Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Prioriteit van de Vader

Mijmerend over een hoofdzakelijke gedachte die woorden nodig heeft om te kunnen delen, ging ik es buurten bij anderen waarvan ik meestentijds iets opsteek in mijn eigen levenswandel met de intentie, dat we elkaar niet leren zoals een leraar aan een student, maar dat we delen wat de Ruach haKodesh (Heilige Geest) ons persoonlijk heeft geopenbaard. Meer en meer wordt duidelijk dat wanneer wij ons uitstrekken naar wat Yeshua ons in Joh 14:26 aanreikt, wij zullen gaan ervaren dat wij onze Schepper de hoogste eer moeten geven. Ervaringen door de tijd heen in het religieuze bestel hebben ons vaak afgeleid aan mensen meer eer te geven (via onze intentie) dan aan Abba Vader.

Het overgrote deel van hen die ik mijn geestelijke familie noem, zijn door omstandigheden teruggegaan naar allerlei uitleg van mensen die zij hoog achten en borduren voort op welk scenario op handen is. Het is prioriteit geworden.

Weinigen, zeer weinigen hebben gemeend dat te laten voor wat het is en hoofdzakelijk bij Abba YHVH te rade te gaan in de zin van de bescherming bij Hem te zoeken in plaats van wat de bijen doen als zij rook waarnemen. Die vullen hun magen dan vol met honing zodat zij weg kunnen.

Omkeren en  naar Abba Vader gaan, Hem te vragen hoe wij in Zijn ogen het beste kunnen zijn, het met Hem in orde maken, is niet vanzelfsprekend. Het is een bewuste keuze die uitmondt in levenshouding.

Sinds ik van Abba Vader de toestemming kreeg om te gaan delen van wat ik van Hem ontvangen heb, ben ik dat meestal schrijvenderwijs gaan doen. Ik weet dat ik in dienst van Hem wil zijn, dus weer ik menselijke eer af. Ik verwoord slechts van wat ik persoonlijk heb ontvangen en dat is ten diepste niet van mijzelf. Ik ben een kanaal.

Ezechiël 37 is de boodschap die ik delen wil in alle facetten zoals het mij is geopenbaard.

Het is een moeilijke boodschap die niet veel ingang heeft en al zeker niet wanneer ik het van de Vader wil ontvangen omdat wij via de zoon van Yosef, Efraïm, eerstgeborenen naar de belofte zijn. Wij kunnen onder geen andere banier dan Yeshua.

We zijn geen jodengenoten, geen gelovigen uit de heidenen en wat nog meer..We zijn Israel. Van Jacob Israel geworden door Yeshua. Hosea 7:8 ” Efraim, die verwart zich met de volken; Efraim is een koek, die niet is omgekeerd; 9 Vreemden verteren zijn kracht, en hij merkt het niet; ook is de grauwigheid op hem verspreid, en hij merkt het niet.

Ook ik heb nadere inzichten over de jaren ontvangen, maar minstens één boodschap vanaf het begin staat er nog: de roeping van Israeliet aanvaarden en familie worden, zoals Abba YHVH familie ziet.

En deze boodschap heeft de meeste weerstand!

Daarom denk ik dat de huidige omstandigheden ons moeten wakker schudden om wél die Israelitische identiteit te aanvaarden, om wél die familie te worden die Abba Vader voor ogen heeft. Daarom laat Hij onze zekerheden schudden op hun grondvesten, omdat we anders zouden blijven zitten waar we zitten.

Staat er niet in Hosea iets over dat Efraïm dat Zijn rijkdommen gebruikt om hun eigen liefhebberijen vast te houden?

Hosea 8 (2-7) Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en den most, en de olie gegeven heb, en haar het zilver en goud vermenigvuldigd heb, dat zij tot den Baal gebruikt hebben.
9 (2-8) Daarom zal Ik wederkomen, en Mijn koren wegnemen op zijn tijd, en Mijn most op zijn gezetten tijd; en Ik zal wegrukken Mijn wol en Mijn vlas, dienende om haar naaktheid te bedekken.

Heel het boek van Hosea is een spiegel voor ons. We noemen familie te zijn, maar het zijn slechts zeer weinigen die zich én Israel weten én daarnaar handelen én voortgaande doende zijn, vaak met een zwaar gemoed, maar Abba YHVH is Zelf opgestaan om te schudden, zodat er toch een overblijfsel komt, wat Hem van harte zal gaan dienen en overeenkomstig hun ontvangen bediening daadwerkelijk familie kunnen worden.

Dat is genade,toch?

We hoeven alleen maar te wachten op de honger die komen gaat voor hen, die niet alles op alles gezet hebben om onder Zijn bescherming te komen en alles van Hem te verwachten…

Wat zij doen zullen en wat zij laten zullen

En zij die de bescherming gevonden hebben onder Zijn vleugels zijn dankbaar dat Hij Zijn deel doet. Niemand anders dan hun Man en Maker komt de eer toe.

Want:

Ezechiël 37:15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
16 Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israels, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraim, en van het ganse huis Israels, zijn metgezellen.
17 Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot een worden in uw hand.
18 En wanneer de kinderen uws volks tot u zullen spreken, zeggende: Zult gij ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn?
19 Zo spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraims hand geweest is, en van de stammen Israels, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen een worden in Mijn hand.
20 De houten nu, op dewelke gij zult geschreven hebben, zullen in uw hand zijn voor hunlieder ogen.
21 Spreek dan tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israels halen uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun land;
22 En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israels; en zij zullen allen te zamen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn.
23 En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun drekgoden, en met hun verfoeiselen, en met al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, in dewelke zij gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
24 En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen.
25 En zij zullen wonen in het land, dat Ik Mijn knecht Jakob gegeven heb, waarin uw vaders gewoond hebben; ja, daarin zullen zij wonen, zij en hun kinderen, en hun kindskinderen tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal hunlieder Vorst zijn tot in eeuwigheid.
26 En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid.
27 En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
28 En de heidenen zullen”.

Mij rest te vertellen dat ik nog niet het hele plaatje weet, maar ik heb de oplossing daar voor. Ik verwijs u naar de Vader en Die zal u de leraar wijzen Die u indachtig maakt, alles wat Yeshua ons geleerd heeft.

Jesaja 41:10 Vrees niet, want Ik ben met u; zijt niet verbaasd, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand Mijner gerechtigheid.
Jesaja 41:13 Want Ik, de HEERE, uw God, grijp uw rechterhand aan, Die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.
Jesaja 41:14 Vrees niet, gij wormpje Jakobs, gij volkje Israels! Ik help u, spreekt de HEERE, en uw Verlosser is de Heilige Israels!
Jesaja 43:1 Maar nu, alzo zegt de HEERE, uw Schepper, o Jakob! en uw Formeerder, o Israel! vrees niet, want Ik heb u verlost; Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn.
Jesaja 43:5 Vrees niet, want Ik ben met u; Ik zal uw zaad van den opgang brengen, en Ik zal u verzamelen van den ondergang.
Jesaja 44:2 Zo zegt de HEERE, uw Maker, en uw Formeerder van den buik af, Die u helpt: Vrees niet, o Jakob, Mijn knecht, en gij, Jeschurun, dien Ik uitverkoren heb!
Jesaja 54:4 Vrees niet, want gij zult niet beschaamd worden, en word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; maar gij zult de schaamte uwer jonkheid vergeten, en den smaad uws weduwschaps zult gij niet meer gedenken.
Jeremia 1:8 Vrees niet voor hun aangezicht, want Ik ben met u, om u te redden, spreekt de HEERE.

