Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Voorbij de berg ll

Wat was YHVH’s doel om de Israëlieten naar de berg Sinaï te brengen?

Zonder Zijn reden te begrijpen om Zichzelf aan Zijn volk te openbaren, zoals Hij deed, zullen we doorgaan met kamperen bij die berg. We zullen alle details van de geboden, inzettingen en verordeningen bestuderen, offers verzamelen – “troef” – met als doel een heiligdom voor Hem te bouwen en dan hard te werken aan het doen van de mitswot.

We zullen ook blijven proberen om te beslissen hoe we datgene wat we horen moeten uitvoeren. Omdat het oorspronkelijke Hebreeuwse schrift zo gecompliceerd is, zou de arme leek de behoefte hebben om de vertolking van rabbijnen en theologen te vertrouwen. Als gevolg hiervan zal al deze inspanning uiteindelijk een hiërarchisch religieus systeem worden, verstoken van de relatie die YHVH ons heeft willen hebben met Hem.

Dus laten we de reden onderzoeken waarom Elohim ons naar de berg heeft gebracht, zodat we verder kunnen gaan. Er zijn twee verklaringen in Exodus die niet alleen YHVH’s bedoeling tonen, maar ook Zijn absolute toewijding tonen om zijn plannen voor zijn volk (verleden, heden en toekomst) uit te voeren.

“En Mozes ging op naar Elohim en YHVH riep hem van de berg en zei: ‘Zo zult u tegen het huis van Jakob zeggen, en de kinderen van Israël vertellen:’ U hebt gezien wat ik de Egyptenaren heb aangedaan, en hoe Ik heb je op de vleugels van adelaars gedragen en je bij Mij gebracht “(cursivering Exodus 19: 3-4 en nadruk toegevoegd). Let op: “Ik heb je bij mezelf gebracht“. De volgende verzen tonen YHVH’s houding en intenties tegenover Zijn volk, die “voor Mij een bijzondere schat zouden zijn, voor Mij een koninkrijk van priesters en een apart volk” (19: 5-6). De Almachtige was op zoek om een ​​plaats voor Zichzelf te bereiden, zoals blijkt uit een verklaring in Exodus 25: 8: “En laten zij Mij een heiligdom maken, opdat Ik onder hen zal wonen.

Zijn bedoelingen waren niet om in een gebouw te wonen, maar binnen een natie van priesters en koningen.

De bovenstaande uitspraken benadrukken de plaats van de YHVH in de relatie, ook al waren de geroepenen hardnekkig en ongehoorzaam, een eigenschap die ons zelfs in deze generatie lijkt te achtervolgen. We moeten oppassen dat we niet net zo gecharmeerd raken van het ontdekken van onze Israëlische identiteit, een gewaardeerd bezit van de Allerhoogste en een priesterschap worden genoemd, dat we onze eerste liefde vergeten: “Je zult YHVH, je Elohim, met heel je hart liefhebben, met heel je ziel en met heel je kracht. En deze woorden die ik je vandaag opdraag, zijn in je hart “(Deuteronomium 6: 5-6) .Het is heel gemakkelijk voor ons om voor onszelf te leven, gebruikmakend van onze relatie met Abba omwille van ons, eerder dan bestaande voor Hem en omwille van Zijn naam. ( doet mij denken aan Hosea 2:7  Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en den most, en de olie gegeven heb, en haar het zilver en goud vermenigvuldigd heb, dat zij tot den Baal gebruikt hebben.   -HWD)

De enige rabbijn die een duidelijk begrip had van YHVH’s perspectief op het Sinaï-verbond, was Rabbi Shaul. In zijn commentaren legt hij het doel uit voor het geven van de “Wet”. “Want tot de wet was de zonde in de wereld, maar de zonde wordt niet toegerekend, wanneer er geen wet is. Niettemin regeerde de dood van Adam tot Mozes “(Romeinen 5: 13-14). Dus ondanks “zonde niet toegerekend” regeerde het en de mensheid leed duidelijk onder de consequenties (zoals duidelijk is in de vroege Torah verhalen).

Dus wat gebeurde er op Sinai dat alles veranderde? En waarom is het zo belangrijk dat wij als gelovigen vandaag onze relatie tot de Torah begrijpen. Omdat samenlevingen functioneel moesten zijn, zowel in de oudheid als in onze tijd, moesten ze duidelijke wetten en morele en operationele codes hebben, zelfs sommige van de YHVH-wetten werden toegepast en gehandhaafd (zie bijvoorbeeld Genesis 5:26). Er was echter geen duidelijke geestelijke verdeellijn. Over het algemeen vloeiden de pogingen van de mens om rechtsregels op te stellen rechtstreeks voort uit de Boom der Kennis van Goed en Kwaad.

YHVH’s geboden van “u zult” en “u zult niet” zijn gebaseerd op de Geest van Zijn Woord, met de bedoeling om de menselijkheid van zonde te overtuigen. “Wat zullen we dan zeggen? Is de wet zonde? Zeker niet! Integendeel, ik zou zonde niet hebben geweten behalve door de wet. Want ik zou de hebzucht niet hebben gekend tenzij de wet had gezegd: ‘U zult niet begeren’ “(Romans 7: 7 cursivering toegevoegd). “Daarom zal door de werken van de wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Zijn aangezicht, want door de wet is de kennis van de zonde” (Romans 3:20 ). Zonde kon pas worden verzoend nadat YHVH de wet had gegeven, en omdat Hij door het te geven wist dat zijn wetten zouden worden geschonden, voorzag Hij onmiddellijk in een opofferingssysteem en gaf instructies voor het bouwen van de Misjkan en de instandhouding van het Levitische priesterschap, om de offers te vergemakkelijken.

