Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Verantwoording van zichzelf weidende herders

Na gesprekken met drie echtparen en een broer, die zonder het van elkaar te weten, hun ondervinding geuit hadden over dwaalwegen die jonggelovigen van alle leeftijden ingeslagen waren of dreigden in te slaan, dacht ik daar wat over te schrijven.

Het eerste wat in mij opkwam was de zinsnede uit Jeremia 50 waar de verloren schapen worden genoemd. Vervolgens kwam het tweesnijdend zwaard in gedachten uit het boek Hebreeën gevolgd door de Bereeërs die dagelijks de Schriften onderzochten of deze dingen alzo waren.

Handelingen 17:11…..onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren. 

Heb 4:12  Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten. 

Jer 50:6  My peopleH5971 hath beenH1961 lostH6 sheep:H6629 their shepherdsH7462 have caused them to go astray,H8582 they have turned them awayH7725 on the mountains:H2022 they have goneH1980 from mountainH4480 H2022 toH413 hill,H1389 they have forgottenH7911 their restingplace.H7258 

Deze drie verwijzingen beschrijven eveneens een situatie in het boek Hosea over hen die naar de belofte tot Efraïm behoren en als we achter de schermen kijken van de Efraïmprofetie, realiseren we dat het direct te maken heeft met de volkeren en door de eerstgeboortezegen aan Efraïm, de eerstelingen des geestes!

Genesis 48:19 …maar nochtans zal zijn kleinste broeder groter worden dan hij, en zijn zaad zal een volle menigte van volkeren worden. 

Romeinen 8:23 …maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben ( in navolging van de Eersteling der Dagen)

Hos 7:8  Efraim, die verwart zich met de volken; Efraim is een koek, die niet is omgekeerd; 

Hos 7:11  Want Efraim is als een botte duif, zonder hart; zij roepen Egypte aan, zij gaan henen tot Assur. 
Hos 7:12  Wanneer zij zullen henengaan, zal Ik Mijn net over hen uitspreiden, Ik zal ze als vogelen des hemels doen nederdalen. Ik zal ze tuchtigen, gelijk gehoord is in hun vergadering. 
Hos 7:13  Wee hen, want zij zijn van Mij afgezworven; verstoring over hen, want zij hebben tegen Mij overtreden! Ik zou hen wel verlossen, maar zij spreken leugenen tegen Mij. 
Hos 7:14  Zij roepen ook niet tot Mij met hun hart, wanneer zij huilen op hun legers; om koren en most verzamelen zij zich, maar zij wederstreven tegen Mij. 
Hos 7:15  Ik heb hen wel getuchtigd, en hunlieder armen gesterkt; maar zij denken kwaad tegen Mij. 
Hos 7:16  Zij keren zich, maar niet tot den Allerhoogste, zij zijn als een bedriegelijke boog; hun vorsten vallen door het zwaard; vanwege de gramschap hunner tong; dit is hunlieder bespotting in Egypteland. 

U zal misschien zeggen, waarom zoveel tekstaanhalingen?

Weet u dat wij mensen heel snel afgeleid zijn en wanneer er van ons uit de volkeren beschreven is, dat wij én in de belofte aan Efraïm genoemd worden én niet vanzelfsprekend éérst naar de Vader gaan om van Hem Zijn wegen te leren, dan is het een dagelijkse uitdaging niet naar leringen van mensen te gaan, maar vasthoudend aan de levensraad van het Levende Woord Hem te vragen of Hij ons door Zijjn Geest wil leiden. Ons, die zeggen verzoend te zijn met de Vader door de dood en opstanding van Yeshua, geboren te Bethlehem.

Over het algemeen reageren wij mensen uit de volkeren vanuit ons eigen gedachte. We zien bijvoorbeeld verkeerde uitleggingen en voordat we het weten zijn we al vanuit onszelf én niet vanuit de raad van de Vader info aan het verzamelen of naar mensen aan het luisteren, die in de lijn van onze laatste ontdekking praten en wat is het resultaat daarvan? Dat we onwillekeurig hun gedachtengoed meenemen in onze voortgang. Dát is het gevolg wanneer wij ons tot de wijsheid van mensen wenden in plaats van het in de eerste plaats van de Vader te vernemen door Zijn Woord en Geest!!