Van Jacob Israel worden…

Jeremia 30:10 Gij dan, vrees niet, o Mijn knecht Jakob! spreekt de HEERE, ontzet u niet, Israel! want zie, Ik zal u uit verre landen verlossen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en er zal niemand zijn, die hem verschrikke.

Jeremia 46:27 Maar gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israel! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem verschrikken.
Jeremia 46:28 Gij dan Mijn knecht Jakob! vrees niet, spreekt de HEERE; want Ik ben met u; want Ik zal een voleinding maken met al de heidenen, waarhenen Ik u gedreven zal hebben, doch met u zal Ik geen voleinding maken, maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden.

…maar u kastijden met mate, en u niet gans onschuldig houden….

Kastijden

Deuteronomium 8:5 Bekent dan in uw hart, dat de HEERE, uw God, u kastijdt, gelijk als een man zijn zoon kastijdt.
Spreuken 3:12 Want de HEERE kastijdt dengene, dien Hij liefheeft, ja, gelijk een vader den zoon, in denwelken hij een welbehagen heeft.
Hebreeën 12:6 Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon, die Hij aanneemt.
Hebreeën 12:7 Indien gij de kastijding verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als zonen; (want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?)

Zaad sterft eerst wil het vrucht dragen: Joh 12:24 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt, en sterft, zo blijft hetzelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort.

Van zaad via sterven zoon worden:

Romeinen 8:14 Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.
15 Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!
16 Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.
17 ¶ En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.
18 Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.
19 Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods.

Yeshua is gisteren en heden Dezelfde en der eeuwigheid.

Bewezen patronen, zie 1 Corinthe 10….

Alle eer aan Abba Vader.

 


Een reactie plaatsen

Louteren toestaan

Een schrijven van iemand die ik zijdelings en voornamelijk vanuit gedachten delen ken, maakte dat ik geïnspireerd werd om de huidige situatie in zijn algemeenheid wat anders te bekijken en dit schrijvend naar woorden zoekend proberen te delen met hen die bereid zijn om geijkte gedachten los te durven laten…

Ons ultieme Voorbeeld is Yeshua.

Laten we naar Zijn leven kijken met name toen Hij wist dat de ure kwam dat Hij verraden zou gaan worden.

Markus 14:18 En als zij aanzaten en aten, zeide Yeshua/Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.
19 En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na den ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?
20 Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in den schotel indoopt.
21 De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.

Yeshua wist wat er ging gebeuren, in een ander boek staat dat hij bedroefd werd, innerlijk in beweging kwam.Yeshua liet Zich niet leiden door de omstandigheden, maar bleef bij de maaltijd, die zo’n belangrijke wending kreeg. Het was immers het Pesachmaal, wat velen voorafgaand aan dit tijdstip als heenwijzing hadden beleefd en nu, voor velen ongezien en niet geloofd, door Yeshua’s aanstaande lijden, sterven en opstanding een vervulling zou ingaan om door de verlosten die na Zijn heengaan deze Pesach in vervulling te gaan herdenken.

Wat zouden wij doen als wij in onze ogen onrechtvaardig behandeld zouden gaan worden?

22 En als zij aten, nam Yeshua/Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
23 En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.
24 En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.
25 Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.                                                                                                              26 En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.

Welk gemoed had Yeshua toen Hij samen met de dicipelen de lofzang zong?

Onderwijl vertelde Yeshua, wat er zou gaan gebeuren in dezelfde nacht en na Zijn opstanding…

27 En Yeshua zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geërgerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.
28 Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.

Petrus zei in zijn spontaniteit, op dat moment onwetende wat hij in een beproeving doen zou, het volgende. Wat zouden wij gezegd hebben?
29 En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geërgerd wierden, zo zal ik toch niet geërgerd worden.

Yeshua kende Petrus beter en toch wilde Petrus hem overtuigen dat hij trouw bleef:

30 En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.
31 Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! En insgelijks zeiden zij ook allen.

Laten we nog eens kijken hoe Yeshua’s gedrag was..Kwam Hij in verzet? Zette Hij Zich af tegen degenen die Hem gevangen zouden gaan nemen? Bedacht hij een vluchtplan om aan de handen van de bedienden van de toenmalige overheid te ontkomen? Nam Hij de dicipelen mee in deze gedachten,zodat zij in ieder geval geïnformeerd zouden zijn? Of was Hij in de overgave, omdat Hij wist wat het doel ervan was?

32 ¶ En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.
33 En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;
34 En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.

We lezen dat Hij, zeer bewogen, bedroefd en beangst, in de overgave bleef! Alleen de vraag zo het mogelijk ware, dat die ure voorbijging, gevolgd door de cruciale gedachte “Niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt”

35 En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijginge.
36 En Hij zeide: Abba, Vader! alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.

In die overgave aanvaardt Hij:

37 En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon! slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?
38 Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
39 En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.
40 En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.
41 En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.

Als een Herder leidt Hij hen. Is Hij niet ons ultieme Voorbeeld?

42 Staat op, laat ons gaan; ziet, die Mij verraadt, is nabij.
43 ¶ En terstond, als Hij nog sprak, kwam Judas aan, die een was van de twaalven, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de ouderlingen.
44 En die Hem verried, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, Die is het, grijpt Hem, en leidt Hem zekerlijk henen.
45 En als hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem, en zeide: Rabbi, en kuste Hem.
46 En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.

Yeshua verdedigde Zich niet. Hij zegt daarentegen dat het nu de tijd is, opdat de Schriften vervuld zouden worden:
47 En een dergenen, die daarbij stonden, het zwaard trekkende, sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn oor af.
48 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zijt gij uitgegaan, met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?
49 Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen; maar dit geschiedt, opdat de Schriften vervuld zouden worden.

50 En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden.

-Zijn wij bereid onze eigen gedachten over hoe wij behandeld zouden moeten worden, los te laten?

-Hadden wij het ons voorgesteld dat Abba YHVH het plan om een natie te vormen van het noordelijk huis van Israel zo serieus zou nemen, dat Hij ons allen wil gaan louteren om ons tot zelfonderzoek te brengen?

-Hadden wij in gedachten dat Hij daarbij middelen ter hand zou nemen die ons niet zo welgevallig zijn en dat hij ons inderdaad in de vier winden bereiken wil en dat wij dat vandaag de dag nog mogen weten en ervaren?

-Het is een pijnlijke zaak om geremd te worden in onze eigen mening ten aanzien van persoonlijke vrijheid. Voor de een meer dan voor de ander. Het is ook pijnlijk waarneembaar als dat in onze eigen ogen onrechtvaardig lijkt, maar Wie staat boven alles en laat dit toe zonder ons dat direct duidelijk te maken?

Ezechiël 20:35 Daartoe zal Ik u brengen in de woestijn der volken, en Ik zal met u aldaar rechten, aangezicht aan aangezicht;

36 Gelijk als Ik gerecht heb met uw vaderen in de woestijn van Egypteland, alzo zal Ik met u rechten, spreekt YHVH/de Heere HEERE.

37 En Ik zal ulieden onder de roede doen doorgaan, en Ik zal u brengen onder den band des verbonds.

-Zou het niet zo zijn, dat Hij, Die alles overziet, bezig is, de rebellen uit te zuiveren van Zijn uiteindelijke volkje Israel en daarom loutering toestaat, opdat de oprechten openbaar zullen komen – Ezech 20:38;1 Cor. 11:19;  1 Joh 2:19; ?

-Laten we ons bezinnen, voordat wij misschien tegen Abba YHVH ingaan en denken volkomen volgens Zijn wil en voornemen te leven!