YHVH’s bedoeling was om een ​​volk te hebben omwille van Zijn naam, zodat Hij niet alleen tussen hen zou kunnen wonen, maar IN, hen. Maar zolang het hart / de geest van Zijn volk nog steeds besmet was door de gevallen geestelijke toestand, was het onmogelijk voor Zijn Geest om zich te verenigen met de hunne. Het was daarom noodzakelijk voor YHVH om het volk voor te bereiden op deze eerste overeenkomst, of moet ik zeggen een contract, dat beide partijen tekenden, en aldus zijn toekomstplan in gang zetten, dat het voor Hem mogelijk zou maken om in hen te wonen.                                                                                                                               Door Mozes en het bloed van een os werd het eerste Sinaï-verbond ingehuldigd.

  “Toen stuurde hij jonge mannen van de kinderen van Israël, die brandoffers aanboden en offergaven van ossen offerde aan YHVH. En Mozes nam de helft van het bloed en deed het in bekkens, en de andere helft bloed sprenkelde hij op het altaar. Toen nam hij het boek van het verbond en las het de mensen voor. En zij zeiden: “Alles wat YHVH heeft gezegd dat we zullen doen, en gehoorzaam zijn.” En Mozes nam het bloed, sprenkelde het op het volk en zei: ‘Dit is het bloed van het verbond dat YHVH met u heeft gesloten volgens al deze woorden ‘”(Exodus 24: 5-8).

Nu vraag je je misschien af “wat wordt bedoeld met het eerste Sinaï-verbond” …?
 Wordt vervolgd

https://etzbneyosef.blogspot.com/2019/02/beyond-mountain-part-ii.html


Een reactie plaatsen

Tien hoorden de shofar…vijf verstonden

Zolang we nieuwe wijn in oude zakken willen doen, verkrijgen wij niet het juiste resultaat.
We dienen het geschreven Woord van YHVH uit de kast te halen en alle bijgeschriften van mensen, zoals Heidelbergse cathechismus, oudvaders, talmoed, Mishna etc aan de kant te leggen omdat het interpretaties zijn van anderen en veel verwarring geven. Immers het manna wordt elke dag vernieuwd. Meer en meer wordt me duidelijk dat interpretaties van mensen die we jarenlang hoog gehouden hebben omdat anderen dat ook vonden en wij kritiekloos aanvaarden, ons in de weg staan, om een heldere blik te hebben wie wij zijn en welke positie het geschreven Woord van YHVH heeft.
Het lijkt kritiek, maar voor mezelf zie ik dat het merendeel van ons niet weet wie we zijn en daarom ook niet weet wat te doen, met gevolg dat we anderen na gaan doen en alreeds doen.Toch?
 
We zullen de nadere openbaring van YHVH moeten omarmen en de hoogste prijs willen betalen om het geschreven Woord op de hoogste en eerste plaats te zetten. Alle aangenomen leringen en gedachtenspinsels van mensen en eerder genoemde schriften aan de kant schuiven om zo alle ruimte aan de Ruach haKodesh te geven om ons het geschreven Woord van YHVH te openbaren. Vergeet niet dat we omgeven waren met religie en traditie, dus blijven we daar vatbaar voor. Daar is tijd voor nodig én een besluit om er vanaf te komen om zo meer ruimte te geven aan YHVH.
 
Er zijn kapers op de kust die alreeds ruime ingang gekregen hebben in de messiaanse beweging. Kapers die dmv leringen de jonggelovigen afleiden van het geschreven Woord van YHVH en de zo zuivere leiding van YHVHs Ruach haKodesh. De boom der kennis is hype en Yeshua mág. Men maakt er een joodse messias van alsof wij dan gerechtigd zijn joods te worden of joodse metgezellen…want Ezechiël 37 moet men op de joodse manier bekijken, lijkt het.
 
Wanneer men niet omkeert van genoemde leringen vertraagt men zijn of haar eigen proces om mee te mogen helpen in de wijngaard, zodat geheel Israel (12 stammen, metgezellen, Jabobs nakomelingen naar de belofte) hersteld gaat worden.
Dan zie ik de komende oordelen als genade om nog mensen die niet wilden horen los te schudden,zie de jongste zoon die niet weg had hoeven lopen, maar eigenhandig deed.
 
Zie ook het merendeel waar YHVH geen welbehagen in had, het staat zo duidelijk beschreven in 1Cor 10, waaróm die generatie het beloofde land niet binnenkwam, terwijl hen duidelijk was gemaakt waaraan zij zich niet schuldig moesten maken.
 
Wij zijn mensen van de dag. Arglistig is ons hart toch?
Onderzoekt uzelven nauw, daarom schrijf ik altijd dat u mijn woorden mag beproeven.
 
Vraag Hem om kennis wijsheid en inzicht en Hij zal rijkelijk geven. Wanneer wij niet vragen en niet bereid zijn om welk belang ook onze liefhebberijen niet bij te stellen, dan worden wij verblind, want die waarschuwing staat in
Op 2:4  Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten. 
5  Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar (Yeshua) van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert. 
 
Nogmaals, beproef mijn woorden en hou ze tegen het licht van Abba YHVH’s geschreven Woord.
Shabbat shalom!


Een reactie plaatsen

Impasse

Tussen delen van het goede nieuws en aansporen om er iets mee te gaan doen of wellicht wachten voor de juiste woorden voordat er een werkelijk zwijgen komt, is er  weleens een onderbreking met een ongemakkelijke impasse.

Niet voor of achteruit kunnen en ook niet weten welke richting de juiste is…..

Pi haChiroth..

Ik herinnerde me dat ik er al eens eerder een keer bij stilgezet was. Tussen de impasse en het teken om verder te gaan, lagen twee telefoongesprekken. Een van iemand die serieus bepaald wordt dat het menens is met de eenwording betreffende Juda en Efraim, zo letterlijk verwoord in hoofdstuk 37 van het boek Ezechiël. En het andere gesprek was er een van bemoediging omdat de Vader “overal” Zijn mensen gezet heeft, alhoewel de persoon zelf, naar mijn beleving, een vrij moeilijke pionierstaak heeft. en toch ook de toepassende toerusting krijgt.

