zijn voorwaarden ingaat, antwoord krijgt.

Er is een gezegde dat vele eersten de laatsten zijn en ook dat vinden we in het Woord terug, maar daar gaan we nu niet op door…

Yeshua welke verkondigde dat Hij niet dan voor de verloren schapen van het huis Israels gekomen is, ook daar ligt een geheimenis verborgen.. Jer_50:6  Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.
Mat_10:6  Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels.
Mat_15:24  Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.

Ik wil u meenemen naar de Galatenbrief, met name hoofdstuk 3 en 4:

In hoofdstuk 3 wordt in kort bestek vastgesteld dat de strijd tussen vlees/eigengerechtigheid en geest/ gewillig gehoorzaam niet nieuw is. Wanneer we de beloftelijn volgen, zien we het verschil tussen religie  en relatie.

Onderstaande woorden groeien naarmate de betekenis duidelijker wordt:

Gal 3:6  Gelijkerwijs Abraham Gode geloofd heeft, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend; 
Gal 3:7  Zo verstaat gij dan, dat degenen, die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn
Gal 3:8  En de Schrift, te voren ziende, dat God de heidenen uit het geloof zou rechtvaardigen, heeft te voren aan Abraham het Evangelie verkondigd, zeggende: In u zullen al de volken gezegend worden. 
Gal 3:9  Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham.  (..)

Gal 3:16  Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een: En uw zade; hetwelk is Yeshua. 

Ziet u hierboven?! De lijn der belofte komt hier samen in die Ene . Gal 3:16  Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een (enkelvoud): En uw zade; hetwelk is Yeshua. 

Elk vers in Galaten 3 is niet los te zien zonder de voorgaande…daarom nodig ik u uit het hele hoofdstuk te lezen.

Gal 3:18  Want indien de erfenis uit de wet is, zo is zij niet meer uit de beloftenis; maar God heeft ze Abraham door de beloftenis genadiglijk gegeven. 
(.. ..)
Gal 3:20  En de Middelaar is niet Middelaar van een, maar God is een. 
(.. ..)
Gal 3:22  Maar de Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Yeshuas aan de gelovigen zou gegeven worden. 
Gal 3:23  Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden. ( Wie nam Yeshua mee nadat Hij opgestaan was uit de dood?)
Gal 3:24  Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Yeshua, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden. 
Gal 3:25  Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester. 
Gal 3:26  Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Yeshua. 
Gal 3:27  Want zovelen als gij in Yeshua gedoopt zijt, hebt gij Yeshua aangedaan. 
Gal 3:28  Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Yeshua. ( Ef 2:14)
Gal 3:29  En indien gij van Yeshua zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen. 

Gal 4:1  Doch ik zeg, zo langen tijd als de erfgenaam een kind is, zo verschilt hij niets van een dienstknecht, hoewel hij een heer is van alles; 
Gal 4:2  Maar hij is onder voogden en verzorgers, tot den tijd van den vader te voren gesteld. 
Gal 4:3  Alzo wij ook, toen wij kinderen waren, zo waren wij dienstbaar gemaakt onder de eerste beginselen der wereld. (..)Gal 4:6  En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader! 
Gal 4:7  Zo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus. 
Gal 4:8  Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden zijn; (..) Gal 4:22  Want er is geschreven, dat Abraham twee zonen had, een uit de dienstmaagd, en een uit de vrije. 
Gal 4:23  Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis; 
Gal 4:24  Hetwelk dingen zijn, die andere beduiding hebben; want deze zijn de twee verbonden; het ene van den berg Sina, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Agar; 
Gal 4:25  Want dit, namelijk Agar, is Sina, een berg in Arabie, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen. 
Gal 4:26  Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. 
Gal 4:27  Want er is geschreven: Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij, die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame zijn veel meer, dan dergene, die den man heeft. (Jes 54)
Gal 4:28  Maar wij, broeders, zijn kinderen der belofte, als Izak was. (..)
Gal 4:31  Zo dan, broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar der vrije. 

Heel het geschreven Levendmakende Woord getuigt van Zijn belofte, Zijn verbond en Zijn verlossing voor gans Israel. Er is nog veel meer te ontdekken…

Beproef wat ik schrijf!

Alle eer aan Hem Die het leven geeft!