-Zal de maatschappelijke toestand ons helpen om onze waarom-vragen om te zetten in waartoe-vragen?

Laten we hopen en bidden dat wij niet om onze daden maar om Zijns Naams wil gedacht zullen worden in het boek des Levens.

Jesaja 55: 6 Zoekt YHVH/den HEERE, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.
7 De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot YHVH/den HEERE, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.
8 Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt YHVH/de HEERE.
9 Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten.
10 Want gelijk de regen en de sneeuw van den hemel nederdaalt, en derwaarts niet wederkeert; maar doorvochtigt de aarde, en maakt, dat zij voortbrenge en uitspruite, en zaad geve den zaaier, en brood den eter;
11 Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende.

Joh 14:26 26 Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.

Beproef mijn woorden!


Een reactie plaatsen

Sleutelles 1Samuel 8

Aan de hand van 1Samuel 8 gaan wij bepaalde keuzes nader bekijken. Een ieder zij in zijn of haar eigen gemoed vrij om de gebeurtenis te overdenken en er lering uit te trekken. Meegenomen vraag is voor mijzelf van belang of keuzes overeenkomstig de wil van onze Schepper is.

Hoe een en ander aanleiding werd…

1 ¶ Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel.
2 De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba.
3 Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht.

Zonen van Samuel waren gezien hun praktische leven in de ogen van de oudsten niet geschikt als opvolger. Zo kwamen de oudsten ertoe, blijkbaar zonder YHVH te raadplegen, tot de gedachte te doen als de volken rondom hen:
4 ¶ Toen vergaderden zich alle oudsten van Israel, en zij kwamen tot Samuel te Rama;
5 En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben.

6 Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad YHVH/ den HEERE aan.

Toen ik voor de eerste keer het antwoord van YHVH zag, trof mij dat diep! En heeft mij sindsdien niet meer losgelaten…

7 Doch YHVH/de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn.
8 Naar de werken, die zij gedaan hebben, van dien dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op dezen dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; alzo doen zij u ook.

Maar zij hebben Mij verworpen

Maar zij hebben Mij verworpen….

Zij hadden niet genoeg aan Hem, zij wilden net als de volkeren rondom hen een eigen menselijke koning hebben.

Waarmee vervolgt YHVH Zijn gesprek?

9 Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal.

Samuel moest hen zeggen dat het volk dan ook de regels van de eigen gekozen koning op moest volgen. Ligt hier ook een les voor ons?

10 Samuel nu zeide al de woorden des HEEREN het volk aan, hetwelk een koning van hem begeerde.
11 En zeide: Dit zal des konings wijze zijn, die over u regeren zal: hij zal uw zonen nemen, dat hij hen zich stelle tot zijn wagen, en tot zijn ruiteren, dat zij voor zijn wagen henen lopen;
12 En dat hij hen zich stelle tot oversten der duizenden, en tot oversten der vijftigen; en dat zij zijn akker ploegen, en dat zij zijn oogst oogsten, en dat zij zijn krijgswapenen maken, mitsgaders zijn wagentuig.
13 En uw dochteren zal hij nemen tot apothekeressen, en tot keukenmaagden, en tot baksters.
14 En uw akkers, en uw wijngaarden, en uw olijfgaarden, die de beste zijn, zal hij nemen, en zal ze aan zijn knechten geven.
15 En uw zaad, en uw wijngaarden zal hij vertienen, en hij zal ze aan zijn hovelingen, en aan zijn knechten geven.
16 En hij zal uw knechten, en uw dienstmaagden, en uw beste jongelingen, en uw ezelen nemen, en hij zal zijn werk daarmede doen.
17 Hij zal uw kudden vertienen; en gij zult hem tot knechten zijn.

…tot knechten zijn..onder hun zelf gekozen koning…

Van kinderen knechten worden…

Het volgende moest het volk ook te horen krijgen, dat wanneer de koning over hen al deze dingen zou gaan doen, YHVH hen te dien dage niet zou verhoren. Ligt hier ook een les voor ons?

18 Gij zult wel te dien dage roepen, vanwege uw koning, dien gij u zult verkoren hebben, maar de HEERE zal u te dien dage niet verhoren.

Doch het volk weigerde te horen, terwijl ze nog terug konden! In hun gedachte hadden ze YHVH al verworpen en toch weigerden zij zich te bekeren om YHVH als Enige over hen te stellen.

19 Doch het volk weigerde Samuels stem te horen; en zij zeiden: Neen, maar er zal een koning over ons zijn.
20 En wij zullen ook zijn gelijk al de volken; en onze koning zal ons richten, en hij zal voor onze aangezichten uitgaan, en hij zal onze krijgen voeren.

Kunnen wij zeggen dat YHVH het was die dit gebod instelde? Dat lezen wij er niet uit. Wel dat YHVH het toelaat, omdat Hij weet wat er gaat gebeuren. Zo heeft Hij regelmatig zaken toegelaten om Zijn kinderen hun eigen keuzes te laten ervaren en vaak was het dan de volgende generatie die terugkeerde. Het had zo niet gehoeven, als wij(1) en onze vaderen tevens, Zijn raad opgevolgd hadden.

21 Als Samuel al de woorden des volks gehoord had, zo sprak hij dezelve voor de oren des YHVH’s.
22 YHVH/De HEERE nu zeide tot Samuel: Hoor naar hun stem, en stel hun een koning.

Als we verder lezen, zullen we gaan weten wat het ons heeft gebracht, maar hier op deze plek in de geschiedenis, kwam het volk ertoe om een andere koning te verkiezen boven YHVH.

Wat leert ons deze geschiedenis?

Met die vraag wil ik eindigen. Joh 14:26 geeft ons inzicht wie onze Leraar is. Er is geen andere.

  1. Zoals ik het geschreven Woord van YHVH lees, is er voor Hem geen onderscheid tussen de kinderen Israels bij de berg, in het land Kanaan en wij nu. In Yeshua, door Wiens bloed wij geadopteerd zijn in het huisgezin van YHVH, zijn wij net als de vreemdelingen bij de berg (veel vreemd volks) de “wij Israel”, naar de belofte. Er is maar één volk wat Hem toebehoort en door Yeshua zijn de gevonden verloren schapen van het huis Israels door Zijn zoenbloed, niet meer verloren maar Israeliet geworden. Als Hij het zegt, is niets anders doorslaggevend.


Een reactie plaatsen

Om Jona

Vanmorgen was ik een uiteenzetting aan het beluisteren van de familie in Mesa en er werd gedeeld dat de huidige situatie te maken heeft met hen die naar Vaders voornemen geroepen zijn en niet wandelen in Zijn wegen. Dat sluit aan bij onze gedachte om buitenom te laten voor wat het is en ons meer te richten op Abba YHVH die alles in handen heeft. Hij opent en sluit deuren. We zouden mogelijk nog tegen Abba Vader in kunnen gaan als we verzet zouden tonen. We zullen het echt alleen van Abba Vader moeten horen wat onze houding, ons getuigenis in deze dagen is. En we mogen aan de ander vragen wat Abba Vader hen opdraagt te doen. Is het niet zo dat een woord staat onder twee of drie getuigen?

Toen ik zo aan het luisteren was, kwam mij de geschiedenis van Jona voor de geest. Jona die instructies kreeg en die niet opvolgde. Laten we lezen wat er staat :

1 En het woord des YHVH’s/ HEEREN geschiedde tot Jona, den zoon van Amitthai, zeggende:
2 Maak u op, ga naar de grote stad Nineve, en predik tegen haar; want hunlieder boosheid is opgeklommen voor Mijn aangezicht.