Ik vond de notitie over Pi haChiroth vandaag in mn bestand. Het was geschreven in het jaar 2013,

Pi hachiroth (4)

Exodus 14:2 Spreek tot de kinderen Israels, dat zij wederkeren, en zich legeren voor Pi-hachiroth, tussen Migdol en tussen de zee, voor Baal-zefon; daar tegenover zult gij u legeren aan de zee. 

Pi Hachiroth Impasse

 


Een reactie plaatsen

Voorbij de berg l….

We ontvingen een schrijven van Ephraim en Rimona Frank met een link, naar een schrijven met de titel “Beyond the mountain”. Terwijl ik het las, beseft ik dat dit schrijven geheel paste bij de recente publicaties op tegentlicht.

1Co 10:1  En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; 
1Co 10:2  En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; 
1Co 10:3  En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; 
1Co 10:4  En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus/Yeshua. 
1Co 10:5  Maar in het meerder deel van hen heeft God/Elohim geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen. 
1Co 10:6  En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben. 


“Voorbij de berg”. Er zijn verschillende gedachten die te binnen schieten met betrekking tot dit concept. De eerste hiervan betreft de opeenvolging van gebeurtenissen die plaatsvonden terwijl onze voorouders ‘van Egypte naar de berg Sinaï trokken. Na op de 15e van de eerste maand (Aviv, ref. Numeri 33: 3) Egypte te hebben verlaten, arriveerden ze op de 15e dag van de tweede maand in de woestijn Sin (ref.Exodus 16: 1), waar ze rebelleerden tegen Mozes vanwege gebrek aan voedsel. Na het ontvangen van het mirakel van het manna en de verordening van de Sjabbat trokken zij verder en sloegen hun kamp op in Rafidim, waar zij opnieuw klaagden over deze tijd van watertekort en ook werden aangevallen door de Amalekieten (zie Exodus 17: 8). Zo’n korte tijd is verstreken, maar toch zoveel aanvallen, zowel van binnenuit als van buitenaf!

Verder in het Nederlands:

Voorbij de berg

Wordt vervolgd!

In de oorspronkelijke taal:

https://etzbneyosef.blogspot.com/2019/02/beyond-mountain.html

 

 


1 reactie

Kleine vossen

“Vang voor ons de vossen, de kleine vossen, die de wijngaarden te gronde richten, nu onze wijngaarden bloeien!” (Hooglied 2:15).

Recentelijk ontving ik een bericht met de vraag of ik de zienswijze van Itzhak S. wist betreffende de zogenoemde twee huizen met name het huis wat wel bekend staat met de naam Efraim/Israel/Yosef.

Vanwege de groeiende populariteit van deze persoon en de gevolgen van zijn onderwijs ben ik toch gaan kijken, om het anderen iets meer te kunnen uitleggen, alhoewel ik weet dat Judah, slechts met enkele uitzonderingen (1), de openbaring over dat ontwakende huis in de volkeren volkomen missen, daar het niet op de schriftuurlijke kennis en inzicht van YHVH is gebaseerd, maar zij putten veelal hun kennis uit hun eigen waarnemingen.

We hebben het al eens eerder aangegeven dat onderliggende vleselijk natuurlijke verlangens dermate inspireren om bij de broer in de leer te gaan in plaats van bij het geschreven Woord en YHVH’s Geest. Zelden ontmoet ik mensen die het op deze laatste wijze kunnen uitleggen en dat noopt mij om het over de kleine vossen te hebben.

Het zijn namelijk niet die kleine vossen die de oorzaak zijn, dat het merendeel in de messiaanse beweging met name het nietjoodse deel, niet weet wie zij zijn en wat hun werkelijke roeping is. Het zijn de mensen zelf die de kleine vossen binnenlaten en hun waarneming horen, aannemen en verspreiden. En zo stagneert de boodschap over het komende koninkrijk wat YHVH wil, dat openbaar komt.

Tientallen jaren geleden kregen wij als gezin het inzicht dat Juda naar het geschreven Woord van YHVH, weliswaar nauw verbonden is met ons, maar dat zij een andere roeping hebben binnen het herstelde koninkrijk dan zij die uit de volkeren komen en het noordelijke deel vertegenwoordigen en dat hun kennis niet geschikt is om ons uit het noordelijk koninkrijk tot wasdom te brengen. Dat is ons sinds 2015 door diverse personen toevertrouwd uit het huis van Judah, wat wij als een bevestiging zien. Het merendeel van dat lo-ammi in de volkeren hebben in voorgaande eeuwen het evangelie gehoord, al dan niet met vervangende elementen en hebben de Redder omarmd, veelal, net als wij voorheen, niet wetende dat aanneming nog maar een eerste stap was. Men heeft gelezen maar niet begrepen dat Yeshua voor de verloren schapen van het huis van Israel is gekomen, maar het relaas over het weggezonden deel- Lo Ammi- waarover geheel geschreven Schriften van YHVH spreken ontging, tót…

In Deuteronomium wordt voorzegd dat op zekere tijd dit ware evangelie zonder vervangende elementen zou gehoord gaan worden en dan zou men gaan terugkeren naar het onversneden Woord van YHVH.

