Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Prepare ye the way of….

Shalom Fellow Israelite,

A very popular song that has gone viral over the past few years and was even sung by a congregation of American Marines is, “These are the days of Elijah.” One of the phrases in this song is, “Prepare ye the way of the Lord.” In Acts 3:19-21 it says that Messiah stays in His heavenly state until, via the Spirit, all that has been spoken by the mouth of the prophets of old will come to pass (my paraphrase). Would it not stand to reason, therefore, that “preparing the way” for His return would mean active involvement in the establishment and restoration of the whole House of Israel, since the applicable prophecies have not yet come to pass?

The forefathers’ (Abraham, Isaac, and Jacob) life has been multiplied many times over, until today it is an organism made up of living stones of redeemed human beings that are in the process of being built into holy temple in the Spirit of Holiness. However, this is not only a spiritual reality, it is also to be revealed on earth through a chosen nation (House of Jacob/Israel). The religious systems of this world, on the other hand, are always trying to build earthly kingdoms in an attempt to reach heaven. YHVH’s ways are different. He ‘sent’ heaven to earth, into the hearts of His chosen people (Am) and nation (Goy).

These living stones may look like the ones that Ezra and Nehemiah encountered, when they returned to restore the temple in Jerusalem. The two men wept over what they saw, while at the same time the enemy tried to discourage them, mockingly declaring that even if a fox were to jump on one of those burnt stones the stone would crumble (see Nehemiah 4:3). How true this is of us! Many have been burned by the religious systems and organizations, but at this time we cannot afford to focus on ourselves. The Word of Elohim, Yeshua our Messiah, is to be at the forefront of our mind and consciousness. Elohim’s Spirit is working to prepare Yeshua’s return by restoring the second nation/stick of the lost tribes of Israel. He is overseeing and accomplishing what still remains to be fulfilled from the words of the prophets of old.

If we are His redeemed body here on earth and want to see His return to rule in the House of Jacob, then we should be about our Father’s business, working to restore the divine order for a redeemed nation, starting with our own individual hearts’ condition. As individuals we make up the family, and the families form the community, and communities the Nation. When the two nations (Ephraim and Judah) are back in the land and YHVH makes them one in His hand, Yeshua will return as promised, to sit on the throne of His father David and set up the everlasting kingdom in the redeemed and restored House of Jacob (see Luke 1:32-33). “For the vision is yet for an appointed time; but at the end it will speak, and it will not lie. Though it tarries, wait for it; because it will surely come, it will not tarry” (Habakkuk 2:3).

Shabbat Shalom,

Ephraim

http://www.israelitereturn.com


Een reactie plaatsen

Kinderziektes, hoe kom je daar snel doorheen?

Eén worden, unity in harmonie en shalom…
Een verlangen dat eerlijk gezegd iedereen koestert en naar verlangt.
Nu de nakomelingen van het Noordelijk koninkrijk zich als zodanig gaan herkennen,ontstaan overal groepjes en ik ben iets gaan zien, wat ik delen wil.

1Cor.12: En Elohim heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna krachten, daarna gaven der gezondmakingen, behulpsels, regeringen, menigerlei talen.
29 Zijn zij allen apostelen? Zijn zij allen profeten? Zijn zij allen leraars? Zijn zij allen krachten?
30 Hebben zij allen gaven der gezondmakingen? Spreken zij allen met menigerlei talen? Zijn zij allen uitleggers?
31 Doch ijvert naar de beste gaven; en ik wijs u een weg, die nog uitnemender is.

Romeinen 12:4 Want gelijk wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden alle niet dezelfde werking hebben;
5 Alzo zijn wij velen een lichaam in Yeshua, maar elkeen zijn wij elkanders leden.
6 Hebbende nu verscheidene gaven, naar de genade, die ons gegeven is,
7 Zo laat ons die gaven besteden, hetzij profetie, naar de mate des geloofs; hetzij bediening, in het bedienen; hetzij die leert, in het leren;
8 Hetzij die vermaant, in het vermanen; die uitdeelt, in eenvoudigheid; die een voorstander is, in naarstigheid; die barmhartigheid doet, in blijmoedigheid.

Ik ben gaan zien dat men de verschillende posities en talenten niet volledig ziet, niet onderkent en dan komt er verwarring, ergernis, verdriet en verwijdering met alle gevolgen vandien.

De vervallen hut van David is nog steeds vervallen en anno nu mijns inziens ook door gebrek aan kennis en inzicht.
Ik hoorde iemand van de week zeggen dat de kinderen Israels helemaal niet zo lang in de woestijn hadden hoeven zwerven en wat gebeurt ons als wij door gebrek aan kennis onderling geen ruimte gaan geven voor de verschillende posities,die men alreeds en soms op jonge leeftijd van de Vader gekregen heeft?Zodra een groepje vaker bij elkaar komt, gaan die gaven en posities van start of men het nu wil zien of niet.

Wat de Corinthebrief en Romeinen en ook wel andere brieven aangeven is een feit.Als we de verzen verder lezen, komen we waardevolle adviezen tegen zoals:

1Cor.13:1 Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.
2 En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets.
3 En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven.
4 De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;
5 Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;
6 Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;
7 Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.
8 De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieen, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.
9 Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele;
10 Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden.
11 Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik te niet gedaan hetgeen eens kinds was.
12 Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben.
13 En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde.
1 Jaagt de liefde na, en ijvert om de geestelijke gaven, maar meest, dat gij moogt profeteren.

Rom. 12:9 De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan.
10 Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde; met eer de een den ander voorgaande.
11 Zijt niet traag in het benaarstigen. Zijt vurig van geest. Dient YHWH.
12 Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed.
13 Deelt mede tot de behoeften der heiligen. Tracht naar herbergzaamheid.
14 Zegent hen, die u vervolgen; zegent en vervloekt niet.
15 Verblijdt u met de blijden; en weent met de wenenden.
16 Weest eensgezind onder elkander. Tracht niet naar de hoge dingen, maar voegt u tot de nederige. Zijt niet wijs bij uzelven.
17 Vergeldt niemand kwaad voor kwaad. Bezorgt hetgeen eerlijk is voor alle mensen.
18 Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen.
19 Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt Elohim.
20 Indien dan uw vijand hongert, zo spijzigt hem; indien hem dorst, zo geeft hem te drinken; want dat doende, zult gij kolen vuurs op zijn hoofd hopen.
21 Wordt van het kwade niet overwonnen, maar overwint het kwade door het goede.

Over het algemeen heeft men binnen de kringen de meeste moeite met mensen die inzicht hebben in wat zij zien en waarvan zij de mogelijke resultaten eigenlijk al kunnen vermoeden.Men struikelt vaak over deze mensen, omdat ze recht door zee zijn en alles niet voor zoete koek slikken, terwijl zij in principe eigenlijke de wachters op de toren zijn, zodat de anderen hun talenten vruchtbaar kunnen volbrengen.Het vraagt wel flexibiliteit en vriendelijkheid om de wachters als kostbaar te zien en zonodig hun adviezen serieus te nemen in beproevend opzicht.
Zij die zien hebben zichzelf die positie niet aangemeten en omdat zij kennis en inzicht hebben, lijden ze vaker en meer.
Ik zou een lans willen breken voor meer ruimte om de talenten te gebruiken zoals ABBA YHWH dat bedoeld heeft en Hij is daarin de Bouwer.Hij zal niets doen voordat Hij het Zijn knechten de profeten heeft laten weten. Am 3:7 Gewisselijk, Elohim YHWH zal geen ding doen, tenzij Hij Zijn verborgenheid aan Zijn knechten, de profeten, geopenbaard hebbe. Da’s een ernstige zaak,maar ook reddend en verlossend.
Mogen wij tot de gewenste solidariteit komen,zoals de Schrift Zelf adviseert.Aan Hem de eer!
Wat denkt u?


Een reactie plaatsen

Het nut van het dal van Achor

Wie worden daarin geleid en wat moet er in het dal van Achor geleerd worden?

Hosea 2:13 Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken.
14 En Ik zal haar geven haar wijngaarden van daar af, en het dal Achor, tot een deur der hoop; en aldaar zal zij zingen, als in de dagen harer jeugd, en als ten dage, toen zij optoog uit Egypteland.
15 En het zal te dien dage geschieden, spreekt YHWH, dat gij Mij noemen zult: Mijn Man; en Mij niet meer noemen zult: Mijn Baal!
16En Ik zal de namen der Baals van haar mond wegdoen; zij zullen niet meer bij hun namen gedacht worden.

Het boek Hosea gaat voornamelijk over het huis van Efraïm/Israel,en veel minder over het huis van Juda.
Wanneer men de geschiedenis van dit noordelijk koninkrijk leest, beseft men dat zij zich door hun hardnekkige rebellie, waarin Jerobeam de spits afbeet, een wel heel lange verbanning verdienden,maar toch ook met een terugkeerbelofte.

“Daarom zie, Ik zal haar lokken en zal haar voeren in de woestijn…”

In een woestijn is een zodanige hitte en weinig voor de mens te vinden,symobolisch wordt men daar gelouterd.Er is weinig om afgeleid te worden.Maar door de uitzichtloosheid komt er ook een vraag naar boven en…wat gebeurt er dan?

“Ik zal naar haar hart spreken…

In die uitzichtloosheid wordt het huis van Efraïm/Israel gewaar wat de Stem van YHWH is en gaat verstaan.Niet in het Egypte wat achter hen ligt,maar juist in die uitzichtloze woestijn waar zij op zichzelf is teruggevallen.

Daar wordt zij door YHWH Zelf onderwezen en Hij geeft haar hoop en recht op terugkeer.

Verlokt naar de woestijn, op zichzelf teruggeworpen, een Pi Hachirothervaring, YHWHs Stem verstaan,hoop krijgen en beloftes….

Het is een louterende ervaring en een bijzondere ontmoetingservaring,want zij gaat zien,dat degene die zij met titels noemde,haar Maker en Man is..
Niet meer veraf,maar dichtbij, verbonden met..

15 En het zal te dien dage geschieden, spreekt YHWH, dat gij Mij noemen zult: Mijn Man; en Mij niet meer noemen zult: Mijn Baal!
Mijn Baal <01180>
01180 yleb Ba’aliy, eigennaam

met pron. suff. van 01167

AV – Ba„li 1; 1 StV-Mijn Ba„l 1; 1 NBG-mijn Ba„l 1; 1

Ba„l =” mijn heer”
1) afgod in het noorderrijk en variatie op de naam ‘Ba„l’

Komt u die benaming niet erg bekend voor?
God, Heer, Here, HEERE, Lord….

Zouden we kunnen zeggen dat wanneer mensen onze Maker en Man nog bij Baälbenamingen aanspreken of schrijven,zij die Achor-ervaring nog niet hebben gehad?

Want er staat in vers 16:

16En Ik zal de namen der Baals van haar mond wegdoen; zij zullen niet meer bij hun namen gedacht worden.

Zij, de benamingen welke de betekenis van Baäl dragen, zullen niet meer bij hun namen gedacht worden….

We spreken die titels als Heer, God, HEER, HEERE,Lord voor onszelf niet meer uit …


Een reactie plaatsen

Curse is lifting

People who do have a flame inside to share the facts and Words of YHWH about the two sticks, Judah and Efrayim, are not that many, but when I know some, I likt to ask them for permission to publish their activities…I have that flame inside too.
Shoulder to shoulder in hard times, even when we are not fysical neighbours is such an encouragement.But more than that is knowing to act in the will of Abba YHWH and expecting results because of the strength of the moving Ruach HaKodesh from YHWH…Time is now YHWH is sending workers out to share His Word with the hungry and thirsty ones.Here you can listen to an interview of James Block:

http://hebrewnationonline.com/james-block-anointed-musician-of-ephraim-interviews-with-gene-and-bonnie/


Een reactie plaatsen

It is time for the two sticks Ezechiël was talking about….

With permission of Family Frank!

Shalom Fellow Israelite,

As we approach Yom Kippur, our thoughts are directed toward the biblical and traditional meaning of this day. There is no lack of material on the subject, articulated from the perspective of teachers in the Hebrew roots movements, from the Jewish Sages and many others. At this time, however, the essence of this day may be taking on an additional significance, as during the next twelve months three blood moons are supposed to be seen and all of them on YHVH’s Feast days.

Probable scriptural interpretations, along with current world conditions are such that, tribulation like the world has never seen could be just around the corner. Yet in spite of these, there is another aspect to this looming scenario, one which we should not ignore. Thus the words of Jeremiah 30:7 could become most relevant for this season: “Alas! For that day is great, so that none is like it; and it is the time of Jacob’s trouble, but he shall be saved out of it.” Yes, trouble could be in the offing, but the latter part of our verse is loaded with great meaning: “He [Jacob] shall be saved out of it.” Does this mean that a rapture will take place and Jacob will be caught up into the air and disappear? Or is the prophet pointing to something even more significant? Let us go back and read the introduction to this chapter: “’For behold, the days are coming,’ says YHVH, ‘that I will bring back from captivity My people Israel and Judah,’ says YHVH; ‘And I will cause them to return to the land that I gave to their fathers, and they shall possess it’” (Jeremiah 30:3 emphasis added). For those who choose not to accept the biblical division within the House of Jacob this prophecy may seem “generic,” as the prophet’s declaration are viewed as if already fulfilled when the Jews returned to the land after the Babylonian exile, or upon the return of the Jews to the land of Israel in modern times. Many view the House of Jacob as being the Jewish nation only, with many still residing in the nations.

However, the return of the Jews to the land, and the future return of many more of them, is only a partial fulfillment of this prophecy. It does, however, indicate the fulfillment of the gathering of the first stick/nation of Ezekiel 37:16. Yet Judah’s return does not fulfill the prophetic destiny of the stick/nation of Joseph in the hand of Ephraim (v.16).

YHVH pledged to bring back Israel (both houses) to the land that He promised and gave to the forefathers. The land at this point in time is far from being occupied and settled in all its entirety by the whole house of Israel. If we check the relevant scriptures, the land promised is from the River Euphrates to the border of Egypt (see Genesis 15:8; Deuteronomy 1:7). Then “all the land of the Hittites” is also part of the promise, a land which is in present day Turkey (ref. Joshua 1:4). Another point to note about the timing of the return to what rightfully belongs to YHVH’s people, is the sequence of what takes place in the 49th Shmittah and 50th Jubilee year.

In all Shmittah years debts are forgiven, but in the 49th year, at Yom Kippur a “great shofar” is blown, consecrating and heralding the coming of the Jubilee year when the inheritance is to be reclaimed and all debts are forgiven. If we are in the year of Sh’mittah, then we should be preparing to receive all that YHVH provides at such a time; that is the double portion of supply. The parable of the Ten Virgins makes for a good illustration of this point (ref. Matthew 25:1-12), keeping in mind the following verse: “Watch therefore, for you know neither the day nor the hour in which the Son of Man is coming” (Matthew 25:13). Since no one knows for sure whether any of the calendars that we use today are accurate, we have to be on ‘our spiritual toes.’

Back to Jacob’s salvation from the great tribulation. In bringing Judah back to the land, YHVH has made them a nation and a mighty horse in battle (ref. Zechariah 10: 3-4). Their return is a sign that He is going to save the house of Joseph (ref. Zechariah 10: 6), and that He will whistle for them and gather them (ref. Zechariah 10:8). The question is, gather into what? Are they all to be gathered into Judah’s nation at that point? Or are they to first discover their own prophetic destiny as the second stick/nation of the House of Joseph/Ephraim?

The house of Israel/Ephraim has lost its national identity as Elohim’s people and as a nation which is distinct from Judah. Hosea, who was a prophet to Israel/Ephraim, declared that Ephraim/Israel would be “swallowed up”: “Israel is swallowed up; now they are among the Gentiles like a vessel in which is no pleasure” (Hosea 8:8). We, like our brothers the Jews in the course of their history, must return to the Zionistic ideal of national identity. YHVH was faithful to gather Judah and restore them to the land. How much more so will He do for the “nation/stick of Ephraim, and for all the house of Israel, his companions”? (Ezekiel 37:16). Remember He takes no pleasure in us in the lands that will come under judgment for having swallowed us up (and for their many iniquities): “Therefore all those who devour you shall be devoured; and all your adversaries, every one of them, shall go into captivity; those who plunder you shall become plunder, and all who prey upon you I will make a prey” (Jeremiah 30:16).

“Vindicate us, YHVH our Elohim according to Your righteousness; and let not the nations rejoice [gloat] over us. Let them not say in their hearts, ‘Ah, so we would have it!’ Let them not say, ‘We have swallowed him up’” (Psalm 35:24-25).

“’Therefore do not fear, O My servant Jacob,’ says YHVH, ‘nor be dismayed, O Israel; for behold, I will save you from afar, and your seed from the land of their captivity. Jacob shall return, have rest and be quiet, and no one shall make him afraid. For I am with you,’ says YHVH, ‘to save you’” (Jeremiah 30:10-11).

During Yom Kippur may the Holy One of Israel establish you/us in your/our true national identity, and prepare our hearts for the day of our return to our forefathers’ inheritance. This is what the Jubilee is all about and we should have a passion for it, even as great as for the return of our Messiah Son of David: “They/we shall serve YHVH their/our Elohim, and David their/our king, whom I will raise up for them/us” (Jeremiah 30:9).

Please read Jeremiah 30 during Yom Kippur, as you also go through the traditional reading of the book of Jonah (who, like some of us, tried to escape his prophetic destiny…).

Shabbat Shalom and have a blessed Yom Kippur,

Ephraim and Rimona


Een reactie plaatsen

Wie zijn deze mensen tegen wie YHWH het volgende zegt?

Matth.7:21
Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Meester,Meester! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.
22 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Meester, Meester! hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan?
23 En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!
24 Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft;

Er valt mij iets op.
Allen zeggen Meester, Meester! Maar onder hen zijn er die niet het Koninkrijk der hemelen zullen ingaan…
Degenen die wel het koninkrijk der hemelen zullen ingaan zijn zij die de wil Zijns Vaders doen.
Wat is de wil Zijns Vaders?
wil
2307 ‘thelema, zn o

van de verlengde vorm van 2309 TDNT-3:52,318;

AV-will 62, desire 1, pleasure 1; 64

1) wat iemand wenst of besloten heeft te doen
1a) van het voornemen van God om de mensheid te zegenen in Christus
1b) van wat God verlangt dat door ons gedaan moet worden
1b1) bevelen, voorschriften
2) wil, keuze, neiging, verlangen

De Vader is YHWH en YHWH heeft de kinderen Israels Zijn wet en inzettingen gegeven.Die zijn neergeschreven in de boeken van Mozes en zo we inmiddels weten zijn deze nimmer veranderd, getuige vele aanhalingen waaronder Yeshua’s woorden in Mattheüs 5 vanaf vers 17 “ Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen.
18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied”

De Vader gaf de wet en inzettingen aan de kinderen Israels voor toen en nu en straks.
Men zou kunnen vragen wie de kinderen Israels zijn….Onderzoekend lezen laat zien dat zij navolgers zijn, doende de wet en inzettingen,die voor hen zijn bedoeld.

En dan zullen er velen zeggen “hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan?”

En waarom zegt Yeshua dat zij de ongerechtigheid werken?

Ongerechtigheid
458 ano’mia, zn vr

van 459 TDNT-4:1085,646;

AV-iniquity 12, unrighteousness 1, transgress the law + 4060 1, transgression of the law 1; 15

1) de toestand van zonder wet te zijn
1a) vanwege onbekendheid ermee
1b) vanwege schending ervan
2) minachting of schending van de wet, wetteloosheid, onwettige daad

werkt
2038 er’gazomai, ww

medium van 2041 TDNT-2:635,251;

AV-work 22, wrought 7, do 3, minister about 1, forbear working + 3361 1, labour for 1, labour 1, commit 1, trade by 1, trade 1; 39

1) werken, bezig zijn, arbeiden
2) handelen, winst maken door te handelen, zaken doen
3) doen, verrichten
3a) uitoefenen, tot stand brengen
3b) maken dat iets bestaat, voortbrengen
4) werken voor, verdienen door te werken, verwerven

Zij zeggen dat zij in “Uw Naam” allerlei manifestaties hebben gedaan,maar Yeshua zal hen werkers der ongerechtigheid noemen.
Mensen dus die wetteloos te werk zijn gegaan
Mensen die zonder Torah en zonder op de stem van de Meester te wachten manifestaties hebben gedaan

De dicipelen werden uitgezonden door Yeshua en zij waren onderwezen in de Torah, dat wil zeggen de wet en de inzettingen van YHWH.

De mensen waarvan Yeshua zal zeggen dat zij werkers der ongerechtigheid zijn, doen de wet en inzettingen niet.

Welke beweging in deze tijd doet niet de wet en inzettingen van YHWH en benoemen dat zij “profeteren”, “duivelen uitwerpen” en krachten doen” ?

Wat denkt u?