Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Van Habakuk 3 naar 1Koningen 8…

Het beste wordt voor het laatste bewaard, zo luidt een gezegde…

Het was een periode van geestelijke leegte na de sukkot, waarin ik onderwerpen zocht die mij eertijds inspireerden. Ook gesprekken vinden met mensen waarin ik eerder weerklank vond en waarvan enkele mij inderdaad even uit die leegte “haalden”om daarna weer omhuld te worden met dat “gevoel”.

Het was niet de lichte verkoudheid die mij deed besluiten thuis te blijven in plaats van het overige te versterken, dat ik als het ware “vast” kwam zitten.

Tussendoor Abba YHVH vragen en uiteindelijk tot een aanvaarding komen. Het zij zo.

Want er was niets uit de “bus”gekomen, wat de oorzaak kon zijn.

Soms zet Hij Zelf Zijn kinderen op een plaats, waar zij moeten leren wachten.

Daarstraks kwamen zo inene de woorden uit Habakuk 3 naar boven…of was het van Boven naar mijn hart?

Al zou de vijgenboom niet bloeien…

Mijn hart reageerde op die woorden met “nochthans zal ik mij verheugen in de God mijns heils”en dat bracht mij tot inspiratie dat woorden kreeg en terwijl ik nu deel, komt het volgende in mn gedachten wat ik in de nacht van Shemini Atzeret jongstleden beleefde en nu terugkijkend een sleutel aanreikt:

Opmerkelijk was wel, dat in de nacht van Shemini Atzeret het ongewoon voor mijn doen was, dat ik niet kon inslapen en uren klaarwakker was in de nacht en na die in de woonkamer doorgebracht te hebben, vroeg in de morgen wat probeerde te slapen. Tijdens die nachtwake zocht ik op “achtste dag”, om mijzelf ervan te vergewissen dat Shemini Atzeret beduidend anders is dan Simcha Torah. Ik herinner me dat mijn oog op 1 Koningen 8 viel en ik die gelezen heb.

Ik begon met het vers dat over de achtste dag ging:

1Ki 8:66  Op den achtsten dag liet hij het volk gaan, en zij zegenden den koning; daarna gingen zij naar hun tenten, blijde en goedsmoeds over al het goede, dat YHVH/ de HEERE aan David, Zijn knecht, en aan Israel, Zijn volk, gedaan had. 

Daarna wilde ik weten welke achtste dag bedoeld werd…in welke periode…

1Ki 8:2  En alle mannen van Israel verzamelden zich tot den koning Salomo, in de maand Ethanim op het feest; die is de zevende maand. 

Nu terugziende gaf Abba YHVH een inzicht die bevestigt wat ik gedurende deze tijd  heel duidelijk ervaar.

Is dat niet wonderlijk?

We lezen verder:

1Ki 8:1  Toen vergaderde Salomo de oudsten van Israel, en al de hoofden der stammen, de oversten der vaderen, onder de kinderen Israels, tot den koning Salomo te Jeruzalem, om de ark des verbonds des HEEREN op te brengen uit de stad Davids, dewelke is Sion.
1Ki 8:2  En alle mannen van Israel verzamelden zich tot den koning Salomo, in de maand Ethanim op het feest; die is de zevende maand.
1Ki 8:3  En al de oudsten van Israel kwamen; en de priesters namen de ark op.
1Ki 8:4  En zij brachten de ark des HEEREN en de tent der samenkomst opwaarts mitsgaders al de heilige vaten, die in de tent waren; en de priesters en de Levieten brachten dezelve opwaarts.
1Ki 8:5  De koning Salomo nu en de ganse vergadering van Israel, die bij hem vergaderd waren, waren met hem voor de ark, offerende schapen en runderen, die vanwege de menigte niet konden geteld, noch gerekend worden.
1Ki 8:6  Alzo brachten de priesteren de ark des verbonds des HEEREN tot haar plaats, tot de aanspraakplaats van het huis, tot het heilige der heiligen, tot onder de vleugelen der cherubim.
1Ki 8:7  Want de cherubim spreidden beide vleugelen over de plaats der ark; en de cherubim overdekten de ark en haar handbomen van boven.
1Ki 8:8  Daarna schoven zij de handbomen verder uit, dat de hoofden der handbomen gezien werden uit het heiligdom voor aan de aanspraakplaats, maar buiten niet gezien werden; en zij zijn aldaar tot op dezen dag.
1Ki 8:9  Er was niets in de ark, dan alleen de twee stenen tafelen, die Mozes bij Horeb daarin gelegd had, als de HEERE een verbond maakte met de kinderen Israels, toen zij uit Egypteland uitgetogen waren. 

Vanwege de juiste intentie gebeurt het volgende:

1Ki 8:10  En het geschiedde, als de priesters uit het heilige uitgingen, dat een wolk het huis YHVHs/des HEEREN vervulde. 
1Ki 8:11  En de priesters konden niet staan om te dienen, vanwege de wolk; want de heerlijkheid YHVHs/des HEEREN had het huis YHVHs vervuld. 

1Ki 8:12  Toen zeide Salomo: De HEERE heeft gezegd, dat Hij in donkerheid zou wonen. 
1Ki 8:13  Ik heb immers een huis gebouwd, U ter woonstede, een vaste plaats tot Uw eeuwige woning. 
1Ki 8:14  Daarna wendde de koning zijn aangezicht om, en zegende de ganse gemeente van Israel; en de ganse gemeente van Israel stond. 

Op de achtste dag, Shemini Atzeret, gaat Salomo YHVH zegenen door het volk te vertellen wat YHVH gedaan heeft:

1Ki 8:15  En hij zeide: Geloofd zij de HEERE, de God Israels, Die met Zijn mond tot mijn vader David gesproken heeft, en heeft het met Zijn hand vervuld, zeggende: 
1Ki 8:16  Van dien dag af, dat Ik Mijn volk Israel uit Egypteland uitgevoerd heb, heb Ik geen stad verkoren uit alle stammen van Israel, om een huis te bouwen, dat Mijn Naam daar zou wezen; maar Ik heb David verkoren, dat hij over Mijn volk Israel wezen zou. 
1Ki 8:17  Het was ook in het hart van mijn vader David, een huis den Naam van den HEERE, den God Israels, te bouwen. 
1Ki 8:18  Maar de HEERE zeide tot David, mijn vader: Dewijl dat in uw hart geweest is Mijn Naam een huis te bouwen, gij hebt welgedaan, dat het in uw hart geweest is. 
1Ki 8:19  Evenwel gij zult dat huis niet bouwen; maar uw zoon, die uit uw lendenen voortkomen zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen. 
1Ki 8:20  Zo heeft de HEERE bevestigd Zijn woord, dat Hij gesproken had; want ik ben opgestaan in de plaats van mijn vader David, en ik zit op den troon van Israel, gelijk als de HEERE gesproken heeft; en ik heb een huis gebouwd den Naam des HEEREN, des Gods van Israel. 
1Ki 8:21  En ik heb daar een plaats beschikt voor de ark, waarin het verbond des HEEREN is, hetwelk Hij met onze vaderen maakte, als Hij hen uit Egypteland uitvoerde. 

Dan vervolgt Salomo en neemt de plaats in van voorbidder:

1Ki 8:22  En Salomo stond voor het altaar des HEEREN, tegenover de ganse gemeente van Israel, en breidde zijn handen uit naar den hemel; 
1Ki 8:23  En hij zeide: HEERE, God van Israel, er is geen God, gelijk Gij, boven in den hemel, noch beneden op de aarde, houdende het verbond en de weldadigheid aan Uw knechten, die voor Uw aangezicht met hun ganse hart wandelen; 
1Ki 8:24  Die Uw knecht, mijn vader David, gehouden hebt, wat Gij tot hem gesproken hadt; want met Uw mond hebt Gij gesproken, en met Uw hand vervuld, gelijk het te dezen dage is. 
1Ki 8:25  En nu HEERE, God van Israel, houd Uw knecht, mijn vader David, wat Gij tot hem gesproken hebt, zeggende: Geen man zal u van voor Mijn aangezicht afgesneden worden, die op den troon van Israel zitte; alleenlijk zo uw zonen hun weg bewaren, om te wandelen voor Mijn aangezicht, gelijk als gij gewandeld hebt voor Mijn aangezicht. 
1Ki 8:26  Nu dan, o God van Israel, laat toch Uw woord waar worden, hetwelk Gij gesproken hebt tot Uw knecht, mijn vader David. 
1Ki 8:27  Maar waarlijk, zou God op de aarde wonen? Zie, de hemelen, ja, de hemel der hemelen zouden U niet begrijpen, hoeveel te min dit huis, dat ik gebouwd heb! 
1Ki 8:28  Wend U dan nog tot het gebed van Uw knecht, en tot zijn smeking, o HEERE, mijn God, om te horen naar het geroep en naar het gebed, dat Uw knecht heden voor Uw aangezicht bidt. 
1Ki 8:29  Dat Uw ogen open zijn, nacht en dag, over dit huis, over deze plaats, van dewelke Gij gezegd hebt: Mijn Naam zal daar zijn; om te horen naar het gebed, hetwelk Uw knecht bidden zal in deze plaats. 
1Ki 8:30  Hoor dan naar de smeking van Uw knecht, en van Uw volk Israel, die in deze plaats zullen bidden; en Gij, hoor in de plaats Uwer woning, in den hemel, ja, hoor, en vergeef. 
1Ki 8:31  Wanneer iemand tegen zijn naaste zal gezondigd hebben, en hij hem een eed des vloeks opgelegd zal hebben, om zichzelven te vervloeken; en de eed des vloeks voor Uw altaar in dit huis komen zal; 
1Ki 8:32  Hoor Gij dan in den hemel, en doe, en richt Uw knechten, veroordelende den ongerechtige, gevende zijn weg op zijn hoofd, en rechtvaardigende den gerechtige, gevende hem naar zijn gerechtigheid. 
1Ki 8:33  Wanneer Uw volk Israel zal geslagen worden voor het aangezicht des vijands, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en zich tot U bekeren, en Uw Naam belijden, en tot U in dit huis bidden en smeken zullen; 
1Ki 8:34  Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw volk Israel, en breng hen weder in het land, dat Gij hun vaderen gegeven hebt. 
1Ki 8:35  Als de hemel zal gesloten zijn, dat er geen regen is, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben; en zij in deze plaats bidden, en Uw Naam belijden, en van hun zonden zich bekeren zullen, als Gij hen geplaagd zult hebben; 
1Ki 8:36  Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw knechten en van Uw volk Israel, als Gij hun zult geleerd hebben den goeden weg in denwelken zij wandelen zullen; en geef regen op Uw land, dat Gij Uw volk tot een erfenis gegeven hebt. 
1Ki 8:37  Als er honger in het land wezen zal, als er pest wezen zal, als er brandkoren, honigdauw, sprinkhanen, kevers wezen zullen, als zijn vijand in het land zijner poorten hem belegeren zal, of enige plage, of enige krankheid wezen zal; 
1Ki 8:38  Alle gebed, alle smeking, die van enig mens, van al Uw volk Israel, geschieden zal; als zij erkennen, een ieder de plage zijns harten, en een ieder zijn handen in dit huis uitbreiden zal; 
1Ki 8:39  Hoor Gij dan in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en vergeef, en doe, en geef een iegelijk naar al zijn wegen, gelijk Gij zijn hart kent; want Gij alleen kent het hart van alle kinderen der mensen; 
1Ki 8:40  Opdat zij U vrezen al de dagen, die zij leven zullen in het land, dat Gij onzen vaderen gegeven hebt. 
1Ki 8:41  Zelfs ook aangaande den vreemde, die van Uw volk Israel niet zal zijn, maar uit verren lande om Uws Naams wil komen zal; 
1Ki 8:42  (Want zij zullen horen van Uw groten Naam, en van Uw sterke hand, en van Uw uitgestrekten arm) als hij komen en bidden zal in dit huis; 
1Ki 8:43  Hoor Gij in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en doe naar alles, waarom die vreemde tot U roepen zal; opdat alle volken der aarde Uw Naam kennen, om U te vrezen, gelijk Uw volk Israel, en om te weten, dat Uw Naam genoemd wordt over dit huis, hetwelk ik gebouwd heb. 
1Ki 8:44  Wanneer Uw volk in den krijg tegen zijn vijand uittrekken zal door den weg, dien Gij hen henen zenden zult, en zullen tot den HEERE bidden naar den weg dezer stad, die Gij verkoren hebt, en naar dit huis, hetwelk ik Uw Naam gebouwd heb; 
1Ki 8:45  Hoor dan in den hemel hun gebed en hun smeking, en voer hun recht uit. 
1Ki 8:46  Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U (want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, en hen leveren zult voor het aangezicht des vijands, dat degenen, die hen gevangen hebben, hen gevankelijk wegvoeren in des vijands land, dat verre of nabij is. 
1Ki 8:47  En zij in het land, waar zij gevankelijk weggevoerd zijn, weder aan hun hart brengen zullen, dat zij zich bekeren, en tot U smeken in het land dergenen, die ze gevankelijk weggevoerd hebben, zeggende: Wij hebben gezondigd, en verkeerdelijk gedaan, wij hebben goddelooslijk gehandeld; 
1Ki 8:48  En zij zich tot U bekeren, met hun ganse hart, en met hun ganse ziel, in het land hunner vijanden, die hen gevankelijk weggevoerd zullen hebben; en tot U bidden zullen naar den weg van hun land (hetwelk Gij hun vaderen gegeven hebt), naar deze stad, die Gij verkoren hebt, en naar dit huis, dat ik Uw Naam gebouwd heb; 
1Ki 8:49  Hoor dan in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, hun gebed en hun smeking en voer hun recht uit; 
1Ki 8:50  En vergeef aan Uw volk, dat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en al hun overtredingen, waarmede zij tegen U zullen overtreden hebben; en geef hun barmhartigheid voor het aangezicht dergenen, die ze gevangen houden, opdat zij zich hunner ontfermen; 
1Ki 8:51  Want zij zijn Uw volk en Uw erfdeel, die Gij uitgevoerd hebt uit Egypteland, uit het midden des ijzeren ovens; 
1Ki 8:52  Opdat Uw ogen open zijn tot de smeking van Uw knecht, en tot de smeking van Uw volk Israel, om naar hen te horen, in al hun roepen tot U. 
1Ki 8:53  Want Gij hebt hen U tot een erfdeel afgezonderd, uit alle volken der aarde; gelijk als Gij gesproken hebt door den dienst van Mozes, Uw knecht, als Gij onze vaderen uit Egypte uitvoerdet, Heere HEERE!

Daarna staat Salomo op en zegent het volk met het noemen van YHVHs trouw aan Zijn verbond:

1Ki 8:54  Het geschiedde nu, als Salomo voleind had dit ganse gebed, en deze smeking tot den HEERE te bidden, dat hij van voor het altaar des HEEREN opstond, van het knielen op zijn knieen, met zijn handen uitgebreid naar den hemel; 
1Ki 8:55  Zo stond hij, en zegende de ganse gemeente van Israel, zeggende met luider stem: 
1Ki 8:56  Geloofd zij de HEERE, Die aan Zijn volk Israel rust gegeven heeft, naar alles, wat Hij gesproken heeft! Niet een enig woord is er gevallen van al Zijn goede woorden, die Hij gesproken heeft door den dienst van Mozes, Zijn knecht. 
1Ki 8:57  De HEERE, onze God, zij met ons, gelijk als Hij geweest is met onze vaderen; Hij verlate ons niet, en begeve ons niet; 
1Ki 8:58  Neigende tot Zich ons hart, om in al Zijn wegen te wandelen, en om te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, dewelke Hij onzen vaderen geboden heeft. 
1Ki 8:59  En dat deze mijn woorden, waarmede ik voor den HEERE gesmeekt heb, mogen nabij zijn voor den HEERE, onzen God, dag en nacht; opdat Hij het recht van Zijn knecht uitvoere, en het recht van Zijn volk Israel, elkeen dagelijks op zijn dag. 
1Ki 8:60  Opdat alle volken der aarde weten, dat de HEERE die God is, niemand meer; 
1Ki 8:61  En ulieder hart volkomen zij met den HEERE, onzen God, om te wandelen in Zijn inzettingen, en Zijn geboden te houden, gelijk te dezen dage. 

Daarna gaat hij over op het destijds gebruikelijke offeren:

1Ki 8:62  En de koning, en gans Israel met hem, offerden slachtofferen voor het aangezicht des HEEREN. 
1Ki 8:63  En Salomo offerde ten dankoffer, dat hij den HEERE offerde, twee en twintig duizend runderen, en honderd en twintig duizend schapen. Alzo hebben zij het huis des HEEREN ingewijd, de koning en al de kinderen Israels. 
1Ki 8:64  Ten zelfden dage heiligde de koning het middelste des voorhofs, dat voor het huis des HEEREN was, omdat hij aldaar het brandoffer en het spijsoffer bereid had, mitsgaders het vet der dankofferen; want het koperen altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN was, was te klein, om de brandofferen, en de spijsofferen, en het vet der dankofferen te vatten. 
1Ki 8:65  Terzelfder tijd ook hield Salomo het feest, en gans Israel met hem, een grote gemeente, van den ingang af van Hamath tot de rivier van Egypte, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, zeven dagen en zeven dagen, zijnde veertien dagen. 

1Ki 8:66  Op den achtsten dag liet hij het volk gaan, en zij zegenden den koning; daarna gingen zij naar hun tenten, blijde en goedsmoeds over al het goede, dat de HEERE aan David, Zijn knecht, en aan Israel, Zijn volk, gedaan had. 

Ik denk dat Abba YHVH op voorhand onderwijs gaf hoe in de bres te staan voor hen die Hem niet eerst geraadpleegd hebben alvorens aan de slag te gaan.

Is het niet dat Hij het Zijn beminden in de slaap geeft?

Ik verwonder mij, omdat ik een Nazareth als achterland heb gehad, waarvan men vraagt of daar wel iets goeds uit zou kunnen voortkomen.

Het was in een tijd dat iemand mij schreef,dat onderstaande woorden voor mij waren en ik mij opnieuw verwonderde dat Hij aan alles denkt. Zó groot is Vader!

Hij doorziet de harten en Hij geeft wat nodig is.

Isa 57:18  Ik zie hun wegen, en Ik zal hen genezen; en Ik zal hen geleiden, en hun vertroostingen wedergeven, namelijk aan hun treurigen.
Isa 57:19  Ik schep de vrucht der lippen, vrede, vrede dengenen, die verre zijn, en dengenen, die nabij zijn, zegt YHVH/ de HEERE, en Ik zal hen genezen. 

Daarom en alleen om Zijns Naams wille hebben wij een taak. Om Hem te vragen hoe wij bidden zullen voor hen die Hij in onze gedachten brengt of wij hen nu kennen of niet. De Johannesbrief geeft in het hogepriesterlijk gebed van Yeshua zoveel toestemming en aanmoediging,dat wij kunnen volharden in voorbede. Hij zal het maken, omdat Hij het gezegd heeft.~HalleluYah!