Maar Jona doet iets heel anders, hij maakt zich op om te vluchten ván het aangezicht van YHVH.
3 Maar Jona maakte zich op om te vluchten naar Tarsis, van het aangezicht des HEEREN;

en hij kwam af te Jafo, en vond een schip, gaande naar Tarsis,

Bedenkt Jona zich hier om toch maar niet te gaan? De stem van de Vader is luid en duidelijk genoeg…

Nee, hij geeft zijn bagage om met hen naar Tarsis te gaan. Je zou zeggen dat dit de derde stap is. Eerst de gedachte om niet te doen wat YHVH hem gebiedt, ten tweede hij vlucht en ten derde stapt hij in de boot om mee naar Tarsis te gaan

en hij gaf de vracht daarvan, en ging neder in hetzelve, om met henlieden te gaan naar Tarsis, van het aangezicht des HEEREN.

En dan?
4  Maar de HEERE wierp een groten wind op de zee; en er werd een grote storm in de zee, zodat het schip dacht te breken.

Hoe zouden wij zonder achtergrond informatie deze grote wind en deze grote storm verstaan?

Een grote wind en een grote storm,zodat het schip dacht te breken

…..Een natuurverschijnsel die toevalligerwijs ontstond net nu Jona naar Tarsis wilde gaan?

Het zijn de vreemdelingen die tot hun eigen god baden en de slapende Jona wakker maken:

5 Toen vreesden de zeelieden, en riepen een iegelijk tot zijn god, en wierpen de vaten, die in het schip waren, in de zee, om het van dezelve te verlichten; maar Jona was nedergegaan aan de zijden van het schip, en lag neder, en was met een diepen slaap bevangen.

Eigenlijk was Jona heel egoïstisch, omdat hij door zijn ongehoorzaamheid de zeelieden, die niet de Schepper des hemels en aarde kenden, in grote nood bracht. En door zijn ongehoorzaamheid hun goederen overboord gooiden. Jona werd niet wakker en zo kwam de kapitein naar hem toe om hem op zijn verantwoordelijkheid te wijzen dat ook hij moest gaan bidden en smeken om niet te verdrinken:

6 En de opperschipper naderde tot hem, en zeide tot hem: Wat is u, gij hardslapende? Sta op, roep tot uw God, misschien zal die God aan ons gedenken, dat wij niet vergaan.

De matrozen hadden al tot hun goden geroepen en kregen een gedachte om te gaan loten waarmee ze dachten te ontdekken door wiens wil hen dit overkwam:
7 Voorts zeiden zij, een ieder tot zijn metgezel: Komt, en laat ons loten werpen, opdat wij mogen weten, om wiens wil ons dit kwaad overkomt. Alzo wierpen zij loten, en het lot viel op Jona.

Het lot viel op Jona en zij vroegen hem om uitleg:
8 Toen zeiden zij tot hem: Verklaar ons nu, om wiens wil ons dit kwaad overkomt. Wat is uw werk en van waar komt gij? Welk is uw land en van welk volk zijt gij?

Eerst toen maakte Jona zich bekend. Let er op dat hij het niet uit zichzelf deed. Er moest iets door Iemand anders gebeuren:                                                                                                                                                                        

9 En hij zeide tot hen: Ik ben een Hebreer; en ik vreze YHVH/ den HEERE, den God des hemels, Die de zee en het droge gemaakt heeft.

We lezen dat de mannen steeds bevreesder werden en zich hardop afvroegen wat te doen:
10 Toen vreesden die mannen met grote vreze, en zeiden tot hem: Wat hebt gij dit gedaan? Want de mannen wisten, dat hij van des HEEREN aangezicht vlood; want hij had het hun te kennen gegeven.
11 Voorts zeiden zij tot hem: Wat zullen wij u doen, opdat de zee stil worde van ons? Want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger.

Eerst dan geeft Jona zich over aan YHVH omdat hij inziet waarom dit alles gebeurt. Hij zegt dat zij hem overboord moeten gooien. Maar de mannen doen dat niet direct. Ze proberen het schip aan land te brengen, maar de zee werd almaar onstuimiger:
12 En hij zeide tot hen: Neemt mij op, en werpt mij in de zee, zo zal de zee stil worden van ulieden; want ik weet, dat deze grote storm ulieden om mijnentwil over komt.
13 Maar de mannen roeiden, om het schip weder te brengen aan het droge, doch zij konden niet; want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger tegen hen.

En dan gebeurt er ook iets met de zeelieden. Ze roepen YHVH aan en in hun gebed lezen we dat zij Jona niet willen laten verdrinken. Hun nood is te groot en zo komt het gebed op de juiste plaats terecht:
14 Toen riepen zij tot den HEERE, en zeiden: Och HEERE! laat ons toch niet vergaan om dezes mans ziel, en leg geen onschuldig bloed op ons; want Gij, HEERE! hebt gedaan, gelijk als het U heeft behaagd.
15 En zij namen Jona op, en wierpen hem in de zee.\

En toen?

Toen stond de zee stil van haar verbolgenheid.

Gevolg: De mannen vrezen YHVH en slachten om n offer te brengen, belovende geloften
16 Dies vreesden de mannen den HEERE met grote vreze; en zij slachtten den HEERE slachtoffer, en beloofden geloften.

Jona, waarom kreeg ik Jona in mijn gedachten? Zou het kunnen omdat hij de opdracht van YHVH wederstond en op eigen houtje ging handelen naar zijn eigen voornemen? Zou het kunnen dat de Ruach haKodesh/Heilige Geest in wil geven, dat er vele Jona’s zijn? Dat eigenhandig handelen gebeurt veel om me heen. Mensen hebben het over verzetten, omdat ze onrecht ervaren en al druk doende verschuift de aandacht meer en meer naar bijzaken in plaats van wachten op de Meester wanneer het Hem belieft dat wij doen zullen.

Zegt de psalmist niet dat hij liever aan de dorpel verblijft dan bij duizend elders? Psalm 94:10 Want een dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders; ik koos liever aan den dorpel in het huis mijns Gods te wezen, dan lang te wonen in de tenten der goddeloosheid.

Hebben wij gedaan wat in ons vermogen lag om terug te keren naar de Oude paden?

In de uiteenzetting van LMM kwam naar voren dat er veel mensen in Amerika teruggegleden  waren en het niet zo ernstig meer namen. Iemand deelde dat er vele mensen struikelen over tegenslagen en zodoende het smalle pad loslaten omdat het in hun ogen geen resultaat geeft. Het is de tijd van volharding – Hebreeën 12.

Hoe is dat in andere landen en locaties?

De jaren gleden voorbij, maar er kwam geen resolute terugkeer. Zou dit door YHVH beschikt zijn. om de Jona’s tot inkeer te brengen?  Voor het te laat is en zij de tekenen der tijden niet meer opmerken en zich laten verleiden de verleider te volgen?

Dan is dit schudden genade!

Het is immers Abba Vader die alle touwtjes in handen heeft?  Bedenk dat Hij ons als volk ziet omdat wij naar de belofte erfgenamen zijn. De melo hagoyim die uit de eerstgeboortebelofte van Efraïm voortkwam en dát door Yeshua. Staat niet zegen en vloek in Deuteronomium? Er ontgaat niets aan Zijn oog. Micha 6:2 geeft weer dat YHVH een last heeft tegen Zijn volk. 

