Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Leren danken door vertrouwen

Isa 50:10  Wie is er onder ulieden, die YHVH/den HEERE vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam YHVHs/des HEEREN, en steune op zijn God. 

Hab 3:17  Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal;
Hab 3:18  Zo zal ik nochtans in YHVH,den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils.
Hab 3:19  YHVH is mijn Sterkte; en Hij zal mijn voeten maken als der hinden, en Hij zal mij doen treden op mijn hoogten. Voor den opperzangmeester op mijn Neginoth.

Mij staat een soort gelijkenis, het was een droom die iemand had en dat ging over danken. Danken wanneer je geen hand voor ogen ziet. De persoon in kwestie zag een ladder en daar klommen veel mensen op omdat ze op de begane grond zicht hadden wat er bovenaan de ladder afspeelde. Het trok hen aan en daarom begonnen ze de ladder te beklimmen. In het begin heel enthousiast, mede door hun voornemen. Wat ze zich niet realiseerden, was dat het zicht naar boven gaandeweg verdween door een dikke mist en velen verloren gaandeweg de dikker wordende mist ook hun motivatie. En zo draaiden velen om.

Degeen die de droom kreeg, realiseerde zich, dat wanneer hij zou gaan klimmen, hij ook de mist zou gaan ontmoeten. Het eerste stuk ging prima en hij schoot op. Naarmate hij de mist naderde, merkte hij dat ook zijn motivatie afnam. Maar hij ploeterde door. Het was adembenemend haast om af te haken,maar iets in hem gaf aan door te zetten. Boven de mist werd hij als het ware verwelkomd door een prachtige omgeving, waar het goed toeven was. Daarna werd hij wakker en de uitleg die hij kreeg was als volgt:

“In het begin is het voor gelovigen makkelijk om voor alles te danken, maar wanneer er moeilijkheden op hun pad komen, dreigen deze de overhand te krijgen. Men worstelt al vragend en begrijpt niet waarom dat lastige op hun pad kwam. De mist kan alles betekenen, maar men kan daar alleen maar doorheen komen, wanneer men zich niet laat afleiden maar blijft danken, ongeacht de situatie”

1Th_5:18  Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Yeshua de Messias/Christus Jezus over u.

Th 5:18  InG1722 every thingG3956 give thanks:G2168 forG1063 thisG5124 is the willG2307 of GodG2316 inG1722 ChristG5547 JesusG2424 concerningG1519 you.G5209 

In G1722
ἐν
en
en
A primary preposition denoting (fixed) position (in place, time or state), and (by implication) instrumentality (medially or constructively), that is, a relation of rest (intermediate between G1519 and G1537); “in”, at, (up-) on, by, etc.: – about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-) by (+ all means), for (. . . sake of), + give self wholly to, (here-) in (-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-) on, [open-] ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, [speedi-] ly, X that, X there (-in, -on), through (-out), (un-) to(-ward), under, when, where (-with), while, with (-in). Often used in compounds, with substantially the same import; rarely with verbs of motion, and then not to indicate direction, except (elliptically) by a separate (and different) prep.

every thingG3956
πᾶς
pas
pas
Including all the forms of declension; apparently a primary word; all, any, every, the whole: – all (manner of, means) alway (-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no (-thing), X throughly, whatsoever, whole, whosoever.

Zou het zo kunnen zijn, dat te sneller wij het danken onder alle omstandigheden leren, wij te gauwer door de mist heen zijn?

De droom gaf aan dat de mist geen blijvende zaak was, maar een keer ophield. Net of het zicht zolang onthouden werd totdat de noodzakelijke “oefening” geleerd werd. Een inprenting waarop altijd terug kon worden gekeken als een directory die bruikbaar bleef.

Zou et te maken hebben met de groei naar een zekere volwassenheid in het geloof? Zodat de discipel voor andere diensten ingezet kan worden in de levensschool van de Vader?

Terwijl wij leren, mogen wij al delen van wat wij aan ervaringen samen met Hem hebben vergaard. Om zo anderen van dienst te kunnen zijn, die op hun beurt voor uitdagingen staan.

Gezien de woorden uit de Schrift (en er zijn er nog veel meer te noemen) en de genoemde droom, denk ik dat het zo werkt.

Laten wij daarom vertrouwen op de Naam van YHVH als wij in duisternissen wandelen, ongeacht of het beproevingen zijn, trauma’s of gedane zonden die ons beletten zicht te hebben. Hij gaat het licht geven wanneer wij Zijn raad opvolgen, zodat wij ermee aan de slag kunnen gaan.

Opspringen van vreugde in de God mijns heils is opspringen van vreugde in de God van redding= Yeshua, als er niets meer overgebleven is.

Ook voor mij een reminder, telkens weer.

Isa 57:18  Ik zie hun wegen, en Ik zal hen genezen; en Ik zal hen geleiden, en hun vertroostingen wedergeven, namelijk aan hun treurigen.
Isa 57:19  Ik schep de vrucht der lippen, vrede, vrede dengenen, die verre zijn, en dengenen, die nabij zijn, zegt de HEERE, en Ik zal hen genezen. 

Die verre zijn en die nabij zijn… een diepe belofte!

Hij zegt het!


Een reactie plaatsen

Actuele droom voor nu

Op 3 juli 1995 kreeg ik een droom, waarvan ik notie maakte door het direct op te schrijven:

“Ik werd wakker met de volgende vraag:

“Zoeken wij het Israel in Israel of juichen wij het Israel als geheel toe?”

Wakker geworden,dacht ik vervolgens: “En als wij het Israel in Israel zoeken,wat is onze houding naar het deel van Israel dat in God (YHVH) geen Israel is?”

Laten wij ons door sentiment leiden of zoeken wij oprecht Gods weg om de verloren schapen de weg van Yeshua te vertellen. Niet op christelijke, maar op bijbelse wijze?

Wat doen we met de geschonken liefde aan Israel?

Vragen we God deze liefde Zelf te gaan gebruiken opdat wij niet in de verzoeking van gevoelens (emotie) komen en die geschonken liefde onbruikbaar maken door het tot ons persoonlijk eigendom te maken?

Of vragen wij het ons niet eens meer af, waarom die bewogenheid in ons hart kwam en ledigen wij ons verdriet door te pas en te onpas mensen bewegen te kopen, te reizen, sympathie te betuigen etc?

Indien we YHVH willen dienen, laten we tot Hem gaan en Hem vragen die geschonken liefde te reinigen, zodat Hij ons bewust kan maken wat we met die liefde mogen doen.

Het verdriet blijkt dan niet te zijn de onachtzaamheid van de “christenen”, maar de ongehoorzaamheid van allemaal!

Rom 3:12  Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe. “

Psa 14:3  Zij zijn allen afgeweken, te zamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand, die goed doet, ook niet een. 

Klaagl.3: 22 Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN (YHVH), dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; 

Lam 3:23  Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot. 

Bijbels geloof, waar vinden we dat? In Israel? Bij de christenen?

Het is genade als wij het zoeken mogen. Want noch Israel, noch wij hebben van nature schriftuurlijke ijver Hem te zoeken, zodat Zijn eer openbaar komt. De eer van die verborgen werking komt YHVH toe.

