Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Tegen het Licht van het Woord houden

In 2007 werd ik sterk bepaald om door middel van schrijven datgene te gaan delen van wat ik van Abba YHVH ontvangen had.

Waaróm?

Omdat Hij mij ertoe aanzette. Hij gaf er de vorm niet bij. Ik had ook video’s kunnen maken of podcasts..maar het eerste wat me te binnen schoot was schrijvend verwoorden en dat heb ik tot nu toe grotendeels gedaan. Met de naam Tegentlicht bedoel ik te zeggen dat alles wat ik tegenkom, het Licht moet kunnen verdragen van het Levend en geschreven Woord van YHVH. Dat Woord is mijn toetssteen ondersteund door de werking van de Geest van Heiligheid, Die indachtig zal maken alles wat Yeshua onderwijst.

Zelf radikaal tot levend geloof gekomen en tevens in één week samen overgegaan van een gebruikelijke zondag die zowel evangelisch alswel refo getint was naar de volkomen terechte rustdag,die YHVH heeft ingesteld en nimmer vervangen heeft: de shabbat.

Die radikale instelling hebben we tot aan de dag van vandaag als het om Vaders Waarheid gaat,maar tijdens onze eerste liefde waren we zo nu en dan wat té enthousiast naar anderen (dachten wij) dat het meer tegengas gaf dan medegangers. Dus pasten we de “toon”wat aan. Over de jaren heen hebben we gezien, dat welke toon je probeert te hanteren om de Waarheid Die Hij wil dat je zal doorgeven, bij mensen die marges willen houden, niet werkt. Het heeft met de hartsgesteldheid van die ander te maken of het Woord toegang krijgt of niet.

Verhardt uw hard niet, maar laat u leiden…

Na elke periode volgde een andere en nu merk ik dat ik meer man en paard wil gaan noemen, omdat Abba aan een tijd consequenties verbindt en wanneer die tijd in Zijn plan over of op is, volgt een andere met andere middelen. Zo YHVH wil, zal ik daar later of in andere artikelen verder over uitwijden..

In de afgelopen weken zijn we als gezin op reis geweest en hebben naast prachtige natuur ook waardevolle mensen ontmoet. Meer dan we verwacht hadden,omdat we in eerste instantie één gezin op het oog hadden, die te bezoeken. Efraïm leeft in de volkeren, weliswaar in kleine getale, maar duidelijk aanwezig. Niet alleen in kennis verzamelen,maar vooral in relatie tot elkaar. Familie zijn in de praktijk. Versterk het overige! Daarover misschien later meer.

Overal waar Efraïm ontdekt wie zij zijn, is misleiding er als de kippen bij om chaos, verwarring, scheiding en deling te maken. Dat lijkt in eerste instantie niet zo merkbaar, maar in het verloop komen de kenmerken naar boven met alle gevolgen vandien.

Heel belangrijk en onmisbaar is het wachtersschap. Rechtschapen mannen en vrouwen (ja, ook die) met geestelijk onderscheidingsvermogen wiens prioriteit is om de lammeren te beschermen, de schapen te helpen tot discipelschap te komen en bereid zijn hun eigen positie in de waagschaal te leggen als het om YHVH’s Waarheid gaat. Deze mannen en vrouwen willen niet wijken van de Waarheid van Abba YHVH en zijn in hun toewijding aan Abba YHVH en dienen naar de anderen, bewust van de belangen die er spelen. Water bij de wijn doen ze niet, omwille van YHVH’s eer en bescherming van de familie waar zij deel van uitmaken.

Wachters zijn geen allemansvrienden.Het is een moeilijke taak maar met de Hulp van de Vader mogelijk. De stille omgang met Hem voedt hen. Wachter wordt men door keuze van Abba YHVH, Die hen leert. Wachters hebben voorafgaand aan hun taak vaak geleerd van persoonlijk verlies in hun jeugd en volwassenwording, maar hebben tevens gezien dat Vaders Hulp tijdens deze ervaringen hen een onwrikbaar geloof heeft gegeven van een Elohim, Die leeft.

Bij ontbreken van wachtersschap kan het alle kanten opgaan en worden veelal compromissen toegestaan om de lieve vrede of de voortgang van het oorspronkelijke plan voort te zetten.

Dat bovenstaande duidt op eigen maaksel, eigen gedachte om iets op te zetten in plaats van geroepen zijn om iets te gaan doen wat YHVH’s wil is.

We hebben in veel groepen en gemeenten gezien dat bij het ontbreken van duidelijk geroepen én geactiveerd wachtersschap, er lieden en lering binnen kwamen, die de mensen ver en misleidden of in het geringste geval beïnvloed hebben, zodat zij gemixt voedsel ontvingen. Een beetje Woord, wat krachteloos werd door de ingrediënten van verkeerde leringen. Dat heeft het merendeel van de kudde geestelijk passief gemaakt.

Veel van de mensen die biivoorbeeld shabbat hebben ontdekt zijn door “eigen-wijze” leraren gecharmeerd geraakt met judaïstische gebruiken, die de ruimte opvulden van oorspronkelijke christelijke gebruiken. Deze “eigen-wijze”leraren werden en worden met veel elan binnengehaald zonder diep onderzoek vooraf of zij wel de juiste Messias verkondigen en of zij Yeshua, de Opgestane, belijden in geest en in waarheid.

En zo worden velen misleid.

Als wachters niet opstaan en waarschuwen, gaan velen ongewaarschuwd een doodlopende weg op.

Eergisteren werd ik door iemand gebeld die mij vroeg wat ik van de auteur wist die het boek “return to the kosher pig”. De beller had mijns inziens naar zijn staat van dienst allang zelf kunnen uitvinden wie deze auteur is en waar hij voor staat.

Ikzelf heb een videoserie gezien en een boek van Deanne de Loper gelezen om te weten welke leer dat is. Dat zou iedereen moeten doen!

Beproeft de geesten of zij uit Elohim YHVH zijn!

In dezelfde tijd vernamen we van iemand over een organisatie in Israel die christenen en joden bij elkaar willen brengen. We werden uitgenodigd daarbij aan te sluiten. Vaag kwam mij de naam voor en na wat onderzoek wat “facingeachother” is, werd het direct duidelijk bij de vraag-en-antwoorden. Het is niet Yeshua belijdend en iedereen ongeacht welk geloof kan erbij.De founder doet aan kabbalah en gematria en het is griezelig hoe er gemixt wordt. Frappant dat er op zijn website eveneens de term “kosher pig”genoemd wordt. Ver van weg blijven.

Wij worden geacht van schapen discipelen te worden en dat gaat alleen via het concept van familie worden. Kerkje spelen met een dienst en een preek, afgewisseld met wat gezang geeft mensen niet de ruimte om zelf te oefenen in de beschermende en vertrouwde familiaire kring! Het vertraagt het plan van Abba YHVH om vermeerdering door gewone mensen vol van Zijn Geest in zicht te laten komen. Zelfs christelijk bekende termen mee laten liften in de nieuwe setting brengen tot dan kerkelijk geconditioneerde mensen opnieuw in de kerkelijke houding van ontvangen zonder actief in de praktijk te brengen wat men aan inzichten ontvangt. Daarom is een andere termologie nodig om mensen aan te sporen en te bemoedigen zelf te leren nadenken. Dat voelt waarschijnlijk wat oncomfortabel aan, maar op den duur wel vernieuwend en noodzakelijk om een discipel te leren worden die zelfstandig handelen kan. En dat heeft tot gevolg dat we iets gaan zien wat op de eerste vervulde Shauot daar in Jeruzalem gebeurde! Wijzelf gebruiken steevast andere termen en ook willen we in de ontmoeting niet die overbekende oude volgorde. Shabbatsontmoeting, familiegroep. Zoals het bij een familie reünie gaat is er lekker eten wat gevolgd wordt door een onderwerp wat ons allen bezighoudt. We zoeken het in het Woord op, lezen en praten  erover. De jongeren eerst,dan volwassenen. Stilzitten kort houden, want een familie is geen organisatie! Het is een organische ontmoeting, het verloopt spontaan. Onderling in contact blijven voor allerlei onderwerpen en praktische zaken die aandacht verdienen. Ook het onderlinge uitwisseling en dat duidt op vertrouwen, vriendschap en verbondenheid, wat geen verwijdering maar juist ruimte aan vermeerdering geeft. Alle eer aan YHVH, Die bouwt aan hetgeen Hij wil.

Van Hem geleerd zijn,zoals de eenvoudige vissersmensen drie én een half jaar door Yeshua geleerd werden. Dat en dát alleen maakt discipelen!

Ontwaakt gij die slaapt en staat op uit de dood en Yeshua zal over u waken!

Mar 16:15  En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. 
Mar 16:16  Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. 
Mar 16:17  En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. 
Mar 16:18  Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden. 
Mar 16:19  De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan de rechter hand Gods. 
Mar 16:20  En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heere wrocht mede, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen.

Beproeft mijn woorden!


Een reactie plaatsen

Wachter

Wachter wat is er van de nacht?

Eze_3:17  Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.
Eze_33:2  Mensenkind! spreek tot de kinderen uws volks, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hun einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen;
Eze_33:6  Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd; en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg; die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal Ik van des hand des wachters eisen.
Eze_33:7  Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.

