Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Melchizedek,erfenis en roeping

We lezen in Hebreeën 7 een terugblik en een omschrijving.

Terugblik dat Melchizedek Abraham een bezoek bracht en een omschrijving.

Heb 7:1  Want deze Melchizedek was koning van Salem, een priester des Allerhoogsten Gods, die Abraham tegemoet ging, als hij wederkeerde van het slaan der koningen, en hem zegende; 
Heb 7:2  Aan welken ook Abraham van alles de tienden deelde; die vooreerst overgezet wordt, koning der gerechtigheid, en daarna ook was een koning van Salem, hetwelk is een koning des vredes; 

Koning der gerechtigheid

Is enig mens een koning der gerechtigheid geweest? Wat zegt het geschreven Woord ons daarover?

Luk 18:19  En Yeshua zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God. 

Pre_7:20  Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt.

Rom_3:12  Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe.

Koning des Vredes

Isa_9:5  Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;

Zonder vader zonder moeder

Heb 7:3  Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende; maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid. 

Priester naar de orde van Melchizedek

Heb 7:17  Want Hij getuigt: Gij zijt Priester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek. 

Kan enig mens zulk een priester zijn geweest?

Ezr 2:61  En van de kinderen der priesteren, de kinderen van Habaja, de kinderen van Koz, de kinderen van Barzillai, die van de dochteren van Barzillai, den Gileadiet, een vrouw genomen had, en naar hun naam genoemd was. 
Ezr 2:62  Dezen zochten hun register, onder degenen, die in het geslachtsregister gesteld waren, maar zij werden niet gevonden; daarom werden zij als onreinen van het priesterdom geweerd. 

Niet de Vader

Heb 7:3  Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende; maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid. 

Joh_1:18  Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard. (maar Abraham zag Hem wel)

Niet de Zoon

In de dagen was Hij nog niet geboren uit Mirjam, maar Hij manifesteerde Zich als zijnde aan de Zoon van YHVH gelijk geworden – Hebr 7:3. Een gegeven wat ik in een brochure vond en wat direct een dieper inzicht gaf.

Hij is was, is en zal zijn

Heb_13:8 Yeshua haMasshiach is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid.

Hebr 7:3 ……maar den Zoon van God gelijk geworden zijnde, blijft hij een priester in eeuwigheid. 

Gekomen voor de verlorenen

Door Deze hebben wij deel aan de erfenis en mogen wij ons erfgenamen naar de belofte noemen.

Mat_15:24  Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.

Gal_3:29  En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.

Navolgers

Deu_13:4  Den HEERE, uw God, zult gij navolgen, en Hem vrezen, en Zijn geboden zult gij houden, en Zijn stem gehoorzaam zijn, en Hem dienen, en Hem aanhangen.

1Pe_2:21  Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Yeshua haMasshiach voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen;

Mat_10:6  Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels.

In de bres staan

Isa_41:28  Want Ik zag toe, maar er was niemand, zelfs onder dezen, maar er was geen raadgever, dat Ik hen zou vragen, en zij Mij antwoord geven zouden.

Isa_63:5  En Ik zag toe, en er was niemand die hielp; en Ik ontzette Mij, en er was niemand, die ondersteunde; daarom heeft Mijn arm Mij heil (Yeshua) beschikt, en Mijn grimmigheid heeft Mij ondersteund,

Eph 6:10-20  Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte Zijner macht. 
Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels. 
Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. 
Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven. 
Staat dan, uw lenden omgord hebbende met de waarheid, en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid; 
En de voeten geschoeid hebbende met bereidheid van het Evangelie des vredes; 
Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen. 
En neemt den helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord. 
Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in den Geest,

en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen; 

En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken; 
Waarover ik een gezant ben in een keten, opdat ik in hetzelve vrijmoediglijk moge spreken, gelijk mij betaamt te spreken. 
Rom_8:26  En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.

1Th_5:25  Broeders, bidt voor ons.
2Th_3:1  Voorts, broeders, bidt voor ons, opdat het Woord des Heeren zijn loop hebbe, en verheerlijkt worde, gelijk ook bij u;

Gen_25:21  En Izak bad den HEERE zeer in de tegenwoordigheid van zijn huisvrouw; want zij was onvruchtbaar; en de HEERE liet zich van hem verbidden, zodat Rebekka, zijn huisvrouw, zwanger werd.

Het gebed van Yeshua in Joh 17:20  En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen. 
Joh 17:21  Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. 
Joh 17:22  En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; 

Hoe groot zijt Gij!

 


Een reactie plaatsen

Wie is Israel?

Exo 12:38  En veel vermengd volk trok ook met hen op, en schapen, en runderen, gans veel vee. .

Exo 12:49  Enerlei wet zij voor den ingeborene, en den vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert.

Exo 13:3  Verder zeide Mozes tot het volk (is dat inclusief het vermengde volk of zonder hen?)

Exo 13:18  Maar God/Elohim leidde het volk om

Het volk…is dat inclusief het vele vermengde volk of zonder hén?

Exo 14:1  Toen sprak de HEERE/YHVH tot Mozes, zeggende: 
Exo 14:2  Spreek tot de kinderen Israels, dat zij wederkeren, en zich legeren voor Pi-hachiroth, tussen Migdol en tussen de zee, voor Baal-zefon; daar tegenover zult gij u legeren aan de zee. 
Exo 14:3  Farao dan zal zeggen van de kinderen Israels: Zij zijn verward in het land; die woestijn heeft hen besloten. 