Rom 11:36  Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. 

Joh 14:6  Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij. 

Joh 6:44  Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. 

Php 2:13  Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen. 

Dus die liefde in ons hart voor, gemakshalve gezegd, Israel, is de liefde die YHVH heeft en heeft gegeven. Die bewogenheid is YHVH’s bewogenheid voor dat kind. Het verdriet is YHVH’s verdriet,omdat het kind ongehoorzaam is geworden, afgeweken van Zijn Vader.

En dat geschonken verdriet mogen wij aanwenden om onze Vader te bidden die bedekking weg te nemen,op de bres te gaan staan voor dat deel in Israel, waarop YHVH Zijn hand heeft gelegd.

Dit werk is binnenkamerwerk.

Soms alleen, soms met door Hem geleidde andere gelijkgestemden. Onze Vader zoekt kwaliteit, geen kwantiteit.

Jas 5:16  Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt; een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel. 

Laten wij daarom en oprecht zoeken in het vragen wat onze houding t.a.v. dit alles moet zijn, teneinde zoveel als mogelijk is tot Zijn eer te mogen functioneren.

Ook als dat in de stilte zou zijn zonder visionele, emotionele of welke menselijke behoefte dan ook.

Wij zijn geen kinderen van YHVH om onszelf of anderen te behagen.

Al onze eigenschappen behoren Hem toe en als zodanig hebben wij onze rechten en ook onze eigen behoeftes ingeleverd.

Wij zijn in de eerste plaats kinderen van Hem om vervolgens gebruikt te kunnen en mogen worden voor Zijn plan. Dat is krachtens het verzoeningswerk van Yeshua onze status.

Voor Zijn eer!

Appelscha 3 juli 1995

@Hadassah

English translation:

On July 3, 1995, I had a dream, which I made note of by writing it down immediately.

I woke up with the following question:

“Do we look for Israel in Israel or do we applaud Israel as a whole?”

When I woke up, I then thought: “And if we look for Israel in Israel, what is our attitude towards the part of Israel that is not Israel in God (YHVH)?”

Are we guided by sentiment or are we sincerely seeking God’s way to tell the lost sheep the way of Yeshua. Not in a Christian way, but in a Biblical way?

What do we do with the love given to Israel?

Do we ask God to use this love Himself so that we do not fall into the temptation of feelings (emotion) and make that given love useless by making it our personal property?
Or do we no longer even wonder why that emotion came into our hearts and do we empty our sorrow by encouraging people to buy, travel, express sympathy, etc. at the appropriate time?

If we want to serve YHVH, let us go to Him and ask Him to cleanse that given love, so that He can make us aware of what we can do with that love.
The sorrow then turns out not to be the negligence of the “Christians”, but the disobedience of all!

Rom 3:12 They have all turned aside, and have become worthless together. There is no one who does good, neither is there one.“
Psa 14:3  They have all turned aside, and they have become stinking together; there is no one who does good, not even one.
Lamentation 3:22 Cheth. These are the mercies of the LORD (YHVH), that we are not destroyed, that his mercies have no end;
Lam 3:23  Cheth. They are all new tomorrow, Your faithfulness is great.

Biblical faith, where do we find that? In Israel? With the Christians?

It is grace if we may seek it. For neither Israel nor we have by nature Scriptural zeal to seek Him, that His glory may be made manifest. The honor of that hidden working belongs to YHVH.
Rom 11:36  For from Him, and through Him, and to Him are all things. To Him be the glory forever. Amen.
John 14:6  Jesus said unto him, I am the way, and the truth, and the life. No one comes to the Father except through Me.
John 6:44  No man can come to me, except the Father who sent me draw him; and I will raise him up at the last day.
Php 2:13  For it is God who works in you both to will and to do for His good pleasure.

So that love in our hearts for, conveniently speaking, Israel, is the love that YHVH has and has given. That compassion is YHVH’s compassion for that child. The sorrow is YHVH’s sorrow, because the child has become disobedient, deviated from His Father.
And we may use that sorrow to pray to our Father to remove that covering, to stand in the gap for that part of Israel on which YHVH has laid His hand.
This work is inside work.
Sometimes alone, sometimes with other like-minded people led by Him. Our Father seeks quality, not quantity.
Jas 5:16 Confess your trespasses to one another, and pray for one another, that you may be healed. a powerful prayer of the righteous avails much.

Let us therefore sincerely ask what our attitude towards all this should be, in order to function as much as possible for His glory.
Even if that would be in silence without visionary, emotional or any human need.
We are not children of YHVH to please ourselves or others.
All our qualities belong to Him and as such we have surrendered our rights and also our own needs.
We are first and foremost His children so that we can and may be used for His plan. That is our status by virtue of Yeshua’s atoning work.
For His glory!

Appelscha July 3, 1995


Een reactie plaatsen

Beproeft de geesten of zij uit YHVH zijn.

1Jn 4:1  Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit Yahweh zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld. 
1Jn 4:2  Hieraan kent gij den Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit Elohim; 
1Jn 4:3  En alle geest, die niet belijdt, dat Yeshua de Messias/Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld.
 

Gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten of zij uit Yahweh zijn.

Het is hoogst noodzakelijk dat wij de raad van de Vader door Zijn rechtschapen dienaren uiterst serieus gaan nemen en opnieuw nauwkeurig gaan evalueren, opruimen wat gistend is. Opdat het oprechte openbaar komt.

Hieraan ken gij de Geest van YHVH:

alle geest die belijdt dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit Elohim YHVH.

en alle geest, die NIET belijdt dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit YHVH NIET.

Laten we die sleutel gebruiken op alle info die wij voorbij zien komen op sociale media, internet, papier of gesprekken.

Het volgende is van groot belang: de tien geboden:

Ik ben YHVH,Die u uit Egypteland, uit het diensthuis hebt uitgeleid.

Gij zult GEEN andere goden voor Mijn Aangezicht hebben.

Geen menselijke wijsheid voortgesproten uit louter religie, mystiek etc.

Eigenlijk hoeft er geen uitleg over andere goden, omdat een zuiver geweten onder de Banier van Yeshua al een seintje krijgt bij het naderen van onzuiverheid.

Wanneer wij de wapenrusting van Yeshua aangorden, gaan wij beseffen dat er geen adere goden voor ZIjn Aangezicht zullen mogen komen,omdat dan onze blik vertroebeld wordt.

Hij, de Almachtige, is onze Man en Maker en net als in een zuiver huwelijk past daar geen andere geliefde in. Omdat een andere geliefde dan degeen met wie het unieke verbond is aangegaan, geen andere duldt. Dat is het geheimenis waar Paulus op wijst in Eph 5:31,32, 

Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen. 
Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente. 

1Jn 4:3  En alle geest, die niet belijdt, dat Yeshua de Messias/Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld. 

Alle geest die niet belijdt…De Ruach haKodesh komt onze geest te hulp en maakt ons indachtig alles wat Yeshua onderwezen heeft – Joh 14:26.

Wij hebben het Levende Woord, het huwelijkscontract waarmee Yeshua, Die in het vlees gekomen is en opgestaan, het unieke verbond heeft mogelijk gemaakt, waar geen ander voor Zijn Aangezicht geduld wordt.