De gesprekken met de mensen, onlangs, gingen oa over de al dan niet bewuste houding van de eerstelingen om het zelf uit te zoeken in plaats van het eerst van YHVH te vernemen en op Zijn Woord en openbaring te wachten.

1 Samuël 8 matcht met Hos 8:4  Zij hebben koningen gemaakt, maar niet uit Mij; zij hebben vorsten gesteld, maar Ik heb het niet gekend; van hun zilver en hun goud hebben zij voor zichzelven afgoden gemaakt, opdat zij uitgeroeid worden. 

Mijn last is licht en Mijn juk is zacht, zegt Yeshua, maar de oude paden worden gemeden.

Hos 8:12  Ik schrijf hem de voortreffelijkheden Mijner wet voor; maar die zijn geacht als wat vreemds. 

Eigen voorkeur en mensenwerk zonder YHVH’s onderwijzing op te volgen.

Hos 13:9  Het heeft u bedorven, o Israel! want in Mij is uw hulp. 
Hos 13:10  Waar is uw koning nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw richters, waar gij van zeidet: Geef mij een koning en vorsten? 
Hos 13:11  Ik gaf u een koning in Mijn toorn en nam hem weg in Mijn verbolgenheid. 

Belofte:

Hos 11:9  Ik zal de hittigheid Mijns toorns niet uitvoeren; Ik zal niet wederkeren om Efraim te verderven; want Ik ben God en geen mens, de Heilige in het midden van u, en Ik zal in de stad niet komen. 
Hos 11:10  Zij zullen YHVH achterna wandelen, Hij zal brullen als een leeuw, wanneer Hij brullen zal, dan zullen de kinderen van de zee af al bevende aankomen. 
Hos 11:11  Zij zullen bevende aankomen als een vogeltje uit Egypte, en als een duif uit het land van Assur; en Ik zal hen doen wonen in hun huizen, spreekt de HEERE. 

Oproep

Hos 14:2  Bekeer u, o Israel! tot den HEERE, uw God, toe; want gij zijt gevallen om uw ongerechtigheid. 
Hos 14:3  Neem deze woorden met u, en bekeer u tot den HEERE; zeg tot Hem: Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen. 
Hos 14:4  Assur zal ons niet behouden, wij zullen niet rijden op paarden, en tot het werk onzer handen niet meer zeggen: Gij zijt onze God. Immers zal een wees bij U ontfermd worden. 

In de volgende woorden ligt een heftige ommekeer. Vanuit de natuurlijke staat en zelfwerkzaamheid naar bekering om vanuit YHVH’s verbondsvoorwaarden te leven.

Jer 31:18  Ik heb wel gehoord, dat zich Efraim beklaagt, zeggende: Gij hebt mij getuchtigd, en ik ben getuchtigd geworden als een ongewend kalf. Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want Gij zijt de HEERE, mijn God! Jer 31:19  Zekerlijk, nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelven ben bekend gemaakt, heb ik op de heup geklopt, ik ben beschaamd, ja, ook schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid mijner jeugd gedragen heb. 
Jer 31:20  Is niet Efraim Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een troetelkind? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstelijk aan hem; daarom rommelt Mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt YHVH/de HEERE. 

Wij uit de volkeren dienen om het pad zuiver te houden, zoals de psalmist beschrijft:

Psa 119:9  Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord. 
Psa 119:10  Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen. 

Als hij dat houdt naar Uw Woord/dabar. Wat zegt de jongeling? Ik zoek u met mijn gehele hart. Wat antwoordt Yeshua op de vraag van een wetgeleerde?

Mat 22:37  En Yeshua zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. 
Mat 22:38  Dit is het eerste en het grote gebod. 
Mat 22:39  En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. 
Mat 22:40  Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten. 

Een goed verstaander beseft dat het eerste gebod alleen tot stand kan komen door de inwonende Geest en de houding van n mens om Zijn Redder te dienen door te gehoorzamen wat Hij de mens in Zijn verbondsvoorwaarden voorschrijft. Dan kan overeenkomstig die houding om vast te houden aan Vaders verbond en Zijn onderwijzing de liefde van Abba YHVH door ons heen de naaste bereiken.

