Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden

Wachter

Een reactie plaatsen

Wachter wat is er van de nacht?

Eze_3:17  Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.
Eze_33:2  Mensenkind! spreek tot de kinderen uws volks, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hun einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen;
Eze_33:6  Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd; en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg; die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal Ik van des hand des wachters eisen.
Eze_33:7  Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen.

Wachter

Eze 33:1  En YHVH’s woord geschiedde tot mij, zeggende: 
Eze 33:2  Mensenkind! spreek tot de kinderen uws volks, en zeg tot hen: Wanneer Ik het zwaard over enig land breng, en het volk des lands een man uit hun einden nemen, en dien voor zich tot een wachter stellen; 
Eze 33:3  En hij het zwaard ziet komen over het land, en blaast met de bazuin, en waarschuwt het volk; 
Eze 33:4  En een, die het geluid der bazuin hoort, wel hoort, maar zich niet laat waarschuwen; en het zwaard komt, en neemt hem weg, diens bloed is op zijn hoofd. 
Eze 33:5  Hij hoorde het geluid der bazuin, maar liet zich niet waarschuwen, zijn bloed is op hem; maar hij, die zich laat waarschuwen, behoudt zijn ziel. 
Eze 33:6  Wanneer daarentegen de wachter het zwaard ziet komen, en blaast niet met de bazuin, zodat het volk niet is gewaarschuwd; en het zwaard komt, en neemt een ziel uit hen weg; die is wel in zijn ongerechtigheid weggenomen, maar zijn bloed zal Ik van des hand des wachters eisen.

Eze 33:7  Gij nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israels; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen. 

Eze 33:8  Als Ik tot den goddeloze zeg: O goddeloze, gij zult den dood sterven! en gij spreekt niet, om den goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. 
Eze 33:9  Maar als gij den goddeloze van zijn weg afmaant, dat hij zich van dien bekere, en hij zich van zijn weg niet bekeert, zo zal hij in zijn ongerechtigheid sterven; maar gij hebt uw ziel bevrijd. 

Eze 33:10  Daarom, gij mensenkind! zeg tot het huis Israels: Gijlieden spreekt aldus, zeggende: Dewijl onze overtredingen en onze zonden op ons zijn, en wij in dezelve versmachten, hoe zouden wij dan leven? 
Eze 33:11  Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt YHVH/ HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels? 
Eze 33:12  Gij dan, o mensenkind! zeg tot de kinderen uws volks: De gerechtigheid des rechtvaardigen zal hem niet redden ten dage zijner overtreding; en aangaande de goddeloosheid des goddelozen, hij zal om dezelve niet vallen, ten dage als hij zich van zijn goddeloosheid bekeert; en de rechtvaardige zal niet kunnen leven door dezelve zijn gerechtigheid, ten dage als hij zondigt. 
Eze 33:13  Als Ik tot den rechtvaardige zeg, dat hij zekerlijk leven zal, en hij op zijn gerechtigheid vertrouwt, en onrecht doet, zo zullen al zijn gerechtigheden niet gedacht worden, maar in zijn onrecht, dat hij doet, daarin zal hij sterven. 
Eze 33:14  Als Ik ook tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven! en hij zich van zijn zonde bekeert, en recht en gerechtigheid doet; 
Eze 33:15  Geeft de goddeloze het pand weder, betaalt hij het geroofde, wandelt hij in de inzettingen des levens, zodat hij geen onrecht doet; hij zal zekerlijk leven, hij zal niet sterven. 
Eze 33:16  Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zekerlijk leven. 
Eze 33:17  Nog zeggen de kinderen uws volks: De weg van YHVH is niet recht; daar toch hun eigen weg niet recht is. 
Eze 33:18  Als de rechtvaardige afkeert van zijn gerechtigheid, en doet onrecht, zo zal hij daarin sterven. 
Eze 33:19  En als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, en doet recht en gerechtigheid, zo zal hij daarin leven. 
Eze 33:20  Nog zegt gij: De weg van YHVH is niet recht; Ik zal ulieden richten, een ieder naar zijn wegen, o huis Israels! 

