Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

T en T

T en T (1)

Is verdrukking noodzakelijk voor een getuigenis? Het Griekse woord voor verdrukking is ‘thlipsis’, ook vertaald als ‘verdrukking, angst, benauwdheid, vervolging’.

In het huidige christendom wordt het vaak gebruikt in relatie tot het heersende onderwerp van Yeshua’s terugkeer. Maar je moet toegeven dat deze term een ​​beangstigende ervaring betekent, vooral zoals hieronder beschreven: “want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er sinds het begin van de wereld tot nu toe niet meer heeft plaatsgevonden, en ook nooit meer zal gebeuren” (Mattheüs 24). :21).

Een afbeelding van de overwinnaars van de “verdrukking” wordt gevonden in Openbaring 7:14-15: “Dit zijn degenen die uit de grote verdrukking komen, en zij hebben hun gewaden gewassen en ze wit gemaakt in het bloed van het Lam. reden is dat zij voor de troon van Elohim staan; en zij dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Hij die op de troon zit, zal Zijn tabernakel over hen uitspreiden” (nadruk toegevoegd). de meest verschrikkelijke tijd op aarde!

Maar wie wil er bij deze gelegenheid blijven? Zou het niet beter zijn als we het konden vermijden of overslaan, en toch de beloning zouden krijgen: ‘Zij zullen niet meer hongeren, noch dorsten? noch zal de zon op hen vallen, noch enige hitte; want het Lam in het midden van de troon zal hun herder zijn en hen naar de bronnen van het water des levens leiden; en Elohim zal elke traan van hun ogen afwissen” (Openbaring 7:16-17).

Is het wassen van de gewaden (uit het bovenstaande citaat) “in het bloed van het Lam” hetzelfde als de handeling van degenen die “hem [de aanklager van de broeders] overwonnen vanwege het bloed van het Lam en vanwege het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, zelfs niet tot de dood toe” (Openbaring 12:11)?

Het Griekse woord voor getuigenis is ‘marturia’, waarvan het Engelse ‘martelaar’ is afgeleid. De Schrift wijst op een verband tussen verdrukking en getuigenis/martelaarschap. Hoe wordt ons geloof anders getest en gerijpt in de kennis van Degene die Zijn leven voor ons opgaf? Ja, we worden verondersteld Jesjoea te ‘spiegelen’.

Maar als dat betekent dat we ons leven moeten opgeven voor anderen, zoals Hij deed, is onze natuurlijke neiging vaak om het tegenovergestelde te doen, in tegenstelling tot de definitie van: “Niemand heeft een grotere liefde dan deze, namelijk dat iemand zijn leven geeft voor zijn vrienden.” (Johannes 15:13).

Sommigen zullen het oude zelfleven zelfs tot de dood beschermen iets dat ons ‘zelfleven’ uitdaagt, en dat onthult al snel de motivatie en overtuigingen van ons hart. Maar, zoals we weten, is de enige manier om een ​​waar getuigenis van het leven van Yeshua te krijgen, ‘het kruis op te nemen’ en de dood van Yeshua elke dag in ons te laten inwerken, door lichte verdrukkingen of zware beproevingen.

In deze wereld kunnen we niet ontsnappen aan het lijden, noch kunnen we ontsnappen aan het doodvonnis – het ‘kruis’ – dat een belangrijk principe is in het leven van een gelovige. Het is de enige manier om de bovenstaande beloningen te bereiken. De waarheid van het voltooide verlossende werk van de Messias moet in praktijksituaties worden ervaren.

Om een ​​getuigenis naar voren te brengen van ‘niet ik maar de Messias’, gebruikt Elohim ‘verdrukking’.

En dus werkt de kracht van de Heilige Geest in ons om ons te transformeren van wat we waren in Adam naar wie we nu zijn (verondersteld te zijn) in de Messias.

Door dagelijkse ervaringsdruk worden we ervan overtuigd de waarheid van Elohim te geloven. Het proces zou veel gemakkelijker zijn als we in ons hart zouden geloven dat ‘niet meer ik leef, maar dat de Messias in mij leeft’ (Galaten 2:20) of ‘dat ik gestorven ben en dat mijn leven verborgen is in de Messias’. (Kolossenzen 3:3).

Deze realiteit kan ons hele leven duren, tot de dag dat we Hem “van aangezicht tot aangezicht” zien. “Wij weten dat wanneer Hij verschijnt, wij aan Hem zullen gelijken, omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is” (1 Johannes 3:2). “Voorlopig zien we vaag in een spiegel, maar dan van aangezicht tot aangezicht; nu weet ik het gedeeltelijk, maar dan zal ik het volledig weten, zoals ik ook volledig gekend ben” (1 Korintiërs 13:12).

(1). De titel is de afkorting van Tribulation en Testimony ofwel Verdrukking en Getuigenis

https://etzbneyosef.blogspot.com/2024/07/t-and-t.html

Overgezet in Nederlands

@Hadassah


Een reactie plaatsen

Hoe brengen wij Vaders gezette tijden door?

Hoe brengen wij de shabbat door die door YHVH is geboden als een apart gezette dag en Hijzelf daar een zegen aan heeft verbonden.
Ik moest denken dat we als Vernieuwd Verbondsgelovigen een zwaarwichtige verantwoordelijkheid hebben meegekregen en dat is Hem, de Schepper van hemel en aarde getuigen op aarde.
Wat geven wij de mensen mee? Waaraan kunnen zij Abba YHVH herkennen?
Het is erg belangrijk stil te staan, evalueren en bijstellen, want Zijn ingestelde rustdag kan langzaam verworden tot een vriendenreünie, of een familiedag met mensen die niets met shabbat hebben. Ja ook een dag dat we onze favoriete sport en spelwedstrijd niet willen missen, maar dan niet op het veld,dat gaat te ver, maar vanaf een schermpje valt niet zo op.
Ik denk dat we wakker moeten worden.
Er is een groep mensen dat zich wakkere christenen noemen…
Wij moeten wakker worden om nauwkeurig onze invulling op shabbat na te gaan vanuit welk motief wij deze speciale dag doorbrengen.
Een paar woorden uit Amos 5 kwamen in mijn gedachten en dat mogen we erbij halen, daar Jesaja 58 ons de overwinnende vreugde voorzegt onder eerder genoemde voorwaarden. Maar eerst Amos 5:
Amos 5 :21
Ik haat, Ik versmaad uw feesten. Uw bijzondere samenkomsten kan Ik niet luchten,
22
want al brengt u Mij brandoffers, en uw graanoffers, Ik schep er geen behagen in, en het dankoffer van uw gemest vee wil Ik niet aanzien.
23
Doe het lawaai van uw liederen van Mij weg, en het getokkel van uw luiten kan Ik niet aanhoren!
 
 
Heeft Abba het hier over eigen gekozen dagen of over onze eigen invulling op Zijn ingestelde dagen?
 
We pakken er Jesaja 58 in de Statenvertaling bij:
 
Isa 58:13  Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt; 
Isa 58:14  Dan zult gij u verlustigen in den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des HEEREN heeft het gesproken. 
 
En in de Herziene Statenvertaling:
 
13
Indien u uw voet van de sabbat terughoudt, ermee ophoudt om op Mijn heilige dag te doen wat u zelf wilt; indien u de sabbat een verlustiging noemt, opdat de HEERE geheiligd wordt – die geëerd moet worden – indien u die eert door niet uw eigen wegen te volgen, niet uw eigen wensen zoekt of daarover een woord spreekt,
14
dan zult u vreugde scheppen in de HEERE, Ik zal u doen rijden op de hoogten van de aarde en Ik zal u voeden met het erfelijk bezit van uw vader Jakob, want de mond van de HEERE heeft gesproken.
 