Wachter

Eze 33:1  En YHVH’s woord geschiedde tot mij, zeggende: 
Eze 33:2  Mensenkind! spreek tot de kinderen uws volks, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hun einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen; 
Eze 33:3  En hij het zwaard ziet komen over het land, en blaast met de bazuin, en waarschuwt het volk; 
Eze 33:4  En een, die het geluid der bazuin hoort, wel hoort, maar zich niet laat waarschuwen; en het zwaard komt, en neemt hem weg, diens bloed is op zijn hoofd. 
Eze 33:5  Hij hoorde het geluid der bazuin, maar liet zich niet waarschuwen, zijn bloed is op hem; maar hij, die zich laat waarschuwen, behoudt zijn ziel. 
Eze 33:6  Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd; en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg; die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal Ik van des hand des wachters eisen.

Eze 33:7  Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen. 

Eze 33:8  Als Ik tot den goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven! en gij spreekt niet, om den goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. 
Eze 33:9  Maar als gij den goddeloze van zijn weg afmaant, dat hij zich van dien bekere, en hij zich van zijn weg niet bekeert, zo zal hij in zijn ongerechtigheid sterven; maar gij hebt uw ziel bevrijd. 

Eze 33:10  Daarom, gij mensenkind! zeg tot het huis Israels: Gijlieden spreekt aldus, zeggende: Dewijl onze overtredingen en onze zonden op ons zijn, en wij in dezelve versmachten, hoe zouden wij dan leven? 
Eze 33:11  Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt YHVH/ HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels? 
Eze 33:12  Gij dan, o mensenkind! zeg tot de kinderen uws volks: De gerechtigheid des rechtvaardigen zal hem niet redden ten dage zijner overtreding; en aangaande de goddeloosheid des goddelozen, hij zal om dezelve niet vallen, ten dage als hij zich van zijn goddeloosheid bekeert; en de rechtvaardige zal niet kunnen leven door dezelve zijn gerechtigheid, ten dage als hij zondigt. 
Eze 33:13  Als Ik tot den rechtvaardige zeg, dat hij zekerlijk leven zal, en hij op zijn gerechtigheid vertrouwt, en onrecht doet, zo zullen al zijn gerechtigheden niet gedacht worden, maar in zijn onrecht, dat hij doet, daarin zal hij sterven. 
Eze 33:14  Als Ik ook tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven! en hij zich van zijn zonde bekeert, en recht en gerechtigheid doet; 
Eze 33:15  Geeft de goddeloze het pand weder, betaalt hij het geroofde, wandelt hij in de inzettingen des levens, zodat hij geen onrecht doet; hij zal zekerlijk leven, hij zal niet sterven. 
Eze 33:16  Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zekerlijk leven. 
Eze 33:17  Nog zeggen de kinderen uws volks: De weg van YHVH is niet recht; daar toch hun eigen weg niet recht is. 
Eze 33:18  Als de rechtvaardige afkeert van zijn gerechtigheid, en doet onrecht, zo zal hij daarin sterven. 
Eze 33:19  En als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, en doet recht en gerechtigheid, zo zal hij daarin leven. 
Eze 33:20  Nog zegt gij: De weg van YHVH is niet recht; Ik zal ulieden richten, een ieder naar zijn wegen, o huis Israels! 

Eze 33:21  En het geschiedde in het twaalfde jaar onzer gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen. 
Eze 33:22  Nu was de hand van YHVH op mij geweest des avonds, eer die ontkomene kwam, en had mijn mond opengedaan, totdat hij des morgens tot mij kwam. Alzo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer stom. 
Eze 33:23  Toen geschiedde YHVH’s woord tot mij, zeggende: 
Eze 33:24  Mensenkind! de inwoners van die woeste plaatsen in het land Israels spreken, zeggende: Abraham was een enig man, en bezat dit land erfelijk; maar onzer zijn velen; het land is ons gegeven tot een erfelijke bezitting. 
Eze 33:25  Daarom zeg tot hen: Zo zegt YHVH: Gij eet vlees met het bloed, en heft uw ogen op tot uw drekgoden, en vergiet bloed; en zoudt gij het land erfelijk bezitten? 
Eze 33:26  Gij staat op ulieder zwaard; gij doet gruwel, en verontreinigt, een ieder de huisvrouw zijns naasten; en zoudt gij het land erfelijk bezitten? 
Eze 33:27  Alzo zult gij tot hen zeggen: Elohim YHVH zegt alzo: Zo waarachtig als Ik leef, indien niet, die in die woeste plaatsen zijn, door het zwaard zullen vallen, en zo Ik niet dien, die in het open veld is, het wild gedierte overgeve, dat het hem vrete, en die in de vestingen en in de spelonken zijn, door de pestilentie zullen sterven! 
Eze 33:28  Want Ik zal het land tot een verwoesting en een schrik stellen, en de hovaardij zijner sterkte zal ophouden; en de bergen Israels zullen woest zijn, dat er niemand overga. 
Eze 33:29  Dan zullen zij weten, dat Ik YHVH ben, als Ik het land tot een verwoesting en een schrik zal gesteld hebben, om al hun gruwelen, die zij gedaan hebben. 
Eze 33:30  En gij, o mensenkind! de kinderen uws volks spreken steeds van u bij de wanden en in de deuren der huizen; en de een spreekt met den ander, een iegelijk met zijn broeder, zeggende: Komt toch en hoort, wat het woord zij, dat van YHVH voortkomt. 
Eze 33:31  En zij komen tot u, gelijk het volk pleegt te komen, en zitten voor uw aangezicht als Mijn volk, en horen uw woorden, maar zij doen ze niet; want zij maken liefkozingen met hun mond, maar hun hart wandelt hun gierigheid na. 
Eze 33:32  En ziet, gij zijt hun als een lied der minnen, als een, die schoon van stem is, of die wel speelt; daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet. 
Eze 33:33  Maar als dat komt (zie, het zal komen!) dan zullen zij weten, dat er een profeet in het midden van hen geweest is.

Scherpe dorsslede

Isa 41:13  Want Ik,YHVH,Uw Elohim, (de HEERE, uw God) grijp uw rechterhand aan, Die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u. 
Isa 41:14  Vrees niet, gij wormpje Jakobs, gij volkje Israels! Ik help u, spreekt YHVH, en uw Verlosser is de Heilige Israels! 

Isa 41:15  Ziet, Ik heb u tot een scherpe nieuwe dorsslede gesteld, die scherpe pinnen heeft; gij zult bergen dorsen en vermalen, en heuvelen zult gij stellen gelijk kaf. 
Isa 41:16  Gij zult ze wannen, en de wind zal ze wegnemen, en de stormwind zal ze verstrooien; maar gij zult u verheugen in den HEERE; in den Heilige Israels zult gij u roemen. 

Isa 41:17  De ellendigen en nooddruftigen zoeken water, maar er is geen, hun tong versmacht van dorst; Ik, YHVH, de HEERE zal hen verhoren, Ik, de God Israels, zal hen niet verlaten. 
Isa 41:18  Ik zal rivieren op de hoge plaatsen openen, en fonteinen in het midden der valleien; Ik zal de woestijn tot een waterpoel zetten, en het dorre land tot watertochten. 
Isa 41:19  Ik zal in de woestijn den cederboom, den sittimboom, en den mirteboom, en den olieachtigen boom zetten; Ik zal in de wildernis stellen den denneboom, den beuk, en den busboom te gelijk; 
Isa 41:20  Opdat zij zien, en bekennen, en overleggen, en te gelijk verstaan, dat de hand van YHVH zulks gedaan, en dat de Heilige Israels zulks geschapen heeft. 

Waakt

Mar 14:37  En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon! slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken? 
Mar 14:38  Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak. 
Mar 14:39  En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden. 
Mar 14:40  En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden. 
Mar 14:41  En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.

De kinderen Israels zijn ons tot voorbeeld schrijft Paulus in de Corinthebrief.

Om voorbereid te zijn, dienen we onze manier van uitleven bewust te bekijken en zonodig af te leggen.

Diep in ons hart zullen wij allen zelf wel weten wat niet thuishoort in het leven van Yeshua’s volgeling.

Het is zo eenvoudig!

Hem kennen is erkennen, belijden en Hem om hulp vragen om te kunnen overwinnen. Zijn kracht staat ter beschikking, Zijn leiding ook.

We denken vast wel eens over bijzondere verhoringen en overwinningen, maar het kan goed zijn, dat bij het uitblijven en in grote nood, wij zelf nog iets hebben op te ruimen.

Het Woord van YHVH neemt geen blad voor de mond.

Abba YHVH is er op uit om ons tot overgave te brengen, want Hij woont in het hoge en heilige:

Van zelfbeschikking naar toewijding:

Isa_57:15  Want alzo zegt de Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont, en Wiens Naam heilig is: Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij dien, die van een verbrijzelden en nederigen geest is, opdat Ik levend make den geest der nederigen, en opdat Ik levend make het hart der verbrijzelden.

Beproef mn woorden!


Een reactie plaatsen

De les

Israël verlangt een koning

1Het gebeurde nu, toen Samuel oud geworden was, dat hij zijn zonen tot richters over Israël aanstelde.