Spreek tot de kinderen Israels… is dat inclusief het vele vermengde volk of zonder hen?

Of worden zij apart genoemd?

Of doelt YHVH hier dat zij gezien de wet die zij gehoorzamen gelijk als de ingeboren Israelieten zijn en dus niet apart genoemd worden?

Exo 14:10  Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israels hun ogen op..

hieven de kinderen Israels hun ogen op…waarom wordt het veel vermengde volk niet apart vermeld?

Exo 14:22  En de kinderen Israels ( inclusief en niet apart vermeld het veel vermengde volk) zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand. 

Wanneer u verder leest, blijft het veel vermengde volk in één adem genoemd te worden als kinderen Israel… zie!

Exo 19:1  In de derde maand, na het uittrekken der kinderen Israels uit Egypteland, ten zelfden dage kwamen zij in de woestijn Sinai. 
Exo 19:2  Want zij togen uit Rafidim, en kwamen in de woestijn Sinai, en zij legerden zich in de woestijn; Israel nu legerde zich aldaar tegenover dien berg. 
Exo 19:3  En Mozes klom op tot God. En de HEERE/YHVH riep tot hem van den berg, zeggende: Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israels verkondigen: Exo 19:4  Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen, en u tot Mij gebracht heb. 
Exo 19:5  Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; 
Exo 19:6  En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult. 

Exo 19:8  Toen antwoordde al het volk gelijkelijk, en zeide: Al wat de HEERE/YHVH gesproken heeft, zullen wij doen! En Mozes bracht de woorden des volks weder tot den HEERE/YHVH. 
Exo 19:9  En de HEERE/YHVH zeide tot Mozes: Zie, Ik zal tot u komen in een dikke wolk, opdat het volk hore, als Ik met u spreek, en dat zij ook eeuwiglijk aan u geloven. Want Mozes had den HEERE/YHVH de woorden des volks verkondigd. 

Wat wij uit deze woorden kunnen opmaken is dat de vreemdeling, die oorspronkelijk niet uit de een van de stammen afkomstig was, eveneens Israel werd door de voorschriften van YHVH te gehoorzamen.

Lev_24:22  Enerlei recht zult gij hebben; zo zal de vreemdeling zijn, als de inboorling; want Ik ben YHVH, uw God/Elohim!
Num_9:14  En wanneer een vreemdeling bij u als vreemdeling verkeert, en hij het pascha YHVH ook houden zal, naar de inzetting van het pascha, en naar zijn wijze, alzo zal hij het houden; het zal enerlei inzetting voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling en den inboorling des lands.
Num_15:15  Gij, gemeente, het zij ulieden en den vreemdeling, die als vreemdeling bij u verkeert, enerlei inzetting: ter eeuwige inzetting bij uw geslachten, gelijk gijlieden, alzo zal de vreemdeling voorYHVH’s aangezicht zijn.
Num_15:16  Enerlei wet en enerlei recht zal ulieden zijn, en den vreemdeling, die bij ulieden als vreemdeling verkeert.

We kunnen hieruit vaststellen dat de vreemdeling geen vreemdeling blijft, maar opgenomen wordt in het huisgezin van YHVH.

Hoe komt het dat wij onderscheid blijven maken, terwijl het geschreven Woord van YHVH het vele vermengde volk als de Israelieten rekent?

Hoe komt het dat er zo’n weerstand is, dat wij door Yeshua Abrahams zaad zijn en naar de beloftenis erfgenamen?

Dat wij naar de belofte nazaten van Yosef, Israel zijn, zo moeilijk te bevatten?

De Vader bouwt een huis voor Zich onder Zijn leiding, onder Zijn condities en wanneer al het volk, inclusief het vele vermengde volk eenparig zegt “wij zullen doen” zeggen zij ja op het huwelijksverbond.

Bedenk dat de Vader Zijn geschreven Woord openbaart door Zijn Geest, niet door het begrijpen van het verstand of aanzien wat voor ogen is…

Er is veel verwarring ontstaan door leringen die het geopenbaarde tegenstaan.

Voor alle openbaringen in het verleden tot nu toe ging verwarring en verdeeldheid aan vooraf,

maar de Vader gaat het doen. Hij zal beide “houten”  Zelf en op Zijn tijd en wijze één maken in Zijn Hand. Mijns inziens gaat dat alleen gebeuren door de werking van Zijn Geest, omdat Hij het eenzijdige verbond sloot met Abraham.