…ermee ophoudt om op Mijn heilige dag te doen wat u zelf wilt…indien u die eert door níét uw eigen wegen te volgen , niet uw eigen wensen zoekt of daarover een woord spreekt…

Amo 5:21  Ik haat, Ik versmaad uw feesten, en Ik mag uw verbods dagen niet rieken. 
Amo 5:22  Want ofschoon gij Mij brandofferen offert, mitsgaders uw spijsofferen, Ik heb er toch geen welgevallen aan; en het dankoffer van uw vette beesten mag Ik niet aanzien. 
Amo 5:23  Doe het getier uwer liederen van Mij weg; ook mag Ik uwer luiten spel niet horen. 

haat

H8130
שָׂנֵא
śânê’
saw-nay’
A primitive root; to hate (personally): – enemy, foe, (be) hate (-ful, -r), odious, X utterly.

Het is Zijn dag, lees wat Hij geven zal als wij Zijn dag doorbrengen willen op de manier die Hem voor ogen staat:

DÁN

.. zult u vreugde scheppen in YHVH,
 
Ik zal u doen rijden op de hoogten van de aarde en Ik zal u voeden met het erfelijk bezit van uw vader Jakob, want de mond van YHVH heeft gesproken.
 
Ik begrijp hieruit dat wij Zijn dag door kunnen brengen als een vrije dag met minimale geboden als niet kopen en verkopen…
 
of wij laten alles wat met de dagelijkse beslommeringen achter op de vrijdag voor de zonsondergang ingaat en richten ons op datgene wat YHVH behaagt en wat behaagt Hem?
 
Dat lees ik in Zacharia 8.
 
Zijn verlangen om terug te keren naar Sion.
Zou dat ons ook niet verlangend moeten maken?
Zojuist kreeg ik n berichtje dat iemand vandaag helemaal geen plannen had…wat een verheugend bericht! Want dan kan men leeg worden voor Hem zodat Hij kan vullen met Zijn Aanwezigheid.
We zouden veel meer tijden moeten vrijmaken om Hem te laten merken dat wij er voor Hem zijn in plaats van heen en weer te hollen.
 
Zijn verlangen:
1
Het woord van YHVH van de legermachten kwam tot mij:
2
Zo zegt YHVH van de legermachten: Ik heb Mij met grote na-ijver voor Sion ingezet, ja, met grote grimmigheid heb Ik Mij voor haar ingezet.
3
Zo zegt YHVH: Ik ben naar Sion teruggekeerd en Ik zal midden in Jeruzalem wonen. Jeruzalem zal ?stad van de waarheid? genoemd worden, de berg van YHVH van de legermachten ?de heilige berg?
 
Psa 15:1  Een psalm van David. YHVH, wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op den berg Uwer heiligheid? 
 
De Vader gaat onze woorden beproeven of zij het zwaard van het Woord kunnen doorstaan. Want Hij heeft oprechte boodschappers nodig die Hem vertegenwoordigen, zodat anderen tot de volle waarheid komen.
Van ‘ik’ naar ‘wij’.
 
Samen met Hem.
 
Opdat Zijn huis vol worde.
 
Proces van graan op het veld tot brood:
 
 
 
 
 


1 reactie

Wie zijn de Laodicenzen?

Rev 3:14  En schrijf aan den engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods:
Rev 3:15  Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet!
Rev 3:16  Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.
Rev 3:17  Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.
Rev 3:18  Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.
Rev 3:19  Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.
Rev 3:20  Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.
Rev 3:21  Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.
Rev 3:22  Die oren heeft, die hore, wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

Druk, druk, druk, druk… keuzemogelijkheden te over…

Met alles druk zijn of druk worden gemaakt… Is dat het werktuig van de tegenstander om mensen af te stompen zodat wij het zijn gaan vervangen voor het worden?

Hoe worden ontmoetingen ingevuld?

Met het delen van onze eigen lust op de rustdag?

Wat wordt onder onze eigen lust verstaan?

Isa 58:13  Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt; 

Isa 58:14  Dán zult gij u verlustigen in YHVH/den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des YHVH’s/HEEREN heeft het gesproken. 

Doende jullie eigen lust op Mijn, zegt YHVH, heilige dag.

doingH6213 thy pleasureH2656 on my holyH6944 day;

H2656
חֵפֶץ
chêphets
khay’-fets
From H2654; pleasure; hence (abstractly) desire; concretely a valuable thing; hence (by extension) a matter (as something in mind): – acceptable, delight (-some), desire, things desired, matter, pleasant (-ure), purpose, willingly.
Total KJV occurrences: 39

Is het een kenmerk dat de vurigheid afgenomen is, waardoor de eigen wekelijkse dingen Zijn Dag meer invullen dan de werken die Hij in ons doet?

Is dat het kenmerk van de lauwheid?

 Is dat tevens een signaal dat bij voortgang het volgende wacht?

In de tekst lees ik dat Abba YHVH het doorziet en aanraadt om Zijn goud te kopen voordat Hij met de bestraffing en de kastijding komt.

Laten wij een lijstje noemen om na te gaan hoe wij Zijn heilige dag zijn gaan doorbrengen.

Niet kopen of verkopen op shabbat. Nehemia wist dat al:

13:17  Zo twistte ik met de edelen van Juda, en zeide tot hen: Wat voor een boos ding is dit, dat gijlieden doet, en ontheiligt den sabbatdag?
Neh 13:18  Deden niet uw vaders alzo, en onze God bracht al dit kwaad over ons en over deze stad? En gijlieden maakt de hittige gramschap nog meer over Israel, ontheiligende den sabbat.
Neh 13:19  Het geschiedde nu, als de poorten van Jeruzalem schaduw gaven, voor den sabbat, dat ik bevel gaf, en de deuren werden gesloten; en ik beval, dat zij ze niet zouden opendoen tot na den sabbat; en ik stelde van mijn jongens aan de poorten, opdat er geen last zou inkomen op den sabbatdag.
Neh 13:20  Toen vernachtten de kramers, en de verkopers van alle koopwaren, buiten voor Jeruzalem, eens of tweemaal.
Neh 13:21  Zo betuigde ik tegen hen, en zeide tot hen: Waarom vernacht gijlieden tegenover den muur? Zo gij het weder doet, zal ik de hand aan u slaan. Van dien tijd af kwamen zij niet op den sabbat.

Strekt zich dat ook uit naar de media, waar we indirect met zaken te maken krijgen waarvoor gegokt en gesponsord wordt?

Betaalde sport, alle soorten media die niet bijbelgerelateerd zijn, spreken over alles wat met louter materie te maken heeft, kinderen toelaten zich te vullen met wat hun aandacht afhoudt van Zijn heilige dag. Feestjes van mensen, die niets te maken hebben met Zijn heilige dag en ook niets toevoegen aan Zijn heilige dag (tenzij Abba YHVH ons duidelijk zendt tot die verloren schapen van Israels huis).(1)

Job 1:4  En zijn zonen gingen, en maakten maaltijden in ieders huis op zijn dag; en zij zonden henen, en nodigden hun drie zusteren, om met hen te eten en te drinken. 
Job 1:5  Het geschiedde dan, als de dagen der maaltijden omgegaan waren, dat Job henenzond, en hen heiligde en des morgens vroeg opstond, en brandofferen offerde naar hun aller getal; want Job zeide: Misschien hebben mijn kinderen gezondigd, en God in hun hart gezegend. Alzo deed Job al die dagen. 

Jobs kinderen waren volwassen…

Laten wij allen nauwkeurig nagaan, waar wij lauw in zijn geworden.

