Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Woman of Valor

Between  two verses in Scriptures lays a period of  a deep valley of affliction.

Gen 1:28  And Elohim blessed them, and Elohim said unto them, Be fruitful, and multiply, and replenish the earth, and subdue it: and have dominion over the fish of the sea, and over the fowl of the air, and over every living thing that moveth upon the earth. 

Ga 3:28 There cannot be Jew nor Greek, there is no slave nor freeman, there is no male and female; for you are all one in Yeshua HaMasiach.

The first verse is mentioned in Gan Eden where YHVH told both, Adam and Chava to have the authority. We know history, what Adam neglected… what Chava did…

The valley of affliction took that long as long as people especially they who werent serious about Fathers commandments..

Then Yeshua’s time appeared…

Yeshua came to nailed the law of sin and dead to the tree, so that the way was open the Bride could begin to prepare herself by the power of YHVH…
Also in this particular subject..
I found an article about Lydia after Yeshua’s resurection.
Is it a sign and encouragement to throw stones away to prepare the way?

How long after Yeshua resurection Lydia was put in her call?

Was it two thousand year?

How long took it for christianity to give women that space Yeshua has given to work out thier call?

How long took it for torahkeeping messianics to give women the permission to work out their call like Shaul did as a mirror to YHVHs example in Gan Eden?

Are we aware that this part is really important for complete restoration as the one Bride?

Are we aware that because of flesly domanion of men over women created the wave of feminism. Both are not Scriptural and we have seen the result. Abba  YHVH’s plan for both is out of Him only not from natural emotions. A helpful advise is to find in Scripture out of Hebraic view.

Do you know in which groups and congregations women are allowed to grow in their talents and mision?

Closer… In which families husbands allow their wife to grow in her calling and talent, even when she is a Deborah and he the helper to protect her in that mission?

I may ask this… I have a blessed husband who is known by this knowledge and I am allowed to work my calling out.

https://www.women-of-valor.com/the-congregation-of-philippi/


1 reactie

Sleutelen aan de autoriteit van Yeshua

Vanwege gebrek der kennis en niet de benodigde honger om de waarheid te zoeken in het geschreven Woord, komen mensen in twijfel over wie Yeshua is.

Er gaan stemmen op dat Hij alleen mens zou zijn, weliswaar een bijzondere, maar dezelfde Rang én YHVH gemanifesteerd als mens, dat voert voor dezen te ver.

Dan hebben we nog de antimissionarissen, die vanuit verblinding leringen leren aan hen die deze naar de ogen kijken en zo is er veel ruis op de lijn met het grote gevaar op de loer dat men Yeshua los gaat laten en daarvan lezen we de bijzondere waarschuwing dat Heb 6:4  Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn, 
Heb 6:5  En gesmaakt hebben het goede woord Gods, en de krachten der toekomende eeuw, 
Heb 6:6  En afvallig worden, die, zeg ik, wederom te vernieuwen tot bekering, als welke zichzelven den Zoon van God wederom kruisigen en openlijk te schande maken. 

Een eenvoudig menselijk voorbeeld om aan te duiden dat Yeshua én mens was én YHVH in het vlees. We nemen een mens, die én echtgenoot, vader, zoon, broer is en een beroep heeft, maar het is die ene die in diverse rollen de verschillende taken uitvoert. De ene taak met bijbehorend talent is niet sluitend en toepasbaar op die andere, maar bij elkaar genomen beslaan ze het gebied en mensen die deze mens ontmoet in z’n leven.

Yeshua als Verlosser al in Gan Eden voorzegd

Gen 3:15  En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen. 

Geen mens die als Naam Sterke God krijgt toebedeeld

Isa 9:5  Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst; 

Komende Koning voorzegd

Jer 23:5  Ziet, de dagen komen, spreekt YHVH, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde. 
Jer 23:6  In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israel zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: YHVH: ONZE GERECHTIGHEID. 
Jer 23:7  Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt YHVH, dat zij niet meer zullen zeggen: Zo waarachtig als YHVH leeft, Die de kinderen Israels uit Egypteland heeft opgevoerd. 
Jer 23:8  Maar: Zo waarachtig als YHVH leeft, Die het zaad van het huis Israels heeft opgevoerd, en Die het aangebracht heeft uit het land van het noorden, en uit al de landen, waarheen Ik ze gedreven had! want zij zullen wonen in hun land. 