Gen 15:7  Voorts zeide Hij tot hem: Ik ben de HEERE, Die u uitgeleid heb uit Ur der Chaldeen, om u dit land te geven, om dat erfelijk te bezitten. 
Gen 15:8  En hij zeide: Heere, HEERE! waarbij zal ik weten, dat ik het erfelijk bezitten zal? 
Gen 15:9  En Hij zeide tot hem: Neem Mij een driejarige vaars, en een driejarige geit, en een driejarigen ram, en een tortelduif, en een jonge duif. 
Gen 15:10  En hij bracht Hem deze alle, en hij deelde ze middendoor, en hij leide elks deel tegen het andere over; maar het gevogelte deelde hij niet. 
Gen 15:11  En het wild gevogelte kwam neder op het aas; maar Abram joeg het weg. 
Gen 15:12  En het geschiedde, als de zon was aan het ondergaan, zo viel een diepe slaap op Abram; en ziet, een schrik, en grote duisternis viel op hem. 
Gen 15:13  Toen zeide Hij tot Abram: Weet voorzeker, dat uw zaad vreemd zal zijn in een land, dat het hunne niet is, en zij zullen hen dienen, en zij zullen hen verdrukken vierhonderd jaren. 
Gen 15:14  Doch Ik zal het volk ook rechten, hetwelk zij zullen dienen; en daarna zullen zij uittrekken met grote have. 
Gen 15:15  En gij zult tot uw vaderen gaan met vrede; gij zult in goeden ouderdom begraven worden. 
Gen 15:16  En het vierde geslacht zal herwaarts wederkeren; want de ongerechtigheid der Amorieten is tot nog toe niet volkomen. 
Gen 15:17  En het geschiedde, dat de zon onderging en het duister werd, en ziet, daar was een rokende oven en vurige fakkel, die tussen die stukken doorging. 
Gen 15:18  Ten zelfden dage maakte de HEERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath: 

Gen 17:1  Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht! 
Gen 17:2  En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans zeer vermenigvuldigen. 
Gen 17:3  Toen viel Abram op zijn aangezicht, en God sprak met hem, zeggende: 
Gen 17:4  Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u; en gij zult tot een vader van menigte der volken worden! 
Gen 17:5  En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken. 
Gen 17:6  En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. 
Gen 17:7  En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. 
Gen 17:8  En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaan, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn. 

Eze 37:15  Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: 
Eze 37:16  Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israels, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraim, en van het ganse huis Israels, zijn metgezellen. 
Eze 37:17  Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot een worden in uw hand. 
Eze 37:18  En wanneer de kinderen uws volks tot u zullen spreken, zeggende: Zult gij ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn? 
Eze 37:19  Zo spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE/YHVH: Ziet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraims hand geweest is, en van de stammen Israels, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen een worden in Mijn hand. 

Wat ik er zelf uit op maken kan, is dat YHVH een volk naar Zijn belofte koos onder Zijn voorwaarden. Daar begon Hij mee in Gan Eden. Daar kunnen mensen bij zijn die qua geboorte ingeborenen zijn, maar ook zij, die eertijds vreemdelingen waren. Voorbeelden te over. Met Abraham sloot Hij een eenzijdig verbond. Straks op Zijn tijd gaat Hij dat volk naar de belofte fysiek verzamelen, die nu al geestelijk één zijn met elkaar door Zijn inwonende Geest.

Beproef mijn woorden!

 

 

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Tót…

 

Er is iets bijzonders met het woordje “tót”..

Totdat Silo komt… Tot op  Johannes/Yochanan…tot op Yeshua…

Dit duidt iets aan dat er iets anders bijkomt of dat er iets stopt óf…?

In Galaten 3: 16 zagen we dat de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad is gesproken en dan zien we iets bijzonders, dat het uit dat Ene Zaad komt. Herinnert dat niet aan:  Isa_11:1  Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isai, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen.
Isa_53:2  Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.

Eén! Vaders scheppingsplan op de aarde spiegelt zich aan het hemelse.

Mal 2:14  Gij nu zegt: Waarom? Daarom dat de HEERE/YHVH een Getuige geweest is, tussen u en tussen de huisvrouw uwer jeugd, met dewelke gij trouwelooslijk handelt; daar zij toch uw gezellin, en de huisvrouw uws verbonds is. 
Mal 2:15  Heeft Hij niet maar een gemaakt, hoewel Hij des geestes overig had? En waarom maar dien enen? Hij zocht een zaad Gods. Daarom, wacht u met uw geest, en dat niemand trouwelooslijk handele tegen de huisvrouw zijner jeugd. 

De wet was tot op Johannes: Luk_16:16  De wet en de profeten zijn tot op Johannes; van dien tijd af wordt het Koninkrijk Gods verkondigd, en een iegelijk doet geweld op hetzelve. Hiermee worden niet de tien woorden bedoeld, die als Ketuba op de berg Sinaï werden gegeven, maar het offerbestel wat na het gouden kalf ingesteld werd. Dat kunnen we opmaken uit diverse teksten in het geschreven Woord, met name in de Hebreeënbrief Heb 8:1  De hoofdsom nu der dingen, waarvan wij spreken, is, dat wij hebben zodanigen Hogepriester, Die gezeten is aan de rechter hand van den troon der Majesteit in de hemelen: 
Heb 8:2  Een Bedienaar des heiligdoms, en des waren tabernakels, welken de Heere heeft opgericht, en geen mens. 
Heb 8:3  Want een iegelijk hogepriester wordt gesteld, om gaven en slachtofferen te offeren; waarom het noodzakelijk was, dat ook Deze wat had, dat Hij zou offeren. 
Heb 8:4  Want indien Hij op aarde ware, zo zou Hij zelfs geen Priester zijn, dewijl er priesters zijn, die naar de wet gaven offeren; 
Heb 8:5  Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen, gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij den tabernakel volmaken zou: Want zie, zegt Hij, dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op den berg getoond is. 
Heb 8:6  En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is. 
Heb 8:7  Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest. 
Heb 8:8  Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israels, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; 
Heb 8:9  Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, als Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb op hen niet geacht, zegt de YHVH. En verder..

