Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Abraham’s verantwoordelijkheid

Vandaag kwam de gedachte in mij op over de geschiedenis van Abraham, hoe hij voor zijn zoon Izak een vrouw zocht uit zijn eigen volk. Dat kan men lezen in Genesis 24: 3 en 4.

Abraham wil beslist geen vrouw voor zijn zoon die niet de normen en waarden kent en doet, die hij zijn zoon geleerd heeft. Wat een voorbeeld voor ons vandaag de dag!

Gen 24:3  Opdat ik u doe zweren bij YHVH,, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon; 
Gen 24:4  Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn maagschap trekken, en voor mijn zoon Izak een vrouw nemen zult. 

Gen 24:5  En die knecht zeide tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten wederbrengen in het land, waar gij uitgetogen zijt? 

Abraham heeft een groot geloof en hij zegt:

Gen 24:6  En Abraham zeide tot hem: Wacht u, dat gij mijn zoon niet weder daarheen brengt! 
Gen 24:7  YHVH, de God des hemels, Die mij uit mijns vaders huis en uit het land mijner maagschap genomen heeft, en Die tot mij gesproken heeft, en Die mij gezworen heeft, zeggende: Aan uw zaad zal Ik dit land geven! Die Zelf zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt. 

Zo rechtvaardig en schriftuurlijk getrouw zegt Abraham de volgende woorden:

Gen 24:8  Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.
Gen 24:9  Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak. (zie vers 1 en 2).

Abraham vertrouwde vast op YHVH uitgaande van de belofte die Hij aan Abraham gedaan had en in die lijn handelde zijn knecht ook:

Gen 24:10  En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamie, naar de stad van Nahor.
Gen 24:11  En hij deed de kemelen nederknielen buiten de stad, bij een waterput, des avondtijds, ten tijde, als de putsters uitkwamen.
Gen 24:12  En hij zeide: YHVH! God van mijn heer Abraham! doe haar mij toch heden ontmoeten, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer.
Gen 24:13  Zie, ik sta bij de waterfontein, en de dochteren der mannen dezer stad zijn uitgaande om water te putten; 

En hij vraagt Abba YHVH om een teken:

Gen 24:14  Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken; diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt, en dat ik daaraan bekenne, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt. 

Staat er niet geschreven dat eer wij roepen, Hij antwoorden zal, Laten wij de geschiedenis met aandacht lezen:

Gen 24:15  En het geschiedde, eer hij geeindigd had te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, welke aan Bethuel geboren was, de zoon van Milka, de huisvrouw van Nahor, de broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder.
Gen 24:16  En die jonge dochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik, en ging op.
Gen 24:17  Toen liep die knecht haar tegemoet, en hij zeide: Laat mij toch een weinig waters uit uw kruik drinken.
Gen 24:18  En zij zeide: Drink, mijn heer! en zij haastte zich en liet haar kruik neder op haar hand, en gaf hem te drinken.
Gen 24:19  Als zij nu voleindigd had van hem drinken te geven, zeide zij: Ik zal ook voor uw kemelen putten, totdat zij voleindigd hebben te drinken.
Gen 24:20  En zij haastte zich, en goot haar kruik uit in de drinkbak, en liep weder naar den put om te putten, en zij putte voor al zijn kemelen. 

Wanneer wij Abba YHVH om een zaak of situatie vragen, krijgen wij oog voor details:
Gen 24:21  En de man ontzette zich over haar, stilzwijgende, om te merken, of YHVH zijn weg voorspoedig gemaakt had, of niet. 

Voorts heeft hij haar gevraagd, zie vers 23:

Gen 24:22  En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds.
Gen 24:23  Want hij had gezegd: Wiens dochter zijt gij? geef het mij toch te kennen; is er ook ten huize uws vaders plaats voor ons, om te vernachten?
Gen 24:24  En zij had tot hem gezegd: Ik ben de dochter van Bethuel, den zoon van Milka, die zij Nahor gebaard heeft.
Gen 24:25  Voorts had zij tot hem gezegd: Ook is er stro en veel voeders bij ons, ook plaats om te vernachten. 

De knecht heeft meer dan voldoende tekenen ontvangen. Hij kan en wil niet anders dan Abba YHVH loven en prijzen:

Gen 24:26  Toen neigde die man zijn hoofd, en aanbad den HEERE;
Gen 24:27  En hij zeide: Geloofd zij YHVH, de God van mijn heer Abraham, Die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer; aangaande mij, YHVH heeft mij op dezen weg geleid, ten huize van mijns heren broederen. 

De geschiedenis gaat verder en is zó vol van waardevolle details:

Gen 24:28  En die jonge dochter liep, en gaf ten huize harer moeder te kennen, gelijk deze zaken waren. 
Gen 24:29  En Rebekka had een broeder, wiens naam was Laban; en Laban liep tot dien man naar buiten tot de fontein. 
Gen 24:30  En het geschiedde, als hij dat voorhoofdsiersel gezien had, en de armringen aan de handen zijner zuster; en als hij gehoord had de woorden zijner zuster Rebekka, zeggende: Alzo heeft die man tot mij gesproken, zo kwam hij tot dien man, en ziet, hij stond bij de kemelen, bij de fontein. 
Gen 24:31  En hij zeide: Kom in, gij, gezegende des YHVH’s! waarom zoudt gij buiten staan? want ik heb het huis bereid, en de plaats voor de kemelen. 
Gen 24:32  Toen kwam die man naar het huis toe, en men ontgordde de kemelen, en men gaf den kemelen stro en voeder; en water om zijn voeten te wassen, en de voeten der mannen, die bij hem waren. 

Gen 24:33  Daarna werd hem te eten voorgezet; maar hij zeide: Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij zeide: Spreek! 

Abrahams dienaar vertelt gedetaileerd de gehele geschiedenis, wat eraan vooraf ging en hoe het hem gegaan is:
Gen 24:34  Toen zeide hij: Ik ben een knecht van Abraham;
Gen 24:35  En YHVH heeft mijn heer zeer gezegend, zodat hij groot geworden is; en Hij heeft hem gegeven schapen, en runderen, en zilver, en goud, en knechten, en maagden, en kemelen, en ezelen.
Gen 24:36  En Sara, de huisvrouw van mijn heer, heeft mijn heer een zoon gebaard, nadat zij oud geworden was; en hij heeft hem gegeven alles, wat hij heeft. 


Gen 24:37  En mijn heer heeft mij doen zweren, zeggende: Gij zult voor mijn zoon geen vrouw nemen van de dochteren der Kanaanieten, in welker land ik wone;
Gen 24:38  Maar gij zult trekken naar het huis mijns vaders, en naar mijn geslacht, en zult voor mijn zoon een vrouw nemen!

Abrahams dienaar vertelt dat hij Abraham vraagt als het eens anders zou kunnen lopen:


Gen 24:39  Toen zeide ik tot mijn heer: Misschien zal mij de vrouw niet volgen.
Gen 24:40  En hij zeide tot mij: YHVH, voor Wiens aangezicht ik gewandeld heb, zal Zijn Engel met u zenden, en Hij zal uw weg voorspoedig maken, dat gij voor mijn zoon een vrouw neemt, uit mijn geslacht en uit mijns vaders huis.
Gen 24:41  Dan zult gij van mijn eed rein zijn, wanneer gij tot mijn geslacht zult gegaan zijn; en indien zij haar u niet geven, zo zult gij rein zijn van mijn eed. 

Bij de fontein:
Gen 24:42  En ik kwam heden aan de fontein; en ik zeide: O, HEERE! God van mijn heer Abraham! zo Gij nu mijn weg voorspoedig maken zult, op welke ik ga;
Gen 24:43  Zie, ik sta bij de waterfontein; zo geschiede, dat de maagd, die uitkomen zal om te putten, en tot welke ik zeggen zal: Geef mij toch een weinig waters te drinken uit uw kruik;
Gen 24:44  En zij tot mij zal zeggen: Drink gij ook, en ik zal ook uw kemelen putten; dat deze die vrouw zij, die de HEERE aan den zoon van mijn heer heeft toegewezen.
Gen 24:45  Eer ik geeindigd had te spreken in mijn hart, ziet, zo kwam Rebekka uit, en had haar kruik op haar schouder, en zij kwam af tot de fontein en putte; en ik zeide tot haar: Geef mij toch te drinken!
Gen 24:46  Zo haastte zij zich en liet haar kruik van zich neder, en zeide: Drink gij, en ik zal ook uw kemelen drenken; en ik dronk, en zij drenkte ook de kemelen.
Gen 24:47  Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo leide ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen; 

Hij vervolgt hoe hij niet anders kon dan YHVH aanbidden:
Gen 24:48  En ik neigde mijn hoofd, en aanbad YHVH; en ik loofde YHVH, den God van mijn heer Abraham, Die mij op den rechten weg geleid had, om de dochter des broeders van mijn heer voor zijn zoon te nemen.
Gen 24:49  Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, geeft het mij te kennen; en zo niet, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechter hand of ter linkerhand wende.
Gen 24:50  Toen antwoordde Laban, en Bethuel, en zeiden: Van den HEERE is deze zaak voortgekomen; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken.
Gen 24:51  Zie, Rebekka is voor uw aangezicht; neem haar en trek henen; zij zij de vrouw van den zoon uws heren, gelijk de HEERE gesproken heeft!
Gen 24:52  En het geschiedde, als Abrahams knecht hun woorden hoorde, zo boog hij zich ter aarde voor den HEERE.
Gen 24:53  En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en klederen, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar moeder kostelijkheden.
Gen 24:54  Toen aten en dronken zij, hij en de mannen, die bij hem waren; en zij vernachtten, en zij stonden des morgens op, en hij zeide: Laat mij trekken tot mijn heer! 

Haar broer en haar moeder hebben er vrede over maar willen haar nog enige dagen bij zich houden,maar de dienaar wil graag weer terug,waarop er een belangrijk volgend detail naar voren komt. Die van Rebekka zelf!


Gen 24:55  Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan.
Gen 24:56  Maar hij zeide tot hen: Houdt mij niet op, dewijl de HEERE mijn weg voorspoedig gemaakt heeft! laat mij trekken, dat ik tot mijn heer ga.
Gen 24:57  Toen zeiden zij: Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen. 

Rebekka antwoordt het volgende:
Gen 24:58  En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met dezen man trekken?

En zij antwoordde: Ik zal trekken.

Ze laten Rebekka gaan op grond van haar antwoord en zegenen haar:

Gen 24:59  Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen.
Gen 24:60  En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!
Gen 24:61  En Rebekka maakte zich op met haar jonge dochteren, en zij reden op kemelen, en volgden den man; en die knecht nam Rebekka, en toog heen. 

Terwijl Izak uitgegaan was in het veld om te bidden, zag hij de kamelen komen:
Gen 24:62  Izak nu kwam, van daar men komt tot den put Lachai-roi; en hij woonde in het zuiderland.
Gen 24:63  En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen! 

Zij zagen elkaar voor het eerst:
Gen 24:64  Rebekka hief ook haar ogen op, en zij zag Izak; en zij viel van den kemel af.
Gen 24:65  En zij zeide tot den knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zeide: Dat is mijn heer! Toen nam zij den sluier, en bedekte zich. 

De knecht verhaalde hoe het allemaal gegaan was:

Gen 24:66  En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had. 

Daarna:
Gen 24:67  En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood.

Toen mij deze geschiedenis duidelijk werd dat Abba YHVH hierin de leiding kreeg en de uitkomst zo groots was en zo duidelijk gedetailleerd voor eenvoudige mensen, heeft het mij een leidraad gegeven.

Dat we voor onze kinderen in de eerste plaats bidden dat zij een toekomstige wederhelft ontmoeten die de zegen van YHVH heeft. Maar hen ook aansporen zelf te bidden en vragen voor iemand uit hun eigen “volk”, hoewel schriftuurlijk gezien de vader daarin een bijzondere verantwoording heeft. Daar ligt mijn inziens een verborgenheid die zo makkelijk over het hoofd gezien wordt. Zou dat te maken hebben met een van de eigenschappen die Abba YHVH aan de rechtvaardige man gegeven heeft, namelijk die van beschermer?

Uit Babylon trekken heeft ook te maken met het loslaten van babylonische gewoonten als de termen “zij zijn oud en wijs genoeg om het zelf uit te zoeken, daar hebben ze ons niet voor nodig”. En zo shoppen opgroeiende kinderen vaak van de een naar de ander…

Onze kinderen zijn kostbaar, een erfdeel van YHVH en zij zijn ons nageslacht. De volgende generatie!

Wanneer wij terug willen gaan naar hoe de Vader het heeft bedoeld, zal Hij het ons geven. Ook hoe wij onze kinderen kunnen bewaren voor die ene. En dan denk ik ook aan gezinnen waarin één ouder het gezin het hoofd moet bieden. En ja, er zijn voorbeelden te over dat ook uit onze gelederen jongvolwassen kinderen niet die raad meekregen of er niet naar hebben willen handelen. Ook dat moeten we onder ogen zien. Daarin heb ik wel gezien dat Abba YHVH een Vader is van herstel en heling, om via een bocht, toch een recht pad wil geven.

Er valt nog veel meer over te zeggen, maar ik volsta met de raad om uw gedachten erover te willen laten gaan en vooral de Vader om inzicht te vragen. Hij wil gebeden worden en is het Hijzelf niet die Mozes aanspoorde met de volgende woorden:

Exo 14:15  Toen zeide YHVH tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken. (Exo 14: 13-16).

Rom 11:36  Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. 


Een reactie plaatsen

Beproeft de geesten of zij uit YHVH zijn.

1Jn 4:1  Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit Yahweh zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld. 
1Jn 4:2  Hieraan kent gij den Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit Elohim; 
1Jn 4:3  En alle geest, die niet belijdt, dat Yeshua de Messias/Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld.
 

Gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten of zij uit Yahweh zijn.

Het is hoogst noodzakelijk dat wij de raad van de Vader door Zijn rechtschapen dienaren uiterst serieus gaan nemen en opnieuw nauwkeurig gaan evalueren, opruimen wat gistend is. Opdat het oprechte openbaar komt.

Hieraan ken gij de Geest van YHVH:

alle geest die belijdt dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit Elohim YHVH.

en alle geest, die NIET belijdt dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit YHVH NIET.

Laten we die sleutel gebruiken op alle info die wij voorbij zien komen op sociale media, internet, papier of gesprekken.

Het volgende is van groot belang: de tien geboden:

Ik ben YHVH,Die u uit Egypteland, uit het diensthuis hebt uitgeleid.

Gij zult GEEN andere goden voor Mijn Aangezicht hebben.

Geen menselijke wijsheid voortgesproten uit louter religie, mystiek etc.

Eigenlijk hoeft er geen uitleg over andere goden, omdat een zuiver geweten onder de Banier van Yeshua al een seintje krijgt bij het naderen van onzuiverheid.

Wanneer wij de wapenrusting van Yeshua aangorden, gaan wij beseffen dat er geen adere goden voor ZIjn Aangezicht zullen mogen komen,omdat dan onze blik vertroebeld wordt.

Hij, de Almachtige, is onze Man en Maker en net als in een zuiver huwelijk past daar geen andere geliefde in. Omdat een andere geliefde dan degeen met wie het unieke verbond is aangegaan, geen andere duldt. Dat is het geheimenis waar Paulus op wijst in Eph 5:31,32, 

Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen. 
Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente. 

1Jn 4:3  En alle geest, die niet belijdt, dat Yeshua de Messias/Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld. 

Alle geest die niet belijdt…De Ruach haKodesh komt onze geest te hulp en maakt ons indachtig alles wat Yeshua onderwezen heeft – Joh 14:26.

Wij hebben het Levende Woord, het huwelijkscontract waarmee Yeshua, Die in het vlees gekomen is en opgestaan, het unieke verbond heeft mogelijk gemaakt, waar geen ander voor Zijn Aangezicht geduld wordt.

De Vader heeft genade,maar dat is voor een tijd.

Behold He is coming!

Wanneer wij er echt ernst mee maken, gaan veel studies, leringen en in onze ogen hooggewaardeerde leraren ons geestelijk huis uit.

Waarom?

Is Abba YHVH niet bij machte het door Zijn Geest Zelf te leren? Achten wij zijn raad minder dan onze eigen-wijze manier van interpreteren?

Wanneer wij dat laatste aanhouden,doen wij hetzelfde als de meerderheid door alle eeuwen heen.

Hij wil de Eerste in ons leven zijn. Yeshua is heentgegaan opdat de Geest van Heiligheid uitgestort kon worden op de Shavuot. Abba YHVH maakte het mogelijk om opnieuw met ons van Aangezicht oto aangezicht te spreken,maar wij hebben, net als de kinderen Israels, voor onszelf Mozessen uitgezocht die het ons via via gingen uitleggen. Het gevolg was dat we heden ten dage opnieuw tussenpersonen hoger achten dan de Geest van Heiligheid Die het ons rechtstreeks wil aanreiken!

Het vernieuwde verbond, waarin een ieder volwaardig iets inbrengt van wat YHVH heeft gedaan aan diens hart en in diens leven, komt amper voor. Het is uit de comfortzone van mensen om het zelf te gaan onderzoeken en te delen aan gelijkgestemden. We zijn met zn allen min of meer doorgegaan met tussenpersonen en het is een solide uitgesleten oud karrespoor.

Dat karrespoor is voorspelbaar. Het is een religieuze vorm in een ander jasje.

Hoe anders is de raad van Yeshua aan Zijn discipelen, die niet een of andere bestuurscursus hadden gevolgd, maar van YHVH praktische geleerd en toegerust waren:

Matth 28: ‘’En Yeshua trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen…

Levensheiliging, voorbereiding geeft aan dat we wakker moeten worden, zodat we in staat zijn om ons ja “ja”te laten zijn.

We zullen op tegenstand stuiten. Nieuwe wijn gaat niet in oude zakken, bedenk dat.

Maar we hebben de Geest van Heiligheid met ons. Die zal ions indachtig maken al wat Yeshua onderwezen heeft.

Tot Zijn eer!

Beproeft mijn woorden!

 


1 reactie

Achor in Mattheüs 13?

Tussen alle vormen van invulling over hoe een en ander zou kunnen gaan, spreekt mij het over en over lezen van feiten in het Woord meer aan waar Abba YHVH spreekt over het bewaren van Zijn overblijfsel op de aarde en hoe Hij dat gaat doen, is aan Hem. Hij geeft ons kleine puzzelstukjes, en het is aan ons om Hem te vragen hoe Hij dat bedoelt.

Waar doelt Abba YHVH op als Hij in Hosea 2 spreekt over het lokken van Zijn Geliefde naar Achor?

Moeten we alles alleen maar geestelijk invullen terwijl het volk Israel na de wonderlijke verlossing uit het land Goshen bij Pi haGiroth door de zee kon wandelen en het leger van de Farao omkwam in de golven?

Was het relaas over Noach dan geestelijk toen hij de opdracht kreeg om een ark te bouwen en daar met zijn gezin in ging en de goddelozen omkwamen in de golven?

Is de raad in Mattheüs 24:15 geestelijk bedoeld? Wat dan als het toch waar is dat de verwoester overal zal komen omdat alle genoemde plaatsen in Daniël 11 toch letterlijk bedoeld zijn? Is het al eens gebeurd en gaat het opnieuw gebeuren, nu ook in het land verontreiniging heeft plaatsgevonden?

En wat te zeggen van Openbaring 12 is het slechts geestelijk dat de vrouw (volwassen in geloof) gevoed wordt op een beschermde plaats en zij die haar gehoord hebben maar niet of nauwelijks ernaar gehandeld de volle laag krijgen in de regio’s waar de draak recht heeft om te komen?

Terwijl veel leringen gaan over wegnemen van gelovigen voordat of nadat er iets staat te gebeuren, spreekt het Woord over het eerst weghalen van onkruid in de gelijkenis in Mattheüs 13.

Voor mij zijn de gebeurtenissen in zowel het Oude als Vernieuwde Verbond/Testament bevestigend en sluitend, dat de Vader Zijn overblijfsel beschermd op aarde temidden van alle tumult.

Enige puzzelstukjes geeft Hij ons en zij die dat opmerken gaan ermee aan de slag. Dat mag, ook al lopen we er misschien in enthousiasme wat meer mee weg dan de Vader bedoelt. Wanneer wij oprecht in dienst willen staan van Hem, Die alles schiep, dan komen wij voorzichtig terug en vragen naar Zijn wegen.

Eén zaak staat vast en wankelt niet. Dat is Zijn plan om een Bruid te werven, die op Hem lijkt door Zijn instructies nauwkeurig op te volgen.

Het is zaak om Zijn plan feitelijk te doorzoeken. Met feitelijk bedoel ik dat wij Zijn geschreven Woord hoger dienen te achten dan ingesleten leringen en geboden van mensen.

Zijn Woord is levend en krachtig.

Enkele hoofdstukken ter overdenking en onderzoek naar de achtergronden:

Exodus 14

Genesis 7

Hosea 2

Isa 16:3  Brengt een raad aan, houdt gericht, maakt uw schaduw op het midden van den middag, gelijk van den nacht; verbergt de verdrevenen, en meldt den omzwervende niet. 
Isa 16:4  Laat mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab! wees gij hun een schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders; want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is te niet geworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan. 
Isa 16:5  Want er zal een troon bevestigd worden in goedertierenheid, en op denzelven zal bestendig een zitten in de tent van David, een, die oordeelt en het recht zoekt, en vaardig is ter gerechtigheid. 

Daniël 11, met name vers 41:  En hij zal komen in het land des sieraads, en vele landen zullen ter nedergeworpen worden; doch deze zullen zijn hand ontkomen, Edom en Moab, en de eerstelingen der kinderen Ammons. 

Mattheüs 13

Mattheüs 24

Openbaring 12 met name 6, 14 tm 17

Een vraag voor de lezers: Welke regio wordt er met het “land des sieraads” bedoeld in vers 41?

Lees dit onderwerp met Heb_4:12  Want het Woord YHVHs/Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

NB Het begrip Achor geeft mij hoop, omdat Hij het gezegd heeft. Hij gaat geheel Israel verzamelen en let wel, niet wat wij van mensen hebben gehoord die zich eigen vaten hebben uitgehouwen, vaten die geen water (Levend Water) houden. Het Israel wat Hij gaat verzamelen, zal Zijn voorwaarden gehoorzamen en opvolgen. Lees in YHVH’s geschreven Woord wat Hij onder het woord “Israel”verstaat. Dat zullen wij alleen door Zijn Geest gaan verstaan en omarmen. Joh 14:26.

Hem zij alle eer!


.


Een reactie plaatsen

Niet aangeraakt worden, wat bedoelt U?

Er komen klinkende namen voorbij, video’s worden gedeeld en gedeeld en gedeeld…. De wereld in een notendop. Een inleiding wordt geschreven al dan niet onderbouwd met bijbelteksten en ervaringen. Goedbedoelde en oprechte mensen schrijven mij, maar ik word niet aangeraakt.

Wat bedoelt U, mijn Vader? Is dit Uw werk? Door U in gang gezet?

Of ben ik zo sceptisch dat U mij niet kan bereiken, niet tot mij door kan dringen? Of ontheft U mij van deze taak? Ik, die klaarstaat om te delen?

Ik ben naar binnen getrokken, eigenlijk al een paar dagen. Ik onderzoek mijn gedachten, vraag U in stilheid, maar het blijft stil.

Dan moet het wel van Uwentwege zijn,denk ik.

Wat denk ik zelf als ik om me heen kijk?

Ik zie veel hiarchie, vormen die mij aan de gelijkenis van de wijn en de wijnzakken doen denken. Weinig tot geen ruimte om mensen te dicipelen, zodat zij er actief op uit trekken, vurig en bewogen. De mensen worden gewend gemaakt om elke week te komen, te luisteren en weer huiswaarts te gaan.

Mat_9:17  Noch doet men nieuwen wijn in oude leder zakken; anders zo bersten de leder zakken, en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven, maar men doet nieuwen wijn in nieuwe leder zakken, en beide te zamen worden behouden.

En dat na 2000 jaar, terwijl Yeshua zoveel volbracht heeft, dat wij door Zijn Geest zelfstandig zouden kunnen werken om elkaar te vertellen van onze reizen her en der…zoals die van en naar werk, want ook daar valt te dicipelen…van en naar verwanten…ja ook daar kunnen we delen…van en naar veel verder…ja ook daar.

Luk_5:38  Maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen, en zij worden beide te zamen behouden.

Maar dat hebben wij ons laten ontnemen door elke week ergens naar te luisteren en dan met name naar mensen die elke keer opnieuw doorgeschoven worden uit het sprekerscollectief.

Het zijn met name die namen die iets aanzwengelen, want zij worden gehoord of men moet hen wel aanhoren, omdat zij een lange  staat van dienst hebben.

Ik zie het…ik zie het al jaren…

Ik denk niet dat er in die kringen iets veranderen gaat, we zullen, en dan doel ik op hen, die de manier van Yeshua willen verwerkelijken in hun leven, net als Hij, búíten de cirkel van het geijkte willen uitstappen.

Liever op kleine schaal in vrijheid met onze Meester en horen wat Hij tot Zijn kinderen zegt, dan op grote schaal meedeinen in weer een event van formaat.

Ik ben een veldwerker en door YHVH’s genade ben ik geroepen om vooral de intenties van mensen te doorgronden. Niet om daar zelf wijzer van te worden, maar om te beseffen waar er hiaten te verwachten zijn om in de bres te staan voor de kudde kinderen van de Vader. En voor Zijn eer.

Er is heel veel mis, wat we zelf kunnen repareren. Met name zij die zich opzieners noemen, hebben denk ik nog wel wat punten na te gaan:

Denk aan trots, eergevoel, geliefd te willen zijn bij mensen, privilege, hiarchische instelling, manipulatie…om een paar reële feiten te noemen.

Zou Abba YHVH Zijn Hand voor de ogen houden wanneer wij ons eigen huiswerk verwaarlozen om toch voor Zijn Aangezicht te komen omdat het goed voelt samen iets denken te bewerkstelligen?

Wat zegt Hij over het gemixte?

Pro_20:23  Tweeerlei weegsteen is YHVH/den HEERE een gruwel, en de bedriegelijke weegschaal is niet goed.

Ik hou mn hart vast, echt waar!

Opziener:

Titus 1:6

1 Tim. 3:2Zo iemand moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, gelovige kinderen hebben, die niet te beschuldigen zijn van losbandigheid of opstandigheid.

7Want een opziener moet onberispelijk zijn,

Matt. 24:45; 1 Kor. 4:1; 1 Tim. 3:15als een beheerder van het huis van YHVH, niet eigenzinnig, niet opvliegend, Lev. 10:9; Efez. 5:18 niet verslaafd aan wijn, niet vechtlustig, 

1 Tim. 3:3; 1 Petr. 5:2niet uit op oneerlijke winst,

8 maar

1 Tim. 3:2gastvrij, goedwillend, bezonnen, rechtvaardig, heilig, beheerst,

iemand die zich houdt aan het betrouwbare woord, dat overeenkomstig de leer is, zodat hij bij machte is anderen te bemoedigen door het gezonde onderwijs en ook de tegensprekers te weerleggen.

In de Statenvertaling staat er dit over opziener:

Neh_11:9 En Joel, de zoon van Zichri, was opziener over hen; en Juda, de zoon van Senua, was de tweede over de stad.
Neh_11:14 En hun broederen, dappere helden, waren honderd acht en twintig; en opziener over hen was Zabdiel, de zoon van Gedolim.
Neh_11:22 En der Levieten opziener te Jeruzalem was Uzzi, de zoon van Bani, den zoon van Hasabja, den zoon van Matthanja, den zoon van Micha; van de kinderen van Asaf waren de zangers tegenover het werk van Gods huis.
Neh_12:42 Voorts Maaseja, en Semaja, en Eleazar, en Uzzi, en Johanan, en Malchia, en Elam, en Ezer; ook lieten zich de zangers horen, met Jizrahja, den opziener.
1Ti_3:2 Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouwe man, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren;
Tit_1:7 Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet genegen tot toornigheid, niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker;
1Pe_2:25 Want gij waart als dwalende schapen; maar gij zijt nu bekeerd tot den Herder en Opziener uwer zielen.

Opziener in de Strongs:

https://studybible.info/strongs/G1985

Een Opziener heeft tevens een herdelijke instelling. ik denk dat hij/zij zaken delegeert. Vanuit het overzicht en herderlijk inzicht zal deze persoon, kan zowel man als vrouw zijn gezien Yeshua’s volbrachte werk, de juiste mensen vinden die meehelpen een fundament te vormen. zodat het geheel groeien kan. Precies wat Yeshua ons raadde in de evangeliën.

Yeshua is ons aller Voorbeeld en Voorganger. Herder en Opziener.

Joh 14:26 ;Johannes 17; Hebreën 8

Komt laten wij terugkeren naar Hem en ons overgeven zodat Hij ons vormen zal. Alleen dán zal daadwerkelijk en duurzaam vrucht te verwachten zijn.

Psalm 80.

Wij zullen eerst zelfonderzoek moeten doen voor wij verder kunnen gaan. Denk aan het nichtje van Mordechai, welk een zorgvuldige voorbereiding zij moest krijgen vóórdat zij tot de koning mocht naderen…

Mal 3:7  Van uwer vaderen dag af, zijt gij afgeweken van Mijn inzettingen, en hebt ze niet bewaard; keert weder tot Mij, en Ik zal tot u wederkeren, zegt de HEERE der heirscharen; maar gij zegt: Waarin zullen wij wederkeren?

Beproef mijn woorden!

@Hadassah

 


Een reactie plaatsen

YHVH’s voorwaarden voor een opziener

Bezorgdheid voor de lammetjes onder de gelovigen en zij die van verder weg komen, bracht mij tot schrijven over de opziener, een ouderwets woord voor iemand die het geheel overzien kan. Daar valt iedereen die verantwoordelijk is voor wie er binnenkomt in zijn of haar ruimte, waaronder huis en groter, om het Woord van YHVH te horen, samen te bespreken. Naast de onder ons meest bekende gemeente, kerk, ook de nevengroepen als huisgroep.

Waar moet een opziener aan voldoen?

1Ti_3:2  Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouwe man, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren;

1Ti 3:3  Niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker; maar bescheiden, geen vechter, niet geldgierig. 
1Ti 3:4  Die zijn eigen huis wel regeert, zijn kinderen in onderdanigheid houdende, met alle stemmigheid; 
1Ti 3:5  (Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?) 
1Ti 3:6  Geen nieuweling, opdat hij niet opgeblazen worde, en in het oordeel des duivels valle. 
1Ti 3:7  En hij moet ook een goede getuigenis hebben van degenen, die buiten zijn, opdat hij niet valle in smaadheid, en in den strik des duivels. 

Tit_1:7  Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet genegen tot toornigheid, niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker;

Bescheiden, geen vechter…die zijn eigen huis wel regeert…zijn kinderen in onderdanigheid houdende met alle stemmigheid.

En wat te zeggen van vers 5!

Vers 5: Want zo iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de Gemeente Gods zorg dragen?

Onlangs twee voorbeelden gehoord, waarvan de ene man des huizes geen verantwoordelijkheid droeg en de andere man zijn taken neerlegde omdat hij vond dat het in zijn gezin niet goed ging en hij geen goed voorbeeld kon zijn. Deze twee situaties zijn waargebeurd.

Waar vinden wij mannen en vrouwen die hun verantwoordelijkheid nemen, door nauwkeurig de voorwaarden door te nemen vanwege het voorbeeld wat zij zijn en welke verantwoordelijkheid zij hebben gekregen voor degenen die bij hen “in de leer” komen? Het van hen afkijken en dat weer door te geven aan hun gezinnen?

Ik weet van Nathan L, die geen voorganger wilde worden, maar door YHVH Zelf naar voren geschoven werd. Nathan schreef een hele lijst (1) van punten op, die men door kon nemen om te vernemen wat erbij komt kijken om opziener te zijn.

Zoals ik schreef is het de bezorgdheid dat ik tot dit schrijven kom, om de voorwaarden van YHVH te benoemen voor hen die of denken iets te starten als groep of gemeente. Daarom haal ik ter opscherping ook Ezechiël 34 aan.

In een quote van Efeze 4 vanaf vers 11 wordt aangehaald dat YHVH sommigen tot apostelen, sommigen tot apostelen, sommigen tot profeten, sommigen tot evangelisten, sommigen tot herders en sommigen tot leraars tot de volmaking der heilgen, tot het werk der bediening…tot opbouw van het lichaam van Yeshua. Lees ik over allerlei verschillende kerken die een andere naam dragen? Laten we lezen:

Eph 4:4  Eén lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping; 
Eph 4:5  Eén Heere, één geloof, één doop, 
Eph 4:6  Eén God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen.
 

Eén lichaam, één volk, één natie.

Eze 34:1  En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende: 
Eze 34:2  Mensenkind! profeteer tegen de herders van Israel; profeteer en zeg tot hen, tot de herders: Alzo zegt de Heere HEERE: Wee den herderen Israels, die zichzelven weiden! zullen niet de herders de schapen weiden? 
Eze 34:3  Gij eet het vette, en bekleedt u met de wol, gij slacht het gemeste, maar de schapen weidt gij niet. 
Eze 34:4  De zwakke sterkt gij niet, en het kranke heelt gij niet, en het gebrokene verbindt gij niet, en het weggedrevene brengt gij niet weder, en het verlorene zoekt gij niet; maar gij heerst over hen met strengheid en met hardigheid. 
Eze 34:5  Alzo zijn zij verstrooid, omdat er geen herder is; en zij zijn als het wild gedierte des velds tot spijze geworden, dewijl zij verstrooid waren. 
Eze 34:6  Mijn schapen dolen op alle bergen en op allen hogen heuvel, ja, Mijn schapen zijn verstrooid op den gansen aardbodem; en er is niemand, die er naar vraagt, en niemand, die ze zoekt. 


Eze 34:7  Daarom, gij herders! hoort YHVH’s/ des HEEREN woord! 
Eze 34:8  Zo waarachtig als Ik leef, spreekt Meester YHVH/de Heere HEERE, zo Ik niet! Omdat Mijn schapen geworden zijn tot een roof, en Mijn schapen al het wild gedierte des velds tot spijze geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders naar Mijn schapen niet vragen; en de herders weiden zichzelven, maar Mijn schapen weiden zij niet; Eze 34:9  Daarom, gij herders! hoort YHVH’s/ des HEEREN woord! 
Eze 34:10  Alzo zegt Meester YHVH/ de Heere HEERE: Ziet, Ik wil aan de herders, en zal Mijn schapen van hun hand eisen, en zal ze van het weiden der schapen doen ophouden, zodat de herders zichzelven niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen uit hun mond rukken, zodat zij hun niet meer tot spijze zullen zijn. 

Eze 34:11  Want zo zegt Meester YHVH/ de Heere HEERE: Ziet, Ik, ja, Ik zal naar Mijn schapen vragen, en zal ze opzoeken. 
Eze 34:12  Gelijk een herder zijn kudde opzoekt, ten dage als hij in het midden zijner verspreide schapen is, alzo zal Ik Mijn schapen opzoeken; en Ik zal ze redden uit al de plaatsen, waarhenen zij verstrooid zijn, ten dage der wolke en der donkerheid. 
Eze 34:13  En Ik zal ze uitvoeren van de volken, en zal ze vergaderen uit de landen, en brengen ze in hun land; en Ik zal ze weiden op de bergen Israels, bij de stromen en in alle bewoonbare plaatsen des lands. 
Eze 34:14  Op een goede weide zal Ik ze weiden, en op de hoge bergen Israels zal hun kooi zijn; aldaar zullen zij nederliggen in een goede kooi, en zullen weiden in een vette weide, op de bergen Israels. 
Eze 34:15  Ik zal Mijn schapen weiden, en Ik zal ze legeren, spreekt Meester YHVH/de Heere HEERE. 
Eze 34:16  Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik wederbrengen, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het kranke zal Ik sterken; maar het vette en het sterke zal Ik verdelgen, Ik zal ze weiden met oordeel. 
Eze 34:17  Want gij, o Mijn schapen! Meester YHVH/de Heere HEERE zegt alzo: Ziet, Ik zal richten tussen klein vee en klein vee, tussen de rammen en de bokken. 
Eze 34:18  Is het u te weinig, dat gij de goede weide afweidt? Zult gij nog het overige uwer weide met uw voeten vertreden? En zult gij de bezonkene wateren drinken, en de overgelatene met uw voeten vermodderen? 
Eze 34:19  Mijn schapen dan, zullen zij afweiden, wat met uw voeten vertreden is, en drinken, wat met uw voeten vermodderd is? 
Eze 34:20  Daarom zegt Meester YHVH/de Heere HEERE alzo tot hen: Ziet Ik, ja, Ik zal richten tussen het vette klein vee, en tussen het magere klein vee. 
Eze 34:21  Omdat gij al de zwakken met de zijde en met den schouder verdringt, en met uw hoornen stoot, totdat gij dezelve naar buiten toe verstrooid hebt; 
Eze 34:22  Daarom zal Ik Mijn schapen verlossen, dat zij niet meer tot een roof zullen zijn; en Ik zal richten tussen klein vee en klein vee. 
Eze 34:23  En Ik zal een enigen Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn. 
Eze 34:24  En Ik, YHVH/de HEERE, zal hun tot een God zijn; en Mijn knecht David zal Vorst zijn in het midden van hen, Ik, de HEERE, heb het gesproken. 

Yeshua is ons aller Voorbeeld. Hij gaf Zijn leven voor Zijn schapen en Zijn schapen horen Zijn Stem.

(1) Nathan L:https://hoshanarabbah.org/blog/2020/09/15/what-you-need-to-know-before-starting-a-congregation/

Beproef mijn woorden!

@Hadassah


Een reactie plaatsen

YHVH’s vrede contra menselijke verwarring

1Co_14:33  Want God is geen God van verwarring, maar van vrede, gelijk in al de Gemeenten der heiligen.
Jas_3:16  Want waar nijd en twistgierigheid is, aldaar is verwarring en alle boze handel.

Er is verwarring én dwaling en velen raken verontrust, anderen erin verstrikt…slechts van enkelen vernemen we inzicht en onderscheidingsvermogen vanuit de Geest der Heiligheid.

Wat wordt er gemist?

Kennis, wijsheid en inzicht vanuit Geest der Waarheid.

Waarom wordt de verwarring en dwaling toegelaten?

Omdat Abba YHVH Zijn familie wil verzamelen en alleen zij die zuivere en genoeg olie bij zich hebben of er voor kiezen dat tot elke prijs te willen ontvangen, zullen zowel de verwarring alswel de dwaling doorzien en alles op alles zetten om zelf het smalle pad te vervolgen en daarnaast anderen aansporen hetzelfde te doen.

Het gemixte zorgt voor verwarring en Abba’s Waarheid is zuiver. Hij staat de mix niet toe, omdat Hij de Eerste en Enige wil zijn in het middelpunt van ons bestaan.

Er is weinig of geen kennis over de effecten vanuit de geest of de ziel.

Eten van de boom der kennis viert hoogtij, daarbij gaat men voorbij aan de hartsrelatie die broodnodig is in de dagen die komen. Met kennis vanuit ‘de fysieke natuur’ verrijkt onze geest zich niet.

Dag aan dag komen er zaken en situaties voorbij, die aangeven dat we nú echt werk moeten maken van de keuze om Yeshua de Messias in het centrum van ons bestaan moeten plaatsen en zonodig belijden en bekeren van verwaarlozing.

Hij, de Bruideom, spoort ons aan alle idolen los te laten, af te leggen en voortaan op Zijn Geest van Heiligheid steunen, zodat Hij rechtstreeks tot ons spreken kan.

Er zal zuiver wachtersschap moeten komen, die al gevormd zijn en standvastig.

We zullen collectief moeten gaan denken en handelen vanuit volk zijn, want dat is het overblijfsel, dat zich uitstrekt naar Zijn verlossing.

Tot dan laat Hij collectief steeds lastig wordende omstandigheden toe (het is toch immers wereldwijd?) om Zijn verstrooide kinderen te helpen Zijn bescherming te verkiezen bóven Egypte (de mens). Als we omdenken, zien we dat de verlossing nabij is en dat houdt in dat Yeshua’s wederkomst nadert….

Onze vaders en moeders in Zijn Israel gingen ons voor in het horen naar Zijn Stem voor hun leven:

Heb 11:1  Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet. 
Heb 11:2  Want door hetzelve hebben de ouden getuigenis bekomen. 
Heb 11:3  Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden. 
Heb 11:4  Door het geloof heeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kain, door hetwelk hij getuigenis bekomen heeft, dat hij rechtvaardig was, alzo God over zijn gave getuigenis gaf; en door hetzelve geloof spreekt hij nog, nadat hij gestorven is. 
Heb 11:5  Door het geloof is Enoch weggenomen geweest, opdat hij den dood niet zou zien; en hij werd niet gevonden, daarom dat hem God weggenomen had; want voor zijn wegneming heeft hij getuigenis gehad, dat hij Gode behaagde. 
Heb 11:6  Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken. 
Heb 11:7  Door het geloof heeft Noach, door Goddelijke aanspraak vermaand zijnde van de dingen, die nog niet gezien werden, en bevreesd geworden zijnde, de ark toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin; door welke ark hij de wereld heeft veroordeeld, en is geworden een erfgenaam der rechtvaardigheid, die naar het geloof is. 
Heb 11:8  Door het geloof is Abraham, geroepen zijnde, gehoorzaam geweest, om uit te gaan naar de plaats, die hij tot een erfdeel ontvangen zou; en hij is uitgegaan, niet wetende, waar hij komen zou. 
Heb 11:9  Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land der belofte, als in een vreemd land, en heeft in tabernakelen gewoond met Izak en Jakob, die medeerfgenamen waren derzelfde belofte. 
Heb 11:10  Want hij verwachtte de stad, die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is. 
Heb 11:11  Door het geloof heeft ook Sara zelve kracht ontvangen, om zaad te geven, en boven den tijd haars ouderdoms heeft zij gebaard; overmits zij Hem getrouw heeft geacht, Die het beloofd had. 
Heb 11:12  Daarom zijn ook van een, en dat een verstorvene, zovelen in menigte geboren, als de sterren des hemels, en als het zand, dat aan den oever der zee is, hetwelk ontallijk is. 
Heb 11:13  Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. 
Heb 11:14  Want die zulke dingen zeggen, betonen klaarlijk, dat zij een vaderland zoeken. 
Heb 11:15  En indien zij aan dat vaderland gedacht hadden, van hetwelk zij uitgegaan waren, zij zouden tijd gehad hebben, om weder te keren; 
Heb 11:16  Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is, naar het hemelse. Daarom schaamt Zich God hunner niet, om hun God genaamd te worden; want Hij had hun een stad bereid. 
Heb 11:17  Door het geloof heeft Abraham, als hij verzocht werd, Izak geofferd, en hij, die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd, 
Heb 11:18  (Tot denwelkengezegd was: In Izak zal u het zaad genoemd worden) overleggende, dat God machtig was, hem ook uit de doden te verwekken
Heb 11:19  Waaruit hij hem ook bij gelijkenis wedergekregen heeft. 
Heb 11:20  Door het geloof heeft Izak zijn zonen Jakob en Ezau gezegend aangaande toekomende dingen. 
Heb 11:21  Door het geloof heeft Jakob, stervende, een iegelijk der zonen van Jozef gezegend, en heeft aangebeden, leunende op het opperste van zijn staf. 
Heb 11:22  Door het geloof heeft Jozef, stervende, gemeld van den uitgang der kinderen Israels, en heeft bevel gegeven van zijn gebeente. 
Heb 11:23  Door het geloof werd Mozes, toen hij geboren was, drie maanden lang van zijn ouders verborgen, overmits zij zagen, dat het kindeken schoon was; en zij vreesden het gebod des konings niet. 
Heb 11:24  Door het geloof heeft Mozes, nu groot geworden zijnde, geweigerd een zoon van Farao’s dochter genoemd te worden; 
Heb 11:25  Verkiezende liever met het volk van God kwalijk gehandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben; 
Heb 11:26  Achtende de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn, dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons. 
Heb 11:27  Door het geloof heeft hij Egypte verlaten, niet vrezende den toorn des konings; want hij hield zich vast, als ziende den Onzienlijke. 
Heb 11:28  Door het geloof heeft hij het pascha uitgericht, en de besprenging des bloeds, opdat de verderver der eerstgeborenen hen niet raken zou. 
Heb 11:29  Door het geloof zijn zij de Rode zee doorgegaan, als door het droge; hetwelk de Egyptenaars, ook verzoekende, zijn verdronken. 
Heb 11:30  Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, als zij tot zeven dagen toe omringd waren geweest. 
Heb 11:31  Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, als zij de verspieders met vrede had ontvangen. 
Heb 11:32  En wat zal ik nog meer zeggen? Want de tijd zal mij ontbreken, zou ik verhalen van Gideon, en Barak, en Samson, en Jeftha, en David, en Samuel, en de profeten; 
Heb 11:33  Welken door het geloof koninkrijken hebben overwonnen, gerechtigheid geoefend, de beloftenissen verkregen, de muilen der leeuwen toegestopt; 
Heb 11:34  De kracht des vuurs hebben uitgeblust, de scherpte des zwaards zijn ontvloden, uit zwakheid krachten hebben gekregen, in den krijg sterk geworden zijn, heirlegers der vreemden op de vlucht hebben gebracht; 
Heb 11:35  De vrouwen hebben hare doden uit de opstanding weder gekregen; en anderen zijn uitgerekt geworden, de aangeboden verlossing niet aannemende, opdat zij een betere opstanding verkrijgen zouden. 
Heb 11:36  En anderen hebben bespottingen en geselen geproefd, en ook banden en gevangenis; 
Heb 11:37  Zijn gestenigd geworden, in stukken gezaagd, verzocht, door het zwaard ter dood gebracht; hebben gewandeld in schaapsvellen en in geitenvellen; verlaten, verdrukt, kwalijk gehandeld zijnde; 
Heb 11:38  (Welker de wereld niet waardig was) hebben in woestijnen gedoold, en op bergen, en in spelonken, en in holen der aarde. 
Heb 11:39  En deze allen, hebbende door het geloof getuigenis gehad, hebben de belofte niet verkregen; 
Heb 11:40  Alzo God wat beters over ons voorzien had, opdat zij zonder ons niet zouden volmaakt worden. 

Php 4:6  Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; 
Php 4:7  En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus. 
Php 4:8  Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve; 
Php 4:9  Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn. 

Beproef mijn woorden!

@Hadassah


Een reactie plaatsen

De parel

Een vrouw in diepe nood zag geen andere keuze dan in het diepst van de nacht iemand te bellen waarvan de naam haar te binnen schoot.

Ze vertelde de persoon die haar in het geheel niet kende, dat ze in een verschrikkelijke nood zat en raad zocht…een woord, een advies..iets.

Ze kreeg te horen dat wanneer haar lijden te maken had met het lijden van Yeshua, zij om Zijns Naam wille behouden zou worden en dat op zeker moment anderen zich zouden gaan verwonderen.

Waarom?

Omdat men ogen krijgen moest om het herstellend werk van de Vader te zien in haar.

De persoon aan de andere kant van de lijn vergeleek het met een tot dan onopgemerkte kostbare parel in een kast waarvan de deuren langzaam opengingen.

Door de tijd heen heeft de jonge vrouw zo nu en dan eens aan deze uitspraak gedacht, maar geen situatie gezien waar de uitleg van de parel op van toepassing was.

Er waren zeker herstelmomenten en ook nieuw leed te verwerken, er was overwinning en uitstappen om de hand te reiken aan en naar.

Maar de gelijkenis van de parel wachtte.

Misschien heeft het wel met de verzameling te maken…

De wereld maakt zich op met steeds meer nieuwe en veelal benauwende berichten,

maar er wachten nog enkele profetieën, die baan gaan breken.

Eerder is het einde niet.

Er was lang geleden een volkje, door YHVH verkozen. Zij zeiden Amen op het trouwverbond, maar verkozen toch hun eigen weg te gaan en eigen goden boven hun Schepper te verkiezen.

Dat volkje kreeg een scheidsbrief en verdween in de volkeren. Niemand bleek uitgezonderd, getuige Jeremia 3.

In het profetisch plan heeft de Schepper een Redder mogelijk gemaakt, die in de bres zou gaan staan om de vrouw opnieuw te huwen.

Dát profetische plan is er. Wij zijn er getuigen van dat de Schepper zowel de nazaten van dat volkje verzamelen gaat als wel die nog herkenbaar bleken.

Zoek op het woord Eersteling en eerstelingen des geestes…

Door openbaring van Vaders Geest zijn er over de gehele wereld mensen die van dat profetische plan in hun persoonlijke leven kunnen getuigen.

Vaak ging daar lijden en eenzaamheid aan vooraf, ook afleggen van leringen en tradities die hen afhielden van transparant worden…

Zo worden ruwe parels schitterend en op zeker moment worden ze door anderen die ogen kregen om te zien, opgemerkt.

Net zoals wij de Zoon ontdekten toen wij ogen kregen om te zien en oren om te horen.

Hij Die ons voorging in lijden en sterven om met Zijn zondeloos bloed ons te reinigen van alle zonden,

zodat,

wij opnieuw onze diensten voor Hem vruchtbaar kunnen uitvoeren.

@Hadassah

 


1 reactie

Voorbij de schaduw op weg naar vervulling

Mijmerend over Yeshua Die als hogepriester naar de orde van Melchizedek  door Zijn leven als  eenmalig offer de hogepriesters vervangen heeft in de Yom Kippur:

Heb_8:7  Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest ware, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest. En verder..

Mijmerend welke rol Yeshua heeft in de Sukkot en wat Hij voor ons heeft weggelegd:

Yeshua wil wonen in en onder ons

De tabernakel in de Tenach was een heenwijzing en zolang de eerste er was, was er voor de tweede geen plaats.

Heb_9:8  Waarmede de Heilige Geest dit beduidde, dat de weg des heiligdoms nog niet openbaar gemaakt was, zolang de eerste tabernakel nog stand had;
Heb_9:11  Maar Christus, de Hogepriester der toekomende goederen, gekomen zijnde, is door den meerderen en volmaakten tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van dit maaksel,

Yeshua op n punt des tijds en met Zijn verlossingswerk door te sterven, kwam er een compleet nieuwe situatie. De weggezonden vrouw kon nu wel ondertrouwen met haar Bruidegom Yeshua, omdat Hij opgestaan was uit de dood. De schaduwwetten als offeren werden vervangen door dat ene volmaakte offer, Yeshua.

Heb 9:9  Welke was een afbeelding voor dien tegenwoordigen tijd, in welken gaven en slachtofferen geofferd werden, die dengene, die den dienst pleegde, niet konden heiligen naar het geweten;
Heb 9:10  Bestaande alleen in spijzen, en dranken, en verscheidene wassingen en rechtvaardigmakingen des vleses, tot op den tijd der verbetering opgelegd.

Heb 9:12  Noch door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende.
Heb 9:13  Want indien het bloed der stieren en bokken, en de as der jonge koe, besprengende de onreinen, hen heiligt tot de reinigheid des vleses;
Heb 9:14  Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?
Heb 9:15  En daarom is Hij de Middelaar des nieuwen testaments, opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening der overtredingen, die onder het eerste testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der eeuwige erve ontvangen zouden.

Amos 9:11

Schaduwbeeld tabernakel die in het midden van het volk was:

Lev_15:31  Alzo zult gij de kinderen Israels afzonderen van hun onreinigheid; opdat zij in hun onreinigheid niet sterven, als zij Mijn tabernakel, die in het midden van hen is, verontreinigen zouden.

Lev_26:11  En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen.

Yeshua in het midden van ons

Luk_22:27  Want wie is meerder, die aanzit, of die dient? Is het niet die aanzit? Maar Ik ben in het midden van u, als een die dient.

Mat_18:20  Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.

Luk_24:36  En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!

Heb_2:12  Zeggende: Ik zal Uw naam Mijn broederen verkondigen; in het midden der Gemeente zal Ik U lofzingen.
Rev_1:13  En in het midden van de zeven kandelaren Een, den Zoon des mensen gelijk zijnde, bekleed met een lang kleed tot de voeten, en omgord aan de borsten met een gouden gordel;

Wij worden in navolging van Yeshua in het midden gezet:

Php_2:15  Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld;

We mijmeren verder….

Nog zeven dagen te gaan.

Vreugdevol feest

Chag Sameach Sukkot!


Een reactie plaatsen

Na zeven jaren van overvloed…

Er is een ander seizoen begonnen. We mogen de gereedschappen gebruiken, want we hebben de bouwtekening. We hebben de instructies ontvangen en de Voorman is langs geweest.

Het is niet zo dat Hij alles aan ons overlaat, neen, Hij kijkt of wij Zijn goede raad toepassen.

Wat we hebben ontvangen was niet voor ons eigen gerief, maar om in Zijn Koninkrijk te gebruiken zodat deze meer zichtbaar wordt in de wereld tot zegen van hen die zoeken.

De Voorman liet ons niet alleen met de instructies en het gereedschap, neen, Hij liet toe dat het stressniveau steeg. Niet ver weg, maar dichtbij en overal.

Afgelopen jaar sprak men veel over die stress. Het voorheen gelovig vertrouwen, hoop en blijdschap maakte plaats voor onzekerheid, onrust en focus op de stress.

Mogen we de stress,zoals we het benoemen, zien als een toets, zodat de Voorman kan zien, wie het werkelijk te doen is om het einddoel te bereiken?

In eerste instantie is verwarring te begrijpen,maar om daarin verder te gaan en naar de veroorzakers van stress te kijken in plaats van naar de Voorman Die ons een opdracht gegeven  heeft, is geen goede zaak. Dat gaat ten koste van de volharding, trouw en geloofsvertrouwen in de Voorman.

Het is een zegen om huiswerk te krijgen om te zien waar de zwakke plekken zijn, om die met Vaders hulp te versterken. Daarbij laat de stress ook zien, wie er wel en wie er op den duur niet meer diezelfde snelheid, motivatie en doel voor ogen heeft.

Zelf ben ik min of meer in een tijd van evalueren gekomen. Zeker wel sinds 2007 gaan delen van wat Hij deelde met mij, maar de laatste tijd krijg ik meer ruimte voor andere zaken.  Veertien jaar , waarvan de laatste vijf, zes jaar met meer geopenbaarde inzichten, zijn in rustiger vaarwater gekomen. Ik mag al het ware kijken wat er van het gezaaide goed terecht gekomen is, alhoewel mijn motivatie is, dat Hij het ziet en beoordeelt.

Vanmorgen kwam een begrip in m’n gedachten over verflauwen en verachteren. Dat vond ik in Hebreeën 12:

Hebr 12: 3 Want aanmerkt Dezen, Die zodanig een tegenspreken van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet verflauwt en bezwijkt in uw zielen.

bezwijkt, faint G1590

3 For G1063 consider G357 him that endured G5278 such G5108 contradiction G485 of G5259 sinners G268 against G1519 himself G846, lest G3363 ye be wearied G2577 and faint G1590 in your G5216 minds G5590.

G1590

Original: ἐκλύω

Transliteration: ekluō

Phonetic: ek-loo’-o

Thayer Definition:

to loose, unloose, to set free

to dissolve, metaphorically, to weaken, relax, exhaust

to have one’s strength relaxed, to be enfeebled through exhaustion, to grow weak, grow weary, be tired out

to despond, become faint hearted

Origin: from G1537 and G3089

Strong’s Definition: From G1537 and G3089; to relax (literally or figuratively): – faint.

 

Ook kwam mij de droom van Yosef voor de geest, waarin hij mag uitleggen wat die zeven volle aren en die zeven vette koeien betekenen. De uitleg was dat er in die zeven vette jaren zij voorraad moesten aanleggen en dan zouden zij niet van honger omkomen. Zelfs vreemdelingen zouden ervan eten.

Ligt hier een les voor ons?

Hebben wij de vette jaren gehad om de aanstaande hongersnood te kunnen overbruggen, omdat we het gereedschap, instructies trouw en met volharding hebben gebruikt?

Hebben wij de stress zoveel als in ons is gelaten waar die is, om onafgebroken te bouwen?

Of hebben wij bijtijds ingezien dat we niet verflauwen moeten, ons omgekeerd hebben en met Vaders hulp weer op de been gebracht aan de uitbouw begonnen?

Er liggen wijze lessen in het geschreven Woord! En diepe betekenissen om een hulp te zijn in bange tijden.

 

Gen 41:28 Dit is het woord, hetwelk ik tot Faraö gesproken heb: hetgeen God is doende, heeft Hij Faraö vertoond.

29 Zie, de zeven aankomende jaren, zal er grote overvloed in het ganse land van Egypte zijn.

30 Maar na dezelve zullen er opstaan zeven jaren des hongers; dan zal in het land van Egypte al die overvloed vergeten worden; en de honger zal het land verteren.

31 Ook zal de overvloed in het land niet gemerkt worden, vanwege dienzelven honger, die daarna wezen zal; want hij zal zeer zwaar zijn.

32 En aangaande, dat die droom aan Faraö ten tweeden maal is herhaald, is, omdat de zaak van God vastbesloten is, en dat God haast, om dezelve te doen.

Wanneer wij de stilte zoeken om van Hem Zijn wegen te leren zal Hij ons voorzien van diepe levensraad. Hij laat ons geen wezen.

Mogen we de stress aangrijpen om ons te reinigen van alles wat we meenamen en Hem niet eerde, Hem niet rechtstreeks erkende.

Niet rechtstreeks erkende?

Wat te denken van Yeshua’s woorden dat de Ruach haKodesh ons naar alle waarheid wil leiden en wij zo makkelijk aannemen dat deze en gene het weet en leert…Weinig vernemen we dat men het van Vader Zelf kreeg en dát wil Hij.

Hij wil de eerste zijn. Hij wil gewoon Zijn bruid voor Zichzelf.

En wat als de Bruid blijft talmen?

We weten uit het Woord dat de eerste generatie na Goshen in de woestijn stierf, uitgezonderd Yoshua en Caleb. Twee uitzonderingen.

Ligt daar ook geen belangrijke levensles voor ons?

Dat uit dat hele volkje Israel slechts twee het beloofde land in mochten… Zelfs Mozes mocht niet.

Voor mij zijn zulke voorbeelden en zeker als ik ze evaluerend in gedachten krijg, waarschuwing en aansporing.

Er staat dat wij niet van node hebben dat men ons leert. We zijn gekomen in een tijd van evaluatie, bekering of niet bruikbaar om de oogst binnen te halen.

Hij wil dat wij Hem op de eerste plaats zetten om het alleen van Hem te leren en te verwachten. Dan kan Hij met recht zeggen dat Hij een ondertrouwde vrouw heeft die de bijbelse rol serieus heeft genomen.

Dat is naderen.

Laten we Hem vragen…Eer zij riepen, antwoordde Hij.

Alle eer aan Hem Die is, was en komen zal!

 


Een reactie plaatsen

Tot óp Johannes

Wanneer we onderstaande woorden lezen, zouden we kunnen denken dat na Johannes de wet en profeten afgedaan hebben, maar wanneer we verder kijken dan wat we aan letters lezen, staat er iets anders:

Luk 16:16  De wet en de profeten zijn tot op Johannes; van dien tijd af wordt het Koninkrijk Gods verkondigd, en een iegelijk doet geweld op hetzelve.

Onlangs viel mijn oog op de woorden uit Efeze 3:3 waarin Paulus/Shaul een tip van de sluier oplicht:

“Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid…”

Eph 3:1  Om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van Yeshua de Messias/Christus Jezus, voor u, die heidenen (ook wel volkeren genoemd gezien de oorspronkelijke betekenis) zijt.
Eph 3:2  Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die mij gegeven is aan u;
Eph 3:3  Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid, (gelijk ik met weinige woorden te voren geschreven heb;

Tussen vóór Johannes en ná Johannes ligt het kruispunt, het hout waaraan Yeshua Zijn leven gaf om de Deur te worden die tot dan gesloten was voor de volkeren inclusief de nazaten van het noordelijk koninkrijk die in de volkeren opgegaan waren. Weggestuurd met een scheidbrief vanwege hun ongerechtigheid,dat zij andere goden aanbaden, andere feesttijden hadden ingesteld. En in Vaders grote barmhartigheid en het overzien van de mensenschepping, heeft Hij mét die assimilatie alle volkeren op het oog, gezien Joh 3:16.

Eph 3:4  Waaraan gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap, in deze verborgenheid van Christus), 

Deze verborgenheid, waarvan YHVH al iets aan Chava meegaf in Genesis 3:15 toen zij beiden Gan Eden moesten verlaten, kon niet eerder ontvouwd worden ná Yeshua’s opgaan als Uitvoerende (rechterhand des Vaders).

Gen 3:15  En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen. 

Deze vijandschap kan door geen enkele daad van ons teniet worden gedaan tussen haSatan en de mensenkinderen. Alleen door Yeshua en zo werden deze woorden profetisch tot troost en bemoediging, dat er ééns Iemand zou komen die voor eens en altijd in de bres zou gaan staan om ons te redden van al onze ongerechtigheid. Het is alleen te verstaan door openbaring van de Geest van YHVH aan mensen. Daarom is het advies van Yeshua ook zo belangrijk in Joh.14:26, wat ook bezongen wordt in psalm 25.

Eph 3:5  Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt, gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten, door den Geest

Er wordt meer beloofd dan redding om wedergeboren te worden. In acht nemende dat YHVH één volk voor ogen heeft en één bruid/vrouw voor de  Bruidegom en die wetenschap/feit vasthouden, beseffen we dat we het zicht grotendeels verloren hebben, dat Yeshua veel meer deed door Zijn belangeloze liefdesdaad. Naast onze redding, zette Hij Zijn gegoten bloed in de plaats van de onze, zodat wij niet meer hoefden twijfelen van wie wij waren en zijn. Alle leringen en doctrines ten spijt, zijn wij niet meer van die en die, maar uit die Ene, worden wij die ene. Worden wij het Israel wat Hij als Bruid herkent. Die ene kudde met die Ene Herder. Zie de volgende woorden in dát licht:

Eph 3:6  Namelijk dat de heidenen zijn medeerfgenamen, en van hetzelfde lichaam, en mededeelgenoten Zijner belofte in de Gezalfde/Christus, door het Evangelie; 

Deze woorden uit vers 6 reflecteren woorden uit Num_15:16  Enerlei wet en enerlei recht zal ulieden zijn, en den vreemdeling, die bij ulieden als vreemdeling verkeert. en Exo_12:38  En veel vermengd volk trok ook met hen op, en schapen, en runderen, gans veel vee. Dat vreemde volk ging later op in de kinderen Israels en werden alszo aangesproken.

Eph 3:7  Waarvan ik een dienaar geworden ben, naar de gave der genade Gods, die mij gegeven is, naar de werking Zijner kracht. 
Eph 3:8  Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van de Gezalfde/Christus, 

Dit geheimenis verkondigen dat alle eeuwen tot op Johannes verborgen was geweest en allen te verlichten, dat zij mogen verstaan:
Eph 3:9  En allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Yeshua de Gezalfde/Jezus Christus; 

Wij worden van volkeren zonder de Verlosser Yeshua (Lo Ammi) dóór Yeshua, Ammi/Mijn volk. Vanaf de scheidbrief zijn wij in de volkeren opgegaan, volkeren geworden zonder Iemand Die voor ons in de bres kon staan. Vanaf Johannes werd die verborgenheid openbaar, maar werd niet door iedereen herkend. Wanneer wij nu terugkijken, wie heeft door de eeuwen ons deze verborgenheid verkondigd, dat wij van vreemdeling Israel werden?

Is niet de hardnekkige gedachte dat, wanneer wij verkondigen Israel naar de belofte te zijn, wij beticht worden van vervangingsleer of nog erger, dat wij aan anti-shem doen?

Neen, het is de veelvuldige wijsheid van YHVH,welke enkel door openbaring van de Heilige Geest in ons hart gestalte krijgt. De vijandschap waarvan YHVH getuigt in Genesis 3:15 is heden ten dage nog aan zet. Het is vijandschap tussen leer en openbaring. Wedstrijd der altaren.

Eph 3:10  Opdat nu, door de Gemeente, bekend gemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel de veelvuldige wijsheid Gods; 
Eph 3:11  Naar het eeuwig voornemen, dat Hij gemaakt heeft in de Gezalfde Yeshua/Christus Jezus, onzen Meester/Heere; 
Eph 3:12  In Denwelken wij hebben de vrijmoedigheid, en den toegang met vertrouwen, door het geloof aan Hem. 
Eph 3:13  Daarom bid ik, dat gij niet vertraagt in mijn verdrukkingen voor u, hetwelke is uw heerlijkheid. 

Het zal worden één kudde en één Herder. Daar komen alle woorden in het geschreven Woord van YHVH op uit.

Die ene vrouw en die Ene Man door die Ene Zade -Gen 17:19; Gal 3:16.

Er valt hier nog zoveel over te mijmeren….

Alle eer aan Hem die Leven gaf en geeft!