De Vader heeft genade,maar dat is voor een tijd.

Behold He is coming!

Wanneer wij er echt ernst mee maken, gaan veel studies, leringen en in onze ogen hooggewaardeerde leraren ons geestelijk huis uit.

Waarom?

Is Abba YHVH niet bij machte het door Zijn Geest Zelf te leren? Achten wij zijn raad minder dan onze eigen-wijze manier van interpreteren?

Wanneer wij dat laatste aanhouden,doen wij hetzelfde als de meerderheid door alle eeuwen heen.

Hij wil de Eerste in ons leven zijn. Yeshua is heentgegaan opdat de Geest van Heiligheid uitgestort kon worden op de Shavuot. Abba YHVH maakte het mogelijk om opnieuw met ons van Aangezicht oto aangezicht te spreken,maar wij hebben, net als de kinderen Israels, voor onszelf Mozessen uitgezocht die het ons via via gingen uitleggen. Het gevolg was dat we heden ten dage opnieuw tussenpersonen hoger achten dan de Geest van Heiligheid Die het ons rechtstreeks wil aanreiken!

Het vernieuwde verbond, waarin een ieder volwaardig iets inbrengt van wat YHVH heeft gedaan aan diens hart en in diens leven, komt amper voor. Het is uit de comfortzone van mensen om het zelf te gaan onderzoeken en te delen aan gelijkgestemden. We zijn met zn allen min of meer doorgegaan met tussenpersonen en het is een solide uitgesleten oud karrespoor.

Dat karrespoor is voorspelbaar. Het is een religieuze vorm in een ander jasje.

Hoe anders is de raad van Yeshua aan Zijn discipelen, die niet een of andere bestuurscursus hadden gevolgd, maar van YHVH praktische geleerd en toegerust waren:

Matth 28: ‘’En Yeshua trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen…

Levensheiliging, voorbereiding geeft aan dat we wakker moeten worden, zodat we in staat zijn om ons ja “ja”te laten zijn.

We zullen op tegenstand stuiten. Nieuwe wijn gaat niet in oude zakken, bedenk dat.

Maar we hebben de Geest van Heiligheid met ons. Die zal ions indachtig maken al wat Yeshua onderwezen heeft.

Tot Zijn eer!

Beproeft mijn woorden!

 


1 reactie

Achor in Mattheüs 13?

Tussen alle vormen van invulling over hoe een en ander zou kunnen gaan, spreekt mij het over en over lezen van feiten in het Woord meer aan waar Abba YHVH spreekt over het bewaren van Zijn overblijfsel op de aarde en hoe Hij dat gaat doen, is aan Hem. Hij geeft ons kleine puzzelstukjes, en het is aan ons om Hem te vragen hoe Hij dat bedoelt.

Waar doelt Abba YHVH op als Hij in Hosea 2 spreekt over het lokken van Zijn Geliefde naar Achor?

Moeten we alles alleen maar geestelijk invullen terwijl het volk Israel na de wonderlijke verlossing uit het land Goshen bij Pi haGiroth door de zee kon wandelen en het leger van de Farao omkwam in de golven?

Was het relaas over Noach dan geestelijk toen hij de opdracht kreeg om een ark te bouwen en daar met zijn gezin in ging en de goddelozen omkwamen in de golven?

Is de raad in Mattheüs 24:15 geestelijk bedoeld? Wat dan als het toch waar is dat de verwoester overal zal komen omdat alle genoemde plaatsen in Daniël 11 toch letterlijk bedoeld zijn? Is het al eens gebeurd en gaat het opnieuw gebeuren, nu ook in het land verontreiniging heeft plaatsgevonden?

En wat te zeggen van Openbaring 12 is het slechts geestelijk dat de vrouw (volwassen in geloof) gevoed wordt op een beschermde plaats en zij die haar gehoord hebben maar niet of nauwelijks ernaar gehandeld de volle laag krijgen in de regio’s waar de draak recht heeft om te komen?

Terwijl veel leringen gaan over wegnemen van gelovigen voordat of nadat er iets staat te gebeuren, spreekt het Woord over het eerst weghalen van onkruid in de gelijkenis in Mattheüs 13.

Voor mij zijn de gebeurtenissen in zowel het Oude als Vernieuwde Verbond/Testament bevestigend en sluitend, dat de Vader Zijn overblijfsel beschermd op aarde temidden van alle tumult.

Enige puzzelstukjes geeft Hij ons en zij die dat opmerken gaan ermee aan de slag. Dat mag, ook al lopen we er misschien in enthousiasme wat meer mee weg dan de Vader bedoelt. Wanneer wij oprecht in dienst willen staan van Hem, Die alles schiep, dan komen wij voorzichtig terug en vragen naar Zijn wegen.

Eén zaak staat vast en wankelt niet. Dat is Zijn plan om een Bruid te werven, die op Hem lijkt door Zijn instructies nauwkeurig op te volgen.

Het is zaak om Zijn plan feitelijk te doorzoeken. Met feitelijk bedoel ik dat wij Zijn geschreven Woord hoger dienen te achten dan ingesleten leringen en geboden van mensen.

Zijn Woord is levend en krachtig.

Enkele hoofdstukken ter overdenking en onderzoek naar de achtergronden:

Exodus 14

Genesis 7

Hosea 2

Isa 16:3  Brengt een raad aan, houdt gericht, maakt uw schaduw op het midden van den middag, gelijk van den nacht; verbergt de verdrevenen, en meldt den omzwervende niet. 
Isa 16:4  Laat mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab! wees gij hun een schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders; want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is te niet geworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan. 
Isa 16:5  Want er zal een troon bevestigd worden in goedertierenheid, en op denzelven zal bestendig een zitten in de tent van David, een, die oordeelt en het recht zoekt, en vaardig is ter gerechtigheid. 

Daniël 11, met name vers 41:  En hij zal komen in het land des sieraads, en vele landen zullen ter nedergeworpen worden; doch deze zullen zijn hand ontkomen, Edom en Moab, en de eerstelingen der kinderen Ammons. 

Mattheüs 13

Mattheüs 24

Openbaring 12 met name 6, 14 tm 17

Een vraag voor de lezers: Welke regio wordt er met het “land des sieraads” bedoeld in vers 41?

Lees dit onderwerp met Heb_4:12  Want het Woord YHVHs/Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

NB Het begrip Achor geeft mij hoop, omdat Hij het gezegd heeft. Hij gaat geheel Israel verzamelen en let wel, niet wat wij van mensen hebben gehoord die zich eigen vaten hebben uitgehouwen, vaten die geen water (Levend Water) houden. Het Israel wat Hij gaat verzamelen, zal Zijn voorwaarden gehoorzamen en opvolgen. Lees in YHVH’s geschreven Woord wat Hij onder het woord “Israel”verstaat. Dat zullen wij alleen door Zijn Geest gaan verstaan en omarmen. Joh 14:26.

Hem zij alle eer!


.