Heb 9:7  Maar in den tweeden tabernakel ging alleen de hogepriester, eenmaal des jaars, niet zonder bloed, hetwelk hij offerde voor zichzelven en voor des volks misdaden. 
Heb 9:8  Waarmede de Heilige Geest dit beduidde, dat de weg des heiligdoms nog niet openbaar gemaakt was, zolang de eerste tabernakel nog stand had; 
Heb 9:9  Welke was een afbeelding voor dien tegenwoordigen tijd, in welken gaven en slachtofferen geofferd werden, die dengene, die den dienst pleegde, niet konden heiligen naar het geweten; 
Heb 9:10  Bestaande alleen in spijzen, en dranken, en verscheidene wassingen en rechtvaardigmakingen des vleses, tot op den tijd der verbetering opgelegd. 
Heb 9:11  Maar Christus, de Hogepriester der toekomende goederen, gekomen zijnde, is door den meerderen en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel, 
Heb 9:12  Noch door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende. 
Heb 9:13  Want indien het bloed der stieren en bokken, en de as der jonge koe, besprengende de onreinen, hen heiligt tot de reinigheid des vleses; 
Heb 9:14  Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen? 
Heb 9:15  En daarom is Hij de Middelaar des nieuwen testaments, opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening der overtredingen, die onder het eerste testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der eeuwige erve ontvangen zouden. 
Heb 9:16  Want waar een testament is, daar is het noodzaak, dat de dood des testamentmakers tussen kome; 
Heb 9:17  Want een testament is vast in de doden, dewijl het nog geen kracht heeft, wanneer de testamentmaker leeft. 
Heb 9:18  Waarom ook het eerste niet zonder bloed is ingewijd. 
Heb 9:19  Want als al de geboden, naar de wet van Mozes, tot al het volk uitgesproken waren, nam hij het bloed der kalveren en bokken, met water, en purperen wol, en hysop, besprengde beide het boek zelf, en al het volk, 
Heb 9:20  Zeggende: Dit is het bloed des testaments, hetwelk God aan ulieden heeft geboden. 
Heb 9:21  En hij besprengde desgelijks ook den tabernakel, en al de vaten van den dienst met het bloed. 
Heb 9:22  En alle dingen worden bijna door bloed gereinigd naar de wet, en zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving. 
Heb 9:23  Zo was het dan noodzaak, dat wel de voorbeeldingen der dingen, die in de hemelen zijn, door deze dingen gereinigd werden, maar de hemelse dingen zelve door betere offeranden dan deze. 
Heb 9:24  Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom, dat met handen gemaakt is, hetwelk is een tegenbeeld van het ware, maar in den hemel zelven, om nu te verschijnen voor het aangezicht van God voor ons; 
Heb 9:25  Noch ook, opdat Hij Zichzelven dikwijls zou opofferen, gelijk de hogepriester alle jaar in het heiligdom ingaat met vreemd bloed; 
Heb 9:26  (Anders had Hij dikwijls moeten lijden van de grondlegging der wereld af) maar nu is Hij eenmaal in de voleinding der eeuwen geopenbaard, om de zonde te niet te doen, door Zijnszelfs offerande. 
Heb 9:27  En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel; 
Heb 9:28  Alzo ook Christus, eenmaal geofferd zijnde, om veler zonden weg te nemen, zal ten anderen male zonder zonde gezien worden van degenen, die Hem verwachten tot zaligheid. 

Tot op Johannes. Dat begrip wordt in de Galatenbrief hoofdstuk 4 goed uitgelegd. Wij waren tot op Johannes een kind, omdat de wet nog niet volmaakt was. Yeshua moest eerst komen om die om te zetten, naar een andere functie.

Gal 4:1  Doch ik zeg, zo langen tijd als de erfgenaam een kind is, zo verschilt hij niets van een dienstknecht, hoewel hij een heer is van alles; 
Gal 4:2  Maar hij is onder voogden en verzorgers, tot den tijd van den vader te voren gesteld. 
Gal 4:3  Alzo wij ook, toen wij kinderen waren, zo waren wij dienstbaar gemaakt onder de eerste beginselen der wereld. 

Gal 4:4  Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft Elohim Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet; 

Gal 4:5  Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden. 

Zoonschap in plaats van dienstknecht

Gal 4:6  En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader
Gal 4:7  Zo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus. 
Gal 4:8  Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden zijn; 
Gal 4:9  En nu, als gij God kent, ja, veelmeer van God gekend zijt, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen? (Galaten 3:1)
Gal 4:10  Gij onderhoudt dagen, en maanden, en tijden, en jaren. 
Gal 4:11  Ik vrees voor u, dat ik niet enigszins tevergeefs aan u gearbeid heb. 
Gal 4:12  Weest gij als ik, want ook ik ben als gij; broeders, ik bid u; gij hebt mij geen ongelijk gedaan. 
Gal 4:13  En gij weet, dat ik u door zwakheid des vleses het Evangelie de eerste maal verkondigd heb; 
Gal 4:14  En mijn verzoeking, die in mijn vlees geschiedde, hebt gij niet veracht noch verfoeid; maar gij naamt mij aan als een engel Gods, ja, als Yeshua haMasshiach. 
Gal 4:15  Welke was dan uw gelukachting? Want ik geef u getuigenis, dat gij, zo het mogelijk ware, uw ogen zoudt uitgegraven, en mij gegeven hebben. 
Gal 4:16  Ben ik dan uw vijand geworden, u de waarheid zeggende? 
Gal 4:17  Zij ijveren niet recht over u; maar zij willen ons uitsluiten, opdat gij over hen zoudt ijveren. 
Gal 4:18  Doch in het goede te allen tijd te ijveren is goed, en niet alleenlijk, als ik bij u tegenwoordig ben; 
Gal 4:19  Mijn kinderkens, die ik wederom arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in u krijge. 
Gal 4:20  Doch ik wilde, dat ik nu tegenwoordig bij u ware, en mijn stem mocht veranderen; want ik ben in twijfel over u. 
Gal 4:21  Zegt mij, gij, die onder de wet wilt zijn, hoort gij de wet niet? 

