Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Ogendienst..Oog versus hart

Mij kwam onlangs het woord “ogendienst” in gedachten en het bleef te gast, dus ik begreep dat ik er iets mee moest gaan doen. Ik verbind er de uiterlijke vorm mee, welke er op uit is om mensen te behagen in plaats van Hem Die ons gemaakt heeft, maar is dat wel de juiste gedachte?

We vinden het in Efeze 6:5 Gij diensknechten, zijt gehoorzaam uw heren naar het vlees, met vreze en beven, in eenvoudigheid uws harten, gelijk als aan Christus; 
Eph 6:6  Niet naar ogendienst, als mensenbehagers, maar als dienstknechten van Christus, doende den wil van God van harte; 
Eph 6:7  Dienende met goedwilligheid den Heere, en niet de mensen; 

Eph 6:6  Not with eyeservice, as menpleasers; but as the servants of Christ, doing the will of God from the heart; 

Wat mij opvalt is dat er direct aan  het woord ogendienst mensenbehagen/ menpleasers wordt verbonden.

Dus ogendienst heeft te maken met een vorm die uit een bepaalde hartsgesteldheid komt en waarvan de schrijver weet, want zo legt hij het uit, dat het tegengesteld is aan “dienende met goedwilligheid de Meester”

Nog twee teksten die ook te maken hebben met zien alleen:

1Samuël 16:7 “Doch de HEERE/YHVH zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE/YHVH ziet het hart aan.”

In bovenstaand vers wordt Samuël onderwezen door niet naar het uiterlijk te kijken, omdat YHVH dat niet doet. Die kijkt naar het hart en hartsgesteldheid “de mens ziet aan wat voor ogen is, maar YHVH ziet het hart aan”

Een vergelijk met verschillende vertalingen. Het is boeiend om begrippen te ontrafelen, zeker wanneer ze “zomaar” in de gedachten komen.

1 Samuel 16:7
(Dutch SV)  Doch de HEERE zeide tot Samuel: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.

(Hebrew OT+)  ויאמרH559 יהוהH3068 אלH413 שׁמואלH8050 אלH408 תבטH5027 אלH413 מראהוH4758 ואלH413 גבהH1364 קומתוH6967 כיH3588 מאסתיהוH3988 כיH3588 לאH3808 אשׁרH834 יראהH7200 האדםH120 כיH3588 האדםH120 יראהH7200 לעיניםH5869 ויהוהH3068 יראהH7200 ללבב׃H3824

(KJV)  But the LORD said unto Samuel, Look not on his countenance, or on the height of his stature; because I have refused him: for the LORD seeth not as man seeth; for man looketh on the outward appearance, but the LORD looketh on the heart.

(KJV+)  But the LORDH3068 saidH559 untoH413 Samuel,H8050 LookH5027 notH408 onH413 his countenance,H4758 or onH413 the heightH1364 of his stature;H6967 becauseH3588 I have refusedH3988 him: forH3588 the LORD seeth notH3808 asH834 manH120 seeth;H7200 forH3588 manH120 lookethH7200 on the outward appearance,H5869 but the LORDH3068 lookethH7200 on the heart.H3824

Andere verzen komt in mijn gedachten:

Jes 55:8  Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE/YHVH. 
Isa 55:9  Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten. 
Isa 55:10  Want gelijk de regen en de sneeuw van den hemel nederdaalt, en derwaarts niet wederkeert; maar doorvochtigt de aarde, en maakt, dat zij voortbrenge en uitspruite, en zaad geve den zaaier, en brood den eter; 
Isa 55:11  Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende. 

Dat brengt mij bij de gedachte dat wat YHVH met kijken naar het hart bedoelt, zoveel dieper is, dan wat wij op t eerste gezicht menen te zien. En dat betekent voor mij, juist omdat de Vader ons meeneemt naar Zijn manier van kijken, dat we iets anders nodig hebben om te beproeven of iets ogendienst is of eenvoudig gezegd “hartendienst”.

Dan komen we bij geestelijk onderscheid, een eigenschap/ gave waarmee een mensenkind kan verstaan wat uit YHVH is en wat niet.

1Co 2:9  Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben. 
1Co 2:10  Doch God heeft het ons geopenbaard door Zijn Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods. 
1Co 2:11  Want wie van de mensen weet, hetgeen des mensen is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand, hetgeen Gods is, dan de Geest Gods. 
1Co 2:12  Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn; 
1Co 2:13  Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende. 
1Co 2:14  Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. 
1Co 2:15  Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hij zelf wordt van niemand onderscheiden. 

Nu hebben wij in het leven te maken met ons verstand, wil en emoties naast die van onze geest. Wanneer wij weten Hem toe te behoren, ontmoeten wij strijd in onszelf. Die strijd vindt hoofdzakelijk plaats tussen onze ziel, waar het verstand, wil en emoties huizen én onze geest, waar Zijn Geest in woont.

Shaul/Paulus beschrijft dat in Romeinen 7:15  Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik. 
Rom 7:16  En indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is. 
Rom 7:17  Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 
Rom 7:18  Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet. 
Rom 7:19  Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. 
Rom 7:20  Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont. 
Rom 7:21  Zo vind ik dan deze wet in mij; als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt. 
Rom 7:22  Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens; 
Rom 7:23  Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is. 
Rom 7:24  Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? 
Rom 7:25  Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere. 
Rom 7:26  Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde. 

En Mattheüs zegt het zó:

Mat_26:41  Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

En ook David weet ervan wanneer hij in de psalmen zijn ziel het zwijgen oplegt met zijn geest:

Psa_42:6  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en zijt onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen Zijns aangezichts.
Psa_42:12  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.
Psa_43:5  Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.
Psa_62:6  Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting.

Dús…aan de hand van deze versaanhalingen begrijpen wij dat wij een menselijke natuur hebben die via onze ogen,oren, emotie en verstand gevoed wordt en een geest, waarin Zijn Geest woont wanneer wij Hem toebehoren en dat ons leven de tijd geeft om ons te vormen. Beproevingen zijn een onderdeel om ons te helpen om te zien in hoeverre wij zien met onze ogen of met ons hart.

Van Hem krijgen wij instructies, die geschreven staan in Zijn Woord, omdat Hij ons aanmoedigt overwinning te behalen.

Ogendienst – we weten nu dat het te maken heeft met anderen te behagen in plaats van YHVH

Ogendienst kan onbewust, bewust gedaan worden. Onderzoek geeft stof tot nadenken, maar ook ontdekking, omdat geestelijke onderscheiding aanreikt dat wat verborgen is.

Ogendienst is er in alle gelederen….Het is van alle tijden en het floreert welig., maar het einde geeft geen vrucht dat YHVH welbehagelijk is. Zie bij voorbeeld de verleiding in de hof van Eden.

We zien aan de volgende teksten dat er in alle eeuwen goede raadgeving en advies geweest is, maar dat het aan onszelf ligt welke keuze wij maken en de bijbehorende conditie blijft niet uit:

Jer 6:16  Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen. 
Jer 6:17  Ik heb ook wachters over ulieden gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin; maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren. 
Jer 6:18  Daarom hoort, gij heidenen! en verneem, o gij vergadering! wat onder hen is. 
Jer 6:19  Hoor toe, gij aarde! Zie, Ik zal een kwaad brengen over dit volk, de vrucht hunner gedachten; want zij merken niet op Mijn woorden, en Mijn wet verwerpen zij. 

Ook Yeshua legt het verschil aan de hand van de volgende woorden nauwkeurig uit:

Luk 18:9  En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis: 
Luk 18:10  Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een Farizeer, en de ander een tollenaar. 
Luk 18:11  De Farizeer, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar. 
Luk 18:12  Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit. 
Luk 18:13  En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig! 
Luk 18:14  Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden. 
Luk 18:15  En zij brachten ook de kinderkens tot Hem, opdat Hij die zou aanraken; en de discipelen, dat ziende, bestraften dezelve. 
Luk 18:16  Maar Jezus riep dezelve kinderkens tot Zich, en zeide: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods. 
Luk 18:17  Voorwaar, zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet zal ontvangen als een kindeken, die zal geenszins in hetzelve komen. 
Luk 18:18  En een zeker overste vraagde Hem, zeggende: Goede Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beerven? 
Luk 18:19  En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God. 
Luk 18:20  Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; eer uw vader en uw moeder. 
Luk 18:21  En hij zeide: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid aan. 
Luk 18:22  Doch Jezus, dit horende, zeide tot hem: Nog een ding ontbreekt u; verkoop alles, wat gij hebt, en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij. 
Luk 18:23  Maar als hij dit hoorde, werd hij geheel droevig; want hij was zeer rijk. 
Luk 18:24  Jezus nu, ziende, dat hij geheel droevig geworden was, zeide: Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan! 
Luk 18:25  Want het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga. 
(..)
Luk 18:27  En Hij zeide: De dingen, die onmogelijk zijn bij de mensen, zijn mogelijk bij God. 
Luk 18:28  En Petrus zeide: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd. 
Luk 18:29  En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg ulieden, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het Koninkrijk Gods; 
Luk 18:30  Die niet zal veelvoudig weder ontvangen in dezen tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven. 

