Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Dat róde daar…

We kennen allemaal de geschiedenis van Jacob en Ezau, waarbij Ezau in een zwak moment zijn eerstgeboorte verkocht.

Nu zouden we kunnen zeggen, dat deze geschiedenis lang geleden is en dat het een moraal heeft, maar wanneer we het belang van de eerstgeboorte volgens het geschreven Woord nader gaan bekijken en de betekenis ervan gaan zien, dan is deze geschiedenis een waarschuwing oftewel een voorbeeld om die weg niet te gaan.

Wat eraan vooraf ging:

Gen 25:21  En Izak bad den HEERE zeer in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw; want zij was onvruchtbaar; en de HEERE liet zich van hem verbidden, zodat Rebekka, zijn huisvrouw, zwanger werd. 
Gen 25:22  En de kinderen stieten zich samen in haar lichaam. Toen zeide zij: Is het zo? waarom ben ik dus? en zij ging om den HEERE te vragen. 
Gen 25:23  En de HEERE zeide tot haar: Twee volken zijn in uw buik, en twee natien zullen zich uit uw ingewand van een scheiden; en het ene volk zal sterker zijn dan het andere volk; en de meerdere zal den mindere dienen. 

Rebekka was onvruchtbaar en Izak bad YHVH zéér in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw. In die tijd was het een zegen en noodzaak als men kinderen kreeg en Rebekka was onvruchtbaar. In dat verhoorde gebed ben ik de lijn gaan zien van de belofte, waaruit Yeshua kwam en na Hem, wij. Hoewel erg bijzonder, toch even terug naar Rebekka. Zij werd zwanger en de kinderen in haar buik waren beweeglijk, waardoor zij de vraag kreeg en YHVH begon te bidden. Hieruit blijkt mijns inziens dat het voor haar ook bijzonder was. Ze kreeg van YHVH een bijzonder antwoord. “Twee volken zijn in uw buik ….het ene volk zal sterker zijn en de meerdere zal de mindere dienen”
Gen 25:24  Als nu haar dagen vervuld waren om te baren, ziet, zo waren tweelingen in haar buik. 
Gen 25:25  En de eerste kwam uit, ros; hij was geheel als een haren kleed; daarom noemden zij zijn naam Ezau. 
Gen 25:26  En daarna kwam zijn broeder uit, wiens hand Ezau’s verzenen hield; daarom noemde men zijn naam Jakob. En Izak was zestig jaren oud, als hij hen gewon. 
Gen 25:27  Als nu deze jongeren groot werden, werd Ezau een man, verstandig op de jacht, een veldman; maar Jakob werd een oprecht man, wonende in tenten. 
Gen 25:28  En Izak had Ezau lief; want het wildbraad was naar zijn mond; maar Rebekka had Jakob lief. 

In bovenstaande vijf verzen wordt in kort bestek de geschiedenis geschreven tot het moment, dat Ezau het zwakke moment kreeg.

Gen 25:29  En Jakob had een kooksel gekookt; en Ezau kwam uit het veld, en was moede. 
Gen 25:30  En Ezau zeide tot Jakob: Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moede; daarom heeft men zijn naam genoemd Edom. 
Gen 25:31  Toen zeide Jakob: Verkoop mij op dezen dag uw eerstgeboorte. 
Gen 25:32  En Ezau zeide: Zie, ik ga sterven; en waartoe mij dan de eerstgeboorte? 
Gen 25:33  Toen zeide Jakob: Zweer mij op dezen dag! en hij zwoer hem; en hij verkocht aan Jakob zijn eerstgeboorte. 
Gen 25:34  En Jakob gaf aan Ezau brood, en het linzenkooksel; en hij at en dronk, en hij stond op en ging heen; alzo verachtte Ezau de eerstgeboorte. 

Ezau was moe en misschien ook wat onverschillig, toen hij uit het veld kwam en de heerlijke etensgeuren hem bereikten. Ezau vroeg aan Jacob of hij daar wat van mocht proeven…

“Laat mij toch slorpen van dat rode, dat rode daar….”

Jacob maakte gebruik van de situatie om Ezau voor te stellen om aan hem zijn geboorterecht te verkopen en Ezau, heel moe, zei “Zie ik ga sterven, waartoe mij dan de eerstgeboorte? “

Hier ligt een diepe les, maar daarover later méér.

En wat zegt Jacob? “Zweer mij op deze dag”en Ezau zwoer en verkocht aan hem zijn eerstgeboorte.

Daarna kreeg Ezau wat hij begeerde en op deze manier verachtte Ezau zijn eerstgeboorte.

Onlangs werd ik bepaald dat deze geschiedenis heel erg lijkt op een beweging die zich vandaag de dag voordoet. Het kan best zijn dat het van alle eeuwen is, maar wat wij (zij die het bespeuren) momenteel voor onze ogen zien gebeuren is hoogst verontrustend.

We gaan even terug in de tijd…

Abraham kreeg de belofte dat hij een vader van vele volkeren zou worden. Ook zí’jn vrouw kreeg door een wonder het beloofde kind Izak.. Daarna kreeg Rebekka door een gebedswonder haar tweeling.

Jacob mocht zijn rechterhand op één van de zonen van Yosef leggen, welke de jongste was en zo kreeg Efraïm de belofte dat uit hem een menigte van volkeren zou komen.

Een beetje geschiedenis lezen in het geschreven Woord laat een lijn zien.

Nadat het volk na Salomo in twee delen uiteen viel, werd het noordelijke deel over de aarde verstrooid, precies zoals voorzegd was. Zij gingen andere goden dienen, zoals voorzegd. Zij hadden een scheidsbrief gekregen, maar al in Genesis was voorzegd dat er verlossing zou komen.

Een jonge maagd, ondertrouwd, kreeg tijdens een bezoek te horen dat de schaduw des Allerhoogsten over haar zou komen en zij mocht Yeshua dragen, die voor de verloren schapen van het huis van Israel kwam.

Mirjams zwangerschap bracht veel meer teweeg dan een kind. Het werd het grootste wonder, omdat met Yeshua, alle beloften tot stand zouden gaan komen met het volk wat in twee delen uiteen gevallen was en zij die door diezelfde belofte Israel zou gaan worden.

Zoals Efraïm de eerstgeboortezegen kreeg, zo ging de Vader een plan uitwerken en daar gebruikte Hij de beloftelijn voor, zoals ik ben gaan zien.

In onze tijd, maar zeker zo’n dertig jaar geleden kwam een beweging geleid door de Geest van Heiligheid op gang die uitzonderlijk is.

Uit allerlei volkeren komen mensen naar buiten die een paar in het oog springende overeenkomsten hebben. Vaak kwamen zij in afzondering op de gedachte om te vragen wat de Vader van hen wilde. Die gedachte had Hij er Zelf in gelegd. Zij ontdekten dat de geboden meer waren dan wat zij voornamelijk in de kerk leerden en zij kregen zicht op de shabbat en de feesten. Die ontdekking was mogelijk gemaakt door de werking van de Geest der Heiligheid (Heilige Geest), die bij de nazaten van Efraïm, de eerstgeborene naar de belofte begon.