Eze 33:21  En het geschiedde in het twaalfde jaar onzer gevankelijke wegvoering, in de tiende maand, op den vijfden der maand, dat er een tot mij kwam, die van Jeruzalem ontkomen was, zeggende: De stad is geslagen. 
Eze 33:22  Nu was de hand van YHVH op mij geweest des avonds, eer die ontkomene kwam, en had mijn mond opengedaan, totdat hij des morgens tot mij kwam. Alzo werd mijn mond opengedaan, en ik was niet meer stom. 
Eze 33:23  Toen geschiedde YHVH’s woord tot mij, zeggende: 
Eze 33:24  Mensenkind! de inwoners van die woeste plaatsen in het land Israels spreken, zeggende: Abraham was een enig man, en bezat dit land erfelijk; maar onzer zijn velen; het land is ons gegeven tot een erfelijke bezitting. 
Eze 33:25  Daarom zeg tot hen: Zo zegt YHVH: Gij eet vlees met het bloed, en heft uw ogen op tot uw drekgoden, en vergiet bloed; en zoudt gij het land erfelijk bezitten? 
Eze 33:26  Gij staat op ulieder zwaard; gij doet gruwel, en verontreinigt, een ieder de huisvrouw zijns naasten; en zoudt gij het land erfelijk bezitten? 
Eze 33:27  Alzo zult gij tot hen zeggen: Elohim YHVH zegt alzo: Zo waarachtig als Ik leef, indien niet, die in die woeste plaatsen zijn, door het zwaard zullen vallen, en zo Ik niet dien, die in het open veld is, het wild gedierte overgeve, dat het hem vrete, en die in de vestingen en in de spelonken zijn, door de pestilentie zullen sterven! 
Eze 33:28  Want Ik zal het land tot een verwoesting en een schrik stellen, en de hovaardij zijner sterkte zal ophouden; en de bergen Israels zullen woest zijn, dat er niemand overga. 
Eze 33:29  Dan zullen zij weten, dat Ik YHVH ben, als Ik het land tot een verwoesting en een schrik zal gesteld hebben, om al hun gruwelen, die zij gedaan hebben. 
Eze 33:30  En gij, o mensenkind! de kinderen uws volks spreken steeds van u bij de wanden en in de deuren der huizen; en de een spreekt met den ander, een iegelijk met zijn broeder, zeggende: Komt toch en hoort, wat het woord zij, dat van YHVH voortkomt. 
Eze 33:31  En zij komen tot u, gelijk het volk pleegt te komen, en zitten voor uw aangezicht als Mijn volk, en horen uw woorden, maar zij doen ze niet; want zij maken liefkozingen met hun mond, maar hun hart wandelt hun gierigheid na. 
Eze 33:32  En ziet, gij zijt hun als een lied der minnen, als een, die schoon van stem is, of die wel speelt; daarom horen zij uw woorden, maar zij doen ze niet. 
Eze 33:33  Maar als dat komt (zie, het zal komen!) dan zullen zij weten, dat er een profeet in het midden van hen geweest is.

Scherpe dorsslede

Isa 41:13  Want Ik,YHVH,Uw Elohim, (de HEERE, uw God) grijp uw rechterhand aan, Die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u. 
Isa 41:14  Vrees niet, gij wormpje Jakobs, gij volkje Israels! Ik help u, spreekt YHVH, en uw Verlosser is de Heilige Israels! 

Isa 41:15  Ziet, Ik heb u tot een scherpe nieuwe dorsslede gesteld, die scherpe pinnen heeft; gij zult bergen dorsen en vermalen, en heuvelen zult gij stellen gelijk kaf. 
Isa 41:16  Gij zult ze wannen, en de wind zal ze wegnemen, en de stormwind zal ze verstrooien; maar gij zult u verheugen in den HEERE; in den Heilige Israels zult gij u roemen. 