2De naam van zijn eerstgeboren zoon was Joël en de naam van zijn tweede was Abia; zij waren richters in Berseba.

3Maar zijn zonen gingen niet in zijn wegen; zij waren uit op

Ex. 18:21; Deut. 16:19winstbejag, namen geschenken aan en bogen het recht.

4Toen kwamen alle oudsten van Israël bijeen, en zij kwamen bij Samuel in Rama.

5Zij zeiden tegen hem: Zie, u bent oud geworden en uw zonen gaan niet in uw wegen.

Hos. 13:10; Hand. 13:21Stel daarom een koning over ons aan om ons leiding te geven, zoals alle volken.

6Toen zij zeiden: Geef ons een koning om ons leiding te geven, was

1 Sam. 12:17dit woord kwalijk in de ogen van Samuel. En Samuel bad tot de HEERE.

7Maar de HEERE zei tegen Samuel: Geef gehoor aan de stem van het volk in alles wat zij tegen u zeggen; want zij hebben ú niet verworpen, maar Míj hebben zij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zou zijn.

8Overeenkomstig alles wat zij Mij aangedaan hebben, vanaf de dag dat Ik hen uit Egypte geleid heb tot deze dag toe, door Mij te verlaten en andere goden te dienen, doen zij nu ook u aan.

9Welnu, luister naar hun stem, maar waarschuw hen nadrukkelijk en maak hun de handelwijze bekend van de koning die over hen zal regeren.

10Daarop maakte Samuel al de woorden van de HEERE bekend aan het volk, dat een koning van hem verlangde.

11Hij zei: Dit zal de handelwijze zijn van de koning die over u regeren zal: hij zal uw zonen nemen om hen voor zich in te zetten bij zijn wagens en zijn ruiterij, en om hen voor zijn wagen uit te laten lopen.

12Hij zal hen aanstellen tot bevelhebbers over duizend en tot bevelhebbers over vijftig. Zij zullen zijn akker moeten ploegen, zijn oogst binnenhalen en zijn strijdwapens en zijn wagentuig maken.

13Uw dochters zal hij nemen als zalfbereidsters, kooksters en baksters.

14Uw akkers, uw wijngaarden en uw olijfgaarden, de beste zal hij nemen en ze aan zijn dienaren geven.

15Van uw zaaigoed en uw wijngaarden zal hij het tiende deel nemen en dat aan zijn hovelingen en zijn dienaren geven.

16Hij zal uw slaven, uw slavinnen, uw beste jongemannen en uw ezels nemen om daarmee zijn werk te doen.

17Hij zal het tiende deel van uw kudden nemen, en u zult hem tot slaven zijn.

18U zult het in die dagen uitschreeuwen vanwege uw koning, die u zich gekozen hebt, maar de HEERE zal u op die dag niet antwoorden.

19Maar het volk weigerde naar de stem van Samuel te luisteren. Zij zeiden: Nee, er moet toch een koning over ons komen.

20Dan zullen wij ook zijn als al de volken; onze koning zal ons leiding geven en hij zal voor ons uit gaan en onze oorlogen voeren.

21Toen Samuel al de woorden van het volk gehoord had, sprak hij die uit ten aanhoren van YHVH.

22YHVH zei tegen Samuel: Luister naar hun stem en stel een koning over hen aan. Toen zei Samuel tegen de mannen van Israël: Ga heen, ieder naar zijn stad.

1Samuël 8

Wij zien het, doorgronden wij het ook?

In het heden ligt het verleden, in het nu wat komen zal.

Vertaling HSV


Een reactie plaatsen

Van Jacob Israël worden

Deze week een gesprek gehad en wat gelezen, die beiden nagedachten gaven. Twee wil ik daarvan naar voren halen omdat het ons aangaat.

Deze week gaat het toragedeelte over de worsteling van Jacob bij de beek. In het gesprek werd me verteld dat we niet zomaar Israel worden. We zullen het als het ware moeten bewijzen, door net als Jacob bij de beek, wij het persoonlijk in ons leven en als collectief, ernst is om te verkrijgen wat ons beloofd is.

Zojuist kwamen de woorden uit Php in mn gedachten:

2:12  Alzo dan, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijd gehoorzaam geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veelmeer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs behoudenis met vreze en beven: 
Php 2:13  Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen. 
Php 2:14  Doet alle dingen zonder murmureren en tegenspreken; 
Php 2:15  Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld; 
Php 2:16  Voorhoudende het woord des levens, mij tot een roem tegen den dag van Christus, dat ik niet tevergeefs heb gelopen, noch tevergeefs gearbeid. 

Wanneer wij deze woorden aandachtig lezen, beseffen wij dat het YHVH is Die beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen in ons werkt. Zodat Hij alle eer krijgt.

Genesis verhaalt dat Jacob bij de beek met een Man worstelt en dat hij daar ná de worsteling een andere naam ontvangt. Van Jacob Israel worden. Van Jacob naar Israel worstelen. Worden is voortgang door middel van een worsteling. Net zoals Jacob.

Gen 32:24  Doch Jakob bleef alleen over; en een man worstelde met hem, totdat de dageraad opging. 
Gen 32:25  En toen Hij zag, dat Hij hem niet overmocht, roerde Hij het gewricht zijner heup aan, zodat het gewricht van Jakobs heup verwrongen werd, als Hij met hem worstelde. 
Gen 32:26  En Hij zeide: Laat Mij gaan, want de dageraad is opgegaan. Maar hij zeide: Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent. 
Gen 32:27  En Hij zeide tot hem: Hoe is uw naam? En hij zeide: Jakob. 
Gen 32:28  Toen zeide Hij: Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israel; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht. 
Gen 32:29  En Jakob vraagde, en zeide: Geef toch Uw naam te kennen. En Hij zeide: Waarom is het, dat gij naar Mijn naam vraagt? En Hij zegende hem aldaar. 
Gen 32:30  En Jakob noemde den naam dier plaats Pniel: Want, zeide hij ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest. 

En Hij zeide: Laat Mij gaan. Maar hij zeide, ik laat U niet gaan tenzij Gij mij zegent… En Hij zeide tot hem: Hoe is uw naam? En hij zeide: Jacob.

Toen zeide Hij: Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israel; want gij hebt u vorstelijk gedragen met Elohim en met de mensen, en hebt overmocht. 

In de KJversion staat het er zó:

Gen 32:28  And he said,H559 Thy nameH8034 shall be calledH559 noH3808 moreH5750 Jacob,H3290 butH3588 H518 Israel:H3478 forH3588 as a prince hast thou powerH8280 withH5973 GodH430 and withH5973 men,H376 and hast prevailed.H3201 

Zijn wij al bij de beek geweest en hebben wij de worsteling doorstaan?

Dat brengt me bij het volgende: Geloven als een kind

Mat 18:1  Te dierzelfder ure kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende: Wie is toch de meeste in het Koninkrijk der hemelen? 
Mat 18:2  En Jezus een kindeken tot Zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen; 
Mat 18:3  En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan. 
Mat 18:4  Zo wie dan zichzelven zal vernederen, gelijk dit kindeken, deze is de meeste in het Koninkrijk der hemelen. 
Mat 18:5  En zo wie zodanig een kindeken ontvangt in Mijn Naam, die ontvangt Mij. 
Mat 18:6  Maar zo wie een van deze kleinen, die in Mij geloven, ergert, het ware hem nutter, dat een molensteen aan zijn hals gehangen, en dat hij verzonken ware in de diepte der zee. 

En Yeshua een kindeken tot Zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen; 
Mat 18:3  En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan. 
Mat 18:4  Zo wie dan zichzelven zal vernederen, gelijk dit kindeken, deze is de meeste in het Koninkrijk der hemelen. 

Indien gij u niet verandert….zo wie dan zichzelven zal vernederen…

Vernederen…verootmoedigen

En dat brengt mij bij Jesaja 57:15:

Isa 57:15  Want alzo zegt de Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont, en Wiens Naam heilig is: Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij dien, die van een verbrijzelden en nederigen geest is, opdat Ik levend make den geest der nederigen, en opdat Ik levend make het hart der verbrijzelden. 

Er is de profetie en belofte dat Abba YHVH het huis van Israel zal oprichten. We mogen uit de geschiedenis van Jacob opmaken, dat wij ook een worsteling door moeten om over te steken om de nieuwe naam te ontvangen.

Wij zijn er nog niet.

Hoopvol dat wij niet vergeten zijn en waakzaam dat het niet vanzelf gaat.

Moge hij ons ter Hulpe zijn in alles- psalm 121

Een oude berijmde psalm zegt het zó: Leer mij naar Uw wil te handelen, ik zal dan in Uw waarheid wandelen, neig mijn hart en voeg het saam tot het ontzag van uwe Naam – psalm 86:6

Alle eer aan de Levengever.

Beproef mijn woorden!