Zou het een kenmerk zijn dat onze kinderen lauw worden en wij hen omwille van onze ouderliefde voor hen willen blijven behoeden om hen te bewaren? Maar wat als zij lauw zijn omdat wij dat zelf zijn geworden?

Zelf heb ik begrepen dat het karakter van Laodicea niet iets van vroeger is, maar van alle tijden.

Wat moet er gebeuren dat de lauwheid gepaard met tolerantie verandert in vurigheid en de daarmee gepaard gaande radikaliteit voor onze Meester?

Gij geheel anders

Weest heilig want Ik ben heilig.

“Gelaat, daad en praat is een oud gezegde.

Het moet op te vallen zijn, dat de shabbat een geheel andere dag is dan de wekelijkse.

De wereld ziet aan wat voor ogen is en de shabbat zien zij door hoe wij die doorbrengen en zo een spiegel zijn wie YHVH is.

Laten wij die verantwoordelijkheid nauw nemen!

Rev 3:18  Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.
Rev 3:19  Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.

Wanneer wij niet hebben gehoord en onderzocht, blijft er voor Abba YHVH de bestraffing en kastijding over omdat Hij ons liefheeft en ons terug wil halen.

Laten wij de ingeslopen gist opruimen. Niet alleen op shabbat, maar alle dagen. Het lijstje(1) helpt ons namelijk niet om in die rust te komen, die Abba YHVH bedoeld heeft op Zijn rustdag en Zijn feestdagen. Er naartoe werken om in Zijn rust te gaan, betekent dat we het dagelijkse zoveel als mogelijk loslaten om onszelf te gunnen die specifieke rust te omarmen. Dat gaat namelijk niet wanneer we onszelf toestaan allerlei niet toedoende afleidingen te hebben. Dat betekent niet dat we omslaan naar opzitten en niets doen of allerlei geestelijkheden zonder dat ons hart erbij betrokken is. en wat te denken van wat Abba YHVH Zelf zegt in Amos 5. Het moest ons tot nadenken stemmen.

Joh 15:1  Ik ben de ware Wijnstok, en Mijn Vader is de Landman.
Joh 15:2  Alle rank, die in Mij geen vrucht draagt, die neemt Hij weg; en al wie vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht drage.
Joh 15:3  Gijlieden zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb.
Joh 15:4  Blijft in Mij, en Ik in u. Gelijkerwijs de rank geen vrucht kan dragen van zichzelve, zo zij niet in den wijnstok blijft; alzo ook gij niet, zo gij in Mij niet blijft.
Joh 15:5  Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen. 

Beproef mijn woorden!


Een reactie plaatsen

Leren danken door vertrouwen

Isa 50:10  Wie is er onder ulieden, die YHVH/den HEERE vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam YHVHs/des HEEREN, en steune op zijn God. 

Hab 3:17  Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal;
Hab 3:18  Zo zal ik nochtans in YHVH,den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils.
Hab 3:19  YHVH is mijn Sterkte; en Hij zal mijn voeten maken als der hinden, en Hij zal mij doen treden op mijn hoogten. Voor den opperzangmeester op mijn Neginoth.

Mij staat een soort gelijkenis, het was een droom die iemand had en dat ging over danken. Danken wanneer je geen hand voor ogen ziet. De persoon in kwestie zag een ladder en daar klommen veel mensen op omdat ze op de begane grond zicht hadden wat er bovenaan de ladder afspeelde. Het trok hen aan en daarom begonnen ze de ladder te beklimmen. In het begin heel enthousiast, mede door hun voornemen. Wat ze zich niet realiseerden, was dat het zicht naar boven gaandeweg verdween door een dikke mist en velen verloren gaandeweg de dikker wordende mist ook hun motivatie. En zo draaiden velen om.

Degeen die de droom kreeg, realiseerde zich, dat wanneer hij zou gaan klimmen, hij ook de mist zou gaan ontmoeten. Het eerste stuk ging prima en hij schoot op. Naarmate hij de mist naderde, merkte hij dat ook zijn motivatie afnam. Maar hij ploeterde door. Het was adembenemend haast om af te haken,maar iets in hem gaf aan door te zetten. Boven de mist werd hij als het ware verwelkomd door een prachtige omgeving, waar het goed toeven was. Daarna werd hij wakker en de uitleg die hij kreeg was als volgt:

“In het begin is het voor gelovigen makkelijk om voor alles te danken, maar wanneer er moeilijkheden op hun pad komen, dreigen deze de overhand te krijgen. Men worstelt al vragend en begrijpt niet waarom dat lastige op hun pad kwam. De mist kan alles betekenen, maar men kan daar alleen maar doorheen komen, wanneer men zich niet laat afleiden maar blijft danken, ongeacht de situatie”

1Th_5:18  Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Yeshua de Messias/Christus Jezus over u.

Th 5:18  InG1722 every thingG3956 give thanks:G2168 forG1063 thisG5124 is the willG2307 of GodG2316 inG1722 ChristG5547 JesusG2424 concerningG1519 you.G5209 

In G1722
ἐν
en
en
A primary preposition denoting (fixed) position (in place, time or state), and (by implication) instrumentality (medially or constructively), that is, a relation of rest (intermediate between G1519 and G1537); “in”, at, (up-) on, by, etc.: – about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-) by (+ all means), for (. . . sake of), + give self wholly to, (here-) in (-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-) on, [open-] ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, [speedi-] ly, X that, X there (-in, -on), through (-out), (un-) to(-ward), under, when, where (-with), while, with (-in). Often used in compounds, with substantially the same import; rarely with verbs of motion, and then not to indicate direction, except (elliptically) by a separate (and different) prep.

every thingG3956
πᾶς
pas
pas
Including all the forms of declension; apparently a primary word; all, any, every, the whole: – all (manner of, means) alway (-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no (-thing), X throughly, whatsoever, whole, whosoever.

Zou het zo kunnen zijn, dat te sneller wij het danken onder alle omstandigheden leren, wij te gauwer door de mist heen zijn?

De droom gaf aan dat de mist geen blijvende zaak was, maar een keer ophield. Net of het zicht zolang onthouden werd totdat de noodzakelijke “oefening” geleerd werd. Een inprenting waarop altijd terug kon worden gekeken als een directory die bruikbaar bleef.

Zou et te maken hebben met de groei naar een zekere volwassenheid in het geloof? Zodat de discipel voor andere diensten ingezet kan worden in de levensschool van de Vader?

Terwijl wij leren, mogen wij al delen van wat wij aan ervaringen samen met Hem hebben vergaard. Om zo anderen van dienst te kunnen zijn, die op hun beurt voor uitdagingen staan.

Gezien de woorden uit de Schrift (en er zijn er nog veel meer te noemen) en de genoemde droom, denk ik dat het zo werkt.

Laten wij daarom vertrouwen op de Naam van YHVH als wij in duisternissen wandelen, ongeacht of het beproevingen zijn, trauma’s of gedane zonden die ons beletten zicht te hebben. Hij gaat het licht geven wanneer wij Zijn raad opvolgen, zodat wij ermee aan de slag kunnen gaan.

Opspringen van vreugde in de God mijns heils is opspringen van vreugde in de God van redding= Yeshua, als er niets meer overgebleven is.

Ook voor mij een reminder, telkens weer.

Isa 57:18  Ik zie hun wegen, en Ik zal hen genezen; en Ik zal hen geleiden, en hun vertroostingen wedergeven, namelijk aan hun treurigen.
Isa 57:19  Ik schep de vrucht der lippen, vrede, vrede dengenen, die verre zijn, en dengenen, die nabij zijn, zegt de HEERE, en Ik zal hen genezen. 