En zoals in elke stap in het heilsplan liggen er kapers op de kust om dit werk van de Ruach haKodesh te dwarsbomen.

De Vader laat dat toe om ons allen te beproeven en te zien of wij Hem écht in het centrum van ons leven houden. Denk aan de gelijkenis van het zaad en de zaaier.

Er zijn er, die deze kostbare zielen, waarvoor Yeshua gekomen is om hen te lossen, al dan niet verblind of onkundig ,trachten te verleiden hun eerstgeboorterecht te verkopen.

De nog jonge meestal messiaanse beweging van mensen, zijn misschien niet moe, maar vaak wel onkundig, dat zij op het punt staan hun eerstgeboorterecht in te leveren voor dat rode dáár.

En dat komt omdat men zijn roeping niet kent en er niet in gaat staan door het voor en uit te leven. Maar men heeft ook niet gevráágd aan de Vader wat men is in Zijn ogen en wat men mag doen!!

Velen zijn de shabbat begonnen en de feesten en het is veelal de emotie wat parten speelt, dat men mensen achterna gaat in plaats van de Vader ernstig te vragen wat Hij met dat gevoel voor hun oudere broer wil. Wanneer men ernstig zou vragen, gaat Hij antwoorden. En er zijn er die Hem dat werkelijk vragen. Zij worden toegerust met onderscheidingsvermogen om het verschil te zien.

Er zijn ernstige condities!

Wanneer men uit de volkeren voor dat rode dáár zijn of haar eerstgeboorterecht gaat verkopen, valt men de broer in het andere huis toe, overeenkomstig diens gekregen condities en is er van de eerstgeboorte door belofte geen sprake meer. Dan moet men achteraan sluiten.

Nu kunt u denk ik wel begrijpen waaróm er zo’n beroering is.

We staan voor een belangrijke nieuwe periode en net als de kinderen Israels kunnen wij een gouden kalf gaan maken…of niet!!

Kunnen wij doordat rode dáár, weleens een generatie moeten wachten, omdat we niet aan Vaders voorwaarden willen gehoorzamen….of niet!!

Want Hij is onze Maker en Man. En Hij moet het middelpunt zijn van ons bestaan en dat zal Hij ons duidelijk maken door Zijn Geest van Heiligheid, Die met Shavuot na Yeshua’s gaan, uitgestort is.

Het is niet onschuldig wat wij kiezen. We zullen er de gevolgen van gaan bemerken en net zoals het eerder geschetste waargebeurde relaas van Jacob en Ezau is het heden opnieuw zeer actueel.

Jer_6:16  Zo zegt de HEERE/ YHVH: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen.

Voor hen die de raad van Yeshua ernstig nemen, is er deze raad:

Joh 14:23   Deze dingen heb Ik tot u gesproken, bij u blijvende. 
Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb. 
Joh 14:27  Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd. 

Voor wie meer wil weten over het eerstgeboorterecht en zegen naar de belofte is er ook dit boek:

eerstgeborenen

 

 

 

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Melchizedek,erfenis en roeping

We lezen in Hebreeën 7 een terugblik en een omschrijving.

Terugblik dat Melchizedek Abraham een bezoek bracht en een omschrijving.

Heb 7:1  Want deze Melchizedek was koning van Salem, een priester des Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende; 
Heb 7:2  Aan welken ook Abraham van alles de tienden deelde; die vooreerst overgezet wordt, koning der gerechtigheid, en daarna ook was een koning van Salem, hetwelk is een koning des vredes; 

Koning der gerechtigheid

Is enig mens een koning der gerechtigheid geweest? Wat zegt het geschreven Woord ons daarover?

Luk 18:19  En Yeshua zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God. 

Pre_7:20  Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt.

Rom_3:12  Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.

Koning des Vredes

Isa_9:5  Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;

Zonder vader zonder moeder

Heb 7:3  Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende; maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid. 

Priester naar de orde van Melchizedek

Heb 7:17  Want Hij getuigt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek. 

Kan enig mens zulk een priester zijn geweest?

Ezr 2:61  En van de kinderen der priesteren, de kinderen van Habaja, de kinderen van Koz, de kinderen van Barzillai, die van de dochteren van Barzillai, den Gileadiet, een vrouw genomen had, en naar hun naam genoemd was. 
Ezr 2:62  Dezen zochten hun register, onder degenen, die in het geslachtsregister gesteld waren, maar zij werden niet gevonden; daarom werden zij als onreinen van het priesterdom geweerd. 

Niet de Vader

Heb 7:3  Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende; maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid. 

Joh_1:18  Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard. (maar Abraham zag Hem wel)

Niet de Zoon

In de dagen was Hij nog niet geboren uit Mirjam, maar Hij manifesteerde Zich als zijnde aan de Zoon van YHVH gelijk geworden – Hebr 7:3. Een gegeven wat ik in een brochure vond en wat direct een dieper inzicht gaf.

Hij is was, is en zal zijn

Heb_13:8 Yeshua haMasshiach is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid.

Hebr 7:3 ……maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid. 

Gekomen voor de verlorenen

Door Deze hebben wij deel aan de erfenis en mogen wij ons erfgenamen naar de belofte noemen.

Mat_15:24  Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.

Gal_3:29  En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.

Navolgers

Deu_13:4  Den HEERE, uw God, zult gij navolgen, en Hem vrezen, en Zijn geboden zult gij houden, en Zijn stem gehoorzaam zijn, en Hem dienen, en Hem aanhangen.

1Pe_2:21  Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Yeshua haMasshiach voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen;

Mat_10:6  Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels.

In de bres staan

Isa_41:28  Want Ik zag toe, maar er was niemand, zelfs onder dezen, maar er was geen raadgever, dat Ik hen zou vragen, en zij Mij antwoord geven zouden.

Isa_63:5  En Ik zag toe, en er was niemand die hielp; en Ik ontzette Mij, en er was niemand, die ondersteunde; daarom heeft Mijn arm Mij heil (Yeshua) beschikt, en Mijn grimmigheid heeft Mij ondersteund,

Eph 6:10-20  Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte Zijner macht. 
Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels. 
Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. 
Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven. 
Staat dan, uw lenden omgord hebbende met de waarheid, en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid; 
En de voeten geschoeid hebbende met bereidheid van het Evangelie des vredes; 
Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen. 
En neemt den helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord. 
Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in den Geest,

en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen; 

En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken; 
Waarover ik een gezant ben in een keten, opdat ik in hetzelve vrijmoediglijk moge spreken, gelijk mij betaamt te spreken. 
Rom_8:26  En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.

1Th_5:25  Broeders, bidt voor ons.
2Th_3:1  Voorts, broeders, bidt voor ons, opdat het Woord des Heeren zijn loop hebbe, en verheerlijkt worde, gelijk ook bij u;

Gen_25:21  En Izak bad den HEERE zeer in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw; want zij was onvruchtbaar; en de HEERE liet zich van hem verbidden, zodat Rebekka, zijn huisvrouw, zwanger werd.

Het gebed van Yeshua in Joh 17:20  En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen. 
Joh 17:21  Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. 
Joh 17:22  En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; 

Hoe groot zijt Gij!