NB Een bijgevoegde link van vertrouwde vrienden voor het genoemde torahgedeelte: https://etzbneyosef.blogspot.com/2022/12/hebrew-insights-into-parashat.html


Een reactie plaatsen

Van Habakuk 3 naar 1Koningen 8…

Het beste wordt voor het laatste bewaard, zo luidt een gezegde…

Het was een periode van geestelijke leegte na de sukkot, waarin ik onderwerpen zocht die mij eertijds inspireerden. Ook gesprekken vinden met mensen waarin ik eerder weerklank vond en waarvan enkele mij inderdaad even uit die leegte “haalden”om daarna weer omhuld te worden met dat “gevoel”.

Het was niet de lichte verkoudheid die mij deed besluiten thuis te blijven in plaats van het overige te versterken, dat ik als het ware “vast” kwam zitten.

Tussendoor Abba YHVH vragen en uiteindelijk tot een aanvaarding komen. Het zij zo.

Want er was niets uit de “bus”gekomen, wat de oorzaak kon zijn.

Soms zet Hij Zelf Zijn kinderen op een plaats, waar zij moeten leren wachten.

Daarstraks kwamen zo inene de woorden uit Habakuk 3 naar boven…of was het van Boven naar mijn hart?

Al zou de vijgenboom niet bloeien…

Mijn hart reageerde op die woorden met “nochthans zal ik mij verheugen in de God mijns heils”en dat bracht mij tot inspiratie dat woorden kreeg en terwijl ik nu deel, komt het volgende in mn gedachten wat ik in de nacht van Shemini Atzeret jongstleden beleefde en nu terugkijkend een sleutel aanreikt:

Opmerkelijk was wel, dat in de nacht van Shemini Atzeret het ongewoon voor mijn doen was, dat ik niet kon inslapen en uren klaarwakker was in de nacht en na die in de woonkamer doorgebracht te hebben, vroeg in de morgen wat probeerde te slapen. Tijdens die nachtwake zocht ik op “achtste dag”, om mijzelf ervan te vergewissen dat Shemini Atzeret beduidend anders is dan Simcha Torah. Ik herinner me dat mijn oog op 1 Koningen 8 viel en ik die gelezen heb.

Ik begon met het vers dat over de achtste dag ging:

1Ki 8:66  Op den achtsten dag liet hij het volk gaan, en zij zegenden den koning; daarna gingen zij naar hun tenten, blijde en goedsmoeds over al het goede, dat YHVH/ de HEERE aan David, Zijn knecht, en aan Israel, Zijn volk, gedaan had. 

Daarna wilde ik weten welke achtste dag bedoeld werd…in welke periode…

1Ki 8:2  En alle mannen van Israel verzamelden zich tot den koning Salomo, in de maand Ethanim op het feest; die is de zevende maand. 

Nu terugziende gaf Abba YHVH een inzicht die bevestigt wat ik gedurende deze tijd  heel duidelijk ervaar.

Is dat niet wonderlijk?

We lezen verder:

1Ki 8:1  Toen vergaderde Salomo de oudsten van Israel, en al de hoofden der stammen, de oversten der vaderen, onder de kinderen Israels, tot den koning Salomo te Jeruzalem, om de ark des verbonds des HEEREN op te brengen uit de stad Davids, dewelke is Sion.
1Ki 8:2  En alle mannen van Israel verzamelden zich tot den koning Salomo, in de maand Ethanim op het feest; die is de zevende maand.
1Ki 8:3  En al de oudsten van Israel kwamen; en de priesters namen de ark op.
1Ki 8:4  En zij brachten de ark des HEEREN en de tent der samenkomst opwaarts mitsgaders al de heilige vaten, die in de tent waren; en de priesters en de Levieten brachten dezelve opwaarts.
1Ki 8:5  De koning Salomo nu en de ganse vergadering van Israel, die bij hem vergaderd waren, waren met hem voor de ark, offerende schapen en runderen, die vanwege de menigte niet konden geteld, noch gerekend worden.
1Ki 8:6  Alzo brachten de priesteren de ark des verbonds des HEEREN tot haar plaats, tot de aanspraakplaats van het huis, tot het heilige der heiligen, tot onder de vleugelen der cherubim.
1Ki 8:7  Want de cherubim spreidden beide vleugelen over de plaats der ark; en de cherubim overdekten de ark en haar handbomen van boven.
1Ki 8:8  Daarna schoven zij de handbomen verder uit, dat de hoofden der handbomen gezien werden uit het heiligdom voor aan de aanspraakplaats, maar buiten niet gezien werden; en zij zijn aldaar tot op dezen dag.
1Ki 8:9  Er was niets in de ark, dan alleen de twee stenen tafelen, die Mozes bij Horeb daarin gelegd had, als de HEERE een verbond maakte met de kinderen Israels, toen zij uit Egypteland uitgetogen waren. 

Vanwege de juiste intentie gebeurt het volgende:

1Ki 8:10  En het geschiedde, als de priesters uit het heilige uitgingen, dat een wolk het huis YHVHs/des HEEREN vervulde. 
1Ki 8:11  En de priesters konden niet staan om te dienen, vanwege de wolk; want de heerlijkheid YHVHs/des HEEREN had het huis YHVHs vervuld. 

1Ki 8:12  Toen zeide Salomo: De HEERE heeft gezegd, dat Hij in donkerheid zou wonen. 
1Ki 8:13  Ik heb immers een huis gebouwd, U ter woonstede, een vaste plaats tot Uw eeuwige woning. 
1Ki 8:14  Daarna wendde de koning zijn aangezicht om, en zegende de ganse gemeente van Israel; en de ganse gemeente van Israel stond. 

Op de achtste dag, Shemini Atzeret, gaat Salomo YHVH zegenen door het volk te vertellen wat YHVH gedaan heeft:

1Ki 8:15  En hij zeide: Geloofd zij de HEERE, de God Israels, Die met Zijn mond tot mijn vader David gesproken heeft, en heeft het met Zijn hand vervuld, zeggende: 
1Ki 8:16  Van dien dag af, dat Ik Mijn volk Israel uit Egypteland uitgevoerd heb, heb Ik geen stad verkoren uit alle stammen van Israel, om een huis te bouwen, dat Mijn Naam daar zou wezen; maar Ik heb David verkoren, dat hij over Mijn volk Israel wezen zou. 
1Ki 8:17  Het was ook in het hart van mijn vader David, een huis den Naam van den HEERE, den God Israels, te bouwen. 
1Ki 8:18  Maar de HEERE zeide tot David, mijn vader: Dewijl dat in uw hart geweest is Mijn Naam een huis te bouwen, gij hebt welgedaan, dat het in uw hart geweest is. 
1Ki 8:19  Evenwel gij zult dat huis niet bouwen; maar uw zoon, die uit uw lendenen voortkomen zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen. 
1Ki 8:20  Zo heeft de HEERE bevestigd Zijn woord, dat Hij gesproken had; want ik ben opgestaan in de plaats van mijn vader David, en ik zit op den troon van Israel, gelijk als de HEERE gesproken heeft; en ik heb een huis gebouwd den Naam des HEEREN, des Gods van Israel. 
1Ki 8:21  En ik heb daar een plaats beschikt voor de ark, waarin het verbond des HEEREN is, hetwelk Hij met onze vaderen maakte, als Hij hen uit Egypteland uitvoerde. 

Dan vervolgt Salomo en neemt de plaats in van voorbidder:

1Ki 8:22  En Salomo stond voor het altaar des HEEREN, tegenover de ganse gemeente van Israel, en breidde zijn handen uit naar den hemel; 
1Ki 8:23  En hij zeide: HEERE, God van Israel, er is geen God, gelijk Gij, boven in den hemel, noch beneden op de aarde, houdende het verbond en de weldadigheid aan Uw knechten, die voor Uw aangezicht met hun ganse hart wandelen; 
1Ki 8:24  Die Uw knecht, mijn vader David, gehouden hebt, wat Gij tot hem gesproken hadt; want met Uw mond hebt Gij gesproken, en met Uw hand vervuld, gelijk het te dezen dage is. 
1Ki 8:25  En nu HEERE, God van Israel, houd Uw knecht, mijn vader David, wat Gij tot hem gesproken hebt, zeggende: Geen man zal u van voor Mijn aangezicht afgesneden worden, die op den troon van Israel zitte; alleenlijk zo uw zonen hun weg bewaren, om te wandelen voor Mijn aangezicht, gelijk als gij gewandeld hebt voor Mijn aangezicht. 
1Ki 8:26  Nu dan, o God van Israel, laat toch Uw woord waar worden, hetwelk Gij gesproken hebt tot Uw knecht, mijn vader David. 
1Ki 8:27  Maar waarlijk, zou God op de aarde wonen? Zie, de hemelen, ja, de hemel der hemelen zouden U niet begrijpen, hoeveel te min dit huis, dat ik gebouwd heb! 
1Ki 8:28  Wend U dan nog tot het gebed van Uw knecht, en tot zijn smeking, o HEERE, mijn God, om te horen naar het geroep en naar het gebed, dat Uw knecht heden voor Uw aangezicht bidt. 
1Ki 8:29  Dat Uw ogen open zijn, nacht en dag, over dit huis, over deze plaats, van dewelke Gij gezegd hebt: Mijn Naam zal daar zijn; om te horen naar het gebed, hetwelk Uw knecht bidden zal in deze plaats. 
1Ki 8:30  Hoor dan naar de smeking van Uw knecht, en van Uw volk Israel, die in deze plaats zullen bidden; en Gij, hoor in de plaats Uwer woning, in den hemel, ja, hoor, en vergeef. 
1Ki 8:31  Wanneer iemand tegen zijn naaste zal gezondigd hebben, en hij hem een eed des vloeks opgelegd zal hebben, om zichzelven te vervloeken; en de eed des vloeks voor Uw altaar in dit huis komen zal; 
1Ki 8:32  Hoor Gij dan in den hemel, en doe, en richt Uw knechten, veroordelende den ongerechtige, gevende zijn weg op zijn hoofd, en rechtvaardigende den gerechtige, gevende hem naar zijn gerechtigheid. 
1Ki 8:33  Wanneer Uw volk Israel zal geslagen worden voor het aangezicht des vijands, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en zich tot U bekeren, en Uw Naam belijden, en tot U in dit huis bidden en smeken zullen; 
1Ki 8:34  Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw volk Israel, en breng hen weder in het land, dat Gij hun vaderen gegeven hebt. 
1Ki 8:35  Als de hemel zal gesloten zijn, dat er geen regen is, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben; en zij in deze plaats bidden, en Uw Naam belijden, en van hun zonden zich bekeren zullen, als Gij hen geplaagd zult hebben; 
1Ki 8:36  Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw knechten en van Uw volk Israel, als Gij hun zult geleerd hebben den goeden weg in denwelken zij wandelen zullen; en geef regen op Uw land, dat Gij Uw volk tot een erfenis gegeven hebt. 
1Ki 8:37  Als er honger in het land wezen zal, als er pest wezen zal, als er brandkoren, honigdauw, sprinkhanen, kevers wezen zullen, als zijn vijand in het land zijner poorten hem belegeren zal, of enige plage, of enige krankheid wezen zal; 
1Ki 8:38  Alle gebed, alle smeking, die van enig mens, van al Uw volk Israel, geschieden zal; als zij erkennen, een ieder de plage zijns harten, en een ieder zijn handen in dit huis uitbreiden zal; 
1Ki 8:39  Hoor Gij dan in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en vergeef, en doe, en geef een iegelijk naar al zijn wegen, gelijk Gij zijn hart kent; want Gij alleen kent het hart van alle kinderen der mensen; 
1Ki 8:40  Opdat zij U vrezen al de dagen, die zij leven zullen in het land, dat Gij onzen vaderen gegeven hebt. 
1Ki 8:41  Zelfs ook aangaande den vreemde, die van Uw volk Israel niet zal zijn, maar uit verren lande om Uws Naams wil komen zal; 
1Ki 8:42  (Want zij zullen horen van Uw groten Naam, en van Uw sterke hand, en van Uw uitgestrekten arm) als hij komen en bidden zal in dit huis; 
1Ki 8:43  Hoor Gij in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en doe naar alles, waarom die vreemde tot U roepen zal; opdat alle volken der aarde Uw Naam kennen, om U te vrezen, gelijk Uw volk Israel, en om te weten, dat Uw Naam genoemd wordt over dit huis, hetwelk ik gebouwd heb. 
1Ki 8:44  Wanneer Uw volk in den krijg tegen zijn vijand uittrekken zal door den weg, dien Gij hen henen zenden zult, en zullen tot den HEERE bidden naar den weg dezer stad, die Gij verkoren hebt, en naar dit huis, hetwelk ik Uw Naam gebouwd heb; 
1Ki 8:45  Hoor dan in den hemel hun gebed en hun smeking, en voer hun recht uit. 
1Ki 8:46  Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U (want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, en hen leveren zult voor het aangezicht des vijands, dat degenen, die hen gevangen hebben, hen gevankelijk wegvoeren in des vijands land, dat verre of nabij is. 
1Ki 8:47  En zij in het land, waar zij gevankelijk weggevoerd zijn, weder aan hun hart brengen zullen, dat zij zich bekeren, en tot U smeken in het land dergenen, die ze gevankelijk weggevoerd hebben, zeggende: Wij hebben gezondigd, en verkeerdelijk gedaan, wij hebben goddelooslijk gehandeld; 
1Ki 8:48  En zij zich tot U bekeren, met hun ganse hart, en met hun ganse ziel, in het land hunner vijanden, die hen gevankelijk weggevoerd zullen hebben; en tot U bidden zullen naar den weg van hun land (hetwelk Gij hun vaderen gegeven hebt), naar deze stad, die Gij verkoren hebt, en naar dit huis, dat ik Uw Naam gebouwd heb; 
1Ki 8:49  Hoor dan in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, hun gebed en hun smeking en voer hun recht uit; 
1Ki 8:50  En vergeef aan Uw volk, dat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en al hun overtredingen, waarmede zij tegen U zullen overtreden hebben; en geef hun barmhartigheid voor het aangezicht dergenen, die ze gevangen houden, opdat zij zich hunner ontfermen; 
1Ki 8:51  Want zij zijn Uw volk en Uw erfdeel, die Gij uitgevoerd hebt uit Egypteland, uit het midden des ijzeren ovens; 
1Ki 8:52  Opdat Uw ogen open zijn tot de smeking van Uw knecht, en tot de smeking van Uw volk Israel, om naar hen te horen, in al hun roepen tot U. 
1Ki 8:53  Want Gij hebt hen U tot een erfdeel afgezonderd, uit alle volken der aarde; gelijk als Gij gesproken hebt door den dienst van Mozes, Uw knecht, als Gij onze vaderen uit Egypte uitvoerdet, Heere HEERE!

Daarna staat Salomo op en zegent het volk met het noemen van YHVHs trouw aan Zijn verbond:

1Ki 8:54  Het geschiedde nu, als Salomo voleind had dit ganse gebed, en deze smeking tot den HEERE te bidden, dat hij van voor het altaar des HEEREN opstond, van het knielen op zijn knieen, met zijn handen uitgebreid naar den hemel; 
1Ki 8:55  Zo stond hij, en zegende de ganse gemeente van Israel, zeggende met luider stem: 
1Ki 8:56  Geloofd zij de HEERE, Die aan Zijn volk Israel rust gegeven heeft, naar alles, wat Hij gesproken heeft! Niet een enig woord is er gevallen van al Zijn goede woorden, die Hij gesproken heeft door den dienst van Mozes, Zijn knecht. 
1Ki 8:57  De HEERE, onze God, zij met ons, gelijk als Hij geweest is met onze vaderen; Hij verlate ons niet, en begeve ons niet; 
1Ki 8:58  Neigende tot Zich ons hart, om in al Zijn wegen te wandelen, en om te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, dewelke Hij onzen vaderen geboden heeft. 
1Ki 8:59  En dat deze mijn woorden, waarmede ik voor den HEERE gesmeekt heb, mogen nabij zijn voor den HEERE, onzen God, dag en nacht; opdat Hij het recht van Zijn knecht uitvoere, en het recht van Zijn volk Israel, elkeen dagelijks op zijn dag. 
1Ki 8:60  Opdat alle volken der aarde weten, dat de HEERE die God is, niemand meer; 
1Ki 8:61  En ulieder hart volkomen zij met den HEERE, onzen God, om te wandelen in Zijn inzettingen, en Zijn geboden te houden, gelijk te dezen dage. 

Daarna gaat hij over op het destijds gebruikelijke offeren:

1Ki 8:62  En de koning, en gans Israel met hem, offerden slachtofferen voor het aangezicht des HEEREN. 
1Ki 8:63  En Salomo offerde ten dankoffer, dat hij den HEERE offerde, twee en twintig duizend runderen, en honderd en twintig duizend schapen. Alzo hebben zij het huis des HEEREN ingewijd, de koning en al de kinderen Israels. 
1Ki 8:64  Ten zelfden dage heiligde de koning het middelste des voorhofs, dat voor het huis des HEEREN was, omdat hij aldaar het brandoffer en het spijsoffer bereid had, mitsgaders het vet der dankofferen; want het koperen altaar, dat voor het aangezicht des HEEREN was, was te klein, om de brandofferen, en de spijsofferen, en het vet der dankofferen te vatten. 
1Ki 8:65  Terzelfder tijd ook hield Salomo het feest, en gans Israel met hem, een grote gemeente, van den ingang af van Hamath tot de rivier van Egypte, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, zeven dagen en zeven dagen, zijnde veertien dagen. 

1Ki 8:66  Op den achtsten dag liet hij het volk gaan, en zij zegenden den koning; daarna gingen zij naar hun tenten, blijde en goedsmoeds over al het goede, dat de HEERE aan David, Zijn knecht, en aan Israel, Zijn volk, gedaan had. 

Ik denk dat Abba YHVH op voorhand onderwijs gaf hoe in de bres te staan voor hen die Hem niet eerst geraadpleegd hebben alvorens aan de slag te gaan.

Is het niet dat Hij het Zijn beminden in de slaap geeft?

Ik verwonder mij, omdat ik een Nazareth als achterland heb gehad, waarvan men vraagt of daar wel iets goeds uit zou kunnen voortkomen.

Het was in een tijd dat iemand mij schreef,dat onderstaande woorden voor mij waren en ik mij opnieuw verwonderde dat Hij aan alles denkt. Zó groot is Vader!

Hij doorziet de harten en Hij geeft wat nodig is.

Isa 57:18  Ik zie hun wegen, en Ik zal hen genezen; en Ik zal hen geleiden, en hun vertroostingen wedergeven, namelijk aan hun treurigen.
Isa 57:19  Ik schep de vrucht der lippen, vrede, vrede dengenen, die verre zijn, en dengenen, die nabij zijn, zegt YHVH/ de HEERE, en Ik zal hen genezen. 

Daarom en alleen om Zijns Naams wille hebben wij een taak. Om Hem te vragen hoe wij bidden zullen voor hen die Hij in onze gedachten brengt of wij hen nu kennen of niet. De Johannesbrief geeft in het hogepriesterlijk gebed van Yeshua zoveel toestemming en aanmoediging,dat wij kunnen volharden in voorbede. Hij zal het maken, omdat Hij het gezegd heeft.~HalleluYah!

1Jn 2:1  Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Yeshua de Gezalfde/ Jezus Christus, den Rechtvaardige;
1Jn 2:2  En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.

Uit Hem, door Hem en tot hem zijn alle dingen- Romeinen 11:36

Beproef mijn woorden!


1 reactie

Achor in Mattheüs 13?

Tussen alle vormen van invulling over hoe een en ander zou kunnen gaan, spreekt mij het over en over lezen van feiten in het Woord meer aan waar Abba YHVH spreekt over het bewaren van Zijn overblijfsel op de aarde en hoe Hij dat gaat doen, is aan Hem. Hij geeft ons kleine puzzelstukjes, en het is aan ons om Hem te vragen hoe Hij dat bedoelt.

Waar doelt Abba YHVH op als Hij in Hosea 2 spreekt over het lokken van Zijn Geliefde naar Achor?

Moeten we alles alleen maar geestelijk invullen terwijl het volk Israel na de wonderlijke verlossing uit het land Goshen bij Pi haGiroth door de zee kon wandelen en het leger van de Farao omkwam in de golven?

Was het relaas over Noach dan geestelijk toen hij de opdracht kreeg om een ark te bouwen en daar met zijn gezin in ging en de goddelozen omkwamen in de golven?

Is de raad in Mattheüs 24:15 geestelijk bedoeld? Wat dan als het toch waar is dat de verwoester overal zal komen omdat alle genoemde plaatsen in Daniël 11 toch letterlijk bedoeld zijn? Is het al eens gebeurd en gaat het opnieuw gebeuren, nu ook in het land verontreiniging heeft plaatsgevonden?

En wat te zeggen van Openbaring 12 is het slechts geestelijk dat de vrouw (volwassen in geloof) gevoed wordt op een beschermde plaats en zij die haar gehoord hebben maar niet of nauwelijks ernaar gehandeld de volle laag krijgen in de regio’s waar de draak recht heeft om te komen?

Terwijl veel leringen gaan over wegnemen van gelovigen voordat of nadat er iets staat te gebeuren, spreekt het Woord over het eerst weghalen van onkruid in de gelijkenis in Mattheüs 13.

Voor mij zijn de gebeurtenissen in zowel het Oude als Vernieuwde Verbond/Testament bevestigend en sluitend, dat de Vader Zijn overblijfsel beschermd op aarde temidden van alle tumult.

Enige puzzelstukjes geeft Hij ons en zij die dat opmerken gaan ermee aan de slag. Dat mag, ook al lopen we er misschien in enthousiasme wat meer mee weg dan de Vader bedoelt. Wanneer wij oprecht in dienst willen staan van Hem, Die alles schiep, dan komen wij voorzichtig terug en vragen naar Zijn wegen.

Eén zaak staat vast en wankelt niet. Dat is Zijn plan om een Bruid te werven, die op Hem lijkt door Zijn instructies nauwkeurig op te volgen.

Het is zaak om Zijn plan feitelijk te doorzoeken. Met feitelijk bedoel ik dat wij Zijn geschreven Woord hoger dienen te achten dan ingesleten leringen en geboden van mensen.

Zijn Woord is levend en krachtig.

Enkele hoofdstukken ter overdenking en onderzoek naar de achtergronden:

Exodus 14

Genesis 7

Hosea 2

Isa 16:3  Brengt een raad aan, houdt gericht, maakt uw schaduw op het midden van den middag, gelijk van den nacht; verbergt de verdrevenen, en meldt den omzwervende niet. 
Isa 16:4  Laat mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab! wees gij hun een schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders; want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is te niet geworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan. 
Isa 16:5  Want er zal een troon bevestigd worden in goedertierenheid, en op denzelven zal bestendig een zitten in de tent van David, een, die oordeelt en het recht zoekt, en vaardig is ter gerechtigheid. 

Daniël 11, met name vers 41:  En hij zal komen in het land des sieraads, en vele landen zullen ter nedergeworpen worden; doch deze zullen zijn hand ontkomen, Edom en Moab, en de eerstelingen der kinderen Ammons. 

Mattheüs 13

Mattheüs 24

Openbaring 12 met name 6, 14 tm 17

Een vraag voor de lezers: Welke regio wordt er met het “land des sieraads” bedoeld in vers 41?

Lees dit onderwerp met Heb_4:12  Want het Woord YHVHs/Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

NB Het begrip Achor geeft mij hoop, omdat Hij het gezegd heeft. Hij gaat geheel Israel verzamelen en let wel, niet wat wij van mensen hebben gehoord die zich eigen vaten hebben uitgehouwen, vaten die geen water (Levend Water) houden. Het Israel wat Hij gaat verzamelen, zal Zijn voorwaarden gehoorzamen en opvolgen. Lees in YHVH’s geschreven Woord wat Hij onder het woord “Israel”verstaat. Dat zullen wij alleen door Zijn Geest gaan verstaan en omarmen. Joh 14:26.

Hem zij alle eer!


.


1 reactie

Gelijk in de hemel alzo ook op aarde

Al had ik alles en had de liefde niet…ik was…

Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft…

Liefde…

Ik heb tegen u dat gij uw eerste liefde verlaten hebt…

Wat is de liefde die vanuit de Vader gaat?

Hartsrelatie.

Het concept wat YHVH neerzette, schiep, was het eerste echtpaar dat de raad kreeg kinderen te krijgen, zodat de aarde bevolkt zou gaan worden met Zijn erfdeel.

Kinderen zijn des HEEREN erfdeel zegt de oude vertaling. Kinderen zijn YHVH’s erfdeel.

Gelijk in de hemel alzo ook op de aarde…

Vanmorgen luisterde ik naar iemand die er door de Heilige Geest op attent werd gemaakt dat wat er in de hemelen gebeurt een weerspiegeling is van op de aarde..

De vraag die in mij opkomt is, wat verstaan wij van Vaders liefde? Hoe wil Hij dat wij liefhebben?

 Hoe willen wij beantwoorden aan Zijn liefde hier op aarde?

Het eerste wat ik mij bedenken kan, is vragen of Hij ons leven besturen wil…Niet dat wij dan willoze mensen worden, maar door Zijn inwonende Geest wordt ons willen gezuiverd. Hij “wandelt” als het ware met ons op. Wij worden door Yeshua’s zondeloze gegoten bloed, verbonden met Hem in Zijn trouwverbond.

Wij hier op aarde en Hij in Zijn woning.

Wij en Hij verlangend naar de dag dat het bruiloftsfeest mag aanvangen.

Welke opdracht ontvangen wij dan van Hem?

Staat er niet iets in Genesis geschreven wat reflecteert met de zendingsopdracht in de evangeliën?

Laat Ons mensen maken naar Ons evenbeeld..

Gaat dan heen in de gehele wereld en maakt hen tot Mijn dicipelen…

Mar 16:15  En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. 
Mar 16:16  Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. 
Mar 16:17  En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. 
Mar 16:18  Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden. 
Mar 16:19  De Messias Yeshua/Jezus dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel, en is gezeten aan de rechter hand Gods. 
Mar 16:20  En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heere wrocht mede, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen. 

Zijn wij trouw gebleven aan onze eerste liefde?

Of hebben wij die verwaarloosd door in te gaan op nevenzaken, die op zich wel goed zijn, maar niet die prioriteit hebben waardoor mensenlevens behouden worden door die Ene, onze Behouder van het Leven?

Gelijk in de hemel alzo ook op de aarde…

Staat er niet ergens geschreven dat YHVH de hemel en de aarde zal laten getuigen aan de hand van onze inzet om Zijn opdracht te doen?

Deu_30:19  Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen den hemel en de aarde; het leven en den dood heb ik u voorgesteld, den zegen en den vloek! Kiest dan het leven, opdat gij levet, gij en uw zaad;
Deu_31:28  Vergadert tot mij al de oudsten uwer stammen, en uw ambtlieden; dat ik voor hun oren deze woorden spreke, en tegen hen den hemel en de aarde tot getuigen neme.

In deze dagen naar Yom Hakippurim is het goed om na te gaan of wij Zijn opdracht serieus blijven nemen, dan wel, na terugkeer, opnieuw opnemen.

Zodat wij aan het werk gezet worden in dat deel van Zijn wijngaard hier op aarde, luisterend naar Zijn instructies, opdat wij vrucht dragen en Hij het zegenen zal,zodat Hij tot Zijn eer komt.

HalleluYah.

NB Ik deel slechts, beproef mijn woorden!


1 reactie

Gij zijt allen broeders

Mij bewust zijnde dat wij in de eerste plaats dienen te worden onderwezen door Yeshua en dat werd mogelijk door de vervulde Shavuot, pleit ik voor het loslaten van een leermodel, dat dit grotendeels in de weg staat en waarom wij maar niet tot het volkje worden, waar het Levende Woord al zo lang geleden over heeft geprofeteerd. Yeshua reikte ons een waardevolle en noodzakelijke instructie aan om tot een volk te worden:

Joh 14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.

Afgelopen week kreeg ik opnieuw en met aansporing de omschrijving van onderstaande woorden uit Mattheüs 23 vers 8:

Doch gij zult niet Rabbi genaamd worden; want Een is uw Meester, namelijk Yeshua de gezalfde/Christus; en gij zijt allen broeders.

Nu hebben wij deze woorden menigmaal gelezen en onderwezen door deze en door gene gekregen, maar beseffen wij, dat wij die woorden uit Joh 14:26 merendeels met voeten treden?

We klagen steen en been over maatschappelijke zwarigheden en maken ons veelal bewust of onbewust druk over op handen zijnde moeilijke tijden. We lezen van mensen die het maatschappelijke roer om willen gooien en anderen daarin aansporen en dan doel ik op bijbelgelovige mensen…Dat aansporen vind horizontaal plaats, maar weten wij ten diepste waarom dit alles rondom ons gebeurt?

We gaan even terug naar 1 Samuël 8. Bewust citeer ik het niet, omdat ik juist wil dat men ook zelf op zoek gaat naar de waarheid die ten leven leidt.

Wij hebben net als de kinderen Israel eigen Mozessen in het leven geroepen en zijn er zo in opgegaan dat we ons niet bewust zijn dat we in een zelfgekozen Egypte leven waarop wij ons vertrouwen gesteld hebben.

Dat is een gevolg van zowel Exo 20:18 en 1 Samuël 8: En al het volk zag de donderen, en de bliksemen, en het geluid der bazuin, en den rokenden berg; toen het volk zulks zag, weken zij af, en stonden van verre; 
Exo 20:19  En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, en wij zullen horen; en dat God met ons niet spreke, opdat wij niet sterven! 
Exo 20:20  En Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, want God is gekomen, opdat Hij u verzocht, en opdat Zijn vreze voor uw aangezicht zou zijn, dat gij niet zondigdet. 
Exo 20:21  En het volk stond van verre; maar Mozes naderde tot de donkerheid, alwaar God was

1 Samuël 8 en verder..

Wij, die ná het vervulde Shavuot leven, neigen tot hetzelfde gedrag als de kinderen Israels ten tijde van Exodus. Wij kozen grotendeels voor de indirecte verbinding en dat is geen verbeelding!

Gemeenten, kerken, huisgroepen etc zijn bevolkt met mensen die, wanneer zij die achtergrond hebben gehad, veelal passief luisteren naar degene op het preekgestoelte of podium. Men is van die of van die. Men spreekt met lof over deze spreker of bekritiseert gene. Wij hebben onze eigen tussenpersonen toegestaan in plaats van de directe verbinding met Abba YHVH te zoeken.

Zo ontstond er hiarchie. Want laten we eerlijk wezen…in deze kringen hebben sprekers een plaats gekregen/verworven, die hen niet die broeders maken, waar Mattheüs 23:8 over spreekt. We geven de sprekers veelal zoveel podium, dan goed en noodzakelijk is. Zij worden met menselijk emotionele eer omringd en dát terwijl Yeshua ons raadde op de Helper te wachten Die ons alles zal leren en indachtig maken!

Wij hebben voor mensen gekozen in plaats van voor Hem. En overeenkomstig onze keuze strijken wij de consequenties daarvan op.

In plaats van te protesteren zouden we ons moeten vernederen onder de machtige Hand van YHVH, Die deze consequenties toelaat en gebruikt om ons bewust te maken van onze eigen menselijk emotionele keuzes . En dat wij in die omstandigheid terug zullen gaan naar YHVH om Hem te belijden dat wij verzaakten het volk te worden voor Zijn Aangezicht.

Gij zult geen andere goden voor Mijn Aangezicht hebben. Zwaarwegende woorden die ook de keuze treffen om tussenpersonen toe te staan, terwijl de Helper ten alle tijde gereed staat.

Doch gij zult niet Rabbi genaamd worden; want Een is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders.

Wij hebben onszelf bakken uitgehouwen, gebroken bakken die geen water houden…

Jer_2:13  Want Mijn volk heeft twee boosheden gedaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.

Ik heb tegen u dat gij uw eerste liefde heeft verlaten….

Op 2:4  Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde hebt verlaten.
Op 2:5  Gedenk dan, waarvan gij uitgevallen zijt, en bekeer u, en doe de eerste werken; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal uw kandelaar van zijn plaats weren, indien gij u niet bekeert. 

Wanneer wij teshuva maken, zal Abba YHVH de rechtmatige plaats krijgen en zullen wij zonder uitzondering allen broeders/zusters zijn.

Door openbaring die van YHVH’s Hart komt en aan een ieder van ons rijkelijk gegeven wordt, zullen wij elkaar opzoeken om de grote daden van Hem aan elkaar te delen.

Dat vraagt een geheel andere aanpak van samenkomen.

Beproeft mijn woorden!


Een reactie plaatsen

Omslag

Net zoals in de eerste liefde van het kind, weliswaar al volwassen, het ervaren verfrissend en sprankelend was, zo is er iets in en bij mijzelf naderbij gekomen wat ná een diepe ongekende zwaarte kwam. Ik kan het illustreren met een warme zomerse dag gedompeld in een stralend blauwe lucht, waar in de loop van de dag in de verte wolkjes verschijnen. De stipjes worden wolken en veranderen gaandeweg van kleur. Van grijstinten naar donker, bijna zwart. Er is zwaar weer op komst.

De zon maakt plaats, geeft ruimte aan het zware weer, dat gelegenheid krijgt om te donderen en bliksemen. En daarachter, of het nu lang of kort duurt, komt er verfrissing en ademt de aarde vernieuwd.

Wat ik schets, is symbolisch voor wat ik de afgelopen jaren ervaren heb aan mooi weer. Terugkomende van het Congres op de bergen van Efraïm, was ik vol hoop en vertrouwen. Abba YHVH’s Ruach vertrouwde mij woorden toe, die ik beetje bij beetje ga beseffen… Zo startte ik een website om verslagen te schrijven; een contact voor Nederland. Natuurlijk hadden we lang voor het Congres onze bijbels hebreeuwse identiteit al begrepen, maar het Congres bevestigde alleen maar dat YHVH’s belofte om de volkeren van Lo Ammi tot Ammi te brengen een heel klein voorproefje was.

Met Shavuot 2023 is het acht jaar geleden dat wij tweeën, moeder en zoon, vertegenwoordigers uit diverse andere landen  hebben ontmoet, waarvan een groot gedeelte van afgevaardigden nog op koers liggen. Het merendeel kwam uit de Verenigde Staten, maar tevens uit Azië en Europa…

Het is van de laatste tijd dat de stipjes langzaam veranderden in wolken. De manier waarop, leek niet meer zo te voldoen. Ik voelde leegte komen die steeds meer in kracht toenam, maar ik kreeg ook overzicht van wat er over de jaren aan vernieuwing, of juist aan het ontbreken van vernieuwing schortte. Dat inzicht gaf aanvankelijk teleurstelling, omdat ik weet dat YHVH genadetijd geeft zodat mensen zelf zullen bidden om Zijn echte waarheid, maar de genadetijd doorbrengen met eigen gezochte bezigheden zonder op Zijn antwoord te wachten. Hosea 2:8 en 9.

Dat maakte van een symbolisch zonnige zomerse dag een grijze dag met donker bijna zwarte wolken, die aan kwamen drijven. Mijn geest werd overstelpt met verdriet en zorgen. Verdriet omdat het overgrote deel van “men”, die zegt Yeshua/Jezus te volgen  het profetisch woord niet daadwerkelijk aannam en er in ging wandelen. Nu spreek ik niet persé van wat ik zelf deel, maar ik neem het over het geheel genomen. Zorgen omdat YHVH niet zal zwijgen,maar rekenschap gaat vragen aan mensen die weliswaar wel weten maar niet radicaal zijn gaan doen, maar talmen.

Waarom ik kennis van zaken deel, is omdat ik duidelijk ervaar dat ik moet gaan aansporen degenen die er wel werk van willen maken, maar geen prioriteiten stellen.

Want zoals ik het nu denk, gaat YHVH beproeven van wat er de afgelopen jaren door Zijn wachters is gezegd, gesproken en voorgedaan. Hij laat Zijn Woorden niet ter aarde vallen. Zij zullen doen wat Hem behaagd. Jesaja 55.

Het lijkt er op dat wij, die bekend geworden zijn met de hebreeuwse wortels, hetzelfde pad gaan krijgen als de kinderen Israels destijds. En dan doel ik op de omweg, die niet nodig had hoeven zijn. 1 Corinthe 10: 1-13 met name vers 5 en 11.

Degen die nu talmen, zijn straks aan de beurt om de omweg te nemen. We ontvangen loon naar werken!

Niet voor niets ontvang ik herhaaldelijk en met aandrang, dat Abba YHVH herstel wil gaan geven in huwelijken, relaties, opvoeding van kinderen en hen tot Yeshua leiden. Dat Hij wil dat wij gaan doen wat Hij gezegd heeft en ons niet blijven laten inpalmen door allerlei nare ervaringen van mensen, maar ons bekeren.

Bekeren om Hem daadwerkelijk de eerste plaats in ons leven te geven en niet de mens.

Zo hoorde ik eens dat iemand weliswaar Yeshua belijd als Meester en Verlosser, maar door verkeerd onderwijs zich niet laat dopen door onderdompeling. Nu is dat verkeerde onderwijs verkeerd, maar het Woord leert dat wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn in de Naam van Yeshua, die zal behouden worden. De redding van Hem en de doop uit gehoorzaamheid richting Hem Die het zegt.

Toen de donkere wolken naderden, wist ik eerst niet wat het te betekenen had en ging op zelfonderzoek uit. De leegte in alles, betekent een vragen van Hem omdat Hij iets wil gaan vertellen. Het proces, waarop dit naderen van Hem stand komt is eigenlijk, achteraf gezien, bekend. Ik kan het met een voorbeeld aanreiken. De ondertrouwde vrouw uit de tijd van de bijbel, bereidde zich voor om de bruidegom te ontmoeten. Niet eerder nadat zij daarmee klaar was. Dus voor de op handen zijnde verandering, ging een voorbereiding vooraf. Zelfonderzoek en waakzaam worden. Langzame tred en oog voor detail krijgen. In dat proces woorden ontvangen, soms van andere mensen die ook in de wachtersstand/natzarim gezet werden.

En zo kwam het tot mij, dat ik de manier van verbinden beter kon laten vieren, zodat er ruimte komt om Vaders Hart te delen dat Hij heel erg verlangt naar een volk dat daadwerkelijk en vrijwillig gekozen heeft om alles alleen van Hem te verwachten, voordat Hij met de roede over de aarde gaat. Het staat er zó voor dat wanneer wij daadwerkelijk kiezen, wij standvastig zullen zijn en weten hoe te handelen in alle tijden. Maar meer nog, YHVH is, met een ouderwets woord gezegd, ijverig/heilig jaloers, als wij Hem niet op de eerste plaats van ons bestaan zetten. Hij wil Zijn advies geven in de kleine en grote zaken van ons bestaan en daarom gaat Hij omstandigheden toelaten, dat wij aangespoord dat ook daadwerkelijk zullen gaan doen.

Een paar kleine voorbeelden van Zijn eerste plaats en onze eigen menselijke oplossingen/gewoonten:

1.Door het veranderen van zondag naar shabbat hadden wij in de eerste liefde honger naar kennis en inzicht…in de kracht van de eerste liefde zijn we veelal gaan vergeten dat Hij wachtte op ons vragen hoe Hij het gehad had willen hebben, maar wij zijn veelal verzand geraakt in de opgedane kennis van anderen. Dat is een eigen leven gaan leiden.

2.Voor n gedachte of vraag hoeven we maar een woord in te tikken en we krijgen een scala aan mogelijkheden op ons schermpje..

3.Als we nu om ons heen zien, zijn er allerlei initiatieven te bespeuren, maar qua opstelling hetzelfde als een kerk in de reformatie. Het resultaat daarvan is vanwege de hiarchie consumptief gedrag zonder opgewekt en aangespoord te worden om zelfstandig te kunnen zijn. In de opstelling die ik schets worden mensen niet aangezet om zelf voor te gaan en van binnenuit net zulke dicipelen te worden als die Yeshua uitzond!

4.Doordat de maatschappij ons vormt, zijn mannen en vrouwen buitenshuis werkend, kinderen naar school en alle kennis voorhanden van diezelfde maatschappij. Die invloed is sterk, ook in ons als gelovigen. Zo vaak heb ik ouders bijvoorbeeld horen zeggen dat wanneer kinderen de leeftijd krijgen zij zelf maar iemand uitzoeken moeten om het leven mee te delen. Dat is een voortvloeisel van de maatschappij,maar zo heeft YHVH het niet bedoeld! Denk aan Abraham, die deed dat biddend! En van YHVH kreeg Hij raad!

Gezegend is Hij Die komen zal.

Hij heeft gegeven en Hij heeft genomen, Hij zij geloofd!

Dankbaar dat Hij donkere wolken zond, die iets nieuws gaan brengen om Zijn wil te laten gelden op aarde voor deze tijd. Zoals een moeder in barensnood nieuw leven geven mag, zo gaat Abba YHVH te werk om ons in een vernieuwde liefde te brengen, die op de eerste liefde lijkt,maar dan van een sterker gehalte.

Die vernieuwde liefde gaat gepaard met een andere toerusting dan daarvoor. Dichtbij Hem blijven is een eerste vereiste:     Bekering en loslaten wat nu nutteloos blijkt, omdat Hij dat nu voorstelt ( ik heb dat de afgelopen tijd opgevolgt en het schiep ruimte, noodzakelijke ruimte om meer van Zijn Geest te ontvangen). Liefde, kracht en bezonnenheid, moed en wijsheid, geestelijk onderscheidingsvermogen, nieuwe afhankelijkheid aan onze Meester en zelfstandig kunnen handelen met een bewogen hart door Zijn Geest van Heiligheid geleid.

Dankbaar dat Hij Zijn kinderen in beweging brengt. Opdat Zijn huis vol worde. Jesaja 62:6 en 7.

Hem zij alle eer tot in alle eeuwigheid!

@Hadassah


2 reacties

Is YHVH een drie-enigheid?

In het doorbladeren van notities kwam ik onderstaand schrijven tegen wat ik in het jaar 2015 met toestemming van Lew White mocht vertalen. Ik sta er nog net zo in en daarom deel ik het met de bedoeling om anderen te inspireren te gaan onderzoeken wat het Woord der Waarheid ermee bedoelt.

Wat denken jullie van onderstaand stukje?
“Is Yahweh een drie-enigheid?

Het Shema, wat “hoor” betekent en in Deuteronomium 6:4-9 staat, luidt:
“Hoor Yisrael, YHWH, uw Elohim, YHWH is EEN. Heb YHWH lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met al uw kracht.Deze geboden, die Ik u vandaag geef, zijn op uw hart. Prent hen uw kinderen in.Praat erover wanneer u in huis zit en wanneer u op straat wandelt, wanneer u ligt en wanneer u opstaat. Bind ze als symbolen aan uw handen en bind ze op uw voorhoofden.Schrijf hen op de deurkozijnen van jullie huizen en op jullie poorten”.
De woorden “EhYah asher EhYah” betekenen “Ik zal zijn die Ik zijn zal””. Yahueh, Yahuah, Yahuwah, Yahweh, IAUE,IAOUE enz. zijn overzettingen van de hebreeuwse letters van de Naam.
Deze Naam betekent alle drie de volgende vervoegingen: “Ik was, Ik ben en Ik zal zijn”.
“Ik ben de Alef en de tau”zegt de Soevereine YHWH in Openbaring 1:8 :”Die is en Die is en Die zal komen, de Almachtige”( hebr. Shaddai).
De spreker was Yahshua, Die Yochanan (Johannes) toesprak op het eiland Patmos. Mensen die de Schriften interpreteren met hun eigen vooroordelen en ideeën kunnen er een draai aan maken, zodat de Schriften lijken te zeggen, wat zij niet zeggen. Zij zullen toestaan, dat Mosheh en Daniël niet dachten dat er een Drie-enigheid was, maar claimden dat er later een progressieve ontwikkeling kwam. Als er een drie-enigheid was, dan zou daarover veel zijn uitgelegd in de Schriften, omdat het TEGEN ALLES wat de Schriften onderwijst, ingaat.
Je kunt niet tegelijkertijd monotheïsme en de leer van drie-enigheid hebben!
“Ik ben YHWH, dat is Mijn Naam”(YahshaYahu-Jesaja 42:8)
“Ik ben de eerste en de Laatste, buiten Mij is er geen Elohim “(44:6). “Is er enig Elohim naast Mij”(44:8).
“Ik ben Elohim en daar is geen ander; Ik ben Elohim en er is niemand als Mij”( 46:9).
“Voor Mij was geen Elohim gevormd, noch zal daar een zijn na Mij. Ik, ja Ik. ben YHWH en apart naast Mij is er geen Redder”(43:11)

Hij is oneindig in Kracht, Ruimte en Tijd.

Hij is GEEN meerpersoonlijkheid, maar kan alles zijn wat Hij wil zijn.

ZecharYah/Zacharia 12 vers 10 openbaart Wie er stierf op Golgotha
“Zij zullen op Mij zien, de Enige die zij doorstoken hebben en zij zullen treuren voor Hem zoals treuren voor een enig kind en bitterlijk bedroefd zijn om hem, zoals iemand bedroefd is om een eerstgeboren zoon”.

Met toestemming vertaald uit Fossilized Customs van Lew White- www. fossilizedcustoms.com “