 


Een reactie plaatsen

Vernieuwd inzicht op Shavuot

Shavuot kwam in zicht en denkende over wat reeds gebeurd was en wat nog staat te gebeuren, werd mijn aandacht getrokken naar een aantal woorden uit het geschreven Woord waarover ik vandaag vernieuwd inzicht kreeg. Als ik het in een categorie zou moeten plaatsen zou ik het beschrijven als een boodschap voor mijn volk uit de volkeren…

Joh 14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb. 

Gal 3:17  En dit zeg ik: Het verbond, dat te voren van Elohim/God bevestigd is op Yeshua, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis te niet te doen. 

Gal_3:24 Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Yeshua, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden. (Zie ik hier Efraïm de eerstgeborene (Jer 31:9) naar de belofte?) Eerstgeborene van YHVH’swege? Eerstgeborene kreeg een voorloperstaak om de familie te kunnen verlossen, zoals Yeshua de Eersteling van het gehele Israel naar de belofte is… Yeshua Eersteling/Hoofd/Beschermer over het Israel/Bruid naar de belofte..Man hoofd/beschermer over zijn vrouw/bruid (1 Cor 11:3, Ef 5:23)..In díé volgorde!

Gen 48:13  En Jozef nam die beiden, Efraim met zijn rechterhand, tegenover Israels linkerhand, en Manasse met zijn linkerhand, tegenover Israels rechterhand, en hij deed hen naderen tot hem. 
Gen 48:14  Maar Israel strekte zijn rechterhand uit, en leide die op het hoofd van Efraim, hoewel hij de minste was, en zijn linkerhand op het hoofd van Manasse; hij bestierde zijn handen verstandelijk; want Manasse was de eerstgeborene. (.. ..) Gen 48:17  Toen Jozef zag, dat zijn vader zijn rechterhand op het hoofd van Efraim leide, zo was het kwaad in zijn ogen, en hij ondervatte zijns vaders hand, om die van het hoofd van Efraim op het hoofd van Manasse af te brengen. 
Gen 48:18  En Jozef zeide tot zijn vader: Niet alzo, mijn vader! want deze is de eerstgeborene; leg uw rechterhand op zijn hoofd. 
Gen 48:19  Maar zijn vader weigerde het, en zeide: Ik weet het, mijn zoon! ik weet het; hij zal ook tot een volk worden, en hij zal ook groot worden; maar nochtans zal zijn kleinste broeder groter worden dan hij, en zijn zaad zal een volle menigte van volkeren worden.(is dát niet de doorgetrokken lijn vanuit Abraham? “Melo haGoyim”)

Juda had tot op Yeshua (totdat Silo komt..) de scepter mogen dragen, maar nadat Yeshua Zijn verlossingswerk had volbracht werden als het ware de handen verwisseld en werd begin gemaakt met Efraïm, dat uit vele volken tevoorschijn kwam, welken geen naam, gemixt en heidens waren geworden. Want is het niet dat het merendeel van hen die Jezus zijn gaan aanvaarden sinds mensenheugenis en nu in voortschrijdend inzicht Yeshua en Zijn geboden van oudsher ontdekken, Juda? Neen, dat zijn de volkeren!

Tot op Yeshua was de wet..hou dat even vast. Silo komt..Na Silo wordt de Ruach haKodesh bevestigd op de Shavuot na Yeshua’s hemelvaart, zodat de wet niet meer op zichzelf afdoende is. Eén is Uw Meester…zou dit begrip ook in het rijtje passen en dat het t begin aanduidt van dat nieuwe verbond waarin wij geleerd worden door Zijn Woord en door Zijn uitgestorte Geest op alle vlees, waarvan in Handelingen 2 een begin werd gemaakt?

Gen_49:10  De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn.

Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn. De volkeren. Zijn het niet voornamelijk afgezanten uit de volkeren die Denzelven gehoorzaam zijn?

Nu? Ja sinds dat Yeshua opgevaren is, zijn dienstknechten de volkeren ingegaan omdat zij wisten dat op die melo haGoyim de belofte lag, waarvan de Schrift gesproken had dat naar de belofte Abraham, de Hebreeër, een vader werd van vele volkeren. Die belofte werd doorgetrokken naar Efraïm, die naar fysieke afstamming geen eerstgeborene kon zijn, maar wel naar de belofte (Gen.48)!