6 Ja, Hij geeft meerdere genade. Daarom zegt de Schrift: God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.
7 Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat den duivel, en hij zal van u vlieden.

Jakobus 4:10 Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen.
1 Petrus 5:6 Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd.

Het is nu meer dan ooit de tijd om onze ogen naar boven te richten, zodat zaken om ons heen bijzaken worden die we aan Abba Vader overlaten kunnen, zodat Hij weer ons daadwerkelijke Middelpunt gaat worden.

Laten wij daarom YHVH nederig vragen wat Hij verkiest, dat wij doen zullen.

Er is nog veel meer te zeggen. Waar het hart vol van is… Daarom tot slot de video getiteld Light in the Darkess

Dank voor uw aandacht en toets mijn woorden!


1 reactie

Hoe groot zijt Gij…

Wanneer we ervoor kiezen om onze relatie met de Vader te willen versterken in plaats van allerlei dingen willen doen, die op het oog goed lijken, maar waar we ons vaak niet afvragen of Abba Vader ons ertoe aanzette, dan zullen we tijd en aandacht apart moeten zetten.

Het begint met bewust worden en wanneer we stilstaan, zullen we gaan beseffen dat wat ons in beweging brengt en wat niet.

Stilstaan is een actieve daad, omdat we gewend zijn om gedachten in daden om te zetten. Stilstaan temidden van allerlei opkomende invulling over diverse mogelijke en onwaarschijnlijke zaken, vraagt een stevig paar voeten op een stevige ondergrond.

Aan ons de keuze om te wachten..of niet.

Wachten vanuit drukte brengt een stukje ontwenning met zich mee. Wachten in de afzondering gaat makkelijker dan wachten tussen anderen, die andere keuzes deden.

Uitleggen dat wachten en stil worden prioriteit wordt, is moeilijk uitleggen.

Er komt mij een geschiedenis voor de geest van Mirjam en Martha:

Luk 10:38  En het geschiedde, als zij reisden, dat Hij kwam in een vlek; en een zekere vrouw, met name Martha, ontving Hem in haar huis. 
Luk 10:39  En deze had een zuster, genaamd Mirjam, welke ook, zittende aan de voeten van Yeshua/Jezus, Zijn woord hoorde. 
Luk 10:40  Doch Martha was zeer bezig met veel dienens, en daarbij komende, zeide zij: Meester, trekt Gij U dat niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg dan haar, dat zij mij helpe. 
Luk 10:41  En Yeshua, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen; 
Luk 10:42  Maar een ding is nodig; doch Mirjam heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk van haar niet zal weggenomen worden. 

Luk 10:41  En Yeshua, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen; 

Mirjam koos het goede deel.

Dat brengt mij bij de woorden van Mozes/Moshe ergens in Genesis:

Exo 14:13  Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast, en ziet het heil des HEEREN (Yeshua,Yah Die redt), dat Hij heden aan ulieden doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in eeuwigheid. 
Exo 14:14 YHVH/ De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn. 

En die woorden uit Exodus brengen mij naar Jeremia:

Jer_30:10  Gij dan, vrees niet, o Mijn knecht Jakob! spreekt YHVH (de HEERE), ontzet u niet, Israel! want zie, Ik zal u uit verre landen verlossen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en er zal niemand zijn, die hem verschrikke.
Jer_46:27  Maar gij, Mijn knecht Jakob! vrees niet, en ontzet u niet, o Israel! want zie, Ik zal u verlossen uit verre landen, en uw zaad uit het land hunner gevangenis; en Jakob zal wederkomen, en stil en gerust zijn, en niemand zal hem verschrikken.

Laat tot ons doordringen dat onze Maker en Man tot ons spreekt:

Isa_41:10  Vrees niet, want Ik ben met u; zijt niet verbaasd, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand Mijner gerechtigheid.
Isa_41:14  Vrees niet, gij wormpje Jakobs, gij volkje Israels! Ik help u, spreekt YHVH/ de HEERE, en uw Verlosser is de Heilige Israels!

Het was deze week dat de woorden van een ouder lied in mijn gedachten kwamen “Hoe groot zijt Gij” . Ik begon het te neuriën. De woorden brachten de ervaring dat Hij alles overziet en Zijn kinderen, Zijn Bruid zal leiden. Maar meer nog kwam ik stil te staan bij Zijn grootheid. En ik besefte dat veel van de oudere liederen Zijn grootheid bezongen, Zijn betrokkenheid bij ons, Zijn plan en Yeshua, waardoor de redding mogelijk bleek voor verder dan het landje Israel destijds. De woorden vanuit het Vaderhart zijn niet alleen maar letters. Zij voedden het gewillige hart. Het effect daarvan is niet over te brengen aan hen die daar niet voor open staan. Zouden de bedrijvige Martha’s, die zich ontrusten en over vele dingen bekommeren dat verstaan?                                                                                                                                   De sleutel tot het Vaderhart is mijns inziens vragen wat Hij wil dat wij doen zullen en dan stilletjes wachten om van Hem te vernemen, hoe te doen…Dan zal Hij met ons gaan.  Joh 14:26. Dat te weten is belangrijk, omdat er ook andere voorbeelden zijn, getuige Deuteronomium 1 waarin YHVH in vers 42 het volgende zegt:

Deu 1:42  Zo zeide  YHVH/ de HEERE tot mij: Zeg hun: Trekt niet op, en strijdt niet, want Ik ben niet in het midden van u; opdat gij niet voor het aangezicht uwer vijanden geslagen wordet.

Om te weten waarom YHVH niet met hen optrekt, lezen we vooraf aan vers 42.

Psa 62:6  Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting. 
Psa 62:7  Hij is immers mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek; ik zal niet wankelen. 
Psa 62:8  In God is mijn Heil en mijn Eer; de Rotssteen mijner sterkte, mijn Toevlucht is in God. 
Psa 62:9  Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela. 

1Ko 19:11  En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet; 
1Ko 19:12  En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.

…..het suizen van een zachte stilte….

Psalm 84, Hebreeën 12, Jacobus 3, 1Petrus 2,

Hoe groot zijt Gij!

https://lyricstranslate.com/nl/how-great-thou-art-hoe-groot-zijt-gij.html


4 reacties

In de branding koers houden

’t Scheepken onder Yeshua’s hoede,
Met zijn reddingsvlag hoog in top,
Neemt, als arke der verlossing,
Allen, die in nood zijn, op.

refrein:
En sta de zee al hol en hoog
En zweept de storm ons voort,
Wij hebben ’s Vaders Zoon aan bood
En ’t veilig strand voor oog.

Lied van vroeger met een diepe betekenis…

Herhalend komen mij de volgende woorden al een poosje in gedachten:

Heb 10:22  Zo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten, en het lichaam gewassen zijnde met rein water.
Heb 10:23  Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vast houden; (want Die het beloofd heeft, is getrouw);
Heb 10:24  En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken;
Heb 10:25  En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert.

Ik lees voorbereiding, onwankelbare belijdenis der hoop, acht slaan op elkaar, aansporing, opwekken tot, goede werken, contact maken en onderhouden, vermanen staat er ook..

Vermanen:   G3870
παρακαλέω
parakaleō
par-ak-al-eh’-o  nabij aanroepen, dat wil zeggen, uitnodigen, aanroepen (door smeekbede, aansporing of troost): – smeken, roepen, (goed zijn) troost, verlangen, (geven) aansporen (-ation), smeken, bidden.

Branding…Ik herinner me Yeshua in de boot..