Geen menselijk mannelijk zaad

Luk 1:26 En in de zesde maand werd de engel Gabriel van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth;
Luk 1:27 Tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, wiens naam was Jozef, uit den huize Davids; en de naam der maagd was Maria.
Luk 1:28 En de engel tot haar ingekomen zijnde, zeide: Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen.
Luk 1:29 En als zij hem zag, werd zij zeer ontroerd over dit zijn woord, en overleide, hoedanig deze groetenis mocht zijn.
Luk 1:30 En de engel zeide tot haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden.
Luk 1:31 En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn naam heten JEZUS.
Luk 1:32 Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven.
Luk 1:33 En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn.
Luk 1:34 En Maria zeide tot den engel: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne?
Luk 1:35 En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.

Goddelijke authoriteit

Joh 8:12 Yeshua dan sprak wederom tot henlieden, zeggende: Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben. (..) 14  Yeshua antwoordde, en zeide tot hen: Hoewel Ik van Mijzelven getuig, zo is nochtans Mijn getuigenis waarachtig; want Ik weet, van waar Ik gekomen ben, en waar Ik heenga; maar gijlieden weet niet, van waar Ik kom, en waar Ik heenga. (..)16  En indien Ik ook oordeel, Mijn oordeel is waarachtig; want Ik ben niet alleen, maar Ik en de Vader, Die Mij gezonden heeft. 
17  En er is ook in uw wet geschreven, dat de getuigenis van twee mensen waarachtig is. 
18  Ik ben het, Die van Mijzelven getuig, en de Vader, Die Mij gezonden heeft, getuigt van Mij. (..)23  En Hij zeide tot hen: Gijlieden zijt van beneden, Ik ben van boven; gij zijt uit deze wereld, Ik ben niet uit deze wereld. (..) 42  Yeshua dan zeide tot hen: Indien God uw Vader ware, zo zoudt gij Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan; en kom van Hem. Want Ik ben ook van Mijzelven niet gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. 

Geen mens kan zelf het leven geven en nemen

Joh 10:17  Daarom heeft mij de Vader lief, overmits Ik Mijn leven afleg, opdat Ik hetzelve wederom neme. 
18  Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht hetzelve af te leggen, en heb macht hetzelve wederom te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.

Titel

Joh 20:27  Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand, en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig. 
Joh 20:28  En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Meester en mijn God! 

Aanbidding

Matteüs 28:16-17: “De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg waar Yeshua hen had onderricht, en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog.”

Yeshua zal aanbeden worden door elk schepsel

Openbaring 5:13-14: “Elk schepsel in de hemel, op aarde, onder de aarde en in de zee, alles en iedereen hoorde ik zeggen: ‘Aan hem die op de troon zit en aan het lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.’ De vier wezens antwoordden: ‘Amen,’ en de oudsten wierpen zich in aanbidding neer.”

Geen mens kan een ander mens verlossen

Joh 1:29  Des anderen daags zag Johannes Yeshua tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt! 
Joh 1:30  Deze is het, van Welken ik gezegd heb: Na mij komt een Man, Die voor mij geworden is, want Hij was eer dan ik. 

 

Wordt vervolgd


Een reactie plaatsen

Match: Nabij u..

Soms kan men bij lezen of spreken iets opvallen wat niet eerder op die manier naar voren kwam.

We lazen Romeinen 10 en bij vers 8 zag ik iets wat mij stil zette.

Nabij u is het Woord…

Maar voor ik verder ga, lees het stukje tekst, dan begrijpt men de samenhang meer..

Rom 10:5  Want Mozes beschrijft de rechtvaardigheid, die uit de wet is, zeggende: De mens, die deze dingen doet, zal door dezelve leven. 
Rom 10:6  Maar de rechtvaardigheid, die uit het geloof is, spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal in den hemel opklimmen? Hetzelve is Messias Yeshua van boven afbrengen. 
Rom 10:7  Of, wie zal in den afgrond nederdalen? Hetzelve is Christus uit de doden opbrengen. 
Rom 10:8  Maar wat zegt zij? Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord des geloofs, hetwelk wij prediken. 
Rom 10:9  Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden Messias Yeshua, en met uw hart geloven, dat Elohim Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij behouden worden. 
Rom 10:10  Want met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter zaligheid. 
Rom 10:11  Want de Schrift zegt: Een iegelijk, die in Hem gelooft, die zal niet beschaamd worden. 
Rom 10:12  Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van Griek; want eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die Hem aanroepen. 
Rom 10:13  Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden. 