Die beloftelijn wordt oa in Galaten 3 duidelijk uiteengezet alwaar wij lezen in vers 19 dat de wet was totdát het Zaad gekomen was. Zaad der belofte. De Ene Zade..”Hij zegt niet: En den zaden (meervoud) als van velen; maar als van één: En uw zade; hetwelk is Yeshua.

Hier ligt mijns inziens de sleutel. We zouden het op een rijtje kunnen neerzetten. De belofte gegeven in Gan Eden Gen 3:15. Belofte aan Abraham, Yosef (bney Yosef zonen door belofte ) Efraïm ( verkoren uit de volkeren op grond van belofte ) en Yeshua. Met dien verstande, dat Juda die de scepter droeg tot op Yeshua samengevoegd gaat worden met Efraïm, zoon van Yosef. Beiden worden ook genoemd huis van Juda, huis van Israel (naar de belofte)zodat die twee delen één nieuwe getooide Bruid wordt (zie 2 Kronieken 7,10; Ezechiël 37; Jer 3: 18; Rom. 9tm 11; Ef 2:14 ea.

Dan worden de begrippen Hagar de niet vrije en Sarah de vrije ook heel duidelijk. Vleselijke afstamming geeft evenals vleselijke natuurlijke keuze de doorslag niet. Uit YHVH’s belofte komt de verlossing, bevrijding, herstel en opstelling van het volk wat Hij gekozen heeft en wat zich zal gaan ontwikkelen. Alhoewel dat volk naar de belofte al vanaf Gan Eden vorm kreeg. Alles ligt in Vaders orde en voorwaarden besloten en wordt overeenkomstig uitgevoerd.

Dan is ook Yeshua als Hogepriester naar de orde van Melchizedek te begrijpen. Eveneens naar de belofte. Zou het kunnen zijn, dat wij de contouren van het komende koninkrijk, wat zich ten volle gaat openbaren (tot aanzien gebracht worden) alreeds in ons midden hebben en dat het alreeds in beginsel is gaan functioneren en straks volledig inwerking treedt?  Zou dát tevens ook duidelijk maken waarom er zoveel strijd is tussen vlees en geest? Zou het kunnen zijn, doordat velen verlokt worden door wijsheid van mensen, dat zij daardoor de zo nodige openbaring missen die alreeds klaarstaat en alleen gegeven wordt aan hen die overeenkomstig de openbaring van Zijn Geest op Zijn Woord als hoogste goed stellen? Er staat dat wie zoekt zal vinden…Via de lange of korte weg? Gelijkenis van de parel..wie is bereid om alles over te hebben voor die ene parel?

Gisteren waren we op weg naar gelijkgestemden en in het Friese landschap kwamen we langs een weiland van schapen. Er schoot door me heen “Mijn schapen dolen op alle hoge bergen..”(Ezechiël 34:6) Merendeel geen goede voorlopers die hen naar Yeshua leiden vanuit de belofte…maar in dit Friese vlakke landschap was geen berg te zien..ik zag de omheining ,wat tevens een metafoor was…de schapen niet toestaan te groeien in en naar hun bestemming…en ook dat is zó actueel. In Jesaja  61:1 wordt voorzegd wat Yeshua in Markus 16:15 -18 de dicipelen voorhoudt:

Galaten 3 begint met een uitroep vanuit het diepst van Shaul’s hart richting hen die in de Geest begonnen waren en in het vlees eindigen. Ook dit is niet van toen, het is van alle tijden en ook zéker nu van toepassing. Mensen uit de volkeren zijn van eenvoudige kerken waar ze Jezus vonden zonder veel van Zijn geboden, verder gewandeld en velen zijn, mede door mensen die zich leraars noemen, verstrikt geraakt in mensenleringen. Mat 15:9  Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn. Jes. 29:13  Want de Heere/ YHVH heeft gezegd: Daarom dat dit volk tot Mij nadert met zijn mond, en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart verre van Mij doen; en hun vreze, waarmede zij Mij vrezen, mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn; 

Gal 3:1  O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; denwelken Yeshua haMasshiach voor de ogen te voren geschilderd is geweest, onder u gekruist zijnde? 
Gal 3:2  Dit alleen wil ik van u leren: hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?