Die verre zijn en die nabij zijn… een diepe belofte!

Hij zegt het!


Een reactie plaatsen

Het RegenRijk

“Begeert/vraagt van YHVH regen, ten tijde des spaden regens”.

Zacharia 10:1.

We ontvingen opnieuw een schrijven van het ons bekende echtpaar Frank, waarin bovenstaande tekst naar voren kwam…

Zacharia hoofdstuk 10 is een synopsistekst die informatie bevat over elk huis van Israël en zijn respectievelijke bestemming. In slechts zeven en een half vers (3b-12) probeert de profeet een deel van de geschiedenis van elk huis samen te vatten, wat al eeuwen na het leven van Zacharias is vervuld, en wat nog moet komen. Bovendien verwijst de profeet zelfs naar eerdere profetieën over vooral het noordelijke huis van Israël, en reageert daarop.
Alleen een woord dat door de Elohim van Israël wordt ingefluisterd, zij het door menselijke tussenkomst, kan met zo weinig woorden de juiste snaar raken en zo veelomvattend en gedetailleerd zijn. De woorden van Zacharias over Juda’s militaire bekwaamheid (vs. 3b, 4b, 5, 6a) hebben in onze tijd hun vervulling gezien.
Wat de “hoeksteen” (v. 4a) betreft, dat kan gemakkelijk een verwijzing zijn naar Yeshua (“de steen die de bouwers verwierpen is de belangrijkste hoeksteen geworden” Ps. 118:22; Lukas 20:17).
De ‘tentpin’ heeft te maken met het overnemen van het land, als we het gebruik van deze beeldspraak vergelijken met Jesaja 54:2: ‘Maak de plaats van uw tent groter en laat ze de gordijnen van uw woningen uitstrekken; Verleng uw koorden en versterk uw inzet”. Dit woord wacht nog steeds om in de toekomst tot zijn volheid te komen.
In vers 6b komen we het “huis van Jozef” tegen, die gekwalificeerd wordt door “gered te worden”, en door “teruggebracht te worden” (naar het land). En terwijl in Hosea wordt gezegd dat YHVH “geen genade” met hen heeft gehad, en dat zij “niet Mijn volk” zouden zijn, staat hier: “Ik heb genade met hen”, en “zij zullen zijn alsof Ik ze niet had geworpen.” hen opzij; want ik ben YHVH, hun Elohim”. Deze woorden weerspiegelen ongetwijfeld die van Hosea. Maar hoewel de uitspraken van laatstgenoemde over het noordelijke huis van Israël nog steeds een voldongen feit zijn, is dit niet het geval in de profetie van Zacharias.
Hoofdstuk 10 van zijn boek gaat verder met het beschrijven van Efraïms toekomstige dapperheid, hun vreugde en hun verzameling (vers 7). In de volgende verzen is er zelfs een verwijzing naar hun ‘Jizreël’-identiteit (zie Hosea 1:4,5), ook naar hun verlossing, en hun ‘herinnering’ (niet langer in de staat van vergeetachtigheid zijn – Menashe).
De delen van het land Israël, die voorbestemd zijn om hun erfdeel te zijn, worden ook opgesomd. De verzen 11 en 12 eindigen het hoofdstuk met de mededeling dat Jozef, nadat hij door een “zee van problemen” is gegaan (in navolging van de Exodus en het oversteken van de Rietzee), verder gesterkt zal worden door hun Elohim.
Zoals gezegd kunnen er nog veel meer verwijzingen (en uitwerkingen) van deze woorden aan dit korte verslag worden toegevoegd, vooral die van Jesaja, Jeremia en Ezechiël.
Er is echter één deel van het hoofdstuk dat we tot nu toe volledig hebben genegeerd: “Vraag YHVH om regen in de tijd van de late regen. YHVH zal weerlichten/flitsende wolken maken; Hij zal ze regenbuien geven, gras in het veld voor iedereen.
Want de afgoden spreken bedrog; de waarzeggers voorzien leugens en vertellen valse dromen; ze troosten tevergeefs. Daarom gingen de mensen weg als schapen; ze zitten in de problemen omdat er geen herder is. Mijn woede is ontstoken tegen de herders, en ik zal de geitenhoeders straffen… “(vs. 1-3a).
YHVH bezweert ons om te vrágen om de “malkosh”, wat de late regen is. Bovendien zou Hij bezig zijn met het maken van flitsende wolken en het beloven van regen.
Wat is het verband tussen ‘regen’, vooral de late regen, en de profetie over Juda en Jozef?
Laten we doorgaan…. YHVH wijst op de obstakels voor het herstel van heel Israël. De leiders van de natie in wording hebben het volk misleid, in die mate dat hun aanwezigheid lijkt alsof ze afwezig waren (zowel Jesaja, Jeremia als Ezechiël gaan uitgebreid in op dit onderwerp). Dus zonder rechtvaardig leiderschap zijn wat wordt getolereerd of geaccepteerd “afgoden, waanvoorstellingen, waarzeggers, leugens, valse dromen” die allemaal “tevergeefs troosten” waardoor YHWH’s volk op een dwaalspoor raakt.
Is Elohim niet in staat om met al deze zaken om te gaan en ze uit te wissen ter wille van Zijn volk?
Als dat zo is, waarom gebiedt Hij Zijn volk dan om de late regen te vragen, en wat voor soort regen?
Het lijkt erop dat Elohim een ​​taak heeft voor Zijn volk. Hij verlangt naar samenwerking. “Vraag om regen ten tijde van de late regen…!”
De late regens zijn regens die aan het einde van het regenseizoen, in de lente van het jaar, vallen.
Maar ongetwijfeld verwijzen deze regens, die hier genoemd worden, naar de regens van de Geest met als doel de bovengenoemde onwaarheden te vernietigen.
Omdat hij geen betrouwbare leiders heeft, positioneert YHVH Zichzelf als de Leider die Zijn volk oproept om actief naar Hem te kijken om de Geest van Heiligheid te sturen, dezelfde Geest die op de discipelen viel op Shavuot (tijdens de periode van de – letterlijke – laatste regen in Israël).
Laten we nu horen/lezen wat Yeshua te zeggen heeft over het zoeken naar de Geest: “Dus ik zeg je: vraag, en je zal gegeven worden; zoek, en je zult vinden; klop, en er zal voor je opengedaan worden. Want iedereen die vraagt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en voor wie klopt, zal worden opengedaan. Als een zoon van een vader onder jullie om brood vraagt, zal hij dat dan doen?

Geef ik hem een ​​steen? Of als hij om een ​​vis vraagt, zal hij hem dan een slang geven in plaats van een vis? Of als hij om een ​​ei vraagt, zal hij hem dan een schorpioen aanbieden? Als u dan, omdat u slecht bent, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal uw hemelse Vader dan de Heilige Geest geven aan degenen die Hem erom vragen!” (Lucas 11:9-13 cursivering toegevoegd).
Op een andere plaats zegt Yeshua het volgende over deze kwestie: “Daarom zeg ik u: elke zonde en godslastering zal de mens vergeven worden, maar de godslastering tegen de Geest zal de mens niet vergeven worden. Iedereen die een woord spreekt tegen de Zoon des Mensen ., het zal hem vergeven worden; maar wie tegen de Heilige Geest spreekt, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de komende eeuw” (Mattheüs 12:31-32).
Hosea, wiens boodschap sterk gericht is op Jozef en zijn hereniging met Juda, zegt het volgende: “Laat ons het weten, laten we de kennis van YHVH nastreven. Zijn vertrek staat vast als de ochtend; Hij zal naar ons toe komen als de regen, zoals de laatste en vroegere regen op de aarde” (nadruk van Hosea 6:3 toegevoegd).
Misschien is wat Abba in deze tijd van chaos en verwarring, deze periode van geweld die wordt gekenmerkt door het loslaten van alle morele normen, datgene waartoe Abba ons ‘overlaat’, en dat is het vragen om het dubbele deel van de De regen van de geest.
Omdat elk gebied van het leven zo wanordelijk is, zijn natuurlijke oplossingen verre van bevredigend. Op mondiaal niveau zijn de zaken zelfs nog erger. Maar is het mogelijk dat YHVH’s Geest van Heiligheid – Ruach HaKodesh – druk bezig is gebruik te maken van elke intentie en handeling, of deze nu goed of slecht is, en deze op puzzelachtige wijze in hun rechtmatige positie te plaatsen, waardoor Zijn Koninkrijk uit de huidige duisternis naar voren komt? waar Zijn Geest boven zweeft? Als we Hem zoeken naar die grotere mate van Geest, om ons te leiden en te begeleiden bij het verwijderen van de obstakels op Zijn pad (zie Jes. 40:3; 62:10), zal Hij ons zeker niet verloochenen.