 


Een reactie plaatsen

Priester naar de orde van Melchizedek

In de aanloop naar Yom Teruah en Yom Kippur, werd ik meermalen, zo niet dagelijks bepaald bij de Priester naar de orde van Melchizedek in het bijzonder beschreven in het boek Hebreeën.

Ik herinnerde mij dat Abraham alreeds een ontmoeting met de koning van Salem had, welke een Priester is naar de orde van Melchizedek.

Gen 14:18  En Melchizedek, koning van Salem, bracht voort brood en wijn; en hij was een priester des allerhoogsten Gods.
Gen 14:19  En hij zegende hem, en zeide: Gezegend zij Abram Gode, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit!
Gen 14:20  En gezegend zij de allerhoogste God, Die uw vijanden in uw hand geleverd heeft! En hij gaf hem de tiende van alles.

Psa 110:4  De HEERE heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.

Heb 6:20  Daar de Voorloper voor ons is ingegaan, namelijk Yeshua/Jezus, naar de ordening van Melchizedek, een Hogepriester geworden zijnde in der eeuwigheid. 

Heb 7:1  Want deze Melchizedek was koning van Salem, een priester des Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende;
Heb 7:2  Aan welken ook Abraham van alles de tienden deelde; die vooreerst overgezet wordt, koning der gerechtigheid, en daarna ook was een koning van Salem, hetwelk is een koning des vredes;
Heb 7:3  Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende; maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid.

Wij zijn gered door Yeshua’s verlossingswerk en bij Hem leren wij. Wij zijn de generatie uit die ene Zade waarvan gesproken is in Gal_3:16 “Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een: En uw zade; hetwelk is Yeshua.” Abba Vader begon met Adam om Zijn plan te trekken. Adam faalde, maar in Gen 3:15 wordt een belofte neergezet. Met het beloofde zaad Izak, voorzegd in Genesis 18 werd opnieuw een weg geopend en via alle unieke en door Vader gekozen beloofden die voortkwamen na Izak, trok Abba Vader een pad naar Yeshua, het beloofde Ene Zaad. Het Israel wat Abba Vader voor ogen heeft is door dat Ene Zaad Yeshua. Zie bijvoorbeeld de eerstgeboortezegenzegen die Efraïm kreeg- Jer_31:9 “Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechte weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want Ik ben Israel tot een Vader, en Efraim is Mijn eerstgeborene”. In Yeshua is al de volheid, daarbuiten is een uiterlijk pogen, maar niet Vaders weg. Hagar en Sarah voorbeeld van eigen handelen(Ishmael) en belofte (Izak). Yeshua’s Priesterschap naar de orde van Melchizedek maakt het naadloos duidelijk, dat alleen Hij de weg ten leven is en Hij alleen ons naar de volheid leiden kan én zal om de roeping te gaan uitwerken overeenkomstig Zijn belofte en dán zal heel Israel behouden worden..

Abba Vader liet Jacob de rechterhand op Efraim, de zoon van Yosef leggen voor de geestelijke eerstgeboortezegen, zodat via belofte het werk van Abba Vader door Yeshua/Jezus volbracht zou gaan worden. Dat werden geestelijke eerstelingen. Yeshua, weliswaar geboren uit de stam Juda, werd de allereerste Eersteling Hogepriester naar de orde van Melchizedek, waardoor de offerdienst van Aäron berispelijk bleek (Hebr 9:12 en 25) en wij zijn door Hem de beloofde eerstelingen, die zoals voorzegd in de Romeinenbrief gebruikt worden om de nazaten uit Juda te trekken naar de allereerste Eersteling- Rom 10; Jer 3:18; Jes 65:1). Het gaat op geen andere manier gebeuren, omdat het geschreven Woord via de profetiën en beloftes te werk gaat.

Wij kunnen vragen om inzicht en de Geest van Heiligheid zal het ons indachtig maken.

We hebben wanneer wij gaan zien, Wie er voor ons pleit, een enorme zegen om in de bres te gaan staan.

Zoals Abraham pleitte in Genesis 18 vanaf vers 23  voor het behoud van Sodom, terwijl bij YHVH de maat vol was. In Genesis 17 had YHVH een verbond met Abraham gemaakt, ndat Abraham in Genesis 14 een ontmoeting met de koning van Salem gehad had die een Priester is naar de orde van Melchizedek. Heeft Abba dat ook met ons? Door Yeshua?

Het deed me denken aan een vers in het geschreven Woord dat Abba omzag en er was niemand om in de bres te staan,

Isa_63:5  En Ik zag toe, en er was niemand die hielp; en Ik ontzette Mij, en er was niemand, die ondersteunde; daarom heeft Mijn arm Mij heil beschikt, en Mijn grimmigheid heeft Mij ondersteund,

Laten we naar het pleiten van Abraham kijken. Mogen wij ook zo pleiten?

Gen 18:23 -33 En Abraham trad toe, en zeide: Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddeloze ombrengen? 
 om de vijftig rechtvaardigen, die binnen haar zijn? 
 Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den rechtvaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen? 
Toen zeide de HEERE/YHVH: Zo Ik te Sodom binnen de stad vijftig rechtvaardigen zal vinden, zo zal Ik de ganse plaats sparen om hunnentwil. 
 En Abraham antwoordde en zeide: Zie toch; ik heb mij onderwonden te spreken tot den Heere, hoewel ik stof en as ben! 
 Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken; zult Gij dan om vijf de ganse stad verderven? En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven, zo Ik er vijf en veertig zal vinden. 
 En hij voer voort nog tot Hem te spreken, en zeide: Misschien zullen aldaar veertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen om der veertigen wil. 
Voorts zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen, zo Ik aldaar dertig zal vinden. 
 En hij zeide: Zie toch, ik heb mij onderwonden te spreken tot de Heere; misschien zullen er twintig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der twintigen wil. 
 Nog zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik alleenlijk ditmaal spreke: misschien zullen er tien gevonden worden. En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der tienen wil. 
Toen ging YHVH weg, als Hij geeindigd had tot Abraham te spreken; en Abraham keerde weder naar zijn plaats. 

Mogen wij Abba YHVH nederig herinneren aan Zijn beloften?

Joh 17:1  Dit heeft Yeshua gesproken, en Hij hief Zijn ogen op naar den hemel, en zeide: Vader, de ure is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijke. 
  Gelijkerwijs Gij Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat al wat Gij Hem gegeven hebt, Hij hun het eeuwige leven geve. 
 En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt. 
  Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen; 
  En nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelven, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was. 
  Ik heb Uw Naam geopenbaard den mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en Gij hebt Mij dezelve gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard. 
  Nu hebben zij bekend, dat alles, wat Gij Mij gegeven hebt, van U is. 
  Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt. 
 Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uw. 
 En al het Mijne is Uw, en het Uwe is Mijn; en Ik ben in hen verheerlijkt. 
(.. ..)
Joh 17:14-26  Ik heb hun Uw woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk als Ik van de wereld niet ben. 
 Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van den boze. 
Zij zijn niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben. 
Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. 
Gelijkerwijs Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden. 
En Ik heilige Mijzelven voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid. 
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen. 
Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. 
En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; 
Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt. 
Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld. 
 Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend; maar Ik heb U gekend, en dezen hebben bekend, dat Gij Mij gezonden hebt. 
 En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt, en zal Hem bekend maken; opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen. 

Zie het gebed van Salomo, waarin Hij YHVH herinnert aan wat Hij gezegd heeft:

1Ko 8:22  En Salomo stond voor het altaar des HEEREN/YHVHs, tegenover de ganse gemeente van Israel, en breidde zijn handen uit naar den hemel; 
1Ko 8:23  En hij zeide: HEERE, God van Israel, er is geen God, gelijk Gij, boven in den hemel, noch beneden op de aarde, houdende het verbond en de weldadigheid aan Uw knechten, die voor Uw aangezicht met hun ganse hart wandelen; 
1Ko 8:24  Die Uw knecht, mijn vader David, gehouden hebt, wat Gij tot hem gesproken hadt; want met Uw mond hebt Gij gesproken, en met Uw hand vervuld, gelijk het te dezen dage is. 
1Ko 8:25  En nu HEERE, God van Israel, houd Uw knecht, mijn vader David, wat Gij tot hem gesproken hebt, zeggende: Geen man zal u van voor Mijn aangezicht afgesneden worden, die op den troon van Israel zitte; alleenlijk zo uw zonen hun weg bewaren, om te wandelen voor Mijn aangezicht, gelijk als gij gewandeld hebt voor Mijn aangezicht. 
1Ko 8:26  Nu dan, o God van Israel, laat toch Uw woord waar worden, hetwelk Gij gesproken hebt tot Uw knecht, mijn vader David. 
1Ko 8:27  Maar waarlijk, zou God op de aarde wonen? Zie, de hemelen, ja, de hemel der hemelen zouden U niet begrijpen, hoeveel te min dit huis, dat ik gebouwd heb! 
1Ko 8:28  Wend U dan nog tot het gebed van Uw knecht, en tot zijn smeking, o HEERE, mijn God, om te horen naar het geroep en naar het gebed, dat Uw knecht heden voor Uw aangezicht bidt. 
1Ko 8:29  Dat Uw ogen open zijn, nacht en dag, over dit huis, over deze plaats, van dewelke Gij gezegd hebt: Mijn Naam zal daar zijn; om te horen naar het gebed, hetwelk Uw knecht bidden zal in deze plaats. 
1Ko 8:30  Hoor dan naar de smeking van Uw knecht, en van Uw volk Israel, die in deze plaats zullen bidden; en Gij, hoor in de plaats Uwer woning, in den hemel, ja, hoor, en vergeef. 
1Ko 8:31  Wanneer iemand tegen zijn naaste zal gezondigd hebben, en hij hem een eed des vloeks opgelegd zal hebben, om zichzelven te vervloeken; en de eed des vloeks voor Uw altaar in dit huis komen zal; 
1Ko 8:32  Hoor Gij dan in den hemel, en doe, en richt Uw knechten, veroordelende den ongerechtige, gevende zijn weg op zijn hoofd, en rechtvaardigende den gerechtige, gevende hem naar zijn gerechtigheid. 
1Ko 8:33-61  Wanneer Uw volk Israel zal geslagen worden voor het aangezicht des vijands, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en zich tot U bekeren, en Uw Naam belijden, en tot U in dit huis bidden en smeken zullen; 
Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw volk Israel, en breng hen weder in het land, dat Gij hun vaderen gegeven hebt. 
 Als de hemel zal gesloten zijn, dat er geen regen is, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben; en zij in deze plaats bidden, en Uw Naam belijden, en van hun zonden zich bekeren zullen, als Gij hen geplaagd zult hebben; 
 Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw knechten en van Uw volk Israel, als Gij hun zult geleerd hebben den goeden weg in denwelken zij wandelen zullen; en geef regen op Uw land, dat Gij Uw volk tot een erfenis gegeven hebt. 
Als er honger in het land wezen zal, als er pest wezen zal, als er brandkoren, honigdauw, sprinkhanen, kevers wezen zullen, als zijn vijand in het land zijner poorten hem belegeren zal, of enige plage, of enige krankheid wezen zal; 
Alle gebed, alle smeking, die van enig mens, van al Uw volk Israel, geschieden zal; als zij erkennen, een ieder de plage zijns harten, en een ieder zijn handen in dit huis uitbreiden zal; 
 Hoor Gij dan in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en vergeef, en doe, en geef een iegelijk naar al zijn wegen, gelijk Gij zijn hart kent; want Gij alleen kent het hart van alle kinderen der mensen; 
 Opdat zij U vrezen al de dagen, die zij leven zullen in het land, dat Gij onzen vaderen gegeven hebt. 
 Zelfs ook aangaande den vreemde, die van Uw volk Israel niet zal zijn, maar uit verren lande om Uws Naams wil komen zal; 
 (Want zij zullen horen van Uw groten Naam, en van Uw sterke hand, en van Uw uitgestrekten arm) als hij komen en bidden zal in dit huis; 
Hoor Gij in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en doe naar alles, waarom die vreemde tot U roepen zal; opdat alle volken der aarde Uw Naam kennen, om U te vrezen, gelijk Uw volk Israel, en om te weten, dat Uw Naam genoemd wordt over dit huis, hetwelk ik gebouwd heb. 
Wanneer Uw volk in den krijg tegen zijn vijand uittrekken zal door den weg, dien Gij hen henen zenden zult, en zullen tot den HEERE bidden naar den weg dezer stad, die Gij verkoren hebt, en naar dit huis, hetwelk ik Uw Naam gebouwd heb; 
Hoor dan in den hemel hun gebed en hun smeking, en voer hun recht uit. 
Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U (want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, en hen leveren zult voor het aangezicht des vijands, dat degenen, die hen gevangen hebben, hen gevankelijk wegvoeren in des vijands land, dat verre of nabij is. 
En zij in het land, waar zij gevankelijk weggevoerd zijn, weder aan hun hart brengen zullen, dat zij zich bekeren, en tot U smeken in het land dergenen, die ze gevankelijk weggevoerd hebben, zeggende: Wij hebben gezondigd, en verkeerdelijk gedaan, wij hebben goddelooslijk gehandeld; 
 En zij zich tot U bekeren, met hun ganse hart, en met hun ganse ziel, in het land hunner vijanden, die hen gevankelijk weggevoerd zullen hebben; en tot U bidden zullen naar den weg van hun land (hetwelk Gij hun vaderen gegeven hebt), naar deze stad, die Gij verkoren hebt, en naar dit huis, dat ik Uw Naam gebouwd heb; 
1Ko 8:49  Hoor dan in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, hun gebed en hun smeking en voer hun recht uit; 
1Ko 8:50  En vergeef aan Uw volk, dat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en al hun overtredingen, waarmede zij tegen U zullen overtreden hebben; en geef hun barmhartigheid voor het aangezicht dergenen, die ze gevangen houden, opdat zij zich hunner ontfermen; 
Want zij zijn Uw volk en Uw erfdeel, die Gij uitgevoerd hebt uit Egypteland, uit het midden des ijzeren ovens; 
Opdat Uw ogen open zijn tot de smeking van Uw knecht, en tot de smeking van Uw volk Israel, om naar hen te horen, in al hun roepen tot U. 
Want Gij hebt hen U tot een erfdeel afgezonderd, uit alle volken der aarde; gelijk als Gij gesproken hebt door den dienst van Mozes, Uw knecht, als Gij onze vaderen uit Egypte uitvoerdet, Heere HEERE! 
Het geschiedde nu, als Salomo voleind had dit ganse gebed, en deze smeking tot den HEERE te bidden, dat hij van voor het altaar des HEEREN opstond, van het knielen op zijn knieen, met zijn handen uitgebreid naar den hemel; 
 Zo stond hij, en zegende de ganse gemeente van Israel, zeggende met luider stem: 
 Geloofd zij de HEERE, Die aan Zijn volk Israel rust gegeven heeft, naar alles, wat Hij gesproken heeft! Niet een enig woord is er gevallen van al Zijn goede woorden, die Hij gesproken heeft door den dienst van Mozes, Zijn knecht. 
  De HEERE, onze God, zij met ons, gelijk als Hij geweest is met onze vaderen; Hij verlate ons niet, en begeve ons niet; 
Neigende tot Zich ons hart, om in al Zijn wegen te wandelen, en om te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, dewelke Hij onzen vaderen geboden heeft. 
En dat deze mijn woorden, waarmede ik voor den HEERE gesmeekt heb, mogen nabij zijn voor den HEERE, onzen God, dag en nacht; opdat Hij het recht van Zijn knecht uitvoere, en het recht van Zijn volk Israel, elkeen dagelijks op zijn dag. 
En ulieder hart volkomen zij met den HEERE, onzen God, om te wandelen in Zijn inzettingen, en Zijn geboden te houden, gelijk te dezen dage. 