Shaul/Paulus wist van de sleutel (belofte) en daarom sprak hij hen zo toe. Hij wist wat er op het spel stond. Daarom zou hij nu, als hij naar Nederland gezonden zou worden, ook hier op diverse plaatsen zo spreken.

Een woord van waarschuwing:

Jer 8:7  Zelfs een ooievaar aan den hemel weet zijn gezette tijden, en een tortelduif, en kraan, en zwaluw, nemen den tijd hunner aankomst waar; maar Mijn volk weet het recht des HEEREN/YHVH niet. 
Jer 8:8  Hoe zegt gij dan: Wij zijn wijs en de wet des HEEREN/YHVH is bij ons! Ziet, waarlijk tevergeefs werkt de valse pen der schriftgeleerden. 
Jer 8:9  De wijzen zijn beschaamd, verschrikt en gevangen; ziet, zij hebben des HEEREN/YHVH woord verworpen, wat wijsheid zouden zij dan hebben? 

Wij uit de volkeren zullen alle zeilen moeten bijzetten om op het smalle pad te blijven en alleen YHVH’s voorwaarden zoeken te vinden.Voorbeelden te over van doelen missen, hoe aardig dat ook aangeboden werd en aantrekkelijk leek. Op een dag als vandaag, Shavuot, vond de vervulling plaats, dat de Ruach haKodesh onze Leermeester werd. Dat is ongeveer tweeduizend jaar geleden.

Sindsdien hebben velen gestreden om in te gaan. Die strijd lijkt zich te verhevigen, maar wanneer we vast houden aan Zijn Naam, waarvan gezegd wordt dat Deze een sterke toren is en allen die daarheen vluchten zullen bescherming vinden onder Zijn vleugels.

We hebben overeenkomstig de belofte een roeping, een opleiding bij de Leermeester en een opdracht. Overeenkomstig de keuze voor de Leermeester of leermeester zal onze oogst zijn. Gezegd moet worden dat onze diepe verbondenheid met Juda een eigenschap is die we al van den beginne meekregen omdat we ondanks de scheiding één volk waren en zullen gaan worden. Het is een eigenschap die de Schepper/Vader aan ons gaf en die Hij wil gaan gebruiken op Zijn manier en op Zijn tijd. Belangrijk is om die eigenschap vrijwillig aan Hem te geven zodat het in Zijn handen gevormd wordt naar Zijn welbehagen.

Bidt en u zal gegeven worden..Zoekt en gij zult vinden.. Jacobus_1:5  En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van YHVH begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden.

Beproeven mág!

Shalom, Hadassah

NB Alle eer aan YHVH!

 


Een reactie plaatsen

Totdat Silo komt…

Recentelijk kreeg ik gedachten over de woorden uit Genesis 49:10

De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn.                                                                                                                                         

Deze woorden zijn een onderdeel van Jacob’s zegen aan zoon Juda, zie vers 8″Juda! gij zijt het, u zullen uw broeders loven; uw hand zal zijn op den nek uwer vijanden; voor u zullen zich uws vaders zonen nederbuigen. 9 Juda is een leeuwenwelp! gij zijt van den roof opgeklommen, mijn zoon! Hij kromt zich, hij legt zich neder als een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan? 10 De schepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn. 11 Hij bindt zijn jongen ezel aan den wijnstok, en het veulen zijner ezelin aan den edelsten wijnstok; hij wast zijn kleed in den wijn, en zijn mantel in wijndruivenbloed. 12 Hij is roodachtig van ogen door den wijn, en wit van tanden door de melk.

Gen 49:10  לאH3808 יסורH5493 שׁבטH7626 מיהודהH3063 ומחקקH2710 מביןH996 רגליוH7272 עדH5704 כיH3588 יבאH935 שׁילהH7886 ולו יקהתH3349 עמים׃H5971 

שׁבטH7626 scepter – H7626
שֵׁבֶט
shêbeṭ
shay’-bet
From an unused root probably meaning to branch off; a scion, that is, (literally) a stick (for punishing, writing, fighting, ruling, walking, etc.) or (figuratively) a clan: –  X correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe.

ומחקקH2710 lawgiver- H27190

חָקַק
châqaq
khaw-kak’
A primitive root; properly to hack, that is, engrave (Jdg_5:14, to be a scribe simply); by implication to enact (laws being cut in stone or metal tablets in primitive times) or (generally) prescribe: – appoint, decree, governor, grave, lawgiver, note, pourtray, print, set.