1Jn 2:1  Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Yeshua de Gezalfde/ Jezus Christus, den Rechtvaardige;
1Jn 2:2  En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.

Uit Hem, door Hem en tot hem zijn alle dingen- Romeinen 11:36

Beproef mijn woorden!


1 reactie

Achor in Mattheüs 13?

Tussen alle vormen van invulling over hoe een en ander zou kunnen gaan, spreekt mij het over en over lezen van feiten in het Woord meer aan waar Abba YHVH spreekt over het bewaren van Zijn overblijfsel op de aarde en hoe Hij dat gaat doen, is aan Hem. Hij geeft ons kleine puzzelstukjes, en het is aan ons om Hem te vragen hoe Hij dat bedoelt.

Waar doelt Abba YHVH op als Hij in Hosea 2 spreekt over het lokken van Zijn Geliefde naar Achor?

Moeten we alles alleen maar geestelijk invullen terwijl het volk Israel na de wonderlijke verlossing uit het land Goshen bij Pi haGiroth door de zee kon wandelen en het leger van de Farao omkwam in de golven?

Was het relaas over Noach dan geestelijk toen hij de opdracht kreeg om een ark te bouwen en daar met zijn gezin in ging en de goddelozen omkwamen in de golven?

Is de raad in Mattheüs 24:15 geestelijk bedoeld? Wat dan als het toch waar is dat de verwoester overal zal komen omdat alle genoemde plaatsen in Daniël 11 toch letterlijk bedoeld zijn? Is het al eens gebeurd en gaat het opnieuw gebeuren, nu ook in het land verontreiniging heeft plaatsgevonden?

En wat te zeggen van Openbaring 12 is het slechts geestelijk dat de vrouw (volwassen in geloof) gevoed wordt op een beschermde plaats en zij die haar gehoord hebben maar niet of nauwelijks ernaar gehandeld de volle laag krijgen in de regio’s waar de draak recht heeft om te komen?

Terwijl veel leringen gaan over wegnemen van gelovigen voordat of nadat er iets staat te gebeuren, spreekt het Woord over het eerst weghalen van onkruid in de gelijkenis in Mattheüs 13.

Voor mij zijn de gebeurtenissen in zowel het Oude als Vernieuwde Verbond/Testament bevestigend en sluitend, dat de Vader Zijn overblijfsel beschermd op aarde temidden van alle tumult.

Enige puzzelstukjes geeft Hij ons en zij die dat opmerken gaan ermee aan de slag. Dat mag, ook al lopen we er misschien in enthousiasme wat meer mee weg dan de Vader bedoelt. Wanneer wij oprecht in dienst willen staan van Hem, Die alles schiep, dan komen wij voorzichtig terug en vragen naar Zijn wegen.

Eén zaak staat vast en wankelt niet. Dat is Zijn plan om een Bruid te werven, die op Hem lijkt door Zijn instructies nauwkeurig op te volgen.

Het is zaak om Zijn plan feitelijk te doorzoeken. Met feitelijk bedoel ik dat wij Zijn geschreven Woord hoger dienen te achten dan ingesleten leringen en geboden van mensen.

Zijn Woord is levend en krachtig.

Enkele hoofdstukken ter overdenking en onderzoek naar de achtergronden:

Exodus 14

Genesis 7

Hosea 2

Isa 16:3  Brengt een raad aan, houdt gericht, maakt uw schaduw op het midden van den middag, gelijk van den nacht; verbergt de verdrevenen, en meldt den omzwervende niet. 
Isa 16:4  Laat mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab! wees gij hun een schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders; want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is te niet geworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan. 
Isa 16:5  Want er zal een troon bevestigd worden in goedertierenheid, en op denzelven zal bestendig een zitten in de tent van David, een, die oordeelt en het recht zoekt, en vaardig is ter gerechtigheid. 

Daniël 11, met name vers 41:  En hij zal komen in het land des sieraads, en vele landen zullen ter nedergeworpen worden; doch deze zullen zijn hand ontkomen, Edom en Moab, en de eerstelingen der kinderen Ammons. 

Mattheüs 13

Mattheüs 24

Openbaring 12 met name 6, 14 tm 17

Een vraag voor de lezers: Welke regio wordt er met het “land des sieraads” bedoeld in vers 41?

Lees dit onderwerp met Heb_4:12  Want het Woord YHVHs/Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

NB Het begrip Achor geeft mij hoop, omdat Hij het gezegd heeft. Hij gaat geheel Israel verzamelen en let wel, niet wat wij van mensen hebben gehoord die zich eigen vaten hebben uitgehouwen, vaten die geen water (Levend Water) houden. Het Israel wat Hij gaat verzamelen, zal Zijn voorwaarden gehoorzamen en opvolgen. Lees in YHVH’s geschreven Woord wat Hij onder het woord “Israel”verstaat. Dat zullen wij alleen door Zijn Geest gaan verstaan en omarmen. Joh 14:26.

Hem zij alle eer!


.


1 reactie

Gelijk in de hemel alzo ook op aarde

Al had ik alles en had de liefde niet…ik was…

Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft…

Liefde…

Ik heb tegen u dat gij uw eerste liefde verlaten hebt…

Wat is de liefde die vanuit de Vader gaat?

Hartsrelatie.

Het concept wat YHVH neerzette, schiep, was het eerste echtpaar dat de raad kreeg kinderen te krijgen, zodat de aarde bevolkt zou gaan worden met Zijn erfdeel.

Kinderen zijn des HEEREN erfdeel zegt de oude vertaling. Kinderen zijn YHVH’s erfdeel.

Gelijk in de hemel alzo ook op de aarde…

Vanmorgen luisterde ik naar iemand die er door de Heilige Geest op attent werd gemaakt dat wat er in de hemelen gebeurt een weerspiegeling is van op de aarde..

De vraag die in mij opkomt is, wat verstaan wij van Vaders liefde? Hoe wil Hij dat wij liefhebben?

 Hoe willen wij beantwoorden aan Zijn liefde hier op aarde?

Het eerste wat ik mij bedenken kan, is vragen of Hij ons leven besturen wil…Niet dat wij dan willoze mensen worden, maar door Zijn inwonende Geest wordt ons willen gezuiverd. Hij “wandelt” als het ware met ons op. Wij worden door Yeshua’s zondeloze gegoten bloed, verbonden met Hem in Zijn trouwverbond.

Wij hier op aarde en Hij in Zijn woning.

Wij en Hij verlangend naar de dag dat het bruiloftsfeest mag aanvangen.

Welke opdracht ontvangen wij dan van Hem?

Staat er niet iets in Genesis geschreven wat reflecteert met de zendingsopdracht in de evangeliën?

Laat Ons mensen maken naar Ons evenbeeld..

Gaat dan heen in de gehele wereld en maakt hen tot Mijn dicipelen…

Mar 16:15  En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. 
Mar 16:16  Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. 
Mar 16:17  En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. 
Mar 16:18  Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden. 
Mar 16:19  De Messias Yeshua/Jezus dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan de rechter hand Gods. 
Mar 16:20  En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heere wrocht mede, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen. 

Zijn wij trouw gebleven aan onze eerste liefde?

Of hebben wij die verwaarloosd door in te gaan op nevenzaken, die op zich wel goed zijn, maar niet die prioriteit hebben waardoor mensenlevens behouden worden door die Ene, onze Behouder van het Leven?

Gelijk in de hemel alzo ook op de aarde…

Staat er niet ergens geschreven dat YHVH de hemel en de aarde zal laten getuigen aan de hand van onze inzet om Zijn opdracht te doen?

Deu_30:19  Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen den hemel en de aarde; het leven en den dood heb ik u voorgesteld, den zegen en den vloek! Kiest dan het leven, opdat gij levet, gij en uw zaad;
Deu_31:28  Vergadert tot mij al de oudsten uwer stammen, en uw ambtlieden; dat ik voor hun oren deze woorden spreke, en tegen hen den hemel en de aarde tot getuigen neme.

In deze dagen naar Yom Hakippurim is het goed om na te gaan of wij Zijn opdracht serieus blijven nemen, dan wel, na terugkeer, opnieuw opnemen.

Zodat wij aan het werk gezet worden in dat deel van Zijn wijngaard hier op aarde, luisterend naar Zijn instructies, opdat wij vrucht dragen en Hij het zegenen zal,zodat Hij tot Zijn eer komt.

HalleluYah.

NB Ik deel slechts, beproef mijn woorden!


1 reactie

Gij zijt allen broeders

Mij bewust zijnde dat wij in de eerste plaats dienen te worden onderwezen door Yeshua en dat werd mogelijk door de vervulde Shavuot, pleit ik voor het loslaten van een leermodel, dat dit grotendeels in de weg staat en waarom wij maar niet tot het volkje worden, waar het Levende Woord al zo lang geleden over heeft geprofeteerd. Yeshua reikte ons een waardevolle en noodzakelijke instructie aan om tot een volk te worden:

Joh 14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.

Afgelopen week kreeg ik opnieuw en met aansporing de omschrijving van onderstaande woorden uit Mattheüs 23 vers 8:

Doch gij zult niet Rabbi genaamd worden; want Een is uw Meester, namelijk Yeshua de gezalfde/Christus; en gij zijt allen broeders.

Nu hebben wij deze woorden menigmaal gelezen en onderwezen door deze en door gene gekregen, maar beseffen wij, dat wij die woorden uit Joh 14:26 merendeels met voeten treden?