Aan te raden om Hebreeën 6 tm 12 te lezen.

OPROEP

Gezegend bent U Vader

https://www.youtube.com/watch?v=x0-GIUqs7Zg


Een reactie plaatsen

Maar Ik heb tegen u…

Vanmorgen opgestaan met de woorden uit Openbaring 2:4  Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten.
5  Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert. 
Verlaten hebt…
Gedachten over de ver- en misleidingen, de reuzen, die er zijn voorbij de berg, alwaar wij zo volmondig eens waren met Yeshua’s instructies en voorwaarden,  maakte dat ik besefte dat die woorden mij niet voor niets toevertrouwd werden.
Hoe is het met onze hartsgesteldheid?
Doen wij wat ons geopenbaard is door Zijn Geest of zijn wij leringen en inzichten van anderen gaan adopteren omdat het ons zelf zo mooi en wijs leek?
Lezende in een blog waar ik een ander artikel over zal schrijven, merk ik een woord op wat mij aan het zoeken brengt. Bazuin in psalm 89…bazuin? Yom Teruah? Maar es gaan kijken in de hebreeuwse tekst:
אשׁריH835 העםH5971 יודעיH3045 תרועהH8643 יהוהH3068 באורH216 פניךH6440 יהלכון׃H1980 
en ja in psalm 89: 16 onberijmd staat het hebreeuwse woord teruah
H8643
terû‛âh
ter-oo-aw
 
Het zijn niet onze bazuinen want direct aansluitend lees ik de Naam YHVH
H3068
yehôvâh
yeh-ho-vaw’
 
Daarna ga ik naar een psalm zoals ik dat als kind geleerd heb en inderdaad, het woord “klanken”wordt vermeld, maar mij is het niet uitgelegd dat dit Teruah was, alhoewel ik als kind een ernstig besef had van YHVH en Yeshua, die ik vroeger God en Jezus noemde, omdat het mij zo geleerd was. De eerbied heeft niet ontbroken, die is hetzelfde gebleven, Ik denk dat ik daarom de gedragen psalmen veel dieper en vreugdevoller vind gaan dan nieuwere zangbundels.
Even terugkomend op mijn levensernst in mijn jeugd en niet weten van shabbat en bijbelse feesten, noch de volle naam van onze Redder, zie ik, voor zover mij dat duidelijk is, dat geloof, los staat van kennis en dat brengt mij naar een andere gedachte waarmee ik vanmorgen opstond….”Ik heb tegen u dat gij uw eerste liefde verlaten hebt”
 
Alle kennis van wijze mensen maken ons opgeblazen en de hang ernaar zegt iets over onze hartsgesteldheid. Lees goed, dat ik schrijf “hang naar”, dat is nl wat anders dan vanuit de volle verzekerdheid rustende in onze identiteit in Yeshua gelijkgestemden horen of van hen lezen.
 
Heb 5:12  Want gij, daar gij leraars behoordet te zijn vanwege den tijd, hebt wederom van node, dat men u lere, welke de eerste beginselen zijn der woorden Gods; en gij zijt geworden, als die melk van node hebben, en niet vaste spijze. 
Heb 5:13  Want een iegelijk, die der melk deelachtig is, die is onervaren in het woord der gerechtigheid; want hij is een kind. 
Heb 5:14  Maar der volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads. 
 
Mensen met godsvreze gaan met grote achting en respect niet buiten hun Man en Maker om, die hen te lief en dierbaar is.
Zij zijn het die bereid zijn de zaken om te draaien. Zij houden de Bron van het leven nauwlettend in de gaten, Niet voor eigen gewin, maar uit eerbied, dankbaarheid en bewogenheid voor verloren én verdwaalde lammeren.
Er zijn er zeker nog in ons achterland te vinden.
Wanneer ontmoeting plaatsvindt, is er blijdschap, omdat wij door geloof gered zijn en niet door werken,
Zie ondermeer Hebr 11 “Door het geloof is Abraham, geroepen zijnde, gehoorzaam geweest, om uit te gaan naar de plaats, die hij tot een erfdeel ontvangen zou; en hij is uitgegaan, niet wetende, waar hij komen zou. 
Heb 11:9  Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land der belofte, als in een vreemd land, en heeft in tabernakelen gewoond met Izak en Jakob, die medeerfgenamen waren derzelfde belofte. 
Heb 11:10  Want hij verwachtte de stad, die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is.”
Wat is geloof?
Hos 2:19  En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult den HEERE kennen.
Rom_3:25  Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;
1Co_2:5  Opdat uw geloof niet zou zijn in wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods.
Rom_1:17  Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.
Gal_3:8  En de Schrift, te voren ziende, dat God de heidenen uit het geloof zou rechtvaardigen, heeft te voren aan Abraham het Evangelie verkondigd, zeggende: In u zullen al de volken gezegend worden.
Gal_3:9  Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham.
Gal_2:16  Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, (welke hartsgesteldheid?)maar door het geloof van Jezus /Yeshua, zo hebben wij ook in Yeshua geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden.
 
Wat zegt YHVH dat liefde tot Hem is?
Deu 30:16  Want ik gebiede u heden, den HEERE/ YHVH uw Elohim  lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen, en te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, opdat gij levet en vermenigvuldiget, en de HEERE/ YHVH uw Elohim, u zegene in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven. 
Deu 11:1  Daarom zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, en gij zult te allen dage onderhouden Zijn bevel, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, en Zijn geboden. 
Shalom zij, die Zijn geboden doen Op 22:14
Zijn geboden door Hem, door Zijn Heilige Geest aan ons geopenbaard.
Dan worden zij hartsgesteldheid en niet een verworvenheid.
Teruggaan naar onze eerste liefde is nauwkeurig ons hart onderzoeken of we niet afgedwaald zijn en onze ogen naar de boom der kennis hebben gewend in plaats van onze ogen houden op onze Man en Maker, maar ook Meester en Koning:
Psa 123:1  Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit. 
Psa 123:2  Zie, gelijk de ogen der knechten zijn op de hand hunner heren; gelijk de ogen der dienstmaagd zijn op de hand harer vrouw; alzo zijn onze ogen op den HEERE YHVH, onze God, totdat Hij ons genadig zij. 

Want we kunnen namelijk verliezen wat we ontvingen. We zitten nog in de ondertrouw en onze Verloofde kijkt naar ons of wij Zijn Vrouw waardig worden en niet onze ogen afwenden naar andere liefdes en eigen voorkeuren.

1Ko 9:6  Maar zo gijlieden u te enen male afkeren zult, gij en uw kinderen, van Mij na te volgen, en niet houden zult Mijn geboden en Mijn inzettingen, die Ik voor uw aangezicht gegeven heb; maar heengaan, en andere goden dienen, en u voor dezelve nederbuigen zult; 
1Ko 9:7  Zo zal Ik Israel uitroeien van het land, dat Ik hun gegeven heb, en dit huis, hetwelk Ik Mijn Naam geheiligd heb, zal Ik van Mijn aangezicht wegwerpen; en Israel zal tot een spreekwoord en spotrede zijn onder alle volken. 
Rom_11:20  Het is wel; zij zijn door ongeloof afgebroken, en gij staat door het geloof. Zijt niet hooggevoelende, maar vrees.
Rom 11:22  Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God; de strengheid wel over degenen, die gevallen zijn, maar de goedertierenheid over u, indien gij in de goedertierenheid blijft; anderszins zult ook gij afgehouwen worden. 
Zo dan, laten wij naarstig acht slaan op Yeshua’s raad, opgetekend in Joh_14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.
Bedenk dat Yeshua kwam voor de verloren schapen (nadat onze vaderen én wij ons van Hem hadden afgewend door ongerechtigheid en rebellie) en ons opnieuw de toon voorstelde die YHVH vanaf het begin gezet heeft, namelijk het herstel aller dingen volgens Zijn voorwaarde en condities. Langs een andere weg gaat dat niet tot stand komen!
Hoe zalig is het volk dat naar Uw = alleen die van Hem
klanken=bazuinen=Teruah, hoort =Shema
Zij wand’len YHVH, in het licht van Zijn aanschijn voort…

Psalm 89 : 7

Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort!
Zij wand’len, HEER, in ’t licht van ’t Godd’lijk aanschijn voort;
Zij zullen in Uw naam zich al den dag verblijden;
Uw goedheid straalt hun toe; Uw macht schraagt hen in ’t lijden;
Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen,
Maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.


1 reactie

Op mogen staan en pleiten

Wanneer wij voorbij de berg de gedachten van mensen omgezet zien worden in een reeks van eigenwillige daden, kan het hen die het beter zijn gaan weten een gevoel van opkomende hopeloosheid bekruipen, dat ook deze generatie de hereniging niet zal meemaken die voorzegd is in Ezechiël 37.

Want is er niet gezegd dat de kinderen Israels ons tot voorbeeld dienen en dat in het merendeel YHVH geen welbehagen had en hen in de woestijn neergeslagen heeft? 1Cor 10.

Ik ben dat relaas opnieuw gaan lezen en met het verdrietige gevoel door het zien van opkomende eigen-wijze-uitleg van diverse onderwerpen, welke mijns inziens valkuilen zijn voor de nog jonge Israel naar de belofte kudde, bezwaart het m’n geestelijke moederhart. Want als Abba YHVH dezelfde meetlat hanteert als destijds?

Ik ga begrijpen dat Mozes de hoop aan het opgeven ging, bij de woorden:

Num 11:11  En Mozes zeide tot de HEERE/YHVH: Waarom hebt Gij aan Uw knecht kwalijk gedaan, en waarom heb ik geen genade in Uw ogen gevonden, dat Gij den last van dit ganse volk op mij legt? 
Num 11:12  Heb ik dan al dit volk ontvangen? heb ik het gebaard? dat Gij tot mij zoudt zeggen: Draag het in uw schoot, gelijk als een voedstervader den zuigeling draagt, tot dat land, hetwelk Gij hun vaderen gezworen hebt? 
Num 11:13  Van waar zou ik het vlees hebben, om al dit volk te geven? Want zij wenen tegen mij, zeggende: Geef ons vlees, dat wij eten! 
Num 11:14  Ik alleen kan al dit volk niet dragen; want het is mij te zwaar! 
Num 11:15  En indien Gij alzo aan mij doet, dood mij toch slechts, indien ik genade in Uw ogen gevonden heb; en laat mij mijn ongeluk niet aanzien! 

Ephraim Frank stuurde onlangs een schrijven waarin de woorden mij triggerden dat het slechts een ademtocht van hun aller instemming had, toen de geschillen begonnen.

Abba YHVH ziet ons als een natie uit de natiën, al zien velen dat zo nog niet, Hij wél! “Wij en onze vaderen tevens…Onze vader Abraham…Onze vaders..Num_20:15  Jos_24:17 Neh_9:32  Jer_3:25 ; Joh 8:53 ; Hand 15:10

En nu zijn wij die natie, door Yeshua opnieuw in de functie gezet met een opdracht.

Groter wordt Yeshua’s werk in mijn besef. Het betekent veel meer dan een wedergeboren worden, alhoewel dat de eerste vereiste is. Zie een kind. In de moederschoot weet het niet wat er buiten is, weet et misschien nauwelijks wie het is..Na geboorte is er de koestering en bescherming voor het gevaar..Mert het groter worden komen er meer verantwoordelijkheden, meer gevaren in het aanbod voor de ogen. Bij een goede basis en een duidelijk besef gepaard met vaste keuze, zal de mens met hulp van de Vader door Yeshua goede vruchten voort gaan brengen. Dat gaat niet vanzelf en ook niet perfect, maar we lezen uit het geschreven Woord van YHVH, dat onze hartsgesteldheid bepalend is. Belijdenis, vergeving vragen, afleggen, opstaan en verdergaan.

Op Mozes’ hopeloosheid spreekt YHVH en zegt Mozes oudsten te verzamelen uit het volk, die naar de tent der samenkomst zullen moeten komen, alwaar YHVH Zijn Geest op hen leggen zal zodat Mozes de last niet meer alleen hoeft te dragen.                                                                                                                                             Num 11:16  En YHVH zeide tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten van Israel, dewelke gij weet, dat zij de oudsten des volks en deszelfs ambtlieden zijn; en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen. 
Num 11:17  Zo zal Ik afkomen en met u aldaar spreken; en van den Geest, die op u is, zal Ik afzonderen, en op hen leggen; en zij zullen met u den last van dit volk dragen, opdat gij dien alleen niet draagt.(…)Num 11:25  Toen kwamYHVH af in de wolk, en sprak tot hem, en afzonderende van den Geest, die op hem was, legde Hem op de zeventig mannen, die oudsten; en het geschiedde, als de Geest op hen rustte, dat zij profeteerden, maar daarna niet meer.  

De Israelieten klaagden over vlees, dat zij met een verkeerde intentie begeerden en kregen dat totdat zij er een walging van kregen en stierven Num 11:33  Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN/YHVH tegen het volk, en de HEERE/YHVH sloeg het volk met een zeer grote plaag. 
Num 11:34  Daarom heet men den naam derzelver plaats Kibroth Thaava; want daar begroeven zij het volk, dat belust was geweest. 

Wat ik eruit opmaak is dat Mozes door YHVH aangesteld was en de geadviseerde oudsten evenzo. Deze oudsten kwamen na de zucht van Mozes dat het hem te zwaar bleek dit volk te leiden. Mozes had een gedegen proefondervindelijke vooropleiding gehad en niet zonder kleerscheuren. Toch verkoos Abba YHVH hem om dit volk inclusief veel vreemd volk wat met hen optrok Vaders instructies te leren.

In het boek Numeri lezen we  dat YHVH hen voorschriften geeft om twee zilveren trompetten te maken,die een sein zullen zijn zodat zij van hun vijanden verlost zullen gaan worden.Num 10:9  En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken klank maken; zo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, en gij zult van uw vijanden verlost worden. Verspieders worden uitgezonden en twee van hen blijken te doen wat behoort. Het was de bedoeling dat het volk het land zou reinigen,maar door hun zwakheid in twijfel en angst, verloren zij de belofte. Hadden zij al niet bij de berg gekozen voor een tussenpersoon door angst? Angst is een slechte raadgever als YHVH het tegenovergstelde aanreikt.

Ik geloof dat wanneer mensen weten dat Abba YHVH hen heeft geroepen en ondersteund met bewijs, berekend zijn op hun taak en niet door mensen uitgerangeerd kunnen raken, omdat Hij geeft en neemt. Met Mozes kunnen ook zij de moed gaan opgeven, maar hun diepste zucht is voor Hem Die zendt.

Yeshua, ons voorbeeld en Zijn woorden, heeft zulk groot werk gedaan, dat wij niet in de valkuil van onze vaderen hoeven te vallen en voor het binnengaan in het beloofde land sterven. Wij hebben opnieuw een kans. Laten wij zonder vrees met een open hart Hem vragen wat Hij wil dat wij doen zullen. Laten wij Hem vertellen dat er vijanden zijn die ons willen doen laten vallen zodat ook wij de belofte niet beërven. Laten wij Zijn Stem nauwkeurig verstaan, zodat wij de anderen kunnen uitleggen welke valkuilen er zijn en aansporen het pad te gaan die Yeshua ons voorging.

Wij kunnen met de kracht van de Ruach haKodesh/Heilige Geest door Yeshua verkregen, de vijanden teneerslaan en het kamp reinigen, zodat onze Maker en Man Zich Zijn Bruid herkent en Zich behagen kan. Het is immers Zijn kracht Die het doet door ons heen, daarom is alle lof en eer aan Hem!!

Mogen degenen die voorop gaan een  zuivere blik houden en pleiten bij Abba YHVH dat Hij nog geduld heeft, zodat we allen met één stem “Zo doen wij”zullen zeggen en het met onze daden bevestigen.

Het gebed van een rechtvaardige vermag veel!

Laten we vragen of Hij ons waardig genoeg acht, dat ons pleiten vrucht zal gaan dragen.

Psa 80:1  Voor den opperzangmeester, op Schoschannim; een getuigenis, een psalm van Asaf. O Herder Israels! neem ter ore, Die Jozef als schapen leiddet; Die tussen de cherubim zit, Wek Uw macht op voor het aangezicht van Efraim, en Benjamin, en Manasse, en kom tot onze verlossing. O God! breng ons weder, en laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden. (…..)

Uw hand zij over den man Uwer rechterhand, over des mensen zoon, dien Gij U gesterkt hebt. Zo zullen wij van U niet terugkeren; behoud ons in het leven, zo zullen wij Uw Naam aanroepen. 
O HEERE, God der heirscharen! breng ons weder; laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden. 

Ter ondersteuning in de lijn van terugkeer met behoud van leven: https://etzbneyosef.blogspot.com/2019/08/beyond-mountain-part-x.html

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Twee bomen uit Gan Eden anno nu..

Zijn de twee bomen in Gan Eden gebleven en hebben wij daar nu niet meer mee te maken?

Gen_2:9  En de HEERE God/YHVH  had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze; en den boom des levens in het midden van den hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads.
Gen_2:17  Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven. ( ומעץH6086 הדעתH1847 טובH2896 ורעH7451 לאH3808 תאכלH398 – etz dah- ath tob ra’ah lo kal)

YHVH gaf de mens te kennen om van die ene boom niet te eten en de conditie daarvan was, dat men de dood zou sterven,

Van alle andere bomen mocht wel gegeten worden. Zo gaf YHVH aan dat wanneer zij Hem ongehoorzaam zouden zijn en ervan eten, de straf aansluitend zou volgen.

Voor ons kwam Yeshua, die de wet der zonder en der dood teniet gedaan heeft en toch hebben wij te maken met verzoekingen, verleidingen, misleiding.

Het is een aanbod, wat ons blijkbaar het gehele leven vergezelt,

We hadden zo es een gesprek en dan kwam de gedachte naar boven dat het begrip van de twee bomen, weliswaar in een ander jasje, blijkbaar toch niet in Gan Eden zijn gebleven, maar in onze persoonlijke tuin staan met dezelfde raad en conditie.

Yeshua is plaatsvervangend gestorven en opgestaan, maar dat wil niet zeggen, dat we na die misstap kunnen doen alsof er niets was. We weten wat het geschreven Woord aangeeft om te doen.

De tien geboden zijn nog immer actueel en up to date, al zijn de vormen van het tegenovergestelde daaraan versterkt en misschien in een ander jasje dan vroeger., maar niet minder ernstig.

1Jn_1:9  Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.

Exo 20:1  Toen sprak God al deze woorden, zeggende: 
Exo 20:2  Ik ben YHVH uw Elohim Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb. 
Exo 20:3  Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. 
Exo 20:4  Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. 
Exo 20:5  Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, YHVH,uw Elohim, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten; 
Exo 20:6  En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden. 
Exo 20:7  Gij zult den naam des YHVH’s uws Elohim niet ijdellijk gebruiken; want YHVH zal niet onschuldig houden, die Zijn naam ijdellijk gebruikt. 
Exo 20:8  Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt. 
Exo 20:9  Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; 
Exo 20:10  Maar de zevende dag is de sabbat des YHVH’s uws Elohims ; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is; 
Exo 20:11  Want in zes dagen heeft YHVH den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den sabbatdag, en heiligde denzelven. 
Exo 20:12  Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE uw God geeft. 
Exo 20:13  Gij zult niet doodslaan. 
Exo 20:14  Gij zult niet echtbreken. 
Exo 20:15  Gij zult niet stelen. 
Exo 20:16  Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. 
Exo 20:17  Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is. 