Gal 4:22  Want er is geschreven, dat Abraham twee zonen had, een uit de dienstmaagd, en een uit de vrije. 
Gal 4:23  Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis; 
Gal 4:24  Hetwelk dingen zijn, die andere beduiding hebben; want deze zijn de twee verbonden; het ene van den berg Sina, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Agar; 
Gal 4:25  Want dit, namelijk Agar, is Sina, een berg in Arabie, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen. 
Gal 4:26  Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. 

Gal 4:27  Want er is geschreven: Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij, die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame zijn veel meer, dan dergene, die den man heeft. (Jes 54; Ps 68: 7) 
Gal 4:28  Maar wij, broeders, zijn kinderen der belofte, als Izak was. 

Gal 4:29  Doch gelijkerwijs toen, die naar het vlees geboren was, vervolgde dengene, die naar den Geest geboren was, alzo ook nu. (Strijd tussen religie en relatie)

Gal 4:30  Maar wat zegt de Schrift? Werp de dienstmaagd uit en haar zoon; want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven met den zoon der vrije. 

Gal 4:31  Zo dan, broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar der vrije. 

Ik maak uit deze teksten uit het geschreven Woord op dat we niet eerstens bij mensen te rade moeten gaan, maar doen wat Yeshua ons aanraadde, namelijk in onze binnekamer gaan en het van de Leermeester verwachten Die het ons krachtens de belofte zal gaan openbaren: Joh_14:16  En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid;
Joh_14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.
Joh_15:26  Maar wanneer de Trooster zal gekomen zijn, Dien Ik u zenden zal van den Vader, namelijk de Geest der waarheid, Die van den Vader uitgaat, Die zal van Mij getuigen.
Joh_16:7  Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden.

Een van de mensen die hier ook over spreekt is Eddie Chumney:

 

 

Beproef mijn woorden!

Shalom, Hadassah


Een reactie plaatsen

Vader’s belofte voor hen uit de volkeren

Opgevoed door ouders die naar hun beste weten mij het behoudende christelijke erfgoed gaven, maakten mij vooral bekend met de cultuur van het christelijke Westen en niet van het Oosten, alhoewel ook daar sporen naartoe of vandaan komen. Uitgeleid uit het diensthuis en op weg naar wat mij door openbaring aangewezen wordt door Zijn geschreven Woord en Zijn Geest, maakten mij tevens bewust om die ervaringen te delen, door Hemzelf aangespoord, aan dat deel waar ik uit kom, namelijk aan hen uit de volkeren. In de gelijkenis van de weggelopen jongste zoon zien we dat patroon terug. De jongste zoon heeft het verkwanseld en komt niet naar de oudste zoon, neemt er niets van over, maar is zich zeer bewust van zijn staat, nadat hij tot zichzelf en de condities van zijn gedane keuze is gekomen. Zijn oog is gericht op zijn Vader om Hem te vertellen dat hij de straf inziet en hem om vergeving wil gaan vragen. Dat is de juiste volgorde.  De Vader zal zowel met de jongste zoon alswel de oudste op Zijn eigen manier de eenheid tot stand laten komen. We hebben nodig dat we naarstig de Vader vragen wat Hij van ons verlangt zodat wij Hem niet voor de voeten lopen en voorbarig in eigen kunnen het proces ophouden. We weten de kostbare details van het hele relaas.We kunnen o.m. opmaken uit de Romeinenbrief dat de Vader een verborgen werk doet in hen die geen volk waren (Rom. 10:19; 1 Petr 2:10) Nu zou het erop kunnen lijken dat we degenen waarmee wij ons zo verbonden voelen, laten voor wie zij zijn, maar dat is gedeeltelijk waar. Ik wil de lijn van de Vader volgen Die Zelf met de andere zoon gaat praten omdat ook deze iets goed te maken heeft richting de Vader, zie oa Jer 3:8. Abba weet wat Hij zal doen om ons met de andere broer één te laten worden in Vaders huis! En onze verbondenheid met hen is een kenmerk dat wij één waren in Hem en dat ook weer gaan worden! Joh 10:16  Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder. 

I Cor 10 van af vers 1 tm 6 houdt ons een serieuze les voor ogen. Hoe vaak hebben wij het gelezen en ons niet beseft dat het woord “onze” te maken heeft met de belofte? 1Co 10:1  En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn;  Abba YHVH ziet ons als een deel van de gehele natie, niet naar afkomst alleen,maar zeker door belofte en dat wil ik met u gaan doorlopen. “En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden…”(vers 6)

Meer en meer word mij duidelijk dat de Vader een plan heeft die ons verstand te boven gaat en tevens eenvoudig begrijpelijk door in geloof aan te nemen dat Hij het langs een uitzonderlijke weg tot stand zal gaan laten komen.

Het houdt mij lieflijk bezig. Het boeit me omdat het Woord en Geest verklarend en openbarend samenwerken.

De mens werd geschapen en koos eigen weg te gaan met alle gevolgen vandien, maar ondanks dát, had de Vader een ultiem plan.

En dat brengt me in verwondering over zulk een opofferende liefde van onze Maker en Man Isa_54:5  Want uw Maker is uw Man, HEERE/YHVH der heirscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israels is uw Verlosser; Hij zal de God/Elohim des gansen aardbodems genaamd worden.

In Gan Eden voorzegd dat de Messias zou komen Gen 3:15  En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen. 

De lijn volgen van de belofte van Genesis t/m Openbaring is een boeiende bewustwording. Een paar begrippen die herhaald worden zijn: zaad, groot volk, in u gezegend, geloof, verbond, menigte der volkeren, naar de beloftenis erfgenamen, dienstbare en vrije, verlossing…

Tussen Abraham en Yeshua ligt ondermeer de zegen van Jacob/Yaacov aan de zonen van Yosef.. We zullen gaan kijken wat Abba YHVH Abraham voorzegt:

Gen 12:3  En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. (.. ..)
Gen 13:15  Want al dit land, dat gij ziet, zal Ik u geven, en aan uw zaad, tot in eeuwigheid.
Gen 13:16 En Ik zal uw zaad stellen als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zal kunnen tellen, zal ook uw zaad geteld worden.
Gen 13:17  Maak u op, wandel door dit land, in zijn lengte en in zijn breedte; want Ik zal het u geven. (.. )Gen 15:3  Voorts zeide Abram: Zie, mij hebt Gij geen zaad gegeven, en zie, de zoon van mijn huis zal mijn erfgenaam zijn! 

Gen 15:4  En ziet, het woord des HEEREN/YHVH was tot hem, zeggende: Deze zal uw erfgenaam niet zijn; maar die uit uw lijf voortkomen zal, die zal uw erfgenaam zijn. {Belofte}

Gen 15:5  Toen leidde Hij hem uit naar buiten, en zeide: Zie nu op naar den hemel, en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot hem: Zo zal uw zaad zijn!
Gen 15:6  En hij geloofde in den HEERE/YHVH; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid. {Y
HVH maakt een eenzijdig verbond met Abraham, waarin wij kunnen zien dat het van Vaders kant een weloverwogen keuze is}

In hoofdstuk 16 slaat het ongeloof toe en Abraham gaat in op de wens van Sarah om bij Hagar een zoon te verwekken, maar dat was niet de zoon der belofte uit welke dat grote beloofde (naar Vaders  keuze)volk zou komen. Abraham moet later deze zoon wegzenden en beide vrouwen worden later als voorbeeld gebruikt in

Gal 4:23  Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis; 

In hoofdstuk 17 herinnert YHVH Abraham aan het verbond wat Hij eenzijdig met hem gesloten heeft en weer herinnert Hij hem eraan dat hij een groot volk zal worden. Hier ligt de belofte  en een geheimenis…Gen 17:1  Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht! 
Gen 17:2  En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans zeer vermenigvuldigen. 
Gen 17:3  Toen viel Abram op zijn aangezicht, en God sprak met hem, zeggende: 
Gen 17:4  Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u; en gij zult tot een vader van menigte der volken worden! 
Gen 17:5  En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken. 
Gen 17:6  En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. 
Gen 17:7  En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u. 
Gen 17:8  En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaan, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn. 
Gen 17:9  Voorts zeide God tot Abraham: Gij nu zult Mijn verbond houden, gij, en uw zaad na u, in hun geslachten. 
Gen 17:10  Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij, en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde. 

Gen 17:16  Want Ik zal haar zegenen, en u ook uit haar een zoon geven; ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal: koningen der volken zullen uit haar worden! 

Er ligt een hele les in besloten wanneer wij de geschiedenis van de Hebreeër Abraham bestuderen..Daarin kunnen we kostbare schatten vinden wanneer we de lijn der belofte zoeken.

Terug naar Genesis 48 alwaar iets bijzonders gebeurt en waarom de term “zonen van Yosef” niet vreemd is voor hen die naar de beloftenis erfgenamen zijn.

Inleiding..Gen 48:8  En Israel zag de zonen van Jozef, en zeide: Wiens zijn deze? 
Gen 48:9  En Jozef zeide tot zijn vader: Zij zijn mijn zonen, die mij God hier gegeven heeft. En hij zeide: Breng hen toch tot mij, dat ik hen zegene! 
Gen 48:10  Doch de ogen van Israel waren zwaar van ouderdom; hij kon niet zien; en hij deed hen naderen tot zich; toen kuste hij hen, en omhelsde hen. 
Gen 48:11  En Israel zeide tot Jozef: Ik had niet gemeend uw aangezicht te zien; maar zie, God heeft mij ook uw zaad doen zien! 
Gen 48:12  Toen deed hen Jozef uitgaan van zijn knieen; en hij boog zich voor zijn aangezicht neder ter aarde. 