We klagen steen en been over maatschappelijke zwarigheden en maken ons veelal bewust of onbewust druk over op handen zijnde moeilijke tijden. We lezen van mensen die het maatschappelijke roer om willen gooien en anderen daarin aansporen en dan doel ik op bijbelgelovige mensen…Dat aansporen vind horizontaal plaats, maar weten wij ten diepste waarom dit alles rondom ons gebeurt?

We gaan even terug naar 1 Samuël 8. Bewust citeer ik het niet, omdat ik juist wil dat men ook zelf op zoek gaat naar de waarheid die ten leven leidt.

Wij hebben net als de kinderen Israel eigen Mozessen in het leven geroepen en zijn er zo in opgegaan dat we ons niet bewust zijn dat we in een zelfgekozen Egypte leven waarop wij ons vertrouwen gesteld hebben.

Dat is een gevolg van zowel Exo 20:18 en 1 Samuël 8: En al het volk zag de donderen, en de bliksemen, en het geluid der bazuin, en den rokenden berg; toen het volk zulks zag, weken zij af, en stonden van verre; 
Exo 20:19  En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, en wij zullen horen; en dat God met ons niet spreke, opdat wij niet sterven! 
Exo 20:20  En Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, want God is gekomen, opdat Hij u verzocht, en opdat Zijn vreze voor uw aangezicht zou zijn, dat gij niet zondigdet. 
Exo 20:21  En het volk stond van verre; maar Mozes naderde tot de donkerheid, alwaar God was

1 Samuël 8 en verder..

Wij, die ná het vervulde Shavuot leven, neigen tot hetzelfde gedrag als de kinderen Israels ten tijde van Exodus. Wij kozen grotendeels voor de indirecte verbinding en dat is geen verbeelding!

Gemeenten, kerken, huisgroepen etc zijn bevolkt met mensen die, wanneer zij die achtergrond hebben gehad, veelal passief luisteren naar degene op het preekgestoelte of podium. Men is van die of van die. Men spreekt met lof over deze spreker of bekritiseert gene. Wij hebben onze eigen tussenpersonen toegestaan in plaats van de directe verbinding met Abba YHVH te zoeken.

Zo ontstond er hiarchie. Want laten we eerlijk wezen…in deze kringen hebben sprekers een plaats gekregen/verworven, die hen niet die broeders maken, waar Mattheüs 23:8 over spreekt. We geven de sprekers veelal zoveel podium, dan goed en noodzakelijk is. Zij worden met menselijk emotionele eer omringd en dát terwijl Yeshua ons raadde op de Helper te wachten Die ons alles zal leren en indachtig maken!

Wij hebben voor mensen gekozen in plaats van voor Hem. En overeenkomstig onze keuze strijken wij de consequenties daarvan op.

In plaats van te protesteren zouden we ons moeten vernederen onder de machtige Hand van YHVH, Die deze consequenties toelaat en gebruikt om ons bewust te maken van onze eigen menselijk emotionele keuzes . En dat wij in die omstandigheid terug zullen gaan naar YHVH om Hem te belijden dat wij verzaakten het volk te worden voor Zijn Aangezicht.

Gij zult geen andere goden voor Mijn Aangezicht hebben. Zwaarwegende woorden die ook de keuze treffen om tussenpersonen toe te staan, terwijl de Helper ten alle tijde gereed staat.

Doch gij zult niet Rabbi genaamd worden; want Een is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders.

Wij hebben onszelf bakken uitgehouwen, gebroken bakken die geen water houden…

Jer_2:13  Want Mijn volk heeft twee boosheden gedaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.

Ik heb tegen u dat gij uw eerste liefde heeft verlaten….

Op 2:4  Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten.
Op 2:5  Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert. 

Wanneer wij teshuva maken, zal Abba YHVH de rechtmatige plaats krijgen en zullen wij zonder uitzondering allen broeders/zusters zijn.

Door openbaring die van YHVH’s Hart komt en aan een ieder van ons rijkelijk gegeven wordt, zullen wij elkaar opzoeken om de grote daden van Hem aan elkaar te delen.

Dat vraagt een geheel andere aanpak van samenkomen.

Beproeft mijn woorden!


Een reactie plaatsen

Omslag

Net zoals in de eerste liefde van het kind, weliswaar al volwassen, het ervaren verfrissend en sprankelend was, zo is er iets in en bij mijzelf naderbij gekomen wat ná een diepe ongekende zwaarte kwam. Ik kan het illustreren met een warme zomerse dag gedompeld in een stralend blauwe lucht, waar in de loop van de dag in de verte wolkjes verschijnen. De stipjes worden wolken en veranderen gaandeweg van kleur. Van grijstinten naar donker, bijna zwart. Er is zwaar weer op komst.

De zon maakt plaats, geeft ruimte aan het zware weer, dat gelegenheid krijgt om te donderen en bliksemen. En daarachter, of het nu lang of kort duurt, komt er verfrissing en ademt de aarde vernieuwd.

Wat ik schets, is symbolisch voor wat ik de afgelopen jaren ervaren heb aan mooi weer. Terugkomende van het Congres op de bergen van Efraïm, was ik vol hoop en vertrouwen. Abba YHVH’s Ruach vertrouwde mij woorden toe, die ik beetje bij beetje ga beseffen… Zo startte ik een website om verslagen te schrijven; een contact voor Nederland. Natuurlijk hadden we lang voor het Congres onze bijbels hebreeuwse identiteit al begrepen, maar het Congres bevestigde alleen maar dat YHVH’s belofte om de volkeren van Lo Ammi tot Ammi te brengen een heel klein voorproefje was.

Met Shavuot 2023 is het acht jaar geleden dat wij tweeën, moeder en zoon, vertegenwoordigers uit diverse andere landen  hebben ontmoet, waarvan een groot gedeelte van afgevaardigden nog op koers liggen. Het merendeel kwam uit de Verenigde Staten, maar tevens uit Azië en Europa…

Het is van de laatste tijd dat de stipjes langzaam veranderden in wolken. De manier waarop, leek niet meer zo te voldoen. Ik voelde leegte komen die steeds meer in kracht toenam, maar ik kreeg ook overzicht van wat er over de jaren aan vernieuwing, of juist aan het ontbreken van vernieuwing schortte. Dat inzicht gaf aanvankelijk teleurstelling, omdat ik weet dat YHVH genadetijd geeft zodat mensen zelf zullen bidden om Zijn echte waarheid, maar de genadetijd doorbrengen met eigen gezochte bezigheden zonder op Zijn antwoord te wachten. Hosea 2:8 en 9.

Dat maakte van een symbolisch zonnige zomerse dag een grijze dag met donker bijna zwarte wolken, die aan kwamen drijven. Mijn geest werd overstelpt met verdriet en zorgen. Verdriet omdat het overgrote deel van “men”, die zegt Yeshua/Jezus te volgen  het profetisch woord niet daadwerkelijk aannam en er in ging wandelen. Nu spreek ik niet persé van wat ik zelf deel, maar ik neem het over het geheel genomen. Zorgen omdat YHVH niet zal zwijgen,maar rekenschap gaat vragen aan mensen die weliswaar wel weten maar niet radicaal zijn gaan doen, maar talmen.

Waarom ik kennis van zaken deel, is omdat ik duidelijk ervaar dat ik moet gaan aansporen degenen die er wel werk van willen maken, maar geen prioriteiten stellen.

Want zoals ik het nu denk, gaat YHVH beproeven van wat er de afgelopen jaren door Zijn wachters is gezegd, gesproken en voorgedaan. Hij laat Zijn Woorden niet ter aarde vallen. Zij zullen doen wat Hem behaagd. Jesaja 55.

Het lijkt er op dat wij, die bekend geworden zijn met de hebreeuwse wortels, hetzelfde pad gaan krijgen als de kinderen Israels destijds. En dan doel ik op de omweg, die niet nodig had hoeven zijn. 1 Corinthe 10: 1-13 met name vers 5 en 11.

Degen die nu talmen, zijn straks aan de beurt om de omweg te nemen. We ontvangen loon naar werken!

Niet voor niets ontvang ik herhaaldelijk en met aandrang, dat Abba YHVH herstel wil gaan geven in huwelijken, relaties, opvoeding van kinderen en hen tot Yeshua leiden. Dat Hij wil dat wij gaan doen wat Hij gezegd heeft en ons niet blijven laten inpalmen door allerlei nare ervaringen van mensen, maar ons bekeren.

Bekeren om Hem daadwerkelijk de eerste plaats in ons leven te geven en niet de mens.

Zo hoorde ik eens dat iemand weliswaar Yeshua belijd als Meester en Verlosser, maar door verkeerd onderwijs zich niet laat dopen door onderdompeling. Nu is dat verkeerde onderwijs verkeerd, maar het Woord leert dat wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn in de Naam van Yeshua, die zal behouden worden. De redding van Hem en de doop uit gehoorzaamheid richting Hem Die het zegt.

Toen de donkere wolken naderden, wist ik eerst niet wat het te betekenen had en ging op zelfonderzoek uit. De leegte in alles, betekent een vragen van Hem omdat Hij iets wil gaan vertellen. Het proces, waarop dit naderen van Hem stand komt is eigenlijk, achteraf gezien, bekend. Ik kan het met een voorbeeld aanreiken. De ondertrouwde vrouw uit de tijd van de bijbel, bereidde zich voor om de bruidegom te ontmoeten. Niet eerder nadat zij daarmee klaar was. Dus voor de op handen zijnde verandering, ging een voorbereiding vooraf. Zelfonderzoek en waakzaam worden. Langzame tred en oog voor detail krijgen. In dat proces woorden ontvangen, soms van andere mensen die ook in de wachtersstand/natzarim gezet werden.