רֶגֶל
regel
reh’-gel
From H7270; a foot (as used in walking); by implication a step; by euphemism the pudenda: –  X be able to endure, X according as, X after, X coming, X follow, ([broken-]) foot ([-ed, -stool]), X great toe, X haunt, X journey, leg, + piss, + possession, time.

עַד
‛ad
ad
Properly the same as H5703 (used as a preposition, adverb or conjugation; especially with a preposition); as far (or long, or much) as, whether of space (even unto) or time (during, while, until) or degree (equally with): – against, and, as, at, before, by (that), even (to), for (-asmuch as), [hither-] to, + how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, (+ as) yet.

H7886
שִׁילֹה
shı̂ylôh
shee-lo’
From H7951; tranquil; Shiloh, an epithet of the Messiah: – Shiloh.
שָׁלַו    שָׁלָה
shâlâh    shâlav
shaw-law’, shaw-lav’
The second form being used in Job_3:26; a primitive root; to be tranquil, that is, secure or successful: – be happy, prosper, be in safety.

יִקָּהָה
yiqqâhâh
hik-kaw-haw’
From the same as H3348; obedience: – gathering, to obey.

De shebet/shevet zal van Juda niet wijken, noch de chaqaq/khaw-kak/ van tussen zijn regel-reh’-gel/voeten, ád/totdat shiyloh/Silo/YeshuahaMasshiach

De hebreeuwse tekst geeft aan dat wanneer Yeshua/ Silo komt, Hij gehoorzaam volk verzamelt. In deze volgorde, kijk maar…

יִקָּהָה
yiqqâhâh
hik-kaw-haw’
From the same as H3348; obedience: – gathering, to obey.

עַם
‛am
am
From H6004; a people (as a congregated unit); specifically a tribe (as those of Israel); hence (collectively) troops or attendants; figuratively a flock: – folk, men, nation, people.

Kunt u dat er ook uit verstaan?

Wanneer we dat zo kunnen zien, betekent het tevens dat we nu al de waarheid kunnen verstaan…

Mozes schreef dat al in Deuteronomium 30 en we hebben de gevolgen tot nu toe gezien. Onze keuze is bepalend voor de gevolgen:

Deu 30:10  Wanneer gij der stemme des YHVH’s/HEEREN, uws Gods, zult gehoorzaam zijn, houdende Zijn geboden en Zijn inzettingen, die in dit wetboek geschreven zijn; wanneer gij u zult bekeren tot den HEERE, uw God, met uw ganse hart en met uw ganse ziel. 
Deu 30:11  Want ditzelve gebod, hetwelk ik u heden gebiede, dat is van u niet verborgen, en dat is niet verre. 
Deu 30:12  Het is niet in den hemel, om te zeggen: Wie zal voor ons ten hemel varen, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen? 
Deu 30:13  Het is ook niet op gene zijde der zee, om te zeggen: Wie zal voor ons overvaren aan gene zijde der zee, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen? 
Deu 30:14  Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond, en in uw hart, om dat te doen. 
Deu 30:15  Ziet, ik heb u heden voorgesteld het leven, en het goede, en den dood, en het kwade. 
Deu 30:16  Want ik gebiede u heden, den HEERE, uw God, lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen, en te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, opdat gij levet en vermenigvuldiget, en de HEERE, uw God, u zegene in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven. 
Deu 30:17  Maar indien uw hart zich zal afwenden, en gij niet horen zult, en gij gedreven zult worden, dat gij u voor andere goden buigt, en dezelve dient; 
Deu 30:18  Zo verkondig ik ulieden heden, dat gij voorzeker zult omkomen; gij zult de dagen niet verlengen op het land, naar hetwelk gij over de Jordaan zijt heengaande, om daarin te komen, dat gij het erfelijk bezit. 
Deu 30:19  Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen den hemel en de aarde; het leven en den dood heb ik u voorgesteld, den zegen en den vloek! Kiest dan het leven, opdat gij levet, gij en uw zaad; 
Deu 30:20  Liefhebbende den HEERE, uw God, Zijner stem gehoorzaam zijnde, en Hem aanhangende; want Hij is uw leven en de lengte uwer dagen; opdat gij blijft in het land, dat de HEERE uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft hun te zullen geven. 