Mat_24:13  Maar wie volharden zal tot het einde, die zal behouden worden.
Mar_13:13  En gij zult gehaat worden van allen, om Mijns Naams wil; maar wie volharden zal tot het einde, die zal behouden worden.

De boom des levens komt in het boek Openbaring ook ter sprake. Ik lees dan niet meer van de andere boom in hoofdstuk 22. Zal die na Shemini Atzret opgeruimd zijn?

Rev_21:4  En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.

Op 22:2  In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde der rivier was de boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijne vrucht; en de bladeren des booms waren tot genezing der volkeren:

(Dutch SV)  In het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde der rivier was de boom des levens, voortbrengende twaalf vruchten, van maand tot maand gevende zijne vrucht; en de bladeren des booms waren tot genezing der heidenen.
(Hebrew NT DD)  ובתוך רחוב העיר ואל־שפת הנחל מזה ומזה עץ חיים עשה פרי שתים עשרה כי מדי חדש בחדשו יתן את־פריו ועלה העץ לתרופת הגוים׃
(KJV)  In the midst of the street of it, and on either side of the river, was there the tree of life, which bare twelve manner of fruits, and yielded her fruit every month: and the leaves of the tree were for the healing of the nations.
(KJV+)  InG1722 the midstG3319 of theG3588 streetG4113 of it,G846 andG2532 on either sideG1782 G2532 G1782 of theG3588 river,G4215 was there the treeG3586 of life,G2222 which bareG4160 twelveG1427 manner of fruits,G2590 and yieldedG591 herG848 fruitG2590 everyG2596 G1538 G1520 month:G3376 andG2532 theG3588 leavesG5444 of theG3588 treeG3586 were forG1519 the healingG2322 of theG3588 nations.G1484

Boom des Levens  Yeshua… Toen, nu én straks…Begin Einde…Alfa Omega…

Ik zie naar het volkomen herstel uit en u?


Een reactie plaatsen

Ben ik mijn broeders hoeder?

Gaan wij vrijuit als wij anderen niet waarschuwen, wanneer wij zien dat men zijn of haar doel gaat missen? Kunnen wij ermee wegkomen, dat wij van die persoon houden en dat wij er geen mening over mogen hebben?

Wiens vriend of vriendin zijn wij dan?

Wat deed Yeshua ons voor?

Bij het nadenken over de tolerantie en marge tegen Vaders principe in, kwamen de woorden van Kaïn in gedachten.

Gen 4:9  En YHVHzeide tot Kain: Waar is Habel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder? 

brother’sH251 keeper H8104

brother/broer H251
אָח
‘âch
awkh
A primitive word; a brother (used in the widest sense of literal relationship and metaphorical affinity or resemblance (like H1)): – another, brother (-ly), kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with “Ah-” or “Ahi-”.

keeper H8104
שָׁמַר
shâmar
shaw-mar’
A primitive root; properly to hedge about (as with thorns), that is, guard; generally to protect, attend to, etc.: – beware, be circumspect, take heed (to self), keep (-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch (-man).

Shamar, dat is een dienende houding …vanuit de hartsgesteldheid, die relatie met de Schepper kent…richting de broeder of zuster om die te behoeden voor erger.

Dat niemand verachtere…

Heb 12:14  Jaagt den vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal; 
Heb 12:15  Toeziende, dat niet iemand verachtere van de genade Gods; dat niet enige wortel der bitterheid, opwaarts spruitende, beroerte make en door dezelve velen ontreinigd worden. 
Heb 12:16  Dat niet iemand zij een hoereerder, of een onheilige, gelijk Ezau, die om een spijze het recht van zijn eerstgeboorte weggaf. 

Broeders hoeder zijn is opofferende liefde. En opofferende liefde zegt iets van Yeshua.

Yeshua Die Zijn leven gaf voor ons gaf het ultieme voorbeeld van hoeder zijn voor ons, die Hij Zijn familie noemt in een verbondsrelatie.

2Ti_4:2  Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.                                                                                                                     2Ti 4:3  Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden; 
2Ti 4:4  En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen. 
2Ti 4:5  Maar gij, wees wakker in alles, lijd verdrukkingen; doe het werk van een evangelist, maak, dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij. 

Uit het geschreven Woord blijkt dat broeder/zusters hoeder zijn, de houding is, die de wil van de Vader weerspiegelt.

Rechtvaardige mensen gingen ons voor, denk aan

-Mozes Heb 11:25  Verkiezende liever met het volk van God kwalijk gehandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben; 

– Abraham  Heb 11:17  Door het geloof heeft Abraham, als hij verzocht werd, Izak geofferd, en hij, die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd, 

– Koningin Esther Est_4:16  Ga, vergader al de Joden, die te Susan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen, nacht noch dag; ik en mijn jonge dochters zullen ook alzo vasten, en alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om.

Johannes de Doper…Paulus…zovele anderen, zie Hebr.11

Yeshua, zie Joh 17:1  Dit heeft Yeshua gesproken, en Hij hief Zijn ogen op naar den hemel, en zeide: Vader, de ure is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijke. 
Joh 17:2  Gelijkerwijs Gij Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat al wat Gij Hem gegeven hebt, Hij hun het eeuwige leven geve. 
Joh 17:3  En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt. 
Joh 17:4  Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen; 
Joh 17:5  En nu verheerlijk Mij, Gij Vader, bij Uzelven, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was. 
Joh 17:6  Ik heb Uw Naam geopenbaard den mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en Gij hebt Mij dezelve gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard. 
Joh 17:7  Nu hebben zij bekend, dat alles, wat Gij Mij gegeven hebt, van U is. 
Joh 17:8  Want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt. 
Joh 17:9  Ik bid voor hen; Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uw. 
Joh 17:10  En al het Mijne is Uw, en het Uwe is Mijn; en Ik ben in hen verheerlijkt. 
Joh 17:11  En Ik ben niet meer in de wereld, maar deze zijn in de wereld, en Ik kome tot U, Heilige Vader, bewaar ze in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij een zijn, gelijk als Wij. 
Joh 17:12  Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik ze in Uw Naam. Die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard, en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon der verderfenis, opdat de Schrift vervuld worde. 
Joh 17:13  Maar nu kom Ik tot U, en spreek dit in de wereld, opdat zij Mijn blijdschap vervuld mogen hebben in zichzelven. 
Joh 17:14  Ik heb hun Uw woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk als Ik van de wereld niet ben. 
Joh 17:15  Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van den boze. 
Joh 17:16  Zij zijn niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben. 
Joh 17:17  Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. 
Joh 17:18  Gelijkerwijs Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden. 
Joh 17:19  En Ik heilige Mijzelven voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid. 
Joh 17:20  En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen. 
Joh 17:21  Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. 
Joh 17:22  En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; 
Joh 17:23  Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt. 
Joh 17:24  Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld. 
Joh 17:25  Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend; maar Ik heb U gekend, en dezen hebben bekend, dat Gij Mij gezonden hebt. 
Joh 17:26  En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt, en zal Hem bekend maken; opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen. 

Dank U voor Uw levendmakende Woord,wat richting en rust geeft door de openbaring van Uw Geest.

U komt alle eer toe.