Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


Een reactie plaatsen

Tarwe en onkruid in de akker anno nu

Terwijl ik overdacht wat ik zoal her en der gelezen had en me afvroeg wat ik met het inzicht over zuivere en onzuivere initiatieven van anderen moest…en dan met name het helpen om mensen alert te worden over dubieuze motieven, kwam zo ineens de gelijkenis in gedachten over het onkruid en de tarwe…

Laat ze TESAMEN opgroeien….

TOT DE OOGST.

De Heilige Israels weet wat maaksel wij zijn en weet welke kracht Hij geeft aan Zijn kinderen om gestaag voort te gaan terwijl het onzuivere eveneens voortgaat…

TOT!

Mat_13:30  Laat ze beiden te zamen opwassen tot den oogst, en in den tijd des oogstes zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in busselen, om hetzelve te verbranden; maar brengt de tarwe samen in mijn schuur.

Daar staat het en wat ging er aan vooráf?

Yeshua stelde hen een gelijkenis voor en zei het volgende:

Mat 13:24  Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mens, die goed zaad zaaide in zijn akker. 

Die mens zaaide goed zaad, maar wat gebeurde er?


Mat 13:25  En als de mensen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg. 

Als de mensen sliepen….Slapen zegt iets. Wanneer men slaapt, is men zich niet bewust, wat er mogelijk kan gebeuren. Wel goed begonnen, maar niet waakzaam. Het doet me ook denken aan de eerste mensen, die eveneens niet waakzaam waren en waardoor de zonde in de wereld kwam. Zou Yeshua hier op gedoeld hebben? Dat het bij de eerste mensen al fout ging? Dat door hun instelling en daarbij behorende gedachten de ongehoorzaamheid binnensloop…

Dat onkruid werd niet opgemerkt totdat men de vrucht van de tarwe bezag en men de heer des huizes ging vragen:


Mat 13:26  Toen het nu tot kruid opgeschoten was, en vrucht voortbracht, toen openbaarde zich ook het onkruid. 
Mat 13:27  En de dienstknechten van den heer des huizes gingen en zeiden tot hem: Heere! hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Van waar heeft hij dan dit onkruid? Mat 13:28  En hij zeide tot hen: Een vijandig mens heeft dat gedaan. En de dienstknechten zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij heengaan en datzelve vergaderen? 

Wat zegt de heer des huizes:


Mat 13:29  Maar hij zeide: Neen, opdat gij, het onkruid vergaderende, ook mogelijk met hetzelve de tarwe niet uittrekt. 
Mat 13:30  Laat ze beiden te zamen opwassen tot den oogst, en in den tijd des oogstes zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in busselen, om hetzelve te verbranden; maar brengt de tarwe samen in mijn schuur

Láát ze beiden tesamen opwassen, samen opgroeien tót de oogst…

En dát kwam ineens in mijn gedachten toen ik evalueerde van wat ik gezien had aan geestelijke dwalingen, die mensen verblindt en afremt in hun geestelijke groei en ineens voelde ik rust!

Ik hoef het niet tegen te houden, want Abba YHVH zegt dat ze tesamen op moeten groeien tot de oogst, dus het onkruid blijft niet in de oogst. Het zal tevoren verzameld worden om verbrand te worden. Eerst het onkruid.

De rust breidde zich uit omdat het besef groeide dat het overblijfsel toegerust wordt en Hij de regie heeft.

Dus het Koninkrijk anno nu heeft te maken met onkruid dat er tussen groeit. Zij die waken zien het en daarbij komt bij, dat wanneer men bewust is van het eenzijdig gesloten verbond en de toewijding, zij het kostbare onderscheid ontvangen om niet in misleiding te vallen of te verkeren.

Het is een keuze onder gebed om Hulp van YHVH om voorzichtig en gestaag voorwaarts te gaan en allen te willen werken aan Zijn plannen. Joh 14:26 geeft advies hoe wij ons af kunnen stellen.

Daarom:

Heb 12:12  Daarom richt weder op de trage handen, en de slappe knieen; 
Heb 12:13  En maakt rechte paden voor uw voeten, opdat hetgeen kreupel is, niet verdraaid worde, maar dat het veelmeer genezen worde. 
Heb 12:14  Jaagt den vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal; 
Heb 12:15  Toeziende, dat niet iemand verachtere van de genade YHVHs; dat niet enige wortel der bitterheid, opwaarts spruitende, beroerte make en door dezelve velen ontreinigd worden. 

