Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Met het oog op ..

Bij het opruimen en sorteren van wat boeken, legde ik een klein boekje terzijde. Niet eens zo bewust van de impact wat het zou krijgen, keek ik er eergisteren terloops naar, opende het en zag de inhoudsopgave…

Elam…

Direct kwam Perzië in gedachten vanuit het Woord. Elam, was de oudste zoon van Sem, die op zijn beurt de oudste zoon van Noach was. Dat maakt de Elamieten tot Semieten… De profetie over Elam…Jeremia 49 vanaf vers 34:

Jer 49:34  Het woord des YHVHs, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen Elam, in het begin des koninkrijks van Zedekia, den koning van Juda, zeggende: 
Jer 49:35  Zo zegt YHVH Tzevaot/de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal verbreken Elams boog, het voornaamste van hunlieder geweld. 
Jer 49:36  En Ik zal de vier winden uit de vier hoeken des hemels over Elam aanbrengen, en zal hen in al diezelve winden verstrooien; en er zal geen volk zijn, waarhenen Elams verdrevenen niet zullen komen. 
Jer 49:37  En Ik zal Elam versaagd maken voor het aangezicht hunner vijanden, en voor het aangezicht dergenen, die hun ziel zoeken, en zal een kwaad over hen brengen, de hittigheid mijns toorns, spreekt de HEERE; en Ik zal het zwaard achter hen zenden, totdat Ik hen verteerd zal hebben. 
Jer 49:38  En Ik zal Mijn troon in Elam stellen; en zal den koning en de vorsten van daar vernielen, spreekt de HEERE; 
Jer 49:39  Maar het zal geschieden in het laatste der dagen, dat Ik Elams gevangenis wenden zal, spreekt de HEERE. 

Frappant was dat op dezelfde dag verschillende mensen die ik persoonlijk ken eveneens over Elam en de profetie begonnen te berichten en te spreken. Mij was dat een teken dat de Ruach ons iets indachtig maakte…

Op een trip naar Duitsland die dag werd ik oa bepaald bij het bekende gebed wat Yeshua uitsprak en dat kwam in een dieper verstaan. Ik sprak het uit en realiseerde mij dat het een collectief gebed is. Mn gedachten gingen naar al onze verrichtingen, ons pogen, onze verblindheid aan beide zijden.

Zowel Juda als Israel in de volkeren, beiden zien ten dele en wat doet Abba YHVH ermee?

Werkt Hij het ten goede die tot Zijn voornemen geroepen zijn, ook al weten zij dat nog niet en op ook niet op welke manier? Of rekent Hij ons af op onze onwetende daden die tegen Hem ingaan door geen genade te tonen?

Zijn genade kwam mij tegemoet. Hij had mij genade getoond toen ik nog niet gered was en dat terwijl ik eronder leed en er niets aan af of toe kon doen. Het was Zijn soevereine plan om de oudste uit een gezin van zeven kinderen op een totaal ander spoor te zetten. Een die de voorvaderen waarschijnlijk eeuwenlang niet bewandeld hadden, zover ik weet. Apart gezet, niet op grond van verdienste, maar vanuit Zijn genade. Het zondebesef was er wel degelijk, maar mezelf verlossen kon ik niet. Dat werd een zuchten terwijl anderen het leven vierden. Nadat ik als het ware opnieuw geboren werd, begon ik het gegeven Leven te vieren en eer Hem in mijn gebrokenheid.

Zou Hij dan ook niet hen verlossen gaan, waarmee ik zo verbonden blijk?

Het onze Vader kreeg een nieuw perspectief, maar wel vanuit Zijn Gezichtspunt!

Daarom is het waakzaam zijn, wanneer emotie het wil overnemen. En info genoeg ligt er op de loer, denk aan social media en mensen die het niet bij de Vader zoeken, maar hun eigen mening vormen.

Mat 6:9  Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. 
Mat 6:10  Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde. 
Mat 6:11  Geef ons heden ons dagelijks brood. 
Mat 6:12  En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. 
Mat 6:13  En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen. 

Collectief

Meervoud…onze Vader…niet mijn (enkelvoud) Vader…..

geef ons (meervoud) heden, niet geef mij (enkelvoud) heden…

vergeef ons (meervoud) onze schulden, niet mij mijn schulden

…ook wij vergeven onze schuldenaren, niet mijn schuldenaren

leid ons niet in verzoeking…niet leid mij in verzoeking

maar verlos ons van de boze, niet verlos mij van de boze

Yeshua zette ons (meervoud) aan het werk door priesterlijk te handelen vanuit een collectieve houding, ook al was en is Hij fysiek niet aanwezig. Voor ons als verstrooiden in de volkeren werd Shavuot vervuld door de uitstorting op de mensheid.

Joh. 14:26 Joh 14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb. 

Alles leren en alles indachtig maken…vanuit Zijn liefde, kracht en bezonnenheid.

Het Woord van Abba YHVH helpt ons om niet in allerlei wind van leer meegetrokken te worden. We lezen van terugroepen, niet vertrouwen op Egypte, maar om openbaring en leiding te verwachten van de Geest die uitgestort is om ons (collectief) alles te leren.

Een betere onderwijzer is er niet!

Mij valt op dat het Woord aangeeft om door te geven van wat wij ontvangen hebben. Een wachter te zijn, in de bres te staan op de manier die het Woord aanreikt.

Dan is het gebed wat Yeshua ons voorhield, het onze Vader, een voortreffelijk voorbeeld om uit te spreken. Ik probeerde het in het hebreeuws en vond later de volledige tekst in fonetisch hebreeuws:

a-vee-noo she-ba-sha-mai-yeem
yeet-ka-desh sheem-kha
ve-yeet ba-rekh mal-khoot-kha
re-tson-kha yee-he-ye
a-sui ba-sha-mai-yeem
a-va-a-rets
ve-tee-tayn lah-may-noo
te-mee-deet
oo-me-hol la-noo
ha-to-te-noo ka-a-sher
a-nah-noo
mo-ha-leem la-ho -teem la-noo
ve-al te-vee-e-noo
lee-day nees-sa-yon
ve-shom-re-noo mee-kol-rah
a-men.

Er valt nog iets op.  Yeshua vertelde ons dat wij onze schuldenaren moeten vergeven. Ons menselijk brein kan gemakkelijk denken aan degenen van wie we het meest houden, maar de Schrift leert ons te bidden voor hen die tegen ons zijn. Wanneer wij gezamenlijk vergeven hen die tegen ons én Juda zijn, creëert dat geestelijke ruimte op een nieuw niveau. Mattheüs 5:44: “Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en vervolgen.”

Bijvoorbeeld: als Juda niet voor hen kan bidden, kunnen wij dat wel doen…

Diverse profeten gingen ons daarin voor en de Uitnemendste was Yeshua, Die vrijwillig de schuld op Zich nam om voor ons een Deur te worden naar de Vader. We kunnen het nalezen in het Woord,

Twee songs:

Naschrift:

Dit zo bekende gebed heeft voor mij een vernieuwde betekenis gekregen en past wat er in het boek Daniel beschreven staat:

Dan_12:4  En gij, Daniel! sluit deze woorden toe, en verzegel dit boek, tot den tijd van het einde; velen zullen het naspeuren, en de wetenschap (van het Woord) zal vermenigvuldigd worden.

Ik begon met de titel “Met het oog óp…” en doel daarmee op Psalm 121:

Psa 121:1  Een lied Hammaaloth. Ik hef mijn ogen óp naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal. 
Psa 121:2  Mijn hulp is van YHVH, Die hemel en aarde gemaakt heeft. 
Psa 121:3  Hij zal uw voet niet laten wankelen; uw Bewaarder zal niet sluimeren. 
Psa 121:4  Ziet, de Bewaarder Israels zal niet sluimeren, noch slapen. 
Psa 121:5  YHVH is uw Bewaarder, YHVH is uw Schaduw, aan uw rechterhand. 
Psa 121:6  De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts. 
Psa 121:7  YHVH zal u bewaren van alle kwaad; uw ziel zal Hij bewaren. 
Psa 121:8  YHVH zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid. 

Alle eer aan de Gever.

Beproef mijn woorden!


Een reactie plaatsen

Inzicht verkrijgen

Het kan grijs en grauw worden zonder dat je daar aanleiding voor geeft. Dat het lijkt alsof je stil komt te staan en geen vreugde vindt in wat je doet of onderneemt. En daar blijft het niet bij. Het haalt je omlaag en zet je vast.

Heel veel zelfonderzoek komt op gang en daar is niets wat een klik geeft. Wat je wel ziet is oorzaak en gevolg in mensen, omstandigheden en een alsmaar groter wordende chaos, verdrietige verdwaalde mensen, die je geen hulp kan bieden. Wel een zucht naar de Verlosser.

Het is een tijd van zuchten. Lijden ook omdat je blij wil zijn, dat je weet dat je een verbondskind bent en je identiteit hebt ontdekt. Je weet et, belijdt et maar ervaart t niet in je emotie. Net of je afgesneden bent.

De vijgeboom is opgehouden te bloeien, er is geen oogst. Het is rondom leeg voor je gevoel en de wereld om je heen draait gewoon door. Frappant is dat jezelf ook van alles doet, werktuigelijk haast, maar jijzelf, je binnenste lijkt stil te staan en niet mee te komen.

Ik denk dat de Vader het doet, dat stilzetten. Dat vervagen van alles om je heen wat je aandacht had. En onderwijl in dat afgesneden gevoel, bid je, zeg je woorden, zing je liederen die je te binnen schieten, zoek je teksten op die in je gedachten komen en je hoopt dat je grond krijgt onder je geestelijke voeten, maar ervaart het niet.

Dat brengt je naar de gedachte dat je eigenlijk iets wil zoeken wat jou weer laat leven, in beweging laat komen, de vreugde weer ervaren en je beseft je afhankelijkheid, je kwetsbaar zijn.

Toch denk ik dat Abba YHVH al die kleine zaken gebruikt voor Zijn doel in Zijn Akker, Zijn kinderen, die niet in staat zijn of waren die woorden uit te spreken…of Hij wil een situatie willen veranderen, waarvoor Hij mensen inzet, die ooit oprecht hebben gezegd Hem te willen dienen.

Al zou de vijgeboom niet bloeien…al zou niemand de inzet van een dienaar opmerken en er iets mee gaan doen…al zou niemand reageren of te kennen geven een bemoediging te hebben gekregen…al zou het lijken voor niets te hebben gedeeld…

dan is het inzicht dat Hij de Bron is waar het om gaat

een verkregen inzicht!

Al zou Hij wachten te antwoorden…dan nog zal het inzicht niet verbleken, dat Hij het mag bepalen van hoe en wat.

Dat is het inzicht wat ik vanmorgen kreeg.Er kwam die diepe verbondenheid. Hij verlaat niet. Nooit!

Hij zendt uit, Hij rust toe, zorgt voor vernieuwing na vruchteloos werken op harde grond.

Loslaten is vaak losscheuren.

Bij loslaten lijkt het alsof alles onvrijwillig uit handen genomen wordt, maar zijn oprechte discipelen vergeten dat zij de makkelijke oplossing niet zoeken,maar een veel betere verlossing verwachten?

Dan nodigt Abba YHVH uit tot een vrije val. Naar een dieper level voor een hogere opbrengst, die Hij innen mag.

Al zou de vijgeboom niet bloeien…

nochtans..

In het onverwachtse moment van besef niet voor of achteruit te kunnen, terwijl de aanloop nauwelijks opgemerkt werd, was daar zoeken naar een eerder verkregen inzicht, maar die kwam niet naar voren. Abba wil een nieuw inzicht geven op een andere manier, terwijl Hij ons onderwijl reinigt. Het gaat samen op.

Afsterven en opbouwen om bruikbaar te blijven voor Zijn dienst.

Zijn wij bereid als Hij roept op een manier die bij nader inzien iets ongemakkelijks van ons vraagt?

Met Zijn Hulp die ter beschikking staat, zal het lukken.

Hij geeft er iets voor terug.

Ruimte en vernieuwing.

Hab 3:17  Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal; 
Hab 3:18  Zo zal ik nochtans in YHVH van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils (Yah Die redt/verlost). 
Hab 3:19  Elohim YHVH is mijn Sterkte; en Hij zal mijn voeten maken als der hinden, en Hij zal mij doen treden op mijn hoogten. Voor den opperzangmeester op mijn Neginoth. 

@Hadassah

 

 


Een reactie plaatsen

In het verleden ligt het heden

in het nu wat komen zal…

Activiteiten lopen af en aan..

Als je al wat langer meeloopt, ga je in objectiviteit, contouren zien, die keuzes geven en wanneer je broeders hoede wil zijn, anderen raadgeven.

Dat laatste is geen veelbegeerde rol. Veelal strijkt men tegen de haren in.

Wanneer je het Woord hoog houdt en gekozen hebt om te willen leren in de levensschool die de Vader geeft in plaats van bij welbekende leraren hun uitleggingen over te nemen, sta je anders in het leven, eigenlijk meer onafhankelijker, maar relatief ook eenzamer.

Niettemin weegt dat eenzame niet op tegen de troost die de Vader geeft wanneer het moeizame grond is waar de ploeg doorheen moet.

Bij de Vader zijn Zijn condities duidelijk. Zonder volkomen gehoorzaamheid of oprechte inzet is er overeenkomstige vrucht te verwachten. Het boek Deuteronomium is er duidelijk over. Ook in de brieven van de apostelen is die conditie duidelijk te lezen. Een gemixte vrucht is een vrucht die Vaders zegen niet heeft. Duidelijk.

Er is een zeker verschil waar te nemen. Zij, die niet beter weten, wacht genade, maar zij die zich door trots laten lijden wacht een andere oogst, tenzij zij zich door tegenslag (wat op zich genade is) beraden en tot zichzelf gekomen nederig tot de Vader wenden.

Het is schering en inslag dat zich een periode ontwikkelt (en zou dat voorgaande perioden ook niet zijn geweest?) waarin behoefte om zich te profileren prioriteit heeft boven individu worden, die verlangt persoonlijk geleid te worden, onderwezen te worden van Vaders wegen om zo samen zowel onafhankelijk van mensenleringen collectief een natie te worden dat YHVH vreest. In die laatste opstelling is geen ruimte voor menselijke tolerantie, waar menselijke emotie, hiarchie en trots uit voortvloeit.

Mensen die verkiezen alleen van Vaders wegen te leren door Zijn Geest wandelen door de andere gelederen heen, ook al omdat het hen niet verbindt maar eerder loslaat. Zij hebben immers iets anders voor ogen, wat mij de volgende woorden in gedachten brengt:

“….en anderen zijn uitgerekt geworden, de aangeboden verlossing niet aannemende, opdat zij een betere opstanding verkrijgen zouden” Hebr.11:35

“Waarheen pelgrim waarheen gaat gij, t’oog omhoog …”

Ziende op de Leidsman.

Onlangs zag ik een aankondiging van een activiteit, waarin ik vrijwel direct zag dat ook die opstelling zo zou lopen en tegelijkertijd besefte dat het niet solide is. Waarom? Vanwege eerder opgedane ervaringen met deze mensen, die zich niet bekeerden van hun wegen,maar verder de weg van misleiding opgaan en daardoor mensen op het verkeerde spoor zetten. Mijn bede is dat de oprechte bezoekers/deelnemers door honger naar de waarheid verder zullen wandelen en niet opgaan in die organisatie.

Denkend aan de profeet Ezechiël die verschillende hartgrondige waarschuwingen meekreeg, die wij, deel uitmakend van het koninkrijk van priesters, zeer ter harte moeten nemen, denk ik, getuige de volgende woorden:

Eze 2:3  En Hij zeide tot mij: Mensenkind! Ik zend u tot de kinderen Israels, tot de rebellerende volken, die tegen Mij gerebelleerd hebben; zij en hun vaderen hebben overtreden tegen Mij tot op dezen zelven huidigen dag. 
Eze 2:4  En deze kinderen zijn hard van aangezicht, en stijf van hart; Ik zend u tot hen, en gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de Heere HEERE! 
Eze 2:5  En zij, hetzij dat zij het horen zullen, of hetzij dat zij het laten zullen (want zij zijn een wederspannig huis), zo zullen zij weten, dat een profeet in het midden van hen geweest is. 

(..)

Jesaja 41: Isa 41:14  Vrees niet, gij wormpje Jakobs, gij volkje Israels! Ik help u, spreekt de HEERE, en uw Verlosser is de Heilige Israels! 
Isa 41:15  Ziet, Ik heb u tot een scherpe nieuwe dorsslede gesteld, die scherpe pinnen heeft; gij zult bergen dorsen en vermalen, en heuvelen zult gij stellen gelijk kaf. 
Isa 41:16  Gij zult ze wannen, en de wind zal ze wegnemen, en de stormwind zal ze verstrooien; maar gij zult u verheugen in den HEERE; in den Heilige Israels zult gij u roemen.

Deze woorden zijn ons tot steun vanwege het belang om Vaders Waarheid door te geven, te delen, partijdig, onpartijdig, ter gelegener en ongelegen tijd:

2Ti 4:2  Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer. 
2Ti 4:3  Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelven leraars opgaderen, naar hun eigen begeerlijkheden; 
2Ti 4:4  En zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabelen. 
2Ti 4:5  Maar gij, wees wakker in alles, lijd verdrukkingen; doe het werk van een evangelist, maak, dat men van uw dienst ten volle verzekerd zij. 

Een ander terugkomend hardnekkige gewoonte is om mensen in messiaanse “kooien” te verzamelen en uit het oog verliest om hen zelfstandig helpen te worden, zoals Yeshua eenvoudige mensen koos om hen in een driejarige omgang met de nodige praktische toerusting uit te zenden.

In de kooien draait men een terugkerend programma af, met vaak vooraf gekozen zang, een veelal mannelijke spreker uit een sprekerscollectief om hen na een gezamelijke maaltijd uit te zwaaien. Nu kan dat voor beginnelingen heilzaam zijn, maar waar blijft de uitdaging om als een familie bij elkaar te komen en een ieder ruimte te geven om zelf te antwoorden op een bepalende vraag?

Waaruit blijkt het vertrouwen in Yeshua’s woorden dat na Hem de Ruach haKodesh zou komen om alles indachtig te maken wat Yeshua de mensen geleerd had toen Hij op aarde was?

Recentelijk een verslag vernomen waarin overduidelijk bleek dat wij oprechte christenen die oprecht belangstellend zijn naar de bijbelse kalender van Abba YHVH bij een eenvoudige familie mogen introduceren,maar niet naar een m.gemeente. Het bleek dat men daar geheel niet zat te wachten op nieuwelingen die oprecht geinteresseerd waren. Zij waren Yosef incognito en gingen voor het “Amen” alweer huiswaarts, een ervaring rijker. Wij ook. Laten we de waarschuwing ter harte nemen en familie blijven als we dat  pad al ingeslagen zijn.

Van huis tot huis brood brekende…

Dat is wat ons gegeven is en Hij gaat vooruit. In die opstelling krijgt Hij de eer.

Grootvader wandelde de bomenlaan uit naar een huis in Amerongen om aldaar eenvoudig de bijbel te openen om daaruit te gaan uitleggen. We hebben in het drents-friese woud ook zo’n soort bomenlaan en wanneer ik daar doorheen fiets denk ik aan grootvader, een eenvoudige landman. M’n vader was als jongetje verwonderd om zijn vaders uitleg, vertelde hij, vooral dat moeilijke hoofdstuk uit Ezechiël 1. In dat spoor ging mijn vader ook, nooit werd hij kerklid, omdat hij zichzelf niet wederomgeboren kon maken, zei hij en dat moet je wel verklaren bij de geloofsbelijdenis. Zo nu en dan bezochten wij een kerk, maar ook thuislezen was ons niet vreemd. En zo leidde de Vader mij ook in het spoor van mijn voorvaders en veel verder terug die andere voorvaders/moeders. Totdat Hij mij de woorden gaf over dat van huis tot huis brood brekende. Dat was de bevestiging om van Hem Zijn wegen te leren.

Wij Zijn navolgers, eerstelingen des geestes…Vragen naar Zijn Stem en doen wat Hij zegt. Dan zullen wij vrucht dragen, dat Hem behaagt.

Alle eer aan de Eerstgeborene, Die de verantwoording voor Zijn huis nam!

 

 

 

 

 

 

 


1 reactie

Zie, ik stel u heden voor…

Opmerkelijk dat in één week tijds mij twee keer iets toevertrouwd werd, dat belangrijk genoeg is om te vermelden.

De woorden die ik duidelijk doorkreeg, brachten mij onder andere de volgende verzen in gedachten.

Joe_2:28  En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien;
Act_2:17  En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen.

In Joël wordt met “Ouden” de volgende betekenis zichtbaar:

H2205 zik-nei-Chem
זָקֵן
zâqên
zaw-kane’
From H2204; old: – aged, ancient (man), elder (-est), old (man, men and . . . women), senator.

In Handelingen:
πρεσβύτερος
presbuteros
pres-boo’-ter-os
Comparative of πρέσβυς presbus (elderly); older; as noun, a senior; specifically an Israelite Sanhedrist (also figuratively, member of the celestial council) or Christian “presbyter”: – elder (-est), old.

Zoals ik het begrijp wordt met “ouden” personen bedoeld die langer op weg zijn op het pad van schriftuurlijk geloof.

Woorden die ik na het ontwaken op 4 december jl hoorde herhalen, als onderdeel in een nachtelijk gesprek:

Ik stel u heden voor, het goede en het kwade…

Die woorden kwamen mij bekend voor en zocht ze op in het Woord:

Deut 30: 15  Ziet, ik heb u heden voorgesteld het leven, en het goede, en den dood, en het kwade.

Voor ik ze uitdiep in een breder perspectief, kwam de volgende hieronder geschreven gedachte:

Overeenkomstig de keuze zal de vrucht zijn oftewel het resultaat.

Nu wil het geval zijn, dat de vorige boodschap in dezelfde week was, dat Abba YHVH Zijn volkje Israel veilig gesteld heeft en zou de boodschap in Deuteronomium daar ook wat mee te maken hebben?

Voor nu?

Jazeker!

Zie, Ik stel u heden voor…

Heden…vandaag de dag…

Mozes geeft door wat YHVH hem vertelde, nadat het volk hem had verkozen het woord te doen. Dat wat niet de keuze van Abba YHVH overigens. En wat geeft Mozes door?

Deu 30:16  Want ik gebiede u heden, YHVH,, uw God, lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen, en te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, opdat gij levet en vermenigvuldiget, en YHVH, uw God, u zegene in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven. 

In Zijn wegen te wandelen, Zijn geboden te houden (bewaren), Zijn inzettingen en Zijn rechten, opdát…

Deu 30:17  Maar indien uw hart zich zal afwenden, en gij niet horen zult, en gij gedreven zult worden, dat gij u voor andere goden buigt, en dezelve dient; 

Dán:

Deu 30:18  Zo verkondig ik ulieden heden, dat gij voorzeker zult omkomen; gij zult de dagen niet verlengen op het land, naar hetwelk gij over de Jordaan zijt heengaande, om daarin te komen, dat gij het erfelijk bezit. 

Deu 30:19  Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen den hemel en de aarde; het leven en den dood heb ik u voorgesteld, den zegen en den vloek! Kiest dan het leven, opdat gij levet, gij en uw zaad;
Deu 30:20  Liefhebbende YHVH, uw God, Zijner stem gehoorzaam zijnde, en Hem aanhangende; want Hij is uw leven en de lengte uwer dagen; opdat gij blijft in het land, dat YHVH uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft hun te zullen geven.

Wie zijn die andere goden heden ten dage?

Steunen op rijkdom? Eigen sterkte? Idolen, mensen?

Of let het nog nauwer?

Want zijn rijkdom en sterk zijn op zich een vloek?

Nee toch…het is de eer eraan die men op de eerste plaats stelt zonder de Bron te vermelden door wie de welvarenheid en sterkte verkregen werd.

Zie Hosea, die het voortreffelijk verwoordt:

Hos_2:7  Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en den most, en de olie gegeven heb, en haar het zilver en goud vermenigvuldigd heb, dat zij tot den Baal gebruikt hebben.

Hos 2:8  Daarom zal Ik wederkomen, en Mijn koren wegnemen op zijn tijd, en Mijn most op zijn gezetten tijd; en Ik zal wegrukken Mijn wol en Mijn vlas, dienende om haar naaktheid te bedekken. 

Teruggaande naar de woorden “Zie, ik stel u heden voor het goede en het kwade in hoofdstuk 30 van het boek Deuteronomium, geeft aan dat voorgaande hoofdstukken 28 en 29 de zegen en de vloek uitleggen. Overeenkomstig onze keuze zal het resultaat zijn.

Verblinding komt over ons als wij YHVH niet de allereerste en hoogste eer geven, door aan te geven dat Hij het is Die ons kracht geeft om sterk te zijn; dat Hij het is Die ons welvaren geeft; Dat Hij het is Die mensen op ons pad brengt; dat Hij het is Die ons draagt in lijden om Zijn Naams wil, dat Hij ons loutert als wij struikelen en dat Hij het is Die ons opricht. Dat Hij het is, waardoor wij wijze inzichten ontvangen in besluitvorming of keuze.

Het goede staat beschreven in Deuteronomium 28: 1-14; het kwade in Deut 28:15-68.

Bedenk dat het volkje Israel door YHVH verkozen werd en Hij hen de zegen én vloek voorlegde. Als verbondsvolk was het ja of nee van hun kant uit. Er kwam een nee weten we, daarom voerde Abba YHVH een ultieme mogelijkheid door Yeshua in te zetten.

Bedenk ook dat het volkje Israel niet bestond uit één stam, maar uit twaalf stammen, hun metgezellen en veel vermengd volk. Zij begonnen aan de reis voorbij de berg. De bijbelse geschiedenis vertelt ons nauwkeurig het verslag. En het geschreven Woord van YHVH is de enige leidraad om tot een zorgvuldig inzicht te komen.

Dan gaan we inzien dat bepaalde gebeurtenissen niet plaatsvinden als lijden om YHVHs wil, maar dat zij gevolgen zijn van de eer aan mensen geven in plaats van aan YHVH.

En als we dat inzicht ontvangen is het zaak om teshuvah(bekering) te doen, om te keren en de eer te geven aan Hem Die het toekomt.

Dát is het praktisch in werking zetten van het antwoord onze Schepper Die eenzijdig een verbond met ons aanging bij Abraham.

Gen_17:5  En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.

Herhaald ondermeer in:

Gen_48:19  Maar zijn vader weigerde het, en zeide: Ik weet het, mijn zoon! ik weet het; hij zal ook tot een volk worden, en hij zal ook groot worden; maar nochtans zal zijn kleinste broeder groter worden dan hij, en zijn zaad zal een volle menigte van volkeren worden.

Alleen volkeren?

We weten uit de Hebreeënbrief, dat wat er aan volksverschillen onder aan de berg stond, een voorbeeld voor ons mag zijn, wie Vaders verbondsvolk is.

Niet uit oog verliezen wat de voorwaarden van Abba YHVH zijn, dan zullen we tot het goede besluit komen en Hem de juiste eer geven die Hem toekomt.

Alle eer aan Hem Die mij leven gaf.

Beproef wat ik probeer uit te leggen, hartelijk dank!

Naschrift: Alle woorden die de Vader richt aan mensen zijn vanuit het verbond, dat Hij eenzijdig bezegelde; eerst met dieren (eerste verbond), later met Yeshua (vernieuwde verbond). Wij kunnen als mens de woorden niet naar onze eigen willekeur uitzoeken en kiezen. Hij stelt ons de voorwaarden en aan ons de keus om in het verbond met Hem te komen. Overeenkomstig onze keuze zal het resultaat zijn.


1 reactie

Wie zijn de Laodicenzen?

Rev 3:14  En schrijf aan den engel van de Gemeente der Laodicensen: Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods:
Rev 3:15  Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet!
Rev 3:16  Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen.
Rev 3:17  Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.
Rev 3:18  Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.
Rev 3:19  Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.
Rev 3:20  Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.
Rev 3:21  Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.
Rev 3:22  Die oren heeft, die hore, wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

Druk, druk, druk, druk… keuzemogelijkheden te over…

Met alles druk zijn of druk worden gemaakt… Is dat het werktuig van de tegenstander om mensen af te stompen zodat wij het zijn gaan vervangen voor het worden?

Hoe worden ontmoetingen ingevuld?

Met het delen van onze eigen lust op de rustdag?

Wat wordt onder onze eigen lust verstaan?

Isa 58:13  Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt; 

Isa 58:14  Dán zult gij u verlustigen in YHVH/den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des YHVH’s/HEEREN heeft het gesproken. 

Doende jullie eigen lust op Mijn, zegt YHVH, heilige dag.

doingH6213 thy pleasureH2656 on my holyH6944 day;

H2656
חֵפֶץ
chêphets
khay’-fets
From H2654; pleasure; hence (abstractly) desire; concretely a valuable thing; hence (by extension) a matter (as something in mind): – acceptable, delight (-some), desire, things desired, matter, pleasant (-ure), purpose, willingly.
Total KJV occurrences: 39

Is het een kenmerk dat de vurigheid afgenomen is, waardoor de eigen wekelijkse dingen Zijn Dag meer invullen dan de werken die Hij in ons doet?

Is dat het kenmerk van de lauwheid?

 Is dat tevens een signaal dat bij voortgang het volgende wacht?

In de tekst lees ik dat Abba YHVH het doorziet en aanraadt om Zijn goud te kopen voordat Hij met de bestraffing en de kastijding komt.

Laten wij een lijstje noemen om na te gaan hoe wij Zijn heilige dag zijn gaan doorbrengen.

Niet kopen of verkopen op shabbat. Nehemia wist dat al:

13:17  Zo twistte ik met de edelen van Juda, en zeide tot hen: Wat voor een boos ding is dit, dat gijlieden doet, en ontheiligt den sabbatdag?
Neh 13:18  Deden niet uw vaders alzo, en onze God bracht al dit kwaad over ons en over deze stad? En gijlieden maakt de hittige gramschap nog meer over Israel, ontheiligende den sabbat.
Neh 13:19  Het geschiedde nu, als de poorten van Jeruzalem schaduw gaven, voor den sabbat, dat ik bevel gaf, en de deuren werden gesloten; en ik beval, dat zij ze niet zouden opendoen tot na den sabbat; en ik stelde van mijn jongens aan de poorten, opdat er geen last zou inkomen op den sabbatdag.
Neh 13:20  Toen vernachtten de kramers, en de verkopers van alle koopwaren, buiten voor Jeruzalem, eens of tweemaal.
Neh 13:21  Zo betuigde ik tegen hen, en zeide tot hen: Waarom vernacht gijlieden tegenover den muur? Zo gij het weder doet, zal ik de hand aan u slaan. Van dien tijd af kwamen zij niet op den sabbat.

Strekt zich dat ook uit naar de media, waar we indirect met zaken te maken krijgen waarvoor gegokt en gesponsord wordt?

Betaalde sport, alle soorten media die niet bijbelgerelateerd zijn, spreken over alles wat met louter materie te maken heeft, kinderen toelaten zich te vullen met wat hun aandacht afhoudt van Zijn heilige dag. Feestjes van mensen, die niets te maken hebben met Zijn heilige dag en ook niets toevoegen aan Zijn heilige dag (tenzij Abba YHVH ons duidelijk zendt tot die verloren schapen van Israels huis).(1)

Job 1:4  En zijn zonen gingen, en maakten maaltijden in ieders huis op zijn dag; en zij zonden henen, en nodigden hun drie zusteren, om met hen te eten en te drinken. 
Job 1:5  Het geschiedde dan, als de dagen der maaltijden omgegaan waren, dat Job henenzond, en hen heiligde en des morgens vroeg opstond, en brandofferen offerde naar hun aller getal; want Job zeide: Misschien hebben mijn kinderen gezondigd, en God in hun hart gezegend. Alzo deed Job al die dagen. 

Jobs kinderen waren volwassen…

Laten wij allen nauwkeurig nagaan, waar wij lauw in zijn geworden.

Zou het een kenmerk zijn dat onze kinderen lauw worden en wij hen omwille van onze ouderliefde voor hen willen blijven behoeden om hen te bewaren? Maar wat als zij lauw zijn omdat wij dat zelf zijn geworden?

Zelf heb ik begrepen dat het karakter van Laodicea niet iets van vroeger is, maar van alle tijden.

Wat moet er gebeuren dat de lauwheid gepaard met tolerantie verandert in vurigheid en de daarmee gepaard gaande radikaliteit voor onze Meester?

Gij geheel anders

Weest heilig want Ik ben heilig.

“Gelaat, daad en praat is een oud gezegde.

Het moet op te vallen zijn, dat de shabbat een geheel andere dag is dan de wekelijkse.

De wereld ziet aan wat voor ogen is en de shabbat zien zij door hoe wij die doorbrengen en zo een spiegel zijn wie YHVH is.

Laten wij die verantwoordelijkheid nauw nemen!

Rev 3:18  Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.
Rev 3:19  Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u.

Wanneer wij niet hebben gehoord en onderzocht, blijft er voor Abba YHVH de bestraffing en kastijding over omdat Hij ons liefheeft en ons terug wil halen.

Laten wij de ingeslopen gist opruimen. Niet alleen op shabbat, maar alle dagen. Het lijstje(1) helpt ons namelijk niet om in die rust te komen, die Abba YHVH bedoeld heeft op Zijn rustdag en Zijn feestdagen. Er naartoe werken om in Zijn rust te gaan, betekent dat we het dagelijkse zoveel als mogelijk loslaten om onszelf te gunnen die specifieke rust te omarmen. Dat gaat namelijk niet wanneer we onszelf toestaan allerlei niet toedoende afleidingen te hebben. Dat betekent niet dat we omslaan naar opzitten en niets doen of allerlei geestelijkheden zonder dat ons hart erbij betrokken is. en wat te denken van wat Abba YHVH Zelf zegt in Amos 5. Het moest ons tot nadenken stemmen.

Joh 15:1  Ik ben de ware Wijnstok, en Mijn Vader is de Landman.
Joh 15:2  Alle rank, die in Mij geen vrucht draagt, die neemt Hij weg; en al wie vrucht draagt, die reinigt Hij, opdat zij meer vrucht drage.
Joh 15:3  Gijlieden zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb.
Joh 15:4  Blijft in Mij, en Ik in u. Gelijkerwijs de rank geen vrucht kan dragen van zichzelve, zo zij niet in den wijnstok blijft; alzo ook gij niet, zo gij in Mij niet blijft.
Joh 15:5  Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen. 

Beproef mijn woorden!


Een reactie plaatsen

Het RegenRijk

“Begeert/vraagt van YHVH regen, ten tijde des spaden regens”.

Zacharia 10:1.

We ontvingen opnieuw een schrijven van het ons bekende echtpaar Frank, waarin bovenstaande tekst naar voren kwam…

Zacharia hoofdstuk 10 is een synopsistekst die informatie bevat over elk huis van Israël en zijn respectievelijke bestemming. In slechts zeven en een half vers (3b-12) probeert de profeet een deel van de geschiedenis van elk huis samen te vatten, wat al eeuwen na het leven van Zacharias is vervuld, en wat nog moet komen. Bovendien verwijst de profeet zelfs naar eerdere profetieën over vooral het noordelijke huis van Israël, en reageert daarop.
Alleen een woord dat door de Elohim van Israël wordt ingefluisterd, zij het door menselijke tussenkomst, kan met zo weinig woorden de juiste snaar raken en zo veelomvattend en gedetailleerd zijn. De woorden van Zacharias over Juda’s militaire bekwaamheid (vs. 3b, 4b, 5, 6a) hebben in onze tijd hun vervulling gezien.
Wat de “hoeksteen” (v. 4a) betreft, dat kan gemakkelijk een verwijzing zijn naar Yeshua (“de steen die de bouwers verwierpen is de belangrijkste hoeksteen geworden” Ps. 118:22; Lukas 20:17).
De ‘tentpin’ heeft te maken met het overnemen van het land, als we het gebruik van deze beeldspraak vergelijken met Jesaja 54:2: ‘Maak de plaats van uw tent groter en laat ze de gordijnen van uw woningen uitstrekken; Verleng uw koorden en versterk uw inzet”. Dit woord wacht nog steeds om in de toekomst tot zijn volheid te komen.
In vers 6b komen we het “huis van Jozef” tegen, die gekwalificeerd wordt door “gered te worden”, en door “teruggebracht te worden” (naar het land). En terwijl in Hosea wordt gezegd dat YHVH “geen genade” met hen heeft gehad, en dat zij “niet Mijn volk” zouden zijn, staat hier: “Ik heb genade met hen”, en “zij zullen zijn alsof Ik ze niet had geworpen.” hen opzij; want ik ben YHVH, hun Elohim”. Deze woorden weerspiegelen ongetwijfeld die van Hosea. Maar hoewel de uitspraken van laatstgenoemde over het noordelijke huis van Israël nog steeds een voldongen feit zijn, is dit niet het geval in de profetie van Zacharias.
Hoofdstuk 10 van zijn boek gaat verder met het beschrijven van Efraïms toekomstige dapperheid, hun vreugde en hun verzameling (vers 7). In de volgende verzen is er zelfs een verwijzing naar hun ‘Jizreël’-identiteit (zie Hosea 1:4,5), ook naar hun verlossing, en hun ‘herinnering’ (niet langer in de staat van vergeetachtigheid zijn – Menashe).
De delen van het land Israël, die voorbestemd zijn om hun erfdeel te zijn, worden ook opgesomd. De verzen 11 en 12 eindigen het hoofdstuk met de mededeling dat Jozef, nadat hij door een “zee van problemen” is gegaan (in navolging van de Exodus en het oversteken van de Rietzee), verder gesterkt zal worden door hun Elohim.
Zoals gezegd kunnen er nog veel meer verwijzingen (en uitwerkingen) van deze woorden aan dit korte verslag worden toegevoegd, vooral die van Jesaja, Jeremia en Ezechiël.
Er is echter één deel van het hoofdstuk dat we tot nu toe volledig hebben genegeerd: “Vraag YHVH om regen in de tijd van de late regen. YHVH zal weerlichten/flitsende wolken maken; Hij zal ze regenbuien geven, gras in het veld voor iedereen.
Want de afgoden spreken bedrog; de waarzeggers voorzien leugens en vertellen valse dromen; ze troosten tevergeefs. Daarom gingen de mensen weg als schapen; ze zitten in de problemen omdat er geen herder is. Mijn woede is ontstoken tegen de herders, en ik zal de geitenhoeders straffen… “(vs. 1-3a).
YHVH bezweert ons om te vrágen om de “malkosh”, wat de late regen is. Bovendien zou Hij bezig zijn met het maken van flitsende wolken en het beloven van regen.
Wat is het verband tussen ‘regen’, vooral de late regen, en de profetie over Juda en Jozef?
Laten we doorgaan…. YHVH wijst op de obstakels voor het herstel van heel Israël. De leiders van de natie in wording hebben het volk misleid, in die mate dat hun aanwezigheid lijkt alsof ze afwezig waren (zowel Jesaja, Jeremia als Ezechiël gaan uitgebreid in op dit onderwerp). Dus zonder rechtvaardig leiderschap zijn wat wordt getolereerd of geaccepteerd “afgoden, waanvoorstellingen, waarzeggers, leugens, valse dromen” die allemaal “tevergeefs troosten” waardoor YHWH’s volk op een dwaalspoor raakt.
Is Elohim niet in staat om met al deze zaken om te gaan en ze uit te wissen ter wille van Zijn volk?
Als dat zo is, waarom gebiedt Hij Zijn volk dan om de late regen te vragen, en wat voor soort regen?
Het lijkt erop dat Elohim een ​​taak heeft voor Zijn volk. Hij verlangt naar samenwerking. “Vraag om regen ten tijde van de late regen…!”
De late regens zijn regens die aan het einde van het regenseizoen, in de lente van het jaar, vallen.
Maar ongetwijfeld verwijzen deze regens, die hier genoemd worden, naar de regens van de Geest met als doel de bovengenoemde onwaarheden te vernietigen.
Omdat hij geen betrouwbare leiders heeft, positioneert YHVH Zichzelf als de Leider die Zijn volk oproept om actief naar Hem te kijken om de Geest van Heiligheid te sturen, dezelfde Geest die op de discipelen viel op Shavuot (tijdens de periode van de – letterlijke – laatste regen in Israël).
Laten we nu horen/lezen wat Yeshua te zeggen heeft over het zoeken naar de Geest: “Dus ik zeg je: vraag, en je zal gegeven worden; zoek, en je zult vinden; klop, en er zal voor je opengedaan worden. Want iedereen die vraagt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en voor wie klopt, zal worden opengedaan. Als een zoon van een vader onder jullie om brood vraagt, zal hij dat dan doen?

Geef ik hem een ​​steen? Of als hij om een ​​vis vraagt, zal hij hem dan een slang geven in plaats van een vis? Of als hij om een ​​ei vraagt, zal hij hem dan een schorpioen aanbieden? Als u dan, omdat u slecht bent, goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal uw hemelse Vader dan de Heilige Geest geven aan degenen die Hem erom vragen!” (Lucas 11:9-13 cursivering toegevoegd).
Op een andere plaats zegt Yeshua het volgende over deze kwestie: “Daarom zeg ik u: elke zonde en godslastering zal de mens vergeven worden, maar de godslastering tegen de Geest zal de mens niet vergeven worden. Iedereen die een woord spreekt tegen de Zoon des Mensen ., het zal hem vergeven worden; maar wie tegen de Heilige Geest spreekt, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de komende eeuw” (Mattheüs 12:31-32).
Hosea, wiens boodschap sterk gericht is op Jozef en zijn hereniging met Juda, zegt het volgende: “Laat ons het weten, laten we de kennis van YHVH nastreven. Zijn vertrek staat vast als de ochtend; Hij zal naar ons toe komen als de regen, zoals de laatste en vroegere regen op de aarde” (nadruk van Hosea 6:3 toegevoegd).
Misschien is wat Abba in deze tijd van chaos en verwarring, deze periode van geweld die wordt gekenmerkt door het loslaten van alle morele normen, datgene waartoe Abba ons ‘overlaat’, en dat is het vragen om het dubbele deel van de De regen van de geest.
Omdat elk gebied van het leven zo wanordelijk is, zijn natuurlijke oplossingen verre van bevredigend. Op mondiaal niveau zijn de zaken zelfs nog erger. Maar is het mogelijk dat YHVH’s Geest van Heiligheid – Ruach HaKodesh – druk bezig is gebruik te maken van elke intentie en handeling, of deze nu goed of slecht is, en deze op puzzelachtige wijze in hun rechtmatige positie te plaatsen, waardoor Zijn Koninkrijk uit de huidige duisternis naar voren komt? waar Zijn Geest boven zweeft? Als we Hem zoeken naar die grotere mate van Geest, om ons te leiden en te begeleiden bij het verwijderen van de obstakels op Zijn pad (zie Jes. 40:3; 62:10), zal Hij ons zeker niet verloochenen.


Een reactie plaatsen

Abraham’s verantwoordelijkheid

Vandaag kwam de gedachte in mij op over de geschiedenis van Abraham, hoe hij voor zijn zoon Izak een vrouw zocht uit zijn eigen volk. Dat kan men lezen in Genesis 24: 3 en 4.

Abraham wil beslist geen vrouw voor zijn zoon die niet de normen en waarden kent en doet, die hij zijn zoon geleerd heeft. Wat een voorbeeld voor ons vandaag de dag!

Gen 24:3  Opdat ik u doe zweren bij YHVH,, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon; 
Gen 24:4  Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn maagschap trekken, en voor mijn zoon Izak een vrouw nemen zult. 

Gen 24:5  En die knecht zeide tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten wederbrengen in het land, waar gij uitgetogen zijt? 

Abraham heeft een groot geloof en hij zegt:

Gen 24:6  En Abraham zeide tot hem: Wacht u, dat gij mijn zoon niet weder daarheen brengt! 
Gen 24:7  YHVH, de God des hemels, Die mij uit mijns vaders huis en uit het land mijner maagschap genomen heeft, en Die tot mij gesproken heeft, en Die mij gezworen heeft, zeggende: Aan uw zaad zal Ik dit land geven! Die Zelf zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt. 

Zo rechtvaardig en schriftuurlijk getrouw zegt Abraham de volgende woorden:

Gen 24:8  Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.
Gen 24:9  Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak. (zie vers 1 en 2).

Abraham vertrouwde vast op YHVH uitgaande van de belofte die Hij aan Abraham gedaan had en in die lijn handelde zijn knecht ook:

Gen 24:10  En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamie, naar de stad van Nahor.
Gen 24:11  En hij deed de kemelen nederknielen buiten de stad, bij een waterput, des avondtijds, ten tijde, als de putsters uitkwamen.
Gen 24:12  En hij zeide: YHVH! God van mijn heer Abraham! doe haar mij toch heden ontmoeten, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer.
Gen 24:13  Zie, ik sta bij de waterfontein, en de dochteren der mannen dezer stad zijn uitgaande om water te putten; 

En hij vraagt Abba YHVH om een teken:

Gen 24:14  Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken; diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt, en dat ik daaraan bekenne, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt. 

Staat er niet geschreven dat eer wij roepen, Hij antwoorden zal, Laten wij de geschiedenis met aandacht lezen:

Gen 24:15  En het geschiedde, eer hij geeindigd had te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, welke aan Bethuel geboren was, de zoon van Milka, de huisvrouw van Nahor, de broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder.
Gen 24:16  En die jonge dochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik, en ging op.
Gen 24:17  Toen liep die knecht haar tegemoet, en hij zeide: Laat mij toch een weinig waters uit uw kruik drinken.
Gen 24:18  En zij zeide: Drink, mijn heer! en zij haastte zich en liet haar kruik neder op haar hand, en gaf hem te drinken.
Gen 24:19  Als zij nu voleindigd had van hem drinken te geven, zeide zij: Ik zal ook voor uw kemelen putten, totdat zij voleindigd hebben te drinken.
Gen 24:20  En zij haastte zich, en goot haar kruik uit in de drinkbak, en liep weder naar den put om te putten, en zij putte voor al zijn kemelen. 

Wanneer wij Abba YHVH om een zaak of situatie vragen, krijgen wij oog voor details:
Gen 24:21  En de man ontzette zich over haar, stilzwijgende, om te merken, of YHVH zijn weg voorspoedig gemaakt had, of niet. 

Voorts heeft hij haar gevraagd, zie vers 23:

Gen 24:22  En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds.
Gen 24:23  Want hij had gezegd: Wiens dochter zijt gij? geef het mij toch te kennen; is er ook ten huize uws vaders plaats voor ons, om te vernachten?
Gen 24:24  En zij had tot hem gezegd: Ik ben de dochter van Bethuel, den zoon van Milka, die zij Nahor gebaard heeft.
Gen 24:25  Voorts had zij tot hem gezegd: Ook is er stro en veel voeders bij ons, ook plaats om te vernachten. 

De knecht heeft meer dan voldoende tekenen ontvangen. Hij kan en wil niet anders dan Abba YHVH loven en prijzen:

Gen 24:26  Toen neigde die man zijn hoofd, en aanbad den HEERE;
Gen 24:27  En hij zeide: Geloofd zij YHVH, de God van mijn heer Abraham, Die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer; aangaande mij, YHVH heeft mij op dezen weg geleid, ten huize van mijns heren broederen. 

De geschiedenis gaat verder en is zó vol van waardevolle details:

Gen 24:28  En die jonge dochter liep, en gaf ten huize harer moeder te kennen, gelijk deze zaken waren. 
Gen 24:29  En Rebekka had een broeder, wiens naam was Laban; en Laban liep tot dien man naar buiten tot de fontein. 
Gen 24:30  En het geschiedde, als hij dat voorhoofdsiersel gezien had, en de armringen aan de handen zijner zuster; en als hij gehoord had de woorden zijner zuster Rebekka, zeggende: Alzo heeft die man tot mij gesproken, zo kwam hij tot dien man, en ziet, hij stond bij de kemelen, bij de fontein. 
Gen 24:31  En hij zeide: Kom in, gij, gezegende des YHVH’s! waarom zoudt gij buiten staan? want ik heb het huis bereid, en de plaats voor de kemelen. 
Gen 24:32  Toen kwam die man naar het huis toe, en men ontgordde de kemelen, en men gaf den kemelen stro en voeder; en water om zijn voeten te wassen, en de voeten der mannen, die bij hem waren. 

Gen 24:33  Daarna werd hem te eten voorgezet; maar hij zeide: Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij zeide: Spreek! 

Abrahams dienaar vertelt gedetaileerd de gehele geschiedenis, wat eraan vooraf ging en hoe het hem gegaan is:
Gen 24:34  Toen zeide hij: Ik ben een knecht van Abraham;
Gen 24:35  En YHVH heeft mijn heer zeer gezegend, zodat hij groot geworden is; en Hij heeft hem gegeven schapen, en runderen, en zilver, en goud, en knechten, en maagden, en kemelen, en ezelen.
Gen 24:36  En Sara, de huisvrouw van mijn heer, heeft mijn heer een zoon gebaard, nadat zij oud geworden was; en hij heeft hem gegeven alles, wat hij heeft. 


Gen 24:37  En mijn heer heeft mij doen zweren, zeggende: Gij zult voor mijn zoon geen vrouw nemen van de dochteren der Kanaanieten, in welker land ik wone;
Gen 24:38  Maar gij zult trekken naar het huis mijns vaders, en naar mijn geslacht, en zult voor mijn zoon een vrouw nemen!

Abrahams dienaar vertelt dat hij Abraham vraagt als het eens anders zou kunnen lopen:


Gen 24:39  Toen zeide ik tot mijn heer: Misschien zal mij de vrouw niet volgen.
Gen 24:40  En hij zeide tot mij: YHVH, voor Wiens aangezicht ik gewandeld heb, zal Zijn Engel met u zenden, en Hij zal uw weg voorspoedig maken, dat gij voor mijn zoon een vrouw neemt, uit mijn geslacht en uit mijns vaders huis.
Gen 24:41  Dan zult gij van mijn eed rein zijn, wanneer gij tot mijn geslacht zult gegaan zijn; en indien zij haar u niet geven, zo zult gij rein zijn van mijn eed. 

Bij de fontein:
Gen 24:42  En ik kwam heden aan de fontein; en ik zeide: O, HEERE! God van mijn heer Abraham! zo Gij nu mijn weg voorspoedig maken zult, op welke ik ga;
Gen 24:43  Zie, ik sta bij de waterfontein; zo geschiede, dat de maagd, die uitkomen zal om te putten, en tot welke ik zeggen zal: Geef mij toch een weinig waters te drinken uit uw kruik;
Gen 24:44  En zij tot mij zal zeggen: Drink gij ook, en ik zal ook uw kemelen putten; dat deze die vrouw zij, die de HEERE aan den zoon van mijn heer heeft toegewezen.
Gen 24:45  Eer ik geeindigd had te spreken in mijn hart, ziet, zo kwam Rebekka uit, en had haar kruik op haar schouder, en zij kwam af tot de fontein en putte; en ik zeide tot haar: Geef mij toch te drinken!
Gen 24:46  Zo haastte zij zich en liet haar kruik van zich neder, en zeide: Drink gij, en ik zal ook uw kemelen drenken; en ik dronk, en zij drenkte ook de kemelen.
Gen 24:47  Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo leide ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen; 

Hij vervolgt hoe hij niet anders kon dan YHVH aanbidden:
Gen 24:48  En ik neigde mijn hoofd, en aanbad YHVH; en ik loofde YHVH, den God van mijn heer Abraham, Die mij op den rechten weg geleid had, om de dochter des broeders van mijn heer voor zijn zoon te nemen.
Gen 24:49  Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, geeft het mij te kennen; en zo niet, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechter hand of ter linkerhand wende.
Gen 24:50  Toen antwoordde Laban, en Bethuel, en zeiden: Van den HEERE is deze zaak voortgekomen; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken.
Gen 24:51  Zie, Rebekka is voor uw aangezicht; neem haar en trek henen; zij zij de vrouw van den zoon uws heren, gelijk de HEERE gesproken heeft!
Gen 24:52  En het geschiedde, als Abrahams knecht hun woorden hoorde, zo boog hij zich ter aarde voor den HEERE.
Gen 24:53  En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en klederen, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar moeder kostelijkheden.
Gen 24:54  Toen aten en dronken zij, hij en de mannen, die bij hem waren; en zij vernachtten, en zij stonden des morgens op, en hij zeide: Laat mij trekken tot mijn heer! 

Haar broer en haar moeder hebben er vrede over maar willen haar nog enige dagen bij zich houden,maar de dienaar wil graag weer terug,waarop er een belangrijk volgend detail naar voren komt. Die van Rebekka zelf!


Gen 24:55  Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan.
Gen 24:56  Maar hij zeide tot hen: Houdt mij niet op, dewijl de HEERE mijn weg voorspoedig gemaakt heeft! laat mij trekken, dat ik tot mijn heer ga.
Gen 24:57  Toen zeiden zij: Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen. 

Rebekka antwoordt het volgende:
Gen 24:58  En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met dezen man trekken?

En zij antwoordde: Ik zal trekken.

Ze laten Rebekka gaan op grond van haar antwoord en zegenen haar:

Gen 24:59  Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen.
Gen 24:60  En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!
Gen 24:61  En Rebekka maakte zich op met haar jonge dochteren, en zij reden op kemelen, en volgden den man; en die knecht nam Rebekka, en toog heen. 

Terwijl Izak uitgegaan was in het veld om te bidden, zag hij de kamelen komen:
Gen 24:62  Izak nu kwam, van daar men komt tot den put Lachai-roi; en hij woonde in het zuiderland.
Gen 24:63  En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen! 

Zij zagen elkaar voor het eerst:
Gen 24:64  Rebekka hief ook haar ogen op, en zij zag Izak; en zij viel van den kemel af.
Gen 24:65  En zij zeide tot den knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zeide: Dat is mijn heer! Toen nam zij den sluier, en bedekte zich. 

De knecht verhaalde hoe het allemaal gegaan was:

Gen 24:66  En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had. 

Daarna:
Gen 24:67  En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood.

Toen mij deze geschiedenis duidelijk werd dat Abba YHVH hierin de leiding kreeg en de uitkomst zo groots was en zo duidelijk gedetailleerd voor eenvoudige mensen, heeft het mij een leidraad gegeven.

Dat we voor onze kinderen in de eerste plaats bidden dat zij een toekomstige wederhelft ontmoeten die de zegen van YHVH heeft. Maar hen ook aansporen zelf te bidden en vragen voor iemand uit hun eigen “volk”, hoewel schriftuurlijk gezien de vader daarin een bijzondere verantwoording heeft. Daar ligt mijn inziens een verborgenheid die zo makkelijk over het hoofd gezien wordt. Zou dat te maken hebben met een van de eigenschappen die Abba YHVH aan de rechtvaardige man gegeven heeft, namelijk die van beschermer?

Uit Babylon trekken heeft ook te maken met het loslaten van babylonische gewoonten als de termen “zij zijn oud en wijs genoeg om het zelf uit te zoeken, daar hebben ze ons niet voor nodig”. En zo shoppen opgroeiende kinderen vaak van de een naar de ander…

Onze kinderen zijn kostbaar, een erfdeel van YHVH en zij zijn ons nageslacht. De volgende generatie!

Wanneer wij terug willen gaan naar hoe de Vader het heeft bedoeld, zal Hij het ons geven. Ook hoe wij onze kinderen kunnen bewaren voor die ene. En dan denk ik ook aan gezinnen waarin één ouder het gezin het hoofd moet bieden. En ja, er zijn voorbeelden te over dat ook uit onze gelederen jongvolwassen kinderen niet die raad meekregen of er niet naar hebben willen handelen. Ook dat moeten we onder ogen zien. Daarin heb ik wel gezien dat Abba YHVH een Vader is van herstel en heling, om via een bocht, toch een recht pad wil geven.

Er valt nog veel meer over te zeggen, maar ik volsta met de raad om uw gedachten erover te willen laten gaan en vooral de Vader om inzicht te vragen. Hij wil gebeden worden en is het Hijzelf niet die Mozes aanspoorde met de volgende woorden:

Exo 14:15  Toen zeide YHVH tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken. (Exo 14: 13-16).

Rom 11:36  Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. 


1 reactie

Gelijk in de hemel alzo ook op aarde

Al had ik alles en had de liefde niet…ik was…

Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft…

Liefde…

Ik heb tegen u dat gij uw eerste liefde verlaten hebt…

Wat is de liefde die vanuit de Vader gaat?

Hartsrelatie.

Het concept wat YHVH neerzette, schiep, was het eerste echtpaar dat de raad kreeg kinderen te krijgen, zodat de aarde bevolkt zou gaan worden met Zijn erfdeel.

Kinderen zijn des HEEREN erfdeel zegt de oude vertaling. Kinderen zijn YHVH’s erfdeel.

Gelijk in de hemel alzo ook op de aarde…

Vanmorgen luisterde ik naar iemand die er door de Heilige Geest op attent werd gemaakt dat wat er in de hemelen gebeurt een weerspiegeling is van op de aarde..

De vraag die in mij opkomt is, wat verstaan wij van Vaders liefde? Hoe wil Hij dat wij liefhebben?

 Hoe willen wij beantwoorden aan Zijn liefde hier op aarde?

Het eerste wat ik mij bedenken kan, is vragen of Hij ons leven besturen wil…Niet dat wij dan willoze mensen worden, maar door Zijn inwonende Geest wordt ons willen gezuiverd. Hij “wandelt” als het ware met ons op. Wij worden door Yeshua’s zondeloze gegoten bloed, verbonden met Hem in Zijn trouwverbond.

Wij hier op aarde en Hij in Zijn woning.

Wij en Hij verlangend naar de dag dat het bruiloftsfeest mag aanvangen.

Welke opdracht ontvangen wij dan van Hem?

Staat er niet iets in Genesis geschreven wat reflecteert met de zendingsopdracht in de evangeliën?

Laat Ons mensen maken naar Ons evenbeeld..

Gaat dan heen in de gehele wereld en maakt hen tot Mijn dicipelen…

Mar 16:15  En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. 
Mar 16:16  Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. 
Mar 16:17  En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. 
Mar 16:18  Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden. 
Mar 16:19  De Messias Yeshua/Jezus dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan de rechter hand Gods. 
Mar 16:20  En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heere wrocht mede, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen. 

Zijn wij trouw gebleven aan onze eerste liefde?

Of hebben wij die verwaarloosd door in te gaan op nevenzaken, die op zich wel goed zijn, maar niet die prioriteit hebben waardoor mensenlevens behouden worden door die Ene, onze Behouder van het Leven?

Gelijk in de hemel alzo ook op de aarde…

Staat er niet ergens geschreven dat YHVH de hemel en de aarde zal laten getuigen aan de hand van onze inzet om Zijn opdracht te doen?

Deu_30:19  Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen den hemel en de aarde; het leven en den dood heb ik u voorgesteld, den zegen en den vloek! Kiest dan het leven, opdat gij levet, gij en uw zaad;
Deu_31:28  Vergadert tot mij al de oudsten uwer stammen, en uw ambtlieden; dat ik voor hun oren deze woorden spreke, en tegen hen den hemel en de aarde tot getuigen neme.

In deze dagen naar Yom Hakippurim is het goed om na te gaan of wij Zijn opdracht serieus blijven nemen, dan wel, na terugkeer, opnieuw opnemen.

Zodat wij aan het werk gezet worden in dat deel van Zijn wijngaard hier op aarde, luisterend naar Zijn instructies, opdat wij vrucht dragen en Hij het zegenen zal,zodat Hij tot Zijn eer komt.

HalleluYah.

NB Ik deel slechts, beproef mijn woorden!


Een reactie plaatsen

Wedstrijd der altaren

Bovenstaande titel hoorde ik lang geleden eens voorbijkomen en het is vanwege de omschrijving dat ik het bleef onthouden. Nu ik op Nederlands vlak in de wandelgangen activiteiten bespeur, die naar ik zo denk te zien, in deze categorie vallen, wil ik eens delen over de altaren die niet van YHVH zijn.

Het is goed om nauwkeurig het opgetekende relaas uit 1Koningen 18 te lezen. Daarin wordt duidelijk dat wat wij zelf opvoeren in plaats van dat wat YHVH ons rechtstreeks vanuit Zijn Geest te zeggen heeft, afgebroken wordt en geen vrucht draagt. Sterker nog in negatieve zin: onze eigen werken aanvoeren als waarheid, verleidt het volk.

Achab noemt Elia een beroerder. Met andere woorden, Elia brengt onrust bij de misleiders:

1Ki 18:17  En het geschiedde, als Achab Elia zag, dat Achab tot hem zeide: Zijt gij die beroerder van Israel? 
1Ki 18:18  Toen zeide hij: Ik heb Israel niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede, dat gijlieden de geboden des YHVH’s/ HEEREN verlaten hebt en de Baals nagevolgd zijt. 

Dat herinnert mij aan een telefoongesprek van een voorganger die mij vertelde dat een bij ons logerende “beroerder” hun schapen onrustig hadden gemaakt en dat de genodigde niet voor de tweede uitgenodigde keer mocht komen. Die tweede keer ging een van henzelf vóór en ontkrachtte alles van de in hun ogen beroerder. Deze echter had terechte waarschuwingen geuit en dat wilde de leiding niet aanvaarden. Hun altaar moest niet afgebroken worden en gaat door tot op de huidige dag met overeenkomstige vruchten.

1Ki 18:19  Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israel op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baal, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten. 
1Ki 18:20  Zo zond Achab onder alle kinderen Israels, en verzamelde de profeten op den berg Karmel.

Het volk was misleid geworden getuige de nu volgende woorden:
1Ki 18:21  Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord. 

De eenvoud van die ene gezondene:
1Ki 18:22  Toen zeide Elia tot het volk: Ik ben alleen een profeet des HEEREN overgebleven, en de profeten van Baal zijn vierhonderd en vijftig mannen. 

Elia, die als enige tegenover de vierhonderd en vijftig Baäl priesters staat, stelt het volgende voor:

1Ki 18:23  Dat men ons dan twee varren geve, en dat zij voor zich den enen var kiezen, en denzelven in stukken delen, en op het hout leggen, maar geen vuur daaraan leggen; en ik zal den anderen var bereiden, en op het hout leggen, en geen vuur daaraan leggen. 
1Ki 18:24  Roept gij daarna den naam van uw god aan, en ik zal den Naam des HEEREN aanroepen; en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn. En het ganse volk antwoordde en zeide: Dat woord is goed. 

En zo geschiedde:

Ki 18:25  En Elia zeide tot de profeten van Baal: Kiest gijlieden voor u den enen var, en bereidt gij hem eerst, want gij zijt velen; en roept den naam uws gods aan, en legt geen vuur daaraan. 
1Ki 18:26  En zij namen den var, dien hij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen den naam van Baal aan, van den morgen tot op den middag, zeggende: O Baal, antwoord ons! Maar er was geen stem en geen antwoorder. En zij sprongen tegen het altaar, dat men gemaakt had. 

Wanneer we verder lezen zien we dat YHVH Zich van Zijn Kant laat zien als de Almachtige, Die geen andere goden voor Zijn Aangezicht duldt.

Dat zou ons te denken moeten geven.

1Ki 18:31  En Elia nam twaalf stenen, naar het getal der stammen van de kinderen Jakobs, tot welke het woord des HEEREN geschied was, zeggende: Israel zal uw naam zijn. 
1Ki 18:32  En hij bouwde met die stenen het altaar in den Naam des YHVHs/ HEEREN; daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijdte van twee maten zaads. 
1Ki 18:33  En hij schikte het hout, en deelde den var in stukken, en leide hem op het hout. 
1Ki 18:34  En hij zeide: Vult vier kruiken met water, en giet het op het brandoffer en op het hout. En hij zeide: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Voorts zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male; 
1Ki 18:35  Dat het water rondom het altaar liep; daartoe vulde hij ook de groeve met water. 
1Ki 18:36  Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb. 
1Ki 18:37  Antwoord mij, YHVH/HEERE, antwoord mij; opdat dit volk erkenne, dat Gij, o YHVH/HEERE, die God zijt, en dat Gij hun hart achterwaarts omgewend hebt. 
1Ki 18:38  Toen viel het vuur YHVH/de HEEREN, en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op, hetwelk in de groeve was. 
1Ki 18:39  Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: YHVH, is Elohim/ De HEERE is God, de HEERE is God! 

Er wordt heel veel uitleg aangehaald met verwijzing naar het Woord en velen volgen sprekers na. Zien overal iets goeds in, maar hebben de moed niet of de woorden niet, om datgene wat niet klopt, aan de betreffende uitlegger te melden.

En zo gaat het voort.

Ik hoorde een inmiddels overleden en dierbare vriend meermalen vragen waar de profeten gebleven waren, die nog durven opstaan en een tegengeluid geven.

We zijn in de tijdsperiode beland van aangenaam verpozen en dat is een tijdsperiode van alle tijden. Niet onbekend in de tijd van de kinderen Israels in Kanaän.

Wedstrijd der altaren…

Er is een wedstrijd der altaren bezig en een paar kenmerken gaan daarmee gepaard. Men mag ondermeer niet daadwerkelijk in gesprek om een kritisch geluid te laten horen. Valt dat niet onder hoogmoed? Het kerkelijk programma is hoofdzakelijk de doorsnee gang van zaken en daarmee een gemeente geboren, waarvan de leidinggevenden en de genodigde sprekers een andere benadering krijgen dan de toehoorders.

Waar is het frissende vernieuwende geluid van het evangelie dat elke morgen nieuw is?

Dat een voorgenomen onderwerpbespreking onderbreekt omdat de Geest an Heiligheid iets anders in petto heeft dan het vooraf aangekondigde?

Zelden!

Het was denk ik omstreeks 1990 dat ik een gevoelen kreeg om naar een bijeenkomst te gaan waar ik ongeveer twee jaar niet meer was geweest omdat zij geen hart hadden om voor de vrede van Jeruzalem te bidden. Het was er alleen maar gericht op het “ik”gevoelen. De spreekster vertelde dat zij op weg naar de bijeenkomst stilgezet werd omdat de Heilige Geest haar een duidelijk aansporende ingeving gaf. Het onderwerp zo zei zij, zou ze in gehoorzaamheid onderbreken. En zo vertelde zij wat de Geest haar ingegeven had.

“Bidden jullie hier weleens voor de vrede van Jeruzalem?”vroeg zij.

Ik was min of meer perplex. Dáárom kreeg ik de aansporing naar de bewuste bijeenkomst te gaan omdat YHVH iets door iemand spreken zou!!

Nu, vervolgde zij op hun ontkenning, dan gaan we dat ook nu direct doen. Laten we gaan staan en Hem bidden voor de vrede van Jeruzalem.

Naderhand ging ik naar haar toe en zij vroeg mij of zij iets voor mij kon betekenen. Ik zei dat zij dat al had gedaan door gehoorzaam op te volgen wat de de Geest van Heiligheid haar ingaf.

Daarna begon zij te profeteren en wat zij uitsprak was bevestiging van wat ik alreeds in mijn hart had ontvangen van Hem.

Zo werkt YHVH als wij durven uit te stappen.

Laten wij nauwkeurig nagaan of wijzelf geen eigen altaren hebben gebouwd en ons daardoor vastgezet hebben zodat wij Zijn Stem amper horen kunnen ofwel verkeerd verstaan.

Laten wij uit eerbied voor onze Maker en Man alles van voor Zijn Aangezicht belijden en wegdoen, zodat alleen Zijn werk in ons zichtbaar wordt.

Hem eren door transparant te worden, verlangend om Zijn Manna elke dag te ontvangen in plaats van op oud brood te leven.

Het is Zijn Geest van Heiligheid Die ons in alle Waarheid van Hem leidt – Joh 14:26.

Zep 2:1  Doorzoek u zelf nauw, ja, doorzoek nauw, gij volk, dat met geen lust bevangen wordt! 
Zep 2:2  Eer het besluit bare (gelijk kaf gaat de dag voorbij), terwijl de hittigheid van YHVH’s/ des HEEREN toorn over ulieden nog niet komt; terwijl de dag van den toorn YHVH’s over ulieden nog niet komt. 
Zep 2:3  Zoekt YHVH/den HEERE, alle gij zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gij verborgen worden in den dag van den toorn des YHVHs/ HEEREN. 

Laat het ons niet gebeuren dat Hij ons niet kennen zal aan de werken door onszelf gedaan, maar dat Hij ons kennen zal aan de werken van Hem door ons gedaan.

Beproef mijn woorden!

 

 


Een reactie plaatsen

Wat voor taak hebben wachters en wie stelt ze aan?

Steeds opnieuw de laatste tijd word ik bepaald bij het wachtersschap en ik denk dat de Geest van Heiligheid dat ingeeft omdat het nodig is om daarmee aan de slag te gaan, waar het verwaarloost wordt, ontbreekt of nog erger, men op eigen kundigheid vertrouwt in plaats van de Vader te vragen wie dat mag en kan zijn.

Vanmorgen kwamen de woorden: Wachter, wat is er van de nacht? Dát heb ik opgezocht en er de omschrijving bij gezocht.

Isa_21:11  De last van Duma. Men roept tot mij uit Seir: Wachter!(H48104) wat is er van den nacht? Wachter! wat is er van den nacht? Isa_21:12  De wachter zeide: De morgenstond is gekomen, en het is nog nacht; wilt gijlieden vragen, vraagt; keert weder, komt.

Wachter: H8104
שָׁמַר
shâmar
shaw-mar’
A primitive root; properly to hedge about (as with thorns), that is, guard; generally to protect, attend to, etc.: – beware, be circumspect, take heed (to self), keep (-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch (-man).
Total KJV occurrences: 468

Ik zal een aantal tekstaanhalingen erbij pakken waar het woord wachter in voor komt:

2Sa_18:24  David nu zat tussen de twee poorten; en de wachter ging op het dak der poort aan den muur, en hief zijn ogen op, en zag, en ziet, er liep een man alleen.
2Sa_18:25  Zo riep de wachter, en zeide het den koning aan; en de koning zeide: Indien hij alleen is, zo is er een boodschap in zijn mond; en hij ging al voort en naderde.
2Sa_18:26  Toen zag de wachter een anderen man lopende, en de wachter riep tot den poortier en zeide: Zie, er loopt nog een man alleen. Toen zeide de koning: Die is ook een boodschapper.
2Sa_18:27  Voorts zeide de wachter: Ik zie den loop des eersten aan, als den loop van Ahimaaz, Zadoks zoon. Toen zeide de koning: Dat is een goed man, en hij zal met een goede boodschap komen.

2Ki_9:17  De wachter nu stond op den toren te Jizreel, en zag den hoop van Jehu, als hij aankwam, en zeide: Ik zie een hoop. Toen zeide Joram: Neem een ruiter, en zend dien hunlieden tegemoet, en dat hij zegge: Is het vrede?
2Ki_9:18  En de ruiter te paard toog heen hem tegemoet, en zeide: Zo zegt de koning: Is het vrede? En Jehu zeide: Wat hebt gij met den vrede te doen? Keer om naar achter mij. En de wachter gaf het te kennen, zeggende: De bode is tot hen gekomen, maar hij komt niet weder.
2Ki_9:20  En de wachter gaf dit te kennen, zeggende: Hij is tot aan hen gekomen, maar hij komt niet weder; en het drijven is als het drijven van Jehu, den zoon van Nimsi, want hij drijft onzinniglijk.

Psa_127:1  Een lied Hammaaloth, van Salomo. Zo de HEERE het huis niet bouwt, te vergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, te vergeefs waakt de wachter.

Isa_21:5  Bereid de tafel, zie toe, gij wachter! eet, drink; maakt u op, gij vorsten, bestrijkt het schild!
Isa_21:6  Want aldus heeft de Heere tot mij gezegd: Ga heen, zet een wachter, laat hem aanzeggen, wat hij ziet.
Isa_21:11  De last van Duma. Men roept tot mij uit Seir: Wachter! wat is er van den nacht? Wachter! wat is er van den nacht?
Isa_21:12  De wachter zeide: De morgenstond is gekomen, en het is nog nacht; wilt gijlieden vragen, vraagt; keert weder, komt.

Eze_3:17  Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.
Eze_33:2  Mensenkind! spreek tot de kinderen uws volks, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hun einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen;
Eze_33:6  Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd; en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg; die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal Ik van des hand des wachters eisen.
Eze_33:7  Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.

Dan_4:13  Ik zag verder in de gezichten mijns hoofds, op mijn leger; en ziet, een wachter, namelijk een heilige, kwam af van den hemel,

Er ligt een ernst in het op eigen houtje aanstellen, gezien de volgende woorden uit Ezechiël:

Eze_44:8  En gijlieden hebt de wacht van Mijn heilige dingen niet waargenomen; maar gij hebt uzelven enigen tot wachters Mijner wacht gesteld in Mijn heiligdom.

Isa_62:6  O Jeruzalem! Ik heb wachters op uw muren besteld, die geduriglijk al den dag en al den nacht niet zullen zwijgen. O gij, die des HEEREN doet gedenken, laat geen stilzwijgen bij ulieden wezen!                                                                                         

Jer 4:16  Vermeldt den volke, ziet, doet het horen tegen Jeruzalem; daar komen hoeders uit verren lande; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda.
Jer_4:17  Als de wachters der velden zijn zij rondom tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is, spreekt de HEERE.
Jer_6:17  Ik heb ook wachters over ulieden gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin; maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren.

 De hoeders uit vers 16 hebben dezelfde taak en beschrijving als de wachter.

Brengt mij bij de woorden in Genesis 4:9 : ben ik mijns broeders hoeder…Inderdaad dezelfde betekenis als die van de wachter…onderzoek het zelf maar en neem er de Strongs bij en in de Hebreeuwse bijbel precies hetzelfde: השׁמרH8104Er gaat dus een grote verantwoordelijkheid van de door YHVH aangestelde wachter. Deze moet eigenschappen hebben, die denk ik, parallel lopen met die van de opziener.

Het is dus niet zo dat er zomaar iemand aangesteld kan worden, omdat een wachter ontbreekt. Deze moet tegen een stootje kunnen en te alle tijde bereid zijn YHVH’s Woord prioriteit te geven. Dat vraagt levenservaring en de bijbehorende inzichten, als trouw, geduld en inzet…

Wordt er regelmatig gesproken, uitgelegd, dat de roepingen en talenten in de gemeenschap aanwezig moeten kunnen functioneren? Wordt er ruimte gegeven dat men oefenen mag in deze talenten? Wordt er adequate aandacht gegeven aan de jongeren en jongvolwassenen, zodat zij het te Zijner tijd over kunnen nemen?

Bij verkeerd of ontbrekend wachtersschap lopen degenen die hen zijn toevertrouwd gevaar, want we weten van de dieven die over de muur klimmen en zich onder het volk vermengen. We hebben dat een keer meegemaakt. Er was een bijbels feest gaande in Drenthe. Op een avond kwam een man binnen waarvan wij wisten dat hij Yeshua ontkend had. De mensen in de zaal wisten er niets van. Wij kregen een onrustig gevoel en onze verantwoordelijkheid zette ons aan tot handelen. We wendden ons tot degenen die het organiseerden, maar in plaats van hem uit de zaal verwijderen, ging de een met de “liefde”een gesprek aan en een ander uit het team liep weg.

Wij allen die in Yeshua zijn, hebben ten alle tijde een verantwoordelijkheid want het is niet ons eigen feestje. Het moet de heiligheid van YHVH doorstaan -Galaten 3.

DE wapenrusting uit Efeze 5 staat ons ter beschikking en die hebben wij hard nodig. Vertrouwt op uw eigen inzicht niet – Spreuken 3:5-7.

Er ligt een profetische belofte in de volgende woorden voor de menigte van volkeren die door Yeshua tot de volgende taak worden gevormd:

Jer_31:6  Want er zal een dag zijn, waarin de hoeders op Efraims gebergte zullen roepen: Maakt ulieden op, en laat ons opgaan naar Sion, tot YHVH/ den HEERE, onzen Elohim!

Beproef mijn woorden!

@Hadassah