In de jaren dat ik het ben gaan zien en aangespoord werd om te gaan delen van wat Hij mij heeft doen laten zien, heb ik ervaren dat het mijns inziens écht een werk van de Ruach haKodesh moet zijn in iemands leven, wil deze kunnen gaan inzien dat we zonder juiste identiteit (en ernaar handelen/Shema)  niet nuttig zijn om de boodschap met name in deze tijd betreffende het komende koninkrijk te brengen, omdat zulk een boodschap geen goede vruchten brengt, die YHVH welgevallig is. Wat ik veelal meemaak is uitdiepen van kennis van de wet in vele lagen in plaats van YHVH’s openbaring verkondigen zodat mensen op hun voeten gaan staan en gaan handelen vanuit hun identiteit als Israeliet naar de belofte.

Kleine vossen (2) binnenlaten vraagt om moeilijkheden. De tekst roept ons op om ze te vangen,omdat ze de wijngaarden te gronde richten.

We moeten de leringen vangen die onze identiteit en groei te gronde richten en dit terwijl onze wijngaarden nu bloeien!

Sinds de tijdsspanne tussen 1996 en 2008 is er sprake van een groot ontwaken van dat lo ammi, waartoe dat noorderlijk koninkrijk behoorde. De altijd terugkerende vraag dat men niet meer kan terugvinden wie wie is, was juist een plan van YHVH, omdat Deze niet de bloedlijn op het oog heeft,maar de mens dat naar Hem hoort en Zijn ketuba aanneemt. Herinner dat veel vreemd volk met de kinderen Israels optrok en allen Amen zeiden op de inzettingen en geboden van YHVH! Enerlei wet en recht zij de vreemdeling staat er ergens.

Efraim Mijn eerstgeborene, lees aandachtig de Hoseabrief. Jacobus die uitgezonden werd naar de stammen in de verstrooiing…

De vraag die ik kreeg was of ik wist dat degenen die zich Efraim wisten, Benjamin zijn…Of dat wel echt waar was en waarom niet? Ik kreeg twee video’s waarin Itzhak S. zijn zienswijze onderbouwt. Eén daarvan heb ik deels bekeken, om iets meer te kunnen delen, maar het geschreven Woord van YHVH en de raad van Yeshua, dat de Ruach haKodesh ons alles leren zou wat Yeshua gezegd en onderwezen heeft, zou al ruim voldoende moeten zijn.

Omdat ik weet dat Juda mij mijn identiteit niet of nauwelijks weet en niet kon onderwijzen en ik daarin bevestigd werd vanuit het geschreven Woord van YHVH, geopenbaard door de Ruach, wetende gered te zijn door Yeshua vanwege de rebellie die wij en onze vaders ( Ps 106:6) bedreven hadden, laat ik verwijzingen vanuit hun gedachtengoed niet of nauwelijks toe voor mijn groei in YHVH. Hoogstens lees ik iets als kennisgeving. Ik verkies het geschreven Woord en de leiding van de Ruach haKodesh daarin. Misschien mag ik het daarom zien, dat onze gewaardeerde andere familie niet de eer heeft ons te leiden naar volwassenheid, maar dat die eer toekomt aan Hij Die was, is en komen zal.

Itzhak S. legt zijn zienswijze uit over de Israelstick (Ezechiël) aan de hand van joodse gedachtenwijze en overeenkomstige leringen en DAT alleen al zou ons moeten triggeren, maar omdat velen geen kwaad inzien in rabbijnse aanhalingen, komt men of in verwarring of men neemt aan dat wat hij zegt wel eens waar kon zijn en kijk, dan laten wij de kleine vossen binnen.

Yeshua ageert tegen de farizeeërs, die er niet op uit zijn de mensen Yeshua’s boodschap overnemen en voortzetten, welke dezelfde boodschap is van af het begin, maar hen door hun eigen menselijke kennis aan zich binden willen. De geschiedenis herhaalt zich. Ook heden ten dage hebben wij met zulke zaken te maken of men onwetend is of niet. De schriftuurlijke waarheid moet boven tafel komen, want dat is het ware brood des levens.

Dat Itzhak S. messiasbelijdend is, is voor mij geen optie om aan te nemen dat zijn zienswijze vanuit rabbijnse kennis en onderbouwd met teksten uit Tenach en Brit Chadasha doorslaggevend is. Integendeel. Zijn uitleg kan in het rijtje van velen die dat kostbare lo ammi, wat ammi wordt en de eerstgeborenen mogen zijn naar de belofte, onder de joodse halacha willen brengen en lieve mensen

DÁN

is er geen sprake van twee apart gezette delen die herenigd gaan worden, ieder met hun eigen roeping en taak binnen het koninkrijk, wat YHVH voor ogen heeft en wat toch zal gaan doorbreken,

MÁÁR

vergeet de woorden niet dat in het meerderdeel van de kinderen Israels heeft YHVH geen welgevallen gehad en deze zijn in de woestijn nedergeworpen. Een héle generatie werd overgeslagen. Dát kan ons ook overkomen en daarom schrijf ik onderwerpen als deze om nog tijdig te kunnen keren. 1Cor. 10: 1-7)

In Openbaring 2:5 lezen we dat YHVH ons aanzegt dat wij onze eerste liefde hebben verlaten en wanneer wij ons niet bekeren, omkeren naar Hem, Hem de eerste en hoogste eer te geven,

DÁN

zal Hij de kandelaar bij ons wegnemen(3)!

Dan zal er sprake zijn van een klein overblijfsel wat wél al haar antwoorden uit het geschreven Woord van YHVH haalt en wél vraagt om de leiding van de Ruach om die geschreven Woorden openbaring te laten worden in hun leven. Dán zal er sprake zijn van “Ik ben door Hem geleerd” in plaats van de eer te geven aan de wijsheid van deze en gene in de rabbijnse wereld.

Kleine vossen

Ze lijken onschuldig, maar gezien de tekst, waarschuwend genoeg om acht te slaan op de raad.

Beproef met wat ik u deelde of onderstaande titel met bijbehorende video regelrecht vanuit het geschreven Woord van YHVH wordt verklaard.