Een reactie plaatsen

YHVH’s voorwaarden voor een opziener

Bezorgdheid voor de lammetjes onder de gelovigen en zij die van verder weg komen, bracht mij tot schrijven over de opziener, een ouderwets woord voor iemand die het geheel overzien kan. Daar valt iedereen die verantwoordelijk is voor wie er binnenkomt in zijn of haar ruimte, waaronder huis en groter, om het Woord van YHVH te horen, samen te bespreken. Naast de onder ons meest bekende gemeente, kerk, ook de nevengroepen als huisgroep.

Waar moet een opziener aan voldoen?

1Ti_3:2  Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouwe man, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren;

1Ti 3:3  Niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker; maar bescheiden, geen vechter, niet geldgierig. 
1Ti 3:4  Die zijn eigen huis wel regeert, zijn kinderen in onderdanigheid houdende, met alle stemmigheid; 
1Ti 3:5  (Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?) 
1Ti 3:6  Geen nieuweling, opdat hij niet opgeblazen worde, en in het oordeel des duivels valle. 
1Ti 3:7  En hij moet ook een goede getuigenis hebben van degenen, die buiten zijn, opdat hij niet valle in smaadheid, en in den strik des duivels. 

Tit_1:7  Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet genegen tot toornigheid, niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker;

Bescheiden, geen vechter…die zijn eigen huis wel regeert…zijn kinderen in onderdanigheid houdende met alle stemmigheid.

En wat te zeggen van vers 5!

Vers 5: Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?

Onlangs twee voorbeelden gehoord, waarvan de ene man des huizes geen verantwoordelijkheid droeg en de andere man zijn taken neerlegde omdat hij vond dat het in zijn gezin niet goed ging en hij geen goed voorbeeld kon zijn. Deze twee situaties zijn waargebeurd.

Waar vinden wij mannen en vrouwen die hun verantwoordelijkheid nemen, door nauwkeurig de voorwaarden door te nemen vanwege het voorbeeld wat zij zijn en welke verantwoordelijkheid zij hebben gekregen voor degenen die bij hen “in de leer” komen? Het van hen afkijken en dat weer door te geven aan hun gezinnen?

Ik weet van Nathan L, die geen voorganger wilde worden, maar door YHVH Zelf naar voren geschoven werd. Nathan schreef een hele lijst (1) van punten op, die men door kon nemen om te vernemen wat erbij komt kijken om opziener te zijn.

Zoals ik schreef is het de bezorgdheid dat ik tot dit schrijven kom, om de voorwaarden van YHVH te benoemen voor hen die of denken iets te starten als groep of gemeente. Daarom haal ik ter opscherping ook Ezechiël 34 aan.

In een quote van Efeze 4 vanaf vers 11 wordt aangehaald dat YHVH sommigen tot apostelen, sommigen tot apostelen, sommigen tot profeten, sommigen tot evangelisten, sommigen tot herders en sommigen tot leraars tot de volmaking der heilgen, tot het werk der bediening…tot opbouw van het lichaam van Yeshua. Lees ik over allerlei verschillende kerken die een andere naam dragen? Laten we lezen:

Eph 4:4  Eén lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping; 
Eph 4:5  Eén Heere, één geloof, één doop, 
Eph 4:6  Eén God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen.
 

Eén lichaam, één volk, één natie.

Eze 34:1  En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: 
Eze 34:2  Mensenkind! profeteer tegen de herders van Israel; profeteer en zeg tot hen, tot de herders: Alzo zegt de Heere HEERE: Wee den herderen Israels, die zichzelven weiden! zullen niet de herders de schapen weiden? 
Eze 34:3  Gij eet het vette, en bekleedt u met de wol, gij slacht het gemeste, maar de schapen weidt gij niet. 
Eze 34:4  De zwakke sterkt gij niet, en het kranke heelt gij niet, en het gebrokene verbindt gij niet, en het weggedrevene brengt gij niet weder, en het verlorene zoekt gij niet; maar gij heerst over hen met strengheid en met hardigheid. 
Eze 34:5  Alzo zijn zij verstrooid, omdat er geen herder is; en zij zijn als het wild gedierte des velds tot spijze geworden, dewijl zij verstrooid waren. 
Eze 34:6  Mijn schapen dolen op alle bergen en op allen hogen heuvel, ja, Mijn schapen zijn verstrooid op den gansen aardbodem; en er is niemand, die er naar vraagt, en niemand, die ze zoekt. 


Eze 34:7  Daarom, gij herders! hoort YHVH’s/ des HEEREN woord! 
Eze 34:8  Zo waarachtig als Ik leef, spreekt Meester YHVH/de Heere HEERE, zo Ik niet! Omdat Mijn schapen geworden zijn tot een roof, en Mijn schapen al het wild gedierte des velds tot spijze geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders naar Mijn schapen niet vragen; en de herders weiden zichzelven, maar Mijn schapen weiden zij niet; Eze 34:9  Daarom, gij herders! hoort YHVH’s/ des HEEREN woord! 
Eze 34:10  Alzo zegt Meester YHVH/ de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan de herders, en zal Mijn schapen van hun hand eisen, en zal ze van het weiden der schapen doen ophouden, zodat de herders zichzelven niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen uit hun mond rukken, zodat zij hun niet meer tot spijze zullen zijn. 

Eze 34:11  Want zo zegt Meester YHVH/ de Heere HEERE: Ziet, Ik, ja, Ik zal naar Mijn schapen vragen, en zal ze opzoeken. 
Eze 34:12  Gelijk een herder zijn kudde opzoekt, ten dage als hij in het midden zijner verspreide schapen is, alzo zal Ik Mijn schapen opzoeken; en Ik zal ze redden uit al de plaatsen, waarhenen zij verstrooid zijn, ten dage der wolke en der donkerheid. 
Eze 34:13  En Ik zal ze uitvoeren van de volken, en zal ze vergaderen uit de landen, en brengen ze in hun land; en Ik zal ze weiden op de bergen Israels, bij de stromen en in alle bewoonbare plaatsen des lands. 
Eze 34:14  Op een goede weide zal Ik ze weiden, en op de hoge bergen Israels zal hun kooi zijn; aldaar zullen zij nederliggen in een goede kooi, en zullen weiden in een vette weide, op de bergen Israels. 
Eze 34:15  Ik zal Mijn schapen weiden, en Ik zal ze legeren, spreekt Meester YHVH/de Heere HEERE. 
Eze 34:16  Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik wederbrengen, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het kranke zal Ik sterken; maar het vette en het sterke zal Ik verdelgen, Ik zal ze weiden met oordeel. 
Eze 34:17  Want gij, o Mijn schapen! Meester YHVH/de Heere HEERE zegt alzo: Ziet, Ik zal richten tussen klein vee en klein vee, tussen de rammen en de bokken. 
Eze 34:18  Is het u te weinig, dat gij de goede weide afweidt? Zult gij nog het overige uwer weide met uw voeten vertreden? En zult gij de bezonkene wateren drinken, en de overgelatene met uw voeten vermodderen? 
Eze 34:19  Mijn schapen dan, zullen zij afweiden, wat met uw voeten vertreden is, en drinken, wat met uw voeten vermodderd is? 
Eze 34:20  Daarom zegt Meester YHVH/de Heere HEERE alzo tot hen: Ziet Ik, ja, Ik zal richten tussen het vette klein vee, en tussen het magere klein vee. 
Eze 34:21  Omdat gij al de zwakken met de zijde en met den schouder verdringt, en met uw hoornen stoot, totdat gij dezelve naar buiten toe verstrooid hebt; 
Eze 34:22  Daarom zal Ik Mijn schapen verlossen, dat zij niet meer tot een roof zullen zijn; en Ik zal richten tussen klein vee en klein vee. 
Eze 34:23  En Ik zal een enigen Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn. 
Eze 34:24  En Ik, YHVH/de HEERE, zal hun tot een God zijn; en Mijn knecht David zal Vorst zijn in het midden van hen, Ik, de HEERE, heb het gesproken. 

Yeshua is ons aller Voorbeeld. Hij gaf Zijn leven voor Zijn schapen en Zijn schapen horen Zijn Stem.

(1) Nathan L:https://hoshanarabbah.org/blog/2020/09/15/what-you-need-to-know-before-starting-a-congregation/

Beproef mijn woorden!

@Hadassah


Een reactie plaatsen

YHVH’s vrede contra menselijke verwarring

1Co_14:33  Want God is geen God van verwarring, maar van vrede, gelijk in al de Gemeenten der heiligen.
Jas_3:16  Want waar nijd en twistgierigheid is, aldaar is verwarring en alle boze handel.

Er is verwarring én dwaling en velen raken verontrust, anderen erin verstrikt…slechts van enkelen vernemen we inzicht en onderscheidingsvermogen vanuit de Geest der Heiligheid.

Wat wordt er gemist?

Kennis, wijsheid en inzicht vanuit Geest der Waarheid.

Waarom wordt de verwarring en dwaling toegelaten?

Omdat Abba YHVH Zijn familie wil verzamelen en alleen zij die zuivere en genoeg olie bij zich hebben of er voor kiezen dat tot elke prijs te willen ontvangen, zullen zowel de verwarring alswel de dwaling doorzien en alles op alles zetten om zelf het smalle pad te vervolgen en daarnaast anderen aansporen hetzelfde te doen.

Het gemixte zorgt voor verwarring en Abba’s Waarheid is zuiver. Hij staat de mix niet toe, omdat Hij de Eerste en Enige wil zijn in het middelpunt van ons bestaan.

Er is weinig of geen kennis over de effecten vanuit de geest of de ziel.

Eten van de boom der kennis viert hoogtij, daarbij gaat men voorbij aan de hartsrelatie die broodnodig is in de dagen die komen. Met kennis vanuit ‘de fysieke natuur’ verrijkt onze geest zich niet.

Dag aan dag komen er zaken en situaties voorbij, die aangeven dat we nú echt werk moeten maken van de keuze om Yeshua de Messias in het centrum van ons bestaan moeten plaatsen en zonodig belijden en bekeren van verwaarlozing.

Hij, de Bruideom, spoort ons aan alle idolen los te laten, af te leggen en voortaan op Zijn Geest van Heiligheid steunen, zodat Hij rechtstreeks tot ons spreken kan.

Er zal zuiver wachtersschap moeten komen, die al gevormd zijn en standvastig.

We zullen collectief moeten gaan denken en handelen vanuit volk zijn, want dat is het overblijfsel, dat zich uitstrekt naar Zijn verlossing.

Tot dan laat Hij collectief steeds lastig wordende omstandigheden toe (het is toch immers wereldwijd?) om Zijn verstrooide kinderen te helpen Zijn bescherming te verkiezen bóven Egypte (de mens). Als we omdenken, zien we dat de verlossing nabij is en dat houdt in dat Yeshua’s wederkomst nadert….

Onze vaders en moeders in Zijn Israel gingen ons voor in het horen naar Zijn Stem voor hun leven:

Heb 11:1  Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet. 
Heb 11:2  Want door hetzelve hebben de ouden getuigenis bekomen. 
Heb 11:3  Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden. 
Heb 11:4  Door het geloof heeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kain, door hetwelk hij getuigenis bekomen heeft, dat hij rechtvaardig was, alzo God over zijn gave getuigenis gaf; en door hetzelve geloof spreekt hij nog, nadat hij gestorven is. 
Heb 11:5  Door het geloof is Enoch weggenomen geweest, opdat hij den dood niet zou zien; en hij werd niet gevonden, daarom dat hem God weggenomen had; want voor zijn wegneming heeft hij getuigenis gehad, dat hij Gode behaagde. 
Heb 11:6  Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken. 
Heb 11:7  Door het geloof heeft Noach, door Goddelijke aanspraak vermaand zijnde van de dingen, die nog niet gezien werden, en bevreesd geworden zijnde, de ark toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin; door welke ark hij de wereld heeft veroordeeld, en is geworden een erfgenaam der rechtvaardigheid, die naar het geloof is. 
Heb 11:8  Door het geloof is Abraham, geroepen zijnde, gehoorzaam geweest, om uit te gaan naar de plaats, die hij tot een erfdeel ontvangen zou; en hij is uitgegaan, niet wetende, waar hij komen zou. 
Heb 11:9  Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land der belofte, als in een vreemd land, en heeft in tabernakelen gewoond met Izak en Jakob, die medeerfgenamen waren derzelfde belofte. 
Heb 11:10  Want hij verwachtte de stad, die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is. 
Heb 11:11  Door het geloof heeft ook Sara zelve kracht ontvangen, om zaad te geven, en boven den tijd haars ouderdoms heeft zij gebaard; overmits zij Hem getrouw heeft geacht, Die het beloofd had. 
Heb 11:12  Daarom zijn ook van een, en dat een verstorvene, zovelen in menigte geboren, als de sterren des hemels, en als het zand, dat aan den oever der zee is, hetwelk ontallijk is. 
Heb 11:13  Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. 
Heb 11:14  Want die zulke dingen zeggen, betonen klaarlijk, dat zij een vaderland zoeken. 
Heb 11:15  En indien zij aan dat vaderland gedacht hadden, van hetwelk zij uitgegaan waren, zij zouden tijd gehad hebben, om weder te keren; 
Heb 11:16  Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is, naar het hemelse. Daarom schaamt Zich God hunner niet, om hun God genaamd te worden; want Hij had hun een stad bereid. 
Heb 11:17  Door het geloof heeft Abraham, als hij verzocht werd, Izak geofferd, en hij, die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd, 
Heb 11:18  (Tot denwelkengezegd was: In Izak zal u het zaad genoemd worden) overleggende, dat God machtig was, hem ook uit de doden te verwekken
Heb 11:19  Waaruit hij hem ook bij gelijkenis wedergekregen heeft. 
Heb 11:20  Door het geloof heeft Izak zijn zonen Jakob en Ezau gezegend aangaande toekomende dingen. 
Heb 11:21  Door het geloof heeft Jakob, stervende, een iegelijk der zonen van Jozef gezegend, en heeft aangebeden, leunende op het opperste van zijn staf. 
Heb 11:22  Door het geloof heeft Jozef, stervende, gemeld van den uitgang der kinderen Israels, en heeft bevel gegeven van zijn gebeente. 
Heb 11:23  Door het geloof werd Mozes, toen hij geboren was, drie maanden lang van zijn ouders verborgen, overmits zij zagen, dat het kindeken schoon was; en zij vreesden het gebod des konings niet. 
Heb 11:24  Door het geloof heeft Mozes, nu groot geworden zijnde, geweigerd een zoon van Farao’s dochter genoemd te worden; 
Heb 11:25  Verkiezende liever met het volk van God kwalijk gehandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben; 
Heb 11:26  Achtende de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn, dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons. 
Heb 11:27  Door het geloof heeft hij Egypte verlaten, niet vrezende den toorn des konings; want hij hield zich vast, als ziende den Onzienlijke. 
Heb 11:28  Door het geloof heeft hij het pascha uitgericht, en de besprenging des bloeds, opdat de verderver der eerstgeborenen hen niet raken zou. 
Heb 11:29  Door het geloof zijn zij de Rode zee doorgegaan, als door het droge; hetwelk de Egyptenaars, ook verzoekende, zijn verdronken. 
Heb 11:30  Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, als zij tot zeven dagen toe omringd waren geweest. 
Heb 11:31  Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, als zij de verspieders met vrede had ontvangen. 
Heb 11:32  En wat zal ik nog meer zeggen? Want de tijd zal mij ontbreken, zou ik verhalen van Gideon, en Barak, en Samson, en Jeftha, en David, en Samuel, en de profeten; 
Heb 11:33  Welken door het geloof koninkrijken hebben overwonnen, gerechtigheid geoefend, de beloftenissen verkregen, de muilen der leeuwen toegestopt; 
Heb 11:34  De kracht des vuurs hebben uitgeblust, de scherpte des zwaards zijn ontvloden, uit zwakheid krachten hebben gekregen, in den krijg sterk geworden zijn, heirlegers der vreemden op de vlucht hebben gebracht; 
Heb 11:35  De vrouwen hebben hare doden uit de opstanding weder gekregen; en anderen zijn uitgerekt geworden, de aangeboden verlossing niet aannemende, opdat zij een betere opstanding verkrijgen zouden. 
Heb 11:36  En anderen hebben bespottingen en geselen geproefd, en ook banden en gevangenis; 
Heb 11:37  Zijn gestenigd geworden, in stukken gezaagd, verzocht, door het zwaard ter dood gebracht; hebben gewandeld in schaapsvellen en in geitenvellen; verlaten, verdrukt, kwalijk gehandeld zijnde; 
Heb 11:38  (Welker de wereld niet waardig was) hebben in woestijnen gedoold, en op bergen, en in spelonken, en in holen der aarde. 
Heb 11:39  En deze allen, hebbende door het geloof getuigenis gehad, hebben de belofte niet verkregen; 
Heb 11:40  Alzo God wat beters over ons voorzien had, opdat zij zonder ons niet zouden volmaakt worden. 

Php 4:6  Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; 
Php 4:7  En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus. 
Php 4:8  Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve; 
Php 4:9  Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn. 

Beproef mijn woorden!

@Hadassah


Een reactie plaatsen

De parel

Een vrouw in diepe nood zag geen andere keuze dan in het diepst van de nacht iemand te bellen waarvan de naam haar te binnen schoot.

Ze vertelde de persoon die haar in het geheel niet kende, dat ze in een verschrikkelijke nood zat en raad zocht…een woord, een advies..iets.

Ze kreeg te horen dat wanneer haar lijden te maken had met het lijden van Yeshua, zij om Zijns Naam wille behouden zou worden en dat op zeker moment anderen zich zouden gaan verwonderen.

Waarom?

Omdat men ogen krijgen moest om het herstellend werk van de Vader te zien in haar.

De persoon aan de andere kant van de lijn vergeleek het met een tot dan onopgemerkte kostbare parel in een kast waarvan de deuren langzaam opengingen.

Door de tijd heen heeft de jonge vrouw zo nu en dan eens aan deze uitspraak gedacht, maar geen situatie gezien waar de uitleg van de parel op van toepassing was.

Er waren zeker herstelmomenten en ook nieuw leed te verwerken, er was overwinning en uitstappen om de hand te reiken aan en naar.

Maar de gelijkenis van de parel wachtte.

Misschien heeft het wel met de verzameling te maken…

De wereld maakt zich op met steeds meer nieuwe en veelal benauwende berichten,

maar er wachten nog enkele profetieën, die baan gaan breken.

Eerder is het einde niet.

Er was lang geleden een volkje, door YHVH verkozen. Zij zeiden Amen op het trouwverbond, maar verkozen toch hun eigen weg te gaan en eigen goden boven hun Schepper te verkiezen.

Dat volkje kreeg een scheidsbrief en verdween in de volkeren. Niemand bleek uitgezonderd, getuige Jeremia 3.

In het profetisch plan heeft de Schepper een Redder mogelijk gemaakt, die in de bres zou gaan staan om de vrouw opnieuw te huwen.

Dát profetische plan is er. Wij zijn er getuigen van dat de Schepper zowel de nazaten van dat volkje verzamelen gaat als wel die nog herkenbaar bleken.

Zoek op het woord Eersteling en eerstelingen des geestes…

Door openbaring van Vaders Geest zijn er over de gehele wereld mensen die van dat profetische plan in hun persoonlijke leven kunnen getuigen.

Vaak ging daar lijden en eenzaamheid aan vooraf, ook afleggen van leringen en tradities die hen afhielden van transparant worden…

Zo worden ruwe parels schitterend en op zeker moment worden ze door anderen die ogen kregen om te zien, opgemerkt.

Net zoals wij de Zoon ontdekten toen wij ogen kregen om te zien en oren om te horen.

Hij Die ons voorging in lijden en sterven om met Zijn zondeloos bloed ons te reinigen van alle zonden,

zodat,

wij opnieuw onze diensten voor Hem vruchtbaar kunnen uitvoeren.

@Hadassah

 


1 reactie

Overdenking

Wanneer wij de eerstgeboortezegen, die wij verkregen via Efraïm, de zoon van Yosef afwijzen en slechts de vruchten van de reddingszegen consumeren, door vast te houden aan de strik van de vervangingsleer,  sterven we in de volkeren, zonder ooit onze roeping daadwerkelijk te hebben opgenomen, terwijl de bijbel uitdrukkelijk oproept dicipelen te worden en uit te gaan om de boodschap van de Vader te vertellen,zodat er uit de volkeren een natie gevormd gaat worden, waarmee YHVH de overige schapen bereiken wil overeenkomstig de profeten.

Abba YHVH zoekt een volk dat voorheen geen volk was. Er waren vissers die uitgingen om te vissen maar gezien de verdrukkingen wereldwijd, hebben te weinig mensen gehoor gegeven aan de oproep om zich te verdiepen in de roeping van Israel de eerstgeborene, die alleen Israel wordt door Yeshua en daaruit voortvloeiend de opdracht heeft om de hoopvolle boodschap te zaaien dat dit verloste Israel tesamen met verlost Juda die ene kudde vormt, waarvoor Yeshua terugkomt.

We hebben in navolging van Yeshua/Jezus een koninklijk priesterschap en met de geestelijke eerstgeboortezegen de taak om de anderen te redden. Yeshua ging ons, als Priester in de orde van Melchizedek vóór.

Geen gehoorzaam verlost Israel, dan ook geen verlost Juda in onze generatie.

Dan slaat Abba YHVH een generatie over gelijk als bij onze vaderen, die in de woestijn (volkeren) stierven.

De bijbel bevestigt t naadloos.

Deut.30; Jesaja 41; Ezechiël 3, 37; 1Cor. 10; Romeinen 9 tm 11; Jer 3; Joh. 10:16; Hebr. 6; Openbaring 21;

Afbeelding: Eén is Uw Meester. Door Hem komen wij tot ons doel. Laten wij ons verbinden met Hem zodat wij niet ons eigen pad trekken.


Een reactie plaatsen

En nóg is het einde niet…onvervulde najaarsfeesten

Recentelijk kreeg ik in een samenspraak woorden die ik uitsprak en waar ik zelf van leerde.

Bijzonder dat Hij tegemoet komt, een mens laat spreken die vervolgens met diezelfde woorden huiswerk krijgt om erover na te denken.

We horen om ons heen allerlei mogelijke scenario’s al dan niet ingevuld met de kennis die er op dat moment voorhanden is. Vaak aangevuld met inzichten die best nadere evaluatie mogen doorstaan.

Mat_24:6  En gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen; ziet toe, wordt niet verschrikt; want al die dingen moeten geschieden, maar nog is het einde niet.
Mar_13:7  En wanneer gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen, zo wordt niet verschrikt; want dit moet geschieden; maar nog is het einde niet.
Luk_21:9  En wanneer gij zult horen van oorlogen en beroerten, zo wordt niet verschrikt; want deze dingen moeten eerst geschieden; maar nog is terstond het einde niet.

De woorden die ik kreeg in het gesprek en waar ik bij stilgezet werd, gingen over de onvervulde najaarsfeesten. De voorjaarsfeesten waren door Yeshua vervuld. En een delegatie van de Bruid was er bij.

Zou de Achtste Dag, Shemini Atzeret, pas praktisch ingaan wanneer najaarsfeesten vervuld zijn op aarde?

Laten we even terug gaan en het nog es overdenken. De kalender van YHVH en Zijn gezette tijden. We lezen zowel in Leviticus als Deuteronomium de feesten. Voorjaarsfeesten en najaarsfeesten.

Nu weten wij dat Yeshua de voorjaarsfeesten heeft vervuld, maar de najaarsfeesten wachten. Die zijn nog niet vervuld. Yeshua was ten tijde van de voorjaarsfeesten op aarde omringd door hen die Hem van harte dienden. Na Zijn opstanding en hemelvaart, was daar Shavuot én in de vervulling de uitstorting van de Geest der Heiligheid.

Zou Hij de najaarsfeesten bewaren voor de nieuwe hemel en de nieuwe aarde om ze daar te vervullen temidden van Zijn geliefden?

Zoals u Hem hebt zien heengaan zo zal Hij terugkomen…Yeshua is nog niet teruggekomen en dus kan er van een verheerlijking of verlossing uit deze aarde geen sprake zijn vóór de vervulling van de najaarsfeesten.

Act 1:6  Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Meester/Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israel het Koninkrijk wederoprichten? 
Act 1:7  En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft; 
Act 1:8  Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde. 
Act 1:9  En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen. 
Act 1:10  En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; 
Act 1:11  Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren. 

Dat zou ons tot nadenken moeten stemmen.

En hóóp!

Uitgaan van de nog op handen zijnde najaarsfeesten die niet vervuld zijn, geeft een ander beeld van de tijd waarin we leven. Dan zouden we kunnen denken aan de tijd dat Job op aarde was, een rechtvaardig man, waarvan de vader der leugens beweerde dat Job zo rechtvaardig kon zijn, omdat het hem voor de wind ging.

Job 1:6  Er was nu een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor YHVH/den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam. 
Job 1:7  Toen zeide YHVH tot den satan: Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen. 
Job 1:8  En YHVH zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad. 
Job 1:9  Toen antwoordde de satan YHVH, en zeide: Is het om niet, dat Job God vreest? 
Job 1:10  Hebt Gij niet een betuining gemaakt voor hem, en voor zijn huis, en voor al wat hij heeft rondom? Het werk zijner handen hebt Gij gezegend, en zijn vee is in menigte uitgebroken in den lande. 
Job 1:11  Maar toch strek nu Uw hand uit, en tast aan alles, wat hij heeft; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen? 
Job 1:12  En YHVH zeide tot den satan: Zie, al wat hij heeft, zij in uw hand; alleen aan hem strek uw hand niet uit. En de satan ging uit van het aangezicht des YHVH’s/HEEREN. 

Zou deze tijd, zoals vele tijden ervóór niet een testperiode zijn, om hen die de openbaring kregen over het op handen zijnde herstel van het gehele huis Israels, te beproeven of het hen ernst is? Zou deze tijd met allerlei wind van leringen, die meestentijds geboden van mensen zijn en fabelen beschreven in Titus 1:14 juist nu opkomen opdat wij door vuur van de Heilige Geest gelouterd worden, zodat wij in deze voorbereidingstijd sterk en vast voor die Ene Man en Maker kiezen vanuit het Woord geopenbaard en bevestigd door de Geest van Heiligheid? En dat deze tijd voor anderen een goede gelegenheid is om de Schepper aan te roepen, die hemel en aarde geschapen heeft?

Heeft Hij ons niet altijd door verzoeking heengeleid? Hetzij dat wij leven…Rom_14:8  Want hetzij dat wij leven, wij leven den Heere; hetzij dat wij sterven, wij sterven den Heere. Hetzij dan dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren.

Denk aan Sadrach, Mesach en Abednego… Denk aan Daniël in de leeuwenkuil…

De boodschap van redding, bestemming, roeping, wie Israel is naar de belofte onder de Scepter van Yeshua is nog niet tot aan het uiterste der aarde verkondigd:

Act 1:8  Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde. 



Mocht het toch anders zijn,dan wat ik met u deel, dan verneem ik dat graag van u.

Voor mij staat vast dat wij rust voor onze zielen vinden wanneer wij onze ogen gericht hebben op onze Leidsman en op niemand anders.

Het komt mij vaak voor de geest dat deze verlovingstijd er één is waarin de Verloofde Yeshua, kijkt of Zijn verloofde werkelijk alle hoop, geloof en vertrouwen op Hem stelt. Die Ene boven al het andere, wat voorheen zo boeide of afleidde.

Wijsheid en kennis van mensen maakt vaak teveel ongepaste helden op zelfgekozen plaatsen. Geloven maakt plaats voor verering, terwijl:

wij door redding de inwoning van de Heilige Geest hebben, Die ons alles indachtig maakt, zodat wij met allen die dat deelachtig zijn, kunnen delen, getuigen wat Hij aan ons gedaan heeft

Maar de meesten van ons doen net als het volk bij de berg. Nee Mozes,jij moet het ons zeggen wat Hij zegt, Wij zijn bevreesd:

Exo 20:18  En al het volk zag de donderen, en de bliksemen, en het geluid der bazuin, en den rokenden berg; toen het volk zulks zag, weken zij af, en stonden van verre; 
Exo 20:19  En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, en wij zullen horen; en dat God met ons niet spreke, opdat wij niet sterven! 
Exo 20:20  En Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, want God is gekomen, opdat Hij u verzocht, en opdat Zijn vreze voor uw aangezicht zou zijn, dat gij niet zondigdet. 
Exo 20:21  En het volk stond van verre; maar Mozes naderde tot de donkerheid, alwaar God was. 

Nu is de tijd gekomen dat wij verkiezen naar Hemzelf te luisteren, Die ons nieuwe openbaring wil gaan geven, waarvan Hij alleen de eer opeist. Terecht vind ik.

Mat_13:35  Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld.
Mat_13:44  Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat, in den akker verborgen, welken een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van blijdschap over denzelven, gaat hij heen, en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dienzelven akker.

Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld.

…..en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dienzelven akker.

Isa 42:1  Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft! Ik heb Mijn geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen. 
Isa 42:2  Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten. 
Isa 42:3  Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen. 
Isa 42:4  Hij zal niet verdonkerd worden, en Hij zal niet verbroken worden, totdat Hij het recht op aarde zal hebben besteld; en de eilanden zullen naar Zijn leer wachten. 
Isa 42:5  Alzo zegt Elohim/God, YHVH/de HEERE, Die de hemelen geschapen, en dezelve uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen heeft, en wat daaruit voortkomt; Die den volke, dat daarop is, den adem geeft, en den geest dengenen, die daarop wandelen: 
Isa 42:6  Ik, YHVH, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal u bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen. 
Isa 42:7  Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten. 
Isa 42:8  Ik ben YHVH (Yod-Heh-Vav-Heh), dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven, noch Mijn lof den gesneden beelden. 

Isa 42:9  Ziet, de voorgaande dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; eer dat zij uitspruiten, doe Ik ulieden die horen. 

Het is zó eenvoudig.

Lezen wat Hij zegt. Oefenen wat Hij zegt en delen van wat Hij gedaan heeft en doet.

De najaarsfeesten komen eraan. Zullen wij?

@Hadassah


Een reactie plaatsen

Storm vanwege Jona

Wanneer we onze vinger door onvoorzichtigheid tussen de deur hebben gestoken, kunnen we de schade bekijken, de deurophanging doorzoeken, de snelheid waarmee de deur dichtsloeg onderzoeken en niet nagaan waaróm de vinger tussen de deur gekomen is…
 
Dit voorbeeld kunnen we plaatsen op de gebeurtenissen die ons allen geruime tijd bezighouden. We kunnen in het Boek nagaan in welke tijd we het zouden kunnen plaatsen, de tijd van moeite, verantwoordelijkheid bij de maker van de deur of kozijn zoeken die het niet goed gemaakt zou hebben,
máár…
 
vragen wij ons ook af waarom en waartoe het gebeurt?
 
We lezen in het Woord dat het oordeel eerstens bij het huis Gods begint…
 
Wat hebben wij laten liggen?
 
In het geval van Jona, werden de zeelieden het eerst getroffen…
In het geval van ons wordt bijvoorbeeld de middenstand getroffen..
 
Is er een overeenkomst?
 
Zien wij iets over het hoofd?
 
Hebben wij een schriftuurlijke boodschap genegeerd of niet opmerkzaam genoeg geweest, waardoor mensen, die het niet konden weten, door onze onbedachtzaamheid, er directe nadeel van ondervinden?
 
Laten wij onszelf onderzoeken in plaats van de symptomen tegen het licht te houden en die proberen te doorgronden.
 
Persoonlijk bemerk ik weinig zelfonderzoek onder ons in deze tijd, maar veelmeer de symptomen zoeken te ontrafelen. Dat stemt mij tot nadenken.
 
Sinds dat ik door Vaders Woord en Geest gewaar werd dat ik Israeliet ben naar Zijn belofte en mocht uitgaan om dat te gaan delen, ben ik,zijn wij en een minderheid van anderen, die het geopenbaard kregen, veel weerstand, traditie en religie tegengekomen. Het is geen populaire boodschap blijkt wel. Maar het is wel een belangrijk onderdeel in de voorbereidingstijd van de bruid, die door Yeshua’s werk haar identiteit als mede- Israeliet moet gaan aanvaarden.
 
Het is mij duidelijk geworden dat de meeste bijbelgelovigen slapen, net als Jona in het schip. Hij had een opdracht van de Vader gekregen die hij niet wilde opvolgen.
 
De dicipelen kregen na een paar jaar de opdracht om uit te gaan en anderen tot Yeshua’s dicipelen te maken.
 
Door Yeshua’s onderwijs wisten de dicipelen dat zij naar de verloren schapen van het huis van Israel moesten gaan. Zij leerden hen alles wat Yeshua hen geleerd had en dezen die dat aannamen werden van harte gedoopt op hun getuigenis.
 
Getuigen wij dat wij eertijds verloren schapen van het huis van Israel waren en nu gevonden zijn en schapen zijn IN het huis van Israel? Zodat wij als schapen Israels op onze beurt uit mogen gaan om andere verloren schapen uit het huis van Israel de blijde boodschap te vertellen dat Yeshua in de bres gestaan heeft door de wet der zonde en des doods aan het hout te nagelen, waardoor de verloren schapen/lo ammi Ammi mogen worden?
 
Alles naar de belofte en op Yeshua’s bloedverbond?
 
Staat er niet in 1Co_14:1  “Jaagt de liefde na, en ijvert om de geestelijke gaven, maar meest, dat gij moogt profeteren
Waar zijn zij die het Woord profeteren en de geopenbaarde boodschap in hun leven praktiseren zodat het tot een levend voorbeeld voor velen is?
Zou het kunnen zijn dat de huidige gebeurtenissen, die nog niet eens de bijbelgelovigen zo hard treft, eenzelfde resultaat proberen te stimuleren als de storm die de zeelieden trof met een slapende Jona?
En wat als wij Jona zijn en er niet voor kiezen wakker te worden?
Treft ons en de ‘zeelieden’ die ons in hun schip meegenomen hebben (maatschappij) dan een zwaardere plaag? 
En zo ik zie zijn deze ‘plagen” genade om ons te manen onze opdracht op te nemen.
We zagen door allerlei aannames of vroegere erfenis de boodschap van de vissers niet en nu de jagers aan bod komen, kunnen we nog wakker worden, zodat de storm gestild wordt.
Dan gaat onze aandacht niet meer naar de mensen om ons heen die alles doen wat verboden is. En ook niet naar de symptomen die de storm veroorzaakt of het mogelijke scenario dat zou kunnen volgen…
Neen, dan zien we dat de mensen, zeelieden, om ons heen door ons talmen getroffen werden. En ook nog es weerhouden werden om tot de Koning te naderen.
Talmen van geroepenen treft hen die de kostbare boodschap onthouden wordt.
In het geval van Jona was de aanzwellende storm genoeg om Jona te manen, wakker te worden en hun vrees en angst met alle gevolgen van dien, deed Jona beseffen, dat het aan hem lag.
Overboord gooien was de enige optie en toen hield de storm op.
Jona kreeg nog een kans.
Er liggen diepe lessen in de geschiedenis van Jona.
Laten we er lering uit trekken.
Toets mijn woorden!