Totdat Silo/Yeshua komt…

Yeshua is alreeds gekomen…en velen hebben Hem omarmd, al dan niet met een juist en correct verstaan…Ook daar is het geschreven Woord duidelijk over.. Eph3

Eph 3:3  Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, (gelijk ik met weinige woorden te voren geschreven heb; 
Eph 3:4  Waaraan gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap, in deze verborgenheid van Christus), 
Eph 3:5  Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest; 
Eph 3:6  Namelijk dat de heidenen zijn medeerfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in Yeshua, door het Evangelie; 

Luk 16:6   De wet en de profeten (zonder dat Yeshua fysiek kwam) zijn tot op Johannes; van dien tijd af wordt het Koninkrijk Gods verkondigd, en een iegelijk doet geweld op hetzelve. 
Luk 16:17  En het is lichter, dat de hemel en de aarde voorbijgaan, dan dat een tittel der wet valle (met Yeshua verviel de wet niet, Hij deed de wet der zonde en des doods teniet)

Rom_5:6  Want Yeshua haMasshiach, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven.

Rom 6:10  Want dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode. 

Totdat Silo komt…

Sinds Yeshua wordt het Koninkrijk verkondigd totdat Silo komt…Hij is

Hij heeft door Zijn verlossingswerk voor alle nazaten van Jacobs zonen de rechtmatige Deur geopend naar de Vader en daarin heeft Hij een volgorde bepaald.

Een ieder die YHVH’s woorden hoort en doet, zal de juiste eer naar de rechtmatige Verlosser brengen.Psa_61:4  Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor den vijand.
Spr_18:10  De Naam des HEEREN/YHVH’s  is een Sterke Toren; de rechtvaardige zal daarhenen lopen, en in een Hoog Vertrek gesteld worden.

Totdat Silo komt..

Silo nam de scepter over en is de Wetgever en verzamelt het  gehoorzame volk… Volk, we weten wat Hij onder volk verstaat en in dit geval is het een volk dat alreeds gehoorzaamde, omdat, zoals ik het lees, Hij een gehoorzaam volk verzamelt.

Alles blijkt dus voorradig om gehoorzaam te worden en het te blijven.

Joh_6:63  De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.

Oud psalmversje zegt: Yah, maak mij uwe wegen
door uw Woord en Geest bekend;
leer mij, hoe die zijn gelegen
en waarheen G’ uw treden wendt;
leid mij in uw rechte leer,
laat mij trouw uw wet betrachten,
want Gij zijt mijn heil, o Yah,
‘k blijf U al den dag verwachten.

Psa 25:4  Daleth. YHVH/HEERE! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden. 
Psa 25:5  He. Vau. Leid mij in Uw waarheid, en leer mij, want Gij zijt de God mijns heils/Yeshua; U verwacht ik den gansen dag. 

De woorden in Joh 14:26 refereren naar Jer 31:33 ev, waarin vermeld wordt dat YHVH de wet in ons binnenste

zal geven en het begin is er al…

Joh 14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb. Jer 31:31  Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israel en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; 
Jer 31:32  Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE; 

Jer 31:33  Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israel maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. 
Jer 31:34  En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken. 

Ik mijmer er nog wat over…


Een reactie plaatsen

Nieuw seizoen in zelfde tijdsbestek

De laatste tijd gaf andere ingrediënten, ook het Woord gaf nieuwe inzichten. Vernieuwde ook mijzelf.

Er was een verlangen neergelegd om aan de andere kant de netten uit te slaan, maar ik wil de hand van de Meester laten sturen en dat deed Hij.

Hij, de Vader, Schepper van het Leven, zette de eerste familie in Gan Eden en moedigt door heel het Woord aan dat Hij geen systeem, maar families op het oog heeft zodat Zijn huis gebouwd wordt waar Hij in wonen wil.

De tabernakel was een heenwijzing. Yeshua zette dat huis wat Hij voor ogen had opnieuw in de schijnwerpers.

In een relatiegeloof is geen ruimte voor religie, omdat relatie het hart vraagt en religie de kennis/wetenschap. Het ene is warm en het andere voelt koud aan. Het gaat, wanneer het om volgroeien gaat, niet samen.