Ik realiseer mij dat ik niet de dwalingen benoemd heb, noch namen van herders die de mensen hun eigen humanistische, religieuze, filosofische, wetenschappelijke leringen uitleggen. Het is genoeg om elkaar te wijzen op de prioriteit eerstens van de Heilige Israels te horen en te wachten op Zijn Woord en Openbaring door Zijn Geest. Dan wordt ons duidelijk wat het Oude Pad is, waar rust is voor onze zielen en Hij geëerd zal worden.

Tenslotte nog een gedachte ter overweging.

Er zijn er en op dit moment de meerderheid, die denken dat de gezette tijden zoals de zevende dag van avond tot avond én de gezette feesttijden uit Leviticus 23 onder de ceremoniële wetten vallen. Het enige wat veranderd is zijn de wetten van de aardse offerdienst, daar Yeshua in Zijn volbrachte werk op Golgotha, Priester is naar de orde van Melchizedek. De shabbat en de gezette tijden zijn verbondstijden, die nimmer veranderd en vervangen zijn. In het Woord van YHVh lezen we Zijn torah/onderwijzing/leefregels, het verval door van de gezette tijden af te wijken en eigen dagen op te zetten watr geestelijk overspel teweeg bracht en daardoor gescheiden werd. Dáárvoor is Yeshua gekomen om zal Zondeloze de gevolgen van de geestelijke afgoderij op Zich te nemen, zodat overeenkomstig de belofte er toch een volk zal komen die Zijn onveranderde verbondsvoorwaarden gehoorzamen wil overeenkomstig de belofte en profetie.

De boodschap om die verbondsvoorwaarden over Vaders gezette tijden door te geven is alreeds in gang gezet. Door op het aanbod van genade in te gaan en verzoend te worden met de Heilge Israels en het van Hem te verwachten, zal de Geest, overeenkomstig Joh 14:26 ons indachtig maken alles wat Yeshua/Jezus ons gezegd heeft.Hoort u de bazuin?

Jer 6:16  Zo zegt YHVH/ de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen. 
Jer 6:17  Ik heb ook wachters over ulieden gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin; maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren.
 

Joh 14:26  Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb. 

Wat ik u schrijvend deel is geen theorie, maar bijna veertig jaar geleden door Hemzelf bekend gemaakt en ik een aanvang mocht nemen door dat voor mij dusver onbekende pad in te wandelen. Ik wilde van Hem geleerd worden. Dat ging met vallen en opstaan/loslaten en het is mij genoeg van Hem Zijn wegen te leren. 

Alle eer aan Mijn Maker!

 

 

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Geef des keizers…..

Afgelopen week had ik een gesprek en hoorde mezelf de woorden zeggen dat toen Yeshua de volgende woorden sprak, Hij 1 Samuel 8 zeker wel wist : “Geef des keizers wat des keizers is en Gode dan wat Gods is”- Markus 12:17

1Sa 8:1  Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel. 
1Sa 8:2  De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba. 
1Sa 8:3  Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht. 
1Sa 8:4  Toen vergaderden zich alle oudsten van Israel, en zij kwamen tot Samuel te Rama; 
1Sa 8:5  En zij zeiden tot hem: Zie, gij zijt oud geworden, en uw zonen wandelen niet in uw wegen; zo zet nu een koning over ons, om ons te richten, gelijk al de volken hebben. 
1Sa 8:6  Maar dit woord was kwaad in de ogen van Samuel, als zij zeiden: Geef ons een koning, om ons te richten. En Samuel bad den HEERE aan. 

1Sa 8:7  Doch de HEERE zeide tot Samuel: Hoor naar de stem des volks in alles, wat zij tot u zeggen zullen; want zij hebben u niet verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zal zijn. 
1Sa 8:8  Naar de werken, die zij gedaan hebben, van dien dag af, toen Ik hen uit Egypte geleid heb, tot op dezen dag toe, en hebben Mij verlaten en andere goden gediend; alzo doen zij u ook. 
1Sa 8:9  Hoor dan nu naar hun stem; doch als gij hen op het hoogste zult betuigd hebben, zo zult gij hen te kennen geven de wijze des konings, die over hen regeren zal. 