Ik heb aantekeningen gemaakt over onderstaande video, u kunt die bij mij opvragen.

Youtube – Pearls of Torah Special Edition: The Two Sticks!?/

Beproef mijn woorden!

Shalom, Hadassah

 

1.Een van de andere uitzonderingen kunt u vinden op http://www.israelitereturn.com

2. Vossen leven in holen. Als ouders jagen krijgen jongen honger Ze knagen ondergronds aan de wortels Gevolg: Wijnstok sterft Geen wijnstok en geen wijngaard meer

3. Opnbaring 2:4,5  Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten. 
5  Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert. 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Wanneer openbaring ontbreekt…

Ik wil iets met u gaan delen, wat mij al geruime tijd bezighoudt. Recentelijk kreeg ik in korte tijd waarschuwingen van verschillende mensen en die nopen mij als persoon toch te gaan delen met u wat mij niet los laat. De spiegel die ik probeer te verwoorden, hou ik ook mezelf voor….

De openbaring, dat er uit de volkeren een volk wordt opgewekt om de wereld het bewijs te laten zien van het plan van YHVH, dat Yeshua werkelijk de scheidsmuur heeft doorbroken voor de verloren schapen van het huis van Israel, breekt nauwelijks door in de gelederen van dat zelfde huis.

De zonde van Jerobeam, waardoor zij hun recht, identiteit en roeping verkwanselden, omdat voor rebellie geen ander middel ter verzoening kon zijn dan Yeshua, zegt velen weinig, omdat men niet onderwezen wordt dat Yeshua kwam om diezelfde rebellie te ontkrachten door Zijn zondeloos lijden,sterven en opstaan om voor Zich die natie op te richten, waaruit de verloren schapen van het huis van Israel zich rechtmatig herenigen kunnen met het huis van Juda. Ook ontbreekt de kennis veelal dat dit apart gezette huis Israels niet eerder volledig hersteld is, dan wanneer het andere deel, het huis van Juda, gestimuleerd ( grondtekst Rom 10:19) wordt door het werk van de Ruach (Heilige Geest)  te gaan zien wat hen ontbreekt (een openbaring voor hen van YHVH). Het is ook immers geschreven in Jer. 3:18 dat Yudah gaan zal naar/tot (grondtekst samen)met het herstelde huis van Israel in de natiën? Verloren schapen Israel hersteld in de zin van dat zij zich zeer bewust zijn dat zij Israeliet naar de belofte zijn  en ernaar handelen? Dat blijft niet zonder resultaat en wordt een zegen voor Yudah! Dat is een gevolg van de gehoorzaamheid aan YHVH.

Velen genieten de zegen van de redding en wanneer mensen de shabbat en feesten ontdekken, is het weer feest, ondanks de vervreemding die plaatsvindt tussen hen en hun families/vrienden die dat torahgebeuren maar vreemd vinden. De nieuwe generatie “messianen” vinden elkaar steeds sneller, omdat er nu sterkere groei plaatsvindt, dan zo’n dertig jaar geleden.

Persoonlijk bemerk ik weinig of geen vraag naar wie we zijn en wat onze werkelijke roeping en bestemming is, op enkele uitzonderingen daargelaten. We genieten van de vele huisgroepen en gemeentes..we komen bij elkaar, doen veelal parasha en eten daarna met elkaar. Op zich is dat goed en zeker voor beginnelingen, máár… Oase Elim is geen eindbestemming!

In vele groepen cq gemeentes is niet de krachtige openbaring aanwezig dat men de bezoekers en vaste gasten grondig uitlegt dat dit slechts een tussenstation is, omdat men verder moet. Daarbij onderwijst men de mensen niet om op zekere tijd zelf als dicipelen uit te gaan en goede plaatsen te stichten, zodat het goede nieuws ook lokaal verspreid wordt.

We leggen de mensen nauwelijks uit dat zij naar de beloften Israel zijn, die door Yeshua opnieuw een stem, een recht, een plicht, een naam en een roeping hebben gekregen om samen met dat huis van Juda herenigd te worden. Want wij bestaan als dat ene huis Israel (hou Ezechiël 37 even in het oog) nu maar voor een deel uit dat koninkrijk bestaan. Yeshua kwam om de gebroken Bruid te herstellen tot die ene, Die Hij gekozen had, niet twee aparte delen. Zie het voorbeeld in Gan Eden.

Afgezien van enkelen, denk ik te zien en ik hoop écht het bij t verkeerde eind te hebben, dat ..Of de leraar heeft die openbaring niet gekregen…of men heeft bijna de moed opgegeven, omdat het gehoor het niet pakt…. of men voegt zich bij de meerderheid, die Juda als leraar ziet. Wanneer men dat laatste handhaaft, dan heeft men het concept van de Vader niet begrepen.

Zijt niet onwetende…woorden uit 1 Cor 10:1-4

1Co 10:1  En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; 
1Co 10:2  En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; 
1Co 10:3  En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; 
1Co 10:4  En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus/Yeshua. (dus toen ook al=geheimenis)

Wat hierboven staat is, alhoewel het een zeer diepe betekenis heeft, lijkt een inleiding, want de volgende woorden staan mij vaak voor de geest:

1Co 10:5  Maar in het meerder deel van hen heeft God/Elohim geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen. 
1Co 10:6  En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben. 

Maar in het meerderdeel van hen heeft Elohim geen welgevallen gehad.

Laten we deze woorden tot ons doordringen…

Allen waren zij in Mozes gedoopt, allen hadden dezelfde geestelijke spijs gegeten, allen hadden dezelfde drank gedronken uit de geestelijke steenrots (niet pas toen Yeshua op aarde kwam, maar tóén al), maar in het merendeel van dat volk inclusief het deel van veel vreemd volk, heeft Elohim geen welgevallen gehad!