Gedurende de Pesach en haMatzot hebben wij oa de Hebreeënbrief gelezen. Met aandacht. Het exodusverhaal stond veel minder in de schijnwerpers, maar de verlossing die wij krachtens Yeshua aangereikt kregen, des te meer. Maar nog veel groter plaats kreeg de functie van Yeshua en het plan van YHVH sinds de mensheid geschapen werd.

De Pesach en haMatzot werd er dieper door beleefd. Net alsof we onzichtbaar gewenkt werden deze andere weg in te slaan…Niet het geijkte, maar loskomen om dieper af te steken.

Dat dieper afsteken reikt nieuwe mogelijkheden aan. De blik wordt ruimer, details beter vernomen. En nog steeds, ja eigenlijk veel meer..is het Woord de Gids.

De uittocht uit Egypte door onze vaders en het vele vreemde volk wat met hen optrok is één van de gebeurtenissen die ook een heenwijzing zijn naar de veel grotere uittocht, welke door YHVH bijeen verzameld zal gaan worden. We mogen mijns inziens die eerdere gebeurtenis gedenken, maar niet als hoofdmoot. Het is een opstapje naar die andere gebeurtenis wat nog gaat komen en waarvoor Yeshua al een mogelijkheid heeft gecreëerd door Zijn Verlossingswerk.

Niet voor iedereen is dat duidelijk en dat is ook voorzegd. Dat betekent tevens dat zij die geroepen zijn voorop te lopen niet stil gaan staan. Het is immers de Vader Die door Zijn Geest de kudde herdert?

De verspieders moesten niet talmen, maar gaan doen wat hen bevolen werd. Zo mogen ook wij, die door Yeshua tot onze ware identiteit gekomen zijn, niet onze verkregen openbaring inleveren om bij hen te blijven die dat nog niet deelachtig zijn geworden. Dat is niet liefdeloos, dat is gehoorzaamheid naar Hem Die ons maant. Omdat het tijd is…tijd voor de aankomende verzameling. Hij wil met ons samenwerken, dat wij uitgaan, ons tussen anderen gaan begeven in plaats van alleen maar bij elkaar blijven.

Denk aan de Romeinenbrief, wat een herhaling is uit Deuteronomium waarin aangegeven wordt dat YHVH de menigte, wat voorheen geen volk was, een teken gaat geven richting de anderen die wel een naam hebben en altijd de shabbat hebben voortgezet.

Deu_32:21  Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.

Rom_10:19  Maar ik zeg: Heeft Israel het niet verstaan? Mozes zegt eerst: Ik zal ulieden tot jaloersheid verwekken door degenen, die geen volk zijn; door een onverstandig volk zal ik u tot toorn verwekken.

Van de week was ik bij een lieve betrokken vriendin en ontmoette daar een ander kostbaar mens. Genoot van haar uitleg over de geadopteerde adelaar in het kippenhok. Het gesprek over het concept van de keukentafelkerk, de bijbelse beschrijving én roeping van vrouw, genezing/heling, talenten, gaven en relatie met Hem Die ons redde en met elkaar, was hartverwarmend.

Afgelopen weekend eveneens zo’n kostbaar huiskamermoment beleefd met Zijn kinderen, waarin de tijd vloog

Ik denk dat het nieuwe wat de Vader met de Bruid voor ogen heeft eerlijk gezegd meer in de buitenomme aangereikt wordt dan in bestaande overgenomen systemen.

Yeshua onderging Zijn verlossingsdaad ook buiten de legerplaats…Dat geeft toch te denken?

Al vele malen heb ik vernomen dat mensen in “zomaar” ontmoetingen het hebben over teruggaan naar ontmoetingen in de huizen. Bij wijze van spreke aan de keukentafel…

Laten we vragen wat Hem behaagt en het Hem laten maken…Vragen om een verstaan van Zijn leiding..

We zitten mijns inziens in een overgangstijd…met uitzicht op een ander seizoen en daar is voorbereiding voor nodig. Ik heb er al wat van geproefd en wil u meedelen,dat Hij nog grootser, nog almachtiger is en dat Zijn kinderen overal zijn, waar zij het meeste Hem als hun énige Redder en Verlosser belijden, erkennen en erin leven.

Dat is ons aller, belangrijkste en énige overeenkomst.

Joh 13:34  Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt. 
Joh 13:35  Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander. 

Schakels op de weg naar morgen….

 

 

Hebreeën 1-13