Want Mozes beschrijft de rechtvaardigheid staat er in vers 5…

Welke rechtvaardigheid en waar staat dat specifiek?

Staat het er überhaupt wel?

Jazeker wel!

Zie en lees onderstaande tekst:

Deu 30:10  Wanneer gij der stemme des YHVH’s, uws Gods, zult gehoorzaam zijn, houdende Zijn geboden en Zijn inzettingen, die in dit wetboek geschreven zijn; wanneer gij u zult bekeren tot YHVH, uw Elohim, met uw ganse hart en met uw ganse ziel. 
Deu 30:11  Want ditzelve gebod, hetwelk ik u heden gebiede, dat is van u niet verborgen, en dat is niet verre. 
Deu 30:12  Het is niet in den hemel, om te zeggen: Wie zal voor ons ten hemel varen, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen? 
Deu 30:13  Het is ook niet op gene zijde der zee, om te zeggen: Wie zal voor ons overvaren aan gene zijde der zee, dat hij het voor ons hale, en ons hetzelve horen late, dat wij het doen? 
Deu 30:14  Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond, en in uw hart, om dat te doen. 

Want dit Woord is zeer nabij u,

in uw mond (belijdenis)

in uw hart (geloof)

Om dat te doen ( Shema)

Het is niet de verdienste van mij dat ik dit kleinood ontdekte. Het is voor mij een teken dat Abba’ YHVH’s Ruach onze Leermeester is en ons onderwijst en het Licht laat schijnen daar waar het op dat moment nodig is.

Nabij U

 


Een reactie plaatsen

Heidelbergse Cathechismus en Talmoed

Bijzonder waren een paar gesprekken toen we de Familiedagen in Hardenberg bezochten. Zaait aan alle wateren, het zijn woorden, die ons helpen ,wanneer ze tot ons komen, grenzen mogen slechten en onze comfortzone mogen laten om naar plaatsen te gaan waar misschien ook herkenning is of honger naar méér. Zaaien mogen met een gedrag van dankbaarheid en bewogenheid of lessen ontvangen van hen. Verfrissing, inspiratie om verder te gaan, want de vier hoeken der aarde zijn niet beperkt tot onze eigen vijver.

Mat 28:19  Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. 

Gaat dan henen…

Als leraar die het beter weet?

Neen, als iemand die weet het te hebben ontvangen om niet, met een bewogenheid van Hem ontvangen om als mens mens te zijn onder de mensen.

Gaat dan henen, onderwijst… onderwijst is getuigen van Zijn openbaring in ons aan hen met wie wij ogenschijnlijk spontaan in gesprek komen en waar we een interesse bespeuren. Het vraagt een afgestemd zijn op Zijn Geest in ons om de ander te bereiken en dáár in ondervinding aan vooraf gegaan. Bedenk dat de dicipelen een paar jaar dagelijkse omgang nodig hadden om daarna pas uit te gaan. In die paar jaar zijn ze zichzelf regelmatig tegengekomen en de levenslessen die ze leerden, waren van grote waarde in de volkeren.

Al de volken…ons achterland en verder..

Op de beurs sprongen woorden als Israel en de Bijbel eruit. Het verstaan, dat geschriften als H. Cathechismus net zoals de Talmoed een hogere plaats hadden verkregen dan het geschreven Woord, gaf direct aan dat de verblindheid aan beide zijden in stand houdt, totdat honger naar het echte originele Brood zoeken gaat veroorzaken. Het geschreven Woord (1) heeft aan sterkte, kracht en Leven nooit afgedaan.

Het Geschreven Woord IS en heeft eeuwigheidswaarde.

Wat Ephraim Frank citeerde over de arme leek die denkt dat moeilijke Hebreeuws niet te kunnen verstaan en zich wendt tot de rabbijn of de theoloog om diens raad en kennis, schetst precies het pijnpunt én verleiding. De aloude zonde om de Geest van YHVH te onderschatten, Die ons in alle waarheid leiden zal..met als gevolg afgoderij en tevens verblinding.

Bijzonder dat de kernwoorden daar op die plaats gesproken werden, vonden wij.

