Voorwoord:
U bent van mij gewend, denk ik, dat ik de bijbelwoorden op een andere manier schrijf en dan doel ik op titels en namen. Welke onder andere:
HEERE, HERE, JEZUS CHRISTUS, GOD ea. Dat komt omdat ik ben gaan inzien dat geleerde vertalers onder invloed van judaistische stromingen veelal bij titels zijn gebleven terwijl de oorspronkelijke Hebreeuwse Tenach/Oude Testament en het Nieuwe Testament wel de Namen zet. Ere Wie ere toekomt.
Omwille van degenen die dat niet gewend zijn zet ik soms zowel titel als Naam, maar in mijn dagelijks leven gebruik ik voor de titels HEERE,JEZUS CHRISTUS Abba Yahweh en Yeshua de Messias…
Onderstaande citaten vanuit het Woord laat ik dit keer ongewijzigd.
Laten we verdergaan…
In dit hoofdstuk lezen we nauwkeurig wie wij zijn op het Enige Fundament. Sluitend.
1 Corinthe 3:
9 Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij.
10 Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe.
11 Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.
12 En indien iemand op dit fondament bouwt: goud, zilver, kostelijke stenen, hout, hooi, stoppelen;
13 Eens iegelijks werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.
14 Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen.
15 Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.
16 Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?
17 Zo iemand den tempel Gods schendt, dien zal God schenden; want de tempel Gods is heilig, welke gij zijt.
18 Niemand bedriege zichzelven. Zo iemand onder u dunkt, dat hij wijs is in deze wereld, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden.
19 Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God; want er is geschreven: Hij vat de wijzen in hun arglistigheid;
20 En wederom: De Heere kent de overleggingen der wijzen, dat zij ijdel zijn.
21 Niemand dan roeme op mensen; want alles is uwe.
22 Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Céfas, hetzij de wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij zijn alle uwe.
23 Doch gij zijt van Christus, en Christus is Gods.
Beproef mijn schrijven!
Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen!
Uit Hem door Hem en tot Hem zijn alle dingen!