Naschrift.

Wat viel mij vandaag ondermeer op?

Met name onzuivere motieven om andere mensen te bewegen hun tijd en geld te geven aan mensen die terug moeten keren naar YHVH, maar door de onzuivere motieven al dan niet gestaafd met bijbelwoorden, anderen op verkeerd spoor zetten. En die gedachte brengt deze uitleg in gedachten:

Eze 34:2  Mensenkind! profeteer tegen de herders van Israel; profeteer en zeg tot hen, tot de herders: Alzo zegt de Heere YHVH: Wee den herderen Israels, die zichzelven weiden! zullen niet de herders de schapen weiden? 

Eze 34:6  Mijn schapen dolen op alle bergen en op allen hogen heuvel, ja, Mijn schapen zijn verstrooid op den gansen aardbodem; en er is niemand, die er naar vraagt, en niemand, die ze zoekt. 
Eze 34:7  Daarom, gij herders! hoort YHVHs woord! 
Eze 34:8  Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere YHVH, zo Ik niet! Omdat Mijn schapen geworden zijn tot een roof, en Mijn schapen al het wild gedierte des velds tot spijze geworden zijn, omdat er geen herder is, en Mijn herders naar Mijn schapen niet vragen; en de herders weiden zichzelven, maar Mijn schapen weiden zij niet; 
Eze 34:9  Daarom, gij herders! hoort YHVHs woord! 
Eze 34:10  Alzo zegt de Heere YHVH Ziet, Ik wil aan de herders, en zal Mijn schapen van hun hand eisen, en zal ze van het weiden der schapen doen ophouden, zodat de herders zichzelven niet meer zullen weiden; en Ik zal Mijn schapen uit hun mond rukken, zodat zij hun niet meer tot spijze zullen zijn. 

Eze 34:11  Want zo zegt de Heere YHVH: Ziet, Ik, ja, Ik zal naar Mijn schapen vragen, en zal ze opzoeken. 
Eze 34:12  Gelijk een herder zijn kudde opzoekt, ten dage als hij in het midden zijner verspreide schapen is, alzo zal Ik Mijn schapen opzoeken; en Ik zal ze redden uit al de plaatsen, waarhenen zij verstrooid zijn, ten dage der wolke en der donkerheid. 
Eze 34:13  En Ik zal ze uitvoeren van de volken, en zal ze vergaderen uit de landen, en brengen ze in hun land; en Ik zal ze weiden op de bergen Israels, bij de stromen en in alle bewoonbare plaatsen des lands. 
Eze 34:14  Op een goede weide zal Ik ze weiden, en op de hoge bergen Israels zal hun kooi zijn; aldaar zullen zij nederliggen in een goede kooi, en zullen weiden in een vette weide, op de bergen Israels. 
Eze 34:15  Ik zal Mijn schapen weiden, en Ik zal ze legeren, spreekt de Heere YHVHE Eze 34:16  Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik wederbrengen, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het kranke zal Ik sterken; maar het vette en het sterke zal Ik verdelgen, Ik zal ze weiden met oordeel. 

Belangrijke sleutel is om motieven en inspiratiebron te onderzoeken aan de hand van het geschreven Woord en vragen om leiding van Zijn Geest om zo de tarwe van het onkruid te kunnen onderscheiden.

Hoewel wij het tij niet kunnen keren, zijn wij wel geroepen om te gidsen. Het zuivere én onzuivere aan te duiden;getuigen vanuit ons bevindelijk vermogen, zodat zoekenden aangemoedigd worden de Heilige Israels te vragen, waar toch de goede Weg is.Wachters, zo vermeldt Jeremia 6:16,17

Jer 6:16  Zo zegt YHVH/de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maar zij zeggen: Wij zullen daarin niet wandelen. 
Jer 6:17  Ik heb ook wachters over ulieden gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin;
maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren. 

Er zijn er die niet luisteren,

laten wij dat wel doen.

Alle eer aan YHVH.


Een reactie plaatsen

Wat voor taak hebben wachters en wie stelt ze aan?

Steeds opnieuw de laatste tijd word ik bepaald bij het wachtersschap en ik denk dat de Geest van Heiligheid dat ingeeft omdat het nodig is om daarmee aan de slag te gaan, waar het verwaarloost wordt, ontbreekt of nog erger, men op eigen kundigheid vertrouwt in plaats van de Vader te vragen wie dat mag en kan zijn.

Vanmorgen kwamen de woorden: Wachter, wat is er van de nacht? Dát heb ik opgezocht en er de omschrijving bij gezocht.

Isa_21:11  De last van Duma. Men roept tot mij uit Seir: Wachter!(H48104) wat is er van den nacht? Wachter! wat is er van den nacht? Isa_21:12  De wachter zeide: De morgenstond is gekomen, en het is nog nacht; wilt gijlieden vragen, vraagt; keert weder, komt.

Wachter: H8104
שָׁמַר
shâmar
shaw-mar’
A primitive root; properly to hedge about (as with thorns), that is, guard; generally to protect, attend to, etc.: – beware, be circumspect, take heed (to self), keep (-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch (-man).
Total KJV occurrences: 468

Ik zal een aantal tekstaanhalingen erbij pakken waar het woord wachter in voor komt:

2Sa_18:24  David nu zat tussen de twee poorten; en de wachter ging op het dak der poort aan den muur, en hief zijn ogen op, en zag, en ziet, er liep een man alleen.
2Sa_18:25  Zo riep de wachter, en zeide het den koning aan; en de koning zeide: Indien hij alleen is, zo is er een boodschap in zijn mond; en hij ging al voort en naderde.
2Sa_18:26  Toen zag de wachter een anderen man lopende, en de wachter riep tot den poortier en zeide: Zie, er loopt nog een man alleen. Toen zeide de koning: Die is ook een boodschapper.
2Sa_18:27  Voorts zeide de wachter: Ik zie den loop des eersten aan, als den loop van Ahimaaz, Zadoks zoon. Toen zeide de koning: Dat is een goed man, en hij zal met een goede boodschap komen.

2Ki_9:17  De wachter nu stond op den toren te Jizreel, en zag den hoop van Jehu, als hij aankwam, en zeide: Ik zie een hoop. Toen zeide Joram: Neem een ruiter, en zend dien hunlieden tegemoet, en dat hij zegge: Is het vrede?
2Ki_9:18  En de ruiter te paard toog heen hem tegemoet, en zeide: Zo zegt de koning: Is het vrede? En Jehu zeide: Wat hebt gij met den vrede te doen? Keer om naar achter mij. En de wachter gaf het te kennen, zeggende: De bode is tot hen gekomen, maar hij komt niet weder.
2Ki_9:20  En de wachter gaf dit te kennen, zeggende: Hij is tot aan hen gekomen, maar hij komt niet weder; en het drijven is als het drijven van Jehu, den zoon van Nimsi, want hij drijft onzinniglijk.

Psa_127:1  Een lied Hammaaloth, van Salomo. Zo de HEERE het huis niet bouwt, te vergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, te vergeefs waakt de wachter.

Isa_21:5  Bereid de tafel, zie toe, gij wachter! eet, drink; maakt u op, gij vorsten, bestrijkt het schild!
Isa_21:6  Want aldus heeft de Heere tot mij gezegd: Ga heen, zet een wachter, laat hem aanzeggen, wat hij ziet.
Isa_21:11  De last van Duma. Men roept tot mij uit Seir: Wachter! wat is er van den nacht? Wachter! wat is er van den nacht?
Isa_21:12  De wachter zeide: De morgenstond is gekomen, en het is nog nacht; wilt gijlieden vragen, vraagt; keert weder, komt.

Eze_3:17  Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.
Eze_33:2  Mensenkind! spreek tot de kinderen uws volks, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hun einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen;
Eze_33:6  Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd; en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg; die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal Ik van des hand des wachters eisen.
Eze_33:7  Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.

Dan_4:13  Ik zag verder in de gezichten mijns hoofds, op mijn leger; en ziet, een wachter, namelijk een heilige, kwam af van den hemel,

Er ligt een ernst in het op eigen houtje aanstellen, gezien de volgende woorden uit Ezechiël:

Eze_44:8  En gijlieden hebt de wacht van Mijn heilige dingen niet waargenomen; maar gij hebt uzelven enigen tot wachters Mijner wacht gesteld in Mijn heiligdom.

Isa_62:6  O Jeruzalem! Ik heb wachters op uw muren besteld, die geduriglijk al den dag en al den nacht niet zullen zwijgen. O gij, die des HEEREN doet gedenken, laat geen stilzwijgen bij ulieden wezen!                                                                                         

Jer 4:16  Vermeldt den volke, ziet, doet het horen tegen Jeruzalem; daar komen hoeders uit verren lande; en zij verheffen hun stem tegen de steden van Juda.
Jer_4:17  Als de wachters der velden zijn zij rondom tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is, spreekt de HEERE.
Jer_6:17  Ik heb ook wachters over ulieden gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin; maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren.

 De hoeders uit vers 16 hebben dezelfde taak en beschrijving als de wachter.

Brengt mij bij de woorden in Genesis 4:9 : ben ik mijns broeders hoeder…Inderdaad dezelfde betekenis als die van de wachter…onderzoek het zelf maar en neem er de Strongs bij en in de Hebreeuwse bijbel precies hetzelfde: השׁמרH8104Er gaat dus een grote verantwoordelijkheid van de door YHVH aangestelde wachter. Deze moet eigenschappen hebben, die denk ik, parallel lopen met die van de opziener.

Het is dus niet zo dat er zomaar iemand aangesteld kan worden, omdat een wachter ontbreekt. Deze moet tegen een stootje kunnen en te alle tijde bereid zijn YHVH’s Woord prioriteit te geven. Dat vraagt levenservaring en de bijbehorende inzichten, als trouw, geduld en inzet…

Wordt er regelmatig gesproken, uitgelegd, dat de roepingen en talenten in de gemeenschap aanwezig moeten kunnen functioneren? Wordt er ruimte gegeven dat men oefenen mag in deze talenten? Wordt er adequate aandacht gegeven aan de jongeren en jongvolwassenen, zodat zij het te Zijner tijd over kunnen nemen?

Bij verkeerd of ontbrekend wachtersschap lopen degenen die hen zijn toevertrouwd gevaar, want we weten van de dieven die over de muur klimmen en zich onder het volk vermengen. We hebben dat een keer meegemaakt. Er was een bijbels feest gaande in Drenthe. Op een avond kwam een man binnen waarvan wij wisten dat hij Yeshua ontkend had. De mensen in de zaal wisten er niets van. Wij kregen een onrustig gevoel en onze verantwoordelijkheid zette ons aan tot handelen. We wendden ons tot degenen die het organiseerden, maar in plaats van hem uit de zaal verwijderen, ging de een met de “liefde”een gesprek aan en een ander uit het team liep weg.

Wij allen die in Yeshua zijn, hebben ten alle tijde een verantwoordelijkheid want het is niet ons eigen feestje. Het moet de heiligheid van YHVH doorstaan -Galaten 3.

DE wapenrusting uit Efeze 5 staat ons ter beschikking en die hebben wij hard nodig. Vertrouwt op uw eigen inzicht niet – Spreuken 3:5-7.

Er ligt een profetische belofte in de volgende woorden voor de menigte van volkeren die door Yeshua tot de volgende taak worden gevormd:

Jer_31:6  Want er zal een dag zijn, waarin de hoeders op Efraims gebergte zullen roepen: Maakt ulieden op, en laat ons opgaan naar Sion, tot YHVH/ den HEERE, onzen Elohim!

Beproef mijn woorden!

@Hadassah


Een reactie plaatsen

Leven we in de realiteit van de profetie?

Alhoewel wij vorige week een schrijven van Ephraim en Rimona ontvingen, liet het me na een paar keer lezen niet los en probeer het hier in het Nederlands over te zetten

“Degenen onder ons die begenadigd zijn door onze innerlijke ogen open te hebben gehad voor de geschiedenis van het Woord van Elohim (in het bijzonder dat wat betrekking heeft op de twee huizen van Israël en hun bestemming) hebben een serieuze verantwoordelijkheid.
Een van die verplichtingen is om het goede nieuws van de trouw van de Almachtige te verkondigen om alles uit te voeren en te vervullen wat profetisch is gesproken door de profeten van weleer, vooral in dit donkere uur.
Omdat we ons ervan bewust zijn dat YHVH vaak Zijn meest gewichtige acties verbergt of camoufleert, moeten we ons bewust zijn van het feit dat het plan geen regressie ondergaat, integendeel. We zouden dus al onze krachten moeten mobiliseren om het visioen levend te houden, en zoals gezegd, ijverig te zijn in het verkondigen ervan en onze oren open te houden voor de voortdurende instructies van Abba in dit unieke hoofdstuk van de menselijke geschiedenis.
Ik denk vaak aan de vrouwen in de Schrift die soms een scherper gevoel voor geestelijke werkelijkheden leken te hebben dan hun mannelijke tegenhangers, en die werden gebruikt om de waarheid te verkondigen of te verkondigen. Sommige van deze vrouwen waren zelfs bereid hun leven te geven ter wille van de gerechtigheid.
We moeten ons afvragen wie Elohim de eerste was om het goede nieuws van Yeshua’s opstanding aan te kondigen?
Maar wat was dan de reactie van de grote mannen die met de Meester liepen op de vrouw (Miriam van Migdal) die naar hen toe kwam met deze verbazingwekkende informatie?
Vrouwen zijn vaak gefrustreerd wanneer hun mannen achterblijven in hun missie om het mandaat uit te voeren dat zij (de mannen) hebben gekregen. We hebben allemaal het gezegde gehoord: “Achter elke grote man staat een vrouw.” Psalm 68:11-12 beschrijft een opmerkelijke scène: “YHVH geeft het bevel; de vrouwen die de goede tijding verkondigen zijn een groot leger: koningen der legers vluchten, zij vluchten, en zij die thuis blijft zal de buit verdelen!”
Wat?! Een vrouwenleger dat de overwinning heeft terwijl de legers van koningen een nederlaag lijden?!
Waar kunnen we tegenwoordig zo’n leger van vrouwen vinden die de visie van de bijbelse profeten hebben?

De grootste bedreiging voor Satans autoriteit en koninkrijk is het herstel van de identiteit van de verloren schapen van het huis van Israël/Jozef, en hun erkenning door het huis van Juda en natuurlijk de erkenning door laatstgenoemden van hun Messias.

De hele geschiedenis van het huis van Jacob is door de hele Schrift heen opgetekend.
Maar nu, op het hoogtepunt van dit tijdperk, openbaart de Heilige van Israël Zijn trouw om het werk te voltooien dat Hij vierduizend jaar geleden begon, toen Hij een eeuwigdurend verbond sloot met onze voorouders. Hij wordt niet voor niets de Elohim van Abraham, Isaac, Jacob/Israël genoemd.
Wij zijn zijn verloste getuigen van deze oude eeuwige verbonden.
Hij is Dezelfde gisteren, vandaag en voor altijd.
De verloste vrouwen van Israël hebben een mandaat (samen met de mannen) om het goede nieuws van de opstanding en het herstel van Israël/Jozef te verkondigen door gebed, voorbede en door een bron van inspiratie van geloof te zijn.
We moeten allemaal onze krachten bundelen op dit cruciale uur en de gelegenheid aangrijpen, onze blik te richten op wat voor ons ligt, voorbij de onmiddellijke beperkende en vervormde omstandigheden van het heden (en dat wat op het punt staat te volgen in de zeer nabije toekomst).
“Daarom zegt YHVH, die Abraham verloste, aangaande het huis van Jakob: “Jakob zal nu niet beschaamd worden, en zijn gezicht zal nu niet bleek worden; Maar wanneer hij zijn kinderen, het werk van Mijn handen, in zijn midden ziet, zullen zij Mijn naam heiligen; Ze zullen inderdaad de Heilige van Jacob heiligen en ontzag hebben voor de Elohim van Israël. En degenen die dwalen in gedachten zullen de waarheid kennen, en degenen die kritiek hebben, zullen instructies aanvaarden’” (Jesaja 29:22 – 30:1).”
Ephraïm en Rimona Frank