We kregen een boekje met de titel “ben ik uitverkoren” aangereikt bij een andere stand. Mijn vraag waar ik eventueel een vraag kon stellen, was de aanleiding tot een bijzonder gesprek in goede verstandhouding en zeker door de Ruach haKodesh geleid, gezien de onderwerpen. We gingen het geschreven Woord door ondersteund met persoonlijke ervaringen betreffende het openbaren van het geschreven Woord. De bewogenheid voor specifiek de gereformeerde gezindte stemde ons warm en hoopvol.

We konden samen spreken over dat vreemde volk wat optrok met de kinderen Israels, de voedingsvoorschriften van de Vader, het volkomen herstel van het gehele huis Israels, de plaats van dat geen-volk in de Romeinenbrief, de shabbat…

Zulke ontmoetingen zijn eenvoudige bewijzen dat het goed was om er heen te gaan en open te staan voor wat de Vader voorzien heeft.

Maar ook zeer bewust te zijn, dat Zijn Geest ons leiden zal in alle waarheid, met de nadruk op alle. Hij heeft ons niet voor niets ondertrouwd en Hij geeft Zijn plaats aan geen ander. Daarom zullen wij alle geschriften, die de schijn hebben van kennis om ons te kunnen uitleggen hoe de Vader dat bedoelt en wij dat met velen hoger willen gaan stellen door ons daarop te focussen, praktisch terzijde moeten leggen, omdat we anders het dagelijkse nieuwe en verse manna vervangen door interpretaties van geleerde mensen.

En wat ik nu schrijf is niet van morgen, maar vanaf Gan Eden tot op de huidige dag. Kiest dan heden!

Overeenkomstig onze keuze zal ons gedrag, onze oogst zijn!

Alle eer aan Hem!

 

(1) YHVH had vanaf het begin rechtstreeks tot mensen willen spreken, maar de mensen kozen voor een tussenpersoon. En wij?  Exo 20:18  En al het volk zag de donderen, en de bliksemen, en het geluid der bazuin, en den rokenden berg; toen het volk zulks zag, weken zij af, en stonden van verre; 
Exo 20:19  En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, en wij zullen horen; en dat God met ons niet spreke, opdat wij niet sterven! 
Exo 20:20  En Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, want God is gekomen, opdat Hij u verzocht, en opdat Zijn vreze voor uw aangezicht zou zijn, dat gij niet zondigdet. 
Exo 20:21  En het volk stond van verre; maar Mozes naderde tot de donkerheid, alwaar God was. 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Impasse

Tussen delen van het goede nieuws en aansporen om er iets mee te gaan doen of wellicht wachten voor de juiste woorden voordat er een werkelijk zwijgen komt, is er  weleens een onderbreking met een ongemakkelijke impasse.

Niet voor of achteruit kunnen en ook niet weten welke richting de juiste is…..

Pi haChiroth..

Ik herinnerde me dat ik er al eens eerder een keer bij stilgezet was. Tussen de impasse en het teken om verder te gaan, lagen twee telefoongesprekken. Een van iemand die serieus bepaald wordt dat het menens is met de eenwording betreffende Juda en Efraim, zo letterlijk verwoord in hoofdstuk 37 van het boek Ezechiël. En het andere gesprek was er een van bemoediging omdat de Vader “overal” Zijn mensen gezet heeft, alhoewel de persoon zelf, naar mijn beleving, een vrij moeilijke pionierstaak heeft. en toch ook de toepassende toerusting krijgt.

Ik vond de notitie over Pi haChiroth vandaag in mn bestand. Het was geschreven in het jaar 2013,

Pi hachiroth (4)

Exodus 14:2 Spreek tot de kinderen Israels, dat zij wederkeren, en zich legeren voor Pi-hachiroth, tussen Migdol en tussen de zee, voor Baal-zefon; daar tegenover zult gij u legeren aan de zee. 