De kinderen Israels zijn ons tot voorbeeld gesteld, omdat het onze vaders waren, wat beslist niet figuurlijk bedoeld is.

1Co 10:1  En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; 
1Co 10:2  En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; 
1Co 10:3  En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; 
1Co 10:4  En allen denzelfden geestelijken drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus. 
1Co 10:5  Maar in het meerder deel van hen heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter nedergeslagen. 
1Co 10:6  En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, gelijkerwijs als zij lust gehad hebben. 
1Co 10:7  En wordt geen afgodendienaars, gelijkerwijs als sommigen van hen, gelijk geschreven staat: Het volk zat neder om te eten, en om te drinken, en zij stonden op om te spelen. 
1Co 10:8  En laat ons niet hoereren, gelijk sommigen van hen gehoereerd hebben, en er vielen op een dag drie en twintig duizend. 
1Co 10:9  En laat ons Christus niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen verzocht hebben, en werden van de slagen vernield. 
1Co 10:10  En murmureert niet, gelijk ook sommigen van hen gemurmureerd hebben, en werden vernield van den verderver. 
1Co 10:11  En deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op dewelke de einden der eeuwen gekomen zijn. 
1Co 10:12  Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.

De keus is aan ons wat wij heden ten dage kiezen. Eenvoudig aan Hem vragen of Hij ons leiden wil en geven ons Zijn kennis, Zijn wijsheid en Zijn inzicht. Dan zullen wij gaan onderscheiden om de juiste weg te gaan,maar wij zullen ook niet schromen anderen te helpen de uitnemendste weg te kiezen. Maar vóór we dat laatste doen, vragen wij ook weer om Zijn leiding, omdat Zijn zaak ermee gediend wordt.

Hineni

Jozua 24:15  Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen! 

 Beproef mijn woorden, shalom, Hadassah

NB Het woord HEERE etc is mijns inziens YHVH Yod Heh Vav Heh; Christus/ Mashiach, Yeshua

 


1 reactie

Noodzakelijke kenmerken

Een video (1) van een jongeman over een gebeurtenis uit zijn jeugd en zijn leven nu, bracht herinneringen naar boven, waardoor ik mij bewust werd van de rol die ik van Abba YHVH toebedeeld kreeg in dit leven.

PD vertelde hoe hij als tiener de hele school tegen hem kreeg en niet toe kon geven aan de druk. Dat nu hij er op terugkeek, deze afwijzing, deze eenzaamheid noodzakelijke ervaringen zouden worden om zijn huidige taak als voortrekker te kunnen doen samen met zijn vrouw.

Zijn relaas bracht mij eveneens terug naar mijn tienertijd, waarin ik duidelijk afwijzing ervaren heb vanwege het niet opgenomen worden in de groep, de kleding die mn moeder bepaalde en zo heel anders was dan de kleding van meisjes die volop de minimode ingingen. Ik werd genegeerd gedurende de middelbare schooltijd, uitgezonderd het derde jaar, toen een klasgenote met mij ging optrekken en zich niet van de meute aantrok. Toen al realiseerde ik mij dat ik een eenling was die zelf haar weg zou moeten gaan zoeken, wat ik ook deed. In de opleiding tot psychiatrisch verpleegkundige kwam ik verschillende klasgenoten tegen die mij nu wel benaderden en ik doorzag hen. Nu dan wel? Nee, dan liever mn weg vervolgen. Ook later in het leven zat het mij niet mee. Waar anderen volop van hun jeugd richting volwassenheid genoten, liep ik onder een zware zondelast.

Die ervaring tesamen met familiaire perikelen die boven mijn macht gingen, maakten dat ik soms tijden van neerslachtigheid had, waar ik de vinger niet op kon leggen. Verdriet, losgescheurd worden, van iedereen verlaten en alleen mijn troost kunnen zoeken bij de Vader.

Er waren andere nog diepere ervaringen, waar ik mee te dealen had en mij nog meer op mijzelf terugwierpen.

Eigenlijk is alles wel door een vuur van beproeving gegaan en toch heeft Abba YHVH mij niet verlaten. In bepaalde periodes geen steen op de andere gelaten. Hij had iets nieuws voor ogen. 

Waartoe diende het?

In mn vroege jeugd wilde ik maar één ding en dat is gered worden. Niet verloren gaan, maar wedergeboren worden en niet door eigen werken. Een kind in YHVH’s huisgezin. Hij heeft mij gehoord en bedacht mij geen doorsnee rol te geven. In de jaren tachtig werd ik met kracht van duisternis naar het Licht overgezet, waardoor ik tot de vrije keuze kwam om Abba YHVH volkomen te willen dienen uit dankbaarheid. Hem gevraagd mij toe te rusten. Jaren later, ik zal midden dertig zijn geweest, dat ik een bepalende uitleg van Arthur Katz in Friesland hoorde over de priesterlijke roeping. De prijs voor die roeping was alles opgeven, zodat het hart er niet op vastzit en de hartsgesteldheid er een zou zijn van een geschenk aannemen. Ik heb daar volmondig “ja” op gezegd en wat daarna volgde was als het ware de tweede lichting beproevingen van een zwaarder kaliber.

Psa 45:11  Hoor, o Dochter! en zie, en neig uw oor; en vergeet uw volk en uws vaders huis. 
Psa 45:12  Zo zal de Koning lust hebben aan uw schoonheid; dewijl Hij uw Meester is, zo buig u voor Hem neder. 

Terwijl ik zo wat deel, komen herinneringen af en aan en ik realiseer mij opnieuw dat wat in het vuur van beproeving kwam, Abba er zonodig iets heel anders voor in de plaats gaf.

Hij heeft mijn woorden, mijn keuze om Hem te willen dienen, nauwkeurig gehoord.

Ik heb terugkijkend geen enkel verlies geleden, want Abba YHVH gaf mij de tijd voor herstel, terwijl ik de noodzakelijke opleiding tot de  roeping doormaakte, waar oa Arthur Katz over sprak en zelf tevens veel ervaring opdeed. Voor mij blijft gelden dat eenmaal gekozen mij geen vrijbrief geeft. Er blijft werk aan de “winkel”.

YHVH heeft gegeven, YHVH heeft genomen, YHVH zij geloofd!

Hij gaf mij een dierbare metgezel en een zoon, alsmede een familie die Hem dienen wil.

1Pe_2:9  Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;

Exo 19:5  Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn; 
Exo 19:6  En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk, en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden, die gij tot de kinderen Israels spreken zult. 

Gal_3:28  Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Christus Jezus.

Dit onderwerp brengt mij tot de volgende vragen die een ieder voor zichzelf moet beantwoorden:

-Wat belijdt u?

-Wat doet u daar zelf voor?

-Hebt u de Vader gevraagd om een rol in het leven om de boodschap van Zijn Koninkrijk vanuit eigen ervaring door te geven?

-Het u Hem gevraagd u daarvoor een opleiding in de levensschool te geven?

-Heeft u Hem gevraagd u toe te gaan rusten?

-Bent of was u bereid alles wat u lief en dierbaar is of was werkelijk te geven?

-Hebt u Hem gevraagd waar Hij u wil indelen?

-Heeft u om bevestiging gevraagd?

-Geeft u Hem de eer in dat alles?

Bedenk dat wij in de periode ná Yeshua’s opstanding leven. Hij, de Priester naar de orde van Melchizedek.

Wij, die gekocht en betaald zijn door Yeshua’s sterven, zijn de eerstelingen des geestes, waarin Yeshua als eerste Eersteling is voorgegaan.

Hebreeën 7 tm 10, 

1Co 15:20  Maar nu, de Gezalfde is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn. (..) 1Co 15:23  Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Yeshua, daarna die van de Messias zijn, in Zijn toekomst.                                                                                                              Jas_1:18  Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord der waarheid, opdat wij zouden zijn als eerstelingen Zijner schepselen.                                                                                                        Rom_8:23  En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.
Rom_11:16  En indien de eerstelingen heilig zijn, zo is ook het deeg heilig, en indien de wortel heilig is, zo zijn ook de takken heilig.

Leviticus 8 en Hebreeën 7 stemmen overeen met dien verstande dat de priesterorde van Aaron fysiek was qua afstamming als heenwijzing naar de priesterorde van Melchizedek in navolging van Yeshua, waarbij Yeshua’s verlossingswerk de voorwaarde werd:

1Pe_2:9  Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;

Bovenstaand vers wordt nauwkeurig beschreven in Hebreeën 7,8 en 9.

Voor mij was de gedeelde info opnieuw een opfriscursus…

Alle eer aan de Vader!

Ik nodig u uit om onderstaande uitleg van Arthur in zijn geheel te beluisteren:

  1. https://www.youtube.com/watch?v=4mzjUi_UkSU
  2. Boekje van Basilea Schlink wat Arthur benoemt: https://www.sermonindex.net/sermons/Cl6DcO-JQWtI0Yi4


Een reactie plaatsen

Misleiding in het kamp

Inleiding

Er is een vlog op social media waarin twee mensen, ofwel vriendinnen, ofwel een stelletje, gevraagd wordt of zij elkaar vertrouwen in hun vriendschap of relatie/huwelijk. Zo op het oog niets aan de hand. Men vertrouwt elkaar, spreekt dat uit, tot de interviewer vraagt of zij op grond van dat uitgesproken vertrouwen hun telefoons willen omwisselen. Soms onwillig, gebeurt dat en kijken zij in de chats. Ik heb er een paar gezien en er blijkt dus ongemerkt veel meer achter de schermen te gebeuren, wat niet in de vriendschap of relatie/huwelijk past.

Zou dat een weerspiegeling zijn voor de op het oog oprechte uitspraken om de Schepper de eerste en alle eer te geven,die Hem toekomt?

 We leven in een tijd van tolerantie, verbinding op menselijke leest geschoeid en de daaruit volgende menselijke emotie zoekt een weg om gevoed te worden.

Gij geheel anders, wat houdt dat in?

Overgave met alles wat in ons is.

Deu_6:5  Zo zult gij YHVH, uw Elohim, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.

Bovenstaande woorden geven aan dat wanneer wij daar gehoor aan geven wij geen ruimte geven aan misleiding. Gewoon omdat YHVH Koning zal zijn over ons gehele hart, geheel onze ziel inclusief onze emotie en met alles wat we hebben.

Het is een levenslang onderhoud om te bewaken dat we niet links of rechts gaan. Gewoon vragen om Zijn onderscheid en doen wat Hij aanreikt dmv Zijn Geest.

Misleiding in het kamp schreef ik….

Af en aan komen misleidingen verpakt in mooie omhulsels om mensen, voornamelijk in messiaanse kringen, te bekoren, die onbewaakt niet al geheel hun ziel aan de Vader hebben gegeven. Hun hang naar het judaisme bijvoorbeeld komt voort uit het ontbreken van inzicht wie zij werkelijk zijn in Yeshua.

Ook voor mij is het een uitdaging om de koe weer bij de horens te vatten en u enkele vragen te stellen omtrent Deuteronomium 6:5…

Deu_11:1  Daarom zult gij YHVH, uw Elohim, liefhebben, en gij zult te allen dage onderhouden Zijn bevel, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, en Zijn geboden.

Te allen dagen!

To the point….

Welke misleiding gaat nu rond?

U mag het beoordelen, maar weet dat wat u kiest en besluit, ook direct weerslag heeft op uzelf!

Abba geeft het Zijn kinderen als in de slaap, onopgemerkt zou je kunnen zeggen. Zo kwam ik berichten tegen dat gelovigen in de meer messiaans joodse richting opnieuw of misschien vervolgens zijn geïnformeerd over de leer van meneer Shapira. Nee, niet alleen in Nederland, maar zeker ook in Europa. Het zijn met name landgenoten die zijn werk promoten. Het schokkende eraan is,dat zij aanvankelijk wel uit de bron van Levend Water hebben gedronken omtrent de bijbelse identiteit, maar kozen voor de menselijke oplossing.Hoewel Juda baat heeft bij hun hulp, brengen zij Vaders zuivere onderwijzing niet voort:

Jer_2:13  Want Mijn volk heeft twee boosheden gedaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.

Alhoewel ik in 2019 van de Ruach haKodesh een waarschuwing ontving en onderzoek gedaan heb naar de bron waaruit de heer Shapira tap, wil ik mijzelf niet voorop te stellen. Zo vond ik zowel een boek, blog,video naar aanleiding van zijn werk en deel dat met u om tegengas te bieden voor mensen die op zoek zijn naar de volle bijbelse waarheid. Is het niet dat Joh 14:26 onze leidraad wil zijn?

U wil ik serieus vragen om alles nauwlettend te onderzoeken en te doen wat de Vader in Zijn Woord en door Zijn Geest zegt.

Moeten wij menselijke raadselen raadplegen voor onze dagelijks heilige wandel? Waaronder joodse fabelen/mystiek, waarover het Woord zo duidelijk waarschuwt?

Tit_1:14  En zich niet begeven tot Joodse fabelen, en geboden der mensen, die hen van de waarheid afkeren.

fabelen G3454
μῦθος
muthos
moo’-thos
Perhaps from the same as G3453 (through the idea of tuition); a tale, that is, fiction (“myth”): – fable.

Oordeel een rechtvaardig oordeel!

Aan wie geven wij onze eer?

Hosea 4

Op onderstaande link staat de nodige info om zelf tot inzicht te komen. En te doen wat de Vader zegt. Ik kon niet anders dan het u doorgeven en ja ook van enkele anderen (waaronder wijlen drs Charles van de Berg) weet ik dat zij tot dezelfde conclusie zijn gekomen. Maar het is de Geest Die u overtuigen zal.

Er moet zuivering komen door een helder geluid, gedegen kennis van zaken en scheiding met hen die vast willen houden aan de eer van en aan mensen.

Wees gezegend met Efeze 6: 10-18, waaronder specifiek Eph 6:17  En neemt den helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes, hetwelk is YHVHs Woord. 

Beproef de geest waaruit ik schrijf!

1Jn_4:1  Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit YHVH/God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.

https://www.kabbalahsecretschristiansneedtoknow.com/

Psalm 72 vers 11 Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen; Men loov’ Hem vroeg en spâ; De wereld hoor’, en volg’ mijn zangen, Met Amen, Amen, na.

NB Overbodig te zeggen ,dat met het onderzoeken of het schriftuurlijk zuiver is, er geen enkele sprake is van de een minder achten dan de ander. Het gaat om het beproeven van woord, kennis, handelwijze.

Heb_4:12  Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

Eén dient de eer te ontvangen, geen mens!


Een reactie plaatsen

Hoe brengen wij Vaders gezette tijden door?

Hoe brengen wij de shabbat door die door YHVH is geboden als een apart gezette dag en Hijzelf daar een zegen aan heeft verbonden.
Ik moest denken dat we als Vernieuwd Verbondsgelovigen een zwaarwichtige verantwoordelijkheid hebben meegekregen en dat is Hem, de Schepper van hemel en aarde getuigen op aarde.
Wat geven wij de mensen mee? Waaraan kunnen zij Abba YHVH herkennen?
Het is erg belangrijk stil te staan, evalueren en bijstellen, want Zijn ingestelde rustdag kan langzaam verworden tot een vriendenreünie, of een familiedag met mensen die niets met shabbat hebben. Ja ook een dag dat we onze favoriete sport en spelwedstrijd niet willen missen, maar dan niet op het veld,dat gaat te ver, maar vanaf een schermpje valt niet zo op.
Ik denk dat we wakker moeten worden.
Er is een groep mensen dat zich wakkere christenen noemen…
Wij moeten wakker worden om nauwkeurig onze invulling op shabbat na te gaan vanuit welk motief wij deze speciale dag doorbrengen.
Een paar woorden uit Amos 5 kwamen in mijn gedachten en dat mogen we erbij halen, daar Jesaja 58 ons de overwinnende vreugde voorzegt onder eerder genoemde voorwaarden. Maar eerst Amos 5:
Amos 5 :21
Ik haat, Ik versmaad uw feesten. Uw bijzondere samenkomsten kan Ik niet luchten,
22
want al brengt u Mij brandoffers, en uw graanoffers, Ik schep er geen behagen in, en het dankoffer van uw gemest vee wil Ik niet aanzien.
23
Doe het lawaai van uw liederen van Mij weg, en het getokkel van uw luiten kan Ik niet aanhoren!
 
 
Heeft Abba het hier over eigen gekozen dagen of over onze eigen invulling op Zijn ingestelde dagen?
 
We pakken er Jesaja 58 in de Statenvertaling bij:
 
Isa 58:13  Indien gij uw voet van den sabbat afkeert, van te doen uw lust op Mijn heiligen dag; en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde, Die te eren is; en indien gij dien eert, dat gij uw wegen niet doet, en uw eigen lust niet vindt, noch een woord daarvan spreekt; 
Isa 58:14  Dan zult gij u verlustigen in den HEERE, en Ik zal u doen rijden op de hoogten der aarde, en Ik zal u spijzigen met de erve van uw vader Jakob; want de mond des HEEREN heeft het gesproken. 
 
En in de Herziene Statenvertaling:
 
13
Indien u uw voet van de sabbat terughoudt, ermee ophoudt om op Mijn heilige dag te doen wat u zelf wilt; indien u de sabbat een verlustiging noemt, opdat de HEERE geheiligd wordt – die geëerd moet worden – indien u die eert door niet uw eigen wegen te volgen, niet uw eigen wensen zoekt of daarover een woord spreekt,
14
dan zult u vreugde scheppen in de HEERE, Ik zal u doen rijden op de hoogten van de aarde en Ik zal u voeden met het erfelijk bezit van uw vader Jakob, want de mond van de HEERE heeft gesproken.
 
…ermee ophoudt om op Mijn heilige dag te doen wat u zelf wilt…indien u die eert door níét uw eigen wegen te volgen , niet uw eigen wensen zoekt of daarover een woord spreekt…

Amo 5:21  Ik haat, Ik versmaad uw feesten, en Ik mag uw verbods dagen niet rieken. 
Amo 5:22  Want ofschoon gij Mij brandofferen offert, mitsgaders uw spijsofferen, Ik heb er toch geen welgevallen aan; en het dankoffer van uw vette beesten mag Ik niet aanzien. 
Amo 5:23  Doe het getier uwer liederen van Mij weg; ook mag Ik uwer luiten spel niet horen. 

haat

H8130
שָׂנֵא
śânê’
saw-nay’
A primitive root; to hate (personally): – enemy, foe, (be) hate (-ful, -r), odious, X utterly.

Het is Zijn dag, lees wat Hij geven zal als wij Zijn dag doorbrengen willen op de manier die Hem voor ogen staat:

DÁN

.. zult u vreugde scheppen in YHVH,
 
Ik zal u doen rijden op de hoogten van de aarde en Ik zal u voeden met het erfelijk bezit van uw vader Jakob, want de mond van YHVH heeft gesproken.
 
Ik begrijp hieruit dat wij Zijn dag door kunnen brengen als een vrije dag met minimale geboden als niet kopen en verkopen…
 
of wij laten alles wat met de dagelijkse beslommeringen achter op de vrijdag voor de zonsondergang ingaat en richten ons op datgene wat YHVH behaagt en wat behaagt Hem?
 
Dat lees ik in Zacharia 8.
 
Zijn verlangen om terug te keren naar Sion.
Zou dat ons ook niet verlangend moeten maken?
Zojuist kreeg ik n berichtje dat iemand vandaag helemaal geen plannen had…wat een verheugend bericht! Want dan kan men leeg worden voor Hem zodat Hij kan vullen met Zijn Aanwezigheid.
We zouden veel meer tijden moeten vrijmaken om Hem te laten merken dat wij er voor Hem zijn in plaats van heen en weer te hollen.
 
Zijn verlangen:
1
Het woord van YHVH van de legermachten kwam tot mij:
2
Zo zegt YHVH van de legermachten: Ik heb Mij met grote na-ijver voor Sion ingezet, ja, met grote grimmigheid heb Ik Mij voor haar ingezet.
3
Zo zegt YHVH: Ik ben naar Sion teruggekeerd en Ik zal midden in Jeruzalem wonen. Jeruzalem zal ?stad van de waarheid? genoemd worden, de berg van YHVH van de legermachten ?de heilige berg?
 
Psa 15:1  Een psalm van David. YHVH, wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op den berg Uwer heiligheid? 
 
De Vader gaat onze woorden beproeven of zij het zwaard van het Woord kunnen doorstaan. Want Hij heeft oprechte boodschappers nodig die Hem vertegenwoordigen, zodat anderen tot de volle waarheid komen.
Van ‘ik’ naar ‘wij’.
 
Samen met Hem.
 
Opdat Zijn huis vol worde.
 
Proces van graan op het veld tot brood:
 
 
 
 
 


Een reactie plaatsen

Leren danken door vertrouwen

Isa 50:10  Wie is er onder ulieden, die YHVH/den HEERE vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam YHVHs/des HEEREN, en steune op zijn God. 

Hab 3:17  Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal;
Hab 3:18  Zo zal ik nochtans in YHVH,den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils.
Hab 3:19  YHVH is mijn Sterkte; en Hij zal mijn voeten maken als der hinden, en Hij zal mij doen treden op mijn hoogten. Voor den opperzangmeester op mijn Neginoth.

Mij staat een soort gelijkenis, het was een droom die iemand had en dat ging over danken. Danken wanneer je geen hand voor ogen ziet. De persoon in kwestie zag een ladder en daar klommen veel mensen op omdat ze op de begane grond zicht hadden wat er bovenaan de ladder afspeelde. Het trok hen aan en daarom begonnen ze de ladder te beklimmen. In het begin heel enthousiast, mede door hun voornemen. Wat ze zich niet realiseerden, was dat het zicht naar boven gaandeweg verdween door een dikke mist en velen verloren gaandeweg de dikker wordende mist ook hun motivatie. En zo draaiden velen om.

Degeen die de droom kreeg, realiseerde zich, dat wanneer hij zou gaan klimmen, hij ook de mist zou gaan ontmoeten. Het eerste stuk ging prima en hij schoot op. Naarmate hij de mist naderde, merkte hij dat ook zijn motivatie afnam. Maar hij ploeterde door. Het was adembenemend haast om af te haken,maar iets in hem gaf aan door te zetten. Boven de mist werd hij als het ware verwelkomd door een prachtige omgeving, waar het goed toeven was. Daarna werd hij wakker en de uitleg die hij kreeg was als volgt:

“In het begin is het voor gelovigen makkelijk om voor alles te danken, maar wanneer er moeilijkheden op hun pad komen, dreigen deze de overhand te krijgen. Men worstelt al vragend en begrijpt niet waarom dat lastige op hun pad kwam. De mist kan alles betekenen, maar men kan daar alleen maar doorheen komen, wanneer men zich niet laat afleiden maar blijft danken, ongeacht de situatie”

1Th_5:18  Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Yeshua de Messias/Christus Jezus over u.

Th 5:18  InG1722 every thingG3956 give thanks:G2168 forG1063 thisG5124 is the willG2307 of GodG2316 inG1722 ChristG5547 JesusG2424 concerningG1519 you.G5209 

In G1722
ἐν
en
en
A primary preposition denoting (fixed) position (in place, time or state), and (by implication) instrumentality (medially or constructively), that is, a relation of rest (intermediate between G1519 and G1537); “in”, at, (up-) on, by, etc.: – about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-) by (+ all means), for (. . . sake of), + give self wholly to, (here-) in (-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-) on, [open-] ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, [speedi-] ly, X that, X there (-in, -on), through (-out), (un-) to(-ward), under, when, where (-with), while, with (-in). Often used in compounds, with substantially the same import; rarely with verbs of motion, and then not to indicate direction, except (elliptically) by a separate (and different) prep.

every thingG3956
πᾶς
pas
pas
Including all the forms of declension; apparently a primary word; all, any, every, the whole: – all (manner of, means) alway (-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no (-thing), X throughly, whatsoever, whole, whosoever.

Zou het zo kunnen zijn, dat te sneller wij het danken onder alle omstandigheden leren, wij te gauwer door de mist heen zijn?

De droom gaf aan dat de mist geen blijvende zaak was, maar een keer ophield. Net of het zicht zolang onthouden werd totdat de noodzakelijke “oefening” geleerd werd. Een inprenting waarop altijd terug kon worden gekeken als een directory die bruikbaar bleef.

Zou et te maken hebben met de groei naar een zekere volwassenheid in het geloof? Zodat de discipel voor andere diensten ingezet kan worden in de levensschool van de Vader?

Terwijl wij leren, mogen wij al delen van wat wij aan ervaringen samen met Hem hebben vergaard. Om zo anderen van dienst te kunnen zijn, die op hun beurt voor uitdagingen staan.

Gezien de woorden uit de Schrift (en er zijn er nog veel meer te noemen) en de genoemde droom, denk ik dat het zo werkt.

Laten wij daarom vertrouwen op de Naam van YHVH als wij in duisternissen wandelen, ongeacht of het beproevingen zijn, trauma’s of gedane zonden die ons beletten zicht te hebben. Hij gaat het licht geven wanneer wij Zijn raad opvolgen, zodat wij ermee aan de slag kunnen gaan.

Opspringen van vreugde in de God mijns heils is opspringen van vreugde in de God van redding= Yeshua, als er niets meer overgebleven is.

Ook voor mij een reminder, telkens weer.

Isa 57:18  Ik zie hun wegen, en Ik zal hen genezen; en Ik zal hen geleiden, en hun vertroostingen wedergeven, namelijk aan hun treurigen.
Isa 57:19  Ik schep de vrucht der lippen, vrede, vrede dengenen, die verre zijn, en dengenen, die nabij zijn, zegt de HEERE, en Ik zal hen genezen. 

Die verre zijn en die nabij zijn… een diepe belofte!

Hij zegt het!


Een reactie plaatsen

Abraham’s verantwoordelijkheid

Vandaag kwam de gedachte in mij op over de geschiedenis van Abraham, hoe hij voor zijn zoon Izak een vrouw zocht uit zijn eigen volk. Dat kan men lezen in Genesis 24: 3 en 4.

Abraham wil beslist geen vrouw voor zijn zoon die niet de normen en waarden kent en doet, die hij zijn zoon geleerd heeft. Wat een voorbeeld voor ons vandaag de dag!

Gen 24:3  Opdat ik u doe zweren bij YHVH,, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon; 
Gen 24:4  Maar dat gij naar mijn land, en naar mijn maagschap trekken, en voor mijn zoon Izak een vrouw nemen zult. 

Gen 24:5  En die knecht zeide tot hem: Misschien zal die vrouw mij niet willen volgen in dit land; zal ik dan uw zoon moeten wederbrengen in het land, waar gij uitgetogen zijt? 

Abraham heeft een groot geloof en hij zegt:

Gen 24:6  En Abraham zeide tot hem: Wacht u, dat gij mijn zoon niet weder daarheen brengt! 
Gen 24:7  YHVH, de God des hemels, Die mij uit mijns vaders huis en uit het land mijner maagschap genomen heeft, en Die tot mij gesproken heeft, en Die mij gezworen heeft, zeggende: Aan uw zaad zal Ik dit land geven! Die Zelf zal Zijn Engel voor uw aangezicht zenden, dat gij voor mijn zoon van daar een vrouw neemt. 

Zo rechtvaardig en schriftuurlijk getrouw zegt Abraham de volgende woorden:

Gen 24:8  Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.
Gen 24:9  Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak. (zie vers 1 en 2).

Abraham vertrouwde vast op YHVH uitgaande van de belofte die Hij aan Abraham gedaan had en in die lijn handelde zijn knecht ook:

Gen 24:10  En die knecht nam tien kemelen van zijns heren kemelen, en toog heen; en al het goed zijns heren was in zijn hand; en hij maakte zich op, en toog heen naar Mesopotamie, naar de stad van Nahor.
Gen 24:11  En hij deed de kemelen nederknielen buiten de stad, bij een waterput, des avondtijds, ten tijde, als de putsters uitkwamen.
Gen 24:12  En hij zeide: YHVH! God van mijn heer Abraham! doe haar mij toch heden ontmoeten, en doe weldadigheid bij Abraham, mijn heer.
Gen 24:13  Zie, ik sta bij de waterfontein, en de dochteren der mannen dezer stad zijn uitgaande om water te putten; 

En hij vraagt Abba YHVH om een teken:

Gen 24:14  Zo geschiede, dat die jonge dochter, tot welke ik zal zeggen: Neig toch uw kruik, dat ik drinke; en zij zal zeggen: Drink, en ik zal ook uw kemelen drenken; diezelve zij, die Gij Uw knecht Izak toegewezen hebt, en dat ik daaraan bekenne, dat Gij weldadigheid bij mijn heer gedaan hebt. 

Staat er niet geschreven dat eer wij roepen, Hij antwoorden zal, Laten wij de geschiedenis met aandacht lezen:

Gen 24:15  En het geschiedde, eer hij geeindigd had te spreken, ziet, zo kwam Rebekka uit, welke aan Bethuel geboren was, de zoon van Milka, de huisvrouw van Nahor, de broeder van Abraham; en zij had haar kruik op haar schouder.
Gen 24:16  En die jonge dochter was zeer schoon van aangezicht, een maagd, en geen man had haar bekend; en zij ging af naar de fontein, en vulde haar kruik, en ging op.
Gen 24:17  Toen liep die knecht haar tegemoet, en hij zeide: Laat mij toch een weinig waters uit uw kruik drinken.
Gen 24:18  En zij zeide: Drink, mijn heer! en zij haastte zich en liet haar kruik neder op haar hand, en gaf hem te drinken.
Gen 24:19  Als zij nu voleindigd had van hem drinken te geven, zeide zij: Ik zal ook voor uw kemelen putten, totdat zij voleindigd hebben te drinken.
Gen 24:20  En zij haastte zich, en goot haar kruik uit in de drinkbak, en liep weder naar den put om te putten, en zij putte voor al zijn kemelen. 

Wanneer wij Abba YHVH om een zaak of situatie vragen, krijgen wij oog voor details:
Gen 24:21  En de man ontzette zich over haar, stilzwijgende, om te merken, of YHVH zijn weg voorspoedig gemaakt had, of niet. 

Voorts heeft hij haar gevraagd, zie vers 23:

Gen 24:22  En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds.
Gen 24:23  Want hij had gezegd: Wiens dochter zijt gij? geef het mij toch te kennen; is er ook ten huize uws vaders plaats voor ons, om te vernachten?
Gen 24:24  En zij had tot hem gezegd: Ik ben de dochter van Bethuel, den zoon van Milka, die zij Nahor gebaard heeft.
Gen 24:25  Voorts had zij tot hem gezegd: Ook is er stro en veel voeders bij ons, ook plaats om te vernachten. 

De knecht heeft meer dan voldoende tekenen ontvangen. Hij kan en wil niet anders dan Abba YHVH loven en prijzen:

Gen 24:26  Toen neigde die man zijn hoofd, en aanbad den HEERE;
Gen 24:27  En hij zeide: Geloofd zij YHVH, de God van mijn heer Abraham, Die Zijn weldadigheid en waarheid niet nagelaten heeft van mijn heer; aangaande mij, YHVH heeft mij op dezen weg geleid, ten huize van mijns heren broederen. 

De geschiedenis gaat verder en is zó vol van waardevolle details:

Gen 24:28  En die jonge dochter liep, en gaf ten huize harer moeder te kennen, gelijk deze zaken waren. 
Gen 24:29  En Rebekka had een broeder, wiens naam was Laban; en Laban liep tot dien man naar buiten tot de fontein. 
Gen 24:30  En het geschiedde, als hij dat voorhoofdsiersel gezien had, en de armringen aan de handen zijner zuster; en als hij gehoord had de woorden zijner zuster Rebekka, zeggende: Alzo heeft die man tot mij gesproken, zo kwam hij tot dien man, en ziet, hij stond bij de kemelen, bij de fontein. 
Gen 24:31  En hij zeide: Kom in, gij, gezegende des YHVH’s! waarom zoudt gij buiten staan? want ik heb het huis bereid, en de plaats voor de kemelen. 
Gen 24:32  Toen kwam die man naar het huis toe, en men ontgordde de kemelen, en men gaf den kemelen stro en voeder; en water om zijn voeten te wassen, en de voeten der mannen, die bij hem waren. 

Gen 24:33  Daarna werd hem te eten voorgezet; maar hij zeide: Ik zal niet eten, totdat ik mijn woorden gesproken heb. En hij zeide: Spreek! 

Abrahams dienaar vertelt gedetaileerd de gehele geschiedenis, wat eraan vooraf ging en hoe het hem gegaan is:
Gen 24:34  Toen zeide hij: Ik ben een knecht van Abraham;
Gen 24:35  En YHVH heeft mijn heer zeer gezegend, zodat hij groot geworden is; en Hij heeft hem gegeven schapen, en runderen, en zilver, en goud, en knechten, en maagden, en kemelen, en ezelen.
Gen 24:36  En Sara, de huisvrouw van mijn heer, heeft mijn heer een zoon gebaard, nadat zij oud geworden was; en hij heeft hem gegeven alles, wat hij heeft. 


Gen 24:37  En mijn heer heeft mij doen zweren, zeggende: Gij zult voor mijn zoon geen vrouw nemen van de dochteren der Kanaanieten, in welker land ik wone;
Gen 24:38  Maar gij zult trekken naar het huis mijns vaders, en naar mijn geslacht, en zult voor mijn zoon een vrouw nemen!

Abrahams dienaar vertelt dat hij Abraham vraagt als het eens anders zou kunnen lopen:


Gen 24:39  Toen zeide ik tot mijn heer: Misschien zal mij de vrouw niet volgen.
Gen 24:40  En hij zeide tot mij: YHVH, voor Wiens aangezicht ik gewandeld heb, zal Zijn Engel met u zenden, en Hij zal uw weg voorspoedig maken, dat gij voor mijn zoon een vrouw neemt, uit mijn geslacht en uit mijns vaders huis.
Gen 24:41  Dan zult gij van mijn eed rein zijn, wanneer gij tot mijn geslacht zult gegaan zijn; en indien zij haar u niet geven, zo zult gij rein zijn van mijn eed. 

Bij de fontein:
Gen 24:42  En ik kwam heden aan de fontein; en ik zeide: O, HEERE! God van mijn heer Abraham! zo Gij nu mijn weg voorspoedig maken zult, op welke ik ga;
Gen 24:43  Zie, ik sta bij de waterfontein; zo geschiede, dat de maagd, die uitkomen zal om te putten, en tot welke ik zeggen zal: Geef mij toch een weinig waters te drinken uit uw kruik;
Gen 24:44  En zij tot mij zal zeggen: Drink gij ook, en ik zal ook uw kemelen putten; dat deze die vrouw zij, die de HEERE aan den zoon van mijn heer heeft toegewezen.
Gen 24:45  Eer ik geeindigd had te spreken in mijn hart, ziet, zo kwam Rebekka uit, en had haar kruik op haar schouder, en zij kwam af tot de fontein en putte; en ik zeide tot haar: Geef mij toch te drinken!
Gen 24:46  Zo haastte zij zich en liet haar kruik van zich neder, en zeide: Drink gij, en ik zal ook uw kemelen drenken; en ik dronk, en zij drenkte ook de kemelen.
Gen 24:47  Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo leide ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen; 

Hij vervolgt hoe hij niet anders kon dan YHVH aanbidden:
Gen 24:48  En ik neigde mijn hoofd, en aanbad YHVH; en ik loofde YHVH, den God van mijn heer Abraham, Die mij op den rechten weg geleid had, om de dochter des broeders van mijn heer voor zijn zoon te nemen.
Gen 24:49  Nu dan, zo gijlieden weldadigheid en trouw aan mijn heer doen zult, geeft het mij te kennen; en zo niet, geeft het mij ook te kennen, opdat ik mij ter rechter hand of ter linkerhand wende.
Gen 24:50  Toen antwoordde Laban, en Bethuel, en zeiden: Van den HEERE is deze zaak voortgekomen; wij kunnen kwaad noch goed tot u spreken.
Gen 24:51  Zie, Rebekka is voor uw aangezicht; neem haar en trek henen; zij zij de vrouw van den zoon uws heren, gelijk de HEERE gesproken heeft!
Gen 24:52  En het geschiedde, als Abrahams knecht hun woorden hoorde, zo boog hij zich ter aarde voor den HEERE.
Gen 24:53  En de knecht langde voort zilveren kleinoden, en gouden kleinoden, en klederen, en hij gaf die aan Rebekka; hij gaf ook aan haar moeder kostelijkheden.
Gen 24:54  Toen aten en dronken zij, hij en de mannen, die bij hem waren; en zij vernachtten, en zij stonden des morgens op, en hij zeide: Laat mij trekken tot mijn heer! 

Haar broer en haar moeder hebben er vrede over maar willen haar nog enige dagen bij zich houden,maar de dienaar wil graag weer terug,waarop er een belangrijk volgend detail naar voren komt. Die van Rebekka zelf!


Gen 24:55  Toen zeide haar broeder, en haar moeder: Laat de jonge dochter enige dagen, of tien, bij ons blijven; daarna zult gij gaan.
Gen 24:56  Maar hij zeide tot hen: Houdt mij niet op, dewijl de HEERE mijn weg voorspoedig gemaakt heeft! laat mij trekken, dat ik tot mijn heer ga.
Gen 24:57  Toen zeiden zij: Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen. 

Rebekka antwoordt het volgende:
Gen 24:58  En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met dezen man trekken?

En zij antwoordde: Ik zal trekken.

Ze laten Rebekka gaan op grond van haar antwoord en zegenen haar:

Gen 24:59  Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen.
Gen 24:60  En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!
Gen 24:61  En Rebekka maakte zich op met haar jonge dochteren, en zij reden op kemelen, en volgden den man; en die knecht nam Rebekka, en toog heen. 

Terwijl Izak uitgegaan was in het veld om te bidden, zag hij de kamelen komen:
Gen 24:62  Izak nu kwam, van daar men komt tot den put Lachai-roi; en hij woonde in het zuiderland.
Gen 24:63  En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond; en hij hief zijn ogen op en zag toe, en ziet, de kemelen kwamen! 

Zij zagen elkaar voor het eerst:
Gen 24:64  Rebekka hief ook haar ogen op, en zij zag Izak; en zij viel van den kemel af.
Gen 24:65  En zij zeide tot den knecht: Wie is die man, die ons in het veld tegemoet wandelt? En de knecht zeide: Dat is mijn heer! Toen nam zij den sluier, en bedekte zich. 

De knecht verhaalde hoe het allemaal gegaan was:

Gen 24:66  En de knecht vertelde aan Izak al de zaken, die hij gedaan had. 

Daarna:
Gen 24:67  En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood.

Toen mij deze geschiedenis duidelijk werd dat Abba YHVH hierin de leiding kreeg en de uitkomst zo groots was en zo duidelijk gedetailleerd voor eenvoudige mensen, heeft het mij een leidraad gegeven.

Dat we voor onze kinderen in de eerste plaats bidden dat zij een toekomstige wederhelft ontmoeten die de zegen van YHVH heeft. Maar hen ook aansporen zelf te bidden en vragen voor iemand uit hun eigen “volk”, hoewel schriftuurlijk gezien de vader daarin een bijzondere verantwoording heeft. Daar ligt mijn inziens een verborgenheid die zo makkelijk over het hoofd gezien wordt. Zou dat te maken hebben met een van de eigenschappen die Abba YHVH aan de rechtvaardige man gegeven heeft, namelijk die van beschermer?

Uit Babylon trekken heeft ook te maken met het loslaten van babylonische gewoonten als de termen “zij zijn oud en wijs genoeg om het zelf uit te zoeken, daar hebben ze ons niet voor nodig”. En zo shoppen opgroeiende kinderen vaak van de een naar de ander…

Onze kinderen zijn kostbaar, een erfdeel van YHVH en zij zijn ons nageslacht. De volgende generatie!

Wanneer wij terug willen gaan naar hoe de Vader het heeft bedoeld, zal Hij het ons geven. Ook hoe wij onze kinderen kunnen bewaren voor die ene. En dan denk ik ook aan gezinnen waarin één ouder het gezin het hoofd moet bieden. En ja, er zijn voorbeelden te over dat ook uit onze gelederen jongvolwassen kinderen niet die raad meekregen of er niet naar hebben willen handelen. Ook dat moeten we onder ogen zien. Daarin heb ik wel gezien dat Abba YHVH een Vader is van herstel en heling, om via een bocht, toch een recht pad wil geven.

Er valt nog veel meer over te zeggen, maar ik volsta met de raad om uw gedachten erover te willen laten gaan en vooral de Vader om inzicht te vragen. Hij wil gebeden worden en is het Hijzelf niet die Mozes aanspoorde met de volgende woorden:

Exo 14:15  Toen zeide YHVH tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken. (Exo 14: 13-16).

Rom 11:36  Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. 


Een reactie plaatsen

Beproeft de geesten of zij uit YHVH zijn.

1Jn 4:1  Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit Yahweh zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld. 
1Jn 4:2  Hieraan kent gij den Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit Elohim; 
1Jn 4:3  En alle geest, die niet belijdt, dat Yeshua de Messias/Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld.
 

Gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten of zij uit Yahweh zijn.

Het is hoogst noodzakelijk dat wij de raad van de Vader door Zijn rechtschapen dienaren uiterst serieus gaan nemen en opnieuw nauwkeurig gaan evalueren, opruimen wat gistend is. Opdat het oprechte openbaar komt.

Hieraan ken gij de Geest van YHVH:

alle geest die belijdt dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit Elohim YHVH.

en alle geest, die NIET belijdt dat Yeshua de Messias in het vlees gekomen is, die is uit YHVH NIET.

Laten we die sleutel gebruiken op alle info die wij voorbij zien komen op sociale media, internet, papier of gesprekken.

Het volgende is van groot belang: de tien geboden:

Ik ben YHVH,Die u uit Egypteland, uit het diensthuis hebt uitgeleid.

Gij zult GEEN andere goden voor Mijn Aangezicht hebben.

Geen menselijke wijsheid voortgesproten uit louter religie, mystiek etc.

Eigenlijk hoeft er geen uitleg over andere goden, omdat een zuiver geweten onder de Banier van Yeshua al een seintje krijgt bij het naderen van onzuiverheid.

Wanneer wij de wapenrusting van Yeshua aangorden, gaan wij beseffen dat er geen adere goden voor ZIjn Aangezicht zullen mogen komen,omdat dan onze blik vertroebeld wordt.

Hij, de Almachtige, is onze Man en Maker en net als in een zuiver huwelijk past daar geen andere geliefde in. Omdat een andere geliefde dan degeen met wie het unieke verbond is aangegaan, geen andere duldt. Dat is het geheimenis waar Paulus op wijst in Eph 5:31,32, 

Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten, en zal zijn vrouw aanhangen; en zij twee zullen tot een vlees wezen. 
Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de Gemeente. 

1Jn 4:3  En alle geest, die niet belijdt, dat Yeshua de Messias/Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld. 

Alle geest die niet belijdt…De Ruach haKodesh komt onze geest te hulp en maakt ons indachtig alles wat Yeshua onderwezen heeft – Joh 14:26.

Wij hebben het Levende Woord, het huwelijkscontract waarmee Yeshua, Die in het vlees gekomen is en opgestaan, het unieke verbond heeft mogelijk gemaakt, waar geen ander voor Zijn Aangezicht geduld wordt.

De Vader heeft genade,maar dat is voor een tijd.

Behold He is coming!

Wanneer wij er echt ernst mee maken, gaan veel studies, leringen en in onze ogen hooggewaardeerde leraren ons geestelijk huis uit.

Waarom?

Is Abba YHVH niet bij machte het door Zijn Geest Zelf te leren? Achten wij zijn raad minder dan onze eigen-wijze manier van interpreteren?

Wanneer wij dat laatste aanhouden,doen wij hetzelfde als de meerderheid door alle eeuwen heen.

Hij wil de Eerste in ons leven zijn. Yeshua is heentgegaan opdat de Geest van Heiligheid uitgestort kon worden op de Shavuot. Abba YHVH maakte het mogelijk om opnieuw met ons van Aangezicht oto aangezicht te spreken,maar wij hebben, net als de kinderen Israels, voor onszelf Mozessen uitgezocht die het ons via via gingen uitleggen. Het gevolg was dat we heden ten dage opnieuw tussenpersonen hoger achten dan de Geest van Heiligheid Die het ons rechtstreeks wil aanreiken!

Het vernieuwde verbond, waarin een ieder volwaardig iets inbrengt van wat YHVH heeft gedaan aan diens hart en in diens leven, komt amper voor. Het is uit de comfortzone van mensen om het zelf te gaan onderzoeken en te delen aan gelijkgestemden. We zijn met zn allen min of meer doorgegaan met tussenpersonen en het is een solide uitgesleten oud karrespoor.

Dat karrespoor is voorspelbaar. Het is een religieuze vorm in een ander jasje.

Hoe anders is de raad van Yeshua aan Zijn discipelen, die niet een of andere bestuurscursus hadden gevolgd, maar van YHVH praktische geleerd en toegerust waren:

Matth 28: ‘’En Yeshua trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen…

Levensheiliging, voorbereiding geeft aan dat we wakker moeten worden, zodat we in staat zijn om ons ja “ja”te laten zijn.

We zullen op tegenstand stuiten. Nieuwe wijn gaat niet in oude zakken, bedenk dat.

Maar we hebben de Geest van Heiligheid met ons. Die zal ions indachtig maken al wat Yeshua onderwezen heeft.

Tot Zijn eer!

Beproeft mijn woorden!

 


Een reactie plaatsen

Niet aangeraakt worden, wat bedoelt U?

Er komen klinkende namen voorbij, video’s worden gedeeld en gedeeld en gedeeld…. De wereld in een notendop. Een inleiding wordt geschreven al dan niet onderbouwd met bijbelteksten en ervaringen. Goedbedoelde en oprechte mensen schrijven mij, maar ik word niet aangeraakt.

Wat bedoelt U, mijn Vader? Is dit Uw werk? Door U in gang gezet?

Of ben ik zo sceptisch dat U mij niet kan bereiken, niet tot mij door kan dringen? Of ontheft U mij van deze taak? Ik, die klaarstaat om te delen?

Ik ben naar binnen getrokken, eigenlijk al een paar dagen. Ik onderzoek mijn gedachten, vraag U in stilheid, maar het blijft stil.

Dan moet het wel van Uwentwege zijn,denk ik.

Wat denk ik zelf als ik om me heen kijk?

Ik zie veel hiarchie, vormen die mij aan de gelijkenis van de wijn en de wijnzakken doen denken. Weinig tot geen ruimte om mensen te dicipelen, zodat zij er actief op uit trekken, vurig en bewogen. De mensen worden gewend gemaakt om elke week te komen, te luisteren en weer huiswaarts te gaan.

Mat_9:17  Noch doet men nieuwen wijn in oude leder zakken; anders zo bersten de leder zakken, en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven, maar men doet nieuwen wijn in nieuwe leder zakken, en beide te zamen worden behouden.

En dat na 2000 jaar, terwijl Yeshua zoveel volbracht heeft, dat wij door Zijn Geest zelfstandig zouden kunnen werken om elkaar te vertellen van onze reizen her en der…zoals die van en naar werk, want ook daar valt te dicipelen…van en naar verwanten…ja ook daar kunnen we delen…van en naar veel verder…ja ook daar.

Luk_5:38  Maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen, en zij worden beide te zamen behouden.

Maar dat hebben wij ons laten ontnemen door elke week ergens naar te luisteren en dan met name naar mensen die elke keer opnieuw doorgeschoven worden uit het sprekerscollectief.

Het zijn met name die namen die iets aanzwengelen, want zij worden gehoord of men moet hen wel aanhoren, omdat zij een lange  staat van dienst hebben.

Ik zie het…ik zie het al jaren…

Ik denk niet dat er in die kringen iets veranderen gaat, we zullen, en dan doel ik op hen, die de manier van Yeshua willen verwerkelijken in hun leven, net als Hij, búíten de cirkel van het geijkte willen uitstappen.

Liever op kleine schaal in vrijheid met onze Meester en horen wat Hij tot Zijn kinderen zegt, dan op grote schaal meedeinen in weer een event van formaat.

Ik ben een veldwerker en door YHVH’s genade ben ik geroepen om vooral de intenties van mensen te doorgronden. Niet om daar zelf wijzer van te worden, maar om te beseffen waar er hiaten te verwachten zijn om in de bres te staan voor de kudde kinderen van de Vader. En voor Zijn eer.

Er is heel veel mis, wat we zelf kunnen repareren. Met name zij die zich opzieners noemen, hebben denk ik nog wel wat punten na te gaan:

Denk aan trots, eergevoel, geliefd te willen zijn bij mensen, privilege, hiarchische instelling, manipulatie…om een paar reële feiten te noemen.

Zou Abba YHVH Zijn Hand voor de ogen houden wanneer wij ons eigen huiswerk verwaarlozen om toch voor Zijn Aangezicht te komen omdat het goed voelt samen iets denken te bewerkstelligen?

Wat zegt Hij over het gemixte?

Pro_20:23  Tweeerlei weegsteen is YHVH/den HEERE een gruwel, en de bedriegelijke weegschaal is niet goed.

Ik hou mn hart vast, echt waar!

Opziener:

Titus 1:6

1 Tim. 3:2Zo iemand moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw, gelovige kinderen hebben, die niet te beschuldigen zijn van losbandigheid of opstandigheid.

7Want een opziener moet onberispelijk zijn,

Matt. 24:45; 1 Kor. 4:1; 1 Tim. 3:15als een beheerder van het huis van YHVH, niet eigenzinnig, niet opvliegend, Lev. 10:9; Efez. 5:18 niet verslaafd aan wijn, niet vechtlustig, 

1 Tim. 3:3; 1 Petr. 5:2niet uit op oneerlijke winst,

8 maar

1 Tim. 3:2gastvrij, goedwillend, bezonnen, rechtvaardig, heilig, beheerst,

iemand die zich houdt aan het betrouwbare woord, dat overeenkomstig de leer is, zodat hij bij machte is anderen te bemoedigen door het gezonde onderwijs en ook de tegensprekers te weerleggen.

In de Statenvertaling staat er dit over opziener:

Neh_11:9 En Joel, de zoon van Zichri, was opziener over hen; en Juda, de zoon van Senua, was de tweede over de stad.
Neh_11:14 En hun broederen, dappere helden, waren honderd acht en twintig; en opziener over hen was Zabdiel, de zoon van Gedolim.
Neh_11:22 En der Levieten opziener te Jeruzalem was Uzzi, de zoon van Bani, den zoon van Hasabja, den zoon van Matthanja, den zoon van Micha; van de kinderen van Asaf waren de zangers tegenover het werk van Gods huis.
Neh_12:42 Voorts Maaseja, en Semaja, en Eleazar, en Uzzi, en Johanan, en Malchia, en Elam, en Ezer; ook lieten zich de zangers horen, met Jizrahja, den opziener.
1Ti_3:2 Een opziener dan moet onberispelijk zijn, ener vrouwe man, wakker, matig, eerbaar, gaarne herbergende, bekwaam om te leren;
Tit_1:7 Want een opziener moet onberispelijk zijn, als een huisverzorger Gods, niet eigenzinnig, niet genegen tot toornigheid, niet genegen tot den wijn, geen smijter, geen vuil-gewinzoeker;
1Pe_2:25 Want gij waart als dwalende schapen; maar gij zijt nu bekeerd tot den Herder en Opziener uwer zielen.

Opziener in de Strongs:

https://studybible.info/strongs/G1985

Een Opziener heeft tevens een herdelijke instelling. ik denk dat hij/zij zaken delegeert. Vanuit het overzicht en herderlijk inzicht zal deze persoon, kan zowel man als vrouw zijn gezien Yeshua’s volbrachte werk, de juiste mensen vinden die meehelpen een fundament te vormen. zodat het geheel groeien kan. Precies wat Yeshua ons raadde in de evangeliën.

Yeshua is ons aller Voorbeeld en Voorganger. Herder en Opziener.

Joh 14:26 ;Johannes 17; Hebreën 8

Komt laten wij terugkeren naar Hem en ons overgeven zodat Hij ons vormen zal. Alleen dán zal daadwerkelijk en duurzaam vrucht te verwachten zijn.

Psalm 80.

Wij zullen eerst zelfonderzoek moeten doen voor wij verder kunnen gaan. Denk aan het nichtje van Mordechai, welk een zorgvuldige voorbereiding zij moest krijgen vóórdat zij tot de koning mocht naderen…

Mal 3:7  Van uwer vaderen dag af, zijt gij afgeweken van Mijn inzettingen, en hebt ze niet bewaard; keert weder tot Mij, en Ik zal tot u wederkeren, zegt de HEERE der heirscharen; maar gij zegt: Waarin zullen wij wederkeren?

Beproef mijn woorden!

@Hadassah

 


Een reactie plaatsen

Woman of Valor

Between  two verses in Scriptures lays a period of  a deep valley of affliction.

Gen 1:28  And Elohim blessed them, and Elohim said unto them, Be fruitful, and multiply, and replenish the earth, and subdue it: and have dominion over the fish of the sea, and over the fowl of the air, and over every living thing that moveth upon the earth. 

Ga 3:28 There cannot be Jew nor Greek, there is no slave nor freeman, there is no male and female; for you are all one in Yeshua HaMasiach.

The first verse is mentioned in Gan Eden where YHVH told both, Adam and Chava to have the authority. We know history, what Adam neglected… what Chava did…

The valley of affliction took that long as long as people especially they who werent serious about Fathers commandments..

Then Yeshua’s time appeared…

Yeshua came to nailed the law of sin and dead to the tree, so that the way was open the Bride could begin to prepare herself by the power of YHVH…
Also in this particular subject..
I found an article about Lydia after Yeshua’s resurection.
Is it a sign and encouragement to throw stones away to prepare the way?

How long after Yeshua resurection Lydia was put in her call?

Was it two thousand year?

How long took it for christianity to give women that space Yeshua has given to work out thier call?

How long took it for torahkeeping messianics to give women the permission to work out their call like Shaul did as a mirror to YHVHs example in Gan Eden?

Are we aware that this part is really important for complete restoration as the one Bride?

Are we aware that because of flesly domanion of men over women created the wave of feminism. Both are not Scriptural and we have seen the result. Abba  YHVH’s plan for both is out of Him only not from natural emotions. A helpful advise is to find in Scripture out of Hebraic view.

Do you know in which groups and congregations women are allowed to grow in their talents and mision?

Closer… In which families husbands allow their wife to grow in her calling and talent, even when she is a Deborah and he the helper to protect her in that mission?

I may ask this… I have a blessed husband who is known by this knowledge and I am allowed to work my calling out.

https://www.women-of-valor.com/the-congregation-of-philippi/


2 reacties

Sleutelen aan de autoriteit van Yeshua

Vanwege gebrek der kennis en niet de benodigde honger om de waarheid te zoeken in het geschreven Woord, komen mensen in twijfel over wie Yeshua is.

Er gaan stemmen op dat Hij alleen mens zou zijn, weliswaar een bijzondere, maar dezelfde Rang én YHVH gemanifesteerd als mens, dat voert voor dezen te ver.

Dan hebben we nog de antimissionarissen, die vanuit verblinding leringen leren aan hen die deze naar de ogen kijken en zo is er veel ruis op de lijn met het grote gevaar op de loer dat men Yeshua los gaat laten en daarvan lezen we de bijzondere waarschuwing dat Heb 6:4  Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn, 
Heb 6:5  En gesmaakt hebben het goede woord Gods, en de krachten der toekomende eeuw, 
Heb 6:6  En afvallig worden, die, zeg ik, wederom te vernieuwen tot bekering, als welke zichzelven den Zoon van God wederom kruisigen en openlijk te schande maken. 

Een eenvoudig menselijk voorbeeld om aan te duiden dat Yeshua én mens was én YHVH in het vlees. We nemen een mens, die én echtgenoot, vader, zoon, broer is en een beroep heeft, maar het is die ene die in diverse rollen de verschillende taken uitvoert. De ene taak met bijbehorend talent is niet sluitend en toepasbaar op die andere, maar bij elkaar genomen beslaan ze het gebied en mensen die deze mens ontmoet in z’n leven.

Als YHVH zegt dat er geen andere Heiland/Verlosser is dan Hij, dan zouden we toch niet hoeven twijfelen aan Zijn woorden?

Jes 43:11 Ik, Ik ben YHVH/de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij.

Jes 45:21 Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, YHVH/ de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik.

Hos 13:4 Ik ben toch YHVH/ de HEERE, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.

Geen Heiland dan YHVH: noH369 saviourH3467 besideH1115 me. 

Yeshua…Yahusha…YHVH Die redt

Yeshua als Verlosser al in Gan Eden voorzegd

Gen 3:15  En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen. 

Zaad is hier enkelvoud: Zera’.

Geen mens die als Naam Sterke God krijgt toebedeeld

Isa 9:5  Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst; 

Er is geen andere Heiland:

Isa_43:11  Ik, Ik ben YHVH/de HEERE, en er is geen Heiland behalve Mij.
Isa_45:21  Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt samen: wie heeft dat laten horen van ouds her? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, YHVH/de HEERE? en er is geen God meer behalve Mij, een rechtvaardig God, en een Heiland, niemand is er dan Ik.
Hos_13:4  Ik ben toch YHVH/de HEERE, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.

Komende Koning voorzegd

Jer 23:5  Ziet, de dagen komen, spreekt YHVH, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde. 
Jer 23:6  In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israel zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: YHVH: ONZE GERECHTIGHEID. 
Jer 23:7  Daarom, ziet, de dagen komen, spreekt YHVH, dat zij niet meer zullen zeggen: Zo waarachtig als YHVH leeft, Die de kinderen Israels uit Egypteland heeft opgevoerd. 
Jer 23:8  Maar: Zo waarachtig als YHVH leeft, Die het zaad van het huis Israels heeft opgevoerd, en Die het aangebracht heeft uit het land van het noorden, en uit al de landen, waarheen Ik ze gedreven had! want zij zullen wonen in hun land. 

Geen menselijk mannelijk zaad

Luk 1:26 En in de zesde maand werd de engel Gabriel van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth;
Luk 1:27 Tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, wiens naam was Jozef, uit den huize Davids; en de naam der maagd was Maria.
Luk 1:28 En de engel tot haar ingekomen zijnde, zeide: Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen.
Luk 1:29 En als zij hem zag, werd zij zeer ontroerd over dit zijn woord, en overleide, hoedanig deze groetenis mocht zijn.
Luk 1:30 En de engel zeide tot haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden.
Luk 1:31 En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn naam heten Yeshua.
Luk 1:32 Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven.
Luk 1:33 En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn.
Luk 1:34 En Maria zeide tot den engel: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man bekenne?
Luk 1:35 En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.

Goddelijke authoriteit

Joh 8:18 ….Ik ben van boven; gij zijt uit deze wereld, Ik ben niet uit deze wereld.”

Joh 8:12 Yeshua dan sprak wederom tot henlieden, zeggende: Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben. (..) 14  Yeshua antwoordde, en zeide tot hen: Hoewel Ik van Mijzelven getuig, zo is nochtans Mijn getuigenis waarachtig; want Ik weet, van waar Ik gekomen ben, en waar Ik heenga; maar gijlieden weet niet, van waar Ik kom, en waar Ik heenga. (..)16  En indien Ik ook oordeel, Mijn oordeel is waarachtig; want Ik ben niet alleen, maar Ik en de Vader, Die Mij gezonden heeft. 
17  En er is ook in uw wet geschreven, dat de getuigenis van twee mensen waarachtig is. 
18  Ik ben het, Die van Mijzelven getuig, en de Vader, Die Mij gezonden heeft, getuigt van Mij. (..)23  En Hij zeide tot hen: Gijlieden zijt van beneden, Ik ben van boven; gij zijt uit deze wereld, Ik ben niet uit deze wereld. (..) 42  Yeshua dan zeide tot hen: Indien God uw Vader ware, zo zoudt gij Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan; en kom van Hem. Want Ik ben ook van Mijzelven niet gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden. 

Geen mens kan zelf het leven geven en nemen

Joh 10:17  Daarom heeft mij de Vader lief, overmits Ik Mijn leven afleg, opdat Ik hetzelve wederom neme. 
18  Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht hetzelve af te leggen, en heb macht hetzelve wederom te nemen. Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.

Titel

Joh 20:27  Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand, en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig. 
Joh 20:28  En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Meester en mijn God! 

Aanbidding

Matteüs 28:16-17: “De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg waar Yeshua hen had onderricht, en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog.”

Yeshua zal aanbeden worden door elk schepsel

Openbaring 5:13-14: “Elk schepsel in de hemel, op aarde, onder de aarde en in de zee, alles en iedereen hoorde ik zeggen: ‘Aan hem die op de troon zit en aan het lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.’ De vier wezens antwoordden: ‘Amen,’ en de oudsten wierpen zich in aanbidding neer.”

Geen mens kan een ander mens verlossen

Joh 1:29  Des anderen daags zag Johannes Yeshua tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt! 
Joh 1:30  Deze is het, van Welken ik gezegd heb: Na mij komt een Man, Die voor mij geworden is, want Hij was eer dan ik. 

Wordt vervolgd