Mar 4:37  En er werd een grote storm van wind, en de baren sloegen over in het schip, alzo dat het nu vol werd. 
Mar 4:38  En Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen; en zij wekten Hem op, en zeiden tot Hem: Meester, bekommert het U niet, dat wij vergaan? 
Mar 4:39  En Hij opgewekt zijnde, bestrafte den wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen, en er werd grote stilte. 
Mar 4:40  En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij zo vreesachtig? Hebt gij geen geloof? 
Mar 4:41  En zij vreesden met grote vreze, en zeiden tot elkander: Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn? 

Gedachten komen op:

Arendsvleugelen…

Exo 19:3  En Mozes klom op tot God. En YHVH/de HEERE riep tot hem van den berg, zeggende: Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israels verkondigen: 
Exo 19:4  Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op arendsvleugelen hebt gedragen, en u tot Mij gebracht heb. 
Exo 19:5  Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; 
Exo 19:6  En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult. 

Die was, is en komen zal:

Heb 13:8  Messias Yeshua is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid. 
Heb 13:9  Wordt niet omgevoerd met verscheidene en vreemde leringen; want het is goed, dat het hart gesterkt wordt door genade, niet door spijzen, door welke geen nuttigheid bekomen hebben, die daarin gewandeld hebben. 

Hebt goeden moed

Deu_31:6  Weest sterk en hebt goeden moed, en vreest niet, en verschrikt niet voor hun aangezicht; want het is YHVH/de HEERE, uw God, Die met u gaat; Hij zal u niet begeven, noch u verlaten. Joh_16:33  Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.

Joh 6:63  De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven

Laat ons verhalen hoe Hij, Die onze ingang en uitgang bewaren zal, onze vaderen bijstond. Laten wij elkaar herinneren aan Zijn Vrede, Zijn shalom die alle verstand te boven gaat. Laten wij elkaar ontmoeten in onze wandel met de Vader, vertellen van Zijn Aanwezigheid in ons leven van alledag.

Een gedachte komt naar voren als een voorbeeld, die mij al vroeg aansprak.Er is een landbouwmethode, die de plant versterkt in plaats van zich te focussen op de insecten die een zwakke plant belagen. Ik vind daarin een grote les liggen.

Onderstaande woorden zeggen dat de “Ik” de ingrediënten geeft, waardoor de rust en vrede die alle verstand te boven gaat, ons dan ter beschikking staat, wanneer wij opnieuw naar Hem komen zullen en in verbinding blijven. Realistische zelfkennis geeft vanzelf aan hóé in verbinding te blijven.

Laat ons rusten in de woorden uit Mat_11:28  “Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.”


Een reactie plaatsen

Balans

In deze tijd, wordt menigeen teruggeworpen op wat men weet. Wanneer we onze ogen, oren en verstand niet afschermen, kunnen we in onbalans komen, waarin verontrustheid gevoerd door onzekerheid en mogelijke dreiging, ons kostbaar Middelpunt vervaagt. Dan kunnen we het nog wel met ons verstand beamen, maar onze emotie is met het dagelijkse andere bezig. De kracht van het voorheen zo zeker weten neemt af.

In het begin van dit jaar realiseerden wij ons dat er ineens een ander klimaat kwam. Vrijheid werd ingedamd, maar niet in de keuken.

Kruispunt van gedachten over welke kant uit?

De wijsheid bij Egypte halen of bij Hem Die ons redde en altijd bij ons is. Dat betekende ook dat met de keuze het vertrouwen mee zou gaan.

Wij kozen ervoor om het vertrouwen op Hem te stellen en niet in te gaan op alle mogelijke scenario’s. Onze relatie met de Vader, Yeshua en de leiding van de Geest van Heiligheid blijft prioriteit. Relatie met een geliefde vraagt vrijwillig gegeven tijd, aandacht, zodat we op de hoogte blijven van elkaar en begrijpen hoe we dagelijks denken. Zo ook met Hem Die ons zó liefhad.

Onlangs had ik een gesprek in verschillende tijden met verschillende mensen. Ik proefde overwegend (niet bij allen) meer bezorgdheid dan doorleefd vertrouwen. Of liet de Vader mij door Zijn Geest zien dat de mensen bevangen lijken te worden door iets wat hen van de Vader wegdrijft, u mag het beoordelen.

Die ervaring maakte dat ik een paar andere mensen ging vragen die ik in mijn gedachten kreeg om hun gedachten met mij te delen ten aanzien van deze tijd en een paar van die gedachten deel ik met u:

Iemand schreef mij, dat hij moeite had de vraag van mij te beantwoorden omdat hij hoofdzakelijk bezig was met zijn relatie in de Messias Yeshua en dat van Yeshua in Hem. Hij gaf mij  1 Joh 2 vanaf vers 18 en beseffende in welke tijd dat geschreven is, helpt dat zéker bij het bepalen van de richting:                                                                                             1Joh 2:18  Kinderkens, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden; waaruit wij kennen, dat het de laatste ure is. 
1Jn 2:19  Zij zijn uit ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zo zouden zij met ons gebleven zijn; maar dit is geschied, opdat zij zouden openbaar worden, dat zij niet allen uit ons zijn. 
1Jn 2:20  Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen. 
1Jn 2:21  Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij die weet, en omdat geen leugen uit de waarheid is. 
1Jn 2:22  Wie is de leugenaar, dan die loochent, dat Yeshua/Jezus is de Messias? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent. 
1Jn 2:23  Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet. 
1Jn 2:24  Hetgeen gijlieden dan van den beginne gehoord hebt, dat blijve in u. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, zo zult gij ook in den Zoon en in den Vader blijven. 
1Jn 2:25  En dit is de belofte, die Hij ons beloofd heeft, namelijk het eeuwige leven. 
1Jn 2:26  Dit heb ik u geschreven van degenen, die u verleiden. 
1Jn 2:27  En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven. 

Het andere waardevolle schrijven gaf eveneens een paar handvaten aan de hand van Mattheüs heel het hoofdstuk, Lukas 21:20. Daniel 9:27 beschrijft een verbond dat er al was, Openbaring 9 en 12. Wanneer we in ogenschouw nemen wat we zien en dat door de zeef van het geschreven Woord van YHVH laten gaan, dus niet door dat van allerlei mogelijke mensen, die ons hun gedachten zeggen of die wij het ons laten gezeggen in plaats van zelf op onderzoek uit te gaan, dán kunnen we denk ik de werkelijke situatie verstaan.

Wanneer Abba YHVH in Zijn Woord zegt dat wij niet moeten vrezen in Jesaja 41:10, dan bedoelt Hij dat letterlijk:  Vrees niet, want Ik ben met u; zijt niet verbaasd, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand Mijner gerechtigheid.                        

Isa_30:15  Want alzo zegt de Heere HEERE, de Heilige Israels: Door wederkering en rust zoudt gijlieden behouden worden, in stilheid en in vertrouwen zou uw sterkte zijn; doch gij hebt niet gewild. Zou dat te maken hebben met oa Psa_146:3? 

Laten wij onderzoeken of wij nog in onze eerste liefde zijn en zo niet, terugkeren om onder Zijn Vleugels bescherming te vinden:

Rev 2:3  En gij hebt verdragen, en hebt geduld; en gij hebt om Mijns Naams wil gearbeid, en zijt niet moede geworden. 
Rev 2:4  Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten. 
Rev 2:5  Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert. 

Balans, daar begonnen we mee.

Php 4:6  Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; 
Php 4:7  En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Yeshua. 
Php 4:8  Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve; 

Test mijn woorden!