Het doet me ook denken aan de vrouw van Lot, die de oase niet los kon laten, ondanks dat haar aangeraden was, niet terug te zien. Haar hart was nog dáár.

Wanneer wij allen niet zuiver onderwezen worden dat het komende koninkrijk bestaat uit alle stammen en zij die zich daarbij voegen, net als het ” vreemde volk” dat zich bij het volk Israel voegde en met dezelfde naam aangesproken werd door YHVH, omdat zij Amen zeiden op Zijn gegeven ketuba bij de berg, dán blijven de mensen onkundig van de vele beloften en blijven zij bij de berg kamperen en verdwijnt het licht- Openbaring 2:4.

Veel groepen en gemeenten lijken in Elim te willen blijven, waar de voortschrijdende openbaring ontbreekt en dat is intriest!

Oh, hoe ernstig, onderstaande woorden! Naar wie gaat heden ten dage de meeste aandacht uit? Naar hen die deze nadere openbaring omtrent het komende koninkrijk verstaat en onderwijst? Of naar hen, die het geestelijk eerstgeboorterecht niet verstaan en teruggrijpen op wijsheid, die weinig van doen heeft met de nadere openbaring alreeds in het geschreven Woord van YHVH door Zijn Geest wordt onderwezen?

1Co 10:7  En wordt geen afgodendienaars, gelijkerwijs als sommigen van hen, gelijk geschreven staat: Het volk zat neder om te eten, en om te drinken, en zij stonden op om te spelen. 

De volgende woorden dienen wij ook op onszelf toe te passen, om te beseffen waar wij nog aan kunnen werken om Hem wél welgevallig te zijn!

1Co 10:8  En laat ons niet hoereren, gelijk sommigen van hen gehoereerd hebben, en er vielen op een dag drie en twintig duizend. 
1Co 10:9  En laat ons Christus/Yeshua niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen verzocht hebben, en werden van de slagen vernield. 
1Co 10:10  En murmureert niet, gelijk ook sommigen van hen gemurmureerd hebben, en werden vernield van den verderver. 

Al deze dingen zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden..Wie zijn zij die aangeduid worden met hunlieden? Vers 1 van deze brief zegt dat zij ONZE VADERS zijn!  En voor wie zijn onze vaders tot voorbeeld?  Voor ons, omdat wij de generatie zijn die dat komende koninkrijk moeten prediken, delen, en voorbeeld geven tót!

1Co 10:11  En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der eeuwen gekomen zijn. 

Zo dan …Ook hier een pas op de plaats..Die meent te staan, ziet toe:
1Co 10:12  Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle. 

We gaan beproefd worden, maar Hij zal ook de uitkomst geven:

1Co 10:13  Ulieden heeft geen verzoeking bevangen dan menselijke; doch God is getrouw, Die u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen. 

Afgodendienst, welke? Misschien de wijsheid van mensen hoger stellen dan Yeshua, Die ons allereerst Zijn Geest aanraadde, zodat wij onderscheid zouden ontvangen..iets wat geen mens, hoe wijs ook, kan geven?  Exo 34:14  Want gij zult u niet buigen voor een anderen god; want YHVH’s Naam is Ijveraar! een ijverig God is Hij! Ijverig staat voor jaloers in de zin van Zijn vrouw zijn, die alleen Hem mag bekoren. Zie grondtekst.

1Co 10:14  Daarom, mijn geliefden, vliedt van den afgodendienst. 
1Co 10:15  Als tot verstandigen spreek ik; oordeelt gij, hetgeen ik zeg. 

Lees ook de volgende woorden aandachtig door:
1Co 10:16  De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus? 
1Co 10:17  Want een brood is het, zo zijn wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn. 
1Co 10:18  Ziet Israel, dat naar het vlees is; hebben niet degenen, die de offeranden eten, gemeenschap met het altaar? 
1Co 10:19  Wat zeg ik dan? Dat een afgod iets is, of dat het afgodenoffer iets is? 
1Co 10:20  Ja, ik zeg, dat hetgeen de heidenen offeren, zij den duivelen offeren, en niet Gode; en ik wil niet, dat gij met de duivelen gemeenschap hebt. 
1Co 10:21  Gij kunt den drinkbeker des Heeren niet drinken, en den drinkbeker der duivelen; gij kunt niet deelachtig zijn aan de tafel des Heeren, en aan de tafel der duivelen. 
1Co 10:22  Of tergen wij den Heere? Zijn wij sterker dan Hij? 

Ook deze woorden zullen wij nauwkeurig moeten toetsen. Alle dingen stichten niet…
1Co 10:23  Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen zijn niet oorbaar; alle dingen zijn mij geoorloofd, maar alle dingen stichten niet. 

Wanneer onderwerpen, vormen van diensten  niet tot doel hebben om het komende koninkrijk te onderwijzen aan de mensen, dan stichten deze zaken niet! Wanneer er geen openbaring is, verwildert het volk. Zie 1Samuel 3:1 en de gevolgen. Spreuken 29:18 Indien openbaring ontbreekt, verwildert het volk; Hosea 4:6a Hos 4:6  Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is; dewijl gij de kennis verworpen hebt, heb Ik u ook verworpen;

Afgelopen weekend waren wij op bezoek bij mensen waarin wij zo tesamen over het komende koninkrijk spraken…Waren onze harten niet brandende in ons…Van hen vernamen we de waarschuwende woorden dat wanneer wij niet doen wat Hij ons opgedragen heeft, Hij het licht van ons gaat wegnemen. Deze waarschuwing hadden wij enkele jaren daarvóór al eens van iemand vernomen dat als wij de nadere openbaring over het komende koninkrijk verzaken te gaan vertellen, zal Hij ons overslaan, omdat wij zaken doen die niet stichten. Deze waarschuwing staat luid en duidelijk geschreven in het boek van Openbaring.. “en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert.”