Pi Hachiroth Impasse

 


Een reactie plaatsen

Egyptische afgoderij


“Over het algemeen denken we niet dat de arme tot slaaf gemaakte Israëlieten in Egypte schuldig zijn aan hun harde omstandigheden, en we schrijven hun spirituele toestand in de woestijn (anders dan het fiasco van het gouden kalf) niet toe aan een soort afgodenaanbidding en verbinding met de Egyptische goden. Maar Ezechiël hoofdstuk 20 maakt heel duidelijk dat onze voorouders zichzelf verontreinigden met de goden van Egypte. YHVH zegt in duidelijke bewoordingen: “… zij rebelleerden tegen Mij en wilden Mij niet gehoorzamen. Zij wierpen niet alle gruwelen weg die voor hun ogen stonden, noch verlieten zij de afgoden van Egypte” (vers 8). hetzelfde vers had dit allemaal “in het midden van het land Egypte” plaatsgevonden.

Afgezien van Ezechiël verifieert een andere schrijver van de Schrift dit. Iemand die een eerste oog was getuige van de toestand van zijn broeders. Het is niemand anders dan Joshua, die dit feit niet slechts één keer, maar twee keer vermeldt. (Dan is er ook Amos in 5: 25-26, waarvan de korte beschrijving wordt herhaald in Handelingen 7: 42-43.)

Toen Joshua op het punt stond te bestaan, het stadium van het leven, herinnerde hij zich de geschiedenis van het volk, herinnerde hen aan wie zij moesten dienen, terwijl ze tegelijkertijd hen aanspoorden en uitdagen: “Nu daarom, vrees YHVH, dien Hem in oprechtheid en in waarheid, en leg de goden weg die uw vaderen aan de andere kant van de rivier en in Egypte dienden. Dien YHVH! “(Jozua 24:14 nadruk toegevoegd). De ‘overkant van de rivier’ verwijst naar de pre-abraithische dagen, maar ‘in Egypte’ is een vrij sterke en duidelijke aanklacht, die minder verschoonbaar is.

De andere aflevering, waarin Joshua te maken kreeg met dit pijnlijke onderwerp, deed zich veel eerder voor. Het was bij de toegang van de Israëlieten tot het land. Daar, in Gilgal, werden zij die in de woestijn geboren waren, besneden, een actie die ook was bedoeld om: “de smaad van Egypte van u af te werpen. Daarom wordt de naam van de plaats Gilgal genoemd “(Jozua 4: 9). Het “rollen” van de “smaad van Egypte” is “galot” – letterlijk rollen of wegrollen, terwijl de gelijkenis met de naam “Gilgal” heel duidelijk is. Het werkwoord “galo” of “galot” deelt dezelfde stam als “gilool” of “giloolim” (meervoud). Dit is wat de “afgoden van Egypte” worden genoemd in de bovengenoemde Ezechiël 20 schrift. De “gooloeliem” zijn “ballen”. Wat voor soort “ballen”? Ze zijn wat de Tanach mestballen noemen, en gebruiken een ander woord met dezelfde wortel – glaliem.

Dus wat is de connectie van “mestballen” met de “afgoden van Egypte”? Een van Egypte’s vereerde en vergoddelijkte wezens was de mestkever. Scarab is een mestkever, die wanneer hij zwermt en provender verzamelt, dit doet door het in een bal te vormen en het naar zijn bestemming te rollen. Toen Joshua’s altaar werd ontdekt op de berg Eyval (de vloedberg) in de jaren 1980, werden verschillende van deze door de mens gemaakte scarabs opgegraven. Dit was een duidelijk bewijs dat onze voorouders dit item van de ‘smaad van Egypte’ vereerden en het rondvoeren en zelfs doorgeven aan hun kinderen die het land Israël binnengingen. Chuck Missler beweert zelfs dat deze scarabs of kevers de “zwermen” waren – arov in het Hebreeuws – die de vierde plaag vormden. https://www.khouse.org/articles/2000/263/

De tien plagen die YHVH Egypte oplegde waren niet alleen bedoeld tegen de soeverein van Egypte, de farao, maar ook tegen de ‘goden’ van dat land. In de tijd van de laatste plaag, maakte YHVH de verklaring dat de goden van Egypte het doelwit waren van Zijn aanval (evenals de levende wezens van dat land). Inderdaad, zoals je waarschijnlijk weet, was elk van de plagen gericht tegen een van de afgoden van Egypte (zie bovenstaande link).