Isa 41:17  De ellendigen en nooddruftigen zoeken water, maar er is geen, hun tong versmacht van dorst; Ik, YHVH, de HEERE zal hen verhoren, Ik, de God Israels, zal hen niet verlaten. 
Isa 41:18  Ik zal rivieren op de hoge plaatsen openen, en fonteinen in het midden der valleien; Ik zal de woestijn tot een waterpoel zetten, en het dorre land tot watertochten. 
Isa 41:19  Ik zal in de woestijn den cederboom, den sittimboom, en den mirteboom, en den olieachtigen boom zetten; Ik zal in de wildernis stellen den denneboom, den beuk, en den busboom te gelijk; 
Isa 41:20  Opdat zij zien, en bekennen, en overleggen, en te gelijk verstaan, dat de hand van YHVH zulks gedaan, en dat de Heilige Israels zulks geschapen heeft. 

Waakt

Mar 14:37  En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon! slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken? 
Mar 14:38  Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak. 
Mar 14:39  En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden. 
Mar 14:40  En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden. 
Mar 14:41  En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.

De kinderen Israels zijn ons tot voorbeeld schrijft Paulus in de Corinthebrief.

Om voorbereid te zijn, dienen we onze manier van uitleven bewust te bekijken en zonodig af te leggen.

Diep in ons hart zullen wij allen zelf wel weten wat niet thuishoort in het leven van Yeshua’s volgeling.

Het is zo eenvoudig!

Hem kennen is erkennen, belijden en Hem om hulp vragen om te kunnen overwinnen. Zijn kracht staat ter beschikking, Zijn leiding ook.

We denken vast wel eens over bijzondere verhoringen en overwinningen, maar het kan goed zijn, dat bij het uitblijven en in grote nood, wij zelf nog iets hebben op te ruimen.

Het Woord van YHVH neemt geen blad voor de mond.

Abba YHVH is er op uit om ons tot overgave te brengen, want Hij woont in het hoge en heilige:

Van zelfbeschikking naar toewijding:

Isa_57:15  Want alzo zegt de Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont, en Wiens Naam heilig is: Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij dien, die van een verbrijzelden en nederigen geest is, opdat Ik levend make den geest der nederigen, en opdat Ik levend make het hart der verbrijzelden.

Beproef mn woorden!

Onbekend's avatar

Auteur: hadassah18

Van jongsafaan hield ik ervan om wat ik zag te verwoorden. Er waren ervaringen die ik liever schreef dan ze vertellen. Min of meer komend vanuit de rechtse flank van het christelijk geloof zonder kerklid te zijn, kreeg ik liefde voor het geschreven Woord die ook wel bijbel wordt genoemd. Al jong was ik overtuigd van de Weg,maar wist, dacht ik, het juiste pad niet. Maar de Vader wist het en begin dertig was ik, toen Hij mij met een levensveranderende gebeurtenis bevrijdde, wat ik als wederomgeboren beschouw. Die ervaring maakte dat ik Hem wilde dienen, maar Hij mocht het bepalen en dat deed Hij. In 2007 gaf Hij duidelijk aan dat ik mocht gaan delen van wat ik van Hem ontvangen had. Dat onderwerp zag ik in die tijd zelden in Nederland en omstreken. Een groot verlangen is het dat de twee huizen spoedig één kudde worden zoals beschreven in Ezechiël 37 en andere verwijzingen. Ik ben gelukkig getrouwd, moeder en ik heb mijn identiteit gevonden in YHVH's onderwijzingen. Johannes 14:26 is een raad die ik hoog acht. Het geschreven Woord van YHVH krijgt prioriteit. Naast schrijvend delen hou ik ervan om hen die de wil van de Vader willen doen, te ontmoeten en heb een brede belangstelling. Veel verantwoorde onderwerpen hebben mijn belangstelling. Dankbaar dat Hij mij ertoe aanzette om te gaan delen, wandel ik mijn levensreis, vertrouwend dat Hij het wel zal maken. "En zeg de kinderen Israels dat zij voorttrekken" Exodus 14:15

Plaats een reactie