Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden

Actuele droom voor nu

Een reactie plaatsen

Op 3 juli 1995 kreeg ik een droom, waarvan ik notie maakte door het direct op te schrijven:

“Ik werd wakker met de volgende vraag:

“Zoeken wij het Israel in Israel of juichen wij het Israel als geheel toe?”

Wakker geworden,dacht ik vervolgens: “En als wij het Israel in Israel zoeken,wat is onze houding naar het deel van Israel dat in God (YHVH) geen Israel is?”

Laten wij ons door sentiment leiden of zoeken wij oprecht Gods weg om de verloren schapen de weg van Yeshua te vertellen. Niet op christelijke, maar op bijbelse wijze?

Wat doen we met de geschonken liefde aan Israel?

Vragen we God deze liefde Zelf te gaan gebruiken opdat wij niet in de verzoeking van gevoelens (emotie) komen en die geschonken liefde onbruikbaar maken door het tot ons persoonlijk eigendom te maken?

Of vragen wij het ons niet eens meer af, waarom die bewogenheid in ons hart kwam en ledigen wij ons verdriet door te pas en te onpas mensen bewegen te kopen, te reizen, sympathie te betuigen etc?

Indien we YHVH willen dienen, laten we tot Hem gaan en Hem vragen die geschonken liefde te reinigen, zodat Hij ons bewust kan maken wat we met die liefde mogen doen.

Het verdriet blijkt dan niet te zijn de onachtzaamheid van de “christenen”, maar de ongehoorzaamheid van allemaal!

Rom 3:12  Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe. “

Psa 14:3  Zij zijn allen afgeweken, te zamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand, die goed doet, ook niet een. 

Klaagl.3: 22 Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN (YHVH), dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; 

Lam 3:23  Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot. 

Bijbels geloof, waar vinden we dat? In Israel? Bij de christenen?

Het is genade als wij het zoeken mogen. Want noch Israel, noch wij hebben van nature schriftuurlijke ijver Hem te zoeken, zodat Zijn eer openbaar komt. De eer van die verborgen werking komt YHVH toe.

Rom 11:36  Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen. 

Joh 14:6  Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij. 

Joh 6:44  Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage. 

Php 2:13  Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen. 

Dus die liefde in ons hart voor, gemakshalve gezegd, Israel, is de liefde die YHVH heeft en heeft gegeven. Die bewogenheid is YHVH’s bewogenheid voor dat kind. Het verdriet is YHVH’s verdriet,omdat het kind ongehoorzaam is geworden, afgeweken van Zijn Vader.

En dat geschonken verdriet mogen wij aanwenden om onze Vader te bidden die bedekking weg te nemen,op de bres te gaan staan voor dat deel in Israel, waarop YHVH Zijn hand heeft gelegd.

Dit werk is binnenkamerwerk.

Soms alleen, soms met door Hem geleidde andere gelijkgestemden. Onze Vader zoekt kwaliteit, geen kwantiteit.

Jas 5:16  Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt; een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel. 

Laten wij daarom en oprecht zoeken in het vragen wat onze houding t.a.v. dit alles moet zijn, teneinde zoveel als mogelijk is tot Zijn eer te mogen functioneren.

Ook als dat in de stilte zou zijn zonder visionele, emotionele of welke menselijke behoefte dan ook.

Wij zijn geen kinderen van YHVH om onszelf of anderen te behagen.

Al onze eigenschappen behoren Hem toe en als zodanig hebben wij onze rechten en ook onze eigen behoeftes ingeleverd.

Wij zijn in de eerste plaats kinderen van Hem om vervolgens gebruikt te kunnen en mogen worden voor Zijn plan. Dat is krachtens het verzoeningswerk van Yeshua onze status.

Voor Zijn eer!

Appelscha 3 juli 1995

@Hadassah

English translation:

On July 3, 1995, I had a dream, which I made note of by writing it down immediately.

I woke up with the following question:

“Do we look for Israel in Israel or do we applaud Israel as a whole?”

When I woke up, I then thought: “And if we look for Israel in Israel, what is our attitude towards the part of Israel that is not Israel in God (YHVH)?”

Are we guided by sentiment or are we sincerely seeking God’s way to tell the lost sheep the way of Yeshua. Not in a Christian way, but in a Biblical way?

What do we do with the love given to Israel?

Do we ask God to use this love Himself so that we do not fall into the temptation of feelings (emotion) and make that given love useless by making it our personal property?
Or do we no longer even wonder why that emotion came into our hearts and do we empty our sorrow by encouraging people to buy, travel, express sympathy, etc. at the appropriate time?

If we want to serve YHVH, let us go to Him and ask Him to cleanse that given love, so that He can make us aware of what we can do with that love.
The sorrow then turns out not to be the negligence of the “Christians”, but the disobedience of all!

Rom 3:12 They have all turned aside, and have become worthless together. There is no one who does good, neither is there one.“
Psa 14:3  They have all turned aside, and they have become stinking together; there is no one who does good, not even one.
Lamentation 3:22 Cheth. These are the mercies of the LORD (YHVH), that we are not destroyed, that his mercies have no end;
Lam 3:23  Cheth. They are all new tomorrow, Your faithfulness is great.

Biblical faith, where do we find that? In Israel? With the Christians?

It is grace if we may seek it. For neither Israel nor we have by nature Scriptural zeal to seek Him, that His glory may be made manifest. The honor of that hidden working belongs to YHVH.
Rom 11:36  For from Him, and through Him, and to Him are all things. To Him be the glory forever. Amen.
John 14:6  Jesus said unto him, I am the way, and the truth, and the life. No one comes to the Father except through Me.
John 6:44  No man can come to me, except the Father who sent me draw him; and I will raise him up at the last day.
Php 2:13  For it is God who works in you both to will and to do for His good pleasure.

So that love in our hearts for, conveniently speaking, Israel, is the love that YHVH has and has given. That compassion is YHVH’s compassion for that child. The sorrow is YHVH’s sorrow, because the child has become disobedient, deviated from His Father.
And we may use that sorrow to pray to our Father to remove that covering, to stand in the gap for that part of Israel on which YHVH has laid His hand.
This work is inside work.
Sometimes alone, sometimes with other like-minded people led by Him. Our Father seeks quality, not quantity.
Jas 5:16 Confess your trespasses to one another, and pray for one another, that you may be healed. a powerful prayer of the righteous avails much.

Let us therefore sincerely ask what our attitude towards all this should be, in order to function as much as possible for His glory.
Even if that would be in silence without visionary, emotional or any human need.
We are not children of YHVH to please ourselves or others.
All our qualities belong to Him and as such we have surrendered our rights and also our own needs.
We are first and foremost His children so that we can and may be used for His plan. That is our status by virtue of Yeshua’s atoning work.
For His glory!

Appelscha July 3, 1995

Onbekend's avatar

Auteur: hadassah18

Van jongsafaan hield ik ervan om wat ik zag te verwoorden. Er waren ervaringen die ik liever schreef dan ze vertellen. Min of meer komend vanuit de rechtse flank van het christelijk geloof zonder kerklid te zijn, kreeg ik liefde voor het geschreven Woord die ook wel bijbel wordt genoemd. Al jong was ik overtuigd van de Weg,maar wist, dacht ik, het juiste pad niet. Maar de Vader wist het en begin dertig was ik, toen Hij mij met een levensveranderende gebeurtenis bevrijdde, wat ik als wederomgeboren beschouw. Die ervaring maakte dat ik Hem wilde dienen, maar Hij mocht het bepalen en dat deed Hij. In 2007 gaf Hij duidelijk aan dat ik mocht gaan delen van wat ik van Hem ontvangen had. Dat onderwerp zag ik in die tijd zelden in Nederland en omstreken. Een groot verlangen is het dat de twee huizen spoedig één kudde worden zoals beschreven in Ezechiël 37 en andere verwijzingen. Ik ben gelukkig getrouwd, moeder en ik heb mijn identiteit gevonden in YHVH's onderwijzingen. Johannes 14:26 is een raad die ik hoog acht. Het geschreven Woord van YHVH krijgt prioriteit. Naast schrijvend delen hou ik ervan om hen die de wil van de Vader willen doen, te ontmoeten en heb een brede belangstelling. Veel verantwoorde onderwerpen hebben mijn belangstelling. Dankbaar dat Hij mij ertoe aanzette om te gaan delen, wandel ik mijn levensreis, vertrouwend dat Hij het wel zal maken. "En zeg de kinderen Israels dat zij voorttrekken" Exodus 14:15

Plaats een reactie