In feite zien we dat zelfs voordat het seizoen van de tien plagen begon, YHVH al Zijn macht bewijst tegen een van de goden van Egypte. YHVH oefent zijn gezag uit en verklaart: “En de Egyptenaren zullen weten dat ik YHWH ben, wanneer ik Mijn hand uitstrek over Egypte …” (Exodus 7: 5). “Uitrekken” is in dit geval “ne’to’ti” (het werkwoord dat “nato” is – zijn wortel is middag, tet, hey, n.t.h). Dit werkwoord geeft de leidende of wijzende richting aan, en dus in vers 9, wanneer A’haron wordt verteld om zijn staf te werpen, wordt dit artikel aangeduid met “ma’teh”, afkomstig van dezelfde wortel. A’haron en Moshe moesten de autoriteit van YHVH vertegenwoordigen over de heersende machten van Egypte, zowel de natuurlijke als het bovennatuurlijke. Inderdaad, wanneer A’haron zijn staf voor Par’oh werpt verandert het in een slang, die in het Hebreeuws “tannin” is, letterlijk een alligator. Zo toonde YHVH Zijn macht over een van de krachtigste symbolen van Egypte. In feite, in Ezechiël 29: 3 wordt Par’oh zelf aangesproken als de “grote tannine” (vertaald “monster”), dat is de grote alligator (zie voor hetzelfde idee ook Ez 32: 3). De regel en autoriteit van Egypte wordt daarom gesymboliseerd door dit schepsel dat de Nijl bewoonde, en was de eerste die werd uitgedaagd door Elohim. (Voor meer informatie over de alligators en hun rol in het Egyptische Pantheon, zie https://en.wikipedia.org/wiki/Sobek)

Het is niet louter toeval dat de plagen die deze wereld en haar systemen moeten treffen, zoals beschreven in Openbaring beschreven lijken ze de plagen te weerspiegelen die de Egyptenaren overkwamen, voordat YHVH Israël uit hun midden wegvoerde. Het feit echter dat de Israëlieten zelf niet vrij waren van dezelfde soort afgoderij, moet niet over het hoofd worden gezien, vooral als we terugverwijzen naar de passage “overgangsperiode” van Ezechiël 20: 33-38. In de verzen 38 en 39 lezen we het volgende: “Wat u betreft, o huis van Israël,” aldus zegt de Heer YHVH: ‘Ga, dien een ieder van u zijn afgoden – en hierna – als u mij niet wilt gehoorzamen; maar profaan Mijn heilige naam niet meer met uw gaven en uw afgoden. “” Zou het u verbazen om te ontdekken dat het woord daar voor “afgoden” weer “giloeliem” is? Hoe onthullend! Dus als het verblijf van onze voorouders in Egypte en hun opkomst uit die plaats op de een of andere manier gelijkwaardig is aan onze tijd, moeten we de afgoderij in het kamp van Israël overwegen.

Het maakt niet uit hoe deze idolen eruit zien, of welke vorm ze aannemen, of hoe ze worden aanbeden, spirituele entiteiten verdwijnen niet of verdwijnen niet. Ze zijn nog steeds in oorlog met Elohim en Zijn volk, en ze kunnen ons nog steeds vasthouden. Hoewel ze niet de vorm aannemen die ze in het oude Egypte hebben gedaan, zijn ze niet gestopt ‘afschuwelijk mestkalmen’ te zijn die we met geweld van onszelf moeten verwijderen. De Gilgal-ervaring is nog niet voorbij.

Als een kanttekening kunnen we het feit in overweging nemen dat op de plaats van de grootste internationale intergeloof conventie – dat is waar de poging werd gedaan om een ​​toren naar de hemel op te heffen en “als de Allerhoogste” te zijn, in Bavel – Mitzrayim (de stamvader van de natie Egypte die ook de oom van Nimrod was) zou aanwezig zijn geweest. Zo werden de overtuigingen, met de entiteiten die hen vergezelden, getransporteerd van die wieg van de opstand van de mensheid naar de hele bekende wereld van de dag. Babylon heeft altijd haar rol gespeeld als de vertegenwoordiger van de vijand, en nog steeds, in elk tijdperk van de menselijke geschiedenis. Het is van haar, dat gedoemd is tot vernietiging, dat we moeten vluchten (terwijl we de ‘mestballen’ afblazen als we gaan zodat we sneller kunnen rennen zonder “onbelemmerd door de zonde”), opdat we niet met haar vallen. Dit wordt goed samengevat in Openbaring hoofdstuk 18.

Met dank aan Ephraim en Rimona Frank