Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


2 reacties

Yeshua in de Tenach?

Niemand heeft ooit YHVH gezien, dus Wie spreekt er, schept er, verschijnt er?

Maar we willen Hem gaan ontdekken in de Tenach om te gaan vaststellen dat Hij de Ene is met diverse Namen, verschijningen en dat kan Hij omdat Hij boven ons denken souverein is om datgene te kunnen doen en machtig is te doen. Het zijn wij die met ons verstand en mogelijkheden vaak trachten Hem kleiner te maken dan Hij is.

Wat Hij gezegd heeft IS.

Ik heb de teksten in de oorspronkelijke vertaling gehouden incl de benaming, maar overal waar ik de HEERE lees is t in mijn gedachten YHVH….

Gen 18:1  Daarna verscheen hem de HEERE/YHVH aan de eikenbossen van Mamre, als hij in de deur der tent zat, toen de dag heet werd. 
Gen 18:2  En hij hief zijn ogen op en zag; en ziet, daar stonden drie mannen tegenover hem; als hij hen zag, zo liep hij hun tegemoet van de deur der tent, en boog zich ter aarde. 

Gen 32:24  Doch Jakob bleef alleen over; en een man worstelde met hem, totdat de dageraad opging. 
Gen 32:25  En toen Hij zag, dat Hij hem niet overmocht, roerde Hij het gewricht zijner heup aan, zodat het gewricht van Jakobs heup verwrongen werd, als Hij met hem worstelde. 
Gen 32:26  En Hij zeide: Laat Mij gaan, want de dageraad is opgegaan. Maar hij zeide: Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent. 
Gen 32:27  En Hij zeide tot hem: Hoe is uw naam? En hij zeide: Jakob. 
Gen 32:28  Toen zeide Hij: Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israel; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht. 
Gen 32:29  En Jakob vraagde, en zeide: Geef toch Uw naam te kennen. En Hij zeide: Waarom is het, dat gij naar Mijn naam vraagt? En Hij zegende hem aldaar. 
Gen 32:30  En Jakob noemde den naam dier plaats Pniel: Want, zeide hij ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest. (Yacobs interpretatie van de verschijnng)

Exo 33:18  Toen zeide hij (Mozes): Toon mij nu Uw heerlijkheid! 
Exo 33:19  Doch Hij zeide: Ik zal al Mijn goedigheid voorbij uw aangezicht laten gaan, en zal den Naam des HEEREN uitroepen voor uw aangezicht; maar Ik zal genadig zijn, wien Ik zal genadig zijn, en Ik zal Mij ontfermen, over wien Ik Mij ontfermen zal. 
Exo 33:20  Hij zeide verder: Gij zoudt Mijn aangezicht niet kunnen zien; want Mij zal geen mens zien, en leven. 
Exo 33:21  De HEERE zeide verder: Zie, er is een plaats bij Mij; daar zult gij u op de steenrots stellen. 
Exo 33:22  En het zal geschieden, wanneer Mijn heerlijkheid voorbij zal gaan, zo zal Ik u in een kloof der steenrots zetten; en Ik zal u met Mijn hand overdekken, totdat Ik zal voorbijgegaan zijn. 
Exo 33:23  En wanneer Ik Mijn hand zal weggenomen hebben, zo zult gij Mijn achterste delen zien; maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden! 

Deuteronomium 6:4  Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE

1Koningen 19 spreekt over de Ongeziene, Die met Elia spreekt

Spr 8:22  De HEERE bezat Mij in het beginsel Zijns wegs, voor Zijn werken, van toen aan. 
Spr 8:23  Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest; van den aanvang, van de oudheden der aarde aan. 
Spr 8:24  Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water; 
Spr 8:25  Aleer de bergen ingevest waren, voor de heuvelen was Ik geboren. 
Spr 8:26  Hij had de aarde nog niet gemaakt, noch de velden, noch de aanvang van de stofjes der wereld. 
Spr 8:27  Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij een cirkel over het vlakke des afgronds beschreef; 
Spr 8:28  Toen Hij de opperwolken van boven vestigde; toen Hij de fonteinen des afgronds vastmaakte; 
Spr 8:29  Toen Hij der zee haar perk zette, opdat de wateren Zijn bevel niet zouden overtreden; toen Hij de grondvesten der aarde stelde; 
Spr 8:30  Toen was Ik een voedsterling bij Hem, en Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te aller tijd voor Zijn aangezicht spelende; 
Spr 8:31  Spelende in de wereld Zijns aardrijks, en Mijn vermakingen zijn met de mensenkinderen. 
Spr 8:32  Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want welgelukzalig zijn zij, die Mijn wegen bewaren. 
Spr 8:33  Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet. 
Spr 8:34  Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren. 
Spr 8:35  Want die Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van den HEERE. 

Isa_43:11  Ik, Ik ben de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij.
Isa_45:21  Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik.

Jes. 9:5  Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst; 
Jes. 9:6  Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen. 

Hos_13:4  Ik ben toch de HEERE, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.

Ik kan niet anders vaststellen dat Hij die Ene, onveranderlijke is, Die in diverse verschijningsvormen een glimp van Hem heeft laten zien, waaronder de Voedsterling, de Uitvoerende Rechterhand (scheppend), Vleesgeworden Woord, Dus dat Woord was er eerst en de Voedsterling zag men nog niet…maar was er.

Om ons mensen iets te verwoorden van dat grootse gaat Hij als het ware ons een voorbeeld geven en dan denken wij of door overlevering of door eigen beperkt denken dat die Ene uit meer personen bestaat, maar het Woord zegt iets heel anders!

Ikzelf haal vaak als heel eenvoudig voorbeeld een mens aan, die en echtgenoot, vader,zoon, broer is en een beroep heeft,maar het is die ene die in diverse rollen de verschillende taken uitvoert. De ene taak met bijbehorend talent is niet sluitend en toepasbaar op die andere,maar bij elkaar genomen beslaan ze het gebied en mensen die deze mens bereikt in z’n leven.

Shema Yisrael YHVH Elohenu YHVH Echad

Laat Ons mensen maken zegt ook niet over een zg Drieëenheid..dat maken mensen ervan.

Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien, zegt Yeshua in Johannesbrief, maar daar doelt Hij niet op twéé, maar weer op dat geheimenis van die Ene, waar wij niet van kunnen vatten met ons verstand dat Hij de Ene is.

Alleen door aan te nemen en ons verstand uit te schakelen, kunnen we het vatten. Het verstand hoort immers bij onze ziel en niet te verwarren bij onze geest, waar het geloof woont omdat Zijn Geest inwoning heeft in ons.

Naar aanleiding van een heel inspirerend gesprek dacht ik deze tekstaanhalingen er even bij te halen, zodat ook ik het later makkelijk terug vinden kan.

Aanvullen mág!

Beproef mn woorden, graag!

Zegen en shalom, Hadassah.