Openbaring 2:4  Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten. 
5  Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert. 

 Kom laten wij ons bekeren en optrekken uit Elim, ons uitstrekken naar wat Hij ons wil openbaren, opdat wij het komende koninkrijk zullen gaan vertellen aan een ieder die honger heeft naar het brood dat voedt.

Laten we ons reinigen door Zijn Woord en Zijn Geest, zodat wij toegerust mogen gaan worden, om Hem welgevallig te zijn, zodat wij het goede zaad zullen zaaien bij hen die de ware honger hebben. De openbaring delen omtrent het komende koninkrijk opdat Zijn huis vol worde.

Beproef mijn woorden!

@Hadassah

English translation below:

when revelation isnt there

 

 

 


1 reactie

Ogendienst..Oog versus hart

Mij kwam onlangs het woord “ogendienst” in gedachten en het bleef te gast, dus ik begreep dat ik er iets mee moest gaan doen. Ik verbind er de uiterlijke vorm mee, welke er op uit is om mensen te behagen in plaats van Hem Die ons gemaakt heeft, maar is dat wel de juiste gedachte?

We vinden het in Efeze 6:5 Gij diensknechten, zijt gehoorzaam uw heren naar het vlees, met vreze en beven, in eenvoudigheid uws harten, gelijk als aan Christus; 
Eph 6:6  Niet naar ogendienst, als mensenbehagers, maar als dienstknechten van Christus, doende den wil van God van harte; 
Eph 6:7  Dienende met goedwilligheid den Heere, en niet de mensen; 

Eph 6:6  Not with eyeservice, as menpleasers; but as the servants of Christ, doing the will of God from the heart; 

Wat mij opvalt is dat er direct aan  het woord ogendienst mensenbehagen/ menpleasers wordt verbonden.

Dus ogendienst heeft te maken met een vorm die uit een bepaalde hartsgesteldheid komt en waarvan de schrijver weet, want zo legt hij het uit, dat het tegengesteld is aan “dienende met goedwilligheid de Meester”

Nog twee teksten die ook te maken hebben met zien alleen:

1Samuël 16:7 “Doch de HEERE/YHVH zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE/YHVH ziet het hart aan.”

In bovenstaand vers wordt Samuël onderwezen door niet naar het uiterlijk te kijken, omdat YHVH dat niet doet. Die kijkt naar het hart en hartsgesteldheid “de mens ziet aan wat voor ogen is, maar YHVH ziet het hart aan”

Een vergelijk met verschillende vertalingen. Het is boeiend om begrippen te ontrafelen, zeker wanneer ze “zomaar” in de gedachten komen.

1 Samuel 16:7
(Dutch SV)  Doch de HEERE zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.

(Hebrew OT+)  ויאמרH559 יהוהH3068 אלH413 שׁמואלH8050 אלH408 תבטH5027 אלH413 מראהוH4758 ואלH413 גבהH1364 קומתוH6967 כיH3588 מאסתיהוH3988 כיH3588 לאH3808 אשׁרH834 יראהH7200 האדםH120 כיH3588 האדםH120 יראהH7200 לעיניםH5869 ויהוהH3068 יראהH7200 ללבב׃H3824

(KJV)  But the LORD said unto Samuel, Look not on his countenance, or on the height of his stature; because I have refused him: for the LORD seeth not as man seeth; for man looketh on the outward appearance, but the LORD looketh on the heart.

(KJV+)  But the LORDH3068 saidH559 untoH413 Samuel,H8050 LookH5027 notH408 onH413 his countenance,H4758 or onH413 the heightH1364 of his stature;H6967 becauseH3588 I have refusedH3988 him: forH3588 the LORD seeth notH3808 asH834 manH120 seeth;H7200 forH3588 manH120 lookethH7200 on the outward appearance,H5869 but the LORDH3068 lookethH7200 on the heart.H3824

Andere verzen komt in mijn gedachten:

Jes 55:8  Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE/YHVH. 
Isa 55:9  Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten. 
Isa 55:10  Want gelijk de regen en de sneeuw van den hemel nederdaalt, en derwaarts niet wederkeert; maar doorvochtigt de aarde, en maakt, dat zij voortbrenge en uitspruite, en zaad geve den zaaier, en brood den eter; 
Isa 55:11  Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende. 

Dat brengt mij bij de gedachte dat wat YHVH met kijken naar het hart bedoelt, zoveel dieper is, dan wat wij op t eerste gezicht menen te zien. En dat betekent voor mij, juist omdat de Vader ons meeneemt naar Zijn manier van kijken, dat we iets anders nodig hebben om te beproeven of iets ogendienst is of eenvoudig gezegd “hartendienst”.

Dan komen we bij geestelijk onderscheid, een eigenschap/ gave waarmee een mensenkind kan verstaan wat uit YHVH is en wat niet.

1Co 2:9  Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 
1Co 2:10  Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. 
1Co 2:11  Want wie van de mensen weet, hetgeen des mensen is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand, hetgeen Gods is, dan de Geest Gods. 
1Co 2:12  Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn; 
1Co 2:13  Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende. 
1Co 2:14  Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. 
1Co 2:15  Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hij zelf wordt van niemand onderscheiden. 

Nu hebben wij in het leven te maken met ons verstand, wil en emoties naast die van onze geest. Wanneer wij weten Hem toe te behoren, ontmoeten wij strijd in onszelf. Die strijd vindt hoofdzakelijk plaats tussen onze ziel, waar het verstand, wil en emoties huizen én onze geest, waar Zijn Geest in woont.

Shaul/Paulus beschrijft dat in Romeinen 7:15  Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik. 
Rom 7:16  En indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is. 
Rom 7:17  Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 
Rom 7:18  Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet. 
Rom 7:19  Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. 
Rom 7:20  Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 
Rom 7:21  Zo vind ik dan deze wet in mij; als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt. 
Rom 7:22  Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens; 
Rom 7:23  Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is. 
Rom 7:24  Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? 
Rom 7:25  Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere. 
Rom 7:26  Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde. 

En Mattheüs zegt het zó:

Mat_26:41  Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

En ook David weet ervan wanneer hij in de psalmen zijn ziel het zwijgen oplegt met zijn geest:

Psa_42:6  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en zijt onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen Zijns aangezichts.
Psa_42:12  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.
Psa_43:5  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.
Psa_62:6  Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting.

Dús…aan de hand van deze versaanhalingen begrijpen wij dat wij een menselijke natuur hebben die via onze ogen,oren, emotie en verstand gevoed wordt en een geest, waarin Zijn Geest woont wanneer wij Hem toebehoren en dat ons leven de tijd geeft om ons te vormen. Beproevingen zijn een onderdeel om ons te helpen om te zien in hoeverre wij zien met onze ogen of met ons hart.

Van Hem krijgen wij instructies, die geschreven staan in Zijn Woord, omdat Hij ons aanmoedigt overwinnen te behalen.

Ogendienst – we weten nu dat het te maken heeft met anderen te behagen in plaats van YHVH

Ogendienst kan onbewust, bewust gedaan worden. Onderzoek geeft stof tot nadenken, maar ook ontdekking, omdat geestelijke onderscheiding aanreikt dat wat verborgen is.

Ogendienst is er in alle gelederen….Het is van alle tijden en het floreert welig., maar het einde geeft geen vrucht dat YHVH welbehagelijk is. Zie bij voorbeeld de verleiding in de hof van Eden.

We zien aan de volgende teksten dat er in alle eeuwen goede raadgeving en advies geweest is, maar dat het aan onszelf ligt welke keuze wij maken en de bijbehorende conditie blijft niet uit:

Jer 6:16  Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen. 
Jer 6:17  Ik heb ook wachters over ulieden gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin; maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren. 
Jer 6:18  Daarom hoort, gij heidenen! en verneem, o gij vergadering! wat onder hen is. 
Jer 6:19  Hoor toe, gij aarde! Zie, Ik zal een kwaad brengen over dit volk, de vrucht hunner gedachten; want zij merken niet op Mijn woorden, en Mijn wet verwerpen zij. 

Ook Yeshua legt het verschil aan de hand van de volgende woorden nauwkeurig uit:

Luk 18:9  En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis: 
Luk 18:10  Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een Farizeer, en de ander een tollenaar. 
Luk 18:11  De Farizeer, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar. 
Luk 18:12  Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit. 
Luk 18:13  En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig! 
Luk 18:14  Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden. 
Luk 18:15  En zij brachten ook de kinderkens tot Hem, opdat Hij die zou aanraken; en de discipelen, dat ziende, bestraften dezelve. 
Luk 18:16  Maar Jezus riep dezelve kinderkens tot Zich, en zeide: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods. 
Luk 18:17  Voorwaar, zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet zal ontvangen als een kindeken, die zal geenszins in hetzelve komen. 
Luk 18:18  En een zeker overste vraagde Hem, zeggende: Goede Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven? 
Luk 18:19  En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God. 
Luk 18:20  Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en uw moeder. 
Luk 18:21  En hij zeide: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid aan. 
Luk 18:22  Doch Jezus, dit horende, zeide tot hem: Nog een ding ontbreekt u; verkoop alles, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij. 
Luk 18:23  Maar als hij dit hoorde, werd hij geheel droevig; want hij was zeer rijk. 
Luk 18:24  Jezus nu, ziende, dat hij geheel droevig geworden was, zeide: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan! 
Luk 18:25  Want het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga. 
(..)
Luk 18:27  En Hij zeide: De dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God. 
Luk 18:28  En Petrus zeide: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd. 
Luk 18:29  En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg ulieden, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het Koninkrijk Gods; 
Luk 18:30  Die niet zal veelvoudig weder ontvangen in dezen tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven. 

De kinderen Israels zijn ons tot voorbeeld gesteld, omdat het onze vaders waren, wat beslist niet figuurlijk bedoeld is.

1Co 10:1  En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; 
1Co 10:2  En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; 
1Co 10:3  En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; 
1Co 10:4  En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus. 
1Co 10:5  Maar in het meerder deel van hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen. 
1Co 10:6  En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben. 
1Co 10:7  En wordt geen afgodendienaars, gelijkerwijs als sommigen van hen, gelijk geschreven staat: Het volk zat neder om te eten, en om te drinken, en zij stonden op om te spelen. 
1Co 10:8  En laat ons niet hoereren, gelijk sommigen van hen gehoereerd hebben, en er vielen op een dag drie en twintig duizend. 
1Co 10:9  En laat ons Christus niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen verzocht hebben, en werden van de slagen vernield. 
1Co 10:10  En murmureert niet, gelijk ook sommigen van hen gemurmureerd hebben, en werden vernield van den verderver. 
1Co 10:11  En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der eeuwen gekomen zijn. 
1Co 10:12  Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.

De keus is aan ons wat wij heden ten dage kiezen. Eenvoudig aan Hem vragen of Hij ons leiden wil en geven ons Zijn kennis, Zijn wijsheid en Zijn inzicht. Dan zullen wij gaan onderscheiden om de juiste weg te gaan,maar wij zullen ook niet schromen anderen te helpen de uitnemendste weg te kiezen. Maar vóór we dat laatste doen, vragen wij ook weer om Zijn leiding, omdat Zijn zaak ermee gediend wordt.

Hineni

Jozua 24:15  Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen! 

 Beproef mijn woorden, shalom, Hadassah

NB Het woord HEERE etc is mijns inziens YHVH Yod Heh Vav Heh; Christus/ Masshiach Yeshua