Gen 48:13  En Jozef nam die beiden, Efraim met zijn rechterhand, tegenover Israels linkerhand, en Manasse met zijn linkerhand, tegenover Israels rechterhand, en hij deed hen naderen tot hem. 
Gen 48:14  Maar Israel strekte zijn rechterhand uit, en leide die op het hoofd van Efraim, hoewel hij de minste was, en zijn linkerhand op het hoofd van Manasse; hij bestierde zijn handen verstandelijk; want Manasse was de eerstgeborene. 

Gen 48:15  En hij zegende Jozef, en zeide: De God, voor Wiens aangezicht mijn vaders, Abraham en Izak, gewandeld hebben, die God, Die mij gevoed heeft, van dat ik was, tot op dezen dag; 
Gen 48:16  Die Engel, Die mij verlost heeft van alle kwaad, zegene deze jongeren, en dat in hen mijn naam genoemd worde, en de naam mijner vaderen, Abraham en Izak, en dat zij vermenigvuldigen als vissen in menigte, in het midden des lands! 
Gen 48:17  Toen Jozef zag, dat zijn vader zijn rechterhand op het hoofd van Efraim leide, zo was het kwaad in zijn ogen, en hij ondervatte zijns vaders hand, om die van het hoofd van Efraim op het hoofd van Manasse af te brengen. 
Gen 48:18  En Jozef zeide tot zijn vader: Niet alzo, mijn vader! want deze is de eerstgeborene; leg uw rechterhand op zijn hoofd. 
Gen 48:19  Maar zijn vader weigerde het, en zeide: Ik weet het, mijn zoon! ik weet het; hij zal ook tot een volk worden, en hij zal ook groot worden; maar nochtans zal zijn kleinste broeder groter worden dan hij, en zijn zaad zal een volle menigte van volkeren worden
Gen 48:20  Alzo zegende hij ze te dien dage, zeggende: In u zal Israel zegenen, zeggende: God zette u als Efraim en als Manasse! En hij zette Efraim voor Manasse.(Jer 31:9)

Zo zien we Abraham, de vader van een menigte der volkeren, gevolgd door Efraim, die niet de vleselijke eerstgeborene was en toch van Jacob, door YHVH’s besluit als beloofde eerstgeborene werd gezegend met een eerstgeboortebelofte…zie het vorige vers. Over eerstgeborene en het karakter valt ook veel te zeggen. Een bijzonder boekje hierover is http://docplayer.nl/30227732-Het-eerstgeboorterecht-door-ephraim-and-rimona-frank.html

Wanneer we dan een hele tijd later kijken naar de belofte dat Messias Yeshua, de Eerstgeborene ( van af 1 Koll. 1:13 ev; Op 1:5) zou komen om de gesloten Deur te openen naar de Vader. een daad van een Eerstgeborene, dan kunnen we gaan beseffen dat afkomst op zich geen belofte tot stand zal laten komen.

De belofte lijn is een unieke beslissing van de Allerhoogste om Zijn plan volvoerd te krijgen, niet naar de mens, maar naar Zijn welbehagen en ook weer zó, dat een ieder die op Zijn voorwaarden ingaat, antwoord krijgt.

Er is een gezegde dat vele eersten de laatsten zijn en ook dat vinden we in het Woord terug, maar daar gaan we nu niet op door…

Yeshua welke verkondigde dat Hij niet dan voor de verloren schapen van het huis Israels gekomen is, ook daar ligt een geheimenis verborgen.. Jer_50:6  Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.
Mat_10:6  Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels.
Mat_15:24  Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.

Ik wil u meenemen naar de Galatenbrief, met name hoofdstuk 3 en 4:

In hoofdstuk 3 wordt in kort bestek vastgesteld dat de strijd tussen vlees/eigengerechtigheid en geest/ gewillig gehoorzaam niet nieuw is. Wanneer we de beloftelijn volgen, zien we het verschil tussen religie  en relatie.

Onderstaande woorden groeien naarmate de betekenis duidelijker wordt:

Gal 3:6  Gelijkerwijs Abraham Gode geloofd heeft, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend; 
Gal 3:7  Zo verstaat gij dan, dat degenen, die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn
Gal 3:8  En de Schrift, te voren ziende, dat God de heidenen uit het geloof zou rechtvaardigen, heeft te voren aan Abraham het Evangelie verkondigd, zeggende: In u zullen al de volken gezegend worden. 
Gal 3:9  Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham.  (..)

Gal 3:16  Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een: En uw zade; hetwelk is Yeshua. 

Ziet u hierboven?! De lijn der belofte komt hier samen in die Ene . Gal 3:16  Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een (enkelvoud): En uw zade; hetwelk is Yeshua. 

Elk vers in Galaten 3 is niet los te zien zonder de voorgaande…daarom nodig ik u uit het hele hoofdstuk te lezen.

Gal 3:18  Want indien de erfenis uit de wet is, zo is zij niet meer uit de beloftenis; maar God heeft ze Abraham door de beloftenis genadiglijk gegeven. 
(.. ..)
Gal 3:20  En de Middelaar is niet Middelaar van een, maar God is een. 
(.. ..)
Gal 3:22  Maar de Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Yeshuas aan de gelovigen zou gegeven worden. 
Gal 3:23  Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden. ( Wie nam Yeshua mee nadat Hij opgestaan was uit de dood?)
Gal 3:24  Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Yeshua, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden. 
Gal 3:25  Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester. 
Gal 3:26  Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Yeshua. 
Gal 3:27  Want zovelen als gij in Yeshua gedoopt zijt, hebt gij Yeshua aangedaan. 
Gal 3:28  Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Yeshua. ( Ef 2:14)
Gal 3:29  En indien gij van Yeshua zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen. 