En zo kwam het tot mij, dat ik de manier van verbinden beter kon laten vieren, zodat er ruimte komt om Vaders Hart te delen dat Hij heel erg verlangt naar een volk dat daadwerkelijk en vrijwillig gekozen heeft om alles alleen van Hem te verwachten, voordat Hij met de roede over de aarde gaat. Het staat er zó voor dat wanneer wij daadwerkelijk kiezen, wij standvastig zullen zijn en weten hoe te handelen in alle tijden. Maar meer nog, YHVH is, met een ouderwets woord gezegd, ijverig/heilig jaloers, als wij Hem niet op de eerste plaats van ons bestaan zetten. Hij wil Zijn advies geven in de kleine en grote zaken van ons bestaan en daarom gaat Hij omstandigheden toelaten, dat wij aangespoord dat ook daadwerkelijk zullen gaan doen.

Een paar kleine voorbeelden van Zijn eerste plaats en onze eigen menselijke oplossingen/gewoonten:

1.Door het veranderen van zondag naar shabbat hadden wij in de eerste liefde honger naar kennis en inzicht…in de kracht van de eerste liefde zijn we veelal gaan vergeten dat Hij wachtte op ons vragen hoe Hij het gehad had willen hebben, maar wij zijn veelal verzand geraakt in de opgedane kennis van anderen. Dat is een eigen leven gaan leiden.

2.Voor n gedachte of vraag hoeven we maar een woord in te tikken en we krijgen een scala aan mogelijkheden op ons schermpje..

3.Als we nu om ons heen zien, zijn er allerlei initiatieven te bespeuren, maar qua opstelling hetzelfde als een kerk in de reformatie. Het resultaat daarvan is vanwege de hiarchie consumptief gedrag zonder opgewekt en aangespoord te worden om zelfstandig te kunnen zijn. In de opstelling die ik schets worden mensen niet aangezet om zelf voor te gaan en van binnenuit net zulke dicipelen te worden als die Yeshua uitzond!

4.Doordat de maatschappij ons vormt, zijn mannen en vrouwen buitenshuis werkend, kinderen naar school en alle kennis voorhanden van diezelfde maatschappij. Die invloed is sterk, ook in ons als gelovigen. Zo vaak heb ik ouders bijvoorbeeld horen zeggen dat wanneer kinderen de leeftijd krijgen zij zelf maar iemand uitzoeken moeten om het leven mee te delen. Dat is een voortvloeisel van de maatschappij,maar zo heeft YHVH het niet bedoeld! Denk aan Abraham, die deed dat biddend! En van YHVH kreeg Hij raad!

Gezegend is Hij Die komen zal.

Hij heeft gegeven en Hij heeft genomen, Hij zij geloofd!

Dankbaar dat Hij donkere wolken zond, die iets nieuws gaan brengen om Zijn wil te laten gelden op aarde voor deze tijd. Zoals een moeder in barensnood nieuw leven geven mag, zo gaat Abba YHVH te werk om ons in een vernieuwde liefde te brengen, die op de eerste liefde lijkt,maar dan van een sterker gehalte.

Die vernieuwde liefde gaat gepaard met een andere toerusting dan daarvoor. Dichtbij Hem blijven is een eerste vereiste:     Bekering en loslaten wat nu nutteloos blijkt, omdat Hij dat nu voorstelt ( ik heb dat de afgelopen tijd opgevolgt en het schiep ruimte, noodzakelijke ruimte om meer van Zijn Geest te ontvangen). Liefde, kracht en bezonnenheid, moed en wijsheid, geestelijk onderscheidingsvermogen, nieuwe afhankelijkheid aan onze Meester en zelfstandig kunnen handelen met een bewogen hart door Zijn Geest van Heiligheid geleid.

Dankbaar dat Hij Zijn kinderen in beweging brengt. Opdat Zijn huis vol worde. Jesaja 62:6 en 7.

Hem zij alle eer tot in alle eeuwigheid!

@Hadassah


2 reacties

Is YHVH een drie-enigheid?

In het doorbladeren van notities kwam ik onderstaand schrijven tegen wat ik in het jaar 2015 met toestemming van Lew White mocht vertalen. Ik sta er nog net zo in en daarom deel ik het met de bedoeling om anderen te inspireren te gaan onderzoeken wat het Woord der Waarheid ermee bedoelt.

Wat denken jullie van onderstaand stukje?
“Is Yahweh een drie-enigheid?

Het Shema, wat “hoor” betekent en in Deuteronomium 6:4-9 staat, luidt:
“Hoor Yisrael, YHWH, uw Elohim, YHWH is EEN. Heb YHWH lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met al uw kracht.Deze geboden, die Ik u vandaag geef, zijn op uw hart. Prent hen uw kinderen in.Praat erover wanneer u in huis zit en wanneer u op straat wandelt, wanneer u ligt en wanneer u opstaat. Bind ze als symbolen aan uw handen en bind ze op uw voorhoofden.Schrijf hen op de deurkozijnen van jullie huizen en op jullie poorten”.
De woorden “EhYah asher EhYah” betekenen “Ik zal zijn die Ik zijn zal””. Yahueh, Yahuah, Yahuwah, Yahweh, IAUE,IAOUE enz. zijn overzettingen van de hebreeuwse letters van de Naam.
Deze Naam betekent alle drie de volgende vervoegingen: “Ik was, Ik ben en Ik zal zijn”.
“Ik ben de Alef en de tau”zegt de Soevereine YHWH in Openbaring 1:8 :”Die is en Die is en Die zal komen, de Almachtige”( hebr. Shaddai).
De spreker was Yahshua, Die Yochanan (Johannes) toesprak op het eiland Patmos. Mensen die de Schriften interpreteren met hun eigen vooroordelen en ideeën kunnen er een draai aan maken, zodat de Schriften lijken te zeggen, wat zij niet zeggen. Zij zullen toestaan, dat Mosheh en Daniël niet dachten dat er een Drie-enigheid was, maar claimden dat er later een progressieve ontwikkeling kwam. Als er een drie-enigheid was, dan zou daarover veel zijn uitgelegd in de Schriften, omdat het TEGEN ALLES wat de Schriften onderwijst, ingaat.
Je kunt niet tegelijkertijd monotheïsme en de leer van drie-enigheid hebben!
“Ik ben YHWH, dat is Mijn Naam”(YahshaYahu-Jesaja 42:8)
“Ik ben de eerste en de Laatste, buiten Mij is er geen Elohim “(44:6). “Is er enig Elohim naast Mij”(44:8).
“Ik ben Elohim en daar is geen ander; Ik ben Elohim en er is niemand als Mij”( 46:9).
“Voor Mij was geen Elohim gevormd, noch zal daar een zijn na Mij. Ik, ja Ik. ben YHWH en apart naast Mij is er geen Redder”(43:11)

Hij is oneindig in Kracht, Ruimte en Tijd.

Hij is GEEN meerpersoonlijkheid, maar kan alles zijn wat Hij wil zijn.

ZecharYah/Zacharia 12 vers 10 openbaart Wie er stierf op Golgotha
“Zij zullen op Mij zien, de Enige die zij doorstoken hebben en zij zullen treuren voor Hem zoals treuren voor een enig kind en bitterlijk bedroefd zijn om hem, zoals iemand bedroefd is om een eerstgeboren zoon”.

Met toestemming vertaald uit Fossilized Customs van Lew White- www. fossilizedcustoms.com “


Een reactie plaatsen

Niet aangeraakt worden, wat bedoelt U?

Er komen klinkende namen voorbij, video’s worden gedeeld en gedeeld en gedeeld…. De wereld in een notendop. Een inleiding wordt geschreven al dan niet onderbouwd met bijbelteksten en ervaringen. Goedbedoelde en oprechte mensen schrijven mij, maar ik word niet aangeraakt.

Wat bedoelt U, mijn Vader? Is dit Uw werk? Door U in gang gezet?

Of ben ik zo sceptisch dat U mij niet kan bereiken, niet tot mij door kan dringen? Of ontheft U mij van deze taak? Ik, die klaarstaat om te delen?

Ik ben naar binnen getrokken, eigenlijk al een paar dagen. Ik onderzoek mijn gedachten, vraag U in stilheid, maar het blijft stil.

Dan moet het wel van Uwentwege zijn,denk ik.

Wat denk ik zelf als ik om me heen kijk?

Ik zie veel hiarchie, vormen die mij aan de gelijkenis van de wijn en de wijnzakken doen denken. Weinig tot geen ruimte om mensen te dicipelen, zodat zij er actief op uit trekken, vurig en bewogen. De mensen worden gewend gemaakt om elke week te komen, te luisteren en weer huiswaarts te gaan.

Mat_9:17  Noch doet men nieuwen wijn in oude leder zakken; anders zo bersten de leder zakken, en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven, maar men doet nieuwen wijn in nieuwe leder zakken, en beide te zamen worden behouden.

En dat na 2000 jaar, terwijl Yeshua zoveel volbracht heeft, dat wij door Zijn Geest zelfstandig zouden kunnen werken om elkaar te vertellen van onze reizen her en der…zoals die van en naar werk, want ook daar valt te dicipelen…van en naar verwanten…ja ook daar kunnen we delen…van en naar veel verder…ja ook daar.

Luk_5:38  Maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen, en zij worden beide te zamen behouden.

Maar dat hebben wij ons laten ontnemen door elke week ergens naar te luisteren en dan met name naar mensen die elke keer opnieuw doorgeschoven worden uit het sprekerscollectief.

Het zijn met name die namen die iets aanzwengelen, want zij worden gehoord of men moet hen wel aanhoren, omdat zij een lange  staat van dienst hebben.

