Tegenhetlicht

Terug naar de Oude paden


1 reactie

Hoe wij ons zullen moeten gaan gedragen….

Omdat veelal veel mensen als niet zijnde van Judese afkomst terugkeren naar Abba’s Torah en tevens een gevoel hebben met Juda samen op te trekken…komt het vaak voor dat de eerstgenoemden zich als semi-joods gaan gedragen, ook wel vanwege het onderwijs in die kringen…
En de vraag is of dat juist is…
Moeten zij die geen zg joodse afkomst hebben, zich joods gaan gedragen?
Daarmee bedoel ik niet dat men Abba YHWH’s geschreven geboden moet gaan mijden, neen, ik doel op het nadoen of navolgen van afgeleide veelal joodse zaken….
Voor het geval men mij ervan verdenkt tegen dat andere huis te zijn, huis van Juda, dan leest u anders dan ik bedoel te schrijven.
Wat zegt Abba’s Woord hierover?
Een prachtig voorbeeld vond ik in de de onlangs toegestuurde woorden van Zerubbabel over de twee houten stokken…
Leest u mee?
Waarschijnlijk zult u erdoor versterkt worden als u al enkel vragen hieromtrent had en anders krijgt u nieuw inzicht,want zoals die twee stokken twee naties zijn, kunnen wij ons als individu niet gaan vermengen met individuen van het andere huis….
De aanhef is een ernstige waarschuwing en ik denk terecht.
Mocht u dat anders zien, ook dan is uw reactie welkom!
Shalom!

http://www.onetorahforall.com/Studies2013/Reunification.html


Een reactie plaatsen

Zonder gehoorzaamheid geen groei en zonder openbaring geen inzicht

Onlangs kwam ik een paar teksten uit Abba’s Torah tegen,waarmee ik zowel de Tenach alsmede de brieven der apostelen(Brit Chadasha) bedoel, die mij sindsdien niet meer loslaten en ik ze nu naar voren breng…

Apostel Paulus hield de geboden uit de Tenach net zoals Yeshua ons hierin voorging…In Handelingen 28 lezen we het belangrijke volgende:
Vanaf vers 23 En als zij hem een dag gesteld hadden, kwamen er velen tot hem in zijn woonplaats; denwelken hij het Koninkrijk Elohims uitlegde, en betuigde, en poogde hen te bewegen tot het geloof in Jezus, BEIDE UIT DE WET EN DE PROFETEN, van des morgens vroeg tot den avond toe.

Juist in de Brit Chadasha worden beiden,zowel het woordje “wet” en het woordje “profeten” veel tesamen vermeld.Zou dat misschien komen omdat Abba wist dat velen deze beiden zouden vergeten?
Een paar voorbeelden:
Mt 5:17 Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen.
Mt 7:12 Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.
Mt 11:13 Want al de profeten en de wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd.
Mt 22:40 Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
Lu 16:16 De wet en de profeten zijn tot op Johannes; van dien tijd af wordt het Koninkrijk Gods verkondigd, en een iegelijk doet geweld op hetzelve.
Lu 24:44 En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.

Joh 1:45 (1–46) Filippus vond Nathanael en zeide tot hem: Wij hebben Dien gevonden, van Welken Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten, namelijk Yeshua, den zoon van Jozef, van Nazareth.
Hnd 13:15 En na het lezen der wet en der profeten, zonden de oversten der synagogen tot hen, zeggende: Mannen broeders, indien er enig woord van vertroosting, het volk in u is, zo spreekt.
Hnd 24:14 Maar dit beken ik u, dat ik naar dien weg, welken zij sekte noemen, den Elohim der vaderen alzo diene, gelovende alles, wat in de wet en in de profeten geschreven is;
Hnd 28:23 En als zij hem een dag gesteld hadden, kwamen er velen tot hem in zijn woonplaats; denwelken hij het Koninkrijk Elohims uitlegde, en betuigde, en poogde hen te bewegen tot het geloof in Yeshua, beide uit de wet van Mozes en de profeten, van des morgens vroeg tot den avond toe.
Ro 3:21 Maar nu is de rechtvaardigheid Elohims geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten:

Wij gaan verstaan dat door Yeshua de wet der zonde en des doods teniet is gedaan voor hen die naar Zijn voornemen geroepen worden,maar dat ontslaat ons geenszins van het doen van al Zijn geboden.Het is dat door het bewaren en bewaken van Zijn kalender en Zijn geboden ons inzicht tot volle wasdom komen kan.Dan gaan we ook zien waarom wij dat niet eerder deden.
En er zijn er velen die niet eerder deze weg willen inslaan voordat een ander hen voor gaat of men doet het niet omdat men allerlei redenen aanvoert als zou er zoveel gebrokenheid zijn….
Nu is die gebrokenheid een kenmerk dat het oordeel bij het huis van Elohim begint,dat heeft men helemaal goed opgemerkt,máár Abba ziet wel wanneer iemand gehoorzaam wil zijn ondanks dat men veelal menselijk gezelschap mist….Hij zal ons beoordelen naar onze inzet en werken.En zij die alles willen verkopen om die Ene parel zullen mogen opmerken, wat er zoal in de gelederen bezig is. Die met tranen zaaien maaien met gejuich….Een liefdevolle vertroosting van Abba voor hen die ten eerste tot elke prijs in Zijn dienst willen werken totdat Hij komt!

Ik denk aan de waarschuwende woorden uit Maleachi 4:
1 ¶ Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt YHWH Tzevaot, Die hun noch wortel, noch tak laten zal.
2 Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.
3 En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage, dien Ik maken zal, zegt YHWH Tsevaot
4 ¶ Gedenk der wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hem bevolen heb op Horeb aan gans Israel, der inzettingen en rechten.
5 Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des YHWHs komen zal.
6 En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome, en de aarde met den ban sla.

1 ¶ Een lied Hammaaloth. Als YHWH de gevangenen Sions wederbracht, waren wij gelijk degenen, die dromen.
2 Toen werd onze mond vervuld met lachen, en onze tong met gejuich; toen zeide men onder de heidenen: YHWH heeft grote dingen aan dezen gedaan.
3 YHWH heeft grote dingen bij ons gedaan; dies zijn wij verblijd.
4 ¶ O YHWH! wend onze gevangenis, gelijk waterstromen in het zuiden.
5 Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien.
6 Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en wenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, dragende zijn schoven.