Gal 4:1  Doch ik zeg, zo langen tijd als de erfgenaam een kind is, zo verschilt hij niets van een dienstknecht, hoewel hij een heer is van alles; 
Gal 4:2  Maar hij is onder voogden en verzorgers, tot den tijd van den vader te voren gesteld. 
Gal 4:3  Alzo wij ook, toen wij kinderen waren, zo waren wij dienstbaar gemaakt onder de eerste beginselen der wereld. (..)Gal 4:6  En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader! 
Gal 4:7  Zo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus. 
Gal 4:8  Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden zijn; (..) Gal 4:22  Want er is geschreven, dat Abraham twee zonen had, een uit de dienstmaagd, en een uit de vrije. 
Gal 4:23  Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis; 
Gal 4:24  Hetwelk dingen zijn, die andere beduiding hebben; want deze zijn de twee verbonden; het ene van den berg Sina, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Agar; 
Gal 4:25  Want dit, namelijk Agar, is Sina, een berg in Arabie, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen. 
Gal 4:26  Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. 
Gal 4:27  Want er is geschreven: Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij, die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame zijn veel meer, dan dergene, die den man heeft. (Jes 54)
Gal 4:28  Maar wij, broeders, zijn kinderen der belofte, als Izak was. (..)
Gal 4:31  Zo dan, broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar der vrije. 

Heel het geschreven Levendmakende Woord getuigt van Zijn belofte, Zijn verbond en Zijn verlossing voor gans Israel. Er is nog veel meer te ontdekken…

Beproef wat ik schrijf!

Alle eer aan Hem Die het leven geeft!

 


Een reactie plaatsen

Elohim’s Womb, the Tabernacle, the Bride, and the Feasts

Zoeken naar verbanden is boeiend en soms heb je indringende gebeurtenissen nodig om er oog voor te krijgen. Recentelijk opnieuw in de Hebreeënbrief begonnen heeft mij voortschrijdend inzicht gebracht en dat brengt behoefte naar dieper liggende zaken die zo op het oog niet te vinden zijn.

Blij ben ik dat het volkje Israel naar de belofte niet verlaten is, maar gevoed wordt in de wildernis, net als toen.

1Cor 10: 1 En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; 
1Co 10:2  En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; 
1Co 10:3  En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; 
1Co 10:4  En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Yeshua. 
1Co 10:5  Maar in het meerder deel van hen heeft YHVH geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen. 
1Co 10:6  En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben. 

 

Na het lezen van een artikel met de intrigerende titel Sukkot verborgen in de schaduw van YHVH, https://graceintorah.net/2018/10/03/sukkot-hidden-in-the-shade-of-god/

kwam ik een video tegen met de wederom intrigerende titel

“God’s Womb, the Tabernacle, the Bride, and the Feasts” van John Diffenderfer, waarbij ik notities maakte gedurende het beluisteren ervan.

-3000 mensen stierven na de zonde met het gouden kalf

-Na het gouden kalf kwam de uiterlijke tabernakel, de offers, de uiterlijke priestertaak en al deze extra lagen omdat de mens gevallen was. De priestertaak, de tabernakel en al deze zaken waren er niet direct vanaf de uittocht en duizenden jaren later toen in de upperroom de Ruach haKodesh naar beneden kwam en machtigt de Bruid net als Mirjam, die overschaduwt werd door Ruach, omdat Hij Zijn Bruid kende zoals in het eerste huwelijk Adam zijn Chava als zijn enige vrouw kende en Ruach haKodesh Mirjam kende zodat zij de moeder gemachtigd werd de moder van yeshua te worden,

zo werden

-3000 terug geplaatst in het Lichaam/Bruid door behoudenis, nadat Yeshua opgevaren was naar shamayim en de bruid gemachtigd werd.

-Zonder deze waarheid/herstel door Ruach haKodesh is een feest en bijeenkomst leeg…Het verbond begint daar waar de Ruach haKodesh in het spel komt en bijzonder werkzaam is.

-Chava werd van de zijde genomen en dat woord wordt 40 keer gebruikt bij oa de tabernakel, de tempel en het symboliseert de baarmoeder waardoor zaad vermenigvuldigd wordt tot wezens.

-Tabernakel is een beeld van de baarmoeder. het dak van de tabernakel heeft vier lagen, de huidlagen voordat men  in de baarmoeder is, ook vier.

-Waarom denk je dat oorlogen van Satan gaat om de lichamen van de vrouw? Over abortus, degradaties, noem maar op, waarom is het zo belangrijk voor Satan…omdat daar het leven begint! Het is t dichtste bij van wat schriftuurlijk gebeurt. Hebreeuwse woord voor genade is Rahama en is het zelfde woord voor baarmoeder

-Zonder intimiteit krijg je geen relatie en vruchtbaarheid. Zonder bruid te willen worden geen van de zegeningen, omdat Hij geen vrienden zoekt,maar een Bruid.

NB Men kan er nederlandse ondertiteling bij krijgen door naar de instellingen te gaan en daar de betreffende taal te kiezen.