English translation:

Balance

In this day and age, many are thrown back to what they know. If we do not shield our eyes, ears, and minds, we can find ourselves in an imbalance, in which anxiety fed by uncertainty and possible threat, fades our precious Center Yeshua. Then we can still agree with our mind, but our emotion is busy with the daily other things. The power of knowing so for sure is diminishing.

At the beginning of this year we realized that suddenly a different climate was coming. Freedom was contained, but not in the kitchen.

Crossroads of thoughts on which way?

Get wisdom from Egypt ór from Him Who saved us and is always with us. That also meant that confidence would go along with the choice.

We chose to put our trust in Him and not go into all possible scenarios. Our relationship with the Father, Yeshua and the guidance of the Spirit of Holiness remains a priority. Relationship with a loved one requires voluntary time, attention, so that we stay informed about each other and understand how we think on a daily basis. So also with Him Who loved us so.

Recently I had a conversation at different times with different people. I sensed mostly (not with all) more anxiety than lived confidence. Or did the Father show me by His Spirit that the people seem to be overcome by something that drives them away from the Father, you may test my thoughts.

That experience made me ask a few other people who came to my mind to share their thoughts with me regarding this time and some of those thoughts I share with you:

Someone wrote to me that he was primarily concerned with his relationship in Messiah Yeshua and that of Yeshua in Him. He gave me 1 John 2 from verse 18 and realizing at what time that was written, that certainly helps in determining the direction:
1 John 2:18 Little children, it is the last hour; and as you have heard that the Antichrist is coming, even now many antichrists have become; from which we know that it is the last hour.
1Jn 2:19 They went out from us, but they were not of us; for if they had been of us, they would have abode with us; but this was done that they might be made manifest, that they are not all of us.
1Jn 2:20 But you have an anointing from the Holy One, and know all things.
1Jn 2:21 I have not written to you because you do not know the truth, but because you know it, and because no lie is of the truth.
1Jn 2:22 Who is the liar but one who denies that Yeshua / Jesus is the Messiah? This is the Antichrist, who denies the Father and the Son.
1Jn 2:23 Whosoever denies the Son, neither hath the Father.
1Jn 2:24 Therefore what you have heard from the beginning, let it abide in you. If what you heard from the beginning abides in you, you also will abide in the Son and in the Father.
1Jn 2:25 And this is the promise which He has promised us, even eternal life.
1Jn 2:26 I have written this to you of them that lead you astray.
1Jes 2:27 And the anointing which ye have received from him abideth in you, and ye have no need that any man teach you; but as the same anointing teaches you of all things, so it is true, and is no lie; and as she hath taught you, so shalt thou abide in him.

The valuable writing from another family member shared some pointers, using Matthew throughout the chapter, Luke 21:20. Daniel 9:27 describes a covenant that was already there, Revelation 9 and 12. When we consider what we see and let it pass through the sieve of the written Word of YHVH, not that of all kinds of people who say their thoughts or we let ourselves be told instead of investigating ourselves, then I think we can understand the real situation.

When Abba YHVH says in His Word that we should not fear in Isaiah 41:10, He literally means: Fear not, for I am with you; be not surprised, for I am your God; I strengthen you, I also help you, also with the right hand of my righteousness I sustain you.

Isa_30: 15 For thus saith the Lord Jehovah, the Holy One of Israel: In return and rest shall ye be saved; in quietness and in confidence shall be your strength; but you did not want to. Could that have to do with Psa_146: 3, among others?

Let us examine whether we are still in our first love and if not, return to find protection under His Wings:

Rev 2: 3 And you have endured and have patience; and you have labored for my name’s sake, and have not fainted.
Rev 2: 4 But I have against you that you have left your first love.
Rev 2: 5 Remember then where you fell out, and repent, and do the first works; and nothing like that and I will come quickly to you, and will turn your candlestick from its place, unless you repent.

Balance, we started with that.

Php 4: 6 Be anxious about nothing; but in all things by prayer and supplication with thanksgiving let your desires be made known to God;
Php 4: 7 And the peace of God, which passes all understanding, will keep your hearts and your minds in Yeshua.
Php 4: 8 Finally, brethren, whatever things are true, whatever things are honest, whatever things are just, whatever things are clean, whatever things are lovely, whatever things are good, if there be any virtue, and if there be any praise remember it;

Test my words!
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


1 reactie

Zwaarwegende verantwoordelijkheid

Regelmatig vernemen we dat mensen die huisgroepen cq gemeenten beginnen vanuit hun huis, heel vaak niet goed voorbereid zijn om opzieners te zijn en daarnaar te handelen.

Wat is een opziener?

1 Timotheüs 3: 1 1Ti 3:1  Dit is een getrouw woord: zo iemand tot eens opzieners ambt lust heeft, die begeert een treffelijk werk. 
1Ti 3:2  Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouwe man, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren; 
1Ti 3:3  Niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker; maar bescheiden, geen vechter, niet geldgierig. 
1Ti 3:4  Die zijn eigen huis wel regeert, zijn kinderen in onderdanigheid houdende, met alle stemmigheid; 
1Ti 3:5  (Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?) 
1Ti 3:6  Geen nieuweling, opdat hij niet opgeblazen worde, en in het oordeel des duivels valle. 
1Ti 3:7  En hij moet ook een goede getuigenis hebben van degenen, die buiten zijn, opdat hij niet valle in smaadheid, en in den strik des duivels. 

Tit_1:7  Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet genegen tot toornigheid, niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker;

Opziener G1985
ἐπίσκοπος
episkopos
 overseer.

Iemand die kundig is, de zaken overziet en oog heeft voor hen die in zijn en/of haar huis komen. Die met calamiteiten het heft in handen neemt om met wijsheid en verstandig beleid de rust weet te handhaven.

Spr 11:14  Als er geen wijze raadslagen zijn, vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden. 

De koning in de gelijkenis trad op als opziener, getuige de volgende woorden: Mat 22:11  En als de koning ingegaan was, om de aanzittende gasten te overzien, zag hij aldaar een mens, niet gekleed zijnde met een bruiloftskleed; 
Mat 22:12  En zeide tot hem: Vriend! hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aan hebbende? En hij verstomde. 

We weten wat er daarna gebeurde. De daad werd bij het woord gevoegd.

Mat 22:2  Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had….

Yeshua is ons Voorbeeld hoe als opziener te zijn:

1Pe_2:25  Want gij waart als dwalende schapen; maar gij zijt nu bekeerd tot den Herder en Opziener uwer zielen.

Aangesteld:

Jer_29:26  YHVH/De HEERE heeft u tot priester gesteld, in plaats van den priester Jojada, dat gij opzieners zoudt zijn in YHVH’s/des HEEREN huis over allen man, die onzinnig is, en zich voor een profeet uitgeeft, dat gij dien stelt in de gevangenis en in den stok.

Strijdbaar

Eze_9:1  Daarna riep Hij voor mijn oren met luider stem, zeggende: Doet de opzieners der stad naderen, en elkeen met zijn verdervend wapen in zijn hand.

Herder

Act_20:28  Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.

Laten wij die taak niet lichtzinnig nemen!

Naar de mate wij de taak opvatten zo zal ook de vrucht zijn.

Nawoord:

Twee teksten hierboven geven mijns inziens aan, dat het begrip nieuweling hier aangeeft dat de persoon het weliswaar niet aan enthousiasme ontbreekt, maar nog niet voldoende door lastige situaties is gegaan en dermate beproefd is geworden, dat de eigenschappen die nodig zijn om een huisgezin van de Vader te begeleiden in dienende zin, niet voldoende aanwezig zijn, zodat bij aanvechtingen en moeilijke kwesties eigen kracht makkelijk kan worden aangewend in plaats van wenden tot de Vader voor openbaring om Vaders huisgezin, te kunnen blijven weiden. 1Ti 3:6 Geen nieuweling, opdat hij niet opgeblazen worde, en in het oordeel des duivels valle.

Het tweede vers is ook van groot belang, omdat dat getuigenissen van anderen over de daden van betreffende persoon een zoete geur van de Messias verspreiden, zodat kinderen uit Vaders huisgezin zich veilig weten. Zelfonderzoek én wijze raad van andere in het leven doorkneedde mensen, moeten kunnen vaststellen of men betrouwbaar en kundig genoeg is.

1Ti 3:7 En hij moet ook een goede getuigenis hebben van degenen, die buiten zijn, opdat hij niet valle in smaadheid, en in den strik des duivels.

Het is vaak zo dat men afgaat op een woord of een emotie of te snel willen helpen of andere motieven. Ik wil een voorbeeld geven die ik eens las in een boekje. Een echtpaar had een profetie gehad om in Peru te gaan dienen. Dat lag al op hun hart en dus gingen ze aan de slag. Ze verkochten alles, zodat ze klaar waren om te vertrekken. Maar wat ze ook probeerden, ze kwamen niet in Peru. Teleurstelling, frustratie en ontgoocheling zullen wel een rol hebben gespeeld, alswel twijfel over die profetie die ze hadden gekregen. Na ongeveer zeven jaar was Abba’s tijd aangebroken en konden ze moeiteloos gaan,omdat de deuren geopend waren. de les die ze eruit leerden was, dat ze vergeten waren Abba YHVH te bidden om te vragen hoe Hij het wilde hebben dat het zou gaan. Al hun eerste pogingen waren in eigen kracht gebeurd.

Wanneer Abba YHVH iets wil dat wij doen zullen zal Hij de weg banen en door de geloofsrelatie van de betreffende persoon die Vaders Stem door de Heilige Geest is gaan verstaan ( wat overigens door oefening tot stand komt en dan nog altijd bij de les blijven) komt de uitwerking van de roeping tot stand op n manier die wij meestal niet voor ogen hadden. Dán gaat de eer alleen naar Hem. Het is Zijn Koninkrijk wat geopenbaard wordt, niet de onze.

Test mijn woorden, shalom Hadassah.


Een reactie plaatsen

De helft is één tegenover

Onlangs kregen we twee waardevolle uitleggingen onder ogen die we overgezet hebben in het Nederlands.

Al langere tijd smeulen onderwerpen in mensenharten en één daarvan is of mensen die Yeshua/Jezus belijden een meervoudig huwelijk aan mogen gaan.

Zelf ben ik enige jaren geleden geconfronteerd met dit fenomeen en mezelf erin gaan verdiepen, met name wat Abba YHVH van oorsprong bedoeld had en heeft.

Onder de naam Samen Adam en Two gether Adam, heb ik zowel van anderen, met name mannenbroeders alswel van mijzelf enige artikelen gepubliceerd.

Het is geen samenloop van toevalligheden dat er naast het meer promoten van dit onderwerp, er eveneens zeer goede weerleggingen komen.

Lees en onderzoek, zodat u voorbereid bent en zonodig uit kan leggen waaróm.

Deel 1.Het is geen polygamie – het is polygynie

Deel 2 Meer over polygynie

Deel 3 Het is geen polygynie -het is bigamie


Een reactie plaatsen

Nochtans zal ik…

Mij kwam psalm 137 in gedachten na een gesprek met familie die de wil van de Vader willen doen en ons scheidt de zee en een landelijke grens.

Psa 137:1  Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij, ook weenden wij, als wij gedachten aan Sion. 

Is de voorgaande tijd een smaken geweest? Een vooruitzien wanneer wij verzameld zijn vanuit de vier winden der aarde? Wel worden wij allen belemmerd te doen wat eerder zo makkelijk kon. Uit de gesprekken die we hebben, vernemen wij wel dat het vertrouwen op de Enige een boost heeft gekregen. De meesten verwachten het van Hem die dit gebeuren toestond.

Weliswaar kunnen we de woorden van psalm 137 niet naadloos op de huidige situatie leggen, maar gevoelens van verlangen naar verlossing, dé verlossing, vermenigvuldigen zich.

Wat wij aan openbaring ontvingen blijft onverminderd staan en daarom is onze focus op Abba YHVH. Hij gaf het en Hij is de Uitvoerende.

De psalm  geeft aan dat het verlangen niet vergaat bij onderdrukking:

Psa 137:2  Wij hebben onze harpen gehangen aan de wilgen, die daarin zijn. 
Psa 137:3  Als zij, die ons aldaar gevangen hielden, de woorden eens lieds van ons begeerden, en zij, die ons overhoop geworpen hadden, vreugd, zeggende: Zingt ons een van de liederen Sions; 
Psa 137:4  Wij zeiden: Hoe zouden wij een lied des YHVH’s/ HEEREN zingen in een vreemd land? 
Psa 137:5  Indien ik u vergeet, o Jeruzalem! zo vergete mijn rechterhand zichzelve! 
Psa 137:6  Mijn tong kleve aan mijn gehemelte, zo ik aan u niet gedenke, zo ik Jeruzalem niet verheffe boven het hoogste mijner blijdschap! 

Ook kwam mij in gedachten een tekst uit Ezechiël 36: 37  Alzo zegt de Heere YHVH/HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe; 

De voorgaande verzen vertellen waaróm.

Er is veel gedeeld de afgelopen jaren. Gezaaid en ernstig genoeg valt veel zaaigoed af. Niet vanwege het gehalte van het zaaien of de manier waaróp…Nee, het is de hartsgesteldheid van de mensen zelf, die de oogst bepalen.

Zie de gelijkenis van de zaaier:

Luk 8:5  Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien; en als hij zaaide, viel het ene bij den weg, en werd vertreden, en de vogelen des hemels aten dat op. 
Luk 8:6  En het andere viel op een steenrots, en opgewassen zijnde, is het verdord, omdat het geen vochtigheid had. 
Luk 8:7  En het andere viel in het midden van de doornen, en de doornen mede opwassende, verstikten hetzelve. 
Luk 8:8  En het andere viel op de goede aarde, en opgewassen zijnde, bracht het honderdvoudige vrucht voort. Dit zeggende, riep Hij: Wie oren heeft, om te horen, die hore. 

Maar gij hebt niet gewild…Isa 30:15  Want alzo zegt de Heere HEERE, de Heilige Israels: Door wederkering en rust zoudt gijlieden behouden worden, in stilheid en in vertrouwen zou uw sterkte zijn; doch gij hebt niet gewild. 

Mat_23:37  Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugels; en gijlieden hebt niet gewild.

Achteruit lezen van hoofdstuk 23 vertelt ons glashelder tussen religie en geloof.

Motief van ons leven moet denk ik zijn dat we allereerst in dienst van onze man en Maker zijn hier op aarde. Hij,de laatste Adam, koos ons doelbewust. Met Hem zijn we ondertrouwd.

De bruiloft laat nog even op zich wachten. Er is nog werk te doen.

Hab 3:17  Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal; 
Hab 3:18  Zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils. 
Hab 3:19  De Heere HEERE is mijn Sterkte; en Hij zal mijn voeten maken als der hinden, en Hij zal mij doen treden op mijn hoogten. Voor den opperzangmeester op mijn Neginoth. 

Zo zal ik nochtans …. in YHVH van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils/Yeshua.