1Sa 8:10  Samuel nu zeide al de woorden des HEEREN het volk aan, hetwelk een koning van hem begeerde. 
1Sa 8:11  En zeide: Dit zal des konings wijze zijn, die over u regeren zal: hij zal uw zonen nemen, dat hij hen zich stelle tot zijn wagen, en tot zijn ruiteren, dat zij voor zijn wagen henen lopen; 
1Sa 8:12  En dat hij hen zich stelle tot oversten der duizenden, en tot oversten der vijftigen; en dat zij zijn akker ploegen, en dat zij zijn oogst oogsten, en dat zij zijn krijgswapenen maken, mitsgaders zijn wapentuig. 
1Sa 8:13  En uw dochteren zal hij nemen tot apothekeressen, en tot keukenmaagden, en tot baksters. 
1Sa 8:14  En uw akkers, en uw wijngaarden, en uw olijfgaarden, die de beste zijn, zal hij nemen, en zal ze aan zijn knechten geven. 
1Sa 8:15  En uw zaad, en uw wijngaarden zal hij vertienen, en hij zal ze aan zijn hovelingen, en aan zijn knechten geven. 
1Sa 8:16  En hij zal uw knechten, en uw dienstmaagden, en uw beste jongelingen, en uw ezelen nemen, en hij zal zijn werk daarmede doen. 
1Sa 8:17  Hij zal uw kudden vertienen; en gij zult hem tot knechten zijn. 


1Sa 8:18  Gij zult wel te dien dage roepen, vanwege uw koning, dien gij u zult verkoren hebben, maar YHVH/de HEERE zal u te dien dage niet verhoren. 


1Sa 8:19  Doch het volk weigerde Samuels stem te horen; en zij zeiden: Neen, maar er zal een koning over ons zijn. 
1Sa 8:20  En wij zullen ook zijn gelijk al de volken; en onze koning zal ons richten, en hij zal voor onze aangezichten uitgaan, en hij zal onze krijgen voeren. 
1Sa 8:21  Als Samuel al de woorden des volks gehoord had, zo sprak hij dezelve voor de oren des HEEREN. 
1Sa 8:22  De HEERE nu zeide tot Samuel: Hoor naar hun stem, en stel hun een koning. Toen zeide Samuel tot de mannen van Israel: Gaat heen, een iegelijk naar zijn stad. 

Bovengenoemd hoofdstuk heeft mij bewust gemaakt van die keuze destijds. Kunnen wij hier iets uit leren? Wat is Vaders wil? Zijn wij bereid het te verstaan?

Ingesloten vind u een ingezonden stuk over dit onderwerp. Belangrijk is om zelf na te lezen en na te denken om tot een eigen inzicht te komen.

Romeinen 13 Gezagdragers-2-1

Alle eer aan Hem Die ons leiden wil in alle waarheid.


Een reactie plaatsen

Twee bomen in Gan Eden

Er is een wedstrijd der altaren en het gaat om twee wegen en twee resultaten. Zie ondermeer 1 Koningen 18.

De boom des Levens en de boom der kennis des goeds en des kwaads. Tegenovergestelde condities.

Gen 2:9  En de HEERE God/ YHVH Elohim had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze; en den boom des levens in het midden van den hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads. 

Wat alreeds in het begin in Gan Eden plaatsvond, toen haSatan de mens verleidde om zogenaamd wijzer te worden en de mens at van de boom der kennis des goeds en des kwaads.  Hen werd hierdoor de toegang ontzegd om hun leven voort te zetten in de hof. Dit gegeven herhaalt zich weliswaar met andere ingrediënten tot op heden.

Wanneer ze ervoor zouden gekozen hebben om de slang te negeren,hadden zij…

Wanneer we deze twee wegen in onze gedachten houden en de geschiedenis inkijken tot op nu, zien we dat het bij Gan Eden niet ophield, maar zich herhaalde tot op vandaag.

Elk profetisch plan van YHVH wordt beproefd en elke keer is er de verleiding om iets niet op YHVH’s tijd en wijze te doen.

Een van de kenmerken is dat we uitgaan van ons tekort en de wijsheid van de andere mens in plaats van stil te worden voor YHVH’s aangezicht om van Hemzelf aanwijzingen te ontvangen.

Adam en Chava luisterden naar de vleiende woorden van de slang. Ja ook Adam, daar hij geen goede bewaarder Zakar was en zijn vrouw toeliet te luisteren en om zo zelf verleid te worden. De schriftuurlijke orde dat de man rechtvaardig handelen moet, wil hij Zakar zijn, geeft voorgaande conclusie aan.