Een reactie plaatsen

Actuele droom voor nu

Op 3 juli 1995 kreeg ik een droom, waarvan ik notie maakte door het direct op te schrijven:

“Ik werd wakker met de volgende vraag:

“Zoeken wij het Israel in Israel of juichen wij het Israel als geheel toe?”

Wakker geworden,dacht ik vervolgens: “En als wij het Israel in Israel zoeken,wat is onze houding naar het deel van Israel dat in God (YHVH) geen Israel is?”

Laten wij ons door sentiment leiden of zoeken wij oprecht Gods weg om de verloren schapen de weg van Yeshua te vertellen. Niet op christelijke, maar op bijbelse wijze?

Wat doen we met de geschonken liefde aan Israel?

Vragen we God deze liefde Zelf te gaan gebruiken opdat wij niet in de verzoeking van gevoelens (emotie) komen en die geschonken liefde onbruikbaar maken door het tot ons persoonlijk eigendom te maken?

Of vragen wij het ons niet eens meer af, waarom die bewogenheid in ons hart kwam en ledigen wij ons verdriet door te pas en te onpas mensen bewegen te kopen, te reizen, sympathie te betuigen etc?

Indien we YHVH willen dienen, laten we tot Hem gaan en Hem vragen die geschonken liefde te reinigen, zodat Hij ons bewust kan maken wat we met die liefde mogen doen.

Het verdriet blijkt dan niet te zijn de onachtzaamheid van de “christenen”, maar de ongehoorzaamheid van allemaal!

Rom 3:12  Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe. “

Psa 14:3  Zij zijn allen afgeweken, te zamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand, die goed doet, ook niet een. 

Klaagl.3: 22 Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN (YHVH), dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; 

Lam 3:23  Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot. 

Bijbels geloof, waar vinden we dat? In Israel? Bij de christenen?

Het is genade als wij het zoeken mogen. Want noch Israel, noch wij hebben van nature schriftuurlijke ijver Hem te zoeken, zodat Zijn eer openbaar komt. De eer van die verborgen werking komt YHVH toe.

Rom 11:36  Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. 

Joh 14:6  Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij. 

Joh 6:44  Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. 

Php 2:13  Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen. 

Dus die liefde in ons hart voor, gemakshalve gezegd, Israel, is de liefde die YHVH heeft en heeft gegeven. Die bewogenheid is YHVH’s bewogenheid voor dat kind. Het verdriet is YHVH’s verdriet,omdat het kind ongehoorzaam is geworden, afgeweken van Zijn Vader.

En dat geschonken verdriet mogen wij aanwenden om onze Vader te bidden die bedekking weg te nemen,op de bres te gaan staan voor dat deel in Israel, waarop YHVH Zijn hand heeft gelegd.

Dit werk is binnenkamerwerk.

Soms alleen, soms met door Hem geleidde andere gelijkgestemden. Onze Vader zoekt kwaliteit, geen kwantiteit.

Jas 5:16  Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt; een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel. 

Laten wij daarom en oprecht zoeken in het vragen wat onze houding t.a.v. dit alles moet zijn, teneinde zoveel als mogelijk is tot Zijn eer te mogen functioneren.

Ook als dat in de stilte zou zijn zonder visionele, emotionele of welke menselijke behoefte dan ook.

Wij zijn geen kinderen van YHVH om onszelf of anderen te behagen.

Al onze eigenschappen behoren Hem toe en als zodanig hebben wij onze rechten en ook onze eigen behoeftes ingeleverd.

Wij zijn in de eerste plaats kinderen van Hem om vervolgens gebruikt te kunnen en mogen worden voor Zijn plan. Dat is krachtens het verzoeningswerk van Yeshua onze status.

Voor Zijn eer!

Appelscha 3 juli 1995

@Hadassah

English translation:

On July 3, 1995, I had a dream, which I made note of by writing it down immediately.

I woke up with the following question:

“Do we look for Israel in Israel or do we applaud Israel as a whole?”

When I woke up, I then thought: “And if we look for Israel in Israel, what is our attitude towards the part of Israel that is not Israel in God (YHVH)?”

Are we guided by sentiment or are we sincerely seeking God’s way to tell the lost sheep the way of Yeshua. Not in a Christian way, but in a Biblical way?

What do we do with the love given to Israel?

Do we ask God to use this love Himself so that we do not fall into the temptation of feelings (emotion) and make that given love useless by making it our personal property?
Or do we no longer even wonder why that emotion came into our hearts and do we empty our sorrow by encouraging people to buy, travel, express sympathy, etc. at the appropriate time?

If we want to serve YHVH, let us go to Him and ask Him to cleanse that given love, so that He can make us aware of what we can do with that love.
The sorrow then turns out not to be the negligence of the “Christians”, but the disobedience of all!

Rom 3:12 They have all turned aside, and have become worthless together. There is no one who does good, neither is there one.“
Psa 14:3  They have all turned aside, and they have become stinking together; there is no one who does good, not even one.
Lamentation 3:22 Cheth. These are the mercies of the LORD (YHVH), that we are not destroyed, that his mercies have no end;
Lam 3:23  Cheth. They are all new tomorrow, Your faithfulness is great.

Biblical faith, where do we find that? In Israel? With the Christians?

It is grace if we may seek it. For neither Israel nor we have by nature Scriptural zeal to seek Him, that His glory may be made manifest. The honor of that hidden working belongs to YHVH.
Rom 11:36  For from Him, and through Him, and to Him are all things. To Him be the glory forever. Amen.
John 14:6  Jesus said unto him, I am the way, and the truth, and the life. No one comes to the Father except through Me.
John 6:44  No man can come to me, except the Father who sent me draw him; and I will raise him up at the last day.
Php 2:13  For it is God who works in you both to will and to do for His good pleasure.

So that love in our hearts for, conveniently speaking, Israel, is the love that YHVH has and has given. That compassion is YHVH’s compassion for that child. The sorrow is YHVH’s sorrow, because the child has become disobedient, deviated from His Father.
And we may use that sorrow to pray to our Father to remove that covering, to stand in the gap for that part of Israel on which YHVH has laid His hand.
This work is inside work.
Sometimes alone, sometimes with other like-minded people led by Him. Our Father seeks quality, not quantity.
Jas 5:16 Confess your trespasses to one another, and pray for one another, that you may be healed. a powerful prayer of the righteous avails much.

Let us therefore sincerely ask what our attitude towards all this should be, in order to function as much as possible for His glory.
Even if that would be in silence without visionary, emotional or any human need.
We are not children of YHVH to please ourselves or others.
All our qualities belong to Him and as such we have surrendered our rights and also our own needs.
We are first and foremost His children so that we can and may be used for His plan. That is our status by virtue of Yeshua’s atoning work.
For His glory!

Appelscha July 3, 1995


Een reactie plaatsen

Over weinig zijt gij getrouw geweest

Over veel zal ik u stellen… Mattheüs 25:24 en 25.

De zegen van ouder worden met een onderzoekend vermogen is dat overzicht wordt verkregen hoe initiatieven begonnen en uitgroeiden. Naar links, rechts of rechtdoor.

Isa_30:21  En uw oren zullen horen het woord desgenen, die achter u is, zeggende: Dit is de weg, wandelt in denzelven; als gij zoudt afwijken ter rechter hand of ter linkerhand.

Ik kan uit ondervinding constateren dat een klein onbeduidend overblijfsel het beginsel trouw gebleven is en dat kunnen zij omdat zij de liefde van hun Redder en tot hun Redder hoger achten dan roem in en van mensen.

Wanneer wij het ontvangen geestelijk onderscheid toepassen gaan we snel zien, dat zowel open als verborgen menselijke motieven die mensen samenbrengen die dat niet willen afleggen.

Evenzo zien we mensen die het om YHVH gaat en om Zijn verbond. Dat zijn de mensen die bereid zijn scha en schande te trotseren om Hem trouw te blijven. Weloverwogen keuze en weten zelf niet in staat te zijn, maar wel de hulp vragen van Hem, om zo hun wedloop te volbrengen.

Het is een overblijfsel wat de Banier mag dragen.

De wereld en de wereldse natuur ziet aan wat voor ogen is.

Er is heel veel kaf onder het koren. Bereid zijn om in detail eerlijk te willen en durven zijn, vraagt de prijs, die wat kost. Zo niet alles. Bedenkt dat!

Bedenkt ook, dat verborgen menselijke motieven in mensen die eerlijkheid niet willen of niet kunnen verdragen. Het ligt de mens op zich na aan het hart om iets te verkrijgen zonder eigen inzet. Maar dat wil niet zeggen dat ieder mens de kostprijs niet betalen wil.

Zoals ik aangeef, is het een overblijfsel wat de Banier waardig is om te dragen.

Zij trekken voort en weten welke weg hen voor ogen staat.

Moge Abba YHVH hen behoeden en beschermen en bij voortduring toerusten!


Een reactie plaatsen

Dieper afsteken naar Vaders verlangen betekent…?

Dieper afsteken naar Vaders verlangen betekent…onze eigen verlangens toetsen of zij in overeenstemming zijn met Zijn verlangen.

Abba YHVH bereidt ons voor wanneer Hij ons een ander deel van de opdracht wil gaan geven. We mogen het overdenken en diep in ons heeft Hij het zaad al gelegd om verder te trekken. In de aanloop naar het andere onderdeel van de opdracht op aarde worden we onderwezen, aangemoedigd om ons te verdiepen in Zijn verlangen.

Onderwerpen als de bestemming van de tweede generatie, motieven van ouders, de behoeftigen onder ons, levensheiliging, bevrijding, verlossing, hebben momenteel mijn intentie. Ik krijg een aanloop aangeboden, maar met de hulp van Abba YHVH wil ik toch zaken aan de kaak gaan stellen ter overdenking, om zo de weg vrij te maken transparant te worden voor hen die mensen zoeken om hun last te delen.

Spreekt Yeshua niet over een belangrijk gebod van omzien naar de behoeftigen, gevangenen, armen etc? Beschrijven de profeten én de apostelen niet over de kracht van YHVH die gepaard gaat met de verkondiging van Zijn evangelie?

Heb_4:12  Want het Woord YHVHs is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

Het brengt me naar de jonge vrouw, die door haar oom aangemoedigd werd om op te staan, verantwoordelijkheid te nemen ten behoeve van haar volk. Ze moest ervoor kiezen om op te staan. Uit haar comfortzone komen om vruchtbaar te worden. We weten het verloop van het resultaat.

Ik ga een nieuwe categorie toevoegen dat ik opinie noem. Daar wil ik onderwerpen zetten, die toegespitst zijn om aan de slag te gaan met onszelf, want we moeten verder gevormd worden om als volk te gaan wandelen en handelen.

Het eerste onderwerp diende zich al aan.

Men mag reageren en graag zelfs, zodat anderen die langs komen door een klik, zien dat het in meer mensen leeft om te gaan verstaan wat het betekent dat de Vader een volk van families zoekt. Naar Zijn belofte.

Alle eer voor de Koning Die komt.

@Hadassah


Een reactie plaatsen

Abraham’s verantwoordelijkheid

Vandaag kwam de gedachte in mij op over de geschiedenis van Abraham, hoe hij voor zijn zoon Izak een vrouw zocht uit zijn eigen volk. Dat kan men lezen in Genesis 24: 3 en 4.

Abraham wil beslist geen vrouw voor zijn zoon die niet de normen en waarden kent en doet, die hij zijn zoon geleerd heeft. Wat een voorbeeld voor ons vandaag de dag!

Gen 24:3  Opdat ik u doe zweren bij YHVH,, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon; 
Gen 24:4  Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn maagschap trekken, en voor mijn zoon Izak een vrouw nemen zult. 

Gen 24:5  En die knecht zeide tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten wederbrengen in het land, waar gij uitgetogen zijt? 

Abraham heeft een groot geloof en hij zegt:

Gen 24:6  En Abraham zeide tot hem: Wacht u, dat gij mijn zoon niet weder daarheen brengt! 
Gen 24:7  YHVH, de God des hemels, Die mij uit mijns vaders huis en uit het land mijner maagschap genomen heeft, en Die tot mij gesproken heeft, en Die mij gezworen heeft, zeggende: Aan uw zaad zal Ik dit land geven! Die Zelf zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt. 

Zo rechtvaardig en schriftuurlijk getrouw zegt Abraham de volgende woorden:

Gen 24:8  Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.
Gen 24:9  Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak. (zie vers 1 en 2).

Abraham vertrouwde vast op YHVH uitgaande van de belofte die Hij aan Abraham gedaan had en in die lijn handelde zijn knecht ook:

Gen 24:10  En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamie, naar de stad van Nahor.
Gen 24:11  En hij deed de kemelen nederknielen buiten de stad, bij een waterput, des avondtijds, ten tijde, als de putsters uitkwamen.
Gen 24:12  En hij zeide: YHVH! God van mijn heer Abraham! doe haar mij toch heden ontmoeten, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer.
Gen 24:13  Zie, ik sta bij de waterfontein, en de dochteren der mannen dezer stad zijn uitgaande om water te putten; 

En hij vraagt Abba YHVH om een teken:

Gen 24:14  Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken; diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt, en dat ik daaraan bekenne, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt. 

Staat er niet geschreven dat eer wij roepen, Hij antwoorden zal, Laten wij de geschiedenis met aandacht lezen:

Gen 24:15  En het geschiedde, eer hij geeindigd had te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, welke aan Bethuel geboren was, de zoon van Milka, de huisvrouw van Nahor, de broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder.
Gen 24:16  En die jonge dochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik, en ging op.
Gen 24:17  Toen liep die knecht haar tegemoet, en hij zeide: Laat mij toch een weinig waters uit uw kruik drinken.
Gen 24:18  En zij zeide: Drink, mijn heer! en zij haastte zich en liet haar kruik neder op haar hand, en gaf hem te drinken.
Gen 24:19  Als zij nu voleindigd had van hem drinken te geven, zeide zij: Ik zal ook voor uw kemelen putten, totdat zij voleindigd hebben te drinken.
Gen 24:20  En zij haastte zich, en goot haar kruik uit in de drinkbak, en liep weder naar den put om te putten, en zij putte voor al zijn kemelen. 

Wanneer wij Abba YHVH om een zaak of situatie vragen, krijgen wij oog voor details:
Gen 24:21  En de man ontzette zich over haar, stilzwijgende, om te merken, of YHVH zijn weg voorspoedig gemaakt had, of niet. 

Voorts heeft hij haar gevraagd, zie vers 23:

Gen 24:22  En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds.
Gen 24:23  Want hij had gezegd: Wiens dochter zijt gij? geef het mij toch te kennen; is er ook ten huize uws vaders plaats voor ons, om te vernachten?
Gen 24:24  En zij had tot hem gezegd: Ik ben de dochter van Bethuel, den zoon van Milka, die zij Nahor gebaard heeft.
Gen 24:25  Voorts had zij tot hem gezegd: Ook is er stro en veel voeders bij ons, ook plaats om te vernachten. 

De knecht heeft meer dan voldoende tekenen ontvangen. Hij kan en wil niet anders dan Abba YHVH loven en prijzen:

Gen 24:26  Toen neigde die man zijn hoofd, en aanbad den HEERE;
Gen 24:27  En hij zeide: Geloofd zij YHVH, de God van mijn heer Abraham, Die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer; aangaande mij, YHVH heeft mij op dezen weg geleid, ten huize van mijns heren broederen. 

De geschiedenis gaat verder en is zó vol van waardevolle details:

Gen 24:28  En die jonge dochter liep, en gaf ten huize harer moeder te kennen, gelijk deze zaken waren. 
Gen 24:29  En Rebekka had een broeder, wiens naam was Laban; en Laban liep tot dien man naar buiten tot de fontein. 
Gen 24:30  En het geschiedde, als hij dat voorhoofdsiersel gezien had, en de armringen aan de handen zijner zuster; en als hij gehoord had de woorden zijner zuster Rebekka, zeggende: Alzo heeft die man tot mij gesproken, zo kwam hij tot dien man, en ziet, hij stond bij de kemelen, bij de fontein. 
Gen 24:31  En hij zeide: Kom in, gij, gezegende des YHVH’s! waarom zoudt gij buiten staan? want ik heb het huis bereid, en de plaats voor de kemelen. 
Gen 24:32  Toen kwam die man naar het huis toe, en men ontgordde de kemelen, en men gaf den kemelen stro en voeder; en water om zijn voeten te wassen, en de voeten der mannen, die bij hem waren. 

Gen 24:33  Daarna werd hem te eten voorgezet; maar hij zeide: Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij zeide: Spreek! 

Abrahams dienaar vertelt gedetaileerd de gehele geschiedenis, wat eraan vooraf ging en hoe het hem gegaan is:
Gen 24:34  Toen zeide hij: Ik ben een knecht van Abraham;
Gen 24:35  En YHVH heeft mijn heer zeer gezegend, zodat hij groot geworden is; en Hij heeft hem gegeven schapen, en runderen, en zilver, en goud, en knechten, en maagden, en kemelen, en ezelen.
Gen 24:36  En Sara, de huisvrouw van mijn heer, heeft mijn heer een zoon gebaard, nadat zij oud geworden was; en hij heeft hem gegeven alles, wat hij heeft. 


Gen 24:37  En mijn heer heeft mij doen zweren, zeggende: Gij zult voor mijn zoon geen vrouw nemen van de dochteren der Kanaanieten, in welker land ik wone;
Gen 24:38  Maar gij zult trekken naar het huis mijns vaders, en naar mijn geslacht, en zult voor mijn zoon een vrouw nemen!

Abrahams dienaar vertelt dat hij Abraham vraagt als het eens anders zou kunnen lopen:


Gen 24:39  Toen zeide ik tot mijn heer: Misschien zal mij de vrouw niet volgen.
Gen 24:40  En hij zeide tot mij: YHVH, voor Wiens aangezicht ik gewandeld heb, zal Zijn Engel met u zenden, en Hij zal uw weg voorspoedig maken, dat gij voor mijn zoon een vrouw neemt, uit mijn geslacht en uit mijns vaders huis.
Gen 24:41  Dan zult gij van mijn eed rein zijn, wanneer gij tot mijn geslacht zult gegaan zijn; en indien zij haar u niet geven, zo zult gij rein zijn van mijn eed. 

Bij de fontein:
Gen 24:42  En ik kwam heden aan de fontein; en ik zeide: O, HEERE! God van mijn heer Abraham! zo Gij nu mijn weg voorspoedig maken zult, op welke ik ga;
Gen 24:43  Zie, ik sta bij de waterfontein; zo geschiede, dat de maagd, die uitkomen zal om te putten, en tot welke ik zeggen zal: Geef mij toch een weinig waters te drinken uit uw kruik;
Gen 24:44  En zij tot mij zal zeggen: Drink gij ook, en ik zal ook uw kemelen putten; dat deze die vrouw zij, die de HEERE aan den zoon van mijn heer heeft toegewezen.
Gen 24:45  Eer ik geeindigd had te spreken in mijn hart, ziet, zo kwam Rebekka uit, en had haar kruik op haar schouder, en zij kwam af tot de fontein en putte; en ik zeide tot haar: Geef mij toch te drinken!
Gen 24:46  Zo haastte zij zich en liet haar kruik van zich neder, en zeide: Drink gij, en ik zal ook uw kemelen drenken; en ik dronk, en zij drenkte ook de kemelen.
Gen 24:47  Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo leide ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen; 

Hij vervolgt hoe hij niet anders kon dan YHVH aanbidden:
Gen 24:48  En ik neigde mijn hoofd, en aanbad YHVH; en ik loofde YHVH, den God van mijn heer Abraham, Die mij op den rechten weg geleid had, om de dochter des broeders van mijn heer voor zijn zoon te nemen.
Gen 24:49  Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, geeft het mij te kennen; en zo niet, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechter hand of ter linkerhand wende.
Gen 24:50  Toen antwoordde Laban, en Bethuel, en zeiden: Van den HEERE is deze zaak voortgekomen; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken.
Gen 24:51  Zie, Rebekka is voor uw aangezicht; neem haar en trek henen; zij zij de vrouw van den zoon uws heren, gelijk de HEERE gesproken heeft!
Gen 24:52  En het geschiedde, als Abrahams knecht hun woorden hoorde, zo boog hij zich ter aarde voor den HEERE.
Gen 24:53  En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en klederen, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar moeder kostelijkheden.
Gen 24:54  Toen aten en dronken zij, hij en de mannen, die bij hem waren; en zij vernachtten, en zij stonden des morgens op, en hij zeide: Laat mij trekken tot mijn heer! 

Haar broer en haar moeder hebben er vrede over maar willen haar nog enige dagen bij zich houden,maar de dienaar wil graag weer terug,waarop er een belangrijk volgend detail naar voren komt. Die van Rebekka zelf!


Gen 24:55  Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan.
Gen 24:56  Maar hij zeide tot hen: Houdt mij niet op, dewijl de HEERE mijn weg voorspoedig gemaakt heeft! laat mij trekken, dat ik tot mijn heer ga.
Gen 24:57  Toen zeiden zij: Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen. 

Rebekka antwoordt het volgende:
Gen 24:58  En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met dezen man trekken?

En zij antwoordde: Ik zal trekken.

Ze laten Rebekka gaan op grond van haar antwoord en zegenen haar:

Gen 24:59  Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen.
Gen 24:60  En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!
Gen 24:61  En Rebekka maakte zich op met haar jonge dochteren, en zij reden op kemelen, en volgden den man; en die knecht nam Rebekka, en toog heen. 

Terwijl Izak uitgegaan was in het veld om te bidden, zag hij de kamelen komen:
Gen 24:62  Izak nu kwam, van daar men komt tot den put Lachai-roi; en hij woonde in het zuiderland.
Gen 24:63  En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen! 

Zij zagen elkaar voor het eerst:
Gen 24:64  Rebekka hief ook haar ogen op, en zij zag Izak; en zij viel van den kemel af.
Gen 24:65  En zij zeide tot den knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zeide: Dat is mijn heer! Toen nam zij den sluier, en bedekte zich. 

De knecht verhaalde hoe het allemaal gegaan was:

Gen 24:66  En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had. 

Daarna:
Gen 24:67  En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood.

Toen mij deze geschiedenis duidelijk werd dat Abba YHVH hierin de leiding kreeg en de uitkomst zo groots was en zo duidelijk gedetailleerd voor eenvoudige mensen, heeft het mij een leidraad gegeven.

Dat we voor onze kinderen in de eerste plaats bidden dat zij een toekomstige wederhelft ontmoeten die de zegen van YHVH heeft. Maar hen ook aansporen zelf te bidden en vragen voor iemand uit hun eigen “volk”, hoewel schriftuurlijk gezien de vader daarin een bijzondere verantwoording heeft. Daar ligt mijn inziens een verborgenheid die zo makkelijk over het hoofd gezien wordt. Zou dat te maken hebben met een van de eigenschappen die Abba YHVH aan de rechtvaardige man gegeven heeft, namelijk die van beschermer?

Uit Babylon trekken heeft ook te maken met het loslaten van babylonische gewoonten als de termen “zij zijn oud en wijs genoeg om het zelf uit te zoeken, daar hebben ze ons niet voor nodig”. En zo shoppen opgroeiende kinderen vaak van de een naar de ander…

Onze kinderen zijn kostbaar, een erfdeel van YHVH en zij zijn ons nageslacht. De volgende generatie!

Wanneer wij terug willen gaan naar hoe de Vader het heeft bedoeld, zal Hij het ons geven. Ook hoe wij onze kinderen kunnen bewaren voor die ene. En dan denk ik ook aan gezinnen waarin één ouder het gezin het hoofd moet bieden. En ja, er zijn voorbeelden te over dat ook uit onze gelederen jongvolwassen kinderen niet die raad meekregen of er niet naar hebben willen handelen. Ook dat moeten we onder ogen zien. Daarin heb ik wel gezien dat Abba YHVH een Vader is van herstel en heling, om via een bocht, toch een recht pad wil geven.

Er valt nog veel meer over te zeggen, maar ik volsta met de raad om uw gedachten erover te willen laten gaan en vooral de Vader om inzicht te vragen. Hij wil gebeden worden en is het Hijzelf niet die Mozes aanspoorde met de volgende woorden:

Exo 14:15  Toen zeide YHVH tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken. (Exo 14: 13-16).

Rom 11:36  Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. 


Een reactie plaatsen

Beproeft de geesten of zij uit YHVH zijn.

1Jn 4:1  Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit Yahweh zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld. 
1Jn 4:2  Hieraan kent gij den Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit Elohim; 
1Jn 4:3  En alle geest, die niet belijdt, dat Yeshua de Messias/Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld.
 

Gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten of zij uit Yahweh zijn.

Het is hoogst noodzakelijk dat wij de raad van de Vader door Zijn rechtschapen dienaren uiterst serieus gaan nemen en opnieuw nauwkeurig gaan evalueren, opruimen wat gistend is. Opdat het oprechte openbaar komt.

Hieraan ken gij de Geest van YHVH:

alle geest die belijdt dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit Elohim YHVH.

en alle geest, die NIET belijdt dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit YHVH NIET.

Laten we die sleutel gebruiken op alle info die wij voorbij zien komen op sociale media, internet, papier of gesprekken.

Het volgende is van groot belang: de tien geboden:

Ik ben YHVH,Die u uit Egypteland, uit het diensthuis hebt uitgeleid.

Gij zult GEEN andere goden voor Mijn Aangezicht hebben.

Geen menselijke wijsheid voortgesproten uit louter religie, mystiek etc.

Eigenlijk hoeft er geen uitleg over andere goden, omdat een zuiver geweten onder de Banier van Yeshua al een seintje krijgt bij het naderen van onzuiverheid.

Wanneer wij de wapenrusting van Yeshua aangorden, gaan wij beseffen dat er geen adere goden voor ZIjn Aangezicht zullen mogen komen,omdat dan onze blik vertroebeld wordt.

Hij, de Almachtige, is onze Man en Maker en net als in een zuiver huwelijk past daar geen andere geliefde in. Omdat een andere geliefde dan degeen met wie het unieke verbond is aangegaan, geen andere duldt. Dat is het geheimenis waar Paulus op wijst in Eph 5:31,32, 

Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen. 
Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente. 

1Jn 4:3  En alle geest, die niet belijdt, dat Yeshua de Messias/Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld. 

Alle geest die niet belijdt…De Ruach haKodesh komt onze geest te hulp en maakt ons indachtig alles wat Yeshua onderwezen heeft – Joh 14:26.

Wij hebben het Levende Woord, het huwelijkscontract waarmee Yeshua, Die in het vlees gekomen is en opgestaan, het unieke verbond heeft mogelijk gemaakt, waar geen ander voor Zijn Aangezicht geduld wordt.

De Vader heeft genade,maar dat is voor een tijd.

Behold He is coming!

Wanneer wij er echt ernst mee maken, gaan veel studies, leringen en in onze ogen hooggewaardeerde leraren ons geestelijk huis uit.

Waarom?

Is Abba YHVH niet bij machte het door Zijn Geest Zelf te leren? Achten wij zijn raad minder dan onze eigen-wijze manier van interpreteren?

Wanneer wij dat laatste aanhouden,doen wij hetzelfde als de meerderheid door alle eeuwen heen.

Hij wil de Eerste in ons leven zijn. Yeshua is heentgegaan opdat de Geest van Heiligheid uitgestort kon worden op de Shavuot. Abba YHVH maakte het mogelijk om opnieuw met ons van Aangezicht oto aangezicht te spreken,maar wij hebben, net als de kinderen Israels, voor onszelf Mozessen uitgezocht die het ons via via gingen uitleggen. Het gevolg was dat we heden ten dage opnieuw tussenpersonen hoger achten dan de Geest van Heiligheid Die het ons rechtstreeks wil aanreiken!

Het vernieuwde verbond, waarin een ieder volwaardig iets inbrengt van wat YHVH heeft gedaan aan diens hart en in diens leven, komt amper voor. Het is uit de comfortzone van mensen om het zelf te gaan onderzoeken en te delen aan gelijkgestemden. We zijn met zn allen min of meer doorgegaan met tussenpersonen en het is een solide uitgesleten oud karrespoor.

Dat karrespoor is voorspelbaar. Het is een religieuze vorm in een ander jasje.

Hoe anders is de raad van Yeshua aan Zijn discipelen, die niet een of andere bestuurscursus hadden gevolgd, maar van YHVH praktische geleerd en toegerust waren:

Matth 28: ‘’En Yeshua trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen…

Levensheiliging, voorbereiding geeft aan dat we wakker moeten worden, zodat we in staat zijn om ons ja “ja”te laten zijn.

We zullen op tegenstand stuiten. Nieuwe wijn gaat niet in oude zakken, bedenk dat.

Maar we hebben de Geest van Heiligheid met ons. Die zal ions indachtig maken al wat Yeshua onderwezen heeft.

Tot Zijn eer!

Beproeft mijn woorden!