Ik zie het…ik zie het al jaren…

Ik denk niet dat er in die kringen iets veranderen gaat, we zullen, en dan doel ik op hen, die de manier van Yeshua willen verwerkelijken in hun leven, net als Hij, búíten de cirkel van het geijkte willen uitstappen.

Liever op kleine schaal in vrijheid met onze Meester en horen wat Hij tot Zijn kinderen zegt, dan op grote schaal meedeinen in weer een event van formaat.

Ik ben een veldwerker en door YHVH’s genade ben ik geroepen om vooral de intenties van mensen te doorgronden. Niet om daar zelf wijzer van te worden, maar om te beseffen waar er hiaten te verwachten zijn om in de bres te staan voor de kudde kinderen van de Vader. En voor Zijn eer.

Er is heel veel mis, wat we zelf kunnen repareren. Met name zij die zich opzieners noemen, hebben denk ik nog wel wat punten na te gaan:

Denk aan trots, eergevoel, geliefd te willen zijn bij mensen, privilege, hiarchische instelling, manipulatie…om een paar reële feiten te noemen.

Zou Abba YHVH Zijn Hand voor de ogen houden wanneer wij ons eigen huiswerk verwaarlozen om toch voor Zijn Aangezicht te komen omdat het goed voelt samen iets denken te bewerkstelligen?

Wat zegt Hij over het gemixte?

Pro_20:23  Tweeerlei weegsteen is YHVH/den HEERE een gruwel, en de bedriegelijke weegschaal is niet goed.

Ik hou mn hart vast, echt waar!

Opziener:

Titus 1:6

1 Tim. 3:2Zo iemand moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, gelovige kinderen hebben, die niet te beschuldigen zijn van losbandigheid of opstandigheid.

7Want een opziener moet onberispelijk zijn,

Matt. 24:45; 1 Kor. 4:1; 1 Tim. 3:15als een beheerder van het huis van YHVH, niet eigenzinnig, niet opvliegend, Lev. 10:9; Efez. 5:18 niet verslaafd aan wijn, niet vechtlustig, 

1 Tim. 3:3; 1 Petr. 5:2niet uit op oneerlijke winst,

8 maar

1 Tim. 3:2gastvrij, goedwillend, bezonnen, rechtvaardig, heilig, beheerst,

iemand die zich houdt aan het betrouwbare woord, dat overeenkomstig de leer is, zodat hij bij machte is anderen te bemoedigen door het gezonde onderwijs en ook de tegensprekers te weerleggen.

In de Statenvertaling staat er dit over opziener:

Neh_11:9 En Joel, de zoon van Zichri, was opziener over hen; en Juda, de zoon van Senua, was de tweede over de stad.
Neh_11:14 En hun broederen, dappere helden, waren honderd acht en twintig; en opziener over hen was Zabdiel, de zoon van Gedolim.
Neh_11:22 En der Levieten opziener te Jeruzalem was Uzzi, de zoon van Bani, den zoon van Hasabja, den zoon van Matthanja, den zoon van Micha; van de kinderen van Asaf waren de zangers tegenover het werk van Gods huis.
Neh_12:42 Voorts Maaseja, en Semaja, en Eleazar, en Uzzi, en Johanan, en Malchia, en Elam, en Ezer; ook lieten zich de zangers horen, met Jizrahja, den opziener.
1Ti_3:2 Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouwe man, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren;
Tit_1:7 Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet genegen tot toornigheid, niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker;
1Pe_2:25 Want gij waart als dwalende schapen; maar gij zijt nu bekeerd tot den Herder en Opziener uwer zielen.

Opziener in de Strongs:

https://studybible.info/strongs/G1985

Een Opziener heeft tevens een herdelijke instelling. ik denk dat hij/zij zaken delegeert. Vanuit het overzicht en herderlijk inzicht zal deze persoon, kan zowel man als vrouw zijn gezien Yeshua’s volbrachte werk, de juiste mensen vinden die meehelpen een fundament te vormen. zodat het geheel groeien kan. Precies wat Yeshua ons raadde in de evangeliën.

Yeshua is ons aller Voorbeeld en Voorganger. Herder en Opziener.

Joh 14:26 ;Johannes 17; Hebreën 8

Komt laten wij terugkeren naar Hem en ons overgeven zodat Hij ons vormen zal. Alleen dán zal daadwerkelijk en duurzaam vrucht te verwachten zijn.

Psalm 80.

Wij zullen eerst zelfonderzoek moeten doen voor wij verder kunnen gaan. Denk aan het nichtje van Mordechai, welk een zorgvuldige voorbereiding zij moest krijgen vóórdat zij tot de koning mocht naderen…

Mal 3:7  Van uwer vaderen dag af, zijt gij afgeweken van Mijn inzettingen, en hebt ze niet bewaard; keert weder tot Mij, en Ik zal tot u wederkeren, zegt de HEERE der heirscharen; maar gij zegt: Waarin zullen wij wederkeren?

Beproef mijn woorden!

@Hadassah

 


Een reactie plaatsen

Wedstrijd der altaren

Bovenstaande titel hoorde ik lang geleden eens voorbijkomen en het is vanwege de omschrijving dat ik het bleef onthouden. Nu ik op Nederlands vlak in de wandelgangen activiteiten bespeur, die naar ik zo denk te zien, in deze categorie vallen, wil ik eens delen over de altaren die niet van YHVH zijn.

Het is goed om nauwkeurig het opgetekende relaas uit 1Koningen 18 te lezen. Daarin wordt duidelijk dat wat wij zelf opvoeren in plaats van dat wat YHVH ons rechtstreeks vanuit Zijn Geest te zeggen heeft, afgebroken wordt en geen vrucht draagt. Sterker nog in negatieve zin: onze eigen werken aanvoeren als waarheid, verleidt het volk.

Achab noemt Elia een beroerder. Met andere woorden, Elia brengt onrust bij de misleiders:

1Ki 18:17  En het geschiedde, als Achab Elia zag, dat Achab tot hem zeide: Zijt gij die beroerder van Israel? 
1Ki 18:18  Toen zeide hij: Ik heb Israel niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede, dat gijlieden de geboden des YHVH’s/ HEEREN verlaten hebt en de Baals nagevolgd zijt. 

Dat herinnert mij aan een telefoongesprek van een voorganger die mij vertelde dat een bij ons logerende “beroerder” hun schapen onrustig hadden gemaakt en dat de genodigde niet voor de tweede uitgenodigde keer mocht komen. Die tweede keer ging een van henzelf vóór en ontkrachtte alles van de in hun ogen beroerder. Deze echter had terechte waarschuwingen geuit en dat wilde de leiding niet aanvaarden. Hun altaar moest niet afgebroken worden en gaat door tot op de huidige dag met overeenkomstige vruchten.

1Ki 18:19  Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israel op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baal, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten. 
1Ki 18:20  Zo zond Achab onder alle kinderen Israels, en verzamelde de profeten op den berg Karmel.

Het volk was misleid geworden getuige de nu volgende woorden:
1Ki 18:21  Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord. 

De eenvoud van die ene gezondene:
1Ki 18:22  Toen zeide Elia tot het volk: Ik ben alleen een profeet des HEEREN overgebleven, en de profeten van Baal zijn vierhonderd en vijftig mannen. 

Elia, die als enige tegenover de vierhonderd en vijftig Baäl priesters staat, stelt het volgende voor:

1Ki 18:23  Dat men ons dan twee varren geve, en dat zij voor zich den enen var kiezen, en denzelven in stukken delen, en op het hout leggen, maar geen vuur daaraan leggen; en ik zal den anderen var bereiden, en op het hout leggen, en geen vuur daaraan leggen. 
1Ki 18:24  Roept gij daarna den naam van uw god aan, en ik zal den Naam des HEEREN aanroepen; en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn. En het ganse volk antwoordde en zeide: Dat woord is goed. 

En zo geschiedde:

Ki 18:25  En Elia zeide tot de profeten van Baal: Kiest gijlieden voor u den enen var, en bereidt gij hem eerst, want gij zijt velen; en roept den naam uws gods aan, en legt geen vuur daaraan. 
1Ki 18:26  En zij namen den var, dien hij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen den naam van Baal aan, van den morgen tot op den middag, zeggende: O Baal, antwoord ons! Maar er was geen stem en geen antwoorder. En zij sprongen tegen het altaar, dat men gemaakt had. 

Wanneer we verder lezen zien we dat YHVH Zich van Zijn Kant laat zien als de Almachtige, Die geen andere goden voor Zijn Aangezicht duldt.

Dat zou ons te denken moeten geven.

1Ki 18:31  En Elia nam twaalf stenen, naar het getal der stammen van de kinderen Jakobs, tot welke het woord des HEEREN geschied was, zeggende: Israel zal uw naam zijn. 
1Ki 18:32  En hij bouwde met die stenen het altaar in den Naam des YHVHs/ HEEREN; daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijdte van twee maten zaads. 
1Ki 18:33  En hij schikte het hout, en deelde den var in stukken, en leide hem op het hout. 
1Ki 18:34  En hij zeide: Vult vier kruiken met water, en giet het op het brandoffer en op het hout. En hij zeide: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Voorts zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male; 
1Ki 18:35  Dat het water rondom het altaar liep; daartoe vulde hij ook de groeve met water. 
1Ki 18:36  Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb. 
1Ki 18:37  Antwoord mij, YHVH/HEERE, antwoord mij; opdat dit volk erkenne, dat Gij, o YHVH/HEERE, die God zijt, en dat Gij hun hart achterwaarts omgewend hebt. 
1Ki 18:38  Toen viel het vuur YHVH/de HEEREN, en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op, hetwelk in de groeve was. 
1Ki 18:39  Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: YHVH, is Elohim/ De HEERE is God, de HEERE is God! 

Er wordt heel veel uitleg aangehaald met verwijzing naar het Woord en velen volgen sprekers na. Zien overal iets goeds in, maar hebben de moed niet of de woorden niet, om datgene wat niet klopt, aan de betreffende uitlegger te melden.

En zo gaat het voort.

Ik hoorde een inmiddels overleden en dierbare vriend meermalen vragen waar de profeten gebleven waren, die nog durven opstaan en een tegengeluid geven.

We zijn in de tijdsperiode beland van aangenaam verpozen en dat is een tijdsperiode van alle tijden. Niet onbekend in de tijd van de kinderen Israels in Kanaän.

Wedstrijd der altaren…

Er is een wedstrijd der altaren bezig en een paar kenmerken gaan daarmee gepaard. Men mag ondermeer niet daadwerkelijk in gesprek om een kritisch geluid te laten horen. Valt dat niet onder hoogmoed? Het kerkelijk programma is hoofdzakelijk de doorsnee gang van zaken en daarmee een gemeente geboren, waarvan de leidinggevenden en de genodigde sprekers een andere benadering krijgen dan de toehoorders.

Waar is het frissende vernieuwende geluid van het evangelie dat elke morgen nieuw is?

Dat een voorgenomen onderwerpbespreking onderbreekt omdat de Geest an Heiligheid iets anders in petto heeft dan het vooraf aangekondigde?

Zelden!

Het was denk ik omstreeks 1990 dat ik een gevoelen kreeg om naar een bijeenkomst te gaan waar ik ongeveer twee jaar niet meer was geweest omdat zij geen hart hadden om voor de vrede van Jeruzalem te bidden. Het was er alleen maar gericht op het “ik”gevoelen. De spreekster vertelde dat zij op weg naar de bijeenkomst stilgezet werd omdat de Heilige Geest haar een duidelijk aansporende ingeving gaf. Het onderwerp zo zei zij, zou ze in gehoorzaamheid onderbreken. En zo vertelde zij wat de Geest haar ingegeven had.

“Bidden jullie hier weleens voor de vrede van Jeruzalem?”vroeg zij.

Ik was min of meer perplex. Dáárom kreeg ik de aansporing naar de bewuste bijeenkomst te gaan omdat YHVH iets door iemand spreken zou!!

Nu, vervolgde zij op hun ontkenning, dan gaan we dat ook nu direct doen. Laten we gaan staan en Hem bidden voor de vrede van Jeruzalem.

Naderhand ging ik naar haar toe en zij vroeg mij of zij iets voor mij kon betekenen. Ik zei dat zij dat al had gedaan door gehoorzaam op te volgen wat de de Geest van Heiligheid haar ingaf.

Daarna begon zij te profeteren en wat zij uitsprak was bevestiging van wat ik alreeds in mijn hart had ontvangen van Hem.

Zo werkt YHVH als wij durven uit te stappen.

Laten wij nauwkeurig nagaan of wijzelf geen eigen altaren hebben gebouwd en ons daardoor vastgezet hebben zodat wij Zijn Stem amper horen kunnen ofwel verkeerd verstaan.

Laten wij uit eerbied voor onze Maker en Man alles van voor Zijn Aangezicht belijden en wegdoen, zodat alleen Zijn werk in ons zichtbaar wordt.

Hem eren door transparant te worden, verlangend om Zijn Manna elke dag te ontvangen in plaats van op oud brood te leven.

Het is Zijn Geest van Heiligheid Die ons in alle Waarheid van Hem leidt – Joh 14:26.

Zep 2:1  Doorzoek u zelf nauw, ja, doorzoek nauw, gij volk, dat met geen lust bevangen wordt! 
Zep 2:2  Eer het besluit bare (gelijk kaf gaat de dag voorbij), terwijl de hittigheid van YHVH’s/ des HEEREN toorn over ulieden nog niet komt; terwijl de dag van den toorn YHVH’s over ulieden nog niet komt. 
Zep 2:3  Zoekt YHVH/den HEERE, alle gij zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gij verborgen worden in den dag van den toorn des YHVHs/ HEEREN. 

Laat het ons niet gebeuren dat Hij ons niet kennen zal aan de werken door onszelf gedaan, maar dat Hij ons kennen zal aan de werken van Hem door ons gedaan.

Beproef mijn woorden!

 

 


Een reactie plaatsen

Achor contra opnameleer

Er zijn veel zogenoemde eindtijdscenario’s in omloop, ook onder de shabbatvierenden en hoewel het geen hoofdzaak is om daar uitsluitend mee bezig te zijn, is het wel zaak dat we nuchter en waakzaam blijven.
Velen hebben in hun christelijke tijd in de wat vrijere groepen geleerd gekregen dat er een hemelse opname zou zijn, maar ik en velen die uit de wat behoudender biblebelt komen, hebben dat in het geheel niet meegekregen. Misschien dat het daarom is dat het algemeen geleerde over een plotselinge wegname in de lucht geen vat op mij heeft.

Ik ben naar de reis van de kinderen Israels gaan kijken die zoals het in de Corinthebrief staat, ons tot voorbeeld is. Zij maakten overigens de eerste drie of vier plagen mee. Dat zou ons te denken moeten geven. Hun verlossing en de beschrijving dat zij weliswaar op hun voeten richting de berg Sinaï gingen en daarbij op adelaarsvleugelen werden gedragen, vertelt meer over de kracht die zij kregen tijdens hun voetentocht op aarde.
Daarnaast zijn er aanwijzingen te vinden dat YHVH Zijn kinderen op een beschermde plaats op aarde brengt en die plaats is in het Woord te vinden, waarbij een ander schriftwoord aangeeft dat Hij specifiek tot dat landsdeel spreekt om Zijn heiligen te verbergen.

Laten wij eens gaan kijken zonder het aan elkaar te knopen, want er zijn nog een paar losse puzzelstukjes te zoeken:

1Th 4:17  Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen. 

in de wolken: G3507
Original: νεφε‌λη
Transliteration: nephele‌
Phonetic: nef-el’-ay
Thayer Definition:
a cloud
used of the cloud which led the Israelites in the wilderness
Origin: from G3509
TDNT entry: 19:02,6
Part(s) of speech: Noun Feminine
Strong’s Definition: From G3509; properly cloudiness, that is, (concretely) a cloud: – cloud.

Exo 14:17  En Ik, zie, Ik zal het hart der Egyptenaren verstokken, dat zij na hen daarin gaan; en Ik zal verheerlijkt worden aan Farao en aan al zijn heir, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren.
Exo 14:18  En de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik verheerlijkt zal worden aan Farao, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren.
Exo 14:19  En de Engel Gods, Die voor het heir van Israel ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen.
Exo 14:20  En zij kwam tussen het leger der Egyptenaren, en tussen het leger van Israel; en de wolk was te gelijk duisternis en verlichtte den nacht; zodat de een tot den ander niet naderde den gansen nacht. 

Arendsvleugelen

Exo_19:4  Gijlieden hebt gezien, wat Ik den Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen, en u tot Mij gebracht heb.

Geeft dit vers ook niet iets weer van de bescherming in vers: Rth_2:12  YHVH/De HEERE vergelde u uw daad en uw loon zij volkomen, van den HEERE, den God Israels, onder Wiens vleugelen gij gekomen zijt om toevlucht te nemen! Psa_36:8  Hoe dierbaar is Uw goedertierenheid, o God! Dies de mensenkinderen onder de schaduw Uwer vleugelen toevlucht nemen.

De vleugelen in deze drie verzen beschrijven het volgende:
כָּנָף
kânâph
kaw-nawf’
From H3670; an edge or extremity; specifically (of a bird or army) a wing, (of a garment or bed clothing) a flap, (of the earth) a quarter, (of a building) a pinnacle: –  + bird, border, corner, end, feather [-ed], X flying, + (one an-) other, overspreading, X quarters, skirt, X sort, uttermost part, wing ([-ed]).
Total KJV occurrences: 109

Tot het land van Moab en Edom wordt het volgende gesproken:

Jesaja 16: 3 Maakt uw schaduw op het midden van den middag, gelijk van den nacht; verbergt de verdrevenen, en meldt den omzwervende niet.
4 Laat mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab! wees gij hun een schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders; want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is te niet geworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan.

Dan is het toch frappant dat van alle landen en gebieden die ene regio in Moab/Edom niet vertreden gaat worden:

Dan 11:16  Maar hij, die tegen hem komt, zal doen naar zijn welgevallen, en niemand zal voor zijn aangezicht bestaan; hij zal ook staan in het land des sieraads, en de verderving zal in zijn hand wezen. Dan 11:41  En hij zal komen in het land des sieraads, en vele landen zullen ter nedergeworpen worden; doch deze zullen zijn hand ontkomen, Edom en Moab, en de eerstelingen der kinderen Ammons. 

Het land des sieraads is de regio waar het huidige land Israel is:

Dan 11:41  He shall enterH935 also into the gloriousH6643 land,H776 and manyH7227 countries shall be overthrown:H3782 but theseH428 shall escapeH4422 out of his hand,H4480 H3027 even Edom,H123 and Moab,H4124 and the chiefH7225 of the childrenH1121 of Ammon.H5983 

Waar ligt die beschermde regio? Zoals ik zelf heb onderzocht, ligt dat gebied tussen Eilat en de Dode Zee, maar ik nodig u uit dat u dat zelf gaat onderzoeken,

In Hosea lees ik dat de overgeblevenen, die niets meer overhebben dan alleen zichzelf, gezien de beschrijving van de voorafgaande verzen van datzelfde hoofdstuk, in het dal van Achor gebracht worden alwaar YHVH tot hen allen gaat spreken.

Hos 2:13  Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken.
Hos 2:14  En Ik zal haar geven haar wijngaarden van daar af, en het dal Achor, tot een deur der hoop; en aldaar zal zij zingen, als in de dagen harer jeugd, en als ten dage, toen zij optoog uit Egypteland. 

Ook lees ik het volgende en waar doet dat besprenkelde ons aan denken?:

Isa_63:1  Wie is Deze, Die van Edom komt met besprenkelde klederen, van Bozra? Deze, Die versierd is in Zijn gewaad? Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die in gerechtigheid spreek, Die machtig ben te verlossen.

Hoe Abba YHVH Zijn overgeblevenden van het zwaard daar gaat brengen, laat ik aan Hem over. De kinderen Israels die ons tot voorbeeld zijn, liepen als op adelaarsvleugelen gedragen, richting de echte berg Sinaï.

Jer_31:2  Zo zegt YHVH/de HEERE: Het volk der overgeblevenen van het zwaard heeft genade gevonden in de woestijn, namelijk Israel, als Ik henenging om hem tot rust te brengen.

Het is belangrijk om alle tekstaanhalingen in hun context te bestuderen.

Wat wil ik met dit schrijven bereiken?

Dat wij nuchter blijven en waakzaam. Vooral dichtbij het Woord blijven.De leringen die wij vroeger hebben aangehoord, misschien geadopteerd in onze beeldvorming eens nader onderzoeken. Dat heeft niets met angst te maken over allerlei mogelijke geruchten. Het heeft te maken met voorbereiding voor onszelf maar ook om anderen te helpen dichtbij het Woord van YHVH te blijven, want dát alleen maakt ons één in Yeshua.

Beproef mijn woorden!

@Hadassah


Een reactie plaatsen

Wat voor taak hebben wachters en wie stelt ze aan?

Steeds opnieuw de laatste tijd word ik bepaald bij het wachtersschap en ik denk dat de Geest van Heiligheid dat ingeeft omdat het nodig is om daarmee aan de slag te gaan, waar het verwaarloost wordt, ontbreekt of nog erger, men op eigen kundigheid vertrouwt in plaats van de Vader te vragen wie dat mag en kan zijn.

Vanmorgen kwamen de woorden: Wachter, wat is er van de nacht? Dát heb ik opgezocht en er de omschrijving bij gezocht.

Isa_21:11  De last van Duma. Men roept tot mij uit Seir: Wachter!(H48104) wat is er van den nacht? Wachter! wat is er van den nacht? Isa_21:12  De wachter zeide: De morgenstond is gekomen, en het is nog nacht; wilt gijlieden vragen, vraagt; keert weder, komt.

Wachter: H8104
שָׁמַר
shâmar
shaw-mar’
A primitive root; properly to hedge about (as with thorns), that is, guard; generally to protect, attend to, etc.: – beware, be circumspect, take heed (to self), keep (-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch (-man).
Total KJV occurrences: 468

Ik zal een aantal tekstaanhalingen erbij pakken waar het woord wachter in voor komt:

2Sa_18:24  David nu zat tussen de twee poorten; en de wachter ging op het dak der poort aan den muur, en hief zijn ogen op, en zag, en ziet, er liep een man alleen.
2Sa_18:25  Zo riep de wachter, en zeide het den koning aan; en de koning zeide: Indien hij alleen is, zo is er een boodschap in zijn mond; en hij ging al voort en naderde.
2Sa_18:26  Toen zag de wachter een anderen man lopende, en de wachter riep tot den poortier en zeide: Zie, er loopt nog een man alleen. Toen zeide de koning: Die is ook een boodschapper.
2Sa_18:27  Voorts zeide de wachter: Ik zie den loop des eersten aan, als den loop van Ahimaaz, Zadoks zoon. Toen zeide de koning: Dat is een goed man, en hij zal met een goede boodschap komen.

2Ki_9:17  De wachter nu stond op den toren te Jizreel, en zag den hoop van Jehu, als hij aankwam, en zeide: Ik zie een hoop. Toen zeide Joram: Neem een ruiter, en zend dien hunlieden tegemoet, en dat hij zegge: Is het vrede?
2Ki_9:18  En de ruiter te paard toog heen hem tegemoet, en zeide: Zo zegt de koning: Is het vrede? En Jehu zeide: Wat hebt gij met den vrede te doen? Keer om naar achter mij. En de wachter gaf het te kennen, zeggende: De bode is tot hen gekomen, maar hij komt niet weder.
2Ki_9:20  En de wachter gaf dit te kennen, zeggende: Hij is tot aan hen gekomen, maar hij komt niet weder; en het drijven is als het drijven van Jehu, den zoon van Nimsi, want hij drijft onzinniglijk.

Psa_127:1  Een lied Hammaaloth, van Salomo. Zo de HEERE het huis niet bouwt, te vergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, te vergeefs waakt de wachter.

Isa_21:5  Bereid de tafel, zie toe, gij wachter! eet, drink; maakt u op, gij vorsten, bestrijkt het schild!
Isa_21:6  Want aldus heeft de Heere tot mij gezegd: Ga heen, zet een wachter, laat hem aanzeggen, wat hij ziet.
Isa_21:11  De last van Duma. Men roept tot mij uit Seir: Wachter! wat is er van den nacht? Wachter! wat is er van den nacht?
Isa_21:12  De wachter zeide: De morgenstond is gekomen, en het is nog nacht; wilt gijlieden vragen, vraagt; keert weder, komt.

Eze_3:17  Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.
Eze_33:2  Mensenkind! spreek tot de kinderen uws volks, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hun einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen;
Eze_33:6  Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd; en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg; die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal Ik van des hand des wachters eisen.
Eze_33:7  Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.

Dan_4:13  Ik zag verder in de gezichten mijns hoofds, op mijn leger; en ziet, een wachter, namelijk een heilige, kwam af van den hemel,

Er ligt een ernst in het op eigen houtje aanstellen, gezien de volgende woorden uit Ezechiël:

Eze_44:8  En gijlieden hebt de wacht van Mijn heilige dingen niet waargenomen; maar gij hebt uzelven enigen tot wachters Mijner wacht gesteld in Mijn heiligdom.

Isa_62:6  O Jeruzalem! Ik heb wachters op uw muren besteld, die geduriglijk al den dag en al den nacht niet zullen zwijgen. O gij, die des HEEREN doet gedenken, laat geen stilzwijgen bij ulieden wezen!                                                                                         

Jer 4:16  Vermeldt den volke, ziet, doet het horen tegen Jeruzalem; daar komen hoeders uit verren lande; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda.
Jer_4:17  Als de wachters der velden zijn zij rondom tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is, spreekt de HEERE.
Jer_6:17  Ik heb ook wachters over ulieden gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin; maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren.

 De hoeders uit vers 16 hebben dezelfde taak en beschrijving als de wachter.

Brengt mij bij de woorden in Genesis 4:9 : ben ik mijns broeders hoeder…Inderdaad dezelfde betekenis als die van de wachter…onderzoek het zelf maar en neem er de Strongs bij en in de Hebreeuwse bijbel precies hetzelfde: השׁמרH8104Er gaat dus een grote verantwoordelijkheid van de door YHVH aangestelde wachter. Deze moet eigenschappen hebben, die denk ik, parallel lopen met die van de opziener.

Het is dus niet zo dat er zomaar iemand aangesteld kan worden, omdat een wachter ontbreekt. Deze moet tegen een stootje kunnen en te alle tijde bereid zijn YHVH’s Woord prioriteit te geven. Dat vraagt levenservaring en de bijbehorende inzichten, als trouw, geduld en inzet…

Wordt er regelmatig gesproken, uitgelegd, dat de roepingen en talenten in de gemeenschap aanwezig moeten kunnen functioneren? Wordt er ruimte gegeven dat men oefenen mag in deze talenten? Wordt er adequate aandacht gegeven aan de jongeren en jongvolwassenen, zodat zij het te Zijner tijd over kunnen nemen?

Bij verkeerd of ontbrekend wachtersschap lopen degenen die hen zijn toevertrouwd gevaar, want we weten van de dieven die over de muur klimmen en zich onder het volk vermengen. We hebben dat een keer meegemaakt. Er was een bijbels feest gaande in Drenthe. Op een avond kwam een man binnen waarvan wij wisten dat hij Yeshua ontkend had. De mensen in de zaal wisten er niets van. Wij kregen een onrustig gevoel en onze verantwoordelijkheid zette ons aan tot handelen. We wendden ons tot degenen die het organiseerden, maar in plaats van hem uit de zaal verwijderen, ging de een met de “liefde”een gesprek aan en een ander uit het team liep weg.

Wij allen die in Yeshua zijn, hebben ten alle tijde een verantwoordelijkheid want het is niet ons eigen feestje. Het moet de heiligheid van YHVH doorstaan -Galaten 3.

DE wapenrusting uit Efeze 5 staat ons ter beschikking en die hebben wij hard nodig. Vertrouwt op uw eigen inzicht niet – Spreuken 3:5-7.

Er ligt een profetische belofte in de volgende woorden voor de menigte van volkeren die door Yeshua tot de volgende taak worden gevormd:

Jer_31:6  Want er zal een dag zijn, waarin de hoeders op Efraims gebergte zullen roepen: Maakt ulieden op, en laat ons opgaan naar Sion, tot YHVH/ den HEERE, onzen Elohim!

Beproef mijn woorden!

@Hadassah