Dat vleien vind alleen ingang als wij voorbijgaan aan de uitsluitende wil en condities van onze Schepper, omdat direct daaraan gelegen onze honger naar bevestiging via trots in plaats van onze overgave aan Hem. Er is geen tussenweg. Het is een of het ander.

Nu in deze tijd worden wij ons min of meer bewust van wie wij zijn en diversen vanuit het Woord zijn gaan beseffen dat zij onder de noemer Yosef vallen, ook wel genoemd met de naam Efraïm. Dit, omdat zij uit de verloren schapen van het huis Israels door Yeshua op hun voeten gezet werden.

Het was een ingrijpen van YHVH dat het op deze manier tot stand gebracht werd, maar het volgende dient zich direct aan!

– Gaan wij de weg van Adam en Chava door naar iemand anders te luisteren( 1) in plaats van naar YHVH?

– Gaan wij opnieuw een gouden kalf maken, nu Yeshua heengegaan is om een plaats te bereiden en het wat langer zou kunnen duren voor Hij terugkomt net als Mozes (2)?

– Gaan wij bij de wijsheid (3) van anderen (van het andere huis) te rade in plaats van bij onze roeping te blijven door Degene te raadplegen die ons de verborgenheden van Zijn Woord en plan zal willen openbaren wanneer wij daar met overgave en opofferingsgezindheid prioriteit aan geven?

De twee bomen in Gan Eden zijn niet weg, temeer de tijd vordert te groter zij in ons midden staan!

De boom des Levens en de boom der kennis des goeds en des kwaads.

Wanneer wij de Vader, Abba YHVH nederig vragen om Zijn wil te openbaren door Zijn Ruach haKodesh, zal Hij horen. Hij zal horen omdat Hij overeenkomstig Zijn Woord handelt. Yeshua zei immers dat na Hem de Ruach haKodesh zou komen en Die zou ons alles leren wat Yeshua/YHVH gezegd had.

Wij, de voormalige verloren schapen van het huis Israels staan voor een levensveranderende uitdaging. Misschien wel de grootste ooit.

Verborgen in het Woord ligt er een roeping (4) voor ons om als Yosef op YHVH’s tijd Judah te laten ontdekken dat Yosef ( overeenkomstig de boom des Levens) leeft.

We hebben veel te verliezen (5) wanneer we voor een andere weg dan die YHVH voorstelt te kiezen…

Deut 30 Kiest dan het leven, opdat gij levet, gij en uw zaad; Jos_24:15  Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE/ YHVH te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE/YHVH dienen!

Amos 911

 

(1)Gen 3:1  De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, hetwelk de HEERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs? 
Gen 3:2  En de vrouw zeide tot de slang: Van de vrucht der bomen dezes hofs zullen wij eten; 
Gen 3:3  Maar van de vrucht des booms, die in het midden des hofs is, heeft God gezegd: Gij zult van die niet eten, noch die aanroeren, opdat gij niet sterft. 
Gen 3:4  Toen zeide de slang tot de vrouw: Gijlieden zult den dood niet sterven; 
Gen 3:5  Maar God weet, dat, ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad. 
Gen 3:6  En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at. 

(2) Exo 32:1  Toen het volk zag, dat Mozes vertoog (vertraagde) van den berg af te komen, zo verzamelde zich het volk tot Aaron, en zij zeiden tot hem: Sta op, maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan; want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland uitgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij. 

(3)Mat_15:9  Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.
Mar_7:7  Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden zijn der mensen; Luk 11:42 -54 Maar wee u,

(4)  Deut 30, Hosea, Amos, Zacharia, Romeinen, brieven van Jacobus, Jer_50:6  Mijn volk waren verloren schapen, hun herders hadden hen verleid, zij hadden hen gevoerd naar de bergen, zij gingen van berg tot heuvel, zij vergaten hun legering.
Mat_10:6  Maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels.
Mat_15:24  Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.

(5) Psa_149:6  De verheffingen Gods zullen in hun keel zijn; en een tweesnijdend zwaard in hun hand;

Heb_4:12  Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.

Rev_1:16  En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand; en uit Zijn mond ging een tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn aangezicht was, gelijk de zon schijnt in haar kracht.
Rev_2:12  En schrijf aan den engel der Gemeente, die in Pergamus is: Dit zegt Hij, Die het tweesnijdend scherp zwaard heeft: