Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Mijn schapen dolen…

Gedurende een paar weken word ik specifiek bepaald bij de staat van de kudde Israels. De toepassing van het geschreven Woord wordt door velerlei menselijke argumenten verzwakt,zodat de schapen niet weten dat zij schapen zijn en in welke schaapskooi hun thuis is.

Hoopvol is Abba YHVH’s plan, Hij overziet, maar Hij maakt het ook Zijn dienaars bekend, wat er op de grond en in de wijngaard gebeurt.

Wanneer het tegen Zijn plan ingaat, krijgt men nog de tijd om terug te keren naar de Oude Paden, maar na zekere tijd, verdwijnt Zijn inspiratie uit plaatsen, waar men Zijn geschreven Woord niet als hoogste goed stelt en Zijn Geest, Die ons in alle waarheid leiden kan, niet de prioriteits-plaats geeft. Mits de schapen honger hebben naar grazige weiden, zullen zij blijven bij zulke dor wordende kralen.

Eze_34:6  Mijn schapen dolen op alle bergen en op allen hogen heuvel, ja, Mijn schapen zijn verstrooid op den gansen aardbodem; en er is niemand, die er naar vraagt, en niemand, die ze zoekt.

Het moet ons op et minst verdrietig stemmen dat bovengenoemde tekst aangeeft dat de schapen dolen en verstrooid zijn. In principe vertaalt deze tekst het huis Israels in kort bestek. Zij die in Yeshua zijn, Yeshua erkennen en belijden, hebben veelal niet de juiste herders die hen de rechtstreekse weg wijzen naar die ene Herder. Zij zijn Abrams zaad en naar de beloftenis erfgenamen! Hoe onthutsend, dat het overgrote deel van de onderwijzers in zulke plaatsen hen niet voorhouden dát zij Abrams zaad zijn, omdat zij in Yeshua zijn en naar de belofte erfgenamen. De plaatsen waar zij verkeren zijn stagnerend voor de groei naar volwassenheid, zodat ook zij belet worden op hun beurt te mogen gaan dicipelen. Kinderen beletten in hun groei en klein houden is geen goede zaak!

2Kr_18:16  En hij zeide: Ik zag het ganse Israel verstrooid op de bergen, gelijk schapen, die geen herder hebben; en YHVH  zeide: Dezen hebben geen heer; een iegelijk kere weder naar zijn huis in vrede.

Verstrooid op de bergen en geen herder hebben. Kronieken zegt dat deze schapen die dolen geen herder hebben. Dus de herder die verzaakt, om de schapen het geschreven Woord aan te reiken en de uitnemendste weg  te wijzen door hen te wijzen op YHVH’s geschenk van hun vader (Abraham) en de overeenkomstige erfenis naar de belofte, is in Vaders ogen geen herder. Dat moet toch aanleiding geven tot ernstig zelfonderzoek.

1Ko_22:17  En hij zeide: Ik zag het ganse Israel verstrooid op de bergen, gelijk schapen, die geen herder hebben; en YHVH zeide: Dezen hebben geen heer; een iegelijk kere weder naar zijn huis in vrede.

Verleiding!

Het boek Koningen herhaalt deze woorden. Verstrooid en nog es herhaald in Jeremia 50: vers 6  Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.

Verloren schapen door verleiding!

Hun herders hadden hen verleid, hen van Yeshua weggeleid, door hun eigen interpretaties die niet het geschreven Woord van YHVH ondersteunden. Deze woorden werden destijds geschreven, maar zijn zéker ook vandaag de dag helaas toepassend.

In een telefoongesprek vertelde een familielid in Yeshua, dat een krachtig geluid omtrent de identiteit van de “ingelijfden” in veelal messiaanse gelederen niet of nauwelijks wordt verkondigd. Er zijn herders, die voor onderwijzingen gaan die de mensen prettig vinden in plaats van een krachtig geluid zodat de schapen wakker worden en gaan lopen naar die ene kooi waarvan Yeshua de Herder is. Degenen die naar de beloftenis erfgenamen zijn en in Yeshua Abrahams zaad, moeten zeker niet richting de andere kooi, omdat er dan geen sprake is van een nadering tussen het overblijfsel uit het huis van Juda én het huis van Israel. Wanneer alle schapen richting de Judese kooi gaan lopen, compromissen gaan sluiten om hen in de  kooi van Juda (1) terwille te zijn, heeft men niets begrepen van de kostbare roeping die wij hebben in Yeshua.

Ontwaakt gij die slaapt en staat op uit de dood!

Eph 5:6  Dat u niemand verleide met ijdele woorden; want om deze dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid. 
Eph 5:7  Zo zijt dan hun medegenoten niet. 
Eph 5:8  Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts. 
Eph 5:9  (Want de vrucht des Geestes is in alle goedigheid, en rechtvaardigheid, en waarheid), 
Eph 5:10  Beproevende wat Elohim welbehagelijk zij. 
Eph 5:11  En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook veeleer. 
Eph 5:12  Want hetgeen heimelijk van hen geschiedt, is schandelijk ook te zeggen. 
Eph 5:13  Maar al deze dingen, van het licht bestraft zijnde, worden openbaar; want al wat openbaar maakt, is licht. 
Eph 5:14  Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij, die slaapt, en staat op uit de doden; en Messias Yeshua zal over u lichten. 

Slapen, een woord wat me te binnenschiet en refereert met de conditie uit Openbaring_2:5  Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert.

Samengevat: wanneer wij de mensen NIET vertellen van het profetische geschreven Woord waarin hun ware identiteit vermeld staat, hun roeping om eveneens dicipel te worden en uit te gaan, net zoals Yeshua de mensen onderwees om hen tot wasdom te brengen zodat zij zelfstandig uit konden gaan om op hun beurt mensen tot wasdom te brengen, zullen wij geoordeeld worden als zijnde GEEN herder/dienaar van Hem, Die ons Voorbeeld is.

Mat_10:6  Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels.

“Maar gaat veel meer heen TOT…uit Mat 10:6 ” is de uitnodiging voor de ware dicipel,

-die weet dat hij/zij door Yeshua Abrahams zaad is en naar de beloftenis een erfgenaam.

-Die weet ook dat hij/zij geen vreemdeling en bijwoner meer is en net als dat vreemde volk wat optrok met de kinderen Israels en Amen beleed op het ontvangen van de huwelijkse voorwaarden onder aan de berg in Saudi Arabië,ingelijfd en ook tot de verzameld werd onder de naam Israel als Israel;

-die weet, ook gevormd, door de vele beproevingen dat YHVH een ijverig Elohim is en niet gediend is dat mensen andere bronnen gaan raadplegen dan Zijn Ruach Die in alle waarheid leidt en deze bronnen gelijk en hoger gaan stellen dan het geschreven Woord van YHVH.

Een simpel voorbeeld. De ijver van de gelukkig getrouwde man wordt opgewekt wanneer zijn gelukkige vrouw andere mannen gaat raadplegen over onderwerpen die alleen haar wettige man behoort te doen. Wát te zeggen van onze Bruidegom, die ons koos en apart zette? Zo zal het niet zonder gevolgen zijn wanneer wij die Abrahams zaad zijn en naar de beloftenis erfgenamen, bronnen gaan raadplegen die niet naadloos passen op YHVH’s richtlijnen en Zijn geschreven Woord.

Mat_15:24  Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.

Yeshua is gezonden tot de verlopen schapen én ons Voorbeeld. Frappant is dat Hij geen kerkje/gemeente stichtte, geen onderkomen huurde en geen tienden aannam.

Hij wandelde en de mensen kwamen naar Hém.

Gaan tót..houdt een beweging in. Wie durft?

Ik sprak iemand afkomstig uit behoudende christelijke kringen,die al vijftig jaar shabbat onderhould, ook weleens gevraagd werd om te spreken, en niet aangesloten is bij enige gemeente, omdat dezen niet weerspiegelden van wat deze persoon van de Vader had ontvangen. Deze persoon bevestigde het gaan tót in plaats van op de plaats rust.

1Cor 10 vanaf vers 1…Zijt niet onwetende dát onze vaders en onze vaders moesten er door hun keuzes veertig jaar over doen en érger, zij zouden het beloofde land niet binnengaan, hun kinderen wél.Laten we dát voorbeeld ter harte nemen!

Wakker worden, betekent opstaan en beproeven. Beproef mijn woorden en zoek de uitnemendste weg.

1.Judese schaapskooi is een verzamelnaam en doet niets af van mijn verbondenheid met Juda,het is het andere huis (Ez 37) met een andere uitwerking van hun gegeven zegen/bestemming tov de schaapskooi Israel naar de belofte.Zie oa de uitwerking in Eze 37 en Rom 9 tm 11

 

 


Een reactie plaatsen

Heidelbergse Cathechismus en Talmoed

Bijzonder waren een paar gesprekken toen we de Familiedagen in Hardenberg bezochten. Zaait aan alle wateren, het zijn woorden, die ons helpen ,wanneer ze tot ons komen, grenzen mogen slechten en onze comfortzone mogen laten om naar plaatsen te gaan waar misschien ook herkenning is of honger naar méér. Zaaien mogen met een gedrag van dankbaarheid en bewogenheid of lessen ontvangen van hen. Verfrissing, inspiratie om verder te gaan, want de vier hoeken der aarde zijn niet beperkt tot onze eigen vijver.

Mat 28:19  Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. 

Gaat dan henen…

Als leraar die het beter weet?

Neen, als iemand die weet het te hebben ontvangen om niet, met een bewogenheid van Hem ontvangen om als mens mens te zijn onder de mensen.

Gaat dan henen, onderwijst… onderwijst is getuigen van Zijn openbaring in ons aan hen met wie wij ogenschijnlijk spontaan in gesprek komen en waar we een interesse bespeuren. Het vraagt een afgestemd zijn op Zijn Geest in ons om de ander te bereiken en dáár in ondervinding aan vooraf gegaan. Bedenk dat de dicipelen een paar jaar dagelijkse omgang nodig hadden om daarna pas uit te gaan. In die paar jaar zijn ze zichzelf regelmatig tegengekomen en de levenslessen die ze leerden, waren van grote waarde in de volkeren.

Al de volken…ons achterland en verder..

Op de beurs sprongen woorden als Israel en de Bijbel eruit. Het verstaan, dat geschriften als H. Cathechismus net zoals de Talmoed een hogere plaats hadden verkregen dan het geschreven Woord, gaf direct aan dat de verblindheid aan beide zijden in stand houdt, totdat honger naar het echte originele Brood zoeken gaat veroorzaken. Het geschreven Woord (1) heeft aan sterkte, kracht en Leven nooit afgedaan.

Het Geschreven Woord IS en heeft eeuwigheidswaarde.

Wat Ephraim Frank citeerde over de arme leek die denkt dat moeilijke Hebreeuws niet te kunnen verstaan en zich wendt tot de rabbijn of de theoloog om diens raad en kennis, schetst precies het pijnpunt én verleiding. De aloude zonde om de Geest van YHVH te onderschatten, Die ons in alle waarheid leiden zal..met als gevolg afgoderij en tevens verblinding.

Bijzonder dat de kernwoorden daar op die plaats gesproken werden, vonden wij.

We kregen een boekje met de titel “ben ik uitverkoren” aangereikt bij een andere stand. Mijn vraag waar ik eventueel een vraag kon stellen, was de aanleiding tot een bijzonder gesprek in goede verstandhouding en zeker door de Ruach haKodesh geleid, gezien de onderwerpen. We gingen het geschreven Woord door ondersteund met persoonlijke ervaringen betreffende het openbaren van het geschreven Woord. De bewogenheid voor specifiek de gereformeerde gezindte stemde ons warm en hoopvol.

We konden samen spreken over dat vreemde volk wat optrok met de kinderen Israels, de voedingsvoorschriften van de Vader, het volkomen herstel van het gehele huis Israels, de plaats van dat geen-volk in de Romeinenbrief, de shabbat…

Zulke ontmoetingen zijn eenvoudige bewijzen dat het goed was om er heen te gaan en open te staan voor wat de Vader voorzien heeft.

Maar ook zeer bewust te zijn, dat Zijn Geest ons leiden zal in alle waarheid, met de nadruk op alle. Hij heeft ons niet voor niets ondertrouwd en Hij geeft Zijn plaats aan geen ander. Daarom zullen wij alle geschriften, die de schijn hebben van kennis om ons te kunnen uitleggen hoe de Vader dat bedoelt en wij dat met velen hoger willen gaan stellen door ons daarop te focussen, praktisch terzijde moeten leggen, omdat we anders het dagelijkse nieuwe en verse manna vervangen door interpretaties van geleerde mensen.

En wat ik nu schrijf is niet van morgen, maar vanaf Gan Eden tot op de huidige dag. Kiest dan heden!

Overeenkomstig onze keuze zal ons gedrag, onze oogst zijn!

Alle eer aan Hem!

 

(1) YHVH had vanaf het begin rechtstreeks tot mensen willen spreken, maar de mensen kozen voor een tussenpersoon. En wij?  Exo 20:18  En al het volk zag de donderen, en de bliksemen, en het geluid der bazuin, en den rokenden berg; toen het volk zulks zag, weken zij af, en stonden van verre; 
Exo 20:19  En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, en wij zullen horen; en dat God met ons niet spreke, opdat wij niet sterven! 
Exo 20:20  En Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, want God is gekomen, opdat Hij u verzocht, en opdat Zijn vreze voor uw aangezicht zou zijn, dat gij niet zondigdet. 
Exo 20:21  En het volk stond van verre; maar Mozes naderde tot de donkerheid, alwaar God was. 

 

 

 


2 reacties

Ogendienst..Oog versus hart

Mij kwam onlangs het woord “ogendienst” in gedachten en het bleef te gast, dus ik begreep dat ik er iets mee moest gaan doen. Ik verbind er de uiterlijke vorm mee, welke er op uit is om mensen te behagen in plaats van Hem Die ons gemaakt heeft, maar is dat wel de juiste gedachte?

We vinden het in Efeze 6:5 Gij diensknechten, zijt gehoorzaam uw heren naar het vlees, met vreze en beven, in eenvoudigheid uws harten, gelijk als aan Christus; 
Eph 6:6  Niet naar ogendienst, als mensenbehagers, maar als dienstknechten van Christus, doende den wil van God van harte; 
Eph 6:7  Dienende met goedwilligheid den Heere, en niet de mensen; 

Eph 6:6  Not with eyeservice, as menpleasers; but as the servants of Christ, doing the will of God from the heart; 

Wat mij opvalt is dat er direct aan  het woord ogendienst mensenbehagen/ menpleasers wordt verbonden.

Dus ogendienst heeft te maken met een vorm die uit een bepaalde hartsgesteldheid komt en waarvan de schrijver weet, want zo legt hij het uit, dat het tegengesteld is aan “dienende met goedwilligheid de Meester”

Nog twee teksten die ook te maken hebben met zien alleen:

1Samuël 16:7 “Doch de HEERE/YHVH zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE/YHVH ziet het hart aan.”

In bovenstaand vers wordt Samuël onderwezen door niet naar het uiterlijk te kijken, omdat YHVH dat niet doet. Die kijkt naar het hart en hartsgesteldheid “de mens ziet aan wat voor ogen is, maar YHVH ziet het hart aan”

Een vergelijk met verschillende vertalingen. Het is boeiend om begrippen te ontrafelen, zeker wanneer ze “zomaar” in de gedachten komen.

1 Samuel 16:7
(Dutch SV)  Doch de HEERE zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.

(Hebrew OT+)  ויאמרH559 יהוהH3068 אלH413 שׁמואלH8050 אלH408 תבטH5027 אלH413 מראהוH4758 ואלH413 גבהH1364 קומתוH6967 כיH3588 מאסתיהוH3988 כיH3588 לאH3808 אשׁרH834 יראהH7200 האדםH120 כיH3588 האדםH120 יראהH7200 לעיניםH5869 ויהוהH3068 יראהH7200 ללבב׃H3824

(KJV)  But the LORD said unto Samuel, Look not on his countenance, or on the height of his stature; because I have refused him: for the LORD seeth not as man seeth; for man looketh on the outward appearance, but the LORD looketh on the heart.

(KJV+)  But the LORDH3068 saidH559 untoH413 Samuel,H8050 LookH5027 notH408 onH413 his countenance,H4758 or onH413 the heightH1364 of his stature;H6967 becauseH3588 I have refusedH3988 him: forH3588 the LORD seeth notH3808 asH834 manH120 seeth;H7200 forH3588 manH120 lookethH7200 on the outward appearance,H5869 but the LORDH3068 lookethH7200 on the heart.H3824

Andere verzen komt in mijn gedachten:

Jes 55:8  Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE/YHVH. 
Isa 55:9  Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten. 
Isa 55:10  Want gelijk de regen en de sneeuw van den hemel nederdaalt, en derwaarts niet wederkeert; maar doorvochtigt de aarde, en maakt, dat zij voortbrenge en uitspruite, en zaad geve den zaaier, en brood den eter; 
Isa 55:11  Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende. 

Dat brengt mij bij de gedachte dat wat YHVH met kijken naar het hart bedoelt, zoveel dieper is, dan wat wij op t eerste gezicht menen te zien. En dat betekent voor mij, juist omdat de Vader ons meeneemt naar Zijn manier van kijken, dat we iets anders nodig hebben om te beproeven of iets ogendienst is of eenvoudig gezegd “hartendienst”.

Dan komen we bij geestelijk onderscheid, een eigenschap/ gave waarmee een mensenkind kan verstaan wat uit YHVH is en wat niet.

1Co 2:9  Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 
1Co 2:10  Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. 
1Co 2:11  Want wie van de mensen weet, hetgeen des mensen is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand, hetgeen Gods is, dan de Geest Gods. 
1Co 2:12  Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn; 
1Co 2:13  Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende. 
1Co 2:14  Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. 
1Co 2:15  Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hij zelf wordt van niemand onderscheiden. 

Nu hebben wij in het leven te maken met ons verstand, wil en emoties naast die van onze geest. Wanneer wij weten Hem toe te behoren, ontmoeten wij strijd in onszelf. Die strijd vindt hoofdzakelijk plaats tussen onze ziel, waar het verstand, wil en emoties huizen én onze geest, waar Zijn Geest in woont.

Shaul/Paulus beschrijft dat in Romeinen 7:15  Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik. 
Rom 7:16  En indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is. 
Rom 7:17  Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 
Rom 7:18  Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet. 
Rom 7:19  Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. 
Rom 7:20  Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 
Rom 7:21  Zo vind ik dan deze wet in mij; als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt. 
Rom 7:22  Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens; 
Rom 7:23  Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is. 
Rom 7:24  Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? 
Rom 7:25  Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere. 
Rom 7:26  Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde. 

En Mattheüs zegt het zó:

Mat_26:41  Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

En ook David weet ervan wanneer hij in de psalmen zijn ziel het zwijgen oplegt met zijn geest:

Psa_42:6  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en zijt onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen Zijns aangezichts.
Psa_42:12  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.
Psa_43:5  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.
Psa_62:6  Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting.

Dús…aan de hand van deze versaanhalingen begrijpen wij dat wij een menselijke natuur hebben die via onze ogen,oren, emotie en verstand gevoed wordt en een geest, waarin Zijn Geest woont wanneer wij Hem toebehoren en dat ons leven de tijd geeft om ons te vormen. Beproevingen zijn een onderdeel om ons te helpen om te zien in hoeverre wij zien met onze ogen of met ons hart.

Van Hem krijgen wij instructies, die geschreven staan in Zijn Woord, omdat Hij ons aanmoedigt overwinnen te behalen.

Ogendienst – we weten nu dat het te maken heeft met anderen te behagen in plaats van YHVH

Ogendienst kan onbewust, bewust gedaan worden. Onderzoek geeft stof tot nadenken, maar ook ontdekking, omdat geestelijke onderscheiding aanreikt dat wat verborgen is.

Ogendienst is er in alle gelederen….Het is van alle tijden en het floreert welig., maar het einde geeft geen vrucht dat YHVH welbehagelijk is. Zie bij voorbeeld de verleiding in de hof van Eden.

We zien aan de volgende teksten dat er in alle eeuwen goede raadgeving en advies geweest is, maar dat het aan onszelf ligt welke keuze wij maken en de bijbehorende conditie blijft niet uit:

Jer 6:16  Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen. 
Jer 6:17  Ik heb ook wachters over ulieden gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin; maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren. 
Jer 6:18  Daarom hoort, gij heidenen! en verneem, o gij vergadering! wat onder hen is. 
Jer 6:19  Hoor toe, gij aarde! Zie, Ik zal een kwaad brengen over dit volk, de vrucht hunner gedachten; want zij merken niet op Mijn woorden, en Mijn wet verwerpen zij. 

Ook Yeshua legt het verschil aan de hand van de volgende woorden nauwkeurig uit:

Luk 18:9  En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis: 
Luk 18:10  Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een Farizeer, en de ander een tollenaar. 
Luk 18:11  De Farizeer, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar. 
Luk 18:12  Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit. 
Luk 18:13  En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig! 
Luk 18:14  Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden. 
Luk 18:15  En zij brachten ook de kinderkens tot Hem, opdat Hij die zou aanraken; en de discipelen, dat ziende, bestraften dezelve. 
Luk 18:16  Maar Jezus riep dezelve kinderkens tot Zich, en zeide: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods. 
Luk 18:17  Voorwaar, zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet zal ontvangen als een kindeken, die zal geenszins in hetzelve komen. 
Luk 18:18  En een zeker overste vraagde Hem, zeggende: Goede Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven? 
Luk 18:19  En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God. 
Luk 18:20  Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en uw moeder. 
Luk 18:21  En hij zeide: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid aan. 
Luk 18:22  Doch Jezus, dit horende, zeide tot hem: Nog een ding ontbreekt u; verkoop alles, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij. 
Luk 18:23  Maar als hij dit hoorde, werd hij geheel droevig; want hij was zeer rijk. 
Luk 18:24  Jezus nu, ziende, dat hij geheel droevig geworden was, zeide: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan! 
Luk 18:25  Want het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga. 
(..)
Luk 18:27  En Hij zeide: De dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God. 
Luk 18:28  En Petrus zeide: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd. 
Luk 18:29  En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg ulieden, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het Koninkrijk Gods; 
Luk 18:30  Die niet zal veelvoudig weder ontvangen in dezen tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven. 

De kinderen Israels zijn ons tot voorbeeld gesteld, omdat het onze vaders waren, wat beslist niet figuurlijk bedoeld is.

1Co 10:1  En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; 
1Co 10:2  En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; 
1Co 10:3  En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; 
1Co 10:4  En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus. 
1Co 10:5  Maar in het meerder deel van hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen. 
1Co 10:6  En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben. 
1Co 10:7  En wordt geen afgodendienaars, gelijkerwijs als sommigen van hen, gelijk geschreven staat: Het volk zat neder om te eten, en om te drinken, en zij stonden op om te spelen. 
1Co 10:8  En laat ons niet hoereren, gelijk sommigen van hen gehoereerd hebben, en er vielen op een dag drie en twintig duizend. 
1Co 10:9  En laat ons Christus niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen verzocht hebben, en werden van de slagen vernield. 
1Co 10:10  En murmureert niet, gelijk ook sommigen van hen gemurmureerd hebben, en werden vernield van den verderver. 
1Co 10:11  En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der eeuwen gekomen zijn. 
1Co 10:12  Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.

De keus is aan ons wat wij heden ten dage kiezen. Eenvoudig aan Hem vragen of Hij ons leiden wil en geven ons Zijn kennis, Zijn wijsheid en Zijn inzicht. Dan zullen wij gaan onderscheiden om de juiste weg te gaan,maar wij zullen ook niet schromen anderen te helpen de uitnemendste weg te kiezen. Maar vóór we dat laatste doen, vragen wij ook weer om Zijn leiding, omdat Zijn zaak ermee gediend wordt.

Hineni

Jozua 24:15  Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen! 

 Beproef mijn woorden, shalom, Hadassah

NB Het woord HEERE etc is mijns inziens YHVH Yod Heh Vav Heh; Christus/ Mashiach, Yeshua


2 reacties

Yeshua in de Tenach?

Niemand heeft ooit YHVH gezien, dus Wie spreekt er, schept er, verschijnt er?

We willen Hem gaan ontdekken in de Tenach om te gaan vaststellen dat Hij de Ene is met diverse Namen, verschijningen en dat kan Hij omdat Hij boven ons denken souverein is om datgene te kunnen doen en machtig is te doen. Het zijn wij die met ons verstand en mogelijkheden vaak trachten Hem kleiner te maken dan Hij is.

Wat Hij gezegd heeft IS.

Ik heb de teksten in de oorspronkelijke vertaling gehouden incl de benaming, maar overal waar ik de HEERE lees is t in mijn gedachten YHVH….

Man

Gen 18:1  Daarna verscheen hem de HEERE/YHVH aan de eikenbossen van Mamre, als hij in de deur der tent zat, toen de dag heet werd. 
Gen 18:2  En hij hief zijn ogen op en zag; en ziet, daar stonden drie mannen tegenover hem; als hij hen zag, zo liep hij hun tegemoet van de deur der tent, en boog zich ter aarde. 

Man

Gen 32:24  Doch Jakob bleef alleen over; en een man worstelde met hem, totdat de dageraad opging. 
Gen 32:25  En toen Hij zag, dat Hij hem niet overmocht, roerde Hij het gewricht zijner heup aan, zodat het gewricht van Jakobs heup verwrongen werd, als Hij met hem worstelde. 
Gen 32:26  En Hij zeide: Laat Mij gaan, want de dageraad is opgegaan. Maar hij zeide: Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent. 
Gen 32:27  En Hij zeide tot hem: Hoe is uw naam? En hij zeide: Jakob. 
Gen 32:28  Toen zeide Hij: Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israel; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht. 
Gen 32:29  En Jakob vraagde, en zeide: Geef toch Uw naam te kennen. En Hij zeide: Waarom is het, dat gij naar Mijn naam vraagt? En Hij zegende hem aldaar. 
Gen 32:30  En Jakob noemde den naam dier plaats Pniel: Want, zeide hij ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest. (Yacobs interpretatie van de verschijnng)

Man

Exo 33:18  Toen zeide hij (Mozes): Toon mij nu Uw heerlijkheid! 
Exo 33:19  Doch Hij zeide: Ik zal al Mijn goedigheid voorbij uw aangezicht laten gaan, en zal den Naam des HEEREN uitroepen voor uw aangezicht; maar Ik zal genadig zijn, wien Ik zal genadig zijn, en Ik zal Mij ontfermen, over wien Ik Mij ontfermen zal. 
Exo 33:20  Hij zeide verder: Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen mens zien, en leven. 
Exo 33:21  De HEERE zeide verder: Zie, er is een plaats bij Mij; daar zult gij u op de steenrots stellen. 
Exo 33:22  En het zal geschieden, wanneer Mijn heerlijkheid voorbij zal gaan, zo zal Ik u in een kloof der steenrots zetten; en Ik zal u met Mijn hand overdekken, totdat Ik zal voorbijgegaan zijn. 
Exo 33:23  En wanneer Ik Mijn hand zal weggenomen hebben, zo zult gij Mijn achterste delen zien; maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden! 

De Ene

Deuteronomium 6:4  Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE

Verschijning

1Koningen 19 spreekt over de Ongeziene, Die met Elia spreekt

Yeshua van eeuwigheid af

Spr 8:22  De HEERE bezat Mij in het beginsel Zijns wegs, voor Zijn werken, van toen aan. 
Spr 8:23  Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest; van den aanvang, van de oudheden der aarde aan. 
Spr 8:24  Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water; 
Spr 8:25  Aleer de bergen ingevest waren, voor de heuvelen was Ik geboren. 
Spr 8:26  Hij had de aarde nog niet gemaakt, noch de velden, noch de aanvang van de stofjes der wereld. 
Spr 8:27  Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij een cirkel over het vlakke des afgronds beschreef; 
Spr 8:28  Toen Hij de opperwolken van boven vestigde; toen Hij de fonteinen des afgronds vastmaakte; 
Spr 8:29  Toen Hij der zee haar perk zette, opdat de wateren Zijn bevel niet zouden overtreden; toen Hij de grondvesten der aarde stelde; 
Spr 8:30  Toen was Ik een voedsterling bij Hem, en Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te aller tijd voor Zijn aangezicht spelende; 
Spr 8:31  Spelende in de wereld Zijns aardrijks, en Mijn vermakingen zijn met de mensenkinderen. 
Spr 8:32  Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want welgelukzalig zijn zij, die Mijn wegen bewaren. 
Spr 8:33  Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet. 
Spr 8:34  Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren. 
Spr 8:35  Want die Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van den HEERE. 

De Ene

Isa_43:11  Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij.
Isa_45:21  Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik.

YHVH gemanifesteerd in Yeshua

Jes. 9:5  Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst; 
Jes. 9:6  Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen. 

De Ene

Hos_13:4  Ik ben toch de HEERE, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.

Ik kan niet anders vaststellen dat Hij die Ene, onveranderlijke is, Die in diverse verschijningsvormen een glimp van Hem heeft laten zien, waaronder de Voedsterling, de Uitvoerende Rechterhand (scheppend), Vleesgeworden Woord, Dus dat Woord was er eerst en de Voedsterling zag men nog niet…maar was er.

Om ons mensen iets te verwoorden van dat grootse gaat Hij als het ware ons een voorbeeld geven en dan denken wij of door overlevering of door eigen beperkt denken dat die Ene uit meer personen bestaat, maar het Woord zegt iets heel anders!

Ikzelf haal vaak als heel eenvoudig voorbeeld een mens aan, die en echtgenoot, vader,zoon, broer is en een beroep heeft,maar het is die ene die in diverse rollen de verschillende taken uitvoert. De ene taak met bijbehorend talent is niet sluitend en toepasbaar op die andere,maar bij elkaar genomen beslaan ze het gebied en mensen die deze mens bereikt in z’n leven.

Shema Yisrael YHVH Elohenu YHVH Echad

Laat Ons mensen maken zegt ook niets over een zg Drieëenheid..dat maken mensen ervan.

Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien, zegt Yeshua in Johannesbrief, maar daar doelt Hij niet op twéé, maar weer op dat geheimenis van die Ene, waar wij niet van kunnen vatten met ons verstand dat Hij de Ene is.

Hij is

Joh 8:58  Yeshua zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik. 

Alleen door aan te nemen en ons verstand uit te schakelen, kunnen we het vatten. Het verstand hoort immers bij onze ziel en niet te verwarren bij onze geest, waar het geloof woont omdat Zijn Geest inwoning heeft in ons.

Naar aanleiding van een heel inspirerend gesprek dacht ik deze tekstaanhalingen er even bij te halen, zodat ook ik het later makkelijk terug vinden kan.

Aanvullen mág!

Beproef mn woorden, graag!

Zegen en shalom, Hadassah.

 

 

 

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Egyptische afgoderij


“Over het algemeen denken we niet dat de arme tot slaaf gemaakte Israëlieten in Egypte schuldig zijn aan hun harde omstandigheden, en we schrijven hun spirituele toestand in de woestijn (anders dan het fiasco van het gouden kalf) niet toe aan een soort afgodenaanbidding en verbinding met de Egyptische goden. Maar Ezechiël hoofdstuk 20 maakt heel duidelijk dat onze voorouders zichzelf verontreinigden met de goden van Egypte. YHVH zegt in duidelijke bewoordingen: “… zij rebelleerden tegen Mij en wilden Mij niet gehoorzamen. Zij wierpen niet alle gruwelen weg die voor hun ogen stonden, noch verlieten zij de afgoden van Egypte” (vers 8). hetzelfde vers had dit allemaal “in het midden van het land Egypte” plaatsgevonden.

Afgezien van Ezechiël verifieert een andere schrijver van de Schrift dit. Iemand die een eerste ooggetuige van de toestand van zijn broeders was. Het is niemand anders dan Joshua, die dit feit niet slechts één keer, maar twee keer vermeldt. (Dan is er ook Amos in 5: 25-26, waarvan de korte beschrijving wordt herhaald in Handelingen 7: 42-43.)

Toen Joshua op het punt stond te bestaan, het stadium van het leven, herinnerde hij zich de geschiedenis van het volk, herinnerde hen aan wie zij moesten dienen, terwijl ze tegelijkertijd hen aanspoorden en uitdagen: “Nu daarom, vrees YHVH, dien Hem in oprechtheid en in waarheid, en leg de goden weg die uw vaderen aan de andere kant van de rivier en in Egypte dienden. Dien YHVH! “(Jozua 24:14 nadruk toegevoegd). De ‘overkant van de rivier’ verwijst naar de pre-abramithische dagen, maar ‘in Egypte’ is een vrij sterke en duidelijke aanklacht, die minder verschoonbaar is.

De andere aflevering, waarin Joshua te maken kreeg met dit pijnlijke onderwerp, deed zich veel eerder voor. Het was bij de toegang van de Israëlieten tot het land. Daar, in Gilgal, werden zij die in de woestijn geboren waren, besneden, een actie die ook was bedoeld om: “de smaad van Egypte van u af te werpen. Daarom wordt de naam van de plaats Gilgal genoemd “(Jozua 4: 9). Het “rollen” van de “smaad van Egypte” is “galot” – letterlijk rollen of wegrollen, terwijl de gelijkenis met de naam “Gilgal” heel duidelijk is. Het werkwoord “galo” of “galot” deelt dezelfde stam als “gilool” of “giloolim” (meervoud). Dit is wat de “afgoden van Egypte” worden genoemd in de bovengenoemde Ezechiël 20 schrift. De “gooloeliem” zijn “ballen”. Wat voor soort “ballen”? Ze zijn wat de Tanach mestballen noemen, en gebruiken een ander woord met dezelfde wortel – glaliem.

Dus wat is de connectie van “mestballen” met de “afgoden van Egypte”? Een van Egypte’s vereerde en vergoddelijkte wezens was de mestkever. Scarab is een mestkever, die wanneer hij zwermt en provender verzamelt, dit doet door het in een bal te vormen en het naar zijn bestemming te rollen. Toen Joshua’s altaar werd ontdekt op de berg Eyval (de vloedberg) in de jaren 1980, werden verschillende van deze door de mens gemaakte scarabs opgegraven. Dit was een duidelijk bewijs dat onze voorouders dit item van de ‘smaad van Egypte’ vereerden en het rondvoeren en zelfs doorgeven aan hun kinderen die het land Israël binnengingen. Chuck Missler beweert zelfs dat deze scarabs of kevers de “zwermen” waren – arov in het Hebreeuws – die de vierde plaag vormden. https://www.khouse.org/articles/2000/263/

De tien plagen die YHVH Egypte oplegde waren niet alleen bedoeld tegen de soeverein van Egypte, de farao, maar ook tegen de ‘goden’ van dat land. In de tijd van de laatste plaag, maakte YHVH de verklaring dat de goden van Egypte het doelwit waren van Zijn aanval (evenals de levende wezens van dat land). Inderdaad, zoals je waarschijnlijk weet, was elk van de plagen gericht tegen een van de afgoden van Egypte (zie bovenstaande link).

In feite zien we dat zelfs voordat het seizoen van de tien plagen begon, YHVH al Zijn macht bewijst tegen een van de goden van Egypte. YHVH oefent zijn gezag uit en verklaart: “En de Egyptenaren zullen weten dat ik YHWH ben, wanneer ik Mijn hand uitstrek over Egypte …” (Exodus 7: 5). “Uitrekken” is in dit geval “ne’to’ti” (het werkwoord dat “nato” is – zijn wortel is middag, tet, hey, n.t.h). Dit werkwoord geeft de leidende of wijzende richting aan, en dus in vers 9, wanneer A’haron wordt verteld om zijn staf te werpen, wordt dit artikel aangeduid met “ma’teh”, afkomstig van dezelfde wortel. A’haron en Moshe moesten de autoriteit van YHVH vertegenwoordigen over de heersende machten van Egypte, zowel de natuurlijke als het bovennatuurlijke. Inderdaad, wanneer A’haron zijn staf voor Par’oh werpt verandert het in een slang, die in het Hebreeuws “tannin” is, letterlijk een alligator. Zo toonde YHVH Zijn macht over een van de krachtigste symbolen van Egypte. In feite, in Ezechiël 29: 3 wordt Par’oh zelf aangesproken als de “grote tannine” (vertaald “monster”), dat is de grote alligator (zie voor hetzelfde idee ook Ez 32: 3). De regel en autoriteit van Egypte wordt daarom gesymboliseerd door dit schepsel dat de Nijl bewoonde, en was de eerste die werd uitgedaagd door Elohim. (Voor meer informatie over de alligators en hun rol in het Egyptische Pantheon, zie https://en.wikipedia.org/wiki/Sobek)

Het is niet louter toeval dat de plagen die deze wereld en haar systemen moeten treffen, zoals beschreven in Openbaring beschreven lijken ze de plagen te weerspiegelen die de Egyptenaren overkwamen, voordat YHVH Israël uit hun midden wegvoerde. Het feit echter dat de Israëlieten zelf niet vrij waren van dezelfde soort afgoderij, moet niet over het hoofd worden gezien, vooral als we terugverwijzen naar de passage “overgangsperiode” van Ezechiël 20: 33-38. In de verzen 38 en 39 lezen we het volgende: “Wat u betreft, o huis van Israël,” aldus zegt de Heer YHVH: ‘Ga, dien een ieder van u zijn afgoden – en hierna – als u mij niet wilt gehoorzamen; maar profaan Mijn heilige naam niet meer met uw gaven en uw afgoden. “” Zou het u verbazen om te ontdekken dat het woord daar voor “afgoden” weer “giloeliem” is? Hoe onthullend! Dus als het verblijf van onze voorouders in Egypte en hun opkomst uit die plaats op de een of andere manier gelijkwaardig is aan onze tijd, moeten we de afgoderij in het kamp van Israël overwegen.

Het maakt niet uit hoe deze idolen eruit zien, of welke vorm ze aannemen, of hoe ze worden aanbeden, spirituele entiteiten verdwijnen niet of verdwijnen niet. Ze zijn nog steeds in oorlog met Elohim en Zijn volk, en ze kunnen ons nog steeds vasthouden. Hoewel ze niet de vorm aannemen die ze in het oude Egypte hebben gedaan, zijn ze niet gestopt ‘afschuwelijk mestkalmen’ te zijn die we met geweld van onszelf moeten verwijderen. De Gilgal-ervaring is nog niet voorbij.

Als een kanttekening kunnen we het feit in overweging nemen dat op de plaats van de grootste internationale intergeloof conventie – dat is waar de poging werd gedaan om een ​​toren naar de hemel op te heffen en “als de Allerhoogste” te zijn, in Bavel – Mitzrayim (de stamvader van de natie Egypte die ook de oom van Nimrod was) zou aanwezig zijn geweest. Zo werden de overtuigingen, met de entiteiten die hen vergezelden, getransporteerd van die wieg van de opstand van de mensheid naar de hele bekende wereld van de dag. Babylon heeft altijd haar rol gespeeld als de vertegenwoordiger van de vijand, en nog steeds, in elk tijdperk van de menselijke geschiedenis. Het is van haar, dat gedoemd is tot vernietiging, dat we moeten vluchten (terwijl we de ‘mestballen’ afblazen als we gaan zodat we sneller kunnen rennen zonder “onbelemmerd door de zonde”), opdat we niet met haar vallen. Dit wordt goed samengevat in Openbaring hoofdstuk 18.”

Met dank aan Ephraim en Rimona Frank


2 reacties

Een historisch perspectief op Hanukkah

Het is deze tijd Hanukkah, een gedenktijd voor Judah om de strijd, volharding en overwinning te gedenken, waarin een handjevol moedige mensen een grote overmacht met de zegen van de Allerhoogste de geschiedenis inging.Het feest wordt op allerlei wijze gevierd. Door de jaren gaand en niet opgegroeid in de joodse cultuur,maakte mij onderzoekend, om te zien wat voor betekenis het voor ons persoonlijk heeft.
Vanwege m’n instelling om de achtergrond van zaken te onderzoeken en niet mee te willen gaan met alleen maar uiterlijkheden, maakt dat ik  Hanukkah nuchter wil bekijken om niet aan de diepte van vernieuwing van beide huizen voorbij te gaan. Daarom was het schrijven van Ephraim & Rimona Frank voor mij een welkome verfrissing!
Recentelijk in de Hebreeënbrief enige waarheden gevonden die Ephraim in zijn schrijven eveneens aanstipt, wanneer hij de Corinthe2 aanhaalt.

 

                                             spring2017 picture download 060 Menorah, teken van Messias

                                                  Geweven door Chana

“De profeet Daniël (in de 6e eeuw voor Christus) voorzag de opkomst van het Griekse rijk, de uiteindelijke opsplitsing in vier delen en vooral gewezen op het regime van Antiochus IV Epiphanes, de Seleucidische koning die aan de macht kwam in 175 voor Christus. (Zie Daniël 11: 1-4; 21-25).
Het was tegen deze koning en zijn wrede edicten dat de Maccabische familie een opstand leidde in de jaren 167-160 voor Christus, met een goede reden.
De religieuze verboden tegen de Joodse bevolking in Israël in die tijd waren zeer streng, resulterend in afschuwelijke straffen voor iedereen die deze edicten durfde tegen te gaan.
De proces van de militante rebellie was kort, wat niet alleen resulteerde in religieuze vrijheid, maar ook in het bereiken van autonomie voor de Joden van de Griekse / Seleucidische controle.

Vanaf dat moment namen de Makkabeeën, die een priesterlijk gezin waren, de leiding van Judea op zich en handelden in verschillende hoedanigheden, maar onthilden zich van de rechterlijke macht en koninklijke plichten (terwijl ze een pact met Rome sloten, dat de weg vrijmaakte voor de laatste om de beginnende staat beginnen te beïnvloeden). In het jaar 104 B.C. John Aristobulus I en vervolgens zijn broer Alexander Jannaeus verklaarden zich zowel koningen als hogepriesters. Vanaf dat punt begonnen de dingen  af te nemen, resulterend in een morele, spirituele en nationale achteruitgang van het ‘koninkrijk’, zoals we een eeuw later zien ten tijde van Yeshua. Het is duidelijk dat de familie die zo op wonderbaarlijke wijze tegen alle verwachtingen in een oorlog met een supermacht won, niet de beginselen die ze hadden nagestreefd, hoog hield en het volk van Israël-Judea verried.

Hoewel deze kronieken van de opstand geen deel uitmaken van de Schrift, maar zoals we hierboven zagen, was er een duidelijke verwijzing naar wat er een paar eeuwen tevoren in Judea zou gebeuren.

Aangezien de herdenking en reiniging van de tempel (in het jaar 138 v.Chr.) Hanukkah is (of zou moeten zijn), laten we ons dan wenden tot een bijbelse tekst (rond 520 voor Christus) die uitsluitend gericht is op de Tempel van Elohim en zijn plaats in het leven van het volk van Israël:
Dat is het boek van de profeet Haggaï.
Dit korte boek heeft nogal wat dingen te zeggen over het Huis van Elohim en zijn heiligheid. Bovendien, aangezien de historische datum van de Hanukkahviering de 25e van de 9e maand (Kislev) is, verwijst Haggai driemaal naar de 24e van de 9e maand (die allemaal op hetzelfde jaar zijn, “het tweede jaar van Darius”) , hoofdstuk 2:10, 18, 20) bijna 400 jaar vóór de Hanukkah-gebeurtenis..

In feite zegt hij in 2:18: “Bedenk nu vanaf deze dag, vanaf de vierentwintigste dag van de negende maand, vanaf de dag dat de grondlegging van de tempel van YHVH werd gelegd – houd rekening met:” (cursivering toegevoegd). Haggai leefde in de tijd van de terugkeer naar Sion, na de 70-jarige ballingschap in Babylon, toen de tweede Tempel werd gebouwd. Die profeet maakte zich grote zorgen over het nieuwe huis van Elohim, de goede fundamenten en de juiste zorg en houding van degenen die erbij zouden zijn.

In het boek dat volgt op Haggaï, Zacharias, wordt hetzelfde jaar (Darius ‘2e) opnieuw genoemd, met profetieën die betrekking hebben op Jeruzalem, op Sion EN, nogmaals, op het huis van YHVH. Maar hier is het YHVH Zelf die Zijn ijver voor die plaatsen verklaart, en Zijn woord van belofte betreffende hen: “Verkondig, zeggende,” aldus zegt YHVH Tzevaot: “Alzo zegt YHVH der heirscharen: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver. 

Zec 1:15  En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen. 
Zec 1:16  Daarom zegt YHVH alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt YHVH der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden. 
Zec 1:17  Roep nog, zeggende: Alzo zegt YHVH der heirscharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want YHVH zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.  ” (Zach.1: 14b-17).

Een paar eeuwen later demonstreerde Yeshua Zijn ijver voor het toen bestaande Huis van Elohim. Mattheüs 21: 12-13: “Toen ging Yeshua naar de tempel van Elohim en verdreef allen die in de tempel kochten en verkochten, en veranderde de tafels van de geldwisselaars en de zetels van degenen die duiven verkochten, en Hij zei tegen “Er staat geschreven:” Mijn huis zal een huis van gebed worden genoemd “, maar u hebt het tot een ‘hol van dieven’ gemaakt. ‘Hij zei ook tegen de kooplieden:’ Maak van mijn vaders huis geen huis van koopwaar “(Johannes 2:16).” En Hij wilde niet dat iemand goederen door de tempel droeg “(Marcus 11:16).Het was precies dezelfde scène en locatie die Yeshua ook toevoegde: “Vernietig deze tempel en binnen drie dagen zal ik hem oprichten.” Toen zeiden de Joden: ‘Het heeft zesenveertig jaar geduurd om deze tempel te bouwen en zal Steekt u het in drie dagen op? “Maar Hij sprak over de tempel van zijn lichaam (Johannes 2: 19-21). “De tempel van zijn lichaam” !? Ja, het lichaam van Yeshua dat voor ons is gegeven (zie Lucas 22:19). Als we deze gedachtegang een stap verder volgen, vertelt de Bijbel ons ook dat wij ook de ‘tempel’ zijn.

Daarom spoort Paulus aan: “Vorm geen ongelijk span met ongelovigen. Want wat voor gemeenschap heeft gerechtigheid met wetteloosheid? En welke gemeenschap heeft licht met duisternis? En welk akkoord heeft de Messias met Belial? Of welk deel heeft een gelovige met een ongelovige? En welke overeenstemming heeft de tempel van Elohim met afgoden? Want u bent de tempel van de levende Elohim, zoals Elohim heeft gezegd: ‘Ik zal in hen wonen en onder hen wandelen. Ik zal hun Elohim zijn, en zij zullen Mijn volk zijn. “Daarom” Kom uit uit hun midden en scheidt u af “, zegt YHVH. Raakt niet wat onrein is en ik zal u ontvangen. Ik zal een Vader voor u zijn, en jullie zullen Mijn zonen en dochters zijn, ‘zegt YHVH Almachtig’ (2 Korinthiërs 6: 14-18 nadruk toegevoegd).

We hebben een lange reis gemaakt door YHVH’s huis of tempel, maar is dit niet de essentie van de viering van deze tijd van het jaar? Moge deze Chanoeka inderdaad voor ons een feest van licht zijn als we Degene die “het Licht van de wereld” is, vieren en die ons vertelde dat “Hij die Mij volgt, niet in duisternis zal wandelen, maar het licht des levens heeft” ( Johannes 8:12), en dat wij, net als Hij, “het licht van de wereld” zullen zijn (Mattheüs 5:14). Met gereinigde tempels zal zeker Zijn licht door ons “zo schijnen voor de mensen, dat zij moge uw / onze goede werken zien en uw / onze Vader in de hemel verheerlijken “(Mattheüs 5:16).”

Eze 36:37  Alzo zegt YHVH: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe
Restore us again:


Een reactie plaatsen

Elohim’s Womb, the Tabernacle, the Bride, and the Feasts

Zoeken naar verbanden is boeiend en soms heb je indringende gebeurtenissen nodig om er oog voor te krijgen. Recentelijk opnieuw in de Hebreeënbrief begonnen heeft mij voortschrijdend inzicht gebracht en dat brengt behoefte naar dieper liggende zaken die zo op het oog niet te vinden zijn.

Blij ben ik dat het volkje Israel naar de belofte niet verlaten is, maar gevoed wordt in de wildernis, net als toen.

1Cor 10: 1 En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; 
1Co 10:2  En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; 
1Co 10:3  En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; 
1Co 10:4  En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Yeshua. 
1Co 10:5  Maar in het meerder deel van hen heeft YHVH geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen. 
1Co 10:6  En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben. 

 

Na het lezen van een artikel met de intrigerende titel Sukkot verborgen in de schaduw van YHVH, https://graceintorah.net/2018/10/03/sukkot-hidden-in-the-shade-of-god/

kwam ik een video tegen met de wederom intrigerende titel

“God’s Womb, the Tabernacle, the Bride, and the Feasts” van John Diffenderfer, waarbij ik notities maakte gedurende het beluisteren ervan.

-3000 mensen stierven na de zonde met het gouden kalf

-Na het gouden kalf kwam de uiterlijke tabernakel, de offers, de uiterlijke priestertaak en al deze extra lagen omdat de mens gevallen was. De priestertaak, de tabernakel en al deze zaken waren er niet direct vanaf de uittocht en duizenden jaren later toen in de upperroom de Ruach haKodesh naar beneden kwam en machtigt de Bruid net als Mirjam, die overschaduwt werd door Ruach, omdat Hij Zijn Bruid kende zoals in het eerste huwelijk Adam zijn Chava als zijn enige vrouw kende en Ruach haKodesh Mirjam kende zodat zij de moeder gemachtigd werd de moder van yeshua te worden,

zo werden

-3000 terug geplaatst in het Lichaam/Bruid door behoudenis, nadat Yeshua opgevaren was naar shamayim en de bruid gemachtigd werd.

-Zonder deze waarheid/herstel door Ruach haKodesh is een feest en bijeenkomst leeg…Het verbond begint daar waar de Ruach haKodesh in het spel komt en bijzonder werkzaam is.

-Chava werd van de zijde genomen en dat woord wordt 40 keer gebruikt bij oa de tabernakel, de tempel en het symboliseert de baarmoeder waardoor zaad vermenigvuldigd wordt tot wezens.

-Tabernakel is een beeld van de baarmoeder. het dak van de tabernakel heeft vier lagen, de huidlagen voordat men  in de baarmoeder is, ook vier.

-Waarom denk je dat oorlogen van Satan gaat om de lichamen van de vrouw? Over abortus, degradaties, noem maar op, waarom is het zo belangrijk voor Satan…omdat daar het leven begint! Het is t dichtste bij van wat schriftuurlijk gebeurt. Hebreeuwse woord voor genade is Rahama en is het zelfde woord voor baarmoeder

-Zonder intimiteit krijg je geen relatie en vruchtbaarheid. Zonder bruid te willen worden geen van de zegeningen, omdat Hij geen vrienden zoekt,maar een Bruid.

NB Men kan er nederlandse ondertiteling bij krijgen door naar de instellingen te gaan en daar de betreffende taal te kiezen.

 


4 reacties

Het grote manco

Gelovigen uit de volkeren, die alreeds terugkeerden naar Yeshua’s werkelijke instructies, die letterlijk geschreven staan in het Woord (bijbel,Schriften van YHVH) en door openbaring door de Heilige Geest ( Ruach haKodesh) meer en meer inzichten krijgen, staan voor een grote uitdaging.

Gaan zij de weg op of zijn zij alreeds op weg de wijsheid van religieuzen hoger te achten dan de Leraar waarvan Yeshua zei dat Die na Hem komen zou?

Weten zij, deze gelovigen uit de volkeren, waarvan een klein deel zich Efraim/Yosef weet, dat zij verkoren zijn om de eerstgeborenen te zijn en daarbij een priesterlijke taak hebben?

Wat maakt dat velen zo graag bij hun broer willen studeren en haast kritiekloos de leringen en vormen daarvan adopteert? Wat is hun drijfveer? En is dat YHVH’s drijfveer ook?

Om te kunnen weten wie het huis van Efraim en het huis van Judah is, zullen we de geschiedenis in moeten duiken en vandaar uit naar de toekomst. We zullen moeten gaan onderscheiden waarom YHVH van eerstgeborene spreekt als Hij Efraim/Yosef bedoelt. We zullen ook moeten gaan onderzoeken wat voor eigenschappen er bij deze eerstgeborenen horen. Waarom?

Een tipje van de sluier is dat de eerstgeborene de eigenschappen bezit om de familie te redden, zie Yeshua.

En wat als de eerstgeborene nalaat in die functie van eerstgeborene te gaan staan en vleselijk ( op zijn eigen manier) de familie probeert te bewegen een richting op te komen waarvan hij/zij denkt dat de familie daar belangstelling voor heeft? Dan wordt de eerstgeborene niet op de juist manier toegerust en is nutteloos voor die functie.

Het zijn straffe woorden, maar zoals ik het Woord lees, kan er maar één manier de juiste zijn en dat is volgens YHVH’s richtlijnen. Andere manieren hebben Zijn welbehagen niet. Alles is terug te voeren op hartsgesteldheid, maar ook volksaard. De volksaard van Efraim/Yosef.

Al een heel poosje zie ik uit de stroom van mensen die men onder de groep gelovigen uit de volkeren noemt, minstens twee stromingen ontstaan, die elkaar niet van nut zijn. De ene stroming zoekt het voornamelijk bij de oudste broer en de andere stroming bij de Vader en Zijn Woord met daarin het zoeken naar Zijn Stem, Zijn Ruach Die in alle waarheid leidt. De ene stroming zoekt het beneden, de andere verwacht het van Boven. Wat ik ook zie dat door deze ontwikkeling het proces  om een volwaardige en volwassen natie te worden van Yosef/Efraím onnodig vertraagt wordt en dat is erg ontmoedigend. Maar zoals de geschiedenis leert, is het een herkenbare herhaling van de geschiedenis, die overigens niet hoefde en voorkomen had kunnen worden!

Ook rijst de vraag wie de mensen aanzet de ene of de andere stroming te aanvaarden. Waar zijn de goede stabiele mannen en vrouwen die anderen de juiste weg aanreiken?

Door zelf op onderzoek uit te zijn gegaan, weten we dat er inderdaad enkele plaatsen in ons land zijn, waar men de weg van Boven zoekt…waar we Yeshua weerspiegeld zien en het herstel van de familie Efraïm/Yosef hebben mogen proeven. Waar man en vrouw zij aan zij werkzaam zijn, zoals we dat in de brieven der apostelen lezen. Waar men niet terugstapt omwille van religieuze mensen, maar solide voorwaarts gaat. En daarbij tevens een diepe verbondenheid met Israel en Judah ervaart.

Overal geeft Abba een tijd voor, maar op zeker moment zoekt Hij resultaat in wat Hij gegeven heeft en dat is niet voor niets. Hij zoekt een eerstgeborene die de familie gaat redden. Een eerstgeborene waarvan schriftuurlijk geschreven is, dat deze zijn eigenbelangen en liefhebberijen opzij zet omdat de familie op het spel staat.

Beschrijft het Woord Abba YHVH’s hartsverlangen niet hoezeer Hij verlangt dat in navolging van Yeshua een natie op zijn voeten gaat staan, zodat het hele volk gered gaat worden en op mag staan in beider functies? Zodát… de Messias zal kunnen komen!

Wanneer wij vanuit de geschiedenis, de bijbelse wel te verstaan, de volksaard van de gelovigen uit de volkeren gaan zien en erkennen én ons bekeren, zullen wij niet deel hebben aan dat grote manco, maar geroepen kunnen worden om deel te hebben in dat grote heilsplan om de hele familie te redden!

Het voert te ver om de uitstekende studies van Eddie Chumney woord voor woord na te vertellen, maar in deze twee delen wordt in kort bestek en met veel schriftuurlijke onderbouwing onze roeping, ons karakter en Vaders vraag naar voren gebracht.

Ik beveel deze twee delen van harte aan, want ook de eer van YHVH is ermee gemoeid wanneer wij ons bekeren van menselijke overwegingen mensen hoger te achten en meer tijd en inzet van onze eer te geven aan Hem Die Zijn leven overhad om zondeloos te sterven zodat wij tot onze roeping zouden kúnnen komen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ezechiël 37:14 “En Ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en gij zult weten, dat Ik, YHVH, dit gesproken en gedaan heb, spreekt YHVH.

Jer. 6:16 “Zo zegt YHVH: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen.”

 

 


Een reactie plaatsen

Beleidsvorm en resultaat

In Jerusalem werd ik opnieuw bepaald bij vormen waaraan wij als individu, of als huisgroep en gemeente een doel voor ogen hebben om mensen aan te geven waar wij voor staan. Dat kwam ondermeer door mensen die mij in de oude stad aanspraken en die mij kenden van een bezoek ergens in het (Neder)land op shabbat. Er ontstond een gesprekje, waarin ik weer eens besefte dat we met z’n allen beseffen mogen wie wij op het oog hebben met ons uitgangspunt of zo men wil beleidsvorm.

Deze mensen en zij zijn niet de enigen, knapten af op de tendens van de groep waar zij kwamen. Het was voor hen teveel uiterlijk en inhoudelijk joods orthodox getint, terwijl er minimaal van Juda of misschien wel geen van hen aanwezig waren.

Daarom is het bijzonder van belang wie wij op het oog hebben bij de uitleving die wij presenteren.

Hebben wij als gelovigen uit de volkeren een roeping ontvangen om Juda tegemoet te komen en hun cultuur (ouderwets gezegd “daad, praat en gewaad”) aan te wenden of gaat onze bewogenheid uit naar de verloren schapen van het huis Israels om ons heen, waarbij Juda ook zeker welkom is op de manier die zij appreciëren.

Heel belangrijk is het dat er nuchterheid plaats gaat maken voor idealisme, omdat anders de groei en doorstroom gaat stagneren. Werden wij door Yeshua niet aangespoord om uit te gaan en dicipelen te maken met het onderwijs die Yeshua vanuit Hebreeuws zicht uitlegde en doorgaf?

Het is niet afvallig wanneer wij met Abba’s Ruach in ons zonder opsmuk gewoon Yosef worden en niet Juda. De laatsten, indien oprecht en niet farizeeïsch, zullen altijd broederlijk reageren op de oprechte Yosefieten. Hoe ik dat weet? Uit eigen ervaring van tientallen jaren sinds we én shabbat/feesten onderhouden én omgang met Juda in binnen en buitenland hebben.

Het gaat mij om velen uit de volkeren, die de eerste stapjes willen zetten en niet de judaistische kant op willen, omdat dat hen niet “eigen” aanvoelt. De synagogale vorm stoot hen af van wat zij voor ogen hebben. Hebben wij, die al wat verder op t pad zijn, oog voor hen, die geen Juda zijn en afgezien van de geboden in het geschreven Woord, de joodse uitingsvorm willen laten voor wat het is?

Het is belangrijk om te evalueren en nuchter naar de begonnen beleidsvorm te kijken. Zonodig bijstellen zou ruimte kunnen gaan geven voor de vele zoekenden, die graag een plekje vinden waar zij groeien kunnen in een veilige omgeving, zonder dat er ook maar iets afbreuk gedaan wordt aan Yeshua en YHVHs leefregels en onze roeping in Hem. Balans is noodzakelijk wil er solide aanwas komen.

Toets mijn woorden, ook ik ben lerende en bewogen over hen die dicipelen willen worden in Zijn dienst.

1Sa_16:7  Doch YHVH zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar YHVH ziet het hart aan.

2Co_10:7  Ziet gij aan wat voor ogen is? Indien iemand bij zichzelven betrouwt, dat hij van Yeshua is, die denke dit wederom uit zichzelven, dat gelijkerwijs hij van Yeshua is, alzo ook wij van Yeshua zijn.

Heb_4:12  Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

Mar_7:5  Daarna vraagden Hem de Farizeen en de Schriftgeleerden: Waarom wandelen Uw discipelen niet naar de inzetting der ouden, maar eten het brood met ongewassen handen? Mar_12:35  EnYeshua antwoordde en zeide, lerende in den tempel: Hoe zeggen de Schriftgeleerden, dat de Messias een Zoon van David is?
Mar_12:38  En Hij zeide tot hen in Zijn leer: Wacht u voor de Schriftgeleerden, die daar gaarne willen wandelen in lange klederen, en gegroet zijn op de markten;

1Jn_3:24  En die Zijn geboden bewaart, blijft in Hem, en Hij in denzelven. En hieraan kennen wij, dat Hij in ons blijft, namelijk uit den Geest, Dien Hij ons gegeven heeft.
1Jn_4:13  Hieraan kennen wij, dat wij in Hem blijven, en Hij in ons, omdat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.

2Ti 1:9  Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Mashiach Yeshua voor de tijden der eeuwen; 2Ti 1:11  Waartoe ik gesteld ben een prediker, en een apostel, en een leraar der heidenen; 
2Ti 1:12  Om welke oorzaak ik ook deze dingen lijde, maar word niet beschaamd; want ik weet, Wien ik geloofd heb, en ik ben verzekerd, dat Hij machtig is, mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot dien dag. 
2Ti 1:13  Houd het voorbeeld der gezonde woorden, die gij van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Yeshua haMasshiach is. 
2Ti 1:14  Bewaar het goede pand, dat u toebetrouwd is, door den Heiligen Geest, Die in ons woont. 

Eze 37:19  Zo spreek tot hen: Alzo zegt YHVH: Ziet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraims hand geweest is, en van de stammen Israels, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen een worden in Mijn hand. ( Op Zijn tijd en Zijn wijze)

Rom_11:36  Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.
Col_1:16  Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;

BYNC 2016 https://www.youtube.com/watch?v=3cdbc0xFRXE

BYNC 2018 https://www.youtube.com/watch?v=7KFllRRQWG0

 


1 reactie

Women in ministry- is that biblical?

Intriguing title … Also in the messianic circuit, but it’s good to have a closer look, because Yeshua has come to restore everything. The sources I quote next to the Word confirm my thoughts. However, the Word is decisive. You may proof my thoughts. Shalom!

Kisha Gallacher says something confronting in the video below this article and that helps to put our feet in YHVH’s track instead of continuing to embrace outdated patterns, unless they have been able to stand the Hebrew “viewing test” of the Word. Hence the incentive to refer to the Word.

What does the Scripture say about it?

Women in the scriptures who taught, prophesied, served, and became leaders.

The Torah contains instructions and promised blessings that are available for men, women and children. Women are encouraged to hear for themselves, to learn, to study and to teach the scriptures as men do.

“Gather the people, men, women, and children, and your stranger that is in your gates, that they may hear, and that they learn, and fear YHVH, your Elohim, and observe every word of this law.” Deuteronomy 31:12

“And he read there in front of the street that was before the water gate, from early morning till noon, for the men and the women, and those who could understand it, and the ears of all the people were attentive to the book. of the law.” Nehemiah 8: 3

“Miriam, the prophetess, the sister of Aaron, took a tambourine in her hand and all the women followed her with tambourines and dancing.” Exodus 15:20

“For I have brought you up out of the land of Egypt, and delivered you from the house of bondage, I have sent Moses, Aaron, and Miriam before you.” Micah 6: 4

“Now Deborah, a prophetess, the wife of Lappidoth, she founded Israel at that time.” Judges 4: 4

“So Hilkiah the priest, and Ahikam, and Achbor, and Shaphan, and Asaiah, went to Chulda the prophetess, the wife of Shallum the son of Tikva the son of Haras, guardian of the wardrobe (now she dwelt in Jerusalem). in the second quarter), and they talked [consulted] her and she said to them: ‘Thus says Yahweh, the Elohim of Israel’ … “2 Kings 22:14

The wife of the prophet Isaiah was also a prophetess. “I went to the prophetess, and she received and bore a son, then YHVH said to me:” Call his name “Maher Shalal Hash Baz.” “Isaiah 8: 3

Even the believers in the Scriptures in the New Testament can clearly see women in ministry: “There was an Anna, a prophetess, the daughter of Phanuel, of the tribe of Asher (she was of an advanced age, lived with a man seven years later her virginity “Luke 2:36

Women even worked together with the apostle Paul:
“Yes, I beg you also, true partner, to help these women, for they cooperated with me in the good news [the gospel], with Clement also, and the rest of my colleagues, whose names are in the book of life. . “Philippians 4: 3

“And I commend you to Phebe our sister, being a servant of the assembly who is in Cenchrea” Romans 16: 1

“Now this man had four virgin daughters who prophesied.” Acts 21: 9

We now know that many righteous women in the Renewed Testament served as disciples, but because the translators set the names differently and the established order in church and state was determined by men, the general assumption has been extended to the present date that it was only for male brothers. intended to take all these positions.

Unusual in those days  women were equal to children and slaves: Luk 8 : 1-3 And it came to pass after this, that he journeyed from one city to the other, preaching and preaching the gospel of the kingdom of God; and the twelve were with him;
Luke 8: 2 And certain women, who were healed of evil spirits and infirmities, even Mary called Magdalen, of whom seven devils went out;
Luk 8: 3 And Joanna, the wife of Chusas, the steward of Herod, and Susanna, and many others that ministered unto him of her property.

Mar 15:40 And there were also women, beholding this from afar, among whom was Mary Magdalene, and Mary the mother of James, the little one, and Joses, and Salome;
Mar 15:41 Which also, when he was in Galilee, followed him, and served him; and many other women who had come up with him to Jerusalem.

Is not a prophet or prophetess someone who share the Scriptures?

Nine of the eighteen names in the last chapter Romans are women:

Rom 16: 1 I command you Febe our sister, who is a servant of the church in Kenchrene;
Romans 16: 2 That ye may receive her in Elohim, as befits the saints, and assist her in whatever matter she may have to do to thee; for she has been a supporter of many, also of myself.
Romans 16: 3 Salute Priscilla and Aquila, my associates in Yeshua haMasshiach;
Romans 16: 4 Who have made their necks for my life; who not only thank me, but also all the churches of the Gentiles.

Romans 16: 5 Also greet the church in their house. Greet Epenetus, my beloved, who is the firstfruits of Achaia in Yeshua.
Rom 16: 6 Salute Mary, who has labored a lot for us.Rom 16: 7 Salute Andronikus and Junias, my stomachs, and my fellow prisoners, who are famous among the apostles, who were also in Christ for me.
Rom 16: 8 Regards Amplias, my beloved in the Lord.
Rom 16: 9 Greet Urbanus, our fellow worker in Yeshua, and Stachys, my beloved.
Rom 16:10 Regards Apelles, who has been tried in Yeshua. Greet them that are of the family of Aristobulus.
Rom 16:11 Greet Herodion, who is my kinsman. Greet them that are of the household of Narcissus, who are in the Lord.
Rom 16:12 Salute Tryphena and Tryphosa, women who work in the Lord. Greet Persis, the beloved sister, who labored much in the Lord. Rom 16:13 Greet Rufus, the chosen in the Lord, and his mother, and mine.
Rom 16:14 Greet Asynkritus, Flegon, Hermas, Patrobas, Hermes, and the brethren that are with them. Rom 16:15 Salute Philologus and Julia, Nereus and his sister, and Olympas, and all the saints who are with them.
Rom 16:16 Salute one another with a holy kiss. The churches of Yeshua salute you.-
Rom 16:17 And I beseech you, brethren, take heed to those who cause divisions and vexations against the doctrine which ye have taught of us; and depart from them.
Rom 16:18 For such do not serve our Yeshua haMasshiach, but their belly; and seduce by preaching and praising the hearts of the simple.
Rom 16:19 For your obedience has come to the knowledge of all. I then rejoice over you; and I want you to be wise in good, but silly in evil.
Rom 16:20 And the Elohim of peace will soon crush Satan under your feet. The mercy of our Yeshua be with you. Amen.
Rom 16:21 Greetings to you, Timothy, my fellow worker, and Lucius, and Jason, and Socipater, my kinsmen.
Rom 16:22 I, Tertius, who wrote the letter, greet you in Elohim.
Rom 16:23 U greeting Gaius, the house of mine and of the whole Church. You greet Erastus, the steward of the city, and the brother Quartus.
Rom 16:24 The grace of our Yeshua haMasshaiach be with you all. Amen.
Rom 16:25 Now to Him who is able to confirm you, according to my gospel and the preaching of Yeshua haMasshiach, according to the revelation of the mystery which has been hidden from the times of ages,
Romans 16:26 But now it is revealed and by the prophetic Scriptures, according to the commandment of the eternal God, to obedience of faith, was made known among all the Gentiles,
Romans 16:27 Let only the selves know Elohim by Yeshua haMasshiach glory forever. Amen.
Video
A Dutch article to